CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6a Samenwerkingsagenda Kop van de Veluwe 2024 - 2028 tbv besluitvorming raad

Commissie Algemeen Bestuur 12 december 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Samenwerkingsagenda Kop van de Veluwe 2024-2028.26.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Naar buurgemeenten, naar Zwolle, en naar centrumgemeenten van omliggende regio’s. Wij steunen dan ook de inzet van de verstedelijkingsstrategie om een meer dan evenredig deel van de woningbouwopgave in Zwolle en in de subregionale kernen van Regio Zwolle te realiseren. Vooropgesteld willen we zelf voldoende mogelijkheden hebben voor een gezonde doorontwikkeling van onze gemeenten voor eigen inwoners en woningvraag van buiten. Tegelijkertijd willen we een meer dan evenredig deel van de regionale werkgelegenheidsontwikkeling in ons gebied onderbrengen.

45

Koen Castelein, wethouder gemeente Hattem

'Investeringen in bereikbaarheid vragen om grensoverschrijdende samenwerking. Daarom investeer ik graag in corridor-aanpakken voor de A28 en de A50. Die leggen de basis voor integrale gebiedsontwikkelingen, waarin wonen, werken, bereikbaarheid en natuur samenkomen. Vanuit onze sterke samenwerking in de Kop van de Veluwe, zoek ik ook de samenwerking met gemeente Zwolle. We zijn namelijk steeds meer op elkaar aangewezen. Samenwerking binnen Regio Zwolle helpt ons de opgaven in de Kop van de Veluwe tot uitvoering te brengen.'

b.     Stimuleren duurzaam vervoer In een door Noord-Veluwe Bereikbaar opgesteld inspiratiedocument is onderbouwd dat de elektrische fiets bij verplaatsingsafstanden tot 15 km de vervoerwijze is die het meest bijdraagt aan de brede welvaart. Dat vraagt goede fietsvoorzieningen op de betreffende verbindingen. Voor langere verplaatsingen kan de bus of de trein in een aantal gevallen aantrekkelijker gemaakt worden dan nu het geval is. Hetzij in frequentie (minimaal vier keer per uur in de spits), hetzij in directheid (rechtstreeks naar aan de randen van een plaats gelegen werklocaties zonder omweg en overstap bij het station). Dat neemt niet weg dat bij veel langere verplaatsingen de auto het beste vervoermiddel blijft. We moeten dan ook gericht werken aan doorstromingsknelpunten op het hoofdwegennet. Mede om te voorkomen dat sluipverkeer door omliggende kernen het leefmilieu daar onder druk zet. c.     Stimuleren duurzame deelverplaatsingen Voor veel langere verplaatsingen is het niet realistisch om te verwachten dat ze over het volledige traject duurzaam plaatsvinden. Maar op een gedeelte van de verplaatsingen kan dat vaak wel. Vooral naar centrumgemeenten. Dat vraagt goed gefaciliteerde overstaplocaties: hubs. 3.     Hubs Een hub fungeert als knooppunt van verschillende vervoersstromen.

Het biedt comfortabele wachtruimten, oplaadpunten en voorzieningen die de overstap nog aantrekkelijker maken. Een winkel voor dagelijkse boodschappen, een horecavoorziening, maar ook beveiligde fietsenstallingen en parkeerruimte voor auto’s bijvoorbeeld. Hubs hebben potentie voor het realiseren van woningen en bedrijven. Wonen en werken nabij een hub past bij de NOVI prioriteiten en de wil om zo duurzaam mogelijk het Zwolse daily urban system te ontwikkelen. Ook past dit uitstekend bij de afspraken die in het MIRT worden gemaakt.

Bij de planning van hubs is er altijd een koppeling tussen

46

enerzijds het verbeteren van (openbaar) vervoer en anderzijds het realiseren van nieuwe woongebieden. In de Kop van de Veluwe zijn vijf locaties voor hubs benoemd. In elke gemeente één, zodat de bereikbaarheid vanuit heel de Kop goed is. We beseffen ons daarbij dat we niet bij alle hubs woningen en/of bedrijven kunnen realiseren. Per locatie onderzoeken we wat mogelijk is, om te komen tot een optimale mix van functies. Oorspronkelijk positioneerden we hubs als overstapfaciliteit voor het wegverkeer (forensen) op de A28 of de A50. Tegenwoordig beschouwen we hubs steeds meer als onderdeel van een regionaal ecosysteem. Bewoners uit het gebied benutten hubs om over te stappen op een andere vervoersmodaliteit. Mensen komen met de fiets of de auto naar de hub, om vanaf daar met het openbaar vervoer of deelvervoer de reis te vervolgen. Vanuit de vijf hubs leidt een goede en veilige fietsinfrastructuur naar en in de woonkernen. Hiermee wordt de combinatie van fiets en openbaar vervoer veel aantrekkelijker. Inwoners van onze kernen (waaronder veel studenten) en bezoekers (waaronder forenzen en toeristen die overstappen naar een andere vervoersmodaliteit) reizen zo makkelijk met fiets en openbaar vervoer naar Zwolle en de andere steden in de omgeving.

De vijf potentiële hubs zijn cruciale schakels om snel en comfortabel over te kunnen stappen en de reiziger te verleiden om de slimste en schoonste manier van reizen te kiezen.

• Daarnaast investeren we in betere busnetwerken die goed aansluiten op de treinverbindingen en die ons gebied rechtstreeks verbinden met de perifere werklocaties in Zwolle. We onderzoeken of de relatief onderbenutte stadslijnen van Zwolle zijn door te trekken naar bedrijventerrein H20 en direct omliggende kernen. Dit is wellicht een eenvoudige kans om meer reizigers in de bus te krijgen en de bereikbaarheid van de Kop op korte termijn te verbeteren. • We investeren in hubs. Dit doen we gebiedsgericht door verschillende opgaven te combineren en te integreren. We zoeken vooral naar een goede verbinding tussen woningen en vervoer. • We onderzoeken of de vluchtstroken op de A28 kunnen worden gebruikt voor verkeer. Met name tussen de aansluiting Wezep en de IJsselbrug. Hiermee wordt de wegcapaciteit, vooral in de spits, beter benut. Ook het gebruik van de vluchtstroken door bussen wordt onderzocht. • Om te grote verkeersdruk in de kernen te vermijden, investeren we in maatregelen die de drukte in de kernen verminderen. Hiermee bedienen we ook ondernemers die gebaat zijn bij een gemakkelijke en snelle toegang tot rijkswegen. Deze oplossingen dragen bij aan de verkeersveiligheid in de kernen. • In de aanpak van verkeersveiligheid vraagt vooral de Zuiderzeestraatweg prioriteit.

Uitwerking • Het verkorten van verplaatsingsafstanden is een van de uitgangspunten bij de ruimtelijke doorontwikkeling van ons gebied. • Waar het nuttig en wenselijk is, realiseren wij flexwerkplekken, zodat meer mensen op fietsafstand hiervan wonen. Om goed inzicht te krijgen in de mobiliteitsstromen tussen de Kop van de Veluwe en de stad Zwolle, voeren we samen met provincie Gelderland een mobiliteitsanalyse uit. • Investeringen in de fietsinfrastructuur zijn van wezen belang voor verbetering van de bereikbaarheid in het gebied. Als onderdeel van de corridoraanpak, benoemen wij fietsroutes tussen Nunspeet en Zwolle (F28), tussen Heerde en Zwolle (F50) en vanuit de grotere kernen zonder station naar het dichtstbijzijnde station. • We ambiëren een hogere frequentie van de trein tussen Harderwijk en Zwolle, vooral in de spits. De aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer wordt groter als mensen weten dat ze elk kwartier een trein kunnen nemen van en naar Zwolle.

47

5.2. Energie Ruimtelijke ontwikkelingen staan nooit op zichzelf. Wanneer we woonwijken of bedrijventerreinen ontwikkelen of transformeren, of wanneer er aanpassingen in het bestaande systeem worden gedaan, hanteren we het energiesysteem[⁶] als ordenend principe. Wij koppelen de energietransitie aan overige ruimtelijke ontwikkelingen en vice versa. Integrale plannen die substantieel bijdragen aan de energietransitie krijgen voorrang op plannen die een minder grote bijdrage leveren. Het energiesysteem in onze regio verandert als gevolg van nieuwe technologie. De toenemende inzet van weersafhankelijke wind- en zonne-energie leidt tot een complexer en veel decentraler georganiseerd energiesysteem. Energie wekken we zoveel mogelijk lokaal op en gebruiken we direct. De vraag naar energie verandert. We gaan meer elektriciteit gebruiken. Dat vraagt veel van onze energie-infrastructuur en de ruimte die daarvoor nodig is. Waar nodig slaan we energie in onze regio op of zetten het om in andere energiedragers zoals batterijen of waterstof voor gebruik op een later moment.

⁶ Het energiesysteem bestaat uit het aanbod van, de vraag naar, het opslaan en/of omzetten en het transport van energie (en dus de energie-infrastructuur). Dit gaat zowel over elektriciteit (elektronen), als gassen (moleculen) en warmte.

Doelen Energiebesparing is belangrijk. Energie die we niet nodig hebben, hoeven we ook niet te produceren, op te slaan of te transporteren. Dat geldt zowel voor elektriciteit, warmte of gassen. Ons energiesysteem moet duurzaam en toekomstbestendig worden en betrouwbaar, betaalbaar en veilig blijven. Breed maatschappelijk draagvlak hiervoor vinden we belangrijk. Energie en samenleving We streven waar het kan naar lokaal eigenaarschap van energieprojecten, zodat de baten en de zeggenschap zoveel mogelijk in onze gemeenschap(pen) liggen. In 2030 bestaan in de regio energiegemeenschappen waarin inwoners en/ of bedrijven duurzame energie met elkaar produceren en delen: voor elkaar en met elkaar. Ons regionale energiesysteem wordt zoveel mogelijk semiautonoom: decentraal waar het kan, centraal waar het moet. Daar waar het kan, streven we ernaar ‘onze eigen broek’ op te houden. We willen een zelfstandig opererend gebied zijn dat tegelijkertijd onderdeel is van een groter geheel. Straten, wijken, buurten, bedrijventerreinen, dorpen en gemeenten zijn ook zoveel mogelijk zelfstandige (energie)gebieden binnen ons grotere regionale verband. Energie blijft zoveel mogelijk binnen onze regio.

Energie in ruimte We brengen onze vraag naar en ons aanbod van elektriciteit, groene gassen en (rest)warmte bij elkaar in plaats en tijd. Locaties voor opwekking, opslag en omzetting van hernieuwbare energie kiezen wij zo dat er optimaal gebruik van kan worden gemaakt. Andersom doen we dat ook, door locaties van bedrijven, woningen en maatschappelijke functies zo te kiezen dat er optimaal gebruik gemaakt kan worden van aanwezige (rest)energie(bronnen). Energie is in de juiste vorm voor ons beschikbaar op het moment dat wij het nodig hebben. Ons nieuwe regionale energiesysteem verandert dus. Dat vraag om innovaties. De inzet van nieuwe technologie, nieuwe economische modellen, nieuw beleid en wet- en regelgeving en nieuwe manieren van samenwerking. Dit alles met maatschappelijk draagvlak. Opgaven We zien de volgende opgaven: • Een klimaatneutraal energiesysteem in uiterlijk 2050 (100% duurzame energie). • Het energiesysteem moet betrouwbaar, betaalbaar en veilig blijven en heeft breed maatschappelijk draagvlak. • Energieprojecten zijn voor minimaal 50% in lokaal eigenaarschap. • Vraag naar en aanbod van energie zijn zo goed mogelijkmet elkaar in balans gebracht. Dit geldt zowel op plaats als in tijd. • Het energiesysteem wordt als ordenend principe gehanteerd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

48

Klimaatneutraal energiesysteem Deze opgave verwachten we te realiseren met de opwekking van duurzame wind- en zonne-energie. Als aanvulling hierop zien we kansen voor de productie en inzet van duurzame warmte en groene gassen zoals waterstof en biogas. Betrouwbaar, betaalbaar en veilig energiesysteem met breed maatschappelijk draagvlak We zijn in Nederland gewend aan een hoge leveringszekerheid van energie. Onze netbeheerders spelen daarin een centrale rol. Energie was beschikbaar wanneer we het nodig hadden en dat tegen acceptabele kosten. Beide staan onder druk. De energietransitie heeft veel impact op onze leefomgeving en vraagt veel van de samenleving. De regio zet zich samen met inwoners en bedrijven in om de energietransitie vorm te geven. Wij streven naar brede welvaart en handelen vanuit een maatschappelijke kosten- baten analyse (MKBA). Dit werken wij gebiedsgericht uit in gebiedsprocessen waarbij het energiesysteem als ordenend principe wordt gehanteerd. Lokaal eigenaarschap van energieprojecten Lokaal eigenaarschap krijgt vorm via lokale energiecoöperaties. De komende jaren kunnen ook andere energiegemeenschappen vorm krijgen. Energieprojecten kunnen ook betrekking hebben op de energie-infrastructuur, zoals warmtenetten, collectieve opslag van warmte, buurtbatterijen, et cetera. Dit vraagt om positiebepaling en het bepalen van rolneming voor gemeenten en provincie.

49

Balanceren van energievraag en -aanbod Om vraag en aanbod van energie in balans te houden, bewandelen we twee parallelle sporen in de regio. Enerzijds het versterken van het midden- en laagspanningselektriciteitsnet (onderstations Hattem en Nunspeet[⁷], kabels en transformatorhuisjes). Anderzijds het ontwikkelen en realiseren van slimme regionale energieoplossingen, zoals bijvoorbeeld smart energy hubs waarin ook batterijen, gasopslag of warmtebuffering plaatsvindt. Met slimme regionale energieoplossingen willen we het elektriciteitsnet beter benutten en ontlasten. Dit kan door duurzaam opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk direct lokaal te gebruiken of tijdelijk lokaal op te slaan

voor gebruik op een later moment. Beide oplossingen vragen om ruimte. De ruimte voor de toekomstige energie-infrastructuur, zoals onderstations, moet in Gelderse ruimtelijke verkenningen en plannen worden meegenomen. Dit vraagt om meer sturing en regie vanuit de provincie. Ruimte voor bijvoorbeeld transformatorhuisjes moet gereserveerd worden in lokaal beleid. Het tweede spoor vraagt om innovatie op technisch, economisch, juridisch en socio-cultureel niveau. Beide oplossingsrichtingen spelen op korte, middellange en lange termijn.

⁷ Onderstation Hattem en cluster Nunspeet zijn opgenomen in de PMIEK Gelderland 2023. Uitbreiding van onderstation Harderwijk is randvoorwaardelijk voor uitbreiding van cluster Nunspeet. Dit project kan niet starten als gevolg van de stikstofproblematiek.

Uitwerking Wanneer we woningen of bedrijvigheid willen ontwikkelen of transformeren, of wanneer er aanpassingen in het bestaande worden gedaan, dan hanteert de regio het energiesysteem[⁸] als ordenend principe. We gaan aan de slag met gebiedsprocessen. De Kop van de Veluwe koppelt de energietransitie aan overige ruimtelijke ontwikkelingen en vice versa. • We zien veel kansen voor de energietransitie op bedrijv terreinen en de daaraan grenzende gebieden en daarom geven we deze prioriteit, zoals benoemd in paragraaf 5.2 Economie. We zoeken samen met ondernemers en parkmanagers naar mogelijkheden om netcongestie op bedrijventerreinen op te lossen. Verduurzaming wordt zo gerealiseerd en economische ontwikkeling blijft plaatsvinden. Hier werken we aan de ontwikkeling en realisatie van smart energy hubs: decentrale, semiautonome energielocaties die op energiegebied zoveel mogelijk zelfvoorzienend gaan werken. • Nieuwe bedrijven worden per 1 januari 2024 verplicht zonnepanelen op hun daken te plaatsen. Aandachtspunt hierbij is dat deze elektriciteit dan ook direct lokaal gebruikt of opgeslagen wordt om het elektriciteitsnet niet te veel te belasten. • Zonnepanelen worden zoveel mogelijk op daken of gevels van gebouwen of objecten (parkeerplaatsen of geluidsschermen) geplaatst of op locaties waar functies gecombineerd worden.

• We zoeken mogelijkheden voor benutting van rijksgronden van Rijkswaterstaat, ProRail, Rijksvastgoedbedrijf, Staatsbosbeheer en Defensie via het Programma OER (Opwekking Energie op Rijksgronden). • We verkennen kansen voor zonne-energie in de landgoederenzone (overgangszone tussen bos/heide en de meer open weide/polderlandschappen en uiterwaarden). • We zoeken uit hoe we binnen de samenwerking in Regio Zwolle en in samenwerking met provincie Gelderland en de netbeheerder kansen kunnen benutten voor opwekking van energie, het beter benutten van de beschikbare netcapaciteit en het verbeteren van de energie-infrastructuur. • We zoeken naar mogelijkheden voor technische innovaties en financiële mogelijkheden voor stilstands-voorziening (stilzetten windturbine als zon schijnt, ter voorkoming van slagschaduw), zodat er ruimte ontstaat voor ontwikkeling van nieuwe windparken en de natuur wordt beschermd (zoals bijvoorbeeld de wespendief). • In Noord-Veluwe verband werken we aan een “Regionale Aanpak warmtetransitie gebouwde omgeving” en aan een “Uitvoeringsstrategie Zon op dak”.

• We denken als overheden na over welke positie/rol we voor onszelf zien in de ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuur. Bijvoorbeeld nieuwe warmte-infrastructuurprojecten zoals warmtenetten, maar ook elektriciteitsinfrastructuurprojecten (buurtbatterijen) en de infrastructuur die nodig is voor smart energy hubs. 5.3. Achtergrond: Regionale Energie Strategie (RES) en Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS) De gemeenten Nunspeet, Elburg, Oldebroek, Hattem werken samen met provincie Gelderland, Waterschap Vallei en Veluwe, drie andere Gelderse gemeenten en tal van maatschappelijke organisaties in onze regio aan de Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Veluwe. Gemeente Heerde werkt mee aan de RES Stedendriehoek. De RES’sen 1.0 beschrijven in welke gebieden het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit met wind- en zonneparken op land en grote zonnedaken het meest kansrijk is. Bij het opstellen van de RES 1.0 hebben de regio’s regionale kwaliteiten als vertrekpunt genomen. In de RES’sen is afgesproken om zoekgebieden voor energie te concretiseren via gebiedsprocessen, waarbij we integraal kijken naar de verschillende opgaven in het gebied.

Door de energietransitie te verbinden met andere maatschappelijke opgaven (verstedelijking, landbouwtransitie, stikstofproblematiek, versterken natuur en biodiversiteit, klimaatadaptatie) ontstaan kansen om de beperkte ruimte meervoudig te gebruiken in plaats van enkelvoudig. De regio heeft gezocht en blijft zoeken naar koppelkansen en wil deze benutten. Een energielandschap (RES-zoekgebied) is niet een op zichzelf staand gebied, maar staat altijd in verbinding met een andere opgave. Een woonwijk of bedrijventerrein is ook een energielandschap, een waterbergingsgebied kan ook een energielandschap zijn. Net zoals een landbouwgebied ook een natuurgebied kan zijn.

Gelet op de actuele problemen in de energievoorziening, op bedrijventerreinen en mogelijks zelfs ook in woonwijken, hebben de bestuurders van de RES Noord-Veluwe en de RES Stedendriehoek een actieplan opgezet om tot oplossingen te komen. Hierin wordt vanuit de energie-opgave een verbinding gemaakt met de andere grote ruimtelijke vraagstukken. De betreffende acties worden uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma dat we maken als vervolg op deze agenda.

⁸ Het energiesysteem bestaat uit het aanbod van, de vraag naar, het opslaan en/of omzetten en het transport van energie (en dus de energie-infrastructuur). Dit gaat zowel over elektriciteit (elektronen), als gassen (moleculen) en warmte.

50

51

Het integraal afwegen van belangen vraagt om maatwerk en keuzes ten aanzien van het veranderende landschap. Dit integrale perspectief is toepasbaar op drie verschillende schaalniveaus: • Op regionale schaal • Hier gaat het over de afweging om energiegebieden te combineren met andere regionale opgaven. • Op gebiedsniveau • Hier krijgt integrale ontwikkeling een plek in de gebieds processen die soms ontstaan vanuit de energietransitie, soms vanuit andere maatschappelijke opgaven. • Op locatieniveau • Hier betreft het lokale inpassing en koppelkansen met de directe omgeving. Regionale doelstelling voor duurzame opwek van elektriciteit De RES Noord-Veluwe 1.0 is vastgesteld in 2021 en daarin is een bod gedaan om in 2030 0,53 Terawattuur (TWh) hernieuwbare energie op te wekken in de regio. Dit bod is als volgt onderverdeeld: 0,19 TWh zon op dak (35%). 0,12 TWh zon op land (23%). 0,22 TWh windturbines (42%). De RES-regio’s monitoren de voortgang van duurzame energieprojecten en de realisatie van het bod. In juli 2023 levert elke RES-regio een voortgangsrapportage op waarin de huidige cijfers en stand van zaken worden beschreven. 5.4. Netschaarste Op dit moment staat de voortgang van de RES onder druk. Net als de beschikbaarheid van elektriciteit. Er is netcongestie op zowel het landelijke (TenneT) als het regionale elektriciteitsnet (Liander).

Het net moet worden versterkt om het groeiende aanbod van en de groeiende vraag naar elektriciteit te kunnen verbinden. De regio werkt hieraan met de provincie en netbeheerder. Dit is niet van de ene op de andere dag geregeld. In een groot deel van Gelderland blijft zeker tot 2030 sprake van netcongestie. Een energienetwerk met voldoende netcapaciteit is een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie van veel opgaven in deze regio: verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en het realiseren van nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid. De provincie gaat meer sturing geven aan de aanpak van congestie op het elektriciteitsnet. In het samenwerkingsverband Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS) werkt provincie Gelderland samen met netbeheerders TenneT en Liander en de zes RES-regio’s aan de energie-infrastructuur.

52

De aanpak GEIS kent drie sporen: 1.     Versnellen van de realisatie van energie- infrastructuur. 2.     Uitwerken van slimme regionale energieoplossingen. 3.     Integraal programmeren van energie-infrastructuur. 1.    Versnellen van de realisatie van energie-infrastructuur Provincie Gelderland versnelt vergunningverlenings- en ruimtelijke procedures voor de geplande onderstations van de netbeheerder. Het versnellen van de realisatie van energie-infrastructuur is gericht op de korte termijn (voor 2030). 2.    Uitwerken van slimme regionale energiesystemen Op verschillende plaatsen in de regio, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen H2O in Wezep en De Kolk in Nunspeet, werken ondernemers, gemeenten en netbeheerder aan ontwikkeling en realisatie van smart energy hubs. Zij willen de capaciteit van het bestaande elektriciteitsnet beter benutten door onderling afspraken te maken over uitwisseling van netcapaciteit en het onderling delen van energie. Dit is naast een technisch vraagstuk, ook een economisch, juridisch en samenwerkingsvraagstuk. Experimenteerruimte is nodig om beweging te versnellen.

Ook vanuit nationaal niveau wordt gewerkt aan oplossingen om het bestaande elektriciteitsnetwerk beter te benutten. Zo wil de Autoriteit Consument en Markt (ACM) netbeheerders de ruimte bieden om soepeler om te gaan met het principe ‘first come - first serve’ door netbeheerders de mogelijkheid te geven om in specifieke gevallen hiervan af te wijken. Bijvoorbeeld door in geval van netschaarste onderscheid te maken in de volgorde waarop aansluitingen op het elektriciteitsnetwerk worden gerealiseerd (‘een ziekenhuis zou dan voorrang kunnen krijgen op een casino’). Voor het opstellen van kaders voor dergelijke prioritering gaan netbeheerders met de provincies aan de slag.

3.    Integraal programmeren en prioriteren van energie-infrastructuur Integraal programmeren is een aanpak om integrale bestuurlijke keuzes te maken over de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw en bedrijvigheid) en van daaruit van de benodigde energie-infrastructuur (energy-oriented development). Dit gaat enerzijds over de periode tot 2030, hoewel veel van de investeringen in het energienetwerk door de netbeheerder al vastliggen. Anderzijds gaat dit over de lange termijn (na 2030), waarin bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden in de volgordelijkheid van realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen en aanleg of versterking van energie-infrastructuur. Een eerste stap om integraal te programmeren, is de vaststelling van het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK). In het eerste PMIEK (voorjaar 2023) zijn de bovenlokale projecten voor de energie-infrastructuur geïnventariseerd. Het PMIEK krijgt elke twee jaar een update. Met de toevoeging van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan binnen GEIS de programmeercyclus worden doorlopen om te komen tot een verdere prioritering. 5.5. Versnelling en herijking RES-doelen Provincie Gelderland en de gemeenten willen de RES- doelstelling realiseren. Dit vraagt om concretisering van RES-zoekgebieden en versnelling van de uitvoering[⁹].

Dit kan door integrale gebiedsprocessen op te starten en het energiesysteem daarin mee te nemen. Afhankelijk van de uitkomsten van die gebiedsprocessen kan herijking van de RES 1.0 in een RES 2.0 Herijkingsdocument nodig zijn. We onderzoeken of de RES het meest passende beleidsdocument is om energiedoelen te borgen. Wellicht past een integraal (interbestuurlijk) gebiedsprogramma beter. In beide gevallen is daarvoor objectieve milieu-informatie nodig. De provincie werkt daarom aan twee milieueffectrapportages: een plan-m.e.r. voor wind en RES’en en een plan-m.e.r. Veluwegebied/wespendief. [1] Het energiesysteem bestaat uit het aanbod van, de vraag naar, het opslaan en/of omzetten en het transport van energie (en dus de energie-infrastructuur). Dit gaat zowel over elektriciteit (elektronen), als gassen (moleculen) en warmte. [2] Onderstation Hattem en cluster Nunspeet zijn opgenomen in de PMIEK Gelderland 2023. Uitbreiding van onderstation Harderwijk is randvoorwaardelijk voor uitbreiding van cluster Nunspeet. Dit project kan niet starten als gevolg van de stikstofproblematiek.

[3] Het energiesysteem bestaat uit het aanbod van, de vraag naar, het opslaan en/of omzetten en het transport van energie (en dus de energie-infrastructuur). Dit gaat zowel over elektriciteit (elektronen), als gassen (moleculen) en warmte. [4] Het vinden van nieuwe zoekgebieden voor windenergie in de Kop van de Veluwe is op dit moment lastig, omdat Gedeputeerde Staten Gelderland hebben besloten windenergie te beperken in een zone van 1-8 km rondom de Veluwe om de wespendief te beschermen (PS2022- 1007). Lyda Sneevliet, wethouder gemeente Elburg

'We werken in onze regio samen aan het realiseren van woningbouwplannen op basis van onze Gebiedsverkenning Kop van de Veluwe. De provincie Gelderland steunt deze samenwerking, ook binnen Regio Zwolle. Het is een stevige opgave. Voor wie gaan we waar bouwen? Het gaat om belangrijke keuzes, ook als het gaat om het klimaat en dergelijke. Daarom is samenwerking juist voor ons zo belangrijk om in te investeren.'

⁹ Het vinden van nieuwe zoekgebieden voor windenergie in de Kop van de Veluwe is op dit moment lastig, omdat Gedeputeerde Staten Gelderland hebben besloten windenergie te beperken in een zone van 1-8 km rondom de Veluwe om de wespendief te beschermen (PS2022- 1007).

53

HOOFDSTUK 6

6.1. Corridor Flevoland-Veluwe

6. Gebiedsopgaven

Initiatiefnemers: Overige partijen: Provincies: Tijdsperiode:

provincie Gelderland, gemeente Elburg, gemeente Oldebroek gemeente Dronten, gemeente Epe Gelderland en Flevoland 2023-2035

De gebiedsopgaven in de Kop van de Veluwe zijn die opgaven waar op integrale wijze grensoverschrijdend gebiedsgericht gewerkt gaat worden. Hoe? Dat zal komende tijd verder uitgewerkt worden. Maar dat we het gaan doen, dat is in deze agenda vastgelegd. Na het publiceren van deze samenwerkingsagenda, gaan de betrokken organisaties met elkaar om tafel. Zij zullen de zeven opgaven verder verfijnen. Daarbij is het voor de meeste opgaven van belang dat de kaders voor het landelijk gebied (zoals het VLGG Veluwe) duidelijker worden. In de gebiedsopgaven zijn regelmatig processen benoemd die al in volle gang zijn. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling deze processen te vertragen of stoppen door het vaststellen van deze gebiedsopgaven. Zie bijvoorbeeld het gebiedsproces voor de Hoenwaard dat volop in beweging is. Wel worden ze in een groter verband van een gebiedsopgave geplaatst. Dit kan gaandeweg leiden tot accentverschuivingen binnen een proces. De gebiedsopgaven op een rijtje: 6.1. Corridor Flevoland – Veluwe 6.2. Hub ‘t Harde 6.3. Kop van de Kop 6.4. Randmeerkust (4a) en IJsselvallei (4b) 6.5. Stationsomgeving Nunspeet 6.6. GEUS 6.7. Corridor A50

In deze opgave, aangedragen door de gemeenten Elburg en Oldebroek, staan de (verkeers)stromen tussen Flevoland en de Veluwe centraal. De verkeersdruk in deze corridor neemt toe. Dit wordt echter nergens onderkend en benoemd als dilemma. Door ruimtegebrek in Elburg en Oldebroek wijken bedrijven uit naar Flevoland, vooral naar Dronten. Dat leidt tot meer verkeer. De Randmeerbrug over het Veluwemeer bij Elburg is hier niet op berekend, net zomin als het onderliggende (N-)wegennet. Door de toenemende drukte groeit de onveiligheid rondom de N-wegen. Ook in ’t Harde, vanaf de A28, staat het verkeer in het dorp regelmatig vast en ervaren de bewoners overlast. Dit geldt ook voor de kernen aan de Zuiderzeestraatweg: Oldebroek, Oostendorp (Elburg) en Doornspijk. De leefbaarheid staat hier onder druk. Tegelijkertijd hebben de gemeenten Elburg en Oldebroek ambities met betrekking tot de bouw van woon en werklocaties, ook na 2030. Oldebroek heeft hiervoor reeds een grootschalige WVG gelegd. Elburg is een locatieonderzoek gestart. Voorts is het van belang dat de verkeerssituatie en de leefbaarheid van de kernen in de corridor gaat verbeteren. Voorstel: Integraal gebiedsproces voor de corridor–thema’s: verbeteren leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid, wonen en werken, voorzieningen.

Koppelkansen: • In deze gebiedsopgave de ontwikkeling van het entreegebied vanaf de Randmeerbrug meenemen. Verbinding brug – vesting Elburg, goede verkeersdoorstroming, toegankelijkheid en ontwikkeling van Kruismaten en het gehele enreegebied vanaf de polder bezien. • Ontwikkeling van hub ’t Harde is van vitaal belang om in een goede verbinding met de rest van Regio Zwolle te voorzien. De hub ligt in dit gebied en kan onderdeel zijn van de grotere gebiedsopgave • Al eerder benoemd: centrale opgave in de corridor is het goed vormgeven van de woningbouwambitie van de gemeenten en deze nauw verbinden met het garanderen van een goede verkeersdoorstroming. • Deze opgave koppelen aan het programma Vitale Kernen van Regio Zwolle.

54

55

6.2. Hub 't Harde

6.3. Kop van de Kop

Initiatiefnemers: Overige partijen: Tijdsperiode:

Initiatiefnemers: Tijdsperiode:

provincie Gelderland, gemeente Elburg Defensie, Rijksvastgoedbedrijf, NS, ProRail, Rijkswaterstaat, Regio Zwolle 2023-2030

Na de verkenningen die al zijn uitgevoerd voor station ’t Harde en omgeving (handelingsperspectieven), schalen we op naar een integrale gebiedsopgave. Deze omvat een bredere visie voor het station en het omliggende gebied, waarbij het station gepositioneerd wordt als hub: een knooppunt van wegen, spoor, fietspaden en andere routes, waar mensen gefaciliteerd worden in hun vervoerskeuzes. Hub ’t Harde is van belang voor de Kop van de Veluwe. Inwoners kunnen deze hub benutten voor hun reis richting Zwolle, Amersfoort, Amsterdam of Apeldoorn. Reizigers van buiten de regio benutten de hub voor bijvoorbeeld bestemming Elburg of Zwolle. In lijn met de ontwikkelprincipes van Regio Zwolle en het Rijk onderzoeken we de mogelijkheden van zo dicht mogelijk wonen en werken bij een vervoersknooppunt. Dit is uitdagend vanwege Natura 2000 en het aangrenzende defensieterrein. Er liggen mogelijk kansen voor werklocaties, als koppelingen gelegd worden met andere terreinen. Bijvoorbeeld in de corridor Flevoland Veluwe. De hub past goed in de mobiliteitsstructuur van Regio Zwolle en maakt onderdeel uit van het netwerk dat in de regio wordt ontwikkeld. Voorstel: een integraal gebiedsproces waarin de volgende thema’s aan de orde komen: mobiliteit, wonen en werken, energie, Natura 2000 (Natura 2100).

We geven aandacht aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied, natuuropgaven en beperking geluidsoverlast. We geven ons rekenschap van de belangen van Defensie, met de naastgelegen kazerne waar veel transport plaatsvindt van militair materieel. Dit hoeven geen tegengestelde belangen te zijn. Eerdere gesprekken leerden dat samenwerking kansen biedt. Mogelijk liggen in het gebied ook nog kansen voor energieopwekking en opslag. Koppelkansen • Ontwikkelen en Natura 2000: onderzoeken of en zo ja welke ruimte c.q. kansen er zijn om te bouwen op de grens van Natura2000 gebied. • Transformatie naastgelegen bedrijventerrein • Versterken ruimtelijke kwaliteit van het gebied • Verbinden met Opgave 1, Corridor Veluwe-Flevoland • Opwaarderen station • Verbeteren aantrekkelijkheid OV

56

gemeenten Hattem en Oldebroek, provincies Gelderland en Overijssel, Regio Zwolle, gemeenten Kampen en Zwolle, Waterschap Vallei en Veluwe 2023-2035

De Kop van de Kop grenst aan Zwolle aan en bevat belangrijke infrastructuur voor stad en gebied. Het IJssellandschap vormt een fraaie buffer tussen stad en Kop. We verwachten dat de groei van Zwolle zal leiden tot grotere drukte in vooral de noordkant van de Kop van de Veluwe, de Kop van de Kop. Dit is het gebied rondom knooppunt Hattemerbroek, maar ook het Zwolse rivierfront. Aan de zuidkant speelt stationsgebied Wezep een belangrijke rol voor deze opgave als het gaat om bereikbaarheid en snelle toegang tot het Veluws natuurgebied vanuit Zwolle. In Zwolle wordt geïnvesteerd in grootschalige woningbouw. In Spoorzone Zwolle zelfs in hoge dichtheid. We beseffen dat de groei van het aantal inwoners hier, invloed heeft op de Kop van de Kop; mensen gaan hier recreëren. Ze verplaatsen zich door het gebied, onderweg naar diverse bestemmingen, bijvoorbeeld voor werk op H2O. De kwaliteit van leven in Hattemerbroek is een ander belangrijk aspect in deze gebiedsopgave. Net als in de corridor is ook hier de drukte in het gebied toegenomen door de aanleg van H2O. In deze opgave willen we aandacht besteden aan de vraag hoe we met investeringen de kwaliteit van leven (brede welvaart) en ruimtelijke kwaliteit in het gebied kunnen vergroten.

Kansen: Door de ontwikkeling van natuur en landschap en van recreatieve routes van en naar Zwolle (verbinden met opgave 4a en 4b) is meer samenhang te bereiken in dit gebied. En indien het de kwaliteit van het gebied ten goede komt, in combinatie met wonen en werken. Voorwaarde is dat dit op een duurzame en natuurinclusieve manier gebeurt. De gebiedsopgave past in het Perspectief 2063 dat in de samenwerkingsagenda is geschetst. Vanuit de RES Noord-Veluwe worden in het gebied kansen gezien voor energieopwekking. Koppelkansen • Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle: deze gebiedsopgave past goed binnen de ontwikkelcontouren van Regio Zwolle • Gebiedsopgave 4a Randmeren en 4b IJsselvallei • RES Noord-Veluwe • In de bereikbaarheid van de Kop van de Kop speelt station Wezep mede een rol. Voor de stationsomgeving is een visietraject gestart waarbij ook nagedacht wordt over hoogbouw, voorzieningen en een functie als recreatiepoort tot de Veluwe.

57

6.4. Randmeerkust (4a) en IJsselvallei (4b)

6.5. Stationsomgeving Nunspeet

Initiatiefnemers: Tijdsperiode:

Initiatiefnemer: Andere partijen: Tijdsperiode:

gemeenten Heerde, Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet, provincie Gelderland, Waterschap Vallei & Veluwe, Veluwe op 1, vertegenwoordiging agrarische sector, natuurorganisaties 2023-2035

gemeente Nunspeet Regio Zwolle, Omnia Wonen, ProRail, NS, provincie Gelderland 2023-2035

Gebieden langs de IJssel en de Randmeren zijn van belang voor het voortbestaan van diverse (extensieve) vormen van landbouw die zich goed verhouden met een groei van de biodiversiteit (natuurontwikkeling). We zien kansen voor nieuwe natuur in de natte delen langs de Randmeren en de rivier. Dit past in de ontwikkeling ‘Natura2100’. Hier spelen wateropgaven en het ontwikkelen van nieuwe kleinschalige recreatievormen. We willen juist binnen deze opgave inzetten op nieuwe, duurzame verdienmodellen voor agrariërs. Denk aan de productie van biobased grondstoffen voor de bouwkolom. Daarbij is het van belang dat ondernemers en overheid ruimte krijgen om te experimenteren. We willen graag steun geven aan initiatieven zoals dat van de stichting Vier Merken, een collectief van boeren dat wil investeren in duurzame landbouw en dat is aangemerkt als gebiedsproces Oosterwolde (VLGG Noord Veluwe). Ontwikkeling van deze gebieden draagt tevens bij aan de agenda van Veluwe-op-1. Om de Veluwe te ontlasten investeren we in de Veluwekust. Zo ontstaat een aantrekkelijk alternatief voor bewoners die gewoonlijk naar de Veluwe gaan. Dit vergt een kwalitatief goed aanbod met bijpassende kleinschalige infrastructuur en zo nodig kleinschalige verblijfsaccommodatie. De verbinding met het water willen we vooral als kans zien.

Waterrecreatie is langs de kust van Harderwijk, Ermelo en Putten sterk ontwikkeld. Wij willen ook in onze gebieden kansen verkennen die passen bij het gebied en de kwaliteit van het gebied versterken. We zetten met deze gebiedsopgave in op de natuurlijke robuustheid van de randen van het gebied, ook op lange termijn. We willen dit in relatie brengen met de droge natuur hoger op de Veluwe. Compenseert een veel hogere biodiversiteit in de randen van de Kop het incidenteel zoeken naar ruimte hoger op de Veluwe rondom knooppunten voor wonen of werken en tegelijkertijd natuurontwikkeling? Het denken hierover werken we in alle voorzichtigheid uit onder noemer 2100 en is bedoeld voor de lange termijn. Invloed van bijvoorbeeld Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG Veluwe) op deze opgaven zal groot zijn. Hier beschreven algemene doelstellingen worden daarop afgestemd in het uiteindelijke regio arrangement Kop van de Veluwe. Omwille van het behapbaar houden van deze opgave delen we de opgave op in opgave 4a – Randmeerkust en 4b – IJsselvallei. Koppelkansen: • VLGG Veluwe (VLGG Noord Veluwe en Masterplan IJsselvallei) • Veluwe op 1 • Productie biobased materialen voor de bouwkolom • Nieuwe vormen van landbouw • Verkennen Natura 2100

58

Deze gebiedsontwikkeling geeft de entree van Nunspeet een nieuw gezicht, creëert een aantrekkelijk dorpshart en een veilige verbinding tussen Nunspeet en de Veluwe. Het draagt bij aan de ambitie om de regio op te kaart zetten als Poort tot de Veluwe. Met de integrale gebiedsontwikkeling van de stationsomgeving wordt de ontwikkelpotentie voor wonen, werken en voorzieningen in combinatie met de verblijfskwaliteit van de stationsomgevingen/centrumgebied optimaal benut. De onveilige gelijkvloerse kruising met het spoor wordt vervangen door twee onderdoorgangen. Het station wordt zowel aan de centrumzijde als aan de zijde van het Veluwetransferium toegankelijk. De openbare ruimte rondom het station wordt opnieuw ingericht. Nunspeet krijgt een groen stationsplein dat het station, transferium én de Veluwe met het centrum verbindt en het verblijfsklimaat versterkt. De entree van Nunspeet wordt verkeersveilig gemaakt door herinrichting van rotondes en toegangswegen. Het Veluwetransferium wordt heringericht. De stationsomgeving is een regionale mobiliteitshub: hier komen station, buslijnen en Veluwe-transferium bij elkaar. De aantrekkingskracht verbetert door een betere ruimtelijke kwaliteit, hogere veiligheid en een betere bereikbaarheid.

Vanuit een sterker regionaal OV-systeem zijn er mogelijkheden om een toeristisch-recreatieve propositie te ontwikkelen in samenwerking met regionale partners. Gezamenlijk vermarkten met spreiding van recreatie tot gevolg. De herinrichting van het stationsgebied biedt kansen voor de transformatie van een gedeelte van het bedrijventerrein Feithenhof naar een gemengd woon-werk-voorzieningengebied. Een gevarieerde en diverse wijk. Hiermee draagt Nunspeet bij aan het invullen van de woningbehoefte zoals afgesproken in de regionale woondeal. Met dit project speelt Nunspeet in op een belangrijk ontwikkelprincipe: bouwen in de nabijheid van een mobiliteitsknooppunt. De gemeente en woningcorporatie Omnia Wonen werken aan een gebiedsvisie voor de gebiedstransformatie. Koppelkansen: • Verstedelijkingsstrategie NOVEX Regio Zwolle – stationsgebied Nunspeet komt in aanmerking voor programmaplan karakteristieke stationsomgevingen • Realisatie woningbouw en werkgelegenheid nabij station • Spreiding recreatie, conform plannen Veluwe-op-1 • Verhogen verkeersveiligheid

59

6.6. GEUS Initiatiefnemers: Andere partijen: Tijdsperiode:

6.7. Corridor A50 provincie Gelderland, gemeenten Ermelo, Nunspeet, Apeldoorn en Barneveld Waterschap Vallei en Veluwe 2022-2030

Op de Noord-Veluwe komen tal van maatschappelijke opgaven samen. Vanwege haar ligging is er veel aandacht voor de natuur. Ook de woningbouwopgave vraagt ruimte in het gebied. De opgaven hangen in veel gevallen met elkaar samen en tegelijkertijd is de aanpak verdeeld over diverse strategieën, programma’s en agenda’s. De gezamenlijke overheden hebben het initiatief genomen voor een living lab aanpak in de enclave met daarin Uddel, Elspeet, Speuld en Garderen. Reden hiervoor is de samenloop van tal van opgaven: stikstof, landbouwtransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel. Door aan de slag te gaan met onderzoeken, innovaties, samenwerking en maatschappelijk dialoog leren de deelnemen de partijen wat nodig is voor een effectieve gebiedsgerichte aanpak anno 2023. Hierbij zijn de kennis en initiatieven van de inwoners en ondernemers uit het gebied van groot belang. Samenwerking tussen overheden, inwoners, ondernemers, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties staat daarom in het living lab centraal. ‘Het doel is om door samen te werken het gebied duurzaam te ontwikkelen, zodat je er ook in de toekomst goed kunt wonen, werken en recreëren. Dat is wat er met het Living Lab wordt nagestreefd. Dit wordt gedaan door tot acties te komen waar de verschillende themagroepen binnen het Living Lab met elkaar mee aan de slag gaan.

Want in actie komen, oplossingen vinden en daadwerkelijk uitvoeren en experimenteren, dat is waar het om draait in het Living Lab.’ Dit Living Lab dient als voorbeeld en inspiratie voor andere gebiedsopgaven in de Kop van de Veluwe. Vooral die opgaven die ontstaan in gebieden waar boeren overwegen om het bedrijf te beëindigen en/of van functie te veranderen. Verwachting is dat dit relevant wordt na publicatie van de zo genoemde piekbelastersregeling van het ministerie van LNV, medio juli 2023. Voor meer informatie: www.livinglabgeus.nl

60

Initiatiefnemers: Overige partijen: Tijdsperiode:

gemeenten Heerde en Hattem gemeenten Epe, Apeldoorn en Zwolle, provincies Gelderland en Overijssel, Regio Zwolle en regio Stedendriehoek, Rijkswaterstaat 2023/24-2035

Regio Zwolle en de provincie Gelderland werken vanuit corridoraanpakken. Net als voor de A28, waarvoor het programma Noord- Veluwe Bereikbaar is ontwikkeld, lijkt het ons nuttig ook voor de A50 een corridoraanpak te ontwikkelen. Deze wordt ook door Regio Zwolle benoemd. De aanpak is van belang voor het programmaplan Mobiliteitsstrategie NOVEX Regio Zwolle. We zien in dit gebied diverse ontwikkelingen die we willen bundelen. Denk aan de ontwikkeling van Horsthoek tot hub en de aansluitende circulaire economie hub in Heerde Zuid. In dit gebied liggen kansen voor combinaties van energieopwekking en -opslag. Tegelijk hebben we te maken met bewoners die overlast ervaren van het verkeer op de snelweg. We onderzoeken hoe de kernen beter aan kunnen sluiten op de A50. We willen hiermee de verkeersveiligheid in de kernen verbeteren. Hierbij streven we ernaar voldoende ruimtelijke kwaliteit te behouden voor de kernen en tegelijkertijd een groei van het aantal woningen mogelijk te maken. Overgangen met Natura2000 gebieden verdienen speciale aandacht. Grotere plaatje: Deze corridoraanpak zal benut worden voor een grotere Gelderse corridor-aanpak. Provincie Gelderland lijkt vooral in te zetten op de zuidelijke corridors A15 en A12. Samen met de regio Stedendriehoek en Foodvalley pleiten we voor het daarop aansluiten van een corridoraanpak A1-A28-A50.

Hierin moet extra aandacht gegeven worden aan de inbedding van de hoofdinfrastructuur in Natura 2000 gebied. Juist deze corridoraanpak kan verbonden worden aan een Veluweprogramma dat binnen de provincie Gelderland wordt ontwikkeld, als onderdeel van het Ruimtelijk Voorstel dat zal worden aangeboden aan het Rijk. Koppelkansen: • Circulair Economiecluster Oost-Nederland (Heerde Zuid) • Ontwikkeling Hub Horsthoek • Nationaal programma Veluwe • Noord-Veluwe Bereikbaar • Programmaplan Mobiliteitsstrategie NOVEX Regio Zwolle

61

HOOFDSTUK 7

7. Organisatie en sturing In de Kop van de Veluwe werken de zeven overheden als gelijkwaardige partner samen. Ieder met haar eigen rol en verantwoordelijkheid. Daarnaast werken we in de uitvoering en realisatie van deze Samenwerkingsagenda samen met maatschappelijke partners, ondernemers en het onderwijs. We vinden slagvaardigheid, duidelijkheid over processen en een helder onderscheid tussen wat we gezamenlijk doen en wat we in coalities doen, belangrijke uitgangspunten voor de wijze waarop we de organisatie vorm geven. We organiseren ons rond de inhoud, zowel op thema’s als in een gebiedsgerichte aanpak.

Thematische benadering Het uitvoeren van deze agenda kent twee samenhangende werkwijzen. Enerzijds werken we als Kop van de Veluwe samen binnen bepaalde beleidsterreinen, zoals economie, arbeidsmarkt, mobiliteit, energie, wonen en landelijk gebied. Dit noemen we de thematische benadering. We kennen in dit verband twee bestuurlijke overleggen: Ruimte en Economie. Het BO Ruimte houdt zich bezig met wonen, natuur en landbouw, mobiliteit, en recreatie en toerisme. Het BO Economie gaat over de thema’s economie, menselijk kapitaal en energie. De bestuurders verdelen onderling de portefeuilles en zorgen ervoor dat er een goede afstemming plaatsvindt met andere relevante regionale tafels, bijvoorbeeld op de Noord-Veluwe of in de Regio Zwolle. Het is de taak van het BO om regionale zaken binnen de beleidsterreinen af te stemmen en uitvoering te geven aan de acties die genoemd staan in de Samenwerkingsagenda. Het BO heeft een agenderende en adviserende rol over het betreffende thema, wat mogelijk leidt tot bijstelling van doelen, ambities of prioritering in de samenwerking Kop van de Veluwe.

62

Toelichting: Waar een taart uit meerdere lagen bestaat en per punt gegeten wordt, zo werken we op de Kop van de Veluwe zowel samen aan de lagen (thematisch) als aan de punt (gebiedsgericht).

Gebiedsgerichte aanpak Bij concrete gebiedsontwikkelingsprocessen hanteren we een gebiedsgerichte aanpak. Hiervoor benoemen we zeven gebiedsopgaven: deelgebieden binnen de Kop van de Veluwe met een eigen dynamiek en een specifieke set van opgaven. In zo’n gebied komen meerdere thema’s samen: integraal en gebiedsgericht dus. Uitvoering van de gebiedsopgaven ligt bij coalitions of the willing: partijen die zelf belang hebben of zien bij de uitwerking van de opgave en daaraan actief willen bijdragen. Dat kan één gemeente zijn of meerdere gemeenten binnen de Kop van de Veluwe. Dit eventueel aangevuld met andere overheidspartners zoals provincie, waterschap, omliggende gemeenten of provincies, het Rijk of een publiek-private samenwerking. De deelnemende partners aan een gebiedsopgave vormen samen het bestuurlijk opgaveteam. Dat team is verantwoordelijk voor de doorontwikkeling en uitvoering van de gebiedsopgave. Binnen het inhoudelijk kader van de Samenwerkingsagenda gaat de coalitie eigenstandig aan de slag. Terugkoppeling vindt in de Kopgroep plaats, de integrerende tafel die zowel de gebiedsopgaven als de thema’s aan elkaar verbindt. Kopgroep De Kopgroep is (gedelegeerd) verantwoordelijk voor de uitvoering van de Samenwerkingsagenda en rapporteert hierover aan de samenwerkingspartners. Daarmee is de Kopgroep de integrerende tafel voor onze samenwerking.

Ze agendeert regionale ontwikkelingen en stemt de inbreng op andere regionale tafels met elkaar af. De Kopgroep borgt integraliteit tussen de diverse thema’s en gebiedsopgaven en bespreekt raakvlakken, dilemma’s en voorstellen voor prioritering of scopewijzigingen. Leden van de Kopgroep zijn vertegenwoordigers vanuit de samenwerkingspartners, de voorzitter en coördinerend gemeentesecretaris. De Kopgroep is tevens de bestuurlijk opdrachtgever voor de regiosecretaris en gebiedsregisseur.

Burgemeesters en gemeentesecretarissen De burgemeesters dragen zorg voor de onderlinge relatie en bieden continuïteit. Zij adviseren de Kopgroep over de wijze van samenwerken en in het bijzonder over het betrekken van gemeenteraden. De portefeuille lobby is belegd bij één van de burgemeesters. De gemeentesecretarissen zijn verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van voldoende middelen en de personele inzet voor de uitvoering van de Samenwerkingsagenda. Het secretarissenoverleg is ambtelijk opdrachtgever voor de regiosecretaris en gebiedsregisseur. De coördinerend gemeentesecretaris en de voorzitter van de Kopgroep organiseren periodiek het opdrachtgeversoverleg met de opdrachtnemers. Regioteam Het regioteam adviseert de Kopgroep en desgevraagd de burgemeesters en gemeentesecretarissen over regionale zaken. Het regioteam bereidt samen met de regiosecretaris en gebiedsregisseur bestuurlijke besluitvorming voor en doet voorstellen voor planning en prioritering. Het regioteam bestaat uit de accounts van de samenwerkingspartners, de regiosecretaris en gebiedsregisseur, een adviseur communicatie en de secretarieel medewerker. De accounts zijn in eigen huis tevens de verbindende schakel tussen de eigen organisatie en de Kop van de Veluwe en Regio Zwolle. Ze organiseren bestuurlijke- en ambtelijke betrokkenheid en adviseren hun eigen bestuur aangaande regionale zaken.

Regiosecretaris en gebiedsregisseur De regiosecretaris en gebiedsregisseur hebben als opdracht om de samenwerking op de Kop van de Veluwe en de uitvoering van de Samenwerkingsagenda te coördineren en regisseren. De gebiedsregisseur doet dat op de inhoud, de regiosecretaris op proces. Ze faciliteren de Kopgroep door het signaleren en agenderen van relevante regionale ontwikkelingen, opstellen van voortgangsrapportages, voorbereiden van vergaderingen, organiseren van bestuurlijke besluitvorming, onderhouden van de relatie met Regio Zwolle en het agenderen en organiseren van samenwerkingskansen. Ze werken samen met het regioteam. De regisseur is het aanspreekpunt voor de ambtelijk trekkers van de diverse bestuurlijke- en ambtelijke tafels.

63

De gebiedsregisseur heeft ook een kwartiermakende rol waar het gaat om de uitwerking van de gebiedsopgaven. Hij/zij is verantwoordelijk voor het aanjagen en opstarten van de gebiedsopgaven. Hij/zij coördineert de voortgang, organiseert energie en samenwerking en borgt de samenhang. Daarnaast adviseert hij/zij de Kopgroep over het gebiedsgericht werken en rapporteert aan de Kopgroep over de voortgang van de uitwerking van de gebiedsopgaven. Strategisch team Het strategisch team is de verzamelnaam voor de ambtelijke inzet die gemoeid is met het uitvoeren van de Samenwerkingsagenda. Denk aan de ambtelijk trekkers van de diverse sectorale tafels, binnen en buiten de Kop van de Veluwe, maar ook de adviseurs ruimte en economie. Op deze thema’s investeren we gezamenlijk in inhoudelijke versterking. De taak van het strategisch team is om de ambities in de Samenwerkingsagenda uit te werken naar beleid- en uitvoering, het borgen van integraliteit tussen de diverse thema’s en tafels, het afstemmen over en opstellen van inhoudelijke inbreng aan “externe” tafels, zoals de programma’s in Regio Zwolle en verschillende programma’s van de provincie Gelderland (Veluwe, stikstof, VLGG, etc.).

Bijlage 1 Begrippenlijst bij Samenwerkingsagenda Kop van de Veluwe 2024-2028 FINANCIËLE VERTALING Om alle ambities in deze Samenwerkingsagenda te kunnen realiseren, is uitvoeringskracht nodig. Tot de algemene samenwerkingskosten rekenen we de loonkosten voor de regisseur/regiosecretaris, de adviseur communicatie, secretarieel medewerker, de inleen van de accounts van alle samenwerkingspartners en outof-pocket kosten voor bijeenkomsten en communicatie. Deze kosten verdelen we onder de samenwerkingspartners, waarbij wordt gevraagd deze meerjarig beschikbaar te stellen.

Samenwerkingsagenda – agenda voor een periode van vier jaar. Gekozen wordt voor 2024-2028, zodat de agenda een nieuwe collegeperiode overbrugt. We hebben ervaren dat het lastig is om met nieuwe colleges tegelijk te werken aan een nieuwe samenwerkingsagenda. De agenda is een coproductie van de vijf gemeenten in de Kop van de Veluwe, provincie Gelderland en Waterschap Vallei en Veluwe, vanuit het motto 1-overheid Regioarrangement – agenda’s van de zeven regio’s in Gelderland die samenvloeien in een Gelders programma. Dit is onderdeel van de nieuwe ruimtelijke nota die de Minister van VRO maakt. Hij heeft de provincies gevraagd met voorstellen te komen. Provincie Gelderland heeft deze vraag gedeeld met de regio’s. Dit biedt de regio’s de kans om zelf met plannen en voorstellen te komen. Veluwe-op-1 – de organisatie van 40 partners op en rond de Veluwe die werken aan de agenda VeluweAgenda2030. Doel is de natuur te versterken en tegelijk ruimte te bieden voor recreatie en toerisme. NPLG – het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dit wordt ontwikkeld vanuit het ministerie van LNV, parallel aan de ruimtelijke plannen van de Minister van VRO. VLGG – de Gelderse vertaling van het NPLG; dit heet het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland. NOVI – Nationale Omgevingsvisie.

Bijeenkomsten en verantwoording Bij samenwerking hoort ontmoeting. We investeren daarom in bijeenkomsten waar de samenwerkingspartners elkaar treffen, om te werken aan de uitvoering van de Samenwerkingsagenda. De colleges van B&W hebben vier keer per jaar een “Kop van de Veluwe Dag” met formeel en informeel overleg. Periodiek gebeurt dit ook op ambtelijk niveau, mede om de verbinding tussen onze organisaties te stimuleren. Twee keer per jaar organiseren we een bijeenkomst voor raadsleden, Statenleden en AB-leden. We combineren deze sessies met het opstellen en presenteren van de jaarlijkse voortgangsrapportage en het jaarplan voor komend jaar. Rond Prinsjesdag organiseren we een bijeenkomst met onderwijs en ondernemers.

Gebiedsverkenning – in 2022 hebben de vijf gemeenten in de Kop van de Veluwe, samen met provincie Gelderland en Waterschap Vallei en Veluwe een gebiedsverkenning opgesteld. Deze werd ook gemaakt als bijdrage aan de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle. BOVI – het Waterschap Vallei en Veluwe heeft een eigen gebiedsvisie ontwikkeld, de Blauwe Omgevingsvisie. KRW – de Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn. Deze is in 2000 van kracht geworden en heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. STOMP - Bij het STOMP-ontwerpprincipe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar gaan we uit van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), OV en MaaS (mobility as a service). Als laatste wordt de privéauto meegenomen in de inrichting MIRT - De Rijksoverheid wil de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland bevorderen. Rijksprojecten en –programma’s hiervoor staan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT). Het Rijk werkt intensief samen met provincies, gemeenten, vervoerregio’s en waterschappen aan de projecten.

64

65

Meer weten? Kijk op: www.regiozwolle.info/kopvandeveluwe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13516146/1