AP 6a. Bijlage Uitvoeringsplan algemene voorziening dagbesteding 2025
Tekst van het document
Uitvoeringsplan Algemene voorziening dagbesteding 2025
Voorwoord Een plek waar niet de beperking centraal staat, maar de persoon De gemeente Nunspeet wil een diagnoseluwe gemeente zijn. Dat betekent dat we niet de beperking centraal stellen of de indicatie, maar onze inwoners. We willen dat de levenskwaliteit van alle ouderen, ook degenen met een beperking en de naasten van deze ouderen zo hoog mogelijk blijft. We zetten ons ervoor in dat ouderen zo lang mogelijk volwaardig mee kunnen blijven doen in onze samenleving. Als wethouder sociaal domein ben ik trots op de stappen die we als gemeente zetten om een dementievriendelijke samenleving te zijn. Dementie is een ziekte die veel invloed heeft op het leven van zowel de mensen die ermee te maken krijgen als hun naasten. Het is dan ook van groot belang dat wij als gemeenschap samen zorgen voor een omgeving waarin mensen met dementie zich ondersteund en gewaardeerd voelen. Naast dementie zijn er ook andere oorzaken waardoor ouderen moeite hebben om zelfstandig taken uit te voeren, ondersteuning nodig hebben om hun dag in te delen en daarbij begeleiding nodig hebben. Dit uitvoeringsplan is tot stand gekomen door samenwerking met inwoners (onder wie mantelzorgers) en zorg- en welzijnsaanbieders. Samen vinden we het belangrijk dat mensen de mogelijkheid hebben om actief deel te nemen aan onze samenleving, zonder dat zij daarvoor een formele indicatie of beschikking nodig hebben.
Daarom gaan we een algemene voorziening voor dagbesteding aanbieden. Een plek waar mensen kunnen deelnemen aan activiteiten die hen helpen in hun welzijn, hun sociale contacten versterken en indien mogelijk hun zelfstandigheid bevorderen. Een plek waar niet de beperking centraal staat, maar de persoon. Een plek waardoor de mantelzorger even op adem kan komen. Ik wil degenen die meegedacht en meegewerkt hebben om te komen tot dit uitvoeringsplan hartelijk bedanken. Samen zijn we ervan overtuigd dat deze algemene voorziening voor dagbesteding een waardevolle bijdrage zal leveren aan de levens van ouderen die dat nodig hebben en hun naasten.
Jennifer Elskamp Wethouder Sociaal Domein en Onderwijs
1.
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Onze kijk op ‘ouder worden’ 1.2 Samenhang en uitgangspunten algemene voorziening 1.3 Terugblik fase 1 1.4 Proces en planning 1.5 Leeswijzer 2. Samenwerken 2.1 Rol van de gemeente 2.2 Samenwerking tussen aanbieders 2.3 Aansluiting medisch en sociaal domein 2.4 Wettelijke basis 3. Financiën 3.1 Subsidie 3.2 Eigen bijdrage inwoners 3.3 Budget algemene voorziening 4. Kwaliteitsborging 4.1 Kwaliteit 4.2 Vervoer en privacy 5. Monitoring en evaluatie 5.1 Verantwoording aanbieders 5.2 Evalueren en bijsturen 6. Communicatie 6.1 Stakeholders 6.2 Communicatiemiddelen 7. Bijlagen 7.1 Bijlage 1 - Wijzigingsvoorstel verordening
3 3 4 7 8 8 9 9 10 14 15 16 16 18 18 20 20 22 23 23 24 25 25 25 26 26
2.
1. Inleiding
In dit hoofdstuk beschrijven we onze kijk op ‘ouder worden’ en de samenhang van de algemene voorziening dagbesteding met het beleid van de gemeente Nunspeet. We beschrijven de uitgangspunten van de algemene voorziening, de doelgroep en blikken terug op het onderzoek naar de algemene voorziening. Tot slot richten we de blik vooruit en staan we stil bij het verdere proces en de planning.
1.1 Onze kijk op ‘ouder worden’ Voor u ligt het ‘Uitvoeringsplan Algemene voorziening dagbesteding 2025’. In dit uitvoeringsplan beschrijven we hoe we in de gemeente Nunspeet uitvoering willen geven aan de dagbesteding voor ouderen die langer thuis willen blijven wonen, maar onvoldoende zelfredzaam zijn, en bij welke doelstellingen dit uitvoeringsplan aansluit. Ouder worden is een belangrijk onderwerp voor de gemeente Nunspeet, omdat ouder worden invloed heeft op de levenskwaliteit van haar inwoners. Ouder worden heeft positieve kanten: bijvoorbeeld meer vrije tijd voor familie en vrienden en het hebben van meer levenservaring. Naast deze positieve aspecten, brengt het ouder worden ook verschillende uitdagingen en beperkingen met zich mee, zowel fysiek als sociaal. Eén van deze uitdagingen is het ervaren van gezondheidsproblemen, zoals dementie. Op dit moment zijn er ruim 500 inwoners met de diagnose dementie in de gemeente Nunspeet. Hierbij zijn gemiddeld twee naasten betrokken, dus hebben ruim 1500 inwoners te maken met de gevolgen van dementie. De komende jaren groeit het aantal inwoners met dementie in de gemeente Nunspeet naar verwachting verder naar 900 in 20401. De gemeente Nunspeet wil dat de levenskwaliteit van alle ouderen, ook met een beperking, en naasten (mantelzorgers) van deze ouderen zo hoog mogelijk blijft.
De gemeente Nunspeet wil dat ook ouderen zo lang mogelijk volwaardig mee kunnen blijven doen in de maatschappij; waar dit niet lukt is ondersteuning beschikbaar. Er zijn meerdere redenen die een algemene voorziening wenselijk maken. Zo blijven ouderen langer thuis wonen waardoor het moeilijker wordt deze inwoners tijdig te signaleren en wordt de doorlooptijd tussen de indicatieaanvraag en uitstroom naar de Wet langdurige zorg (Wlz) steeds korter. Een algemene voorziening zorgt voor een laagdrempelige toegang tot dagbesteding en zorgt er zo voor dat ouderen met een beperking langer mee kunnen blijven doen in de maatschappij. Daarnaast wordt de mantelzorger ontlast en kan hierdoor de zorg voor de partner waarschijnlijk langer vol houden. Hierdoor kan de inwoner ook langer thuis blijven wonen wat vaak positief bijdraagt aan de ervaren levenskwaliteit.
3.
1
Mensen met dementie per gemeente.pdf (alzheimer-nederland.nl)
Figuur 1. Toegang tot dagbesteding met en zonder indicatie
1.2 Samenhang en uitgangspunten algemene voorziening en doelgroep Eén van de ambities in het collegeprogramma 2022 - 2026 ‘Samen meer voor elkaar’ is het onderzoeken van de mogelijkheden van een algemene voorziening voor dagbesteding voor ouderen (Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)). Een laagdrempelige toegang sluit ook aan bij de visie van de gemeente Nunspeet, zoals geformuleerd in het Integraal Beleidsplan Sociaal Domein 2022 - 2025 gemeente Nunspeet (hierna Beleidsplan Sociaal Domein). Waarbij het belangrijkste doel is: Inwoners kunnen (vol)waardig mee blijven doen. Eén van de doelstellingen uit het ‘Uitvoeringsplan Gezondheid 2024 - 2027’ is om te zorgen voor een dementievriendelijke gemeente. Hierbij hoort onder meer het doorontwikkelen van laagdrempelige dagbesteding. De algemene voorziening, waarbij een Wmo-indicatie niet meer nodig is, brengt deze laagdrempeligheid dichterbij. De gemeente Nunspeet heeft samen met zowel de betrokken zorgaanbieders en welzijnsorganisaties als met de input van de inwoners, mantelzorgers, adviesraad, consulenten en wethouder onderstaande uitgangspunten opgesteld. Deze uitgangspunten zijn de vertrekpunten waarop we in dit uitvoeringsplan verder bouwen aan een laagdrempelige dagbesteding voor ouderen.
4.
Acht algemene uitgangspuntenvoorziening algemene voorziening Acht uitgangspunten
1. Drempelverlagend voor inwoner en mantelzorger
5. Aansluiting wijkontmoetingscentra, algemene voorziening en maatwerk
2. Budgetneutraal
6. Keuzemogelijkheid inwoner blijft mogelijk
3. Verkennend gesprek blijft nodig
4. Samenwerking tussen aanbieders en welzijnspartijen
7. Geen pilot, maar een duurzame vertrouwensrelatie
8. Evalueren en waar nodig bijsturen
Figuur 2. Acht uitgangspunten algemene voorziening 4
Toelichting op de acht uitgangspunten:
a. Het wegvallen van het indicatieproces door een Wmo-consulent vergemakkelijkt de toegang tot dagbesteding. Dit verlaagt voor zowel de doelgroep als de mantelzorger de drempel om gebruik te maken van dagbesteding. b. Het budget voor de algemene voorziening is gelijk aan het huidige budget voor de maatwerkvoorzieningen2. Aanbieders verwachten geen (grote) toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de dagbesteding bij de invoering van een algemene voorziening. De verandering naar een algemene voorziening is geen bezuinigingsopgave. c. De definitie van een algemene voorziening is volgens de wet Wmo 2015: “Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning’’. Enige vorm van een verkennend gesprek (in de vorm van vraagverheldering en een intake) is toegestaan. Dit verkennende gesprek belegt de gemeente bij de aanbieders. d. De invoering van een algemene voorziening voor dagbesteding vraagt om samenwerking tussen de aanbieders van dagbesteding en welzijnspartijen; e. Goede aansluiting en samenwerking is nodig tussen de wijkontmoetingscentra (WOC’s), de algemene voorziening en dagbesteding via de Wmo en Wlz; f. Keuzemogelijkheid voor de inwoners is en blijft belangrijk.
Dit vraagt om meerdere ‘soorten’ dagbesteding: i. Variatie in locaties: in het centrum én dichtbij natuur (prikkelarm) en in de meerdere dorpskernen; ii. Variatie qua doelgroep: geloofsovertuiging, geslacht, etc.; g. De invoering van de algemene voorziening voor dagbesteding is geen pilot. De gemeente wil een duurzame relatie aangaan met aanbieders en deze aanbieders vertrouwen geven; h. De algemene voorziening gaat bescheiden van start. Gezamenlijk gaan we intensief evalueren en bijsturen waar nodig, volgens de PDCA-cyclus.
5.
2
Op dit moment 48 (november 2024) indicaties bij de Oranjehof, het Baken, Zorggroep Noordwest-Veluwe en Woonzorgunie Veluwe.
Deze uitgangspunten sluiten aan bij de volgende beleidsdoelen en uitgangspunten van de gemeente Nunspeet:
1. Iedereen kan meedoen en een leven lang ontwikkelen; waar dit niet lukt is ondersteuning beschikbaar;
2. Inwoners bepalen zelf in hoeverre en op welke manier ze mee willen doen;
3. Inwoners (met hun netwerk) en professionals van gemeente en maatschappelijke organisaties werken samen, vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid;
4. Er is ruimte voor maatwerk, iedere inwoner en iedere situatie is anders;
5. Ondersteuning is zo dichtbij mogelijk beschikbaar; lokaal wat kan, regionaal wat moet.
Daarnaast zijn uitgangspunten opgesteld voor de doelgroep van de algemene voorziening:
• Inwoners vanaf de 60+ leeftijd die langer thuis willen blijven wonen, maar onvoldoende zelfredzaam zijn en niet zelfstandig kunnen meedoen aan bijvoorbeeld georganiseerde welzijnsactiviteiten;
• De inwoner voldoet aan (één van de) volgende kenmerken: inwoners met een beperking
(somatisch, psychogeriatrische of psychiatrische of anderszins chronische psychische aandoening of beperking);
• Bij de doelgroep is vanwege de beperking een begeleidingscomponent aanwezig. Dit vraagt om personeel met expertise.
• De inwoner heeft ondersteuning nodig bij de daginvulling/-structuur voor minimaal één dagdeel (geen losse activiteit). De algemene voorziening draagt bij aan een zinvolle en evenwichtige dag- en weekinvulling. Een plek waar sociale contacten opgebouwd en onderhouden worden en waar men meedoet in de samenleving. Het gaat sociaal isolement en eenzaamheid tegen en biedt een stabiele dagstructuur;
• De inwoner is gebaat bij een (vaste) groep, in tegenstelling tot een inloopvoorziening; • De inwoner vertoont geen dwaalgedrag en heeft geen zware ondersteuningsvraag; • De inwoner gaat naar dagbesteding om de mantelzorger te ontlasten. De algemene voor-
ziening is daarmee ook nadrukkelijk bedoeld om mantelzorgers te ontlasten (respijtzorg) en is daarmee ondersteunend aan het langer thuis kunnen blijven wonen van de inwoner.
6.
Ouderen (60+) Geen dwaalgedrag of zware ondersteuningsvraag
Ontlasting mantelzorger
Thuis wonen, maar onvoldoende zelfredzaam
Baat bij een vaste groep
Behoefte aan daginvulling en structuur
Personeel met expertise nodig
Psychische of fysieke beperking
Figuur 3. Uitgangspunten doelgroep
1.3 Terugblik fase 1 Voorafgaand aan het opstellen van dit uitvoeringsplan is een onderzoek uitgevoerd door onderzoeks- en adviesbureau Significant Public. Dit onderzoek had als doel te beoordelen of een laagdrempelige toegang tot dagbesteding mogelijk is. De verkenning is uitgevoerd samen met inwoners, mantelzorgers, de Adviesraad Sociaal Domein Nunspeet, welzijnspartijen, Wmo-aanbieders en Wmo-consulenten. Ook zijn de ervaringen van andere gemeenten betrokken bij dit onderzoek. Onderstaande figuur toont de belangrijkste mijlpalen uit deze fase. In de verkenningsfase zijn de mogelijkheden onderzocht van een laagdrempelige voorziening voor dagbesteding, samenwerkingsscenario’s én het aanwezige enthousiasme en draagvlak. Op basis van dit onderzoek concluderen we het volgende:
7.
• Het huidige Wmo-maatwerkproces voor dagbesteding: het kwaliteitsniveau, de keuzevrijheid en de snelheid van afhandeling is goed;
• Een algemene voorziening: i.
Is een goed instrument voor toegankelijke en kwalitatief goede dagbesteding; ii. Werkt drempelverlagend voor ouderen en mantelzorgers; iii. Beperkt de administratieve lasten van inwoners, aanbieders en de gemeente; iv. Biedt mogelijkheden tot meer samenwerking tussen Wmo-aanbieders en welzijnsaanbieders;
• De stakeholders zijn enthousiast over een algemene voorziening voor dagbesteding en er is draagvlak voor de beoogde verandering.
sfase)
atiefase)
Het advies uit de verkenningsfase was om één opdracht of uitvraag in de markt te zetten voor de algemene voorziening. De aanbieders komen dan tot één gezamenlijke aanvraag, werkwijze of invulling van de opdracht, waarbij één aanbieder optreedt als penvoerder. Onder de aanbieders is veel draagvlak voor deze samenwerkingsvariant, blijkt uit het onderzoek. Dit rapport inclusief advies is in mei 2024 aan het college voorgelegd en ter informatie gedeeld met de raadscommissie Maatschappij en Middelen in juni 2024. De formele besluitvorming om daadwerkelijk een algemene voorziening op te zetten voor dagbesteding in de gemeente Nunspeet volgt in deze fase.
Startbijeenkomst 24 oktober 2023
Tweede bijeenkomst 14 december 2023
Aanvullende interviews
Aanvullende interviews
Derde 1.4 Proces en planning Schrijven bijeenkomst 10 juli 2024
Onderzoeksrapport
uitvoeringsplan
Toetsen in vierde bijeenkomst
College akkoord (mei 2024)
Juridisch advies
Adviesraad → College → Commissie → Raad →
Informeren raadscommissie (juni 2024)
Figuur 4. Overzicht fase 1: verkenningsfase
Ingang algemene voorziening Voorjaar 2025
De inhoud van dit plan is opgesteld in samenwerking met lokale aanbieders van dagbesteding, Adviesraad Sociaal Domein Nunspeet (ASDN) en collega’s sociaal domein. We hebben meerdere aanbiedersbijeenkomsten georganiseerd om de doelgroep en uitgangspunten van de algemene voorziening vast te stellen. Daarnaast hebben we deze bijeenkomsten gebruikt om op te halen wat wenselijk en haalbaar is in de samenwerking tussen de aanbieders en hoe we ervoor zorgen dat de kwaliteit van de dagbesteding op niveau blijft. Ook hebben de aanbie12 ders belangrijke aandachtspunten geleverd voor de inhoud van dit uitvoeringsplan. In de eerste fase is de adviesraad twee keer betrokken. Voorafgaand aan het onderzoekstraject is de ASDN op de hoogte gesteld. Ook is er gedurende het onderzoekstraject een gesprek geweest met de leden van de ASDN. In deze tweede fase is de ASDN opnieuw geraadpleegd en heeft zij enthousiast gereageerd op het uitvoeringsplan. Vervolgens wordt het uitvoeringsplan vastgesteld in het college en de raad.
1.5 Leeswijzer Voor het vervolg van dit uitvoeringsplan hanteren we de volgende hoofdstukindeling: Hoofdstuk 2: in dit hoofdstuk gaan we in op de samenwerking tussen aanbieders onderling en de samenwerking met de gemeente; Hoofdstuk 3: in dit hoofdstuk gaan we in op de subsidieregeling, de eigen bijdrage van inwoners en het budget van de algemene voorziening; Hoofdstuk 4: in dit hoofdstuk beschrijven we de kwaliteit van de algemene voorziening; Hoofdstuk 5: in dit hoofdstuk beschrijven we het monitorings- en evaluatieplan en de rol van de gemeente en aanbieders hierin. Hoofdstuk 6: in dit hoofdstuk beschrijven we het communicatieplan met betrekking tot de algemene voorziening. Het uitvoeringsplan wordt waar mogelijk visueel weergegeven.
8.
2. Samenwerken
vies
De algemene voorziening vraagt om goede samenwerking. Samenwerking tussen aanbieders van de algemene voorziening onderling, maar ook met het gehele voorliggende veld. De rol van de gemeente verandert hiermee ook, uiteraard blijft zij wel verantwoordelijk voor het bieden van kwalitatief goede zorg voor de inwoners van de gemeente Nunspeet. We starten met het beschrijven van de rol van de gemeente in dit hoofdstuk, vervolgens beschrijven we de samenwerking tussen aanbieders en tot slot de samenwerking met welzijn.
dagbesteding
welzijnswerk
gezamenlijke aanvraag
pen voe rder
financiering middels subsidie
gemeente
Figuur 5. Overzicht samenwerking in de nieuwe situatie
2.1 Rol van de gemeente De rol van de gemeente is in de uitvoering van de algemene voorziening faciliterend en kaderstellend. Het opstellen van een uitvraag (het ‘wat’) en de uitvoering bij de uitvoerende partijen (het ‘hoe’) vragen iets anders van de gemeente Nunspeet dan tot nu toe het geval was. Opereren als opdrachtgever vraagt een andere manier van werken van de gemeente. Onder goed opdrachtgeverschap wordt verstaan: kennis van zaken, weten wat je wilt en dit omvormen tot beleid in termen van principes en (meetbare) doelen. Deze meetbare doelen (kritieke prestatie indicatoren (KPI’s)) bespreken we in hoofdstuk 5. Vanuit de aanbieders wordt dit ook aangegeven: “de kaders voor de algemene voorziening moeten helder en duidelijk zijn. Het is van belang om deze grenzen goed helder te hebben”.
9.
Een goede uitvraag opstellen door de gemeente is belangrijk om haar kaderstellende en faciliterende rol goed in te vullen. Basiselementen voor deze opdracht zijn in ieder geval:
• Visie • Doelgroep • Budget • Rechtmatigheid (eisen vanuit de subsidieverordening)
Al deze elementen komen terug in dit uitvoeringsplan.
2.2 Samenwerking tussen de aanbieders 2.2.1 Aanbieders & locaties We starten de algemene voorziening met de bestaande locaties van de huidige dagbestedingsaanbieders en er komen, met uitzondering van welzijnsorganisatie Het Venster, geen aanbieders of locaties bij. Deze aanbieders en hun locaties dekken op dit moment de vraag vanuit de inwoners. De volgende aanbieders hebben de intentie om deel te nemen aan de algemene voorziening:
• Het Baken • Het Venster • Woonzorg Unie Veluwe (WZU) • Zorgcentrum Oranjehof • Zorggroep Noordwest-Veluwe (ZNW) Mocht één van bovenstaande aanbieders besluiten om uiteindelijk toch niet mee te doen aan de algemene voorziening, willen we alsnog graag starten met de aanbieders die wel willen. Deze beslissing heeft impact op de huidige contracten, gezien we in dit uitvoeringsplan afspreken dat de algemene voorziening voorliggend is aan dagbesteding via een maatwerkvoorziening. In de praktijk kan dit betekenen dat de aanbieder die niet mee doet aan de algemene voorziening een terugloop in cliënten krijgt. Voor de bestaande cliënten bij deze mogelijke aanbieder hoeft dit geen impact te hebben. We willen voorkomen dat de cliënten van deze aanbieder gedwongen worden om naar een andere aanbieder te gaan. Daarom stellen we voor dat deze cliënten hun huidige indicatie bij deze aanbieder kunnen voortzetten.
10.
Figuur 6. Overzicht deelnemende organisaties
Bovenstaande organisaties bieden dagbesteding aan op de volgende plekken:
• De Klepel in de Clockenslach in dorpskern Nunspeet (WZU) • Woonzorgcentrum Seewende in dorpskern Nunspeet (Het Baken) • WOC Binnenhof in dorpskern Nunspeet (ZNWV) • Veluwse Heuvel in dorpskern Nunspeet (ZNWV) • Zorgcentrum Oranjehof in dorpskern Elspeet (Oranjehof) • Dienstencentrum Elburgerweg, in dorpskern Nunspeet (Het Venster) Op dit moment is er geen dagbesteding in de dorpskernen Vierhouten en Hulshorst. Momenteel maken twee inwoners uit deze kernen gebruik van een locatie in een andere woonkern. Bij de keuze van een locatie buiten de woonkern speelt de identiteit soms een belangrijke rol. In de monitoring en evaluatie van de algemene voorziening wordt bekeken of uitbreiding op termijn wenselijk is. Gezamenlijk zorgen de aanbieders voor een gevarieerd en passend aanbod voor de ouderen met een beperking, dat ook aansluit op de doelstellingen van de gemeente. Hierbij gaat het om verschillende soorten zorgbehoeften van de doelgroep, waarbij ook de inwoners met een speciale(re) behoefte een plek moet krijgen. Daarnaast is het belangrijk dat er ruimte is voor inwoners met een behoefte aan een buitenplaats, of juist een prikkelarme omgeving. Ook is het belangrijk dat er locaties op verschillende plekken binnen de gemeente zijn en dat eenieder met of zonder een bepaalde geloofsovertuiging van een passende plek moet kunnen worden voorzien.
Dit vraagt om afstemming en samenwerking tussen de aanbieders. Aanbieders maken afspraken over de doelgroep en de manier waarop wordt bepaald of een inwoner onder de doelgroep valt (het verkennende gesprek).
11.
Alle aanbieders geven aan dat het belangrijk is dat de inwoner centraal staat en dat samenwerking tussen de aanbieders nodig is om de inwoner zo goed mogelijk te bedienen. De aanbieders geven aan dat binnen de algemene voorziening plaats, oog en waardering moet zijn voor de verschillende producten die geleverd worden door de diverse aanbieders. Daarvoor is het belangrijk dat de diverse aanbieders elkaar zien en waarderen, naast goed samenwerken. Deze samenwerking is belangrijk om ervoor te kunnen zorgen dat het aanbod divers en passend is en blijft en dat inwoners begeleid worden naar een locatie die het beste bij hen past en voorziet in de behoefte van de inwoner en diens naaste. Concreet betekent dit dat aanbieders, ook mede op initiatief van de penvoerder, kennis en uitwisseling nodig hebben van elkaars locaties en aanbod. Tot slot is het belangrijk dat de aanbieders elkaar makkelijk weten te vinden om te voorzien in de behoefte en vraag van de inwoners.
2.2.2 Bepalen doelgroep Zoals in paragraaf 1.2 omschreven, staan de kenmerken van de doelgroep vast. Echter bieden deze kenmerken ruimte voor interpretatie. Het is daarom belangrijk dat de aanbieders onderling duidelijke kaders opstellen voor deze doelgroep. Paragraaf 2.3 biedt ook handvatten om de afweging te maken tussen welzijn, wijkontmoetingscentra, de algemene voorziening, maatwerk binnen de Wmo en tot slot maatwerk binnen de Wlz.
2.2.3 Verkennend gesprek Aanbieders maken afspraken over de toelating van inwoners tot de algemene voorziening dagbesteding. Op dit moment wordt er een uitgebreide integrale ‘toets’ gedaan door de gemeente. Het is niet de bedoeling dat de aanbieders de volledige taak van de Wmo-consulent overnemen, maar het is wel belangrijk dat er een verkennend gesprek plaatsvindt waarin wordt gekeken of de inwoner in de doelgroep valt en zo ja, welke locatie dan de best passende plek is. De aanbieders bepalen de vorm van dit gesprek met elkaar, waarbij in ieder geval minimale eisen worden afgesproken, zodat uniformiteit gewaarborgd is. De aanbieders hadden twee opties om uit te kiezen:
• Bij iedere aanmelding voert de aan-
bieder zelf een verkennend gesprek en wanneer een inwoner niet op die betreffende plek past, door te verwijzen naar een andere aanbieder.
• Eén aanbieder voert altijd het verken-
nende gesprek en zoekt samen met de inwoner naar de juiste plek.
12.
De aanbieders geven aan dat zij nu ook al vaak een screening of intakegesprek voeren met de inwoner en dit graag zelf uitvoeren. Vanuit de Oranjehof wordt aangegeven dat zij al een intakeformulier hebben gebaseerd op de methode ‘mijn positieve gezondheid’. Dit intakeformulier biedt wellicht een mooie basis voor de minimale eisen voor het verkennende gesprek. Elke aanbieder is zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van het verkennende gesprek. De aanbieder waar de inwoner voor kiest, voert dus het verkennende gesprek met de inwoner. Dit gesprek moet uitgevoerd worden door een professional bijvoorbeeld de dagbestedingscoach, welzijnsmedewerker/begeleider, operationeel leidinggevende van de dagbestedingslocatie eventueel in overleg met de zorgcoördinator, casemanager dementie of wijkverpleegkundige. Wanneer uit het verkennende gesprek blijkt dat iemand niet past binnen de groep of locatie wordt contact opgenomen met één van de andere aanbieders voor een passende plek.
2.2.4 Penvoerderschap Samenwerking begint al bij het opstellen van de subsidieaanvraag. Hierin benoemen aanbieders welke doelstellingen zij nastreven en hoe zij dat (samen) gaan doen. Deze subsidieaanvraag wordt daarom in één keer ingediend door alle partijen samen. Dit vraagt om penvoerderschap. Dat wil zeggen dat er één persoon of partij wordt aangewezen die als aanspreekpunt voor de gemeente fungeert. Deze penvoerder haalt bij alle aanbieders op wat de organisatiedoelen zijn en welke middelen daarbij nodig zijn. Vervolgens moeten deze doelen bij elkaar een passend aanbod vormen, aansluiten op de doelstellingen van de gemeente en passen binnen het beschikbare budget van de gemeente. Vanuit de betrokken aanbieders heeft de Oranjehof aangegeven open te staan om het penvoerderschap uit te voeren. De andere organisaties zijn hiermee akkoord. De gemeente gaat samen met Oranjehof de rol van het penvoerderschap verder uitwerken. De andere aanbieders worden betrokken bij de uitwerking van het penvoerderschap in het kader van transparantie en draagvlak.
13.
2.3 Aansluiting medisch en sociaal domein Welzijn/wijkontmoetingscentrum/maatwerk Wmo/ Wet langdurige zorg Onderstaande afbeelding laat zien waar de algemene voorziening zich bevindt in het totale speelveld van welzijn tot Wlz. Logischerwijs wordt de ondersteuningsvraag van de inwoner steeds zwaarder naarmate zij zich hogere bevinden op de ‘trap’ in onderstaande afbeelding. De verschillende welzijnsorganisaties organiseren diverse activiteiten voor jong en oud in de gemeente Nunspeet. Een voorbeeld hiervan is het computervragenuurtje voor ouderen in de bibliotheek. Iedereen is welkom en opgeven van te voren is niet nodig. Een ander voorbeeld is het AMVO-vervoer, dit wordt georganiseerd vanuit het welzijnswerk en is een vervoersdienst voor ouderen gerund door vrijwilligers. Naast welzijnswerk heeft Nunspeet ook verschillende wijkontmoetingscentra (WOC’s). Deze WOC’s zijn laagdrempelig een ontmoetingsplek voor inwoners. In principe is elke inwoner van Nunspeet hier welkom. Inwoners kunnen elkaar hier ontmoeten, samen activiteiten doen, een kopje koffie drinken en een praatje maken. Voor sommige activiteiten geef je je van tevoren op, maar voor de rest is dit een vrije inloopsetting. Dat is ook gelijk het grote verschil met de algemene voorziening. De algemene voorziening is geen vrije inloop, maar is bedoeld voor een groep inwoners met een ondersteuningsvraag.
Binnen deze groep krijgen de inwoners hulp bij bijvoorbeeld het invullen en structureren van hun dag. Ook mantelzorgers worden ontlast, zodat zij even op adem kunnen komen. Dit betekent niet dat er in de praktijk helemaal geen menging van doelgroepen mag plaatsvinden. De behoefte van de oudere staat altijd centraal. Als een oudere bijvoorbeeld gevoelig is voor veel prikkels tijdens een open inloop zorgt de aanbieder voor passende ondersteuning.
Maatwerk Wmo of Wlz
Algemene voorziening
Welzijn en WOC
Eigen netwerk
Figuur 7. De positie van de algemene voorziening in het totale speelveld
14.
2.4 Wettelijk basis De algemene voorziening moet genoeg zijn om bestaande cliënten te helpen. Hierdoor is een Wmo maatwerk voorziening voor deze groep niet meer nodig. De aanbieders die dagbesteding voor inwoners aanbieden via de algemene voorziening bieden dit daarom niet meer aan als Wmo maatwerk. Inwoners kunnen geen gebruik maken van de algemene voorziening wanneer zij een Wlz indicatie hebben. De Wlz is er voor mensen die blijvend zijn aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht vanwege hun aandoening(en) of beperkingen(en). Dat betekent dat iemand niet alleen kan worden gelaten. Deze ondersteuning kan niet via de algemene voorziening geboden worden en moet bovendien betaald worden vanuit de Wlz. Maatwerk blijft mogelijk om inwoners met een specifieke hulpvraag (bijvoorbeeld autistische spectrum/NAH/GGZ) te bedienen bij gespecialiseerde aanbieders in deze vakgebieden. Dit zijn bijvoorbeeld GGZ-centraal, Interakt Contour en Philadelphia. Wanneer de ondersteuningsvraag de Wmo overstijgt, is een Wlz-indicatie een logische vervolgstap. De zorgaanbieder is verantwoordelijk om initiatief te nemen om deze indicatie tijdig aan te vragen. Bij maatwerk Wmo en Wlz vindt er financiering plaats op cliëntniveau, dit geldt niet voor de algemene voorziening.
De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de algemene voorziening in de Verordening maatschappelijke ondersteuning. Hiervoor moet artikel 13 van de verordening aangepast worden. Deze aanpassing moet zorgvuldig gebeuren en goed uitgewerkt zijn. Er zijn voorbeelden uit de rechtspraak waaruit blijkt dat de algemene voorziening niet duidelijk genoeg was omschreven. Hierdoor kon het college bij besluiten niet goed terugvallen op de algemene voorziening. In bijlage 1 (Wijzigingsvoorstel aanpassing artikel 13 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet) staat het voorstel voor de wijziging van artikel 13. Kort samengevat houdt deze wijziging het volgende in: de gemeenteraad stelt de algemene voorziening in en legt vast dat deze voorziening voorliggend is op een Wmo-maatwerkvoorziening.
15.
3. Financiën
In dit hoofdstuk bespreken we welke financieringsvorm (subsidie) het best passend is bij de algemene voorziening. We staan stil bij de eigen bijdrage voor de deelnemers en het beschikbare budget.
3.1 Subsidie Zoals eerder beschreven in dit uitvoeringsplan is de rol van de gemeente bij de algemene voorziening faciliterend en kaderstellend. Het opstellen van een uitvraag (het ‘wat’) en de uitvoering (het ‘hoe’) ligt bij de uitvoerende partijen. De gemeente wil de partijen graag vertrouwen geven. Dit betekent ook durven loslaten en minder strakke monitoring en kaders stellen. De algemene voorziening realiseren via een subsidie sluit het best aan bij de visie van de gemeente Nunspeet om de aanbieders vertrouwen te geven, administratieve lasten te verlichten en een vertrouwensrelatie op te bouwen. In de algemene subsidieverordening3 van de gemeente Nunspeet staat: ‘’het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: deelverordening) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroep(-en) voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald’’. Dit betekent dat het college een nieuwe deelverordening opstelt voor de algemene voorziening. Hierin wordt beschreven dat de vijf aanbieders tot een gezamenlijke aanvraag komen, waarbij één aanbieder optreedt als penvoerder. De aanbieders doen een gezamenlijke subsidieaanvraag waarin de volgende elementen zijn beschreven:
• Omschrijving van de activiteit • Op welke doelgroep richt de activiteit zich • Aan welke doelen draagt de activiteit bij • Samenwerking • Kwaliteitsborging • Planning • Begroting
3.2 Eigen bijdrage inwoner Het al dan niet invoeren van een eigen bijdrage (‘bijdrage in de kosten’) op grond van de Wmo (nu abonnementstarief en vanaf 2026 een inkomensafhankelijke bijdrage) voor algemene voorzieningen zoals dagbesteding kan afhangen van verschillende overwegingen en beleidsdoelen. 3
Algemene subsidieverordening Nunspeet 2019 | Lokale wet- en regelgeving
16.
Overwegingen voor invoering: 1. Financiële rechtvaardigheid: een inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan bijdragen aan een eerlijkere verdeling van de kosten voor maatschappelijke ondersteuning. 2. Budgettaire overwegingen: een inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan een manier zijn om de kosten van de Wmo te beheersen en het beschikbare budget beter te benutten. 3. Stimuleren van zelfredzaamheid: een eigen bijdrage kan inwoners stimuleren om meer zelfredzaam te zijn en zo veel mogelijk hun eigen voorzieningen te regelen, omdat zij financieel meer verantwoordelijkheid dragen. 4. Beperken van oneigenlijk gebruik: het invoeren van een eigen bijdrage kan mogelijk misbruik van de voorzieningen verminderen, omdat inwoners meer geneigd zijn om alleen die ondersteuning aan te vragen die ze echt nodig hebben.
Overwegingen tegen invoering: 1. Toegankelijkheid en solidariteit: een inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan de toegankelijkheid van maatschappelijke ondersteuning beperken voor inwoners met lagere inkomens. Dit kan ingaan tegen het principe van solidariteit, waarbij de samenleving gezamenlijk zorgt voor de ondersteuning van kwetsbare groepen. 2. Administratieve lasten: het instellen van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage brengt administratieve lasten met zich mee, zowel voor de overheid als voor de burgers. Dit kan leiden tot hogere kosten en complexiteit in het beheer van het systeem. 3. Effect op preventie: een eigen bijdrage kan inwoners ontmoedigen om tijdig ondersteuning aan te vragen, waardoor problemen mogelijk verergeren voordat er ingegrepen wordt. 4. Maatschappelijke gevolgen: een inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan leiden tot sociale ongelijkheid en ontevredenheid als inwoners het gevoel hebben dat ze onevenredig zwaar worden belast. 5. Minder inkomsten uit eigen bijdrage: een exacte berekening van het bedrag is niet mogelijk. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) int voor de gemeenten de eigen bijdrage bij de inwoners. Het CAK kan niet zien voor welk onderdeel iemand een eigen bijdrage betaalt. Ongeveer de helft van deze doelgroep heeft namelijk meerdere Wmo voorzieningen.
De helft van de doelgroep blijft dus voor de andere voorzieningen een eigen bijdrage betalen. Op basis van een schatting is het de verwachting dat ongeveer € 6.000,-- euro (1,7% van het totaal) aan eigen bijdrage niet meer ontvangen wordt. Gelet op het relatief geringe bedrag kan het ook als voordeel gezien worden om geen eigen bijdrage te op te leggen.
17.
De voorkeur vanuit alle betrokken partijen is geen eigen bijdrage voor de algemene voorziening voor de inwoners. De overwegingen tegen invoering van een eigen bijdrage sluiten meer aan bij de uitgangspunten en visie van de gemeente Nunspeet. Hierbij zijn de toegankelijkheid (laagdrempelige toegang) en de relatief geringe inkomsten in relatie tot de werkzaamheden die hiervoor verricht moeten worden doorslaggevend. In de buurgemeente Elburg wordt om dezelfde redenen geen eigen bijdrage gevraagd. Daarnaast gaat het om een klein bedrag ten opzichte van het totale subsidiebedrag. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage (die waarschijnlijk in 2026 wordt ingevoerd) is hierin niet is meegenomen. De landelijke besluitvorming is hierover nog niet afgerond. Het al dan niet opleggen van een eigen bijdrage is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Een bijdrage van deelnemers voor eten en drinken of deelname aan bepaalde activiteiten (onkostenvergoeding) is geen eigen bijdrage in de zin van de Wmo en kan dus wel gevraagd worden door aanbieders van de algemene voorziening. Uitgangspunt hierbij is wel dat deze bijdragen niet drempelverhogend werken.
3.3 Budget algemene voorziening De gemeente stelt elk jaar het subsidiebedrag beschikbaar voor de algemene voorziening, inclusief vervoer. Dit bedrag komt uit het budget voor Wmo maatwerkvoorzieningen en wordt elk jaar geïndexeerd. Met de aanbieders is besproken om het subsidiebedrag te verdelen op basis van het aantal cliënten dat in 2024 gebruik heeft gemaakt van Wmo-dagbesteding. De aanbieders geven aan dat het belangrijk is om het huidige financiële niveau te behouden, zodat ze dezelfde kwaliteit van zorg kunnen blijven bieden. Dit sluit ook aan bij het uitgangspunt dat het instellen van een algemene voorziening geen bezuinigingsopgave is. Het exacte subsidiebedrag per aanbieder stelt het college vast op basis van de deelverordening én het aantal verwachte inwoners per aanbieder. In onze gemeente hebben 48 inwoners uit deze doelgroep (peildatum november 2024) een Wmoindicatie voor dagbesteding. Gemiddeld maken 40 inwoners maandelijks gebruik van deze dagbesteding. Naast de vier organisaties die nu al dagbesteding aanbieden, wil ook Het Venster dit gaan doen via de algemene voorziening. Het Venster biedt nu al dagbesteding aan bij een aantal inwoners (zoals een mannengroep) die (deels) al tot de doelgroep behoren. Het Venster ontvangt daarvoor geen vergoeding omdat Het Venster geen raamovereenkomst heeft met de gemeente Nunspeet voor Wmo maatwerkvoorzieningen.
Deze locatie voorziet dus in een behoefte aan dagbesteding. Als Het Venster erbij komt, is er dus een extra locatie voor dagbesteding in de gemeente. Daardoor zal het aantal inwoners dat dagbesteding gebruikt iets stijgen.
18.
De subsidie voor deze algemene voorziening kan betaald worden vanuit het Wmo-budget. Het grootste deel van het geld hiervoor komt door een deel van het budget voor Wmo-maatwerk over te hevelen naar de subsidie. Zodra een inwoner voor dezelfde ondersteuning onder subsidie valt, worden immers geen kosten meer gemaakt voor Wmo maatwerk. Voor de financiering gaan we uit van de uitgaven voor Wmo-dagbesteding in 2024, die geïndexeerd zijn naar 2025. Hierin zijn de kosten van een extra locatie, het penvoerderschap en de gemiste eigen bijdrage verwerkt.
Financiering algemene voorziening Oude situatie Wmo Maatwerk Taakveld
Huidige situatie
Nieuw situatie Subsidie algemene voorziening Bedrag
Taakveld
Nieuwe situatie subsidie
Bedrag
TV 1.71C Dagbesteding ZIN 287.953 TV 1.71 C TV 1.6 Vervoer 24.083 Dagbesteding
Dagbesteding Algemene voorziening
364.391
TV 1.71D
Maatschappelijke ondersteuning integraal
52.355
Totaal
364.391
Als de raad heeft ingestemd met het Uitvoeringsplan worden de structurele budgettair neutrale effecten verwerkt in de eerstvolgende kwartaalrapportage.
19.
4. Kwaliteitsborging
De algemene voorziening zorgt ervoor dat er minder controle vanuit de gemeente mogelijk is op de geleverde kwaliteit door de aanbieders. Dit plan is daarmee op vertrouwen gebaseerd. In paragraaf 4.1 beschrijven we hoe we de kwaliteit willen borgen. Aanvullend hebben de aanbieders aangegeven dat er in dit uitvoeringsplan aandacht moet zijn voor het vervoer en de privacy van de inwoners. Deze komen daarom terug in paragraaf 4.2.
4.1 Kwaliteit Zoals aangegeven in het vorige hoofdstuk kan het college vaststellen welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie. In de deelverordening kunnen ook enkele kwaliteitseisen worden benoemd. We willen dit zo minimaal mogelijk houden, omdat we bewust kiezen voor subsidie en niet voor een raamovereenkomst. Onderstaande tabel toont een eerste uitwerking van de kwaliteitseisen voor de algemene voorziening. We gaan hiermee uit van de wettelijke kwaliteitseisen als basis. In de deelverordening wordt bijvoorbeeld vastgelegd dat de aanbieders moeten beschikken over een klachtenregeling, vrijwilligersbeleid, bekwaam personeel (mix van niveau 2 en 3) en een kwaliteitssysteem. Daarnaast werken we samen met de aanbieders de kwaliteitscriteria verder uit, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een checklist voor de intake. Wettelijke kwaliteitseis 1. De voorziening is doelmatig, doeltreffend en cliëntgericht (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo)
Uitwerking 1.1 Er is een plan waaruit blijkt wat de kansen/ mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften zijn van de cliënt en welke voorziening wordt geboden.
1.2 De op basis van de voorziening geboden ondersteuning sluit aan op de reële behoefte en mogelijkheden van de cliënt.
1.3 De aanbieder heeft visie op en een methode voor het meten en evalueren van cliënttevredenheid.
2. De voorziening is veilig (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo)
2.1 In het kader van de geboden voorziening wordt de veiligheid van de cliënt gewaarborgd.
2.2 De aanbieder heeft passend beleid ontwikkeld op het punt van de melding van huiselijk geweld en ouderenmishandeling. De aanbieder reflecteert op dit beleid, evalueert dit en stelt het zo nodig bij.
2.3 De aanbieder heeft passend beleid ontwikkeld op het punt van de melding van calamiteiten en geweldsincidenten en het daaruit trekken van lessen. De aanbieder reflecteert op dit beleid, evalueert dit en stelt het zonodig bij.
3. De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp (art. 3.1, tweede lid sub b, Wmo)
3.1 De aangeboden voorziening is voldoende afgestemd op andere vormen van geboden hulp en zorg.
20.
21.
4. De voorziening wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid o.b.v. de professionele standaard (art. 3.1, tweede lid sub c, Wmo)
4.1 De door de aanbieder in het kader van de geboden voorziening aangewezen beroepskracht is vakbekwaam.
4.2 Beroepskrachten, vrijwilligers en stagiaires beschikken over een passende Verklaring Omtrent het Gedrag.
4.3 De aanbieder biedt de in het kader van de geboden voorziening aangewezen beroepskracht passende scholing en interne afstemming.
4.4 De aanbieder heeft passend beleid ontwikkeld op het punt van: • kwaliteitszorg (ten aanzien van de te leveren ondersteuning); • personeelsbeleid, waaronder een verantwoorde inzet van vrijwilligers; • de aanbieder houdt in- en uitstroom van cliënten bij in relatie tot de doelen van de Wmo.
4.5 De aanbieder heeft een gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem.
5. De voorziening wordt verstrekt met respect en in achtneming van de rechten van de cliënt (art. 3.1, tweede lid sub d, Wmo)
5.1 De bejegening door de beroepskracht van de cliënt is passend en correct.
5.2 De aanbieder houdt zich in het kader van de te leveren ondersteuning aan de toepasselijke wettelijke voorschriften. Zoals de omgang met- en het uitwisselen van (privacygevoelige) persoonsgegevens.
5.3 De aanbieder heeft passend beleid ontwikkeld op het punt van de afhandeling van klachten (o.b.v. een klachtenregeling).
5.4 De aanbieder heeft passend beleid ontwikkeld op het punt van de cliëntparticipatie (o.b.v. een regeling voor medezeggenschap).
4.2 Vervoer en privacy Vervoer
Als een inwoner niet in de gelegenheid is om naar de algemene voorziening te komen, is de aanbieder verantwoordelijk om vervoer te regelen. Elke aanbieder regelt dit zelf. Het vervoer zit in de totale subsidie, hiervoor ontvangt de aanbieder geen aanvullende financiële middelen. Enkele aanbieders geven aan dat vervoer een grote kostenpost is. De vergoeding die hiervoor ontvangen wordt vanuit de gemeente dekt niet de kosten. Aanbieders zijn creatief bezig met het ontdekken van samenwerkingsmogelijkheden rondom vervoer. In het monitoringsplan is hiervoor ook aandacht. Daarnaast is het belangrijk om te blijven stimuleren dat inwoners bij voorkeur zelf het vervoer regelen.
Privacy
De aanbieders zijn verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Dit betekent dat er geen privacy aspecten in dit uitvoeringsplan uitgewerkt moeten worden. Wel moeten aanbieders aandacht hebben voor de privacy van inwoners bij het uitwisselen van informatie met elkaar en de gemeente en bij de overdracht van cliënten. In de verdere uitwerking is hier aandacht voor en wordt dit meegenomen in de nader op te stellen samenwerkingsafspraken.
22.
5. Monitoring en evaluatie In dit hoofdstuk gaan we in op de verantwoording van aanbieders aan de gemeente en bespreken we de KPI’s om te monitoren en evalueren.
5.1 Verantwoording aanbieders Voor de rechtmatigheid worden de volgende eisen gesteld aan de verantwoording vanuit de Algemene subsidieverordening4 van de gemeente Nunspeet. Aanbieders doen een subsidieaanvraag en ontvangen bij toekennen een beschikking met het bijbehorende bedrag. In deze beschikking wordt ook beschreven wat er verwacht wordt qua verantwoording. De aanbieders leveren jaarlijks de volgende documenten aan om de subsidie vast te stellen:
• Een inhoudelijk verslag • Een financieel verslag • Balans van het afgelopen subsidie-
tijdvak en toelichting Verklaring van een onafhankelijke accountant: een samenstellings-, beoordelings- of goedkeuringsverklaring (afhankelijk van de hoogte van de subsidie)
•
In het inhoudelijk verslag staat een overzicht van de activiteiten. In hoeverre zijn de activiteiten verricht en is aan de verplichting voldaan? Ook bevat het inhoudelijk verslag het aantal unieke personen die de activiteit (algemene voorziening) bezochten per jaar en met welke organisaties samen is gewerkt. Het financiële verslag bevat een overzicht van de uitgaven en inkomsten. Op basis van deze verantwoording wordt de subsidie definitief vastgesteld.
23.
4
Algemene subsidieverordening Nunspeet 2019 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)
5.2 Evalueren en bijsturen Naast de jaarlijkse verantwoording, zoals hiervoor beschreven, is er twee keer per jaar een gesprek tussen de gemeente en de penvoerder om de stand van zaken te bespreken. De gemeente bespreekt daarbij altijd of de inwoners die gebruik maken van de algemene voorziening nog op de juiste plek zitten en of zij nog tot de doelgroep behoren. De penvoerder verzamelt bespreekpunten van alle aanbieders. Als het nodig is, doen andere aanbieders mee aan het gesprek. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om op tijd bij te sturen. Na twee jaar volgt een uitgebreide evaluatie. Deze evaluatie wordt gedeeld met de raadscommissie Maatschappij en Middelen. Daarnaast zijn KPI’s geformuleerd om te monitoren of we de doelen van de algemene voorziening halen. We monitoren de KPI’s kwantitatief en kwalitatief. De kwantitatieve indicatoren worden uitgedrukt in aantallen en scores. In gesprekken met de aanbieders en mantelzorgers wordt de input voor de kwalitatieve indicatoren opgehaald. Op deze manier kunnen de kwantitatieve indicatoren ook beter geduid worden. De kwantitatieve indicatoren:
• Aantal deelnemers per jaar per aanbieder • Aantal doorverwijzingen van aanbieders naar elkaar, naar welzijn, WOC, Wmo maatwerk • • • •
en naar de Wlz Een score van tenminste 7.5 voor cliënttevredenheid voor de algemene voorziening (inclusief vervoer) Een score van tenminste 7.5 voor de samenwerking tussen aanbieders Een score van tenminste 7.5 voor de samenwerking met de gemeente Een score van tenminste 7.5 voor tevredenheid vanuit de mantelzorgers
De kwalitatieve indicatoren:
• Toelichting op de cliënttevredenheidsscore • Succesfactoren en verbeterpunten in de samenwerking tussen aanbieders • Succesfactoren en verbeterpunten in de samenwerking met de gemeente • Ervaringen vanuit mantelzorgers met betrekking tot ontlasting en langer volhouden. • Hoe komen inwoners bij de algemene voorziening? Bijvoorbeeld op eigen initiatief, via de •
huisarts, wijkverpleging, kerk, welzijnsorganisaties of gemeente (onderdeel intakeformulier) Ervaringen van cliënten en aanbieders met vervoer
24.
6. Communicatie
Om de algemene voorziening haar drempelverlagende werk te laten doen, is het belangrijk dat er bekendheid wordt gecreëerd. Dit reikt van de potentiële doelgroep en diens mantelzorger tot aan de huisartsen en de kerkgemeenschappen. In de paragrafen hieronder beschrijven we de betrokken partijen en de bijbehorende communicatiemiddelen met aandachtspunten. Mantelzorgers hebben voorgesteld om voor de algemene voorziening een duidelijke en laagdrempelige naam te bedenken. Daarom vragen we bij de uitwerking mantelzorgers, aanbieders en de adviesraad om mee te denken en ideeën aan te dragen.
6.1 Stakeholders Eén van de doelstellingen van de invoering van de algemene voorziening is het verkrijgen van een laagdrempelige toegang tot dagbesteding. Dit vereist dat de inwoners van de gemeente Nunspeet en diens mantelzorgers voldoende geïnformeerd worden en blijven van de mogelijkheid om van het dagbestedingsaanbod gebruik te maken. Daarnaast zijn er stakeholders die een rol hebben bij het signaleren en verwijzen van de doelgroep naar dagbesteding via de algemene voorziening. Denk hierbij aan huisartsen, kerken, welzijnsorganisaties en wijkontmoetingscentra. De samenwerking met de welzijnsorganisaties en wijkontmoetingscentra kan worden gestimuleerd om zo laagdrempelige doorstroom te faciliteren op het moment dat dit nodig is. Hoe aanbieders de samenwerking met bovenstaande partijen opzoeken en hoe zij zorgen voor bekendheid beschrijven zij in hun subsidieaanvraag.
6.2 Communicatiemiddelen Vanuit verschillende stakeholders is aangegeven dat de (oudere) inwoners -naast digitale informatievaak juist behoefte hebben aan een fysieke sociale kaart, net als de gemeentegids. Deze fysieke sociale kaart kan verspreid worden via bijvoorbeeld de wijkontmoetingscentra en koffieuurtjes van de kerk. Ook is het belangrijk dat de eerstelijns hulpverleners op de hoogte zijn van de mogelijkheden in Nunspeet, zodat zij kunnen doorverwijzen naar dagbesteding. Hiervoor zijn korte lijnen tussen de aanbieders en hulpverleners nodig. Een communicatiemiddel hiervoor is mogelijk een gezamenlijke fysieke flyer van de deelnemende aanbieders van de algemene voorziening waar het aanbod dagbesteding opstaat. Dit biedt ook ruimte om onderscheid te maken in de verschillen tussen de aanbieders. Hoe en welke middelen de aanbieders willen inzetten om bekendheid te creëren, is aan de aanbieders.
25.
Bijlage 1
Wijzigingsvoorstel aanpassing artikel 13 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet De geel gearceerde tekst laat de voorgestelde wijzigingen in artikel 13 zien.
Hoofdstuk 4: Bijdrage in de kosten Artikel 13. Algemene en collectieve voorzieningen 1. De volgende algemene en collectieve voorzieningen zijn op grond van de Wmo 2015 en deze verordening beschikbaar: a. Collectief vervoer (collectief) b. Was- en strijkservice (algemeen) c. Dagbesteding (algemeen) 2. Bijdrage in de kosten: a. collectief vervoer, ter hoogte van het tarief per kilometer, zoals dat geldt voor het openbaar vervoe b. de was- en strijkservice, ter hoogte van maximaal € 5,00 per week per persoon per gewassen en/of gestreken was c. voor de algemene voorziening voor dagbesteding is geen eigen bijdrage verschuldigd 3. Met inachtneming van het in lid 1 bepaalde, legt het college in het Besluit de hoogte van de bijdrage in de kosten per soort algemene voorziening vast.
Toelichting artikel 13 lid 1 sub c Op basis van een hulpvraag van een inwoner kan blijken dat een inwoner niet langer zelf kan zorgen voor een (passende) daginvulling. Dat is veelal ook belastend voor het sociaal netwerk van de inwoner, die in gevallen mantelzorg levert. Indien door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet wordt beoordeeld dat een inwoner niet langer zelf een daginvulling kan realiseren, wordt een globale inschatting gemaakt of de inwoner nog kan werken aan doelen – waarbij de gedachte is dat sprake is van een tijdelijke voorziening en wordt gewerkt aan doelen (waaronder het weer zelfstandig kunnen organiseren van een daginvulling) – of dat de hulpvraag vooral ziet op het kunnen deelnemen aan (bezigheids-)activiteiten. In dat geval kan gebruik worden gemaakt van de algemene voorziening, die is ingesteld op basis van de verordening. Door de gemeente Nunspeet is een algemene voorziening ingericht voor inwoners met een hulpbehoefte die als gevolg van die hulpbehoefte niet langer in staat zijn om zelf een dagprogramma te organiseren (en activiteiten te ondernemen). Deze doelgroep is veelal op leeftijd (60+) en zal – zonder collectieve algemene voorziening – mogelijk vereenzamen.5 Op basis van de verordening is de algemene voorziening ingesteld. De gemeente Nunspeet wil dat de levenskwaliteit van alle ouderen, ook 5
Deze doelgroep sluit aan bij de (leeftijds-)indeling zoals omschreven in het ‘integraal beleidsplan sociaal domein 2022-2025 gemeente Nunspeet’.
26.
met een hulpvraag, en sociaal netwerk (mantelzorgers) van deze ouderen zo hoog mogelijk blijft. De gemeente Nunspeet wil dat ook ouderen zo lang mogelijk volwaardig kunnen blijven meedoen in de maatschappij; waar dit niet lukt is ondersteuning beschikbaar. Een algemene voorziening zorgt voor een laagdrempelige toegang tot dagbesteding en zorgt er zo voor dat ouderen met een hulpvraag langer mee kunnen blijven doen in de maatschappij. Daarnaast wordt de mantelzorger ontlast en kan hierdoor de zorg waarschijnlijk langer worden volgehouden. Hierdoor kan de inwoner ook langer thuis blijven wonen wat vaak ook positief bijdraagt aan de ervaren levenskwaliteit. Eén van de doelstellingen uit het ‘Uitvoeringsplan Gezondheid 2024-2027’ van de gemeente Nunspeet is om te zorgen voor een dementievriendelijke gemeente. Hierbij hoort onder meer het door ontwikkelen van laagdrempelige dagbesteding. De algemene voorziening, die toegankelijk is zonder besluit van het college van burgemeester en wethouders, draagt bij aan deze doelstellingen. De algemene voorziening is specifiek bedoeld voor de volgende doelgroepen:
• Inwoners ouder dan 60 jaar die langer thuis willen blijven wonen, maar onvoldoende zelf-
redzaam zijn en niet zelfstandig kunnen meedoen aan bijvoorbeeld georganiseerde welzijnsactiviteiten; Inwoners ouder dan 60 jaar die vanwege hun hulpvraag mantelzorg ontvangen. De algemene voorziening is daarmee ook nadrukkelijk bedoeld om mantelzorgers te ontlasten (respijtzorg) en is daarmee ondersteunend aan het langer thuis kunnen blijven wonen van ouderen binnen de gemeente.
•
Inwoners die vallen binnen deze doelgroepen, kunnen slechts gebruik maken van de algemene voorziening indien en voor zover:
• de inwoner behoefte heeft aan een daginvulling/structuur voor minimaal één dagdeel (4
uur) per week (geen losse activiteit). De algemene voorziening draagt bij aan een zinvolle en evenwichtige dag- en weekinvulling. Een plek waar sociale contacten opgebouwd en onderhouden worden en waar de inwoner meedoet in de samenleving. Het gaat sociaal isolement en eenzaamheid tegen en biedt een stabiele draagstructuur. Wanneer verbetering niet haalbaar is, is de ondersteuning gericht op het stabiliseren van de situatie en het voorkomen of begeleiden van verdere achteruitgang; de inwoner gebaat is bij een (vaste) groep, in tegenstelling tot een inloopvoorziening6; de inwoner geen zware ondersteuningsvraag heeft en geen dwaalgedrag vertoont (bij dementie).
• •
Indien wordt ingeschat dat de inwoner niet alleen behoefte heeft aan dagbesteding (activiteiten), maar ook kan worden gewerkt aan doelen om de situatie van de inwoner te verbeteren, kan de inwoner terecht bij een door de gemeenten gecontracteerde aanbieder (in de vorm van een maatwerkvoorziening). In die gevallen is los van de activiteiten die worden georganiseerd ook aanvullende begeleiding beschikbaar, die met de inwoner werkt aan specifieke doelen. Hierbij kan bijvoorbeeld
27.
6
In de gemeente Nunspeet zijn wijkontmoetingscentra en welzijnslocaties waar inwoners (onge-pland) terecht kunnen voor bijvoorbeeld welzijnswerk, een kop koffie en sociale activiteiten.
ook worden gedacht aan een inwoner zonder baan, die met behulp van de maatwerkvoorziening kan werken aan specifieke doelen en vaardigheden (die worden aangeleerd) om zodoende bijvoorbeeld (meer) kans te gaan maken op de arbeidsmarkt. Bij de maatwerkvoorziening wordt door de gecontracteerde aanbieders een ondersteuningsplan gemaakt en wordt specifiek gewerkt aan doelen en het bereiken van resultaten. De dagbesteding (algemene voorziening) is bedoeld om een zinvolle dag- en weekinvulling te hebben. Een plek waar sociale contacten opgebouwd en onderhouden worden en waar inwoners ‘meedoen’ in de samenleving. Het gaat sociaal isolement en eenzaamheid tegen en het biedt een stabiele dagstructuur. Denk aan recreatieve activiteiten, ontmoeting en ontlasting van de mantelzorger. In het kader van de algemene voorziening wordt niet gewerkt aan specifieke (individuele) doelen en wordt ook geen ondersteuningsplan opgesteld. In het geval een inwoner aan het college van burgemeester en wethouders vraagt om ondersteuning door een aanbieder van dagbesteding op grond van de Wmo 2015 beoordeelt het college globaal of dagbesteding (zonder dat wordt gewerkt aan specifieke doelen) volstaat of dat de situatie van de inwoner maakt dat perspectief bestaat op het verbeteren van de situatie (c.q.
dat de inwoner vaardigheden kan worden aangeleerd die maken dat de dagbesteding op termijn niet meer nodig is). Er volgt geen diepgaand onderzoek zoals beschreven in artikel 8 van de verordening. Op basis van een globale beoordelingstoets wordt in dat geval door het college van burgemeester en wethouders – in overleg met de inwoner - beoordeeld of de algemene voorziening volstaat of dat het nodig is om een maatwerkvoorziening te indiceren. Indien de algemene voorziening volstaat kan de inwoner bij deze voorziening terecht zonder dat daarvoor een beschikking door het college van burgemeester en wethouders wordt afgegeven. De inwoner kan zich ook rechtstreeks wenden tot een aanbieder van de algemene voorziening (c.q. dagbesteding). In het geval de aanbieder beoordeelt dat de algemene voorziening toereikend is in de situatie van de inwoner, kan de inwoner deelnemen aan de dagbesteding. Indien het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de algemene voorziening in het individuele geval van een inwoner volstaat is de voorziening daarmee voorliggend op de maatwerkvoorziening. Mocht de inwoner het daarmee inhoudelijk niet eens zijn kan dit richting het college van burgemeester en wethouders worden aangegeven.
Het staat de inwoner dan vrij om alsnog een aanvraag voor een maatwerkvoorziening te doen, waarna het college van burgemeester en wethouders het onderzoek start zoals beschreven in artikel 8 van de verordening. Na dit onderzoek zal het college van burgemeester en wethouders alsnog een besluit nemen, waartegen – mocht de inwoner dat willen – rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
28.
Bezoekadres: Markt 1 8071 GJ Nunspeet (0341) 25 99 11