AP 6b. Bijlage 3. Eindconcept kadernotitie november 2022
Tekst van het document
Kadernotitie Vitale Vakantieparken Gemeente Nunspeet
Eindconcept oktober 2022
1
Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1 Vitale Vakantieparken ................................................................................................................... 4 1.2 Doel van het programma Vitale Vakantieparken .......................................................................... 4 1.3 Aanpak ........................................................................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Kaders ................................................................................................................................. 6 2.1 Deelgebieden................................................................................................................................. 6 2.2 Kwaliteitsverbetering gebieds-, park- en recreatieobjectniveau .................................................. 6 Hoofdstuk 3 Kwaliteitsverbetering op gebiedsniveau ............................................................................
7 3.1 Landschapsstructuren versterken ................................................................................................. 7 3.2 Routes maken, opknappen en veiliger maken .............................................................................. 7 3.3 Functionele/maatschappelijke meerwaarde ................................................................................ 7 3.4 Natuurherstel, natuurinclusief bouwen en klimaatadaptief......................................................... 8 3.5 Verduurzaming .............................................................................................................................. 8 3.6 Herstel/versterken cultuurhistorische waarde ............................................................................. 8 Hoofdstuk 4 Ontwikkelperspectief.......................................................................................................... 9 4.1 Pakketten (ontwikkelperspectieven)............................................................................................. 9 4.1.1 Pakket 1: Toeristisch recreatiepark ........................................................................................ 9 4.1.2 Pakket 2: Toekomstbestendig recreatiepark........................................................................
10 4.1.3 Pakket 3: Verstedelijkingspark ............................................................................................. 10 4.1.4 Pakket 4: Herstructurering ................................................................................................... 10 4.2.5 Pakket 5: Functiewijziging .................................................................................................... 11 4.2 Pakketkeuze................................................................................................................................. 11 4.3 Eén park - één plan ...................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 5 Bepalende factoren voor pakketkeuze ............................................................................. 12 5.1 Natuur.......................................................................................................................................... 12 5.2 Milieuhinder ................................................................................................................................ 12 5.3 Ontsluiting ...................................................................................................................................
13 5.4 Afstand tot voorzieningen en bebouwingscluster ...................................................................... 13 5.5 Eigendomssituatie ....................................................................................................................... 13 5.6 Omvang en draagkracht omgeving ............................................................................................. 13 5.7 Diversiteit in verblijf .................................................................................................................... 13 5.8 Vitaliteit van een recreatiepark ................................................................................................... 14 Hoofdstuk 6 Deelgebieden .................................................................................................................... 15 6.1 Deelgebied 1: Randmeerkust ...................................................................................................... 16 2
6.1.1 Conclusie parkenatlas........................................................................................................... 16 6.1.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang- en draagkrachtonderzoek’ ........................... 16 6.2 Deelgebied 2: Overgangsgebied Oost ......................................................................................... 17 6.2.1 Conclusie parkenatlas........................................................................................................... 17 6.2.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ ............................ 17 6.3 Deelgebied 3: Overgangsgebied west ......................................................................................... 17 6.3.1 Conclusie parkenatlas........................................................................................................... 17 6.3.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ ............................ 18 6.4 Deelgebied 4: Centraal Veluws Natuurgebied ............................................................................ 18 6.4.1 Conclusie parkenatlas........................................................................................................... 18 6.4.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ ............................
19 6.5 Deelgebied 5: Agrarische enclave Elspeet ................................................................................... 19 6.5.1 Conclusie parkenatlas........................................................................................................... 19 6.5.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ ............................ 19 6.6 Deelgebied 6: Agrarische enclave Vierhouten ............................................................................ 19 6.6.1 Conclusie parkenatlas........................................................................................................... 19 6.6.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ ............................ 19 Bijlage 1: Pakketten (ontwikkelperspectieven) ..................................................................................... 20
3
Hoofdstuk 1 Inleiding Nunspeet, Elspeet, Hulshorst en Vierhouten kennen een lange geschiedenis als vakantiebestemming. Veel vakantiegangers brengen hier voor kortere of langere tijd hun vrije tijd door vanwege de mooie omgeving met bos, hei, zand en water. Dit is goed voor de lokale economie, werkgelegenheid en het voorzieningenniveau. De ondernemers van de bedrijven in deze branche staan voor de opgave om hun bedrijf aantrekkelijk te houden voor het publiek in een tijd waarin trends elkaar snel opvolgen en geconcurreerd moet worden met de vele binnen- en buitenlandse bestemmingen. In veel gevallen lukt dat goed. Op sommige plaatsen lukt dat minder goed, waardoor de kwaliteit achteruit gaat en problemen ontstaan, zoals onrechtmatige bewoning en openbare orde- en veiligheidsproblemen. De gemeente Nunspeet wil kijken hoe de recreatieondernemers ondersteund kunnen worden met het vitaal houden van de toeristische sector. Het is belangrijk dat het aanbod voor de consument aantrekkelijk blijft en aansluit op hun wensen. De recreatiebedrijven moeten gastvrije plaatsen zijn die als startpunt voor de gasten dienen van waaruit zij Nunspeet en de omgeving gaan verkennen. 1.1 Vitale Vakantieparken De gemeente Nunspeet neemt deel aan het regionale programma ‘Vitale vakantieparken’. Dit programma is gestart met het oog op de veranderende wensen van de consument en de gevolgen daarvan.
Het richt zich specifiek op de verblijfsrecreatie op campings en recreatieterreinen. In 2017 is het bestuursakkoord voor het regionale ‘Vitale Vakantieparken’ programma gesloten tussen 11 gemeenten op de Veluwe. 1.2 Doel van het programma Vitale Vakantieparken Het doel van het programma Vitale Vakantieparken is het aanbod aan verblijfsrecreatie in de gemeente Nunspeet vitaal en divers houden. Het aanbod moet blijven voldoen aan de vraag van de markt waardoor recreatie en toerisme als economische motor van de gemeente Nunspeet gewaarborgd blijft. Door ruimte te bieden voor innovatie, revitalisering, maar ook soms voor transformatie naar een alternatieve functie wordt een passend toekomstperspectief geboden voor elk recreatiepark in de gemeente Nunspeet. 1.3 Aanpak Voor u ligt de ‘Kadernotitie Vitale Vakantieparken’, de kadernotitie is onderdeel van het stappenplan dat is ontwikkeld voor de lokale uitwerking van het regionale programma ‘Vitale Vakantieparken’. Het stappenplan bestaat uit een drietal onderdelen. De huidige stand van zaken wordt zichtbaar in de parkenatlas, kaders worden verkend in de kadernotitie en de toekomstige ontwikkeling van de parken en het gebied worden in ontwikkelkaarten vastgelegd. Vervolgens wordt hier een uitvoeringsstrategie aan gekoppeld. De verschillende stappen worden hieronder nader toegelicht: 1.
Parkenatlas Vitale Vakantieparken Voor het opstellen van de parkenatlas is er een uitgebreide ruimtelijke- en beleidsanalyse uitgevoerd. Deze analyse is in een separaat document opgenomen ‘Parkenatlas Vitale Vakantieparken’ (dec. 2021). Hierin zijn de parken geplaatst in hun ruimtelijke context (o.a. ligging in landschap, ligging ten opzichte van verkeersnetwerk en natuur). Daarnaast is een onderzoek uitgevoerd naar de druk en draagkracht van toerisme in verschillende gebieden binnen de gemeente (‘Analyse omvang toerisme en draagkracht Nunspeet’ oktober. 2022).
4
2. Kadernotitie Vitale Vakantieparken Door middel van gesprekken met de recreatieondernemers en de analyse van het gebied is op hoofdlijnen geconcludeerd wat er nodig is om een park duurzaam toekomstbestendig te maken of te houden dan wel in hoeverre het wenselijk is om een park te herstructureren en/of te transformeren omdat het aanbod niet meer aan te sluiten is op de vraag. In de kadernotitie worden de uitgangspunten verkend die innovatie, herstructurering en eventuele uitbreiding mogelijk maken. De gemeente vraagt aan de parken een parkplan te gaan opstellen en gezamenlijk te kiezen voor één van de pakketten die het beste bij hen en de omgeving past. Dit wordt het principe van “één park – één plan genoemd”. De kadernotitie vormt hierbij het toetsingskader. De gemeente Nunspeet heeft hierin een faciliterende rol. Dit betekent: “Actief begeleiden van parkeigenaren bij de parkplannen, van het eerste concept tot het collegebesluit en daarna bij het opstellen van de bestemmingsplannen, waarbij het initiatief bij de parkeigenaren ligt.” 3. Pakketten (ontwikkelperspectieven) De pakketten zijn bedoeld om duidelijkheid te geven over de toekomstrichting waar een park zich kan ontwikkelen, bijvoorbeeld versterken/uitbreiden van de toeristische functie of herstructurering naar bijvoorbeeld wonen of natuur. 4.
Ontwikkelkaarten De parkenatlas, locatiebezoek, gesprekken met eigenaren en het onderzoek “Analyse omvang toerisme en draagkracht Nunspeet” (oktober 2022) worden gebruikt als input voor het opstellen van de ontwikkelkaarten. De ontwikkelkaarten zijn een verbeelding van de uitgangspunten uit deze kadernotitie. Daarnaast geven de ontwikkelkaarten een beeld van projecten die de gemeente samen met parken en grondeigenaren gaat uitvoeren. De ontwikkelkaarten worden per deelgebied apart van deze notitie vastgesteld en gepubliceerd. 1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, worden de kaders beschreven die in deze notitie aan bod komen. Het gaat hier om de verdeling in de zes deelgebieden en de kwaliteitsverbeteringen op verschillende niveaus (gebieds-, park- en huisjes niveau) wordt kort toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op kwaliteitsverbetering op gebiedsniveau. Er zijn zes verschillende gebiedscriteria geformuleerd die de kwaliteit op gebiedsniveau versterken. Gebiedscriteria overstijgen het niveau van het recreatiepark. In hoofdstuk 4 wordt er dieper ingegaan op het parkniveau en huisjesniveau. Eén park – één plan wordt toegelicht en de verschillende toekomstperspectieven voor de parken worden door middel van ‘pakketten’ beschreven.
In hoofdstuk 5 worden de bepalende factoren voor de toekomstperspectieven toegelicht waarna in hoofdstuk 6 de conclusie vanuit de parkenatlas en belangrijkste bevindingen en opgaven vanuit de analyse omvang- en draagkracht wordt beschreven.
5
Hoofdstuk 2 Kaders Voorliggende kadernotitie geeft inzicht in de innovatie- verruimings- of transformatiemogelijkheden dat past bij het type park en de omgeving. In dit hoofdstuk gaan we verder in op de verschillende niveaus van kwaliteitsverbetering en de deelgebieden. 2.1 Deelgebieden Op basis van de verschillende landschapstypen in het gebied is een onderverdeling gemaakt per deelgebied (zie hiervoor de parkenatlas en afbeelding hoofdstuk 6). 1. Randmeerkust 2. Overgangsgebied oost (ten noorden van Nunspeet) 3. Overgangsgebied west (rond Hulshorst) 4. Centraal Veluws Natuurgebied (CVN) 5. Agrarische enclave Elspeet 6. Agrarische enclave Vierhouten In de parkenatlas staat een samenvatting en analyse van de kwaliteiten per gebied beschreven. 2.2 Kwaliteitsverbetering gebieds-, park- en recreatieobjectniveau Er kan op drie verschillende niveaus een kwaliteitsverbetering gemaakt worden: op gebiedsniveau, parkniveau en op recreatieobject niveau. In de afbeelding aan de rechterkant is te zien dat alle niveaus invloed hebben op elkaar. Wanneer het gebied in kwaliteit wordt verbeterd heeft ook het park hier profijt van. Met een toekomstperspectief kan er op deze verschillende niveaus geïnvesteerd worden. De gemeente en de ondernemer sluiten hierbij de handen in één. Figuur 1 Kwaliteitsverbetering op verschillende niveaus
1. Gebiedsniveau Winst op gebiedsniveau wordt behaald door onder andere het aanleggen van nieuwe paden, natuur en/of het verbeteren van de toegankelijkheid. Deze ingrepen overstijgen het recreatiepark zelf. De ingrepen op gebiedsniveau zijn omschreven als projecten met gebiedscriteria die samen met de gemeente, parken en grondeigenaren worden opgepakt. Deze komen terug op de ontwikkelkaarten per deelgebied. Uiteindelijk kunnen ingrepen op parkniveau ook voor het gebied beter zijn. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. 2. Parkniveau Met de parken wordt een gesprek aangegaan hoe zij hun toekomstperspectief zien. De richting die men kan kiezen is omschreven in de ‘pakketten’. Op parkniveau kan winst worden gehaald op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid, mate van openbaarheid, duurzaamheid en natuur. Op ontwikkelkaarten is aangegeven welk toekomstperspectief vanuit ruimtelijk oogpunt, milieutechnische situatie en vanuit de gesprekken met de ondernemers het best te verantwoorden is. 3. Recreatieobject/huisje niveau Tot slot is de wens om de recreatieobjecten zelf op voldoende kwaliteitsniveau te houden en daar waar mogelijk te verduurzamen door middel van isoleren, eigen energie opwekken, hittestressbestendig maken, verbetering van de biodiversiteit en/of circulair werken.
6
Hoofdstuk 3 Kwaliteitsverbetering op gebiedsniveau Er zijn zes verschillende gebiedscriteria geformuleerd die de kwaliteit op gebiedsniveau versterken. Gebiedscriteria overstijgen het niveau van het recreatiepark zelf. De gebiedscriteria kunnen worden gezien als algemene randvoorwaarden die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit en beleving van het gebied. Deze ingrepen kunnen knelpunten oplossen, zijn een meerwaarde voor de leefomgeving en/of komen ten gunste van de natuur. De opgestelde gebiedscriteria (ook wel genoemde ‘bovenwijkse’ ingrepen) kunnen in samenwerking met derden of alleen als gemeente worden opgepakt. De parken kunnen hier zelf ook een rol in spelen. Een andere optie is dat er om een financiële verevening wordt gevraagd en dat de gemeente de regie neemt. De keuze voor een financiële verevening bij transformatie zal in een later stadium uitgewerkt worden. De navolgende zes gebiedscriteria leiden tot een versterking van de kwaliteiten in de omgeving en een maatschappelijke meerwaarde. 3.1 Landschapsstructuren versterken De gemeente hecht veel waarde aan het landschap waar de recreatieparken onderdeel vanuit maken. Het landschap bepaalt voor een groot deel ook de recreatiewaarde. Er kan spanning ontstaan tussen beide waarden. Met een ontwikkeling is het van belang dat er gekeken wordt hoe het parkplan (1 park-1 plan) past in het landschap.
Met een landschappelijk inpassingsplan kan inzicht worden gegeven hoe onder andere de randen van een park worden vorm gegeven. Daarnaast kan er meerwaarde worden gerealiseerd met het versterken of investeren in bijvoorbeeld de aanplant van bomen langs de toegangswegen, de boomstructuren versterken of het realiseren van een heideveld. Bij het inrichten van een park is het eveneens relevant om te kijken naar de gebiedskenmerken, waaronder de verkavelingswijze en type beplanting. De landschapskarakteristieken zijn in de parkenatlas beschreven en dienen als basis voor de inrichting van de parken. 3.2 Routes maken, opknappen en veiliger maken Het opknappen van fiets- en/of wandelpaden, het realiseren van aansluitingen op bestaande ommetjes en creëren van veiligere oversteekplekken en routes vormen een meerwaarde voor het gebied. Hierdoor is per gebied gekeken waar routes versterkt of veiliger gemaakt kunnen worden. Het verbinden van parken onderling en het openbaarder maken van parken kan hier ook aan bijdragen. 3.3 Functionele/maatschappelijke meerwaarde Bij een eventuele functieverandering of herstructurering kan gekozen worden om (maatschappelijke) voorzieningen te integreren in het plan. Hierbij kan gedacht worden aan het realiseren van een zorgfunctie, school, woon-werkcombinatie, dagrecreatieve functie, toeristisch overstappunt etc.
Deze functie zal wel moeten passen in de omgeving met betrekking tot bijvoorbeeld verkeersaantrekkende werking, geluid etc. Hiermee moet gestreefd worden naar een maatschappelijke meerwaarde.
7
3.4 Natuurherstel, natuurinclusief bouwen en klimaatadaptief Een parkeigenaar kan besluiten om het gehele park te saneren en (een deel) om te zetten naar natuur. Of eventueel aangrenzende gronden om te zetten, ter compensatie voor bijvoorbeeld een uitbreiding of intensivering van een park. Op het park of daarbuiten kunnen ook andere maatregelen worden genomen voor een ecologische meerwaarde bijvoorbeeld het bieden van nestgelegenheden, het inrichten met een grote diversiteit aan bloemen, struiken, hagen en bomen ten behoeve van de biodiversiteit, aanleggen van kruiden en bloemenrijk graslanden. Natuurinclusief bouwen en klimaatadaptief aanleggen vormen (zoveel mogelijk) het uitgangspunt. Vermindering van verharding en het aanbrengen van groene daken en bomen kunnen hittestress voorkomen. Oplossingen voor het afkoppelen en bergen van hemelwater bieden kansen voor het voorkomen van wateroverlast en droogtes. De wens is om zoveel als mogelijk dergelijke ingrepen te integreren op het park of in de omgeving. Het “Klimaatadaptatieplan 2021” van de gemeente Nunspeet biedt hiervoor diverse handvatten. 3.5 Verduurzaming Met betrekking tot het verduurzamen van de (recreatie)woningen en gebouwen kunnen naast klimaatadaptieve maatregelen ook duurzaamheidsmaatregelen op het gebied van energieopwekking en energieverbruik worden getroffen.
Naast de noodzakelijke eisen kan gezocht worden naar een meerwaarde, niet alleen voor het huidige of toekomstige gebruik, maar ook eventueel voor de omgeving. Denk hierbij aan collectieve energievoorzieningen, waar ook omliggende functies gebruik van kunnen maken. Ook duurzaam bouwen en hergebruik van materialen en circulair werken vallen hieronder. Hierbij wordt een nadrukkelijk plus gezocht ten opzichte van de reguliere eisen. Denk hierbij ook aan het gasloos maken van de bestaande voorraad, hetgeen een belangrijke opgave is voor de komende jaren. 3.6 Herstel/versterken cultuurhistorische waarde Op cultuurhistorisch vlak liggen er kansen voor het behalen van kwaliteitswinst. Denk hierbij aan het renoveren van monumenten, zichtbaar maken van historische routes of archeologische vindplaatsen, versterken landgoederen, stedenbouwkundig waardevolle ensembles etc. In de buurt van de recreatieterreinen is hiervan beperkt sprake. Een deel komt naar voren in de Erfgoedatlas van de gemeente (2015). Daarnaast is een zorgvuldige analyse per locatie belangrijk om te zien of hier kansen liggen.
8
Hoofdstuk 4 Ontwikkelperspectief Naast de gebiedscriteria is het van belang dat de parken zichzelf kunnen ontwikkelen. Voor een aantal parken zal een parkeigenaar op leeftijd concreet voor een keuze staan wat men wil met het recreatiepark omdat er geen opvolging is. Een aantal parkeigenaren zal de huidige situatie prima vinden. Een aantal recreanten zien oneigenlijk gebruik op het park ontstaan zoals permanente bewoning of staan voor een duurzaamheidsopgave. De parken in Nunspeet hebben een eigen karakter en liggen verspreid door de gemeente waarbij de omgeving ook van invloed is op het karakter van een park. Aangezien de parken zo verschillend zijn zal het toekomstperspectief ook verschillend zijn. Hierom vraagt de gemeente de parken een parkplan op te stellen. Dit wordt in komend hoofdstuk kort beschreven. Er zijn globaal 5 verschillende potentiële ontwikkelperspectieven te onderscheiden. Deze heeft de gemeente vertaald in zogenoemde ‘pakketten’. In het komende hoofdstuk worden deze pakketten kort toegelicht. 4.1 Pakketten (ontwikkelperspectieven) Een aantal van de aspecten uit het parkplan heeft betrekking op de inrichting van het park (bijvoorbeeld wegen), een aantal op de percelen (bijvoorbeeld hoeveelheid groen) en andere weer op de recreatiehuisjes/objecten (bijvoorbeeld bouwbesluit eisen). De pakketten zijn in navolgende paragrafen kort beschreven.
In de bijlage zijn de pakketten en de randvoorwaarden per toekomstperspectief uitgebreid beschreven. Hieronder vindt u een overzicht van de pakketten:
4.1.1 Pakket 1: Toeristisch recreatiepark Een groot deel van de recreatieparken richt zich op toeristisch gebruik en worden de recreatieverblijven wisselend verhuurd. Dergelijke parken zijn erg belangrijk voor toeristen die de gemeente bezoeken. Het doel is deze parken vitaal te houden en waar mogelijk te helpen om zich te blijven onderscheiden ten opzichte van andere parken(diversiteit). Met vitaal wordt bedoeld dat parken kwalitatief goed zijn en er voldoende ondernemersperspectief is. De parken zijn voornamelijk campings met tenten, caravans aangevuld met andere type verblijven zoals safaritenten, groepsaccommodaties, recreatiewoningen of camperstandplaatsen. Een aantal heeft een relatief grote omvang en bevatten vaker 1 of meer voorzieningen zoals receptie, zwembad, speeltuinen. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om de recreatiefunctie te blijven uitoefenen. De gemeente hecht er waarde aan om met de eigenaren in gesprek te blijven en nodigt parkeigenaren uit om een parkplan voor hun park op te stellen om inzicht te geven in hun wensen voor de toekomst en of het huidige bestemmingsplan hier goed bij past.
9
4.1.2 Pakket 2: Toekomstbestendig recreatiepark Binnen dit pakket vallen de parken die zich willen blijven richten op de verblijfsrecreatiefunctie. In dit geval betreft het parken met voornamelijk recreatiewoningen, stacaravans en /of chalets en is er sprake van individuele eigenaren die dit als tweede woning recreatief gebruiken en middels vaste huur, erfpacht of volledig eigendomsconstructies een contract hebben. Zij zijn vaak verenigd in een Vereniging van Eigenaren (VvE), een eigenaarsvereniging of er is één parkeigenaar verantwoordelijk. Vaak zijn het kleinere parken zonder grote voorzieningen zoals zwembad, winkel, horeca etc. Het is belangrijk dat deze parken voldoende toekomstperspectief behouden. Dat houdt in dat er wordt verwacht dat er een parkplan wordt opgesteld waarin de uitgangspunten uit het pakket om vitaal te blijven naar voren komen. Er is geen formele procedure noodzakelijk, bijvoorbeeld bestemmingsplan. Er zal echter wel worden getracht met de eigenaren of VvE afspraken te maken om, daar waar mogelijk, het park op voldoende kwaliteitsniveau te houden. Gedurende dit proces zal ook gekeken worden naar de behoefte van ondersteuning van de parkeigenaren en VvE’s. 4.1.3 Pakket 3: Verstedelijkingspark Er zijn een aantal parken waarbij vanuit het gebied en/of het park gezien een transformatie naar wonen een passend en soms het enige ontwikkelperspectief is.
Onder een verstedelijkingspark wordt het volgende verstaan: een park waarbij de hoofdstructuur, situering en bebouwing grotendeels behouden blijft en waarbij ‘slechts’ de bestemming wordt veranderd naar wonen. De keus voor dit pakket is echter wel sterk afhankelijk van het cluster, de ligging en de omgeving en in principe bij uitzondering mogelijk. Voor deze parken is het noodzakelijk om een goed uitgewerkt parkplan te ontvangen. In dit parkplan dienen de belangrijke uitgangspunten (zie bijlage) te worden verwerkt en zal men moeten aantonen hoe men dit wil borgen en uitvoeren. Na een goedgekeurd parkplan zal een overeenkomst met de gemeente worden gesloten en zal een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen. Gedurende dit proces zal ook gekeken worden naar de behoefte van ondersteuning van de parkeigenaren en VvE’s. 4.1.4 Pakket 4: Herstructurering Parkeigenaren die het voornemen hebben om een nieuwe functie te geven aan een park kunnen het park herontwikkelen. Dit houdt in dat (een deel van) het terrein wordt weggehaald en er iets nieuws voor terug komt. Ook kan de verkeer-, groen- en bebouwingsstructuur van het park worden aangepast. Hierbij komen niet alleen losse kleinschalige woningen aan de orde maar juist ook allerlei andere (extensieve) woonmilieus. Bijvoorbeeld sociale of senioren rijwoningen in een ruim opgezet park.
Voor een dergelijke ontwikkeling is er sprake van andere uitgangspunten dan voor een ‘verstedelijkingspark’. Er moet voldoende ruimte op het terrein zijn voor groen. De eisen voor herstructurering zullen met name betrekking hebben op nieuwbouw en de gehele samenhang van het park. De parken die naar verwachting worden geherstructureerd zijn over het algemeen van 1 parkeigenaar en zullen in overleg met de huidige recreanten komen tot een integraal plan.
10
4.2.5 Pakket 5: Functiewijziging Indien er geen recreatief perspectief meer is, biedt functiewijziging een oplossing. Dat betekent dat de recreatieve functie incl. opstallen verdwijnen en dat er beperkt iets wordt teruggebouwd. Bijvoorbeeld enkele woningen, waarbij de rest wordt omgevormd tot natuurgebied, groen of agrarisch gebied. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor parken die midden in een natuurgebied liggen of ver van voorzieningen/kern liggen, waarbij een verstedelijkingspark of een nieuw extensief woonbuurtje ongewenst is. Er kan ook gekeken worden naar een totaal andere functie. 4.2 Pakketkeuze Binnen de gemeente Nunspeet vallen alle parken in principe binnen de pakketten 1 of 2, parken met een recreatief gebruik. Alleen als er echt geen perspectief is voor recreatief gebruik kunnen de parken in aanmerking komen voor transformatie. De wijze van transformatie zal worden bepaald aan de hand van alle bepalende factoren voor de pakketkeuze (hoofdstuk 5) en de mogelijkheden die er binnen de desbetreffende clusters liggen (hoofdstuk 6). De uiteindelijke keuze tussen recreatief gebruik of transformatie ligt bij de eigenaren en komt naar voren in één park – één plan. Voor de parken die recreatief blijven (pakket 1 en 2) worden geen nieuwe voorwaarden opgelegd; zij blijven namelijk hun huidige bestemming behouden.
De uitgangspunten die in de pakketten genoemd worden vormen een vertrekpunt/houvast voor het opstellen van een parkplan; een wensenlijst. Bij uitbreiding of verdichting zullen deze wensen omgezet worden naar uitgangspunten. Voor de parken die gaan voor transformatie (pakket 3, 4 of 5) is uiteindelijk wijziging van het bestemmingsplan (omgevingsplan) noodzakelijk. 4.3 Eén park - één plan De gemeente vraagt aan de parken een parkplan te gaan opstellen en te kiezen voor één van de pakketten die het beste bij hen past. Dit wordt het principe van “één park – één plan” genoemd. Binnen elk pakket is aan de hand van een negental onderwerpen aangegeven wat belangrijk is binnen deze toekomstrichting. In het parkplan beschrijven de eigenaren hoe het park momenteel op deze onderdelen functioneert en hoe het park in de toekomst zich wil ontwikkelen. De volgende uitgangspunten moeten worden beschreven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Functies en doelgroepen Stedenbouwkundige/ruimtelijke kwaliteit Infrastructuur en hemelwaterafvoer Brand en bouwveiligheid Openbare orde, veiligheid en handhaving Verkeersveiligheid en parkeren Duurzaamheid en natuur Milieu aspecten Organisatie/overeenkomst
Voor de daadwerkelijke uitvoering van de parkplannen zullen altijd vergunningen nodig zijn. Dit geeft ons als overheid de ruimte om een Bibob-toets te doen (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur)
11
Hoofdstuk 5 Bepalende factoren voor pakketkeuze Er zijn verschillende omgevingsfactoren die in belangrijke mate de ontwikkelmogelijkheden bepalen. De gemeente wil hier niet te veel sturend in zijn, maar juist open staan voor goede initiatieven. Soms zijn er belemmeringen aanwezig, bijvoorbeeld door de ligging van gasleidingen, hoogspanningslijnen of beschermde natuurgebieden, waardoor bijvoorbeeld een woonfunctie milieutechnisch niet verantwoord is. Daarnaast kunnen er landschappelijke en stedenbouwkundige redenen zijn om niet te kiezen voor bijvoorbeeld de transformatie naar een woonbuurt, omdat de locatie midden in een natuurgebied ligt, slecht ontsloten is of op een grote afstand is gelegen tot voorzieningen. Het toeristisch perspectief wordt bepaald door verschillende factoren zoals de omgeving, het huidige gebruik en ondernemerswensen van de parkeigenaren. Maar ook de vitaliteit van het park, draagkracht in het gebied en diversiteit in de gemeente spelen een grote rol. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren in zijn algemeenheid beschreven. In de parkenatlas zijn onderstaande omgevingsfactoren per deelgebied uitgebreid beschreven en verbeeld op kaarten.
Naast omgevingsfactoren zijn ook andere factoren zoals vitaliteit, diversiteit, omvang toeristisch aanbod en draagkracht van de omgeving bepalend voor de pakketkeuze 5.1 Natuur Nunspeet is een groene gemeente en Gelderland is een groene provincie. Bijna de helft van Gelderland bestaat uit natuur. Samen met het zeer gevarieerde landschap is dit het kapitaal van de gemeente. De Veluwe beslaat het grootste deel van de gemeente, maar ook de Randmeerkust, dat als Natura-2000 gebied is aangemerkt, is een gebied met specifieke natuurwaarden. Diverse vakantieparken in Nunspeet liggen in of grenzen aan gebieden waar sprake is van een strenge natuurbescherming. Wat wel en niet mag, wordt geregeld in de volgende wetten en verordeningen: • De Wet Natuurbescherming 2017 regelt de bescherming van speciale gebieden: de Natura 2000-gebieden, de bescherming van bossen en dier- en plantensoorten is hierin geregeld. • De natuurgebieden die in het Gelders Natuurnetwerk oftewel GNN liggen, zijn beschermd via de provinciale omgevingsverordening. • Bomen worden binnen en buiten de bebouwde kom beschermd door de Bomenverordening of door het bestemmingsplan. Afhankelijk van de ligging van het recreatiepark ten opzichte van de natuurgebieden komt het park in aanmerking voor één of meerdere van de ontwikkelpakketten.
Valt het park onder de beschermde gebieden dan zullen de mogelijkheden tot transformeren naar woonbuurt of uitbreiding beperkt zijn. Deze parken bieden eerder kansen voor de recreatieve sector door gebruik te maken van de optimale ligging in de natuur. Een functiewijziging naar natuurgebied is uiteraard ook mogelijk. 5.2 Milieuhinder Een aantal vakantieparken in Nunspeet bevinden zich in de directe nabijheid van andere functies zoals wonen, verkeer en bedrijvigheid. Om onderlinge overlast te minimaliseren zijn o.a. de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit, Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing (binnenkort in Omgevingswet). In de parkenatlas zijn de belangrijkste belemmeringen weergegeven: • Hoogspanningszones en andere (boven- en ondergrondse) kabel- en leidingtracés waar sprake is van veiligheidscontouren, zoals gasleidingen. • Zones langs (rijks)wegen en spoorlijnen waar sprake is van geluidcontouren. • Aangrenzende en nabijgelegen bedrijven, industrie of motorcrossterrein waar sprake is van milieuhinder (uitwaartse zonering). • Geurhinder van veehouderijen. Bij veel van deze belemmeringen gelden bij recreatiewoningen andere eisen dan bij woonwijken. 12
In de praktijk zal dit erop neer komen dat als de recreatiebestemming in de invloedszone van een van deze aspecten ligt, de transformatiemogelijkheden naar wonen beperkter zullen zijn. Zo is bij meerdere vormen van milieuhinder permanente bewoning niet mogelijk. 5.3 Ontsluiting De bereikbaarheid en ontsluiting van het recreatiepark is een van de omgevingsfactoren die invloed kunnen hebben op welke pakketkeuze mogelijk is. Als een park intensiever (met meer verkeersbewegingen) wordt gebruikt in de toekomst, is het belangrijk dat deze parken goed en veilig bereikbaar zijn. In de parkenatlas zijn de hoofdwegen en spoorweg door de gemeente aangegeven in relatie tot de recreatieterreinen. Verder zijn de belangrijkste fiets-, ruiterpaden en ommetjes aangegeven. 5.4 Afstand tot voorzieningen en bebouwingscluster De afstand tot lokale voorzieningen of in een bebouwingscluster speelt mee in eventuele transformatiemogelijkheden naar bijvoorbeeld wonen. Zo zijn er parken die geheel geïsoleerd midden in een natuurgebied liggen en voor de dichtstbijzijnde voorziening of dorp een paar kilometer moeten rijden. Bij deze parken zal de nadruk op de toeristische potentie liggen (pakket 1 of 2) in plaats van een nieuw woongebied (pakket 3 en 4). Het omzetten naar natuurgebied met wellicht een enkele woning terug, biedt ook natuurontwikkelkansen (pakket 5).
Parken die nu al dicht tegen de bebouwde kom of een bebouwingscluster aan liggen kunnen makkelijker onderdeel van een buurtschap worden en hebben vaker goede toegang tot de verschillende faciliteiten. 5.5 Eigendomssituatie De eigendomssituatie en huidige bestemmingsplanmogelijkheden hebben eveneens invloed op de ontwikkelmogelijkheden. Dit aspect is geen omgevingsfactor, maar heeft betrekking op de verandermogelijkheden. Een recreatiepark met een grote versnippering van eigendom, zal eerder een recreatiepark voor 2e woning blijven (pakket 2) of transformatie naar verstedelijkingspark (pakket 3) dan dat dit park weer terug naar een toeristisch park (pakket 1) zal gaan of geherstructureerd wordt naar andere functie (pakket 4). 5.6 Omvang en draagkracht omgeving Naast de omgevingskarakteristiek, het locatiebezoek en de gesprekken met eigenaren vormt het (in opdracht van de gemeente uitgevoerde) onderzoek “Analyse omvang toerisme en draagkracht Nunspeet” (dec. 2021) belangrijke input. Dit onderzoek richt zich op: 1. Een analyse van toeristische druk (omvang). Dit duidt op de aanwezigheid van bezoekers in relatie tot de bestemming. Een hoge toeristische druk betekent niet automatisch dat er sprake is van negatieve effecten van bezoekers (overlast, schade, etc.) Dit hangt namelijk samen met de draagkracht van de leefomgeving. 2. Een analyse van draagkracht.
De draagkracht van de leefomgeving duidt op het vermogen van een bestemming om bezoekers te ontvangen zonder dat er negatieve gevolgen optreden. Er worden verschillende domeinen van draagkracht onderscheiden: mobiliteit, vastgoed, openbare ruimte, erfgoed, natuur, milieu en sociaal. 5.7 Diversiteit in verblijf In de parkenatlas is de koersnotitie “Nunspeet vier seizoenen uit de kunst (2020) meegenomen in de beleidsanalyse. Hierin wordt ingezet op diversiteit in verblijf. Dit houdt in dat er wordt ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van bestaande accommodaties en er terughoudend wordt omgegaan met nieuwe vestigingen. Voor toevoeging van nieuwe locaties geldt dat dit alleen acceptabel is voor specifiek aanbod dat ontbreekt en past bij de ambities om diversiteit in verblijf te bieden. 13
5.8 Vitaliteit van een recreatiepark Naast de toeristische druk en draagkracht vormt de vitaliteit van een park ook een belangrijke factor. Deze analyse is gemaakt door de gemeente Nunspeet op basis van de cursus en handboek ‘Vitaliteitsmeter Vitale Vakantieparken’. Een park is vitaal als het de kwaliteit biedt die een toerist zoekt en er geen zorgen bestaan over het recreatieve toekomstperspectief. • Kwaliteit. Wat is de toeristische kwaliteit van het park? Deze variabele zegt iets over hoe aantrekkelijk het park nog is voor verblijfsrecreanten. • Perspectief. Wat is het toeristisch toekomstperspectief van een park? Deze variabele zegt iets over de toekomst van een park: zijn er zorgen over of het park over een aantal jaren nog wel bestaat of een toeristische functie heeft of zijn er geen reden tot zorg?
14
Hoofdstuk 6 Clusters In de parkenatlas zijn verschillende deelgebieden onderscheiden. De deelgebieden zijn ingedeeld op basis van de verschillende landschapstypen in het gebied. Er is een onderverdeling gemaakt in zes clusters weergegeven op onderstaande kaart:
In de volgende paragrafen wordt per deelgebied de conclusie uit de parkenatlas beschreven en de conclusie met daarbij belangrijkste opgave op basis van het onderzoek “Analyse omvang toerisme en draagkracht Nunspeet” hierna ‘Omvang- en draagkracht onderzoek’ genoemd.
15
6.1 Cluster 1: Randmeerkust De randmeerkust is cluster 1. In dit deelgebied zijn vijf vakantieparken gevestigd. Volgende paragrafen geven een beeld van het gebied, omvang van het toeristisch verblijfsproduct en belangrijkste opgaven vanuit het omvang- en draagkrachtonderzoek. 6.1.1 Conclusie parkenatlas De recreatieparken in het Randmeergebied liggen op de oorspronkelijk hoger gelegen strandwallen met het aangrenzende weidegebied. De parken richten zich voornamelijk op het water, de voormalige Zuiderzee. Doordat het water onderdeel is van het Natura 2000 gebied en het Gelderse Natuur Netwerk (GNN) liggen deze parken direct aan een natuurgebied, waardoor rekening moet worden gehouden met de natuurwaarde. Vanaf de parken kunnen de bezoekers het strand bereiken voor waterrecreatie. Het Randmeergebied heeft een open karakter door de ligging in het (veen)weidegebied en het water. Door de openheid heeft de wind veel invloed. De parken zijn omgeven door houtwallen/groene buffer en hebben vanuit de omgeving daardoor een gesloten uiterlijk. De parken liggen op circa 3-4 km afstand van de kernen. Dit kan voor de parken een meerwaarde bieden voor de rust, maar ook soms de noodzaak om voorzieningen op het park te hebben. De afstand tot het openbaar vervoer is redelijk groot waardoor voor de bereikbaarheid altijd een auto of fiets nodig is.
De Randmeerweg, waaraan alle parken ontsluiten, is een drukke weg die door zowel auto’s, fietsers, als voetgangers gebruikt wordt. Dit leidt tot onveilige situaties. Op het gebied van recreatieve routes was de focus in het verleden voornamelijk op de Veluwe gericht en minder op het Randmeergebied. Hierdoor is het aantal routes voor recreatief verkeer beperkt. 6.1.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang- en draagkrachtonderzoek’ Het Randmeergebied heeft een hoge omvang van toerisme en gunstige draagkracht. De Randmeerkust heeft een omvangrijk verblijfsrecreatief product, maar de draagkracht is niet overschreden. Voor natuur is er op bepaalde momenten een balansopgave. Naar de toekomst toe is het verstandig dat de druk (omvang) niet verder toeneemt. Verblijfsrecreatie mag niet verder toenemen, of alleen onder strikte voorwaarden (bijv. dat dit aantoonbaar cruciaal is voor de duurzame instandhouding en toeristische vitaliteit van de betreffende parken). Ook hier geldt dat de ontwikkeling logischerwijs bijdraagt aan kwaliteit en diversiteit. Belangrijke randvoorwaarde voor ontwikkeling is (vooraf) gezorgd wordt voor het voldoende verbeteren van de draagkracht van mobiliteit en de openbare ruimte. Ook hier geldt dat vanuit draagkracht er geen ontwikkelruimte mogelijk is, maar parken hebben om vitaal te blijven soms ontwikkelruimte nodig.
Daarom moet gekeken worden hoe op slimme wijze ruimte geboden kan worden aan parken (bijvoorbeeld verdunning met kwaliteit; uitruil van gronden). In dit cluster zijn initiatieven voor nieuwe parken in principe niet wenselijk. Een duidelijke zonering voor natuur en recreatie lijkt gewenst, om zo de kwetsbare natuur te ontlasten. Ook lijkt het noodzakelijk om voldoende parkeerruimte op de parken zelf te creëren. Voor nieuwe ontwikkelingen (bijv. op de bestaande parken) zou dit een extra aandachtspunt moeten zijn.
16
6.2 Cluster 2: Overgangsgebied Oost Overgangsgebied Oost is het tweede cluster. Dit deelgebied telt zeven vakantieparken. Volgende paragrafen geven een beeld van het gebied, omvang van het toeristisch verblijfsproduct en belangrijkste opgaven vanuit het omvang- en draagkrachtonderzoek. 6.2.1 Conclusie parkenatlas De recreatieparken in het Overgangsgebied Oost liggen in een halfopen strook tussen het Randmeergebied en de bossen van het Veluwemassief. De meeste recreatieparken liggen voornamelijk rond de Kolmansweg, (op het hogere gelegen en cultuurhistorisch waardevol deel de ‘Rug van Wessinge’). De parken liggen in agrarisch gebied, op korte afstand van de kern Nunspeet, of direct tegen de dorpskern aan. Het Overgangsgebied Oost heeft een open karakter vanwege de ligging in het (veen)weidegebied met houtsingels. Door de openheid heeft de wind veel invloed. De parken zijn grotendeels omgeven door houtsingels en hebben daardoor een gesloten, maar groen uiterlijk. Door de korte afstand tot de kern Nunspeet zijn de voorzieningen op de fiets te bereiken. De parken liggen op relatief grote afstand tot het openbaar vervoer en de snel- en spoorweg. In het Overgangsgebied Oost richten de parken zich op de rust en de openheid van het landschap in combinatie met de voorzieningen in het centrum van Nunspeet.
In de directe omgeving liggen diverse weidevogelgebieden waardoor het aantrekkelijk is voor vogelspotters. 6.2.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ Het Overgangsgebied oost heeft een lage omvang van toerisme en gunstige draagkracht. Er is hier geen (grote) balansopgave, vanuit draagkracht bezien is er geen belemmering voor groei verblijfsrecreatie. Voorwaarde: ontwikkeling draagt bij aan kwaliteit en diversiteit en vindt plaats zonder afbreuk te doen aan de draagkracht van de leefomgeving of de leefbaarheid. Landschappelijke inpassing is in dit cluster van groot belang. 6.3 Cluster 3: Overgangsgebied West Overgangsgebied West is het derde cluster. Dit deelgebied telt vijftien vakantieparken. Volgende paragrafen geven een beeld van het gebied, omvang van het toeristisch verblijfsproduct en belangrijkste opgaven vanuit het omvang- en draagkrachtonderzoek. 6.3.1 Conclusie parkenatlas De recreatieparken in het Overgangsgebied West liggen in een halfopen strook tussen het randmeergebied als overgang naar de bossen van het Veluwemassief. De spoorlijn en de A28 zorgen voor een barrière voor de toegankelijkheid van de Veluwe. In dit gebied is de overgang nog goed te zien van het open weide landschap naar het besloten landschap van het Veluwemassief.
Dichterbij het Veluwemassief neemt de aanwezigheid van boomsingels en hoog opgaand groen toe langs de kavelgrenzen. De enkele boerderijen zijn uitgegroeid tot campings met voornamelijk stacaravans en chalets. De parken liggen in een kleinschalig coulissenlandschap en zijn gesitueerd langs de Harderwijkerweg (de meeste parken liggen ten zuiden hiervan). De recreatieterreinen richten zich voornamelijk op het Veluwemassief, hier beginnen naast de fietsroutes ook de ruiterpaden. Door ligging aan de Harderwijkerweg en de korte afstand tot de snel- en spoorweg kunnen toeristen vanuit dit overgangsgebied ook afreizen naar andere gemeentes, steden en toeristische trekpleisters. Doordat het Veluwemassief onderdeel is van het Natura 2000 gebied en de Gelderse Natuur Netwerk (GNN)
17
liggen deze parken direct aan een natuurgebied, waardoor rekening moet worden gehouden met de natuurwaarde. In het gebied zal er rekening gehouden moeten worden met enkele milieuaspecten. Door de nabijheid van de spoor- en snelweg, en tevens de motorcrossbaan zitten enkele recreatieterreinen in geluidszones. Dat betekent dat deze parken naar verwachting soms ook hinder ondervinden van het geluid en dat mogelijke andere gevoelige functies op deze parken niet mogelijk zijn. Door het gebied lopen diverse gasleidingen. Er liggen 6 recreatieterreinen binnen de obstakelvrijezone en dus in de directe nabijheid van de leidingen. Deze leidingen vragen aandacht wanneer er sprake is van een veranderend gebruik in de directe omgeving van de leidingen (breedte afhankelijk van type gasleiding). Dit gaat over het groepsrisico, het aantal personen die binnen deze zone verblijven. 6.3.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ Het Overgangsgebied West heeft een lage omvang en ongunstige draagkracht. De omvang van verblijfsrecreatie lijkt hier niet de primaire oorzaak van ongunstige draagkracht. Er zijn pieken bij natuur en milieu en de leefbaarheid in Hulshorst is laag tot gemiddeld. Verblijfsrecreatie mag zich vanwege ongunstige draagkracht niet verder ontwikkelen, voordat de draagkracht (leefbaarheid inwoners en overlast in natuur) is verbeterd.
Er moet echter nader worden bekeken wat de oorzaak van de beperkte draagkracht is; is dat de verblijfsrecreatie, of groeiende overlast van dagrecreanten of juist een (te) beperkt profijt bij inwoners? Initiatieven voor nieuwe initiatieven in principe niet wenselijk, tenzij de draagkracht (leefbaarheid) verbetert en dit geen nadeel heeft voor de natuur.Vanuit de afnemende recreatieve aantrekkelijkheid wordt hier gewerkt aan transformatie van enkele parken. 6.4 Cluster 4: Centraal Veluws Natuurgebied Het Centraal Veluws Natuurgebied, hierna CVN genoemd, is het vierde cluster. Dit deelgebied telt twaalf vakantieparken. Volgende paragrafen geven een beeld van het gebied, omvang van het toeristisch verblijfsproduct en belangrijkste opgaven vanuit het omvang- en draagkrachtonderzoek. 6.4.1 Conclusie parkenatlas De recreatieparken in het CVN liggen in de bosrijke omgeving van het Veluwemassief. De meeste recreatieparken zijn geconcentreerd ten zuiden van Nunspeet, in het stedelijke uitloopgebied. De Veluwe is van zichzelf een toeristische trekpleister. Met de diversiteit van het landschap en de bereikbaarheid middels wandel-, fiets- en ruiterpaden is het geschikt voor diverse vakanties en dagjes uit. De recreatieterreinen richten voornamelijk op deze vormen van toerisme.
Door de korte afstand van de snel- en spoorweg kunnen toeristen vanuit het stedelijke uitloopgebied ook afreizen naar andere gemeentes, steden en toeristische trekpleisters. Enkele recreatieparken, verspreid in het bosgebied, liggen op grote afstand tot de hoofdroutes, snelweg en openbaar vervoer. Dit kan voor de parken een meerwaarde bieden voor de rust. Doordat het Veluwemassief onderdeel is van het Natura 2000 gebied en de Gelderse Natuur Netwerk (GNN) liggen deze parken direct aan een natuurgebied, waardoor rekening moet worden gehouden met de natuurwaarde. Bij de recreatieparken in het stedelijke uitloopgebied zal er rekening gehouden moeten worden met enkele milieuaspecten. Door de nabijheid van de spoor- en snelweg, en tevens de motorcrossbaan zitten enkele recreatieterreinen in deze geluidszones. Dat betekent dat deze parken naar verwachting soms ook hinder ondervinden van het geluid en dat mogelijke andere gevoelige functies op deze parken niet mogelijk zijn.
18
6.4.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ Het Centraal Veluws Natuurgebied heeft een hoge omvang en ongunstige draagkracht. De balansopgaven zijn hier verkeersdrukte, foutief parkeren in bermen bij natuurgebieden, verstoring van natuur en overbelasting door bezoekers. Toeristische omvang mag in dit cluster niet toenemen. De draagkracht moet hier (eerst) worden versterkt. Het gaat om een aantal structurele problemen aangaande de natuur en een aantal piekbelastingen rondom (milieuvriendelijke) mobiliteit en kwaliteit van de openbare ruimte. In principe zijn nieuwe initiatieven in dit gebied niet mogelijk. 6.5 Cluster 5: Agrarische enclave Elspeet Cluster vijf is een van de agrarische enclaves. De agrarische enclave Elspeet tel negen vakantieparken. Volgende paragrafen geven een beeld van het gebied, omvang van het toeristisch verblijfsproduct en belangrijkste opgaven vanuit het omvang- en draagkrachtonderzoek. 6.5.1 Conclusie parkenatlas De enclave Elspeet is een halfopen gebied met veel verspreide bebouwing en opgaande beplanting. Tussen de kern Elspeet tot aan de bosrand liggen open akkercomplexen en enken. De meeste recreatieparken bij Elspeet liggen verspreidt en tegen de randen van het bosgebied aan.
6.5.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ De Agrarische enclave Elspeet heeft een lage omvang en een gunstige draagkracht. De fysieke draagkracht is wat minder gunstig door enkele piekbelastingen, er spelen hier echter geen grote balansopgaven. Wel moet nadrukkelijk gekeken worden of de ontwikkelingen in dit deelgebied niet bijdragen aan de verhoging van de druk in het omliggende Centraal Veluws Natuurgebied. In dit cluster is geen (grote) balansopgave. Vanuit de draagkracht bezien is er geen belemmering voor groei verblijfsrecreatie. Wel moet er aandacht zijn voor de piekbelastingen. Voorwaarde: ontwikkeling draagt bij aan kwaliteit en diversiteit en vindt plaats zonder afbreuk te doen aan de draagkracht van de leefomgeving of de leefbaarheid, hierbij is de zondagsrust een zeer belangrijk punt voor de draagkracht.. In dit cluster zijn initiatieven voor nieuwe parken eventueel mogelijk. Bij alle ontwikkelingen dienen piekbelastingen op de natuur (ook binnen het CVN), mobiliteit en openbare ruimte worden voorkomen. 6.6 Cluster 6: Agrarische enclave Vierhouten Agrarische enclave Vierhouten is het zesde cluster. Dit deelgebied telt zeven vakantieparken. Volgende paragrafen geven een beeld van het gebied, omvang van het toeristisch verblijfsproduct en belangrijkste opgaven vanuit het omvang- en draagkrachtonderzoek.
6.6.1 Conclusie parkenatlas De agrarische enclave rond Vierhouten heeft een landelijke sfeer met dorpsboerderijen, zwaar loofhout en landbouwpercelen. Vanuit het bosgebied kom je vrijwel direct in de kern. De hooilanden en akkercomplexen lopen door tot de kern waardoor de relatie tot het landschap groot is. De recreatieterreinen liggen in deze open complexen tussen de kernen en het bosgebied. Doordat deze zone bij Vierhouten klein is liggen de recreatieparken tegen de kern aan. 6.6.2 Conclusie en belangrijkste opgave ‘Omvang en draagkrachtonderzoek’ De Agrarische enclave Vierhouten heeft een hoge omvang en ongunstige draagkracht. De balansopgaven in dit gebied zijn verkeersdrukte, overlast van parkeren, verstoring van de natuur en overbelasting door het aantal bezoekers. 19
Toeristische omvang zou in dit cluster het liefst afnemen. Dit geldt vooral voor omgeving Vierhouten (hier is ‘an sich’ wel draagvlak voor toerisme, alleen niet in deze mate). Het gaat om een aantal structurele problemen aangaande de leefbaarheid en natuur en een aantal piekbelastingen rondom (milieuvriendelijke) mobiliteit en kwaliteit van de openbare ruimte. Vanuit draagkracht is er geen ontwikkelruimte, maar parken hebben om vitaal te blijven soms ontwikkelruimte nodig. Daarom moet gekeken worden hoe op slimme wijze ruimte geboden kan worden aan parken (bijvoorbeeld verdunning met kwaliteit; uitruil van gronden). In dit cluster zijn initiatieven voor nieuwe verblijfsrecreatie niet wenselijk, ook geen kleinschalige initiatieven. De agrarische enclave is tevens een buffer van het dorp naar het Centraal Veluws Natuurgebied waar de verhoging van druk (omvang) zeker ook niet wenselijk is.
Bijlage 1: Pakketten (ontwikkelperspectieven)
20
21