CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6a Uitvoeringsprogramma ODVeluwe VTHA 24 DEF

Commissie Algemeen Bestuur 14 november 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Kaders Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) 2025 en verantwoording HUP 1e helft 2024.6.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsprogramma 2024 Vergunningen, Toezicht & Handhaving en Advies

Versie def

Inhoud 1.

Inleiding .......................................................................................................................................... 3 1.1 Wettelijk kader .............................................................................................................................. 3

2.

Ontwikkelingen ............................................................................................................................... 4

3.

Doelen en prioritering .................................................................................................................... 6

4.

Programma ..................................................................................................................................... 7 4.1 Vergunningverlening ..................................................................................................................... 7 4.2 Toezicht en handhaving ................................................................................................................ 8 4.3 Advies .......................................................................................................................................... 11

5.

Uitvoeringsorganisatie en bedrijfsvoering ................................................................................... 14

2

1. Inleiding De omgevingsdiensten Noord-Veluwe en Veluwe-IJssel zijn per 1 januari 2024 gefuseerd tot Omgevingsdienst Veluwe (verder ODVeluwe). In deze nieuwe organisatie vindt de milieutaakuitvoering plaats in opdracht van twaalf Veluwse gemeenten. Het betreft de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Voorst. Ook Provincie Gelderland heeft een aantal taken in deze nieuwe omgevingsdienst belegd. Voor 2024 is een Uitvoeringsprogramma VTHA (UP-2024) uitgewerkt waarin de afgesproken werkzaamheden en producten die de omgevingsdienst gaat verzorgen zijn vastgelegd. In dit document is beschreven wat de twaalf gemeenten van ODVeluwe belangrijk vinden voor de taakuitvoering. ODVeluwe verricht deze taken onder mandaat van de deelnemende gemeenten. ODVeluwe verzorgt het uitvoeringsprogramma van de VTHA-taken in het werkveld milieu voor de deelnemende gemeenten en geeft daarmee invulling aan de wettelijke verplichting voor overheden om jaarlijks een uitvoeringprogramma op te stellen voor milieutoezicht en – handhaving. Het UP-2024 bevat een concrete uitwerking van de samenwerkingsovereenkomsten (SWO’s). In de SWO’s zijn met de afzonderlijke deelnemers, bepaalde prioriteiten en projecten binnen de eigen gemeentegrenzen opgenomen.

De keuze van de aanpak en onderwerpen die extra aandacht nodig hebben, wordt bepaald door een combinatie van beleid, signalen uit de praktijk, ervaringen uit de afgelopen jaren en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Het UP-2024 is afgestemd met de opdrachtgevers en met externe handhavingpartners. De risicobenadering is op basis van het herijkte Anteagroupmodel (een besturingsmodel door adviesbureau AnteaGroup). In het UP-2024 wordt een werkverdeling gemaakt op afdelingsniveau waarbij rekening is gehouden met de VTH-kwaliteitscriteria 2.3. Dit geldt voor het totale werkgebied van de ODVeluwe. Nadat de SWO’s zijn vastgesteld door de opdrachtgevende gemeenten, vertaalt ODVeluwe de opgave naar een werkprogramma. Dit is een intern stuk, waarin concrete werkzaamheden worden belegd bij medewerkers, die daarmee hun individuele werkprogramma’s vormgeven.

1.1 Wettelijk kader De Omgevingswet vraagt van de overheid een integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Het transparant formuleren en uitvoeren van een uitvoeringsprogramma is daarbij een belangrijke opgave. Landelijk zijn kwaliteitscriteria ontwikkeld voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met deze kwaliteitscriteria wordt de kwaliteit van de processen, de uitvoeringsorganisatie en haar medewerkers geborgd. De kwaliteitscriteria zijn opgebouwd uit twee delen; (1) de kritieke massa (deskundigheid en ervaring) en (2) de procescriteria. De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus. Deze beleidscyclus staat bekend als de Big 8. Het Uitvoeringsprogramma VTH heeft betrekking op de onderste cirkel van deze cyclus.

3

2. Ontwikkelingen Bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst moeten zorg dragen voor één uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid voor de omgevingsdienst. De commissie Van Aartsen constateerde dat de praktijk echter is dat elk bevoegd gezag een eigen risicoanalyse maakt, eigen prioriteiten stelt, eigen beleidskeuzen maakt en een eigen uitvoeringsprogramma opstelt. Dit heeft geleid tot de aanbeveling om te komen tot één uitvoerings- en handhavingsbeleid en één uitvoeringsprogramma per regio. In het Omgevingsbesluit staat deze beleidscyclus beschreven. ODVeluwe beschikt (nog) niet over een uitvoeringstrategie en een handhavingsstrategie voor het hele werkgebied van de omgevingsdienst. Zoals in de inleiding omschreven is ODVeluwe op 1 januari 2024 ontstaan uit een fusie van de OVIJ en de ODNV. Dit betekent dat 2024 een overgangsjaar is waarin gestart wordt met de doestellingen van de oude omgevingsdiensten. Het voorliggend uitvoeringsprogramma is dan ook hierop gebaseerd. Voor het uitvoeringsprogramma 2025 zal echter de handreiking regionale beleidscyclus worden gehanteerd. Deze handreiking is een product geschreven vanuit het Interbestuurlijk programma verbetering VTH-stelsel (IBP VTH). De handreiking hanteert de regionale beleidscyclus, ofwel de BIG-8, en staat hieronder weergegeven.

Door de stappen te volgen wordt de cyclus, die na de analysefase begint met het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten.

Figuur 1: de BIG-8 aangevuld met omgevingsanalyse, risicoanalyse en uitvoeringsprogramma.

4

Er spelen diverse ontwikkelingen die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hieronder worden deze ontwikkelingen opgesomd. In bijlage 1 wordt per onderwerp een korte toelichting gegeven. • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Ondermijning Stikstofproblematiek Stelseltaken ODVeluwe Interbestuurlijk programma (versterking VTH-stelsel) Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit Scheiding VTH-taken Zeer Zorgwekkende Stoffen Probleembedrijven Fusie Het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) Wegverkeerslawaai VTH taak: landelijke kwaliteitscriteria Actualisatieprogramma Asbest-sloopmeldingen Overige vergunningsactiviteiten Branchegericht toezicht Toezicht op energiebesparing Circulariteit Toezicht op asbest Behandeling van klachten Kennisdeling en signalering Programma toezicht gemeentelijk complexe bedrijven Toezicht op complexe inrichtingen (stelselafspraak) Ketentoezicht Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Groene handhaving Versterking rol regio coördinatie groene boa’s Handhaven op adequaat niveau

5

3. Doelen en prioritering Bij de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van deze doelen en prioriteiten staan kwaliteit, deskundigheid, dienstverlening, uniformiteit en ketengericht werken altijd centraal. Hiermee dragen we bij aan de missie voor een leefbare, veilige en aantrekkelijke gemeente. Doel 1: Onze dienstverlening is van hoge kwaliteit. Dit betekent onder meer het volgende: -

De producten (bijvoorbeeld vergunningen en sanctiebesluiten) zijn in overeenstemming met de wettelijke eisen en zijn geschreven in begrijpelijke taal. Aanvragen en meldingen worden in principe binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. Voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden is er één aanspreekpersoon. Er wordt vanuit mogelijkheden en oplossingen gewerkt. De grondhouding is niet ‘nee, tenzij’, maar ‘ja, mits’. In overleg met initiatiefnemers wordt maatwerk geleverd. Als, ondanks deze positieve grondhouding, een initiatief geen doorgang kan vinden, wordt duidelijk uitgelegd waarom dat het geval is.

Doel 2: Meer inzetten op toezicht, minder op handhaving Dit betekent onder meer het volgende: -

-

De toezichthouders zijn zichtbaar aanwezig in de gemeente. Bij geconstateerde overtredingen leggen toezichthouders het nut en de noodzaak van de overtreden regels uit. Er wordt gestreefd naar oplossingen zonder dat dit tot handhavingstrajecten leidt. Tegen overtredingen van geringe aard en ernst wordt in beginsel niet handhavend opgetreden, ook niet als daar klachten of handhavingsverzoeken aan ten grondslag liggen. Dit geldt tevens voor overtredingen waartegen handhavend optreden anderszins onevenredig is.

In hoofdstuk 4 worden de doelen en prioritering doorvertaald in een programma voor vergunningverlening en voor toezicht en handhaving.

6

4. Programma 4.1 Vergunningverlening ODVeluwe handelt vergunningprocedures op het onderdeel milieu af. Dat start al bij het eventuele vooroverleg tot het daadwerkelijk toetsen van aanvragen onderdeel milieu, het opstellen van consideransteksten en voorschriften en het nemen van het besluit voor zover de aanvraag alleen op milieuactiviteiten betrekking heeft. In het geval van integrale aanvragen, wordt een advies n.a.v. de aangevraagde milieubelastende activiteiten opgesteld. Doelstelling hierbij is een gezonde en veilige fysieke leefomgeving door het voorkomen of minimaliseren van bedrijfsemissies. Hierbij passen we de actuele wet- en regelgeving toe en denken we in kansen om werken en wonen in de leefomgeving op een duurzame wijze te kunnen combineren. Vergunningverlening (inclusief afhandelen van meldingen) is een grotendeels vraaggestuurde activiteit. Er worden aanvragen en meldingen ingediend al naar gelang de behoefte van de bedrijven en burgers. Het enige planbare product zijn de actualisaties van vergunningen en maatwerkbesluiten. Met de uitvoering van deze activiteiten wordt een bijdrage geleverd aan de beleidsdoelen Vergunningverlening (hoofdstuk 3, doel 1). Afhankelijk van het ontvangen mandaat adviseert of handelt ODVeluwe vergunningaanvragen en meldingen af voor haar partners. Binnen deze dienstverlening zijn afspraken gemaakt over de af te handelen termijnen.

Deze afspraken zijn vastgelegd in de Regionale samenwerkingsafspraken Omgevingswet regio Veluwe. Prognose 2024 aantallen vergunning producten Producten

Apeldoorn Brummen Epe Voorst Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Putten Gelderland Totaal

Voor overleg 50 5 1 5 5 1 10 1 5 5 5 15 0 108

Melding MBA – MBA regulier uitgebreid 530 230 100 15 280 35 40 40 175 50 135 20 175 30 60 10 70 5 200 40 170 35 150 50 0 0 2.085 560

Vergunning Informatie MBA MBA plicht regulier uitgebreid 30 15 50 5 0 5 5 1 5 10 5 10 5 5 10 10 7 5 15 5 15 2 0 0 0 4 5 20 5 20 10 5 10 50 10 20 0 0 0 162 62 155

7

Concept verzoek 50 5 5 10 10 5 15 0 5 20 20 20 0 165

Advies enkelvoudig 0 0 0 0 10 10 15 4 10 5 3 10 0 67

Totaal

955 135 332 120 270 193 280 77 104 315 258 325 0 3.364

4.2 Toezicht en handhaving Met toezicht en handhaving wordt gecontroleerd of wettelijke bepalingen worden nageleefd. Er wordt gewerkt met verschillende toezichtsvormen, zoals risicogestuurd toezicht, branchegericht toezicht en gebiedsgericht toezicht. Deze worden ingezet om gecoördineerd en waar gewenst integraal (samen met ketenpartners) toezicht te houden. Op deze manier vermindert de toezichtdruk voor burgers, bedrijven en instellingen en is het mogelijk om daadkrachtiger op te treden. Via de Antea Risicomodule wordt een verdeling gemaakt van bedrijfsgroepen en branches, die meer of minder toezicht behoeven. In combinatie met politiek-bestuurlijke wensen van de partners en de toezichtshistorie en actualiteit van vergunning-of meldingssituatie wordt het toezichtsprogramma voor 2024 opgesteld. De beschreven activiteiten worden ingezet voor het realiseren van de beleidsdoelen Toezicht en Handhaving (hoofdstuk 3, doel 2). De productaantallen uit het programma Handhaving van de programmabegroting 2024 worden op basis van het Antea-besturingsmodel en de al eerder genoemde brancheplannen vertaald naar concrete geplande controle-activiteiten. Dit gaat met name om het cyclisch toezicht. Via het model is in 2018 bepaald, welke groepen bedrijven in 2019-2022 extra aandacht moeten krijgen, gelet op de risico’s van het nietnaleven van voorschriften.

Daarnaast kennen IPPC-bedrijven veelal een verplichting tot het opstellen van een milieujaarverslag in het kader van de EPRTR-richtlijn. Dit jaarverslag moet jaarlijks voor 1 april worden ingediend en voor 1 juli zijn beoordeeld door het bevoegd gezag. Dit is daarmee ook een vorm van gepland toezicht. Als er overtredingen worden geconstateerd die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, dan is de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) het beleidskader. De LHSO zet in op een passende interventie bij iedere overtreding. Handhavers hanteren de LHSO bij iedere constatering van een overtreding en maken daarbij gebruik van de in de LHSO aangegeven instrumenten. Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage 1. Geplande controles 2024 (incl sloop/asbest) Programma Toezicht (in aantallen)

Integrale controle

Niet geplande aspect controle

Aspect controle

Incident melding

Normaal

Groot

Normaal

Groot

Admini Normaal stratief

Groot

Apeldoorn Brummen

475 60

40 5

180 25

15 0

150 25

600 80

10 1

390 50

Epe

45

25

35

6

35

130

5

60

67 70 125 155 10 42 105 55 95 0 1.329

20 5 30 30 2 5 5 2 15 0 189

45 20 25 30 5 15 30 30 60 0 520

2 0 0 0 0 0 0 0 10 0 33

30 28 40 49 13 21 26 16 40 0 473

120 70 95 102 19 48 88 58 90 0 1.550

5 0 0 5 0 0 2 0 10 0 38

50 15 70 20 20 10 15 10 60 0 780

Voorst Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Putten Gelderland Totaal

8

Inzet op toezichts- en handhavingsdiensten Diensten (in uren) Apeldoorn Brummen Epe Voorst Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Putten Gelderland Totaal

Bereikbaarheidsregeling (incl piket)* 150 50 100 75 275 750 400 100 145 50 40 275 0 2.410

BOA inzet (incl coördinatie) 50 50 100 75 500 750 545 372 149 50 45 295 0 3.081

Kennisontwikkeling, expertises en thema's (bv brancheplannen) 405 200 250 225 450 370 600 165 200 552 210 1.200 0 4.827

Werkzaamheden team Juridische zaken Voor team Juridische zaken is het werk op te splitsen in vier soorten werkzaamheden: • handhavingsbesluiten nemen • handhavingsverzoeken behandelen • het opstellen van ambtelijke waarschuwingen • juridische advisering Verwachte handhavingsproducten

Apeldoorn Brummen Epe Voorst Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Putten Gelderland Totaal

Handhavingsbesluit

Juridisch advies verstrekken

Handhavings-verzoek

110 5 15 10 12 25 32 4 8 21 13 20 0 275

30 5 10 5 5 10 5 5 5 5 5 10 0 100

5 1 2 3 2 1 1 0 1 2 0 4 0 22

9

Prognose 2024 inzet handhavingsinstrumenten Apeldoorn Brummen Epe Voorst Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Putten Gelderland Totaal

Handhavingsbesluit

Juridisch advies verstrekken

Handhavingsverzoek

110 5 15 10 12 25 32 4 8 21 13 20 0 275

30 5 10 5 5 10 5 5 5 5 5 10 0 100

5 1 2 3 2 1 1 0 1 2 0 4 0 22

10

4.3 Advies ODVeluwe adviseert gemeenten op het onderdeel milieu. Het gaat dan over advisering in het kader van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en op de thema’s geluid, trillingen, luchtkwaliteit, bodem, omgevingsveiligheid, ecologie, stikstof, geur, gebruik van bestrijdingsmiddelen en elektromagnetische straling. Hierbij passen we de actuele wet- en regelgeving toe en denken we in kansen om werken en leven/wonen in de leefomgeving op een duurzame wijze te kunnen combineren. De advisering is onderdeel van een ruimtelijke, milieu- en/of bouwprocedure en is een grotendeels vraaggestuurde activiteit. Het is geen verplichte taak, maar kan wel onderdeel zijn van een verplichte ODVeluwe-taak (VTH-milieu)). Er worden initiatieven, (concept)aanvragen en meldingen ingediend al naar gelang de behoefte van gemeenten, ontwikkelaars, bedrijven en burgers en vanuit die initiatieven, meldingen en aanvragen wordt advies geleverd, zodat een kwalitatief goed besluit kan worden genomen. Binnen deze dienstverlening zijn afspraken gemaakt over de af te handelen termijnen. Verwachte adviesproducten (aantallen of uren)

Apeldoorn Brummen Epe Voorst Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Putten Gelderland Totaal

Adviesproducten [Aantallen]

Adviesdiensten [Uren]

1095 40 280 30 185 250 610 15 35 52 167 320 0 3.079

2000 230 270 40 210 420 1400 160 250 250 250 250 0 5.730

Milieuadvisering kan ook gericht zijn op projecten, zoals voor het actualiseren milieubeleid, het opstellen van een Omgevingsvisie, Omgevingsplan of Omgevingsprogramma, enzovoort. Als het gaat om milieuadvisering waarbij meer dan eenmalig of meer dan 30 uur inzet nodig is, landt dit in het programma Projecten en Programma’s. Projecten en Programma’s ODVeluwe voert projecten uit voor gemeenten en provincie op het onderdeel milieu. Daarnaast draait ODVeluwe mee in diverse programma’s. Het gaat dan over projecten en programma’s op de thema’s geluid, luchtkwaliteit, bodem & ondergrond, omgevingsveiligheid, ecologie, stikstof, geur, klimaat, energie en duurzaamheid.

11

De projecten en programma’s zijn veelal vraaggestuurd en komen voort uit gemeentelijke, regionale en provinciale omgevingsvisies, projecten en programma’s waar milieu, ecologie en klimaat en duurzaamheid een onderdeel van zijn. Binnen deze dienstverlening zijn per project of programma afspraken gemaakt over de af te handelen termijnen, inzet en kwaliteit/resultaten. Voor de gemeente Apeldoorn zijn de projecten en programma’s gekoppeld aan de SWO. Het verwachte aantal uren betreft 8.650 uur. Buiten het SWO zijn er ook verschillende afspraken gemaakt voor het uitvoeren van projecten en advisering. Deze afspraken zijn vastgelegd in project- of raamovereenkomsten. Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming en worden gemeenten bevoegd gezag over bodemsaneringen, graven in verontreinigde grond en het toepassen van grond. Dit wordt via het aanvullingsspoor Bodem geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en in de Bruidsschat. Voor de gemeenten is dit een ingrijpende verandering, zij krijgen als nieuwe taken: het afhandelen van meldingen (graven en saneren) op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

De gemeenten willen in samenwerking met de omgevingsdienst invulling geven aan: 1) Het gaan uitvoeren van de beleidsvormende verantwoordelijkheid (eigen taak, eventueel als plustaak advisering over op te stellen beleid te beleggen bij de omgevingsdienst): 2) Het gaan uitvoeren van de operationele verantwoordelijkheid, oftewel het opdrachtgeverschap aan de omgevingsdienst voor toetsing en toezicht: 3) Het gaan betalen voor de uitvoering door de omgevingsdienst. Prognose 2024 uren bodemtaken Voor de gemeenten uit de regio Noord-Veluwe is in 2023 een uitwerking gemaakt van de aanvullende bodemtaken onder de Omgevingswet en waar gewenst uitbreiding van het reeds overgedragen takenpakket op het gebied van Bodem: Nu

Uitbreiding aantal uren

totaal 2024

Huidig takenpakket

Uitbreiding huidig pakket

Voormalige taken provincie

nieuwe taken OW

totaal extra

Elburg

550

100

168

50

318

868

Ermelo

1.600

0

770

50

820

2.420

Harderwijk

2.200

0

532

50

582

2.782

Hattem

100

200

140

50

390

490

Heerde

100

200

154

50

404

504

Nunspeet

550

450

448

50

948

1.498

Oldebroek

500

0

196

50

246

746

Putten Totaal

1.500 7.100

0 950

252 2.660

50 400

302 4.010

1.802 11.110

12

Voor de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst is begin 2024 samen met de gemeenten uitgewerkt wat de te verwachten omvang van de aanvullende bodemtaken is: Uitbreiding aantal uren 2024 Advies (uren)

Toezicht (uren)

Totaal

Apeldoorn

880

880

1760

Brummen

152

152

304

Epe

185

185

371

Voorst

132

132

265

Totaal

1350

1350

2700

Doorloop overdracht Bodemtaken in 2024 Regio Noord-Veluwe Voor de overdracht van de Bodemtaken heeft Provincie Gelderland subsidie beschikbaar gesteld. In het jaarprogramma 2023 hebben de gemeenten de omgevingsdienst gevraagd om deze overdracht samen met hen voor te bereiden. Hiervoor zijn de ontvangen subsidiebedragen toegevoegd aan de begroting 2023. Lopende het jaar bleek dat de voorbereidingswerkzaamheden voor de taakoverdracht ook in 2024 doorlopen. Daarbij geldt dat meer dan de helft van de subsidie nog ongebruikt is. De resterende werkzaamheden worden met de opdrachtgevers afgestemd en afspraken worden gemaakt over het beschikbaar houden van het resterende subsidiebudget voor 2024. Regio Veluwe-IJssel In 2023 is inzichtelijk gemaakt welke taken overgedragen worden van provinciaal naar gemeentelijk bevoegd gezag. Daarbij is nog niet inzichtelijk gemaakt wat de verwachte omvang van de aanvullende taken per gemeente is. Dit vraagt in 2024 nadere uitwerking. Voor wat betreft de financiering voor de uitvoering van de aanvullende bodemtaken wordt voor 2024 per gemeente een projectovereenkomst afgesloten. Vanaf het jaar 2025 wordt de financiering opgenomen in de begroting.

13

5. Uitvoeringsorganisatie en bedrijfsvoering De gemeente moet voldoen aan de eisen gesteld in het Omgevingsbesluit ten aanzien van haar (uitvoerings)organisatie, borging van middelen, monitoring en rapportage. De uitvoeringsorganisatie dient zodanig ingericht te zijn dat een goede uitvoering van het VTHbeleid, inclusief de nadere uitwerking en programma gewaarborgd is. Per element is aangegeven hoe hier uitvoering aan wordt gegeven.

Omschrijving

Toelichting

Uitvoeringsorganisatie Het bestuursorgaan richt zijn organisatie zodanig in dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie, en het uitvoeringsprogramma gewaarborgd is.

In 2024 wordt er gewerkt aan een uitvoerings- en handhavingsstrategie (Ow, Ob artikel 13.5 en 13.6) en een uitvoeringsprogramma 2025 conform Omgevingsbesluit artikel 13.8.

Het bestuursorgaan draagt er in ieder geval zorg voor dat: • a) De personeelsformatie ten behoeve van de uitvoering en de handhaving en de bij de onderscheiden functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd. • b Vergunningverleners niet worden belast met het toezicht op naleving en het voorbereiden of uitvoeren van bestuurlijke sancties.

a) De personeelsformatie is vastgelegd in de begroting. • b) Vergunningverlening en toezicht/handhaving zijn op persoonsniveau (ook in inrichting organisatie verschillende afdelingen) van elkaar gescheiden. Ook in het programma (zie hoofdstuk 4) zijn vergunningverlening en toezicht en handhaving gescheiden.

Het bestuursorgaan draagt tevens zorg voor: • a) Een beschrijving van de werkprocessen, de procedures en de bijbehorende informatievoorziening inzake de uitvoerings- en handhavingstaken en het voorbereiden, geven en uitvoeren van bestuurlijke sancties wordt vastgesteld. • b) Dat uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden overeenkomstig deze beschrijving.

• a) In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zullen de processen etc. die hierop betrekking hebben worden aangepast. • b) Zie onder a)

14

•

Borging van middelen Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat: • a) De voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de daarin bedoelde activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd. • b) De wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen inzichtelijk wordt gemaakt. • c) Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld of het uitvoeringsprogramma zo nodig wordt aangepast.

a) De borging hiervan vindt plaats in de begroting. • b) Zie onder a). • c) De financiële en personele middelen zijn beperkt. Hierom wordt er risicogestuurd gewerkt. Aan de hand van doelen en prioriteiten worden in het uitvoeringsprogramma de werkzaamheden inzichtelijk gemaakt. •

Monitoring Het bestuursorgaan bewaakt resultaten en voortgang van: • a) Het bereiken van de gestelde doelen. • b) De uitvoering van het uitvoeringsprogramma.

Gedurende het jaar vindt monitoring van het uitvoeringsprogramma plaats.

Het bestuursorgaan draagt zorg voor de registratie van gegevens die zijn verkregen in het kader van de uitvoering en handhaving.

Registratie vindt plaats in het zaaksysteem en ondersteunende applicaties.

Het bestuursorgaan rapporteert periodiek over: • a) Het bereiken van de krachtens die leden gestelde doelen. • b) De uitvoering van de voorgenomen activiteiten in verhouding tot de prioriteitenstelling • c) De uitvoering van de afspraken

Dit vindt zijn beslag in het jaarverslag.

15

Het bestuursorgaan evalueert jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen.

Dit vindt zijn beslag in het jaarverslag.

Het bestuursorgaan deelt de rapportage mee aan de gemeenteraad.

Jaarlijks wordt het jaarverslag te kennisneming aan de gemeenteraad aangeboden.

16

Bijlage 1 ontwikkelingen die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ondermijning Samenwerking met partners is van groot belang: signaleren, situaties herkennen en elkaar informeren. Samenwerken in de keten om ondermijnende criminaliteit, ook in het buitengebied, aan te pakken. Specifieke projecten waaraan de omgevingsdienst deelneemt in het kader van ondermijning, zijn Theseus en Ariadne. Stikstofproblematiek De VTH-taakuitvoering op het gebied van stikstofemissies en soortenbescherming bij bedrijfsmatige initiatieven of sloopmeldingen is onderdeel van het reguliere werk. Voor ondersteuning in beleidsvorming en kennisontwikkeling en de signaalfunctie is, net als vorig jaar is 840 uur beschikbaar (op basis van SWO’s vanuit de regio Noord-Veluwe). Voor de regio Veluwe-IJssel wordt gewerkt met jaarlijkse PO’s. Over de specifieke inzet van deze uren vindt met de opdrachtgevers nadere afstemming plaats. Stelseltaken ODVeluwe De fusie van ODNV en OVIJ heeft geen consequenties voor de verdeling van de stelseltaken. Dit houdt in dat de stelseltaken van beide diensten mee gaan naar ODVeluwe.

Het betreft: - Portaal (OVIJ) - Coördinatie boa’s en Bsb-m (ODNV) Interbestuurlijk programma (versterking VTH-stelsel) Naar aanleiding van het onderzoek van de commissie van Aartsen is eind 2022 het Interbestuurlijk programma voor versterking van het VTH-stelsel gestart (IBP VTH). Het beoogde resultaat van het IBP VTH is het merkbaar verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en het verminderen van vermijdbare milieuschade. Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit Als een organisatie 100 of meer werknemers heeft, is deze vanaf 1 januari 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van de medewerkers. Een omgevingsdienst is met ingang van 2025 verantwoordelijk voor de controle op de rapportageverplichting. Voor deze verplichting moet in 2024 een proces worden ingericht. Scheiding VTH-taken Op grond van de kwaliteitscriteria 2.3 (binnenkort kwaliteitscriteria 3.0) moeten binnen de omgevingsdienst regelingen getroffen zijn voor een zo optimaal mogelijke scheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving.

17

Zeer Zorgwekkende Stoffen Binnen het werkgebied van ODVeluwe bevindt zich een aantal rubber- en kunststofverwerkende bedrijven. Binnen deze tak van industrie wordt gebruik gemaakt van chemische grondstoffen die zijn geclassificeerd als de meest gevaarlijke stoffen voor mens en milieu. Deze Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) moeten daarom met voorrang aangepakt worden. Het streven is om ZZS uit de leefomgeving te weren. Dit jaar starten we met een apart programma hiervoor. In dit programma wordt de uitvoer verder geconcretiseerd, waarna o.a. aspectcontroles worden ingezet. Probleembedrijven Bij het uitvoeren van de VTH-taken kan een situatie buitensporig veel inzet vragen. Het kan gaan om een bedrijf dat de regels veelvuldig overtreedt met klachten uit de omgeving, maar ook om complexe RO-problemen, waarbij omwonenden op verschillende manieren proberen om iets aan de situatie te veranderen. Over dit soort probleembedrijven wordt met de betreffende partners afspraken gemaakt. Het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) Het REV is een database waarin de informatie over de omgevingsveiligheid verzameld wordt. Het gaat dan om de risico's rondom de opslag, het transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen.

Vanaf 1 januari 2024 geldt de plicht voor gemeenten als bronhouder (of omgevingsdiensten als gemandateerde bronhouder) om wijzigingen in milieubelastende activiteiten en kwetsbare gebouwen en locaties binnen twee weken door te geven aan het REV. De gemeenten willen afspraken maken met de omgevingsdienst hoe invulling kan worden gegeven aan deze nieuwe taken. Wegverkeerslawaai Gemeenten zijn verplicht om geluidemissie van hun grotere wegen te monitoren en beschikbaar te maken in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). De gemeenten willen afspraken maken met de omgevingsdienst hoe invulling kan worden gegeven aan deze monitoringstaak. VTH taak: landelijke kwaliteitscriteria Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTHtaken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. De opgave is om te zorgen dat ODVeluwe voldoet aan de kwaliteitscriteria 3.0. Hiervoor wordt in 2024 een programma gestart. Door het grotere werkgebied en het feit dat er meer complexe taken (VV en TH) voor gemeentelijke bedrijven naar ODVeluwe zijn toegekomen (per 1 januari 2024), zet ODVeluwe zich in om eind 2024 te voldoen aan de criteria voor kritische massa.

Actualisatieprogramma De omgevingsdienst heeft als taak om de afgegeven milieuvergunningen te actualiseren wanneer veranderingen in wet- en regelgeving daar aanleiding voor geven. Afgelopen jaren is hier slechts zeer beperkt invulling aangegeven. In 2024 wordt gestart met de eerste 10 actualisaties. Hierbij wordt gestart bij de complexe vergunningplichtige bedrijven. Op basis van branche en leeftijd van de laatste vergunning wordt het programma opgesteld. Dit vraagt een grondige analyse van het bedrijvenbestand dat vanwege verschillende conversies en samenvoegingen in het VTH-systeem afgelopen jaren maakt dat dit het nodige handwerk vraagt. Tevens hebben we met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te maken met een andere systematiek van de vergunningplicht met de komst van milieubelastende activiteiten. Bij

18

de actualisatie zal deze slag ook gemaakt moeten worden. Dit alles maakt dat het actualiseren van vergunningen onder de nieuwe Omgevingswet meer tijd vraagt dan eerder. Gezien de benodigde inzet hiervoor is het doel om de eerste 10 actualisaties in procedure te brengen. Op basis van de opgedane ervaring met deze 10 actualisaties wordt in 2025 een meerjaren actualisatieprogramma opgesteld. Branchegericht toezicht Het principe van branchegericht toezicht is dat op basis van het naleefgedrag van een branche en de beschikbare middelen voor toezicht, de meest passende interventie gekozen wordt. Er wordt branchegericht toezicht gehouden bij de branches Automotive en Dierhouderijen. Binnen de gemeentelijke complexe bedrijven werken wij samen met alle Gelderse omgevingsdiensten om branchegericht toezicht te houden binnen de branches afval, metaalbewerking, scheepswerven, voedingsmiddelen en slachterijen, asfaltcentrales, steenfabrieken en diervoeders. ODVeluwe is hierbij de trekker van de branche voedingsmiddelen en slachterijen. Toezicht op energiebesparing Energie besparen wordt steeds belangrijker. Was het vanuit milieuaspecten gezien niet zo'n urgent onderwerp, vanuit duurzaamheid gezien is het onderwerp des te belangrijker geworden.

Bedrijven en instellingen die per jaar vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas of een equivalent daarvan verbruiken, zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen, de zgn. energiebesparingsplicht. Ondernemers zijn op grond van deze wet verplicht te melden welke maatregelen zijn genomen. Zo wil de overheid de transitie naar een CO2-neutraal Nederland een flinke impuls geven. Voor grote energiegebruikers in bepaalde sectoren met een jaarlijks gebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m3 gas(equivalent) is er een onderzoeksplicht. Deze bedrijfsvestigingen moeten een onderzoek uitvoeren naar alle kosteneffectieve maatregelen en een uitvoeringsplan opstellen voor maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Voor toezicht en handhaving op het gebied van de energiebesparingsplicht geldt in 2024 de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) van circa 900 uur. Deze SPUK-subsidie is ook in de jaren 2025 en 2026 nog van toepassing. De uitvoering van de activiteiten wordt projectmatig opgepakt, net als in 2023. Naast de subsidiegelden is er aanvullende financiering nodig omdat in de afgelopen jaren is gebleken dat voor het houden van toezicht op energiebesparingsmaatregelen, andere kennis en een andere manier van beoordelen van bedrijfsactiviteiten nodig is.

Bovendien blijkt dat er bij ca. 40% van de controles sprake is van een overtreding. De aanvullende financiering is afkomstig uit de cofinanciering en SPUK-THE, bedoeld om te focussen op de meest risicovolle bedrijven ten aanzien van energieverbruik. Aspectcontroles worden uitgevoerd voor dit thema. Waar mogelijk wordt voor de informatieplicht administratieve controles ingezet. Circulariteit In 2024 komt het thema circulariteit terug in een aantal gerichte controles bij bedrijven uit de maakindustrie. Dit sluit aan bij een opleidingstraject voor vergunningverleners en toezichthouders, dat ertoe moet bijdragen dat er bij bedrijven meer kansen voor circulaire economie gespot en benut worden.

19

Toezicht op asbest Met betrekking tot toezicht op asbest zijn de belangrijkste taken: ▪ de afhandeling en toezicht op sloopmelding; ▪ het opsporen van illegale sloopactiviteiten en handhavend optreden; ▪ het geven van voorlichting over procedures en regelgeving. Behandeling van klachten ODVeluwe behandelt milieugerelateerde klachten over bedrijven. Het betreft klachten over overlast door geur, geluid, geur&geluid of overige milieuklachten. Er is sprake van een veel grotere tijdsbesteding aan klachten dan oorspronkelijk gedacht. Met de opdrachtgevers zal opnieuw worden gekeken naar de beste manier van afhandeling van uitsluitend milieugerelateerde klachten. Kennisdeling en signalering Aangezien zowel gemeente als omgevingsdienst betrokken zijn bij toezicht op naleving van regels, is met een aantal gemeenten afgesproken dat toezichthouders aansluiten bij het periodieke lokale handhavingsoverleg. In dit overleg worden ontwikkelingen en signalen over specifieke (bedrijfs)situaties gedeeld. Met deze kennisuitwisseling ontstaat ook de mogelijkheid om vanuit samenwerking met ketenpartners onze informatiepositie te versterken en zo nodig samen op te trekken in het toezicht. Tijdens de toezichtbezoeken heeft de toezichthouder altijd een oog- en oorfunctie ten aanzien van ondermijnende criminaliteit en wordt de gemeente geïnformeerd als er signalen zijn die hierop duiden.

Programma toezicht gemeentelijk complexe bedrijven In het Gelders Stelsel is afgesproken om voor de gemeentelijk complexe bedrijven een eenduidige aanpak af te spreken in Gelderland. Het betreft veelal bedrijven waar het aantal klachten hoger is dan gemiddeld en waar ook sprake kan zijn van bestuurlijke gevoeligheid. Met name dit laatste maakt dat op deze dossiers ook coördinatie nodig is tussen verschillende disciplines (teams) van ODVeluwe en voor de afstemming met de gemeente. Samengevat; de grotere complexiteit en lokale dynamiek vraagt doorgaans meer tijd van de omgevingsdienst. Middels een centrale branchegerichte risicoanalyse en kennis over de bedrijven is inzet voor 2024 begroot (zie bijlage). Op basis van de realisatie in 2024 wordt de risicoanalyse geëvalueerd. Extra inzet kan binnen het bestaande programma worden opgevangen, zodat er geen aanvullende financiering nodig is.

In 2024 wordt, waar nodig, vanuit toezicht een vervolg gegeven op de volgende projecten, die ook in 2023 al onderdeel waren van het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP): - Verbinding van bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaven; project gericht op toepassing LHS en samenwerking toezichthouders en boa’s; - Inzet op aandachtbedrijven; herijking van de lijst en gekozen aanpak per bedrijf; - Inzet op ketentoezicht; vanuit het Gelderse programma Ketentoezicht zetten we in op risicovolle ketens zoals verontreinigde grond, asbest, co-vergisting, e-waste, mestfraude, synthetische drugs en metaalrecycling;

20

-

-

Kennisproject Afval: vergroten van de kennis over regulering, toezicht en handhaving bij risicovolle afvalactiviteiten bij bedrijven; Inzet op bodemtoezicht: Onder de Omgevingswet zijn bodemtaken overgekomen van provincie naar gemeente. Verder is de afgelopen jaren een teruggang in het aantal Bbkmeldingen waargenomen. De ervaring leert dat lang niet alle toepassingen worden gemeld. We zetten in op meer toezicht om het naleefgedrag te verbeteren. Kwaliteitsimpuls toezicht: project in het kader van uniformering en borgen van gelijk speelveld, waarbij toezichthouders ervaringen en werkwijzen delen en met elkaar meelopen om van elkaar te leren en elkaar scherp te houden.

Toezicht op complexe inrichtingen (stelselafspraak) Voorheen werkten de toezichthouders van OVIJ op complexe inrichtingen samen met de Omgevingsdienst Regio Arnhem. In 2024 zijn alle complexe inrichtingen overgedragen aan de ODVeluwe. Deze worden door de ODV zelf uitgevoerd op een robuust niveau. Ketentoezicht Ieder jaar wordt er 1,4 fte aan ketentoezicht-capaciteit geraamd. Dit is bestemd om inzet te leveren aan projecten, die door Team Ketentoezicht van ODR worden geïnitieerd. Het gaat dan om bijvoorbeeld meevergisten van reststromen in co-vergisters. Het kan zijn, dat ODVeluwe in 2024 niet gevraagd wordt om deel te nemen aan een project. In dat geval worden de uren ingezet op het reguliere programma Handhaving.

21

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Als er overtredingen worden geconstateerd die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, dan is de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) het beleidskader. De LHSO zet in op een passende interventie bij iedere overtreding. Handhavers hanteren de LHSO bij iedere constatering van een overtreding en maken daarbij gebruik van de in de LHSO aangegeven instrumenten. Dit waarborgt een effectieve en doelmatige handhaving en een gelijk speelveld. Het draagt bij aan passend en eenduidig optreden en het waarborgt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Hieronder de Interventie matrix van de LHSO.

22

Groene handhaving ODVeluwe verzorgt ten behoeve van de andere Omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel de coördinatie van de Bijzonder Opsporingsambtenaren (boa’s) en het toetsen en doorzetten van de Bestuurlijke StrafBeschikking Milieu (BSBm). Dit betreft: ▪ advisering aan de Gelderse omgevingsdiensten hoe de BSBm-taak in te richten; ▪ coördinatie van de boa’s in dienst bij de Gelderse Omgevingsdiensten; ▪ bevorderen van de kwaliteit van de boa’s in dienst bij de Gelderse Omgevingsdiensten; ▪ bewaken van de kwaliteit van de uitvoering van de BSBm. Versterking rol regio coördinatie groene boa’s In de afgelopen jaren zijn de taken voor de groene handhaving, inclusief de regiocoördinator groene handhaving, voor het merendeel gefinancierd door de provincie Gelderland; 700 uur. Daarnaast wordt zo’n 400 uur ingebracht voor de kwaliteitsverbetering van aanschrijving en doorgeleiding naar het OM (via het boa-loket). De provincie wil graag een meer evenwichtige verdeling van de bekostiging van de regiocoördinator tussen provincie en gemeenten. Reden is dat niet alleen de provincie maar ook de gemeenten vruchten plukken van deze inzet die gericht is op het versterken en uitbreiden van de samenwerking in de strafrechtelijke handhaving in het groene domein. Vanuit dat doel wil de provincie de rol van regiocoördinator uitbreiden naar in totaal 1 fte.

Dit houdt in dat in totaal nog zo’n 300 uur benodigd is. De wens is om deze resterende uren te laten bekostigen door de gemeenten; 200 uur door de 8 gemeenten in de regio Noord-Veluwe en 100 uur door 4 gemeenten in de regio Veluwe-IJssel. Handhaven op adequaat niveau Het programma Handhaving betreft het uitvoeren van een wettelijk taak. De Wet VTH schrijft voor dat het bevoegd gezag op adequaat niveau toezicht houdt op naleving van wet- en regelgeving. Met het Anteagroup-besturingsmodel wordt aan dit adequate niveau invulling gegeven. Voor de periode 2019-2022 is via dit model bepaald aan welke bedrijven – gelet op de risico’s op overtredingen – prioriteit gegeven moet worden. In 2024 wordt een probleem- en risicoanalyse gemaakt, op basis waarvan een meerjarig programma voor 2025 en verder kan worden gemaakt.

23

Bijlage 2 Complexe gemeentelijke bedrijven per branche en risicoanalyse In het onderstaande overzicht zijn de bedrijven opgenomen die behoren tot de categorie “gemeentelijk complex”. Gemeente

Bedrijf

Branche

Heerde

Hegin Metalfinishing B.V.

GS Procesindustrie > Chemisch

Heerde

AKZO Nobel Decorative Coatings B.V.

GS Procesindustrie > Chemisch

Putten

Dekker

Complex (chemische) industrie

Oldebroek

Jan Bakker

Automotive (incl loonwerkers)

Ermelo

Kamphorst

Vervaardiging en verwerking van veevoeder

Ermelo

Polskamp

GS Voeding > Slachterijen

Ermelo

Tomassen

GS Voeding > Slachterijen

Harderwijk

HE Tubing

GS Metalektro > Metaalbewerking

Harderwijk

Hydro

GS Metalektro > Metaalbewerking

Harderwijk

Calduran

Verv. van cement-, kalk-, gips-, asfalt-, betonaardewerkproducten

Hattem

Saturn Petcare

GS Voeding > Diervoeder

Hattem

TP&T

GS Metalektro > Metaalbewerking

Heerde

Bitufa

GS Procesindustrie > Grof keramisch

24

Gemeente

Bedrijf

Branche

Nunspeet

Nive

GS Voedingsmiddelen

Oldebroek

Cela vita

GS Voedingsmiddelen

Oldebroek

Plukon

GS Voedingsmiddelen

Putten

NutriPro (eigendom Vreugdenhil Dairy)

GS Voeding > Diervoeder

Putten

Recyfood

GS Voeding > Vervaardiging

Putten

Pouliersbedrijf Ep de Graaf Ruitenbeek

GS Voeding > Vervaardiging

Putten

Pouliersbedrijf Ep de Graaf Halvinkhuizerwg

GS Voeding > Vervaardiging

Putten

2Sisters Storteboom BV

GS Voeding > Slachterijen

Elburg

Universal Dehydrates B.V.

GS Voeding > Diervoeder

Ermelo

Golfbaan The Links Valley B.V.

GS Afval > Opslag

Nunspeet

Nestlé Nederland B.V.

GS Voeding > Vervaardiging

Apeldoorn

Circulus-Berkel B.V.

GS Afval > Inzamelaar

Apeldoorn

ESA B.V.

GS Voeding > Slachterijen

Apeldoorn

Celsis B.V.

Complex overig

Apeldoorn

Sonac Loenen B.V.

GS Voeding > Diervoeder

Apeldoorn

Trioworld Apeldoorn b.v.

Complex overig

Apeldoorn

VHP Security Papermill B.V.

GS Procesindustrie > Pulp

25

Gemeente

Bedrijf

Branche

Apeldoorn

Ekro B.V.

GS Voeding > Slachterijen

Apeldoorn

VION Apeldoorn B.V.

GS Voeding > Slachterijen

Apeldoorn

Loparex B.V.

Complex overig

Epe

Pluimveeslachterij G.P. Remkes BV

GS Voeding > Slachterijen

Epe

J. Gosschalk & Zn B.V.

GS Voeding > Slachterijen

Epe

Vaassen Flexible Packaging

GS Drukkerijen

Voorst

RWZI Terwolde

GS Afval > Inzameling

Brummen

Veco B.V.

Complex overig

Epe

Galvaniseerbedrijf De Vries B.V.

GS Procesindustrie > Chemisch

Epe

Agro Bodemvoeding

GS Afval > Meststoffen

Apeldoorn

Amsterdam Meat Company Ameco BV

GS Voeding > Slachterijen

Apeldoorn

Kamp Coating Apeldoorn B.V.

GS Procesindustrie > Chemisch

Brummen

Zonnepark Eerbeek

GS Energiedistributiebedrijven

Brummen

Industriewater Eerbeek B.V.

GS Energiedistributiebedrijven

26

In onderstaand overzicht is de risicoanalyse uit het toezichtsprogramma voor de gemeentelijke complexe bedrijven weergegeven. De verschillende branches zijn ingedeeld naar risicocategorie op basis waarvan de benodigde inzet is bepaald. Hierbij is rekening gehouden met complexiteit en eventuele aanvullende rapportageverplichtingen vanuit de EPRTR (Integraal Pollutant Release and Transfer Register) wat extra toezichtsinzet vraagt. Op basis van de realisatie in 2024 wordt de risicoanalyse geëvalueerd.

inclusief EPRTR zonder EPRTR

ZEER LAAG

LAAG

BEPERKT RISICO

HOOG

68

73

78

83

48

53

58

63

vm provinciale inrichting met toezichtsplan, zonder EPRTR

ZEER HOOG 88 68 125

40

80

100

vm provinciale inrichting met toezichtsplan, EPRTR

145 60

met toezichtplan zonder EPRTR met toezichtsplan incl. EPRTR met regie - projectleiding nodig

100

120

78

83

98

103

100

125

Metaalshredders (GS Afval) Windmolen (GS Energie)

Stortplaatsen gesloten incl nieuwe activiteiten

BSA op- en overslagbedrijven (GS Afval) Complex Automotive, bv loonwerkers Overige op - en overslagbedrijven (GS Groot- en detailhandel) Overige op - en overslagbedrijven (GS Industrie) Overige op - en overslagbedrijven (GS Op- en overslag)

Metaalbedrijf (GS Metaal)

Leerlooierij (GS Industrie)

Chemie-proces-coatingoppvl.behandeling (GS Metaal)

Houtbewerking (GS Bouw)

Beton (GS Industrie)

Scheepswerf (GS Scheepswerf) Steenfabriek (GS Industrie)

27

Puinbrekers (GS Afval)

88 108 150 GS Voeding > Slachterijen Diervoeder (GS Voeding) Voedingsmiddelen (GS Voeding)

Asfaltproducenten (GS Industrie)

Galvanische oppervlaktebehandeling (GS Metaal) Chemie-proces-coatingoppvl.behandeling (GS Industrie, bv verfproducent, gieterij)

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14682704/1