AP 6a. Commissievoorstel Regiovisie en Uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 2024-2028
Tekst van het document
Commissievoorstel 1134412 Commissie: Datum commissievergadering: Agendapunt: Datum college: Onderwerp:
Bevoegd orgaan: Portefeuillehouder: Behandeling: Stukken ter inzage: Bijlage(n):
Maatschappij en Middelen 7 november 2024 6a. 22 oktober 2024 Regiovisie en Uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 20242028 Gemeenteraad J.M. Elskamp Advies Geen. 1. Concept-raadsvoorstel; 2. Evaluatie lokale uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 2020-2023; 3. Regiovisie Samen tegen huiselijk geweld 2024-2028; 4. Regionale Uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 2024-2028; 5. Lokale Uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 2024-2028; 6. Advies gezamenlijke adviesraden Noord-Veluwe.
Voorstel 1. Kennis nemen van de evaluatie van de lokale uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 2020-2023; 2. De raad voorstellen in te stemmen met de Regiovisie Samen tegen huiselijk geweld 20242028 en de bijbehorende Regionale Uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 20242028, inclusief dekkingsvoorstel, en deze voor vaststelling aanbieden aan de gemeenteraad (28 november 2024); 3. Kennis nemen van de Lokale Uitvoeringsagenda 2024-2028.
Geachte commissie, Inleiding De aanpak van huiselijk geweld is een wettelijke verplichting voor gemeenten. Ons beleid voor de aanpak van huiselijk geweld vloeit voort uit de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Wet Tijdelijk Huisverbod, de Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de Huisvestingswet. Gemeenten hebben de verantwoordelijke opdracht om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en duurzaam op te lossen.
-2-
Eens per vier jaar stellen de regiogemeenten van Noord-Veluwe en Midden-IJssel/Oost-Veluwe samen een regiovisie op voor de aanpak huiselijk geweld. In de Regiovisie staat hoe de regionale samenwerking bij de aanpak van huiselijk geweld vorm krijgt en wat onze ambities, doelen en onze regionale en lokale acties voor de komende jaren zijn. Daarbij bouwen we voort op het fundament dat in voorgaande jaren is gelegd met de twee voorgaande regiovisies. De Regiovisie en Regionale en lokale Uitvoeringsagenda zijn tot stand gekomen in samenspraak met de 14 regiogemeenten, een groot aantal betrokken lokale en regionale organisaties, ervaringsdeskundigen en cliëntenvertegenwoordigers. Daarbij zijn de aandachtspunten meegenomen die zijn voortgekomen uit de regionale evaluatie (zie de samenvatting van deze evaluatie in bijlage 5 van de Regiovisie Samen tegen huiselijk geweld 2024-2028) en uit de lokale evaluatie van de Lokale Uitvoeringsagenda 2020-2023 (zie bijlage). Argumenten/overwegingen Regiovisie ‘Samen tegen huiselijk geweld; aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties 20242028’ De ambities uit de vorige regiovisie blijken nog onverkort geldig. Het gaat dan om: • huiselijk geweld eerder signaleren, terugdringen en stoppen, • de schade van geweld beperken, en • de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie duurzaam doorbreken.
De Regiovisie voor de jaren 2024-2028 bouwt daarom voort op de fundamenten die in de twee voorgaande regiovisies zijn gelegd. We richten ons op iedereen die betrokken is bij huiselijk geweld: slachtoffers, plegers èn omstanders. En om bovenstaande ambities te verwezenlijken bieden we laagdrempelige hulp aan slachtoffers en plegers. Regionale Uitvoeringsagenda ‘Samen tegen huiselijk geweld; aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties 2024-2028’ Bij de Regiovisie hoort ook een Regionale Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe de regiogemeenten de ambities en uitgangspunten uit de regiovisie willen realiseren, zowel regionaal als lokaal. Per thema staan de doelen uit de Regiovisie zo concreet mogelijk uitgewerkt in regionale en lokale acties/opdrachten. De Regionale Uitvoeringsagenda heeft tot doel de gezamenlijke prioriteiten en richting te bepalen. De lokale acties uit de Regionale Uitvoeringsagenda zijn vervolgens vertaald naar een Lokale Uitvoeringsagenda. Hierin zijn de voorgenomen acties concreter uitgewerkt voor Nunspeet. En deze zijn met extra lokale acties die o.a. zijn voortgekomen uit de aandachtspunten uit de lokale evaluatie 2020-2023. Lokale Uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk Naast het regionale traject is in de afgelopen maanden een Lokale uitvoeringsagenda opgesteld. De Lokale Uitvoeringsagenda dient als lokaal werkdocument.
Deels worden hierin de genoemde acties uit de regionale uitvoeringsagenda verder geconcretiseerd of lokaal of subregionaal vertaald. En deels gaat het om aanvullende acties (voortkomend uit de uitgevoerde lokale evaluatie en uit de adviezen van de ASDN). Aangezien het gaat om een werkdocument dat ook
-3-
ruimte moet hebben om in te spelen op actuele ontwikkelingen en inzichten, zijn vooral de jaren 2024 en 2025 concreet uitgewerkt. De acties voor 2026-2028 zijn veelal wat globaler geformuleerd, of zullen worden aangevuld na o.a. uitvoering van de Zelfscan Werken aan Veiligheid en de lokale verkenning in hoeverre onze lokale toegang toekomstbestendig is ingericht. Advies ASDN De Adviesraad Sociaal Domein Nunspeet is tijdens de regionale inspraakperiode gevraagd om advies uit te brengen mbt de concept-versies van de Regiovisie en de Regionale uitvoeringsagenda. In mei 2024 hebben de Adviesraden uit de Noord-Veluwe een gezamenlijk advies uitgebracht (zie bijlage Inspraakreactie Adviesraden Sociaal Domein). Alle reacties zijn regionaal besproken en hebben geleid tot een paar aanpassingen in de definitieve regionale stukken (zie bijlage Verwerking inspraakreacties). In september is de verwerking van het regionale advies èn de Lokale uitvoeringsagenda besproken met een aantal leden van de ASDN. Er is gezamenlijk geconstateerd dat de adviezen die niet zijn verwerkt in de definitieve regionale documenten danwel voldoende aandacht hebben in de uitvoering van andere subdoelen, danwel voldoende zijn uitgewerkt in de Lokale uitvoeringsagenda. Een aanvullend lokaal advies achtten de vertegenwoordigers van de Adviesraad dan ook niet nodig.
Bekostiging van de ambities Voor de uitvoering van de wettelijke taken bij de aanpak van huiselijk geweld ontvangt de gemeente Apeldoorn als centrumgemeente geld van het Rijk via de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DUVO). Daarnaast ontving Apeldoorn voor de jaren 2022-2025 POK-middelen om te werken aan de ambities van het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Deze regionale budgetten zijn al jaren niet toereikend voor het financieren van alle activiteiten. Daarom leveren alle gemeenten ook een lokale bijdrage in de subsidie aan Veilig Thuis. Hiervoor is een verdeelsleutel afgesproken op basis van het aantal inwoners. En voor de uitvoering van de lokale uitvoeringsagenda dienen gemeenten ook zelf lokale middelen beschikbaar te stellen. De beschikbare budgetten staan m.n. vanaf 2024 steeds meer onder druk, doordat regionale middelen afnemen, terwijl tegelijkertijd de subsidies (de grootste kostenpost) fors zijn toegenomen m.n. als gevolg van Cao- en loonontwikkelingen. Naar verwachting worden de volgende lokale kosten voor de volgende jaren verwacht: - Uitvoering lokale uitvoeringsagenda (inclusief lokale bijdrage voor het voortzetten van de Toekomsttuin Noord-Veluwe): jaarlijks € 15.000,-- vanaf 2025; - Structurele ophoging van de subsidie Veilig Thuis NOG als gevolg van loon- en caoontwikkelingen en afname van de DUVO: structureel € 30.000,-- vanaf 2025.
Bij de vaststelling van de programmabegroting 2025-2028 heeft de raad in oktober 2024 ingestemd met het incidenteel beschikbaar stellen van € 15.000 voor uitvoering van de Lokale uitvoeringsagenda (incl. Toekomsttuin Noord Veluwe) in 2025 en voor incidentele ophoging van € 30.000,-- in 2025 van de subsidie aan Veilig Thuis NOG. Voorgesteld wordt structurele dekking van de subsidie aan Veilig Thuis NOG en uitvoering van de lokale uitvoeringsagenda mee te nemen bij de aanvragen nieuw beleid voor de programmabegroting 2026-2029.
-4-
Voor verdere toelichting verwijzen wij u naar het concept-raadsvoorstel. Geheimhouding Niet van toepassing Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp
C.W.J. Blom