AP 6a Bijlagen bij de toelichting Bijlage 2 Beplantingsplan i.r.t. molenbiotoop
Tekst van het document
Molenbiotoop ‘De Maagd’ Voor de molen ‘De Maagd’ ten oosten van het plangebied gelden er binnen de molenbiotoop regels voor de hoogte van bebouwig en beplanting. Binnen de molenbiotoop is geen nieuwe bebouwing of beplanting toegestaan als daardoor de windvang van de molen wordt beperkt. Om daaraan te voldoen is een biotoopformule maatgevend tussen de 100 en 400 meter afstand van de molen: H(x) = x/n+c*z waarin: • H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters) • x = afstand van een obstakel tot de molen (in meters) • n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. In dit plan geldt de waarde 50 voor gesloten gebied. • c = een constante, afhankelijk van de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2 • z = askophoogte (helft van lengte gevlucht + de hoogte van de stelling) = 14.90 meter In bijgaand kaartbeeld zijn de maximaal toegestane hoogten voor bebouwing en beplanting volgens deze formule weergegeven. Daarin is te zien dat voor een groot deel van het plangebied een maximale hoogte van ca. 11m of lager geldt. Een hoogte die door een groot deel van de boomsoorten overschreden kan worden. Het is dus noodzakelijk om hier een passend sortient en beheer voor te bepalen. Hiervoor worden op het volgende blad voorstellen gedaan.
Meter 0
10
20
Weversweg fase 2, Hulshorst | Gemeente Nunspeet Beplanting- en beheersprincipes | oktober 2023
30
40
50
Toe te passen beplanting Afhankelijk van de locatie worden in het plan worden plant- en boomsoorten toegepast die de toegestane maximale hoogte niet zullen overschreiden. Danwel doordat de boomsoort van nature kleiner blijft, danwel doordat er passend beheer wordt toegepast waardoor deze soorten laag worden gehouden. Daarbij wordt zoveel mogelijk uitgegaan van gebiedseigen beplanting en beplanting met ecologische meerwaarden. Er wordt gezocht naar een optimum tussen een natuurlijke / gebiedseigen beheersvorm waarbij soorten hun natuurwaarden (zoals bijvoorbeeld bloei en vrucht) behalen en de maximaal toegestane hoogte. Toe te passen kleinere bomen waaraan gedacht wordt zijn: (sier-)fruitbomen, hazelaar, krentenboompje, meidoorn, vuilboom, wilde lijsterbes. Deze soorten blijven (aldanniet met enige begeleidende snoei) kleiner dan de maximaal toegestane hoogte binnen het plangebied. Toe te passen beheersvormen waaraan gedacht wordt zijn: hakhoutbeheer, vrijgroeiende hagen, geschoren hagen. De toe te passen soorten in deze beheersvormen bestaan uit gebiedseigen beplanting. Uitwerking hiervan volgt in het inrichtingsplan.
Hazelaar
Sierappel
Lijsterbes
Hakhoutbeheer
Vrijgroeiende hagen
Geschoren hagen
Weversweg fase 2, Hulshorst | Gemeente Nunspeet Beplanting- en beheersprincipes | oktober 2023