CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6a Zienswijzennota bestemmingsplan Weversweg fase 2 geanonimiseerd

Commissie Ruimte en Wonen 11 maart 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weversweg fase 2.17.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ZIENSWIJZENNOTA

GEMEENTE

BESTEMMINGSPLAN

WEVERSWEG

NUNSPEET

Team Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting Februari

2024

FASE 2

1.

INLEIDING

Deze zienswijzennota geeft de resultaten weer van de zienswijzenprocedure die is gehouden voor het (ontwerp)bestemmingsplan Weversweg fase 2 (NL.IMRO.0302.BP01210-ow01) te Hulshorst. Het

ontwerp van het bestemmingsplan Weversweg fase 2 heeft van 23 augustus 2023 tot en met woensdag 4 oktober 2023 ter inzage gelegen Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijzen kenbaarte maken. Van één en ander is openbare kennisgeving gedaan in de Nunspeter Huis aan Huis en via het Gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl. Tijdens bovengenoemde termijn zijn acht

zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en zijn ontvankelijk. In deze nota wordt in hoofdstuk 2 per zienswijze een samenvatting en beantwoording weergegeven.

Ingediende zienswijzen

Zienswijze- | Indiener

nummer

Ontvangstdatum

zienswijze

| Pagina

zienswijzennota

'

(geanonimiseerd) I —

í

(geanonimiseerd) e —

:

(geanonimiseerd) e —

/

4

(geanonimiseerd)

3 oktober 2023

17

5

(geanonimiseerd)

3 oktober 2023

37

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

’

(geanonimiseerd) o —

í

2.

BEHANDELING

INGEKOMEN

ZIENSWIJZEN

1

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) ntvangen op 22 september 2023. Samenvatting Ad1

De ingediende zienswijze heeft betrekking op het noordelijk deel van het plangebied, het gebied waarin de 10 rug-aan-rugwoningen zijn gesitueerd. Indiener voert aan dat zijn cliënt vreest voor onder andere een vermindering van het uitzicht. Ook zal

cliënt schade lijden in de vorm van waardevermindering van zijn onroerend goed en vermindering van het woon- en leefgenot door de voorgenomen ontwikkeling. Ad2

Indiener voert aan dat zijn cliënt in 2019 een perceel gelegen nabij het plangebied heeft gekocht. Doorslaggevend voor deze keuze was het feit dat vanuit het perceel een prachtig en verstrekkend

uitzicht bestaat over de aanliggende agrarische gronden. Indiener geeft aan dat zijn cliënt onaangenaam verrast was door het ontwerpbestemmingsplan Weversweg fase 2. Indiener voert aan dat de sociale huurwoningen vanwege hun ligging en omvang,

het vrije uitzicht vanuit de woning van cliënt geheel doen verdwijnen. Indiener benadrukt namens zijn cliënt dat hij het perceel nooit van de gemeente gekocht zou hebben als hij destijds was geïnformeerd over de beoogde ontwikkelingen. Indiener geeft aan dat zijn cliënt de 10 sociale huurwoningen het liefst elders in het plangebied gerealiseerd ziet worden. Indien dit niet mogelijk is stelt de cliënt voor het bouwvlak en de woonbestemming een kwartslag te draaien en verder naar het noorden te plaatsen waardoor uitzicht behoudt.

Ad3

Indiener voert aan dat indien (en slechts als) het onderbouwd onmogelijk is om medewerking te verlenen aan het verplaatsen van het bouwvlak cliënt een ander voorstel heeft.

In het geval dat de locatie van de voorziene woningen ongewijzigd blijft, stelt cliënt voor dat er een hoge, bladhoudende haag met instandhoudingsplicht in de planregels én op de plankaart wordt opgenomen. Cliënt stelt de groenstrook tussen zijn woning en de voorziene woningen voor als locatie voor deze hoge, bladhoudende haag. Door een haag wordt het zicht op de voorziene woningen in ieder geval enigszins beperkt.

Indiener geeft aan dat zijn cliënt zeer sterk wil benadrukken dat zijn voorkeur uitgaat naar het verplaatsen van het bouwvlak van de voorziene woningen. Slechts als dit onderbouwd onmogelijk is, ziet cliënt het planologisch vastleggen en plaatsen van een hoge, bladhoudende haag als een weinig bevredigende manier om het grote verlies van zijn uitzicht nog enigszins e beperken. Ondanks dat cliënt dan vanuit de woning tegen een haag zal aankijken, verkiest hij dit uitzicht boven de stenen gevel van de nieuwe woningen. Reactie

Ad1

Indiener voert aan dat hij bang is voor een vermindering van het uitzicht. De nieuw te bouwen woningen komen op een ruime afstand van de woning van indiener (minimaal ca.

17 meter) en worden ruimtelijk ingepast door het aanplanten van groen. Het is juist dat het uitzicht vanuit de woning van indiener wijzigt, maar daarbij is geen sprake van een onevenredige inbreuk of vermindering van het uitzicht die in de weg staat aan de vaststelling van dit plan. Wij zien eveneens geen aanknopingspunten voor de stelling dat sprake is van onevenredige schade, die maakt dat het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld. Als indiener meent dat zijn woning in waarde vermindert, dan kan hij daarvoor na inwerkingtreding van het bestemmingsplan, een verzoek om planschade indienen.

Ad2

Indiener voert aan dat hij in 2019 een perceel gelegen nabij het plangebied heeft gekocht waarbij het

vrije uitzicht doorslaggevend was voor de koop van de woning. Uit het bestemmingsplan Weversweg Hulshorst (NL.IMRO.0302.BP01008-vg01) uit 2009 blijkt dat de gronden ten westen en zuiden van Weversweg fase 1 in beeld waren voor woningbouw (zie paragraaf 2.2 van de toelichting bij dit bestemmingsplan). Ook in bijlage A bij de toelichting van dit bestemmingsplan is beschreven dat de agrarische grond gelegen in het plangebied in de toekomst

gebruikt kan worden ten behoeve van uitbreiding van de woonwijk. Opgemerkt wordt: ‘Op de bestemmingsplankaart heeft een groot deel de bestemming Agrarisch. Wat wordt er met deze grond van de gemeente gedaan? Deze grond kan wellicht in de toekomst worden gebruikt voor uitbreiding van de woningbouw. Nu zal deze grond niet bebouwd worden, aangezien eerst archeologisch vervolgonderzoek is vereist, wat de nodige tijd in beslag zal nemen.’ (onderdeel 10 van

bijlage A bij de toelichting) Verder bestaat er in Nederland geen recht op een blijvend vrij uitzicht.

De onderhavige locatie is een

inbreidingslocatie, die gelet op de toelichting bij het bestemmingsplan Weversweg Hulshorst, mogelijk ontwikkeld zou worden. In dat wat de indiener aanvoert zien wij geen reden om het bestemmingsplan niet vast te stellen.

Locatie rug-aan-rugwoningen Indiener verzoekt verder of de 10 rug-aan-rugwoningen elders in het plangebied gerealiseerd kunnen worden. In het ontwerp dat is opgesteld voor Weversweg fase 2 is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande woningen rondom het plangebied.

Overgangen tussen de bestaande bebouwing en

de nieuw te realiseren bebouwing in het plangebied worden op een zo goed mogelijk wijze ingepast, bijvoorbeeld door het aanplanten van groen. De bestaande zichtlijnen worden zoveel mogelijk in stand gehouden en vormen een van de lijdende principes voor het ontwerp van voorliggend plan. Het aanpassen van ontwerp en het verplaatsen van de rug-aan-rugwoningen elders in het plangebied is dan ook niet wenselijk

Draaiing bouwblok Ten aanzien van de door de indiener gewenste draaiing van het bouwblok van de rug-aanrugwoningen merken wij op dat dit om diverse redenen niet wenselijk is. Het draaien van het bouwblok zorgt ervoor dat er veel minder ruimte ontstaat voor parkeerplaatsen. Hiermee wordt niet meer voldaan aan de parkeernorm en is daarom niet mogelijk. Alle woningen dienen op een goede en

veilige manier ontsloten te kunnen worden. In de door de indiener voorgestelde opzet is meer verharding nodig. Deze verharding ligt meer in het zicht en leidt tot minder ruimte voor groen. Een ander nadeel aan de door de indiener voorgestelde variant is de bezonning

van de woningen.

Wanneer het bouwvlak een kwartslag wordt gedraaid hebben de zuidelijk georiënteerde woningen kans op voldoende zonuren, maar de noordelijk georiënteerde woningen hebben allerminst voldoende

zonuren. Het draaien van het bouwblok is ook om deze reden onwenselijk. In de huidige variant (zoals opgenomen in het bestemmingsplan) is er tussen de parkeerplaatsen voldoende ruimte om groen toe te voegen en daarmee kan er voldoende kwaliteit voor deze woningen worden gecreëerd. Hierin is de bezonning van de woningen evenredig verdeeld: ochtend- of avondzon, en dus een deel van de middag aan beide kanten Ad3

Indiener voert in zijn zienswijze aan dat als de locatie van de voorziene woningen ongewijzigd blift, hij graag een hoge, bladhoudende haag met instandhoudingsplicht in de planregels én op de plankaart wordt opgenomen.

De nieuw te bouwen rug-aan-rugwoningen oriënteren zich vanuit stedenbouwkundig oogpunt gezien richting Weversweg fase 1. Wanneer er een hoge bladhoudende haag wordt geplaatst, worden deze woningen dermate afgeschermd dat deze connectie tussen de nieuw te bouwen rug-aan-rugwoningen en het openbaar gebied verdwijnt. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt en ook vanuit veiligheidsoogpunt onwenselijk. Bovendien is een hoge haag vanuit bezonningsoogpunt onwenselijk.

Wij

kunnen

wel

medewerking

verlenen

aan

de aanplant

van

een

(lage,

maximaal

1 meter

hoge)

bladhoudende haag in de voortuinen van de nieuw te bouwen rug-aan-rugwoningen grenzend aan de Braambosch

De combinatie van de nieuw aan te planten haag met de bestaande bomen zorgt ervoor dat het zicht

op de nieuwe rug-aan-rugwoningen beperkt blijft. De

nieuw

aan

te

planten

haag

in de

voortuinen

van

de

rug-aan-rugwoningen

grenzend

aan

Braambosch wordt opgenomen op de Verbeelding van het bestemmingsplan. Conclusie

Verbeelding: Planregels: Toelichting:

_ opnemen haag in voortuinen rug-aan-rugwoningen grenzend aan de Braambosch. _ opnemen voorwaardelijke verplichting voor instandhouding haag. _ geen wijzigingen.

de

(geanonimiseerd) Samenvatting Ad1

Indiener geeft aan dat in de planvorming is besloten geen woningen te bouwen aan het Molenpad maar in plaats daarvan het aantal woningen elders in het plangebied te verhogen. Indiener maakt bezwaar tegen het aantal woningen. Ook voert indiener aan dat er te weinig parkeergelegenheid en te weinig plek voor groen is in het plan. Ad2

Indiener voert aan dat het weiland waar gebouwd gaat worden onderdeel uit maakt van het jachtgebied van een steenuil. Indiener geeft aan dat een steenuil een ernstig bedreigde diersoort is. Ad3

Tenslotte geeft indiener aan zich niet gehoord te voelen en wil graag in gesprek met de gemeente om zijn wensen kenbaar te maken. Reactie Ad1

Aantal woningen Indiener geeft aan dat in de planvorming is besloten geen woningen te bouwen aan het Molenpad maar in plaats daarvan het aantal woningen elders in het plangebied te verhogen. Ten opzichte van eerdere versies van het ontwerp voor het bestemmingsplan Weversweg fase 2 is het totaal aantal woningen verlaagd; van ruim 40 woningen naar 37 woningen. Dit aantal woningen is

passend bij de grootte van het plangebied en bij de grootte van Hulshorst. Parkeren

Ten aanzien van het parkeren merken wij op dat het plan voldoet aan de gestelde parkeernormen. Met het betreffende initiatief vergroot als een gevolg van het toevoegen van 37 woningen de parkeerbehoefte. Om aan te tonen dat het plan voorziet in voldoende parkeerruimte, wordt

aangesloten bij de normen zoals opgenomen n de Parkeernota Nunspeet 2014. Deze Parkeernota is ook als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan gevoegd. Navolgende tabel geeft een berekening van de toekomstige parkeerbehoefie. [Type woning

[Beoogd

_

[Parkeernorm

Benodigd aantal parkeerplaatsen

|aantal

[Twee-onder-een-kapwoning

|6

24

144

|Rijwoning

|21

2,2

|46,2

[sociale huurwoning

10

18

18

[fotaal

786

Navolgende tabel toont het aantal parkeerplaatsen waarin het plan voorziet. Deze parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk geclusterd in parkeerkoffers. Bij drie van de vier de hoekwoningen van de rijwoningen en bij de twee-onder-één-kap woningen is ruimte voor parkeren op eigen terrein.

|Type parkeerplaats

|Beoogd aantal

|Parkeernorm

[Totaal aantal parkeerplaatsen

[Regulier

|67

ij

|7

Langeopritmetgarage

|9

13

147

[Totaal

[78,7

Gelet op het voorgaande voorziet het plan in voldoende parkeerplaatsen om e voorzien in de parkeerbehoefte.

Zoals reeds aangegeven zijn de bestaande wegen in Weversweg fase 1 (Braambosch en Vlakken Eng richting de Harderwijkerweg) qua capaciteit toereikend voor het toevoegen

van 37 extra woningen

in

het plangebied. Navolgende

tabel toont

een

indicatie van

het totaal aantal

verkeersbewegingen

in de

toekomstige

situatie. Omdat in de huidige situatie geen verkeersaantrekkende functies in het plangebied gevestigd zijn, betreft navolgende tabel tevens de totale toename aan verkeersbewegingen, gemiddeld per dag Er is uitgegaan van 'Niet stedelijk! gebied met ligging in 'Rest bebouwde kom'.

Type woning

Aantal

|Maximaal aantal verkeersbewegingen

|Totaal

Koop, twee-onder-een-kap

|6

82

49,2

Koop, tussenhoek

21

78

1638

Sociale huur

10

6

60 273

Naast de focus op gemotoriseerd verkeer wordt ook aandacht besteed aan voetpaden en verbindingen voor langzaam verkeer binnen het plangebied. Dit draagt bij aan een evenwichtige verdeling van verkeersstromen.

In het ontwerp van Weversweg fase 2 is ook een extra ontsluiting ingetekend voor langzaam verkeer (fiets- en voetgangers) richting het Molenpad. Hiermee worden de verkeersstromen in het plangebied nog beter gescheiden. Ook is er vanuit Weversweg fase 1 reeds een doorgang voor langzaam verkeer richting de kern van Hulshorst. De aanwezigheid van meerdere ontsluitingen voor langzaam verkeer geeft aan dat er alternatieve routes

beschikbaar zijn voor deze verkeersdeelnemers, waardoor de verkeersdruk op specifieke wegen in het plangebied niet onevenredig toeneemt. Binnen

het

plangebied

worden

erftoegangswegen

opgenomen,

die

vooral

bedoeld

bestemmingsverkeer. Dit draagt bij aan het minimaliseren van de impact op doorgaand benadrukt het type van de bestaande wegen voor hun specifieke functie.

zijn

voor

verkeer en

Wij merken dan ook op dat de bestaande wegen voldoende capaciteit hebben om de toegenomen verkeersgeneratie als gevolg van het nieuwe project te accommoderen. Het gebruik van meerdere wegen, erftoegangswegen en aandacht voor verschillende verkeersstromen draagt bij aan een evenwichtige verkeersstructuur binnen het plangebied.

Groene inpassing Ten aanzien van de groene inpassing van het plan merken wij op dat bij het opstellen van het ontwerp voor het bestemmingsplan Weversweg fase 2 rekening is gehouden met het aanbrengen van nieuw aan te planten groen. Een van de uitgangspunten is juist dat de nieuwe wijk een groen karakter moet hebben.

Op het ontwerp is te zien dat er veel ruimte is voor groen. Er is aandacht voor biodiversiteit, bijvoorbeeld door het aanplanten van verschillende soorten planten en bomen. Op dit moment is het plangebied in gebruik als grasland. Het plangebied is langdurig bemest geweest in het verleden. Door het toevoegen van verschillende soorten planten, hagen en bomen wordt ruimte geboden voor meer biodiversiteit. Wij menen dan ook dt het bestemmingsplan voorziet in een zorgvuldige landschappelijke/groene inpassing. Ad2

Indiener merkt op dat in het plangebied een beschermde diersoort — de steenuil — aanwezig is. De mogelijke gevolgen van het plan ten aanzien van soortenbescherming zijn getoetst in de Quickscan Wet natuurbescherming welke als bijlage 8 is opgenomen bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan.

In de omgeving van het plangebied zijn nestplaatsen van de steenuil vastgesteld. Eén van de nestplaatsen van steenuil, in een tuin direct naast het plangebied, bevindt zich binnen de

invloedssfeer van de werkzaamheden. De functionaliteit van deze verblijfplaats gaat mogelijk gedeeltelijk of geheel verloren. Om effecten zoveel mogelijk te voorkomen zijn mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig. In dit kader worden minimaal twee nieuwe nestkasten in reeds geschikt leefgebied geplaatst in of in de directe omgeving van het huidige territorium. Om concurrentie met andere steenuilen te

voorkomen, kunnen nestkasten alleen worden opgehangen op plaatsen waar geen territoria van andere steenuilen aanwezig zijn (BIJ12, 20172). De maatregelen zijn uitgewerkt in een activiteitenplan welke is ingediend bij het aanvragen van een ontheffing krachtens de Wet Natuurbescherming (provincie is bevoegd gezag). Dit activiteitenplan is voorzien van een onderbouwing. Als het bevoegd gezag akkoord gaat hiermee, verleent deze de

ontheffing. Er is gezien het onderzoek geen reden om aan te nemen dat, indien de te treffen maatregelen worden genomen, de ontheffing niet verkregen zou kunnen worden. Gelet op het voorgaande is het bestemmingsplan uitvoerbaar met betrekking tot soortenbescherming. Ad3

Indiener geeft aan zich niet gehoord te voelen en wil graag n gesprek met de gemeente om zijn wensen

kenbaar

te maken.

Vanaf december 2021 s er een uitgebreid participatietraject doorlopen met direct omwonenden van het plangebied, zo ook met indiener. Er hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden met direct omwonenden van het plangebied van Weversweg fase 2 waarin is gesproken over voorliggend initiatief.

Naar aanleiding van deze gesprekken s het schetsontwerp meerdere malen op diverse punten aangepast. In onderstaande alinea's wordt het doorlopen participatieproces toegelicht. In december 2021 is het project Weversweg fase 2 formeel gestart. In deze maand zijn alle omwonenden van het plangebied middels een brief op de hoogte gesteld van de voorgenomen

ontwikkelingen, is de projectwebsite gepubliceerd en een persbericht verspreid. In de brief i ook de gelegenheid geboden aan omwonenden om zich aan te melden voor een persoonlijk gesprek. Tijdens dit gesprek konden bewoners zich laten informeren over het project maar ook aangeven welke kansen of juist zorgen er leefden. Een aantal bewoners van de Klarenweg en het Molenpad heeft aangegeven gezamenlijk in gesprek te willen gaan met de Gemeente Nunspeet, ditzelfde geldt voor een vijftal bewoners van de Vlakken Eng. Ook een aantal omwonenden

van de Klarenweg

en het Molenpad

hebben aangegeven

gezamenlijk

gebruik te willen maken van de mogelijkheid om in gesprek te gaan over het project Weversweg fase 2.

Op 14 februari 2022 heeft er — vanwege Covid — via MS Teams een overleg plaatsgevonden met vijf omwonenden van de Klarenweg en het Molenpad. Voor de omwonenden van de Vlakken Eng is op 19 januari 2022 een online bijeenkomst georganiseerd. Naar aanleiding van de online gesprekken met de omwonenden van de Vlakken Eng, de Klarenweg en het Molenpad is het eerste schetsontwerp, dat was opgesteld, nader uitgewerkt.

Ook is gekeken naar hoe tegemoet gekomen kon worden aan de wensen van de omwonenden. Zo is de bebouwingsdichtheid n het aangepaste schetsontwerp verlaagd ten opzichte van het eerste schetsontwerp. Ook is er in de uitwerking van het schetsontwerp meer aandacht voor een betere overgang tussen de bestaande bebouwing en het nieuwe plangebied.

Tijdens de online overleggen welke zijn gevoerd met een aantal omwonenden van de Vlakken Eng, de Klarenweg en het Molenpad is door de omwonenden aangegeven dat zij graag op de hoogte gehouden wilden worden van de voortgang van het project. Ook werd door de aanwezigen aangegeven dat zij graag nogmaals in gesprek wilden nadat het schetsontwerp was aangepast

Om de omwonenden bij te praten over de aanpassingen in het schetsontwerp en de voortgang van het project toe te lichten is op woensdag

6 juli 2022

een

informatieavond

georganiseerd.

Deze avond

is

opgesplitst in twee delen, een voor de omwonenden van de Klarenweg en het Molenpad en een voor de omwonenden van de Vlakken Eng. Er is bewust gekozen voor het opdelen van de avond om op die manier zo goed mogelijk recht te doen aan ieders belangen. Naar aanleiding van de informatieavond is het ontwerp opnieuw aangepast. Zo is de groenstrook achter de bestaande woningen aan de Klarenweg en het Molenpad op verzoek van de omwonenden

doorgetrokken over de volledige breedte zodat er een betere overgang ontstaat tussen de nieuw te bouwen woningen en de bestaande bebouwing. Ook is de indeling van het ontwerp aangepast zodat de bestaande bebouwing meer grenst aan openbare ruimte (groen of parkeerplaatsen) in plaats van huizen.

Indiener heeft deelgenomen

aan de hierboven beschreven contactmomenten van 14 februari 2022 en

6 juli 2022. Naar aanleiding van ingebrachte ideeën/bezwaren is zoals eerder uiteengezet het plan op diverse punten aangepast. Gelet hierop zijn wij van mening dat er een robuust participatietraject is doorlopen en dat indiener en andere betrokkenen voldoende in de gelegenheid gesteld zijn om te worden gehoord over de plannen. Conclusie

Verbeelding: Planregels: Toelichting:

_ Geen aanpassingen _ Geen aanpassingen _ Geen aanpassingen

10

3.

(geanonimiseerd) Ér\tvangen op 2 oktober 2023 (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

*Zienswijzen is ingediend namens twee buren. ** Indiener 1 betreft ** Indiener 2 betref

Samenvatting Ad1

Indieners* geven aan dat het ontwerpbestemmingsplan het woongenot van direct omwonenden in ernstige mate belemmert. Indiener 1** voert aan dat zij in 2018 navraag heeft gedaan bij de wethouder over omliggende gronden. Indiener 1 geeft aan destijds als antwoord te hebben gekregen dat op de gronden zeker geen woningbouw zou gaan plaatsvinden.

Indiener 2*** geeft aan zijn woning aan de Vlakken Eng in 2020 gekocht te hebben. Tijdens het jaar van aankoop was geenszins duidelijk dat de gemeente het voornemen had om tot bebouwing over te gaan.

Indieners geven aan dat het nu voorliggende plan het uitzicht voor een zeer groot gedeelte schaadt, nog afgezien van de bouwoverlast de komende jaren. Ad2

Indieners geven aan dat in de rapporten die zij hebben bestudeerd, voorbij wordt gegaan aan het belang van de omwonenden tot het behouden van het zicht op het landschap.

Indieners refereren aan het huidige bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst waarin is opgenomen dat het dorpse karakter grotendeels voort komt uit de alomtegenwoordigheid van het landschap. Daarom wordt de openheid van de omgeving nadrukkelijk in het plangebied voelbaar gemaakt. Met name in zuidelijke richting, maar ook in westelijke richting opent de bebouwing zich, waardoor het contact met het landschap vanuit het hart van de buurt tot stand wordt gebracht.

Indieners stellen dat met de realisatie van Weversweg fase 2 de motivering op basis waarvan het huidige bestemmingsplan is goedgekeurd, volledig teniet gedaan wordt. In het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst is opgenomen dat lange lijnen in noord-zuidrichting de dragers vormen van de hoofdstructuur. Deze lijnen hebben soms een landschappelijk karakter en

zijn soms van verkeerskundige aard, maar altijd zijn zij ervaarbaar in de gehele buurt. Indieners stellen dat de lange lijnen juist de aantrekkelijkheid van de huidige inpassing vormen en daarom in stand moeten blijven. Ad3

Indieners refereren aan het Streekplan van de provincie Gelderland uit 2005 en het kwalitatief

Woonprogramma en stellen dat met de realisatie van Weversweg fase 2 de kwaliteiten zoals verwoord in deze plannen volledig wordt aangetast. Indieners bedoelen hiermee onder andere dat het gebied een archeologische vindplaats betreft en dat het gebied onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur. Ad4

Indieners voeren een paragraaf aan uit het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst over de luchtkwaliteit. Indieners geven aan dat ondanks de constatering dat de uitstoot beneden de grenswaarden zal blijven (theoretisch) de luchtkwaliteit bij de uitvoering van het plan Weversweg fase 2 zal verslechteren. Deze constatering draagt niet bij aan het gewenste draagvlak. Conclusie is dat de omwonenden geen baat hebben bij de realisatie. Ad5

Indieners voeren aan dat in het ontwerp van Weversweg fase 2 de ontsluiting van het plan is voorzien via de Braambosch naar de Harderwijkerweg. Wat echter niet wordt vermeld, is dat de ontsluiting van het nieuwbouwgebied volledig naar de Vlakken Eng zal plaatsvinden. Naar mening van indieners is de 11

Vlakken Eng alleen toegerust op de ontsluiting van de huidige woonwijk en volstrekt onvoldoende van capaciteit en wegbreedte voor de geplande ontsluitingen. Daarbij kunnen gevaarlijke situaties

ontstaan bij het in- en uitrijden naar de Braambosch, aangezien dit een kinderrijke buurt is en er geen snelheid belemmerende voorzieningen zijn aangebracht. Ook is de wegbreedte t.p.v. de ontsluiting nabij Vlakken Eng 7-9 zodanig dat er een scherpe bocht gemaakt moet worden om naar de Braambosch te kunnen rijden. Dat leidt weer tot de conclusie dat er na de realisatie geen parkeergelegenheid meer kan bestaan aan de Vlakken Eng aangezien de wegbreedte dat niet toelaat. Verder is de impact voor de directe omwonenden groot doordat in het donker de verlichting van het

passerend verkeer in de woningen schijnt, waardoor overlast ontstaat, dit aldus indieners. Ad6

Indieners refereren aan de bestemmingsplanregels van het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst. Hierin is beschreven dat een deel van het agrarische gebied agrarisch blijft en ook op die manier is bestemd. Er zijn op deze gronden geen gebouwen toegestaan en er mogen slechts

beperkte bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. In de planregels is een aanlegvergunningvereiste opgenomen voor het uitvoeren van werkzaamheden. Indieners geven aan dat de toenmalige regels en voorwaarden uit het vastgestelde bestemmingsplan teniet gedaan met de ontwikkeling van het voorliggende plan Weversweg fase 2.

Indieners zijn van mening dat de beoogde planvorming op diverse onderdelen niet aansluit op de voorwaarden waaronder in 2010 het huidige bestemmingsplan is vastgesteld. Met de realisatie van het ontwerp wordt het woongenot zeer aanzienlijk beperkt en treedt langjarige overlast op voor de omwonenden. Ad7

De toename van de verkeersbewegingen alsmede de geplande ontsluitingen zijn volstrekt onvoldoende onderzocht en zullen voor overbelasting van de Vlakken Eng en de Braambosch zorgen aldus de indieners. Zij zijn dan ook van mening dat het voorliggende plan onvoldoende is doordacht en vormgegeven en ontoelaatbaar afwijkt van het vigerende bestemmingsplan. Reactie Ad1

Indiener voert aan dat zij in 2018 navraag heeft gedaan bij de wethouder over omliggende gronden. Indiener geeft aan destijds als antwoord te hebben gekregen dat op de gronden zeker geen woningbouw zou gaan plaatsvinden.

Naar aanleiding van de opmerking van indiener is intern navraag gedaan over desbetreffende uitspraak. Deze uitspraak wordt niet herkend.

Indiener merkt verder op dat tijdens de aankoop van de woning in 2020 geenszins duidelijk was dat de gemeente het voornemen had om tot bebouwing over te gaan. In reactie op dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar onze reactie bij zienswijze 1, onder ad2. Ad

2

Indieners stellen dat de zichtlijnen op het omliggende landschap teniet worden gedaan. Bij het opstellen van het ontwerp voor Weversweg

fase 2 is zoveel mogelijk rekening gehouden met

de bestaande lijnen zoals deze ook in het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst zijn beschreven.

De belangrijkste uitgangspunten voor het stedenbouwkundig concept voor voorliggend initiatief zijn: De nieuwe buurt oriënteert zich op Weversweg fase 1. Door in het noordoosten van het gebied de hoogste dichtheid te realiseren en deze naar het zuidwesten te laten aflopen, sluit de bebouwing op logische wijze aan op de kern. - _ Het dorpse karakter wordt benadrukt door de openheid van de omgeving nadrukkelijk in het

-

plangebied voelbaar te maken. Met name in zuidelijke richting, maar ook n westelijke richting opent de bebouwing zich, waardoor het contact met het landschap vanuit het hart van de buurt tot stand wordt gebracht. Langelijnen in noord-zuidrichting vormen de dragers van de hoofdstructuur. Deze lijnen hebben soms een landschappelijk karakter en zijn soms van verkeerskundige aard.

12

- _ Korte verbindingen en looproutes in oostelijke richting, richting het dorpshuis en de kerk maken het mogelijk op een natuurlijke manier aan te sluiten op het bestaande stratenpatroon.

In onderstaande afbeeldingen zijn de zichtijnen in het plangebied weergegeven zoals deze zijn opgenomen in het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst (linker afbeelding) en in het ontwerp van het bestemmingsplan Weversweg fase 2 (rechter afbeelding). In de rechter afbeelding is te zien dat drie van de zichtijnen volledig in stand blijven (rood weergegeven in rechter afbeelding). Een zichtlijn (zwart weergegeven in rechter afbeelding) is reeds niet meer aanwezig door nieuwe bebouwing aan

de Klarenweg, welke geen onderdeel uit maakt van het bestemmingsplan Weversweg fase 2. Wel is in het ontwerp van het bestemmingsplan Weversweg fase 2 zoveel mogelijk rekening gehouden met deze zichtlijn door de achtertuinen van de woningen te laten grenzen aan deze zichtlijn waardoor een groene zone ontstaat.

Ad3

Indieners refereren aan het Streekplan van de provincie Gelderland uit 2005 en het kwalitatief Woonprogramma en stellen dat met de realisatie van Weversweg fase 2 de kwaliteiten worden aangetast. In dit kader merken zij ook op dat het gebied een archeologische vindplaats is en

onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur. Het Streekplan van de provincie Gelderland uit 2005 is niet meer actueel. Het ontwerp dat is opgesteld voor voorliggend initiatief is getoetst aan het meest recentelijke beleid van de provincie Gelderland; namelijk de provinciale verordening. Hier is voor dit gebied opgenomen dat het plangebied behoort bij het Nationaal landschap, maar

buiten het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone ligt. Ook ligt het plangebied binnen de aanduiding 'Nationaal landschap maar buiten het Gelders natuumetwerk en de Groene ontwikkelingszone', vanwege de ligging in Nationaal landschap Veluwe. Nieuwe bestemmingen die het Nationaal landschap aantasten zijn niet toegestaan. Binnen de Veluwe is het plangebied onderdeel van het deelgebied 'Randmeerkust Agrarisch'. Hierbij worden de volgende

kernkwaliteiten omschreven: "Kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en grasland. Er liggen bebouwingslinten parallel aan de hoogtelijnen.” Er zijn specifiek voor het plangebied geen [ocatie specifieke kernkwaliteiten geformuleerd. In het ontwerp van dit plan is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het nationaal landschap. Historische groenstructuren worden behouden en versterkt door de houtwallenstructuur aan te vullen,

waar de woonvelden tussen komen te liggen. Hiermee wordt het Nationaal landschap in deelgebied Randmeerkust Agrarisch niet aangetast.

13

De kernkwaliteiten worden als handvat gebruikt bij de inrichting van het plan. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de brede groenstrook

welke

is opgenomen

tussen

de nieuw te bouwen

woningen

in het

plangebied Weversweg fase 2 en het bestaande deel Weversweg fase 1. Langs de Viakken Eng en Braambosch zorgt deze groenstrook voor een groen woonlint. In de verdere uitwerking van het plan en bij de inrichting van de nieuwe wijk wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gebiedseigen soorten. Het bestemmingsplan past daarmee binnen het provinciaal beleid. Indieners voeren verder aan dat het gebied een archeologische vindplaats betreft en dat het gebied

onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur. Voor onderhavig initiatief is, gelet op de aard van de ontwikkeling en de geldende archeologische dubbelbestemmingen, archeologisch onderzoek uitgevoerd middels proefsleuven. Hierbij werden sporen van een middeleeuwse boerderij aangetroffen. Met de ontwikkeling zouden de archeologische waarden verstoord worden. Daarom is op advies van de regioarcheoloog een definitieve opgraving uitgevoerd. Deze vond plaats in week 40 van 2022. Het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) heeft

het werk uitgevoerd. Bij het onderzoek zijn sporen van twee middeleeuwse huisplattegronden aangetroffen. Daarnaast zijn een aantal kuilen en greppels aangetroffen. De verwachte waterput is niet gevonden binnen het opgravingsterrein. Met de opgraving zijn de archeologische waarden ex-situ behouden, wat inhoudt dat middels

opgraving de archeologische informatie is veiliggesteld en niet verloren is gegaan. Hiermee is recht gedaan aan de archeologische belangen. Voor zover indieners stellen dat het gebied onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofstructuur, Ís dit een onjuiste veronderstelling (zie onderstaande afbeelding). s i

etomgeeng e o e eefongeing

Kaarten

F' : i\‘ EN

‚«_g‘4‚

Ad4

Indieners voeren aan dat de luchtkwaliteit bij de uitvoering van het plan Weversweg fase 2 zal verslechteren.

Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van

het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Door de concentraties ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De volgende concentraties komen ter plaatse van de dichtstbij gelegen receptor (52584372_16065196) naar voren:

14

NOz PMi0 (stikstofdioxide) |(finstof)

PMas(finere fractie van fijnstof)

|Gemeten totale concentratie jaargemiddeide 2020 (ug/m®)

|10,2 Hgim?

145 ugin?

|78 vgAn?

orenswaarde concertratie (u9m3)

40 ugin?

40ugim?

|25 uom?

De

gemeten

grenswaarden.

concentraties

stikstofdioxide

en

(zeer)

fijn

stof

liggen

ruim

onder

de

gestelde

Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (toevoegen 37 woningen) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project concluderen wij dat dit

project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. Ad5

Indieners stellen dat uitvoering van het bestemmingsplan zal leiden tot verkeersonveilige situaties. De wegen in Weversweg fase 1 zijn ingericht overeenkomstig de inrichting horende bij een woonwijk (erftoegangswegen, 30 km/u). De bestaande wegen zijn qua capaciteit toereikend voor het toevoegen

van 37 extra woningen. De inrichting van de weg (het wegprofiel) zorgt ervoor dat er niet te hard gereden kan worden. Op het moment dat de weg verbreed wordt kan dit leiden tot ongewenste snelheidstoename.

Ook zijn ter hoogte van de reeds aanwezige speeltuin en ter hoogte van Braambosch 5 al snelheid belemmerende voorzieningen aanwezig. De zichtlijnen in het nieuwe ontwerp zijn zo gesitueerd dat er

voldoende zicht is op de openbare weg. Indieners voeren verder aan dat de wegbreedte t.p.v. de ontsluiting nabij Vlakken Eng 7-9 zodanig is dat er na de realisatie geen parkeergelegenheid meer kan bestaan aan de Vlakken Eng aangezien de wegbreedte dat niet toelaat. Aan de Vlakken Eng worden geen aanpassingen verricht.

Wanneer in de huidige situatie op de rijbaan

wordt geparkeerd, dan kan dat in de toekomstige situatie alsnog. Alleen nabij de nieuwe toerit naar de woningen is dit niet mogelijk. In het nieuwe plan worden ook extra parkeervakken gerealiseerd. De acceptabele loopafstand voor wonen tot parkeren betreft 100-200 meter. Ten aanzien van de gestelde lichtinschijning merken wij op, dat zich mogelijk enige lichtinschijning kan voordoen in de woningen aan de Vlakken Eng nrs. 5 en 7, omdat deze woningen haaks staat op de

toerit naar de nieuw de bouwen woningen. Bij andere woningen zal van lichtinschijning geen sprake zijn. Gelet op de beperkte hoeveelheid verkeer die van de nieuwe toerit gebruik zal maken, zal er geen sprake zijn van onevenredige overlast door lichtinschijning.

De aangeplante hagen in de voortuinen van Vlakken Eng nrs. 5 en 7 hebben een dermate grote omvang en hoogte dat van onevenredige overlast door lichtinschijning geen sprake zal zijn. Indien indieners na realisatie van Weversweg fase 2 overlast ervaren door lichtinschijning stellen wij voor om in overleg met indieners voor rekening van gemeente een heg of hekwerk met hedera te plaatsen Ad6

Indieners zijn van mening dat de beoogde planvorming op diverse onderdelen niet aansluit op de voorwaarden waaronder in 2010 het huidige bestemmingsplan is vastgesteld. Met de realisatie van het ontwerp wordt het woongenot zeer aanzienlijk beperkt en treedt langjarige overlast op voor de omwonenden.

Om de ontwikkeling van Weversweg fase 2 mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan opgesteld.

Het huidige bestemmingsplan maakt een dergelijke ontwikkeling niet mogelijk. Voor het bestemmingsplan Weversweg fase 2 zijn diverse onderzoeken uitgevoerd waaruit blijkt dat medewerking verleend kan worden aan de realisatie van het plan. Zoveel als mogelijk zijn uitgangspunten uit het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst overgenomen, denk hierbij aan 15

zichtlijnen, ruimtelijke opzet en uiteindelijke inrichting. perspectief is er hiermee een zorgvuldig plan opgesteld

Voor wat betreft de beperking van het woongenot

Vanuit

ruimtelijk

en

stedenbouwkundig

merken wij op dat de nieuwe woningen

op een

zorgvuldige wijze worden ingepast in de omgeving. Van een onevenredige beperking van het woongenot is dan ook geen sprake. De werkzaamheden voor de bouw van de woonwijk zullen gedurende de bouwperiode naar verwachting enige overlast met zich brengen voor direct aanwonenden. Aan de aannemer zal worden verzocht om hiervoor o0g te hebben en eventuele overlast

zoveel mogelijk te beperken. Deze mogelijke tijdelijke overlast is niet van die omvang dat het reden zou moeten zijn om het plan geen doorgang te laten vinden Ad7

Indieners menen dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de verkeersgevolgen van het bestemmingsplan Reactie:

Als reactie hierop verwijzen wij naar onze reactie ad1 bij zienswijze 2. Conclusie

Verbeelding: Planregels: Toelichting:

_ Geen aanpassingen _ Geen aanpassingen _ Geen aanpassingen

16

4

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ntvangen op 3 oktober

2023

Samenvatting Ad1

Indiener verzoekt af te zien van de vaststelling van het bestemmingsplan Weversweg fase 2 omdat het plan in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het plan voor indiener onevenredig belastend. Het woongenot van cliënt wordt aangetast en er wordt zonder onderbouwing een open

gebied vol gebouwd wat leidt tot schade aan de waarde van de woning van client. Van groot belang is ook dat in het plan de mogelijkheid wordt opengehouden om nog meer woningen dan de onderhavige woningen te bouwen. Tegen dit voornemen heeft indiener grote bezwaren. Indiener verzoekt dan ook dit voornemen niet in het plan op te nemen. Ad2

Indiener heeft op 20 juni 2017 een reserveringsovereenkomst voor een kavel getekend vlak naast het plangebied van Weversweg fase 2. Indiener was al woonachtig in Hulshorst maar heeft deze kavel gekocht vanwege de vrije ligging. Indiener heeft bij aankoop geïnformeerd of er plannen waren voor meer woningbouw. Hen is toen te kennen gegeven dat deze plannen er niet waren. Dit antwoord is in overeenstemming met het bestemmingsplan Weversweg Hulshorst d.d. 27 augustus 2009. Het is bijzonder dat er een bestemmingsplan Weversweg fase 2 in procedure wordt gebracht. Het bestemmingsplan op grond waarvan indiener de kavel hebben gekocht, was geen fase 1 plan. Van

een opdeling s fases is ook nooit sprake geweest. Nog los van de onjuiste naamgeving meent cliënt dat het onderhavige plan niet past binnen de ruimtelijke visie van de Gemeente. Indiener kan zich daarom ook niet vinden in het thans in ontwerp voorgelegde plan. Dit plan heeft voor

hen meerdere nadelige gevolgen. Ten westen en ten zuiden van de woning wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Het open karakter van de woning van indiener zal hiermee grotendeels verdwijnen. Indiener vreest ook schade als een gevolg van het plan. Zijn woning zal in waarde dalen door het verlies van het vrije uitzicht. Daarnaast hebben zij 34 zonnepanelen. Ten behoeve van deze panelen is een groenplan opgesteid. Door de bouw van met name de woningen aan de westzijde zal de opbrengst van deze panelen verminderen. Ad3

Op de voorgenomen bouw van 37 woningen is de toets aan de ladder duurzame verstedelijking van toepassing. Als indiener de toelichting goed leest is de wooncapaciteit in de Gemeente Nunspeet in evenwicht. Nieuwbouw, zoals de onderhavige, zou gelet daarop niet nodig zijn. Vanwege gestelde

planuitval meent de Gemeente dat wel aan de criteria van de ladder wordt voldaan. Indiener begrijpt niet wat met planuitval wordt bedoeld. Gesteld wordt dat alle gemeenten last hebben van uitval en dat dit daarom ook in Nunspeet het geval is, aldus indiener. Op basis van een aanname wordt het afwijken van beleid gebaseerd. Indiener meent dat dit geen afdoende onderbouwing is. Indiener stelt vast dat sprake is van strijd met de ladder van duurzame

verstedelijking Nu er sprake is van strijd met de ladder van duurzame verstedelijking past het plan ook niet binnen het regionale beleid aldus indiener. Ad4

Indiener beweert dat is toegezegd dat dit gebied niet bebouwd zou worden. Verwezen wordt naar mogelijke groei, waarvan in de woonvisie is gesteld dat indien deze zich realiseert, nieuwbouw ook mogelijk zou moeten zijn.

17

Indiener kan niet anders dan vaststellen dat de bouw op de onderhavige locatie niet is onderbouwd. Uit de toelichting blijkt ook dat de Gemeente het plan zelf gaat ontwikkelen. Dit is — gelet op de gedane

toezegging — zeer bijzonder te noemen aldus indiener. Indiener meent dat de uitbreiding op de onderhavige locatie in strijd is met gemeentelijk beleid. In ieder geval is er geen sprake van een voldoende onderbouwing en motivering. Indiener voert aan dat de Gemeente

beweert dat er een behoefte bestaat aan seniorenwoningen.

Het

plan op grond waarvan indiener de woning kocht, bevatte in eerste instantie ook seniorenwoningen. Omdat deze niet te verkopen waren, is het plan aangepast. Indiener meent derhalve dat er geen goede grondslag bestaat voor de thans voorgestelde levensloop bestendige woningen. Ad5

Indiener voert aan dat indien de Gemeente

al wenst te ontwikkelen

niet duidelijk wordt waarom

voor

deze locatie is gekozen. Mede gelet op eerder gedane toezeggingen meent indiener dat indien de Gemeente al wil ontwikkelen zij een andere locatie zal moeten zoeken. In dit kader verbaast het indiener ook dat er niet gekozen wordt voor de locatie VVE/Groen Hulshorst, maar voor de onderhavige locatie. Ad6

Indiener vraagt in het bijzonder aandacht voor paragraaf 2.2. bij de toelichting en dan met name de laatste zin bij Groen en Waterstructuur. Hier staat dat het mogelijk is dat de vrijblijvende gronden later nog worden gebruikt. Hiermee handelt de Gemeente in strijd met beginselen van een goede ruimtelijke ordening. Het kan niet zo zijn dat een

bestemming

Groen

wordt

maar

dat

in een

tussenzin

mogelijk

woningbouw

wordt

vastgesteld. U dient dit onderdeel uit de toelichting te schrappen. Voor cliënt is dit van groot belang. Ad7

Cliënt geeft aan dat er meerdere redenen bestaan om niet tot vaststelling van dit bestemmingsplan over te gaan. Om te beginnen is indiener van mening dat er geen ruimtelijk goede onderbouwing bestaat om éen van laatste groene open gebieden binnen de kern van Hulshorst te bebouwen.

Uit de plantoelichting wordt ook niet duidelijk waarom thans de noodzaak bestaat deze woningen op te richten. Het onderhavige plan lijkt niet bedoeld om de woningnood op te lossen maar om de Gemeente de gelegenheid te bieden de gronden tot waarde te brengen. In dit kader verbaast het indiener dat niet gekozen wordt voor de locatie VVE/Groen Hulshorst, maar voor de onderhavige locatie. Indiener meent dat het voorliggende plan niet past binnen de ruimtelijke uitstraling die de Gemeente wenst voor Hulshorst. Het thans voorliggende plan past niet in het buitengebied. Het ijkt eerder de bouw te worden van een Vinex wijk. De bebouwing is derhalve niet passend binnen de Gemeente. Ad8

Indiener vreest dat deze verkeersproblematiek.

vele

nieuwe

woningen

zullen

leiden

tot onveilige

situaties

maar

ook

tot

Gesteld wordt dat, omdat er ruimte is, er geen gevaarlijke situaties zullen ontstaan. Dat is een wel heel eenvoudige conclusie aldus indiener. Indiener stelt dat de Gemeente op dit punt nader onderzoek zou moeten

uitvoeren.

Er is op dit moment maar één uitweg naar de Harderwijkerweg. Dat leidt nu al tot problemen en gevaarlijke situaties. In het onderhavige plan worden deze mogelijkheden niet uitgebreid. Dit leidt tot een ongewenste verkeerssituatie. Geoordeeld wordt voorts dat er 78,6 parkeerplekken nodig zijn. Feitelijk zijn dit er 79. De vraag is echter of de door gemeente

gestelde normen

kloppen.

Indiener stelt dat de normen

niet juist zijn en dat er

derhalve onvoldoende parkeermogelijkheden zijn in het gebied. Naast het parkeren door bewoners moet rekening worden gehouden met bezoekers. geen rekening gehouden en derhalve is er geen juiste onderbouwd parkeerplan.

Hiermee wordt

18

Ad9

Bij de opgestelde Aerius-berekening dient rekening te worden gehouden met het bouwrijp maken

van de gronden. Daarmee wordt gedoeld op de aanleg van elektra, water, glasvezel, riolering en noodbestrating aldus indiener. Ook moet rekening worden gehouden met de werkzaamheden die te maken hebben met het opruimen van de bestaande situatie. Ad10

Uit het onderzoek naar de steenuil en de kerkuil blijkt dat de plannen gevolgen hebben voor deze

soorten. Om de werkzaamheden uit te kunnen voeren is ontheffing noodzakelijk. Indiener vraagt zich af of het gelet hierop juist is de werkzaamheden op deze locatie uit te voeren. De conclusies uit het rapport d.d. juli 2023 zijn zodanig dat indiener meent dat dit rapport aanleiding dient te zijn de planvorming geen doorgang te laten vinden. Naast de steenuil heeft cliënt ook vleermuizen en meikevers waargenomen.

Hiermee wordt in het

onderzoek geen rekening gehouden, aldus indiener. Ad11

Een bestemmingsplan behoeft een toelichting bij de uitvoerbaarheid aldus indiener. Deze wordt niet gegeven, aldus indiener. In het plan wordt gesteld dat de aanvrager hiervoor zorg draagt. De

Gemeente ontwikkelt zelf. Indiener vraag zich af hoe de Gemeente dit wil doen, is duidelijk dat alle percelen worden verkocht? Is er sprake van de mogelijkheid de planschade op te vangen? Er zijn meerdere omwonenden. Uit niets blijkt dat er zekerheid bestaat dat al deze kosten verhaald kunnen worden. Reactie Ad1

Indiener geeft aan dat hij het zeer bezwaarlijk vindt dat in het plan de mogelijkheid wordt opengehouden om nog meer woningen dan de onderhavige woningen te bouwen. Indiener verzoekt ‘dan ook dit voornemen niet in het plan op te nemen. De

bestemming

van

het

gebied

ten

zuiden

van

de

Vlakken

Eng

is en

blijft

onder

het

huidige

bestemmingsplan “Agrarisch”. Het nieuwe bestemmingsplan maaktop dit deel van het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Wij achten het wel van belang om in de toelichting bij het bestemmingsplan alvast een doorkijk te geven naar mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Deze zinsnede is, net zoals dit in het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst is gedaan, opgenomen om aan te geven dat woningbouw op dit deel van het

plangebied in de toekomst niet is uitgesloten. Ad2

Indiener heeft bij aankoop geïnformeerd of er plannen waren voor meer woningbouw.

Hen s toen te

kennen gegeven dat deze plannen er niet waren. Dit antwoord is in overeenstemming bestemmingsplan Weversweg Hulshorst d.d. 27 augustus 2009.

met het

Uit het bestemmingsplan Weversweg Hulshorst (NL.IMRO.0302.BP01008-vg01) uit 2009 blijkt dat de gronden ten westen en zuiden van Weversweg fase 1 in beeld waren voor woningbouw. Concrete plannen waren er op dat moment echter nog niet. Deze zijn pas ontwikkeld met het onderhavige bestemmingsplan (zie hierover nader de reactie op zienswijze 1, onder ad 2). Indiener geeft verder aan dat hij het bijzonder vindt dat er een bestemmingsplan Weversweg fase 2 in

procedure wordt gebracht. Het bestemmingsplan op grond waarvan hij zijn kavel heeft gekocht, was geen fase 1 plan. Van een opdeling is fases s ook nooit sprake geweest. Op het moment van de ontwikkeling/realisatie van Weversweg fase 1 was (intern) nog niet duidelijk of Weversweg fase 2 ooit gerealiseerd zou worden. De woningbehoefte was op dat moment anders dan in de huidige periode. De aanduiding 'Weversweg fase 2' wordt sinds december 2021 gebruikt, om het

onderscheid met het reeds gerealiseerde deel van woningbouwlocatie Weversweg helder te maken. In het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst (NL.IMRO.0302.BP01008-vg01) is beschreven dat het gaat om een globaal eindplan, geen definitief eindplan. Een globaal plan houdt in dat het plan nog

19

een zekere mate van flexibiliteit voor de verdere uitwerking binnen de opgenomen bestemmingen geeft.

In hoofdstuk 2.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan Weversweg — Hulshorst (pagina 11) wordt de ligging en begrenzing van het plangebied beschreven. Hieruit volgt dat het ontwikkelingsgebied groter is dan het plangebied. Dit wordt als volgt beschreven: ‘Verder loopt de plangrens achter de lintbebouwing aan de Harderwijkerweg en achter de meer

verspreide woonbebouwing aan de Klarenweg langs. Het plangebied reikt voor een klein deel tot aan de Klarenweg. In het zuiden is het landelijke Molenpad de uiterste plangrens. Hier heeft het verder relatief besloten landschap direct contact met het buitengebied.” Dit wordt ook duidelijk uit het kaartje dat is opgenomen bestemmingsplan Weversweg - Hulshorst:

op pagina 14 van de toelichting bij het

|

Bebouwing

aIchter

naar

het

noorden

en

oosten

Landschap

opent

naar

zuiden

en

westen

Op bovenstaande afbeeldingen is duidelijk te zien dat reeds in 2009 zowel het plangebied van het huidige Weversweg fase 1 als ook het plangebied van het voorliggende fase 2 in beeld was. Indiener geeft aan dat hij het plan niet passend vindt bij de ruimtelijke visie van de gemeente Nunspeet.

Het s niet duidelijk op welke visie de indiener doelt. Zoals uit het voorgaande volgt is dit plangebied al langer in beeld bij de gemeente als toekomstige ontwikkellocatie. Ook qua grote, typologie en opzet van de toekomstige woonwijk sluit dit aan bij de gemeentelijke woonvisie (zie hierover nader de reactie onder ad4). Waardedaling

Indiener geeft aan dat hij vreest voor schade als een gevolg van het plan. Zijn woning zal in waarde dalen door het verlies van het vrije uitzicht. Daarnaast heeft hij 34 zonnepanelen. Door de bouw van met name de woningen aan de westzijde zal de opbrengst van deze panelen verminderen. Gelet op de locatie van de dichtstbijzijnde nieuw te bouwen woningen, de nokhoogte en oriëntatie daarvan is het twijfelachtig of de nieuwe woningen gevolgen zullen hebben voor de bezonning van de zonnepanelen

van

de

indiener.

Van

een

onevenredige

vermindering,

die

maakt

dat

het

bestemmingsplan niet vastgesteld kan worden, is in ieder geval geen sprake. Voor zover indiener meent schade te lijden door het bestemmingsplan, staat het indiener vrij om een verzoek tot planschadevergoeding aan te vragen. Ad3

Indiener stelt vast dat sprake is van strijd met de ladder van duurzame verstedelijking, omdat de wooncapaciteit n Nunspeet in evenwicht is. Wij volgen het standpunt van indiener niet. In de afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de woonbehoefte in de gemeente Nunspeet. Uit al deze onderzoeken komt naar voren dat de gemeente Nunspeet voor een flinke opgave staat voor wat betreft het realiseren van voldoende nieuwbouwwoningen.

20

Atrivé heeft in opdracht van de gemeente Nunspeet in 2020 de woonbehoefte

voor de periode 2020-

2025 onderzocht. Uit dit onderzoek zijn een aantal conclusies naar voren gekomen voor wat betreft de

woningbouwopgave waar Nunspeet voor staat. In de Woonvisie van de gemeente Nunspeet is beschreven dat de gemeente in 2020 over een realistische plancapaciteit van 394 woningen beschikte. Uit de Woonvisie komt naar voren dat er in de gemeente Nunspeet tot 2025 circa 670 woningen bij moeten komen om te kunnen voldoen aan de vraag. Dit komt neer op een bouwtempo van circa 110 woningen per jaar. Met een gemiddelde netto

toevoeging van 91 woningen per jaar (2013-2018) ligt Nunspeet hier onder. Eris tot 2025 een realistisch tekort van 272 woningen. Om de doelen te halen moet planuitval tijdig uit de markt worden gehaald en dient gecompenseerd te worden met extra plannen. Er zijn een aantal doelen gesteld in de Woonvisie voor nieuw te realiseren woningen. Deze doelen zijn gebruikt als principes voor de woningbouwtypologieën zoals deze zijn toepast in Weversweg fase 2:

- _ De gemeente Nunspeet zet zich in om woningen toe te voegen die geschikt zijn voor en gewild zijn onder één- en tweepersoonshuishoudens, waaronder senioren; Betaalbare koopwoningen te realiseren zodat starters in Nunspeet een huis kunnen kopen, onder meer door verkoop van sociale huurwoningen. Verkoop van sociale huurwoningen vraagt om compensatie n de nieuwbouw van sociale huurwoningen in de juiste categorieën;

-

Enkel bouwen voor de huidige behoefte is bouwen voor een korte termijnvraag. Door meer flexibel te bouwen moet meer rekening worden gehouden met de behoefteverandering op de lange termijn; - _ Erzijn onvoldoende passende woningen voor vitale ouderen.

Indiener stelt dat het plan niet past binnen het regionale beleid. Dit is een onjuiste constatering. De toe

te voegen woningen in voorliggend initiatief zijn opgenomen in de Woondeal regio Noord-Veluwe (2023) en maken zodoende onderdeel uit van de regionale visie op woningbouw. Het voorgaande wordt ook beschreven bestemmingsplan Weversweg fase 2:

in

hoofdstuk

3.3.1.

van

de

toelichting

horende

bij

het

‘Als overheden staan Riijk, Provincies, Regio en gemeenten gezamenlijk voor een urgente woningbouwopgave met de corporaties en marktpartijen als belangrijke partners om tot uitvoering te komen. Er zijn onvoldoende woningen en de vraag stjgt. Met de Nationale Woon- en Bouwagenda (orogramma Woningbouw) zet de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) in op de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030. Het streven is dat ten minste twee derde van deze nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Voor die betaalbaarheidsdoelsteling is nationaal de bouw van

250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in middensegment nodig. In de Nationale Prestatieafspraken tussen de corporaties, VNG, Woonbond en het Rijk is reeds vastgelegd dat de corporaties 250.000 woningen in de sociale huursector en 50.000 midden huurwoningen zullen realiseren tot en met 2030. Het is crucíaal dat de corporaties voldoende in positie worden gebracht om deze opgave te kunnen realiseren.

Alle partners die meedoen in deze Woondeal (gemeenten, corporaties, provincie en Rijk) hebben de ambitie om de opgaven op de woningmarkt het hoofd te bieden. Deze Woondeal wordt echter wel gesloten in een complexe en onzekere tijd; bouwers en ontwikkelaars hebben te kampen met oplopende bouwkosten en capaciteitsproblemen terwij uitdagingen op het gebied van stikstof, netcapaciteit, water en mobiliteit vragen om het maken van scherpe keuzes. Juist vanwege deze omstandigheden is het zo belangrijk dat we ons samen sterk maken en via langjarig commitment de schouders er onder zetten.

Versnelling en verhoging van de bouwproductie vraagt naast regie van Rijk en provincie nauwe samenwerking met gemeenten en denken in kansen en oplossingen. Dit vraagt visie, creativiteit, draagvlak, durf en daadkracht waarbij corporaties de positie hebben van een vanzelfsprekende samenwerkingspartner. Als regio wordt ingezet op een bouwopgave

van ruim 12.500 woningen verspreid over de 7 gemeenten

Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet. Oldebroek en Putten. Een opgave met onderliggende locaties en met voldoende financiële slagkracht bij de corporaties voor de invulling van de sociale huur binnen de totale woningopgave. Als samenwerkende partijen willen en kunnen we deze opgave aan.”

21

De stelling van indiener dat de wooncapaciteit in evenwicht is en dat het plan niet past binnen het regionale beleid dient dan ook gepasseerd te worden. Ad4

Indiener geeft aan dat is toegezegd dat dit gebied niet bebouwd zou worden. Verwezen wordt naar mogelijke groei, waarvan in de Woonvisie is gesteld dat indien deze zich realiseert, nieuwbouw ook mogelijk zou moeten zijn.

In de Woonvisie wordt expliciet benoemd dat het plan Weversweg naar verwachting in 2020 afgerond zou worden en dat onderzocht wordt of aansluitend aan de bestaande bebouwing geen locatie kan worden benut voor aanvullende nieuwbouw: In de afgelopen anderhalf jaar zijn diverse onderzoeken uitgevoerd waaruit is gebleken dat medewerking verleend kan worden aan de nieuwbouw van voorliggend initiatief.

Gemeentelijk beleid Indiener meent ook dat de uitbreiding op de onderhavige locatie in strijd is met gemeentelijk beleid. In ieder geval is er geen sprake van een voldoende onderbouwing en motivering. In de Omgevingsvisie zijn diverse “Idee kaarten” opgenomen.

Deze

idee kaarten benoemen

voor de

deelgebieden het doel, het streven voor het gebied en de afweegbare ontwikkelingsmogelijkheden op hoofdlijnen. Daarnaast zijn uitgangspunten met betrekking tot kwaliteit opgenomen. Dit zijn de uitgangspunten die van belang zijn voor het behoud en de versterking van de omgevingskwaliteit en identiteit van het gebied. Overzicht deelgebied 2 (Omgevingsvisie 2018)

Het

plangebied

kleinschalig

Weversweg

valt

onder

overgangsgebied)/kern

Overzicht deelgebied 5 (Omgevingsvisie 2018)

deelgebieden

Hulshorst.

De

2 en

5

in de

ambities/kwaliteit

Omgevingsvisie

(gemengd

uitgangspunten

voor

deze

deelgebieden zijn onder andere: e Zorgdragen voor geleidelijke en aantrekkelijke overgangen tussen de (nieuwe) bebouwingsclusters en het buitengebied. Kwaliteitsimpuls voorde (recreatieve)voorzieningen in het gebied. Behoud van het open landschap en agrarische karakter. Behoud van doorzichten naar de bosrand en naar het grootschalige open landschap Versterken van de landschapsstructuur; houtwallen in het coulisselandschap en de open enken Behoud van klein dorpse karakteristiek Hulshorst

°

Ruimtelijk versterken kern Hulshorst en aan recreatieve route Harderwijkerweg/ Zuiderzeestraatweg. Er dient met respect omgegaan te worden met de karakteristieke agrarische structuur, de monumenten, de beeldkwaliteit en belevingswaarde van aanwezige bebouwing en van de inrichting van de openbare ruimte en de aanwezige groene en blauwe elementen

°

in het dorp

en zorggedragen worden voor het behoud van een goede verweving met het omringende buitengebied. Het verbeteren van de toegankelijkheid van en zichtrelatie met landgoed Groeneveld 22

In bovengenoemde toelichting wordt al gesproken over het toevoegen van (nieuwe) bebouwingsclusters

waarbij het van belang is dat zorggedragen wordt voor een geleidelijke en aantrekkelijke overgang tussen de nieuwe bebouwingsclusters en het buitengebied. Bij het opstellen van het schetsontwerp voor het plan Weversweg fase 2 is zoveel mogelijk rekening gehouden met bovengenoemde uitgangspunten. concept voor Weversweg fase 2 zijn:

De belangrijkste punten voor het stedenbouwkundig

°

De nieuwe buurt oriënteert zich op de Weversweg. Door in het noordoosten van het gebied de hoogste dichtheid te realiseren en deze naar het zuidwesten te |aten aflopen, sluit de bebouwing op logische wijze aan op de kemn.

e

Het dorpse karakter wordt benadrukt door de openheid van de omgeving nadrukkelijk in het plangebied voelbaar e maken. Met name in zuidelijke richting, maar ook in westelijke richting

opentde bebouwing zich, waardoor het contact met het landschap vanuit het hart van de buurt tot stand wordt gebracht. e

Lange lijnen in noord-zuidrichting vormen de dragers van de hoofdstructuur. Deze hebben soms een landschappelijk karakter en zijn soms van verkeerskundige aard.

«

Korte verbindingen en looproutes in oostelijke richting, richting het dorpshuis en de kerk maken het mogelijk op een natuurlijke manier aan te sluiten op het bestaande stratenpatroon.

Hiermee voldoet het bestemmingsplan

Weversweg

lijnen

fase 2 aan de n de Omgevingsvisie genoemde

uitgangspunten voor het plangebied.

In de Omgevingsvisie bevonden

wordt de volgende

toelichting geven

op de vraag

of een

initiatief passend

kan worden:

‘Of een initiatief of plan passendis, is afhankelijk van de verdere uitwerking. Voor een verdere uitwerking van een goede landschappelijke inpassing is het Landschapsontwikkelingsplan van belang.”

In de Omgevingsvisie wordt verder verwezen naar een aantal relevante opstellen van de Omgevingsvisie zijn geraadpleegd, zo ook het ontwikkelingsplan) en de Integrale Ruimtelijke Toekomstvisie Nunspeet). Al

in

2005

was

het

volledige

plangebied

(Weversweg

woningbouwlocatie. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk bestemmingsplan Weversweg fase 2 en is weergegeven is uit het Landschappelijk ontwikkelingsplan uit 2005:

fase

1

en

2)

beleidsnota's die bij het LOP (Landschappelijke

in

beeld

als

toekomstige

3.4.3 van de toelichting horende bij het in onderstaande afbeelding welke afkomstig

Een andere relevante beleidsnota welke is geraadpleegd bij het opstellen van de Omgevingsvisie is de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13829545/1