CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6a Bijlagen bij de toelichting Bijlage 8 Quickscan Wet natuurbescherming

Commissie Ruimte en Wonen 11 maart 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weversweg fase 2.5.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurtoets woningbouwlocatie Weversweg fase 2 te Hulshorst in Gelderland Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 11 juli 2023

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Verantwoording Titel Opdrachtgever

Gemeente Nunspeet

Projectleider

Sanne Ketelaar

Auteurs

Rens de Graaf

Tweede lezer

Nils Rutjes

Uitvoering meet- en inspectiewerk

Rens de Graaf

Projectnummer

1287995

Aantal pagina’s

23

Datum

11 juli 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Doel .................................................................................................................................... 5

1.2

Wettelijk kader .................................................................................................................... 5

1.3

Te beschouwen natuurwet- en regelgeving ....................................................................... 5

1.4

TAUW en biodiversiteit ....................................................................................................... 7

1.5

Kwaliteit .............................................................................................................................. 7

Huidige situatie en beoogde ontwikkeling ................................................................................. 8 2.1

Huidige situatie ................................................................................................................... 8

2.2

Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 9

2.3

Uitgangspunten werkzaamheden en toetsing .................................................................. 10

Soortenbescherming ............................................................................................................... 11 3.1

Beschermingsregime en bepalingen ................................................................................ 11

3.2

Vrijstellingen ..................................................................................................................... 11

3.3

Zorgplicht ......................................................................................................................... 12

3.4

Werkwijze ......................................................................................................................... 12

3.5

Literatuuronderzoek ......................................................................................................... 13

3.6

Toetsing beschermde soorten .......................................................................................... 14

3.6.1

Flora .......................................................................................................................... 14

3.6.2

Grondgebonden zoogdieren ..................................................................................... 14

3.6.3

Vleermuizen .............................................................................................................. 15

3.6.4

Vogels ....................................................................................................................... 16

3.6.5

Amfibieën .................................................................................................................. 18

3.6.6

Overige ongewervelden ............................................................................................ 18

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 19 4.1

Aanleiding en doel ............................................................................................................ 19

4.2

Relevante natuurwet- en regelgeving .............................................................................. 19

4.3

Conclusies toetsing .......................................................................................................... 19

4.3.1

Natura 2000-gebieden .............................................................................................. 19

4.3.2

Soortenbescherming ................................................................................................. 19

4.4

Consequenties planvorming en uitvoering ....................................................................... 20

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 3/23

Kenmerk

4.5 5

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Aanbevelingen en kansen biodiversiteit ........................................................................... 20

Literatuur ................................................................................................................................. 23

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 4/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft het doel van de toetsing, de relevante natuurwet- en regelgeving en de wijze van kwaliteitsborging.

1.1

Doel

In opdracht van de Gemeente Nunspeet heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in Hulshorst. Het betreft woningbouwlocatie Weversweg fase 2. De beoogde ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwet- en regelgeving, of als de benodigde vergunningen worden afgegeven en/of ontheffingen kunnen worden verleend. In deze rapportage volgt het antwoord op de volgende vragen:   

Welke natuurwet- en regelgeving is van belang? In hoeverre is de beoogde ontwikkeling strijdig met de geldende natuurwet- en regelgeving? Zijn maatregelen en/of een vergunning/ontheffing/melding nodig?

Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?

1.2

Wettelijk kader

De Wet natuurbescherming (Wnb) is het wettelijke stelsel voor bescherming van Natura 2000gebieden, soorten (flora en fauna) en houtopstanden. Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning of ontheffing. Provinciale Staten (PS) van de provincie Gelderland kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verbodsbepalingen met betrekking tot beschermde soorten. Naast de Wnb geldt vanuit provinciale ruimtelijke beleidsregels ook regelgeving met betrekking tot beschermde gebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN).

1.3

Te beschouwen natuurwet- en regelgeving

Natura 2000-gebieden In Nederland zijn 158 gebieden aangewezen als Natura 2000-gebied, beschermd vanuit de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn; van nog eens drie gebieden is de aanwijzing nog in procedure. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van oppervlakteverlies en/of versnippering zijn uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op circa 645 meter ten zuidoosten van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 3 kilometer van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling en de afstand tot het plangebied zijn effecten in Natura 2000gebieden als gevolg van storingsfactoren uitgesloten, met uitzondering van mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 5/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Het is op voorhand niet uitgesloten dat de beoogde ontwikkeling leidt tot effecten in Natura 2000gebied als gevolg van stikstofdepositie. Zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de gebruiksfase is mogelijk sprake van stikstofuitstotende activiteiten. Zo wordt tijdens de aanlegfase mogelijk gebruik gemaakt van mobiele werktuigen en machines die stikstof doen uitstoten. En tijdens de gebruiksfase zijn nieuwe verkeersbewegingen van gemotoriseerd verkeer te verwachten door ingebruikname van woningen . Voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase is een AERIUS-berekening nodig om zekerheid te verkrijgen over de mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie. Het bevoegd gezag kan hier om vragen. Provinciaal beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland Veel natuurgebieden in Nederland zijn beschermd onder het NNN. Het NNN omvat bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden met als doel deze beter met elkaar en het omliggende gebied te verbinden. Provincies zijn verantwoordelijk voor het aanwijzen van de gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is de provinciale uitwerking van het NNN in de provincie Gelderland. Het plangebied maakt geen deel uit van het GNN. Effecten op het GNN als gevolg van fysiek ruimtebeslag zijn uitgesloten.

Een toetsing van effecten op het GNN door ontwikkelingen die daarbuiten plaatsvinden (externe werking) is in provincie Gelderland niet van toepassing (provincie Gelderland, 2017).Toetsing van die effecten op het GNN is daarom niet noodzakelijk. Overige provinciaal beschermde gebieden In de provincie Gelderland zijn naast het NNN ook gebieden aangeduid en beschermd als Groene ontwikkelingszone, Weidevogelgebieden, Ganzenrustgebieden en Natte landnatuur. Het plangebied maakt geen deel uit van deze gebieden. Een toetsing van effecten vanwege externe werking is voor deze gebieden ook niet noodzakelijk. Een toetsing van effecten op deze gebieden is daarom niet aan de orde. Houtopstanden Bomenrijen langer dan 20 bomen en houtopstanden groter dan 10 are zijn beschermd, met enkele uitzonderingen. Dit heeft als doel het totale bosoppervlak in Nederland te behouden. Toetsing van eventuele effecten op beschermde houtopstanden is niet aan de orde, omdat er geen bomen worden gekapt. Beschermde soorten Onder de Wnb zijn diverse planten- en diersoorten specifiek beschermd en voor alle soorten geldt dat negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Vanwege het mogelijk voorkomen van (beschermde) flora en fauna in en nabij het plangebied is een toetsing van eventuele effecten op beschermde soorten noodzakelijk.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 6/23

Kenmerk

1.4

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

TAUW en biodiversiteit

Voorop staat dat bij ontwikkelplannen rekening wordt gehouden met de vigerende natuurwet- en regelgeving. Daarnaast zijn in ieder project mogelijkheden om bij te dragen aan het versterken van de natuurlijke biodiversiteit. In het hoofdstuk ‘Conclusies en aanbevelingen’ zijn enkele bovenwettelijke maatregelen voorgedragen die binnen dit project kansen kunnen bieden voor natuur.

1.5

Kwaliteit

TAUW garandeert dat alle relevante beschermde gebieden en houtopstanden bij het ecologisch onderzoek zijn betrokken. Voor soortenbescherming is geen volledige zekerheid te geven over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Dat komt doordat beschermde soorten soms in heel kleine aantallen voorkomen en in sommige jaren zelfs afwezig kunnen zijn. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Mede daarom is TAUW aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 7/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

2 Huidige situatie en beoogde ontwikkeling Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie, de beoogde ontwikkeling en de uitgangspunten voor toetsing.

2.1

Huidige situatie

Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het plangebied ligt tussen de Klarenweg, het Molenpad, Braambosch en de Harderwijkerweg te Hulshorst in Nunspeet in de provincie Gelderland. Figuur 2.2 geeft een sfeerimpressie van het gebied. Het plangebied heeft in het bestaande bestemmingsplan Weversweg Hulshorst (onherroepelijk vastgesteld op 5 januari 2010) een agrarische enkelbestemming en wordt gebruikt als grasland. Rondom het plangebied zijn woonerven met bestaande woningen, boerderijen en tuinen gesitueerd. Grenzend aan het plangebied staan enkele grote eiken en berken (vooral aan de west- en zuidkant), afgewisseld met kleinere bomen en struweel. Aan de westkant wordt het plangebied op enkele plekken begrenst door hoge heggen met daarachter hoge bomen. Aan een van deze bomen hangt een nestkast. Iets noordelijker hangen vogelhuisjes aan een schuurtje.

Figuur 2.1 De ligging van het plangebied en de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 8/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Figuur 2.2 Impressie van het plangebied. Het plangebied bestaat alleen uit gras. Aan de rand van het plangebied staan (hoge) bomen, heggen en struiken. Aan de westkant zijn een nestkast en vogelhuisjes opgehangen.

2.2

Beoogde ontwikkeling

Figuur 2.3 geeft de beoogde ontwikkeling in concept weer. De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van 37 woningen. Er wordt een mix aan woningtypen voorzien, bestaande uit rug-aan-rug woningen, starterswoningen, levensloopbestendige woningen en twee-onder-één-kapwoningen. Gemotoriseerd verkeer wordt ontsloten via de Harderwijkerweg en er worden diverse ontsluitingen gerealiseerd voor fiets- en voetgangers om optimaal verbonden te zijn met de omgeving.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 9/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Figuur 2.3 De beoogde ontwikkeling als concept schetsontwerp

2.3

Uitgangspunten werkzaamheden en toetsing

De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de toetsing in dit rapport:  Er worden 37 grondgebonden nieuwbouwwoningen gerealiseerd  

Het kappen van bomen en struiken is geen onderdeel van het planvoornemen Er worden geen wateren of oevers van wateren gedempt

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 10/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

3 Soortenbescherming Dit hoofdstuk beschrijft of het voorgenomen plan negatieve effecten heeft op beschermde flora en fauna en of vervolgstappen nodig zijn.

3.1

Beschermingsregime en bepalingen

Het onderdeel soortenbescherming onder de Wnb heeft bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar soms ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent 3 beschermingsregimes:   

Vogels: Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn Europees beschermd via de Vogelrichtlijn Dieren en planten: Het gaat hier om inheemse dieren en planten, die zijn Europees beschermd via de Habitatrichtlijn en/of de verdragen van Bern en Bonn Nationale soorten: Het gaat hier om soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn of de verdragen van Bern en Bonn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd

Per beschermingsregime geldt een aantal verbodsbepalingen. Tabel 3.1 geeft een samenvatting van de verbodspalingen. Ze voorzien in de bescherming van verblijfplaatsen en de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland kan een ontheffing verlenen van de verboden zoals benoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Dit kan alleen wanneer er sprake is van een geldend wettelijk belang, er geen reële alternatieven zijn en er geen effect is op de staat van instandhouding beschermde soorten.

3.2

Vrijstellingen

In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren landelijk beschermd onder de categorie ‘Nationale soorten’, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland heeft bij verordening deze soorten ‘vrijgesteld’ van de ontheffingsplicht (provincie Gelderland, 2017). Dit betekent dat voor deze soorten geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht (zie paragraaf 3.3). Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 11/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Tabel 3.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming onder de Wnb. VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn. Cijfers verwijzen naar de wetsartikelen Beschermingsregime

Vogels - VR

Verbodsbepaling

Dieren - HR/

Planten -

Dieren -

Planten -

HR/

nationaal

nationaal

Bonn/Bern

Bonn/Bern Dieren of planten: Doden of vangen

3.1.1

Storen/verstoren

3.1.4 (tenzij

3.5.1

3.10.1.a

3.1.5) Plukken, verzamelen, afsnijden,

3.5.5

3.10.1.c

ontwortelen of vernielen Onder zich hebben of vervoeren

3.2.6

3.6.2

3.6.2

Plaatsen: Vernielen, beschadigen of

3.1.2

wegnemen nesten Beschadigen of vernielen rust-

3.1.2

3.5.4

Vernielen (VR: en beschadigen)

3.1.2

3.5.3

Rapen

3.1.3

3.5.3

Onder zich hebben

3.1.3

3.10.1.b

of voortplantingsplaatsen Eieren:

3.3

Zorgplicht

De zorgplicht (Wnb, artikel 1.11) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. De initiatiefnemer neemt de noodzakelijke maatregelen om negatieve gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken/ongedaan te maken. Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is overal van toepassing, binnen en buiten beschermde gebieden. Ten aanzien van de zorgplicht zijn de volgende maatregelen van toepassing:  Werken in een vaste richting zodat in het plangebied aanwezige fauna kan vluchten. Fauna welke niet zelfstandig het plangebied kan verlaten dient op een veilige plaats buiten het plangebied geplaatst te worden

3.4

Werkwijze

De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de volgende gegevens:   

Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 26 september 2022 De Ecoviewer van TAUW

Een oriënterend veldbezoek op 27 september 2022

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 12/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

De ecoloog controleert tijdens het oriënterende veldbezoek of de locatie voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook kijkt de ecoloog naar aanwijzingen van de aanwezigheid (zichtwaarnemingen en sporen van terreingebruik, zoals holen, uitwerpselen, haren, prooi- of voedselresten).

3.5

Literatuuronderzoek

Tabel 3.2 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens en biotoop mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Op basis van de afwezigheid van bos, heide en natuurlijke terreinen in het plangebied kunnen effecten op edelhert, wild zwijn, wolf, das, oehoe en beschermde reptielen en vlinders op voorhand worden uitgesloten. Vanwege de afwezigheid van open water in en nabij het plangebied worden de aanwezigheid van en negatieve effecten op beschermde soorten uit de volgende soort(groep)en eveneens op voorhand uitgesloten: bever, otter, waterspitsmuis, grote gele kwikstaart, alpenwatersalamander, poelkikker, kamsalamander, en beschermde vissen en libellen. Deze soortgroepen worden om die reden niet verder behandeld in deze rapportage. Tabel 3.2 Beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegeven en habitat mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen Soortgroep

Mogelijk aanwezige beschermde soorten

Flora

Wilde ridderspoor, grote leeuwenklauw, kleine schorseneer, veenbloembies, glad biggenkruid

Grondgebonden

Bever, boommarter, bunzing, damhert, das, edelhert, eekhoorn, hermelijn, otter,

zoogdieren

steenmarter, waterspitsmuis, wezel, wild zwijn, wolf

Vleermuizen

Baardvleermuis, bosvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis

Vogels - jaarrond

Steenuil, gierzwaluw, huismus, grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar,

beschermde nesten

slechtvalk, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief

Vogels - jaarrond

Blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil,

beschermd: afhankelijk

draaihals, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene

van ecologische

specht, grote bonte specht, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, koolmees,

factoren

oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, spreeuw, tapuit, torenvalk, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart, zwarte specht

Vogels – in gebruik

Algemene vogels als houtduif en merel

zijnde nesten Amfibieën

Alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad

Reptielen

Adder, gladde slang, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang, zandhagedis

Vissen

Beekprik

Vlinders

Bosparelmoervlinder, bruine eikenpage, gentiaanblauwtje, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, kommavlinder, sleedoornpage

Libellen

Gevlekte witsnuitlibel, hoogveenglanslibel

Overige ongewervelden

Vliegend hert

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 13/23

Kenmerk

3.6

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Toetsing beschermde soorten

In de volgende paragrafen zijn de (mogelijke) effecten van de beoogde ontwikkeling op de in tabel 3.2 genoemde soorten beschreven. 3.6.1 Flora Door de afwezigheid van akkers en ruderale gronden in en om het plangebied is de aanwezigheid van wilde ridderspoor en grote leeuwenklauw uitgesloten. Door de afwezigheid van heide, hoogveen en andere schrale gronden kan het voorkomen van kleine schorseneer en veenbloembies worden uitgesloten. Glad biggenkruid komt voor op zonnige, open locaties (pioniervegetaties), met een open, voedselarme en vooral stikstofarme grond. Door afwezigheid van open pioniervegetaties en stikstofarme grond is het voorkomen van glad biggenkruid uitgesloten in het plangebied. Negatieve effecten op beschermde planten zijn uitgesloten. Nader onderzoek en het aanvragen van een ontheffing Wnb zijn niet nodig. 3.6.2 Grondgebonden zoogdieren In bomen rondom het plangebied zijn geen holtes of anderzijds geschikte nestlocaties van boommarter, steenmarter of eekhoorn aangetroffen. Bunzing, wezel en hermelijn kunnen lokaal hun verblijfplaats hebben in de parken en het bos rondom het plangebied. In de tuinen naast het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig van bunzing, wezel en hermelijn in de vorm van houtsingels, hagen, rommelhoekjes, steenhopen of hopen met hout.

Redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat verblijfplaatsen van deze soorten zich hier bevinden. Alleen op perceel H3813 ten westen van het plangebied zijn rommelhoekjes aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats voor marterachtigen (zie figuur 3.1). Dit perceel is echter geen onderdeel van het onderzoeksgebied, effecten op verblijfplaatsen zijn daarom uitgesloten. Daarnaast zijn al eerder kabels van auto’s doorgebeten en zijn beelden van (steen)marters vastgelegd op een Ring Video Deurbel van een bewoner uit de Klarenweg. Het is mogelijk dat marterachtigen in en rond het plangebied foerageren. Omdat het plangebied een kaal grasland is met weinig voedselaanbod en in de omgeving (voornamelijk richting het westen) gebieden aanwezig zijn die geschikter zijn om te foerageren, wordt het plangebied niet gezien als essentieel foerageergebied. Verblijfplaatsen in het plangebied en negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren zijn daarom uitgesloten. Nader onderzoek en het aanvragen van een ontheffing Wnb zijn niet nodig.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 14/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Figuur 3.1 Geschikte rommelhoekjes voor marterachtigen op perceel H3813, het plangebied is rood omlijnd

3.6.3 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Er zijn drie typen leefgebied van vleermuizen te onderscheiden, namelijk: verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Deze worden hieronder per type leefgebied beschreven. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn te allen tijde wettelijk beschermd. Indien foerageergebied en/of vliegroutes een essentieel onderdeel van het leefgebied van vleermuizen vormen, zijn deze functies eveneens wettelijk beschermd. Er wordt daarom onderscheid gemaakt in essentiële foerageergebieden en vliegroutes en niet-essentiële foerageergebieden en vliegroutes. 3.6.3.1

Verblijfplaatsen

Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich, afhankelijk van de soort, in woningen, allerlei andere bouwwerken zoals kerken, kantoorpanden en bunkers, in grotten, in boomholtes of achter schors en in kieren van bomen. Globaal kan daarbij onderscheid gemaakt worden tussen in gebouwen verblijvende vleermuissoorten en in bomen verblijvende vleermuissoorten. Omdat vleermuizen een duidelijke jaarcyclus kennen, maken we onderscheid tussen verschillende typen verblijfplaatsen, namelijk zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen. In het plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig. Daarnaast zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen in de bomen aan de rand van het plangebied. De beoogde ontwikkeling vindt niet plaats nabij geschikte verblijfplaatsen van vleermuizen. De werkzaamheden leiden niet tot het verstoren en/of vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen of het doden van dieren (overtreding Wnb, artikel 3.5 lid 1, 2 en 4). Een nader vleermuisonderzoek en het aanvragen van een ontheffing Wnb zijn niet nodig.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 15/23

Kenmerk

3.6.3.2

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Foerageergebieden

Foerageergebieden van vleermuizen zijn onder andere groen- of waterstructuren zoals struweel, bomenrijen, andere opgaande begroeiing en watergangen. De bomen, heggen en struweel aan de rand van het plangebied kunnen gebruikt worden als foerageergebied voor vleermuizen. Deze foerageergebieden zijn mogelijk essentieel voor het behoud van lokale vleermuispopulaties. Omdat deze elementen niet worden aangetast door de werkzaamheden zijn effecten op essentiële foerageergebieden uitgesloten. Daarnaast bieden de tuinen en het buitengebied nog genoeg alternatief foerageergebied voor vleermuizen om te foerageren. De werkzaamheden leiden niet tot het aantasten van essentieel foerageergebied. Nader onderzoek en het aanvragen van een ontheffing Wnb zijn niet nodig. 3.6.3.3 Vliegroutes Vliegroutes worden gevormd door lijnvormige elementen zoals bomenrijen, randen van bebouwing en watergangen. In het plangebied zijn dergelijke lijnvormige elementen in de vorm van bomenlanen, watergangen, gebouwen en kunstwerken niet aanwezig. Effecten op essentiële vliegroutes zijn uitgesloten. Een nader onderzoek naar vliegroutes is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wnb is ook niet nodig. 3.6.4 3.6.4.1

Vogels Vogels - jaarrond beschermde nesten

De nesten van deze vogelsoorten zijn het hele jaar beschermd, evenals de functionele leefomgeving rondom het nest. Door de afwezigheid van (hoge) bebouwing in het plangebied kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw, kerkuil en slechtvalk worden uitgesloten in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn verder geen huismussen waargenomen. In de bomen rondom het plangebied zijn geen nesten van boombewonende vogels gevonden waardoor aanwezigheid van boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief is uitgesloten. Ooievaar kan uitgesloten worden door het ontbreken van geschikte nestgelegenheid op bebouwing, in bomen en door het ontbreken van door mensen geplaatste nestplaatsen. In een boom aan de westkant van het plangebied is een nestkast van steenuil aangetroffen (zie figuur 2.2). Ook zijn waarnemingen van steenuil gedaan in de directe omgeving van het plangebied. Omdat steenuilen vaak in de buurt blijven van hun verblijfplaats kan niet worden uitgesloten dat steenuil gebruik maakt van het plangebied. De werkzaamheden leiden niet tot het aantasten van verblijfplaatsen van steenuil. Wel kunnen de werkzaamheden leiden tot aantasting van essentieel foerageergebied van de soort. Om uit te sluiten dat het plangebied door steenuil wordt gebruikt als essentieel foerageergebied is een nader onderzoek nodig volgens het steenuilprotocol (BIJ12, 2017).

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 16/23

Kenmerk

3.6.4.2

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Vogels – jaarrond beschermd: afhankelijk van ecologische factoren

Bij vogelsoorten uit deze categorie gaat het om vogels die vaak elk jaar terugkeren naar de omgeving waar ze gebroed hebben, maar die wel flexibel zijn om een nieuw nest te maken of zich elders te vestigen. Het gaat dus om de bescherming van het functionele leefgebied en dit is alleen aan de orde als de betreffende soort voor zijn voortplanting uitsluitend afhankelijk is van dat functionele leefgebied en er geen alternatieven of uitwijkmogelijkheden in de omgeving zijn. Nesten van deze vogels zijn te allen tijde beschermd tijdens het broedseizoen. Blauwe reiger, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, huiszwaluw, spreeuw, torenvalk en zwarte specht hebben allemaal een matig ongunstige staat van instandhouding (SOVON, 2020). Draaihals, ekster en tapuit hebben een ongunstige staat van instandhouding (SOVON, 2021). Van geen van deze soorten zijn nestplaatsen aangetroffen in of rond het plangebied. Effecten op deze soorten zijn uitgesloten. Pimpelmees en koolmees kunnen nestelen in de aangetroffen nestkasten aan de westkant van het plangebied. Het verstoren van broedende vogels in deze kasten is niet toegestaan. Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden tijdens het broedseizoen dient een broedvogelcontrole uitgevoerd te worden naar het voorkomen van pimpelmees en koolmees. 3.6.4.3

Vogels – in gebruik zijnde nesten

De nesten van alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd wanneer ze als broedlocatie in gebruik zijn. Bij het veldbezoek zijn geschikte nestlocaties van broedvogels aangetroffen zoals de bomen en heggen rondom het plangebied. De werkzaamheden leiden mogelijk tot het verstoren en/of doden van individuen en het vernietigen van eieren, rustplaatsen en nesten (overtreding Wnb, artikel 3.1, lid 1, 2 en 4). Vogels kunnen gedurende het gehele jaar gaan broeden. Het is daarom belangrijk om hier voorafgaand aan de werkzaamheden rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart tot en met augustus. Ook buiten deze periode zijn broedende vogels beschermd. Het is noodzakelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of een controle op nesten van broedvogels noodzakelijk is. Indien een broedende vogel aanwezig is, kan het nodig zijn om de werkzaamheden uit te stellen totdat de jongen zijn uitgevlogen en niet meer afhankelijk zijn van het nest. Mogelijk kan een deel van de werkzaamheden wel uitgevoerd worden door het aanhouden van een door een ecoloog vastgestelde verstoringsvrije zone.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 17/23

Kenmerk

3.6.5

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Amfibieën

Rugstreeppad komt voor in de omgeving van het plangebied. De soort is voor zijn voortbestaan afhankelijk van voortplantingsbiotoop en landbiotoop. In het plangebied ontbreekt het in de huidige situatie aan beide typen biotoop. Er zijn geen kleine wateren of ondiepe poelen aanwezig waar dieren kunnen voortplanten en ook biedt het plangebied geen dekkingsmogelijkheden voor soort om overdag of tijdens de wintermaanden te verblijven. Nader onderzoek naar rugstreeppad is niet nodig en ook is het niet nodig om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen. Wel dient te worden opgemerkt dat een soort als rugstreeppad opportuun is en zich makkelijk in nieuwe gebieden kan vestigen. Het is alom bekend dat bouwterreinen gekoloniseerd kunnen worden en dat bij het ontstaan van ondiepe polen (bijvoorbeeld door stagnerend water in rijsporen van machines) ook voortplanting kan plaatsvinden op bouwterreinen. Ook kunnen dieren zich ingraven in open zand. Dit is een projectrisico dat vermeden kan worden door te voorkomen dat tijdens de uitvoeringsfase situaties ontstaan met modderpoelen en zandbulten. 3.6.6

Overige ongewervelden

Vliegend hert komt voor op plaatsen met rottend, beschimmeld eikenhout. Vroeger kwam dit voor in de vorm van dikke, oude wegkwijnende eiken. Tegenwoordig is dit alleen nog te vinden in voormalig hakhout. Vanwege de afwezigheid van voormalig hakhout en eiken kan de aanwezigheid van de soort worden uitgesloten in het plangebied. Effecten op de soort zijn uitgesloten. Nader onderzoek en het aanvragen van een ontheffing Wnb zijn niet nodig.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 18/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

4 Conclusies en aanbevelingen 4.1

Aanleiding en doel

In opdracht van Gemeente Nunspeet heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor het woningbouwproject Weversweg fase 2 te Hulshorst in Nunspeet in de provincie Gelderland. De beoogde ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend.

4.2

Relevante natuurwet- en regelgeving

Voor de toetsing van het voornemen is de volgende natuurwet- en regelgeving van toepassing:  Wet natuurbescherming – onderdelen: Gebiedsbescherming - Natura 2000-gebied de Veluwe

Soortenbescherming – Fauna Houtopstanden Provinciaal beschermde gebieden: -

Natuurnetwerk Nederland Weidevogelgebieden, Ganzenrustgebieden en Natte landnatuur

4.3

Conclusies toetsing

4.3.1

Natura 2000-gebieden

Gezien de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden en de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling is uitgesloten dat er tijdens de aanleg- en gebruiksfase sprake is van effecten in Natura 2000-gebied, als gevolg van storingsfactoren zoals geluid, licht, trillingen, optische verstoring, et cetera. Mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstof zijn op voorhand niet uit te sluiten. Dat geldt voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Effecten door stikstofdepositie zijn alleen met behulp van een AERIUS-berekening met zekerheid uit te sluiten. Het bevoegd gezag kan hier om vragen. Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat significante effecten niet zijn uitgesloten dient een passende beoordeling te worden opgesteld en mogelijk een Wnb-vergunning te worden aangevraagd. 4.3.2 Soortenbescherming De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op door de Wnb beschermde soorten, namelijk steenuil, rugstreeppad en broedvogels. Door het nemen van mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op broedvogels en rugstreeppad worden voorkomen. Nader onderzoek naar deze soorten is daarom niet nodig. Daarnaast zijn maatregelen nodig in het kader van de zorgplicht. Voor de steenuil is het noodzakelijk nader onderzoek uit te voeren conform het vastgestelde protocol voor steenuil, te vinden in het kennisdocument Steenuil (BIJ12, 2017).

Afhankelijk van het nader onderzoek kan het nemen van maatregelen en/of het aanvragen van een ontheffing voor steenuil noodzakelijk zijn. In figuur 4.1 zijn de locaties van de nestkasten weergegeven; in tabel 4.1 is een samenvatting opgenomen van de toetsing van de mogelijke effecten op beschermde soorten.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 19/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Figuur 4.1 Locatie van de aanwezige nestkasten aan de rand van het plangebied

4.4

Consequenties planvorming en uitvoering

Pas na afronding van de soortgerichte onderzoeken kunnen de benodigde maatregelen en/of de noodzaak van het aanvragen van een ontheffing worden bepaald. De afhandeling van een ontvankelijke aanvraag van een ontheffing door het bevoegde gezag duurt circa 6 maanden. De maatregelen kunnen aanpassingen van de uitvoeringsplanning en -wijze omvatten, evenals het inpassen van natuurfuncties in het voornemen. Bij werkzaamheden in het broedseizoen bestaat de kans op vertraging vanwege de kans op verstoring van broedende vogels.

4.5

Aanbevelingen en kansen biodiversiteit

TAUW gelooft dat we samen de achteruitgang van biodiversiteit in Nederland kunnen stoppen. TAUW is aangesloten bij het Deltaplan Biodiversiteitsherstel waarin overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan biodiversiteit als kerndoel voor de openbare ruimte. Vanuit deze ambitie kijken we met onze opdrachtgevers naar concrete en realistische mogelijkheden voor biodiversiteitsherstel in onze projecten.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 20/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Kansen in dit project De ecologen van TAUW kijken verder dan de aanwezigheid van strikt beschermde soorten. Vanuit het motto ‘meer biodiversiteit achterlaten dan je aantreft’ signaleren we kansen voor dit project om bij te dragen aan het herstel van biodiversiteit. Hieronder geven we op beknopte wijze enkele kansen aan. Wij bespreken deze voorstellen graag met u en werken desgewenst de praktische aspecten verder uit. Voor dit project liggen er mogelijkheden voor biodiversiteitsherstel door:  Het opstellen van een concreet ecologisch beheer- en/of inrichtingsplan, bijvoorbeeld gericht op verhoging van de bloemrijkdom voor bijen. Hierbij sluiten we zo veel mogelijk aan op de (toekomstige) situatie in uw projectgebied, gemeentelijk natuurbeleid en regionale doelsoorten en potenties. Biodiversiteit vraagt om maatwerk en ieder project is anders. In een plan nemen we de best passende maatregelen op. Voorbeelden van potentiële maatregelen zijn: Het vergroten van de diversiteit aan leefgebied voor planten en dieren door via aanplant of beheer te zorgen voor verschillende biotooptypen (water, oevers, kruidenvegetatie, -

struweel, bomen, bos) en geleidelijke overgangen hiertussen Het versterken van populaties door te voorzien in nestkasten en/of verblijfplaatsen (bijvoorbeeld vogels en vleermuizen), wanneer blijkt dat nestgelegenheid een beperkende factor is. Deze vleermuis- en vogelkasten kunnen worden ingebouwd in de gevels van de nieuwe woningen, of kunnen worden opgehangen aan de buitengevel

-

Het vergroten en versterken van leefgebieden voor planten en dieren door ecologisch beheer van (openbaar) groen, bijvoorbeeld door het beheer van grasvegetaties af te stemmen op bloemrijkdom en insecten

-

Het verbinden van leefgebieden door het aanbrengen of herstellen van lijnvormige landschapselementen (houtwallen, singels, hagen, sloten) of het realiseren van andere ontsnipperingsmaatregelen (bijvoorbeeld faunapassage)

Het versterken van leefgebied en migratiezones door het aanbrengen van natuurlijke elementen als takkenrillen, dood hout, of stenige elementen Het opstellen van een integraal duurzaamheidsadvies. Herstel van biodiversiteit heeft raakvlakken met andere opgaven zoals energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en verstedelijkingsvraagstukken. TAUW is gewend projecten integraal te benaderen. Ecologen werken daarvoor vaak samen met andere experts. Ook voor uw project kunnen kansen voor biodiversiteit worden gekoppeld aan andere duurzaamheidsopgaven

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 21/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

Tabel 4.1 Samenvatting van de resultaten van de toetsing van effecten op beschermde soorten Soortgroep

Overtreding

Nader onderzoek

Te nemen maatregelen

Wnb Flora

Nee

Nee

N.v.t.

Grondgebonden

Nee

Nee

N.v.t.

Vleermuizen

Nee

Nee

N.v.t.

Vogels –

Mogelijk

Ja

Nader onderzoek naar aanwezigheid van

zoogdieren

jaarrond

steenuil in het plangebied.

beschermde nesten Vogels –

Mogelijk

Nee

Broedvogelcontrole naar het voorkomen van

functioneel

pimpelmees en koolmees wanneer in het

leefgebied nest

broedseizoen wordt gewerkt.

beschermd Vogels –

Mogelijk

Nee

Mogelijk

Nee

broedvogels Amfibieën

Broedvogelcontrole wanneer in het broedseizoen wordt gewerkt. Voorkomen dat tijdens de uitvoeringsfase situaties ontstaan met modderpoelen en zandbulten. Zo kan vestiging van rugstreeppad worden voorkomen.

Reptielen

Nee

Nee

N.v.t.

Vissen

Nee

Nee

N.v.t.

Vlinders

Nee

Nee

N.v.t.

Libellen

Nee

Nee

N.v.t.

Overige

Nee

Nee

N.v.t.

Ja

Nee

Werken in een vaste werkrichting, zodat

ongewervelden Zorgplicht

aanwezige fauna het plangebied uit kan vluchten. Wanneer fauna niet zelfstandig het plangebied kan verlaten dient deze op een veilige plaats buiten het plangebied geplaatst te worden.

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 22/23

Kenmerk

R001-1287995RJG-V03-kst-NL

5 Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocumenten beschermde soorten. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff & de Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Broekhuizen S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dijkstra, K.B., Kalkman, V.J., Ketelaar, R., van der Wiede, M.J.T., 2002. De Nederlandse libellen (odonata). Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Herder J.E., A. van Diepenbeek & R.C.M. Creemers, 2013. Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2013. Rapport 2013-010. Stichting RAVON, Nijmegen. Provincie Gelderland, 2017. Wijziging omgevingsverordening vanwege vaststelling natuurparagraaf. PRB, publicatienr. 435 van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vleermuisprotocol 2020. Geraadpleegde internetwebsites: www.eis.nl www.floron.nl www.libellennet.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlindernet.nl www.zoogdiervereniging.nl

Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming 23/23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13829531/1