AP 6a Bijlage Integraal Veiligheidsplan 2020-2023
Tekst van het document
INTEGRAAL VEILIGHEIDSPLAN VELUWE-NOORD 2020-2023
Inhoud Inleiding .......................................................................................................................................................3 Uitvoeringsplannen .................................................................................................................................3 Leeswijzer ................................................................................................................................................3 Hoofdstuk 1
Veiligheid en beleid .............................................................................................................4
1.1
Integrale veiligheid ......................................................................................................................4
1.2
Methodiek ...................................................................................................................................4
1.3
Wat vinden we belangrijk?..........................................................................................................5
1.4
Verantwoordelijkheid ..................................................................................................................5
1.5
Betrokken partijen.......................................................................................................................6
1.6
Samenwerken en informatie delen ............................................................................................7
1.7
Informatiebronnen ......................................................................................................................7
1.8
Prioriteitenstelling .......................................................................................................................7
1.9
Toekomstige ontwikkelingen ......................................................................................................8
1.10
Brandweerzorg en crisisbeheersing........................................................................................8
Hoofdstuk 2
Zorg en veiligheid ............................................................................................................9
2.1
Kwetsbare personen ...................................................................................................................9
2.2
Jeugd......................................................................................................................................... 10
2.3
Overlast door middelengebruik ............................................................................................... 11
2.4
Woonoverlast ........................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 3
Ondermijning ................................................................................................................... 14
Hoofdstuk 4
Criminaliteit ...................................................................................................................... 16
4.1
High Impact Crime .................................................................................................................... 16
4.2
Cybercrime ............................................................................................................................... 16
2
Inleiding De zorg voor de openbare orde en veiligheid is één van de belangrijkste taken van de overheid. Veiligheid is een breed begrip en heeft raakvlakken met veel verschillende thema’s. Daarom is een integrale aanpak van problematiek op gebied van veiligheid van groot belang. De gemeente voert de regie op het veiligheidsbeleid en op de samenwerking tussen de partners. Om te kunnen coördineren en verbinden als gemeente is het noodzakelijk dat vanuit een gezamenlijk gedragen visie wordt gewerkt en dat deze visie kan rekenen op bestuurlijk draagvlak. Het Integraal Veiligheidsplan is hiervoor de basis. Sinds 2012 stellen de gemeenten Elburg, Epe, Hattem, Heerde, Nunspeet en Oldebroek, het Openbaar Ministerie en het politieteam Veluwe Noord gezamenlijk integrale veiligheidsplannen op. De ervaringen hiermee zijn goed. De samenwerking zorgt voor efficiency- en kwaliteitsverbetering. Daarom is ook het voorliggende Integraal Veiligheidsplan in deze samenwerking opgesteld. Dit plan wordt gedragen door de driehoek Veluwe Noord en wordt vastgesteld door de afzonderlijke gemeenteraden.
Uitvoeringsplannen In het Integraal Veiligheidsplan zijn voor de komende 4 jaar de prioriteiten op het gebied van integrale veiligheid aangegeven, de doelen die we willen behalen en een globale beschrijving van de inhoud. Daarnaast stellen we een jaarlijks uitvoeringsplan op. In dit plan worden de concrete acties die voortvloeien uit het Integraal Veiligheidsplan voor het komende jaar benoemd. Ook bevat het uitvoeringsplan een terugblik op het afgelopen jaar. Het uitvoeringsplan is een jaarlijks operationeel document waarin een nadere uitwerking of concretisering is opgenomen van de activiteiten voor het komende jaar op veiligheidsgebied. Het jaarplan van de politie gaat onderdeel uitmaken van het uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan wordt vastgesteld door de afzonderlijke colleges.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt nader ingegaan op het belang van integraal veiligheidsbeleid, de totstandkoming van een gezamenlijk Integraal Veiligheidsplan en de samenwerking tussen de betrokken partijen. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 worden de prioriteiten die voor de komende vier jaren zijn vastgesteld, nader uitgewerkt en toegelicht.
3
Hoofdstuk 1 1.1
Veiligheid en beleid
Integrale veiligheid
De Noord-Veluwe is een relatief rustig gebied waar mensen naar elkaar omzien en veilig kunnen wonen, werken en recreëren. In de laatste jaren zijn, net als landelijk, de criminaliteitscijfers gedaald. Hoewel het over het algemeen goed gaat in het gebied, zijn er wel zorgen over de toename van het aantal personen in een kwetsbare situatie en over ondermijnende criminaliteit. Bewoners en organisaties rangschikken het thema veiligheid hoog als hen wordt gevraagd naar de maatschappelijke problemen. Veiligheid is een breed begrip dat zich afspeelt op zeer veel deelterreinen en waarbij veel deelnemende partijen zijn betrokken. De kans op een verbrokkelde aanpak is aanwezig, hetgeen de veiligheid kan aantasten. Integrale veiligheid brengt alle facetten van veiligheid bijeen in een beleid waarbij alle betrokkenen gezamenlijk streven naar een veiliger samenleving. Daarbij is het zaak dat alle schakels van de veiligheidsketen goed op elkaar aansluiten en dat er een goede systematiek, samenhang en samenwerking is bij de ontwikkeling en uitvoering van dit beleid (sluitende aanpak). Fysieke en sociale veiligheid We kennen verschillende vormen van veiligheid waaronder fysieke veiligheid en sociale veiligheid. Bij fysieke veiligheid proberen we schade en letsel voortkomend uit de inrichting van de fysieke omgeving zoveel mogelijk te beperken dan wel te voorkomen.
Bij sociale veiligheid proberen we schade / letsel die voorkomt uit de inbreng van andere mensen c.q. de sociale omgeving, zoveel mogelijk te beperken dan wel te voorkomen. Subjectieve en objectieve veiligheid Daarnaast kunnen we veiligheid onderverdelen in subjectieve veiligheid en objectieve veiligheid. Objectieve veiligheid wordt omschreven als de feitelijke aantasting van de veiligheid. Met subjectieve veiligheid worden gevoelens van onveiligheid van de burger bedoeld. In de praktijk hoeven gevoelens van onveiligheid (subjectieve onveiligheid) niet altijd overeen te komen met de daadwerkelijke onveiligheid (objectieve onveiligheid). Veiligheidsketen Er kan op verschillende niveaus een bijdrage geleverd worden aan de verbetering van de lokale veiligheid. Hieronder een overzicht van de schakels binnen de veiligheidsketen: -
Pro-actie: structureel voorkomen van onveiligheid; Preventie: voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid en beperken van de gevolgen ervan; Preparatie: daadwerkelijke voorbereiding op de bestrijding van onveilige situaties; Repressie: bestrijding van onveiligheid en verlening van hulp in acute noodsituaties; Nazorg: alle activiteiten om zo snel mogelijk weer naar de normale situatie terug te keren.
De vijf hierboven genoemde punten worden samen de veiligheidsketen genoemd.
1.2
Methodiek
Bij het opstellen van het Integraal Veiligheidsplan is opnieuw te werk gegaan volgens de landelijke methode Kernbeleid Veiligheid. Dit betekent dat alle veiligheidsvelden, zoals ook genoemd in het Kernbeleid Veiligheid, in ogenschouw zijn genomen en er voor de gemeenten in Veluwe Noord een selectie is gemaakt van de meest voorkomende veiligheidsproblemen. Dit zijn de zogenoemde prioriteiten binnen ons veiligheidsbeleid. Conform de methode Kernbeleid Veiligheid wordt er gewerkt 4
met een Integraal Veiligheidsplan voor de periode van 4 jaar en een jaarlijks uitvoeringsplan waarin een nadere uitwerking / concretisering is opgenomen van de activiteiten voor het komende jaar op veiligheidsgebied.
1.3
Wat vinden we belangrijk?
De gemeenten in Veluwe-Noord worden door de inwoners in zijn algemeenheid als veilig ervaren. Dit willen wij zo houden en waar mogelijk verbeteren. Een goede communicatie over de feitelijke veiligheidssituatie maar ook versterking van de sociale cohesie is daarvoor de basis. We streven naar een efficiënte en adequate samenwerking met onze (strategische) veiligheidspartners, waarbij de veiligheid in brede zin van onze inwoners op een aanvaardbaar niveau blijft gewaarborgd. Verder zorgen wij, binnen de beschikbare middelen, voor toezicht en handhaving op straat en een adequaat optreden tegen overtredingen. Het is van belang om alle ontwikkelingen nauwlettend te volgen. Daarbinnen blijft het versterken van de samenwerking met onze veiligheidspartners en de samenwerking tussen de gemeenten een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast gaan we uit van de eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners.
1.4
Verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid voor het veiligheidsdomein is verdeeld over verschillende organen: de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad zijn op verschillende manieren verantwoordelijk. Waar het gaat om strafrecht is het Openbaar Ministerie (OM) verantwoordelijk. De officier van justitie en de burgemeesters hebben gezamenlijk gezag over de politie. Zij ontmoeten elkaar in het Driehoeksoverleg. Hieronder worden de verschillende organen en hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden toegelicht. Burgemeester De burgemeester is wettelijk belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en is daarvoor als eerste aanspreekbaar en politiek verantwoordelijk. Het integraal veiligheidsbeleid behoort tot de portefeuille van de burgemeester. Hij/zij is in eerste instantie verantwoordelijk voor de coördinatie en de afstemming van de verschillende onderdelen van het integraal veiligheidsbeleid. Omdat deze afstemming zich ook uitstrekt over de overige ambtelijke diensten en tussen de gemeente en haar veiligheidspartners is er feitelijk sprake van een integrale verantwoordelijkheid van het gehele college. De burgemeester geeft vorm aan de gemeentelijke regie door: -
het betrekken van wethouders bij het veiligheidsbeleid; het betrekken van externe partners, o.a. door zijn inbreng in de driehoek (overleg burgemeester, politie en openbaar ministerie); het draagvlak verkrijgen binnen de gemeenteraad; het lokaal aansturen van de politie.
College van burgemeester en wethouders De werkzaamheden van wethouders raken bijna zonder uitzondering het integraal veiligheidsbeleid, waardoor veiligheid kan worden beschouwd als een collectieve verantwoordelijkheid van het gehele college. Veiligheid werkt door op vele terreinen en heeft daardoor raakvlakken met bijna alle gemeentelijke afdelingen. Om deze reden is het noodzakelijk dat het gehele college alert is op veiligheidsaspecten van het gemeentelijk beleid. 5
De gemeenteraad De gemeenteraad zet veiligheid op de politieke agenda en stelt veiligheidsprioriteiten (kaders) vast. Dit gebeurt door het aangeven van prioriteiten, het scheppen van randvoorwaarden en het beschikbaar stellen van de benodigde financiën. Driehoeksoverleg De politie staat onder duaal gezag: voor de handhaving van de openbare orde en voor de hulpverlening ligt het gezag bij de burgemeester en voor de strafrechtelijke handhaving ligt het gezag bij de officier van justitie. De Politiewet 2012 verplicht de burgemeester en de officier van justitie periodiek overleg te voeren met een politiechef. Dit is de lokale gezagsdriehoek, die we in het politieteam Veluwe Noord gezamenlijk organiseren. Formeel heeft het driehoeksoverleg geen eigen bevoegdheden; het is immers een overleg. Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft eind vorig jaar benadrukt dat hun inbreng bij de planvorming voor het veiligheidsbeleid in de driehoeken tijdig en aan het begin van dat proces moet plaatsvinden1. Die oproep richtte zich vooral op de totstandkoming van de teamplannen van de politiebasisteams. Die inbreng is zeker ook belangrijk bij de totstandkoming van dit IVP. Het Openbaar Ministerie is dan ook vanaf het eerste begin nauw bij dit proces betrokken.
1.5
Betrokken partijen
De verantwoordelijkheid voor een veilige samenleving ligt niet uitsluitend bij de gemeentelijke overheid. Politie, brandweer en het OM hebben een verantwoordelijkheid, maar ook maatschappelijke organisaties en de burgers zelf. Om te komen tot een goed gedragen en goed uitgevoerd veiligheidsbeleid is samenwerking met deze partners van groot belang. De gemeente vervult hierbij de regisseursrol en brengt de partners bij elkaar. Betrokken partijen in het veiligheidsbeleid zijn onder meer: -
-
-
1
Gemeente. Zoals hiervoor aangegeven is de burgemeester verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid en heeft de gemeente hierin een regierol. Politie. De politie houdt nauwlettend de ontwikkelingen op het gebied van veiligheid in de gaten, voert daarbij de afspraken uit en houdt toezicht op de praktijk om dit vervolgens terug te koppelen naar het bestuur. De kerntaken van de politie zijn gericht op opsporing, handhaving, signaleren en adviseren. De teamchef neemt deel aan het driehoeksoverleg. Openbaar Ministerie. De belangrijkste taken van het OM zijn het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier van justitie voor de regio neemt deel aan het driehoeksoverleg. Inwoners, bewonersorganisaties en wijkcomités. De inwoners en ondernemers in de gemeenten spelen een belangrijk rol in het bewaken van de veiligheid. Zij zijn degenen die de gevolgen van onveiligheid kunnen ervaren. Bovendien zijn zij meestal de eersten die problemen signaleren op het gebied van leefbaarheid en veiligheid binnen de samenleving en geven ze een en ander via meldingen en aangiften door aan de gemeente en de politie. Veiligheidsinitiatieven vanuit de samenleving verdienen steun. Bij het opzetten van projecten moet zowel de behoefte aan veiligheid van de betrokkenen als hun eigen inbreng bij het bereiken van meer veiligheid centraal staan.
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Op het gebied van veiligheid is de VNOG een onmisbare schakel bij het voorkomen en bestrijden van ongevallen, branden en rampen.
Brief van het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost‐Nederland, 5 november 2018
6
-
1.6
De VNOG fungeert ook als adviseur op het gebied van het opstellen van bestemmingsplannen, structuurplannen, bouwplannen en de organisatie van grote evenementen. Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Het RIEC adviseert over ondermijning. Veiligheidshuis Noord- en Oost Gelderland. Werkt aan complexe veiligheidsproblemen rondom personen, groepen en gezinnen door het combineren van zorg en straf. Veilig Thuis. Geeft advies, hulp en ondersteuning rond huiselijk geweld en kindermishandeling. Woningcorporaties. Voor huurders zijn zij onder meer meldpunt bij overlast en signaleren zij problematiek in gezinnen en buurten. Buurtbemiddeling. Bemiddelt op vrijwillige basis bij conflicten tussen buren en in buurten. Winkeliers, bedrijven, horeca. Schoolbesturen Maatschappelijke organisaties.
Samenwerken en informatie delen
Binnen het beleidsveld veiligheid zijn veel verschillende partijen actief, zoals hiervoor te zien is. Het delen van informatie tussen deze partijen is een belangrijk onderdeel van het samen werken aan veiligheid. We gaan de bestaande afspraken en convenanten toetsen om ervoor te zorgen dat de gegevensdeling op een juridisch juiste en efficiënte manier plaatsvindt.
1.7
Informatiebronnen
Bij de samenstelling van het Integraal Veiligheidsplan is gebruik gemaakt van diverse informatiebronnen. Wij noemen hierbij: Gebiedsscans, jaarlijkse criminaliteitscijfers en gegevens van landelijke monitoren van de politie Veiligheidsstrategie Oost-Nederland Trendrapportages CCV Collegeprogramma’s Beleidsnota’s sociaal domein Jaarplannen Veiligheidshuis NOG VNOG: beleid en trends Verslagen driehoeksoverleggen Jaarplan Politieteam Veluwe Noord
1.8
Prioriteitenstelling
Op basis van de informatie die is verkregen uit bovenstaande informatiebronnen is het Integraal Veiligheidsplan verder uitgewerkt. De criminaliteitscijfers laten zien dat de gemeenten in VeluweNoord geen buitensporige veiligheidsproblemen kennen. Er zijn wel ontwikkelingen die ons dwingen om bepaalde onderwerpen extra aandacht te geven. Dit Integraal Veiligheidsplan benoemt de belangrijkste prioriteiten. Het geeft aan op welke wijze daar al aan gewerkt wordt en door welke partijen. Het stelt vast op welke wijze daar nog beter aan gewerkt kan worden en zorgt voor aandacht en betrokkenheid van relevante partijen. In het voorjaar van 2019 zijn door de gemeenteraden de volgende prioriteiten ten behoeve van het veiligheidsplan vastgesteld: -
Zorg en Veiligheid Ondermijning Criminaliteit
7
Deze prioriteiten zijn in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt en zijn van toepassing op alle gemeenten in het team Veluwe-Noord. De gemeenteraad van Nunspeet heeft in een motie verzocht om het thema verkeersveiligheid expliciet te benoemen. De gemeenteraad van Elburg heeft in een motie aandacht gevraagd voor een harde aanpak van drugsproductie en –handel. Beide moties zijn in voorliggend IVP meegenomen. In de Driehoek is gevraagd om passende aandacht voor het thema radicalisering. Onder de prioriteit Zorg en Veiligheid wordt radicalisering vermeld. De concrete acties die voortvloeien uit de speerpunten uit het Integraal Veiligheidsplan worden verder uitgewerkt in de uitvoeringsplannen.
1.9
Toekomstige ontwikkelingen
Naast de in ons Integraal Veiligheidsplan genoemde prioriteiten spelen natuurlijk ook andere ontwikkelingen een rol waaraan wij in het kader van het integraal veiligheidsbeleid aandacht moeten besteden. Deze ontwikkelingen zijn niet altijd op voorhand te voorspellen. Soms doen zich acute problemen voor die met voorrang opgepakt moeten worden waardoor andere zaken even minder aandacht krijgen. Deze onderwerpen kunnen meegenomen en uitgewerkt worden in het jaarlijkse uitvoeringsplan.
1.10 Brandweerzorg en crisisbeheersing Sinds de invoering van de Wet Veiligheidsregio’s zijn brandweerzorg en crisisbeheersing ondergebracht bij de Veiligheidsregio Noord en Oost-Gelderland (VNOG): een wettelijk verplicht regionaal samenwerkingsverband van gemeenten. Het gemeentebestuur blijft bestuurlijk aanspreekbaar op deze taken. De burgemeester is verantwoordelijk voor het bestrijden van branden, ongevallen en crises in de gemeente. De VNOG stelt op basis van het regionaal risicoprofiel eens per vier jaar een regionaal beleidsplan op.
8
Hoofdstuk 2
Zorg en veiligheid
In dit hoofdstuk behandelen we de onderwerpen die zowel zorg als veiligheid raken. 1. 2. 3. 4.
2.1
Kwetsbare personen Jeugd Overlast door alcohol en drugs / middelengebruik Woonoverlast
Kwetsbare personen
Probleemomschrijving We onderscheiden in dit hoofdstuk twee categorieën kwetsbare personen, namelijk mensen met een psychische kwetsbaarheid en kinderen in een kwetsbare positie. Personen met een psychische kwetsbaarheid en kinderen in een kwetsbare positie worden vanuit de gemeenten en zorgpartners zo goed mogelijk ondersteund. Toch komt het soms voor dat iemand overlast of gevaar veroorzaakt voor zichzelf of zijn omgeving en/of in aanraking komt met de politie. Daarom is steeds meer afstemming nodig tussen de partners in de zorgketen en de veiligheidspartners. Onder dit thema vallen ook de Wet Verplichte GGZ en de Wet Zorg en Dwang die in 2020 in gaan. Kinderen kunnen in een kwetsbare positie terechtkomen. We hebben een taak om deze situaties zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer de situaties zich voordoen moet er zo snel mogelijk worden gehandeld in belang van het kind. Doelstelling Gevaar en overlast door kwetsbare personen voor henzelf en de omgeving voorkomen. Zorgen voor de juiste ondersteuning aan kwetsbare personen ter voorkoming van escalatie. Zo vroeg mogelijk signaleren wanneer kinderen zich in een kwetsbare positie bevinden en de juiste ondersteuning inzetten om kinderen uit een onveilige situatie te halen. Huidige situatie Alle gemeenten hebben een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag.
Hierin staat de zorg voor de persoon met verward gedrag centraal. Toch is deze ondersteuning niet altijd voldoende. Soms escaleert een situatie zodanig dat politie en in een uiterste geval de burgemeester moet ingrijpen. Er zijn dan bijvoorbeeld mogelijkheden voor het opleggen van een huisverbod of een IBS (NB. De IBS wordt per 1-1-2020 vervangen door de Crisismaatregel). De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is verscherpt per 1 januari 2019. Professionals die zich zorgen maken over het welzijn van een kind zijn hiermee verplicht de meldcode te doorlopen. Indien nodig wordt een melding gemaakt bij Veilig Thuis. De politie heeft een signalerende en doorverwijzende taak m.b.t. personen met een psychische kwetsbaarheid en kinderen in een kwetsbare positie. Wanneer de politie inschat dat het een psychisch kwetsbaar persoon betreft, wordt doorverwezen naar hulpverlening of wordt deze actief ingeschakeld. Als de politie signaleert dat er sprake is van zorgelijke omstandigheden bij kinderen dan worden deze signalen aangemeld bij Veilig Thuis. In het vorige IVP was het thema Radicalisering als prioriteit opgenomen. Dit bleek echter vooral een landelijk item. Op dit moment is radicalisering geen thema op de Noord Veluwe. 9
Wat is er nog meer nodig In 2020 treedt de Wet Verplichte GGZ en de Wet Zorg en Dwang in werking. Op grond van deze nieuwe wetten ontstaat een samenwerkingsopgave voor Openbaar Ministerie (OM), GGZ aanbieders, gemeenten, politie en overige ketenpartners in de zorg. Deze wet zorgt voor een wijziging in bevoegdheden van de burgemeester en daarmee voor een nieuwe werkwijze rond de gedwongen zorg. Gemeenten krijgen hiermee deels een nieuwe taak. In 2019 wordt deze wet in de gemeenten geïmplementeerd, om in 2020 met de nieuwe werkwijze te kunnen starten. De gemeenten Hattem, Heerde en Epe regelen de implementatie van deze wet in de regio Midden-IJssel/Oost Veluwe, de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek werken samen met de gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten. Waar de implementatie de veiligheid raakt, wordt de werkwijze zoveel mogelijk gelijk getrokken. We versterken de komende jaren de samenwerking met Veilig Thuis. Er is een start gemaakt om de samenwerking tussen medewerkers van de lokale sociale teams en de medewerkers van Veilig Thuis vorm te geven. Ook de band tussen Veilig Thuis, onderwijs en kinderopvang willen we versterken. We blijven alert op de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen en versterken de onderlinge mogelijkheden tot het delen van expertise, warm overdragen van casussen en intervisie.
Om optimale ondersteuning te kunnen geven aan onze inwoners is het belangrijk om vraagstukken die zich afspelen op het snijvlak van zorg en veiligheid zoveel mogelijk integraal op te pakken. Deze benadering moet ervoor zorgen dat signalen zo vroeg mogelijk worden samengebracht en zo bijdragen aan het preventief oplossen van problemen. Onze uitdaging daarbij is om in de planvorming van zowel beleid als uitvoering zoveel mogelijk gezamenlijke uitgangspunten te formuleren tussen de beleidsterreinen zorg en veiligheid. Op gebied van radicalisering volgen we de landelijke ontwikkelingen en wetgeving zodat we snel kunnen acteren als dat nodig is.
2.2
Jeugd
Probleemomschrijving We onderscheiden twee subcategorieën: overlast door jeugd en problematische jeugdgroepen. Jongeren zijn, met name in de puberleeftijd, vaak op straat te vinden. Meestal gaat dat goed, maar soms veroorzaken ze overlast, bijvoorbeeld door het plegen van vernielingen, geluidsoverlast of het vervuilen van de openbare ruimte Gemeente, politie, straathoekwerk en andere partners werken nauw samen om overlast gevend gedrag tegen te gaan. Dit gebeurt door handhavend op te treden, maar ook door de juiste zorg en ondersteuning te bieden aan de jongeren. Wanneer jeugdgroepen problematisch crimineel gedrag vertonen, heeft dat een grote negatieve invloed op de leefbaarheid van een buurt. Het geeft overlast en kan leiden tot een gevoel van onveiligheid bij buurtbewoners. Doelstelling
Het tegengaan van overlast door jeugd(groepen) op straat, terwijl zij wel ruimte blijven houden om elkaar te ontmoeten. Het voorkomen en stoppen van problematische jeugdgroepen.
10
Huidige situatie Jeugdoverlast Bij meldingen van overlast stelt de politie de mate van overlast vast en probeert deze zoveel mogelijk te objectiveren en dempend op te treden. Bij signalen van zorgelijke omstandigheden bij jongeren, die overlast veroorzaken, heeft de politie een signalerende en doorverwijzende taak. Afhankelijk van de vastgestelde situatie dan wel gemaakte afspraken kan de politie handhavend optreden. Iedere gemeente organiseert een overlastnetwerk waarin de overlastmeldingen van jeugd(groepen) periodiek besproken worden met noodzakelijke partijen. Er zijn in verschillende dorpen jeugdgroepen die overlast veroorzaken. De overlast door jongeren is de afgelopen jaren in alle gemeentes (sterk) afgenomen. Problematische jeugdgroepen Als de politie constateert dat er sprake is van een problematische jeugdgroep dan geven zij uitvoering aan de groepsscan. Met politie levert een bijdrage aan de uitvoering van het 7-stappenplan onder regie van de gemeente. Op de Noord Veluwe zijn op dit moment (medio 2019) geen problematische jeugdgroepen actief. Wat is er nog meer nodig Om de overlast blijvend tegen te gaan, is een brede inzet noodzakelijk. De preventie moet blijvend op orde zijn: het is belangrijk dat er genoeg te doen is voor jongeren, dat zorgen van of over jongeren snel gedeeld kunnen worden en dat er onderling een goede samenwerking is.
Op deze manier zullen problematische jongeren ook in beeld komen, onder meer via het overlastnetwerk. Wanneer er sprake is van (een vermoeden van) strafbare feiten, is samenwerking met het OM en het Veiligheidshuis van belang. Waar het gaat om strafrecht is het OM de regievoerder, voor overlast is de gemeente dat. Jongeren die aangemeld worden vanuit het strafrecht, worden gevolgd via het Veiligheidshuis. Het Veiligheidshuis werkt hierin nauw samen met relevante partners vanuit politie, justitie en zorg (waaronder gemeenten).
2.3
Overlast door middelengebruik
Probleemomschrijving Drank- en drugsgebruik kan, naast andere negatieve gevolgen, leiden tot overlast. Dit geldt met name wanneer het op straat plaatsvindt, maar kan ook vanuit een woning leiden tot overlast voor de buurt, bijvoorbeeld door geluidsoverlast of het achterlaten van afval. Ook zien we vaker dat onder invloed van drank of drugs criminele activiteiten worden gepleegd en geweld wordt gebruikt. Doelstelling Tegengaan van overlast en geweld door overmatig drank- en/of drugsgebruik. Huidige situatie Overmatig drank- en/of drugsgebruik leidt in sommige gevallen tot overlast vanuit woningen en op straat. Bij zeer ernstige overlast vanuit een woning kan bijvoorbeeld de Wet aanpak woonoverlast uitkomst bieden. Bij ernstige overlast op straat kan de APV of de Gemeentewet worden ingezet en kan de politie of de gemeente handhaven. Drank- en drugsgebruik door jongeren wordt besproken in het overlastnetwerk. In het landelijk preventieakkoord zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van drankgebruik. Sommige 11
gemeenten sluiten ook lokaal een preventieakkoord met betrokken partners. Naast het alcoholgebruik kan het drugsgebruik ook mee worden genomen. Daarnaast beschikt iedere gemeente over een preventie- en handhavingsplan alcohol. De politie heeft een signalerende en doorverwijzende taak. De opsporingsambtenaar verwijst door naar hulpverlening of schakelt deze actief in. Bij complexe problematiek levert de politie een bijdrage aan de casuïstiek van de veiligheidskamer en de Persoonsgerichte Aanpak onder regie van de gemeente. Aangetroffen drugs neemt de politie in beslag en afhankelijk van de soort en hoeveelheid drugs wordt door de politie een onderzoek ingesteld. Wat is er nog meer nodig Om kinderen een goede start te geven en (overlast door) drank- en drugsgebruik zo lang mogelijk uit te stellen, is het belangrijk om in te zetten op preventie vanaf jonge leeftijd. Gemeenten hebben een regierol bij deze problematiek. Voor een goede invulling van deze rol moet de informatiepositie van de gemeente blijvend op orde zijn. Hier besteden we de komende jaren aandacht aan.
2.4
Woonoverlast
Probleemomschrijving Tussen buren of buurtgenoten zijn regelmatig irritaties die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid en het gevoel van veiligheid in de buurt. In de praktijk gaat de woonoverlast vaak gepaard met andere problematiek zoals drank- en drugsgebruik of psychische kwetsbaarheid. Een irritatie van veel buurtbewoners is de verkeersveiligheid in de wijk. Hardrijders en verkeershufters hebben invloed op het veiligheidsgevoel in de buurt. Doelstelling
Overlast door inwoners in de buurt voorkomen en tegengaan Verbeteren van de verkeersveiligheid binnen de gemeenten
Huidige situatie De Wet aanpak Woonoverlast is per 1 januari 2017 ingegaan en geeft de burgemeester de mogelijkheid maatregelen te nemen bij ernstige woonoverlast. De APV van de 6 gemeenten zijn hierop aangepast en er zijn beleidsregels opgesteld. De wet kan echter pas worden ingezet bij ernstige overlast en volgt op minder ingrijpende maatregelen, zoals buurtbemiddeling of mediation. In alle 6 gemeenten op de Noord-Veluwe is inmiddels buurtbemiddeling actief. Bij het afhandelen van meldingen woonoverlast wordt door de politie uitvoering gegeven aan de integraal gemaakte afspraken. In het Jaarplan 2019 van het basisteam politie Veluwe Noord is Verkeer één van de aandachtspunten. De politie zal een analyse maken van de verkeersproblematiek in het gebied Veluwe Noord. Wat is er nog meer nodig We zien een tendens dat problematiek in de buurt steeds complexer wordt. Kwetsbare mensen blijven
12
vaker en langer thuis wonen. Dit vraagt om bewustwording in de wijk over de verschillende problematiek die kan spelen bij buren en die oorzaak kan zijn voor wrijving onderling. Ook is het hier belangrijk om signalen vroeg bij elkaar te brengen om verdere escalatie te voorkomen. Politie en gemeente zijn belangrijke partners in dit verhaal, maar ook de woningcorporatie en eventueel straathoekwerk. De analyse van de verkeersproblematiek door de politie zal worden gebruikt door het WIV om te zoeken naar maatregelen die de problematiek kunnen verminderen.
13
Hoofdstuk 3
Ondermijning
Waar de onderwereld zich vervlecht met de bovenwereld en daardoor zowel het bestuur, handhaving en normale maatschappelijke functies ondergraaft, is sprake van ondermijning. Ondermijning is een zeer breed begrip. Wij hanteren een brede definitie van ondermijning, waaronder de volgende elementen vallen: - Georganiseerde criminaliteit; - Netwerken áchter georganiseerde criminaliteit; - Antidemocratische sentimenten; - Vermenging van boven-en onderwereld; - Weerbaarheid van de overheid. Vormen van ondermijnende criminaliteit zijn onder meer: handel en productie van hard- en softdrugs, witwassen van crimineel geld, arbeidsuitbuiting, mensenhandel, zorg- adres- en uitkeringsfraude en Outlaw Motor Gangs (OMG’s). Ondermijning is het resultaat van handelen dat vaak gericht is op het verdienen van geld met criminele activiteiten, of het uitoefenen van macht op een bepaalde groep mensen – met ondermijning als bijkomstig effect. Zelden is ondermijning een doelbewust effect van handelen. Probleemstelling Mogelijke maatschappelijke ontwrichting is dan een gevolg van de combinatie van ondermijnende activiteiten en de vatbaarheid voor en de weerbaarheid tegen ondermijning van de samenleving.
Daarnaast is ondermijning een zichzelf versterkend mechanisme (ondermijning trekt ondermijning aan), waarbij de meest vergaande vorm van ondermijning de normalisering van de ontwrichting van de bestaande en erkende institutionele gezagsstructuren is. De aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit vraagt om een georganiseerde overheid. De weerbaarheid van de overheid is van invloed op het ‘succes’ van ondermijnende activiteiten. Deregulering en/of verminderd toezicht kan onbewust ondermijning faciliteren. Een weerbare overheid is een overheid die in staat is zich, door middel van het bestuurlijk instrumentarium, zowel repressief als preventief, te beschermen tegen georganiseerde criminaliteit. In de praktijk betekent een ‘weerbare overheid’ dat een gemeente het instrumentarium op orde moet hebben. Doelstelling De gemeente is weerbaar. Dit stelt de gemeente in staat ondermijning te voorkomen en te bestrijden. De gemeente weet vormen van ondermijnende criminaliteit te voorkomen, weet misbruik van de gemeentelijke faciliteiten en regelgeving te voorkomen en is in staat eigen middelen samen met de overheidspartners in te zetten ter bestrijding van ondermijning. De aanpak van ondermijning richt zich op ondermijnende criminele activiteiten én op maatschappelijke en (bestuurlijke en ambtelijke) weerbaarheid, in samenwerking met publieke en private partners.
De aanpak van ondermijning is altijd normatief: het gaat vooral om het stellen en herstellen van een maatschappelijke norm. Een stevige en consistente aanpak is daarvoor noodzakelijk. Ondermijning kent vele verschijningsvormen en invalshoeken. Samenwerking tussen gemeenten, binnen de driehoek en het district NOG is daarbij absolute noodzaak. Zo kan een verschijningsvorm een bovenlokaal karakter hebben, kan er specialistische kennis nodig zijn die niet op lokaal niveau beschikbaar is en kan de concrete bestrijding van ondermijning, bijvoorbeeld in de vorm van 14
handhavingsacties of bewustwordingsbijeenkomsten voor specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld ondernemers), door synergievoordelen, efficiënter en effectiever zijn. Huidige situatie In elke gemeente wordt op verschillende manieren aan het fenomeen van ondermijning invulling gegeven. Zo wordt al gericht opgetreden tegen OMG’s en de productie en handel in drugs (Damoclesbeleid). In alle zes gemeenten is in samenwerking met het RIEC het ondermijningsbeeld opgesteld. Deze beelden vormen de basis voor de lokale aanpak. Binnen de aanpak van ondermijning is er voor de politie een rol weggelegd in het kader van signaleren & adviseren, waarbij een bestuurlijke rapportage opgesteld kan worden, die ter beschikking wordt gesteld van de burgemeester ter beoordeling en het nemen van bestuurlijke maatregelen. Onder regie van de gemeente wordt door de politie vanuit hun rol en taakstelling een bijdrage geleverd bij het definiëren van de probleemstelling en het opstellen van een integraal plan van aanpak. Indien mogelijk start de politie in het kader van repressie onder leiding van het OM een strafrechtelijk onderzoek, al dan niet in afstemming met de partners. Wat is er nog meer nodig De trends uit de ondermijningsbeelden worden in driehoeksverband met elkaar vergeleken en waar mogelijk worden daaruit voortvloeiende lokale acties met elkaar afgestemd.
Verder zijn de lokale beelden ook input voor het districtelijk ondermijningsbeeld. Dit beeld wordt gebruikt als basis voor bovenlokale samenwerking. Het RIEC speelt een cruciale en actieve rol bij de uitvoering van lokale plannen. We gaan aan de slag met de thema’s: drugs, arbeidsuitbuiting/mensenhandel, zorgfraude, OMG’s, witwassen en vitale vakantieparken. In iedere gemeente is een lokaal Plan van Aanpak, bestaande uit een werkstructuur, acties die worden geprioriteerd en waar nodig is budget beschikbaar. Het Plan van Aanpak kan – afhankelijk van de lokale situatie en de noodzaak - bestaan uit onder meer de volgende sporen: -
Vergroten bewustwording en onderhouden bewustzijn voor ondermijning bij gemeentebestuur en externe organisaties. Lokaal organiseren van proces van signaal naar casus. Proactieve aanpak van ondermijning. Versterken en/of vaststellen regels. Hoe te komen van reageren op signalen naar proactief ophalen van signalen. Het vergroten van de bereidheid om signalen te melden.
15
Hoofdstuk 4
Criminaliteit
Criminaliteit is een terugkerend thema dat inwoners direct raakt en grote invloed heeft op het veiligheidsgevoel in de maatschappij. Veel vormen van veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal en vernielingen blijven op het netvlies van politie en gemeente. Deze behoren tot de dagdagelijkse taakstelling in de vorm van repressief optreden. Een pro-actieve en preventieve inzet op criminaliteit vraagt echter om keuzes in capaciteit. Om die reden steken we op de volgende onderdelen van criminaliteit meer in op een pro-actieve en preventieve benadering en maken we van de onderstaande vormen van criminaliteit een prioriteit. 1. High Impact Crime (HIC) en 2. Cybercrime
4.1
High Impact Crime
Probleemstelling High Impact Crimes zijn delicten die een grote impact hebben op het slachtoffer, diens directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de maatschappij. Onder HIC’s vallen onder meer: overvallen, straatroven, excessief geweld en woninginbraken. Vanwege de grote impact die HIC’s hebben op de samenleving is het van belang de inzet hierop te blijven continueren. Doelstelling Het handhaven en zo mogelijk verlagen van de criminaliteitscijfers op het gebied van HIC op het niveau van 2018. Huidige situatie In het IVP 2015-2019 zijn HIC’s opgenomen waarbij de focus is gelegd op woninginbraken. In deze periode is vooral ingezet op bewustwording en preventie (gemeenten) en repressie (politie) hetgeen heeft geleid tot een daling van het aantal woninginbraken. De cijfers voor straatroven en overvallen op de Veluwe Noord zijn de laatste jaren relatief laag. Daarom is daar geen focus op gelegd. Ten aanzien van geweld blijken de cijfers in 2018 te zijn afgenomen. Niet duidelijk is waaruit deze geweldcijfers precies bestaan en of ze bijvoorbeeld horecagerelateerd of relatiegerelateerd zijn. Nader onderzoek hierin is wenselijk zodat hierop specifieker kan worden ingezet, zowel in de preventie als ook in de nazorg ervan. Niet nader benoemd zijn geweld in de vorm van kindermishandeling en huiselijk geweld.
Aandacht voor deze vormen van criminaliteit is een aandachtspunt waarop we willen blijven inzetten (zie ook benoemd onder prioriteit Zorg en Veiligheid). Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.1. Wat gaan we daarvoor doen? Het blijven bevorderen van meer bewustwording en een gedragsverandering bij bewoners ten aanzien van woninginbraken . Het meer betrekken van bewoners bij het aangeven van verdachte situaties in de wijk. Het beter in beeld brengen van de geweldscijfers en uit welke soorten geweld deze bestaan, zodat nog meer ingezet kan worden op de terugdringing hiervan en de noodzakelijke nazorg.
4.2
Cybercrime
Probleemstelling Cybercrime is een relatief nieuw fenomeen en kent vele verschijningsvormen. Elk jaar komen er ook nieuwe vormen bij. Er is onder meer sprake van criminelen die inbreken in computers voor nieuwe
16
vormen van diefstal van gegevens, van afpersing van burgers en bedrijven, van het platleggen van websites en op bedrijfsspionage. Vormen van cybercrime zijn onder meer
Hacken digitale phishing afpersing cyberpesten sexting.
Hierbij beoogt men met de eerste drie verschijningsvormen veelal een financieel gewin te behalen terwijl het bij cyberpesten en sexting vaker gaat om “macht uitoefenen” en in mindere mate om een vorm van afpersing. Cyberpesten en sexting brengt veelal ook een zorgvraag met zich mee. De gevolgen van cybercrime zijn ook zeer ingrijpend voor slachtoffers. Bij de eerste drie genoemde vormen van cybercrime ligt er met name een taak bij politie en OM. Bij de laatste twee vormen is ook een taak voor gemeenten weggelegd in het kader van weerbaar maken en eventuele nazorg. Cybercrime vraagt om een integrale aanpak van preventie, het voorkomen van dader- en slachtofferschap, opsporing en vervolging tot het terugdringen van recidive en nazorg voor de slachtoffers. Doelstelling
Het verder in beeld brengen van de cijfers over en de gevolgen van cybercrime. In beeld brengen welke rollen de verschillende betrokken partijen met betrekking tot cybercrime kunnen vervullen. Zorg voor preventie en het verhogen van de weerbaarheid Bevorderen van de samenwerking tussen de betrokken ketenpartners
Huidige situatie Landelijk is er steeds meer aandacht voor cybercrime. Omdat cybercrime relatief nieuw is, is verder onderzoek naar de verschillende vormen van cybercrime, de mate waarin deze plaatsvinden en de wijze waarop de aanpak hiervoor geregeld moet worden door de verschillende partijen van belang. Wat gaan we daarvoor doen Gemeenten: richten zich vooral op awareness: preventie en het vergroten van de weerbaarheid (m.n. bij cyberpesten en sexting). Politie: richt zich meer op ketensamenwerking, verbeteren van de preventie, de opsporing en aanpak van criminelen en het verbeteren van het aangifteproces. Bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zijn belangrijke bondgenoten, met name als het gaat om deskundigheidsbevordering en samenwerking.
17