AP 6a. Bijlage Bestemmingsplan IKC Nunspeet Oost
Tekst van het document
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Er zijn in het plangebied en in de directe omgeving geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig die met de ontwikkeling aangetast zouden kunnen worden. Archeologie Het plangebied heeft voor een groot deel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Hierbij geldt een onderzoeksplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen met een verstoringsoppervlakte groter dan 500 m 2. Met voorliggend plan is het oppervlak van bodemingrepen groter dan 500 m 2. Daarom is een archeologisch onderzoek nodig. De onderzoeksrapportage is toegevoegd als bijlage 11.
IKC Nunspeet Oost
27
Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase, om antwoord te kunnen geven op de volgende vragen: Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op de gemeentelijke verwachtingskaart geldt voor het plangebied een middelhoge en onbekende archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Deze resten kunnen in principe dateren vanaf het Laat-Paleolithicum tot in de Late Middeleeuwen. Het plangebied bevindt zich op basis van het veldonderzoek waarschijnlijk aan de voet of op de lage flank van een dekzandrug. Het ongeroerde dekzand in het plangebied is aangetroffen vanaf 45-60 cm -Mv (5,9-6,1 m +NAP), maar in de top van het dekzand is tevens sprake van een akker- of cultuurlaag of een archeologisch grondspoor vanaf een diepte van vanaf 25-45 cm -Mv (6,1-6,3 m +NAP). Het geheel wordt afgedekt door een bouwlanddek dat lijkt te zijn gevormd uit heideplaggen.
Ter plaatse van drie van de boringen aan de noordzijde van het plangebied ontbreekt het volledig aan dekzand, hier is een modern verstoringspakket van 75-95 cm dikte aangetroffen (tot 5,1-5,2 m +NAP). De aangetroffen verstoringen reiken tot in de verspoelde gestuwde afzettingen en hebben gezorgd voor het volledig ontbreken van dekzand alhier. Daarmee is aan de hand van het veldonderzoek de onbekende en middelhoge verwachting bij te stellen naar een hoge en een lage verwachting. De hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten is van toepassing op de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. Eventuele vindplaatsen zullen gezien het ontbreken van intacte E- en B-horizonten hoofdzakelijk bestaan uit grondsporen en in veel mindere mate uit vondstconcentraties. In het plangebied bestaat het voornemen de bestaande bebouwing met een oppervlakte van circa 150 m² te slopen, waarna een nieuw IKC zal worden gerealiseerd. Ook zullen nieuwe kabels, leidingen en groenvoorzieningen tot stand worden gebracht. In het zuidelijk deel van het plangebied, dat een hoge verwachting heeft zullen deze ingrepen zorgen voor een aantasting van het archeologisch relevante niveau, waardoor mogelijke archeologische resten verstoord zullen raken.
Daarom wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen ingrepen in dat deel van het plangebied dat een hoge verwachting heeft een karterend en waarderend onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid en aard van eventuele vindplaatsen. Dit onderzoek kan gezien de verwachting op het aantreffen van vindplaatsen die hoofdzakelijk zullen bestaan uit grondsporen, kan dit onderzoek het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Dit onderzoek moet worden uitgevoerd volgens een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Ter plaatse van de zone met de lage verwachting (bijlage 6; circa 2500 m²) is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Het programma van Eisen is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het is als bijlage 12 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. In de loop van de procedure van het bestemmingsplan zal het Inventariserend Veldonderzoek (proefsleuven) worden uitgevoerd. Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden wordt tot de uitkomsten van het onderzoek en eventuele vervolgonderzoeken in voorliggend plan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' overgenomen. Het plan is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
28
IKC Nunspeet Oost
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De gemeente Nunspeet is in initiatiefnemer van de beoogde ontwikkeling en heeft de gronden in eigendom. Voor de ontwikkeling zal een grondexploitatie worden opgesteld. Eventuele planschadekosten worden gedekt uit deze grondexploitatie. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan gewaarborgd. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
IKC Nunspeet Oost
29
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Maatschappelijk', ten behoeve van het Integraal Kind Centrum. Binnen het bouwvlak is met behulp van aanduidingen een maximale bouwhoogte en een maximaal bebouwingspercentage opgenomen. De in paragraaf 4.1.5 van de toelichting genoemde akoestische voorziening wordt in de tabel met eisen voor bouwwerken (artikel 3.2.2) specifiek benoemd. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
30
IKC Nunspeet Oost
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Bij de ontwikkeling van dit plan zijn er geen provinciale belangen in het geding. Het Waterschap Vallei en Veluwe is middels de digitale watertoets op de hoogte gesteld van het plan. De aanbevelingen zijn verwerkt in de toelichting.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Voorliggend plan is direct als ontwerp ter inzage gelegd. Directe omwonenden zijn geïnformeerd over het initiatief en er is een participatieproces doorlopen met een vertegenwoordiging van de buurt. De hieruit voortvloeiende aanpassingen aan het initiatief zijn direct verwerkt in het beeldkwaliteitsplan en ook in dit bestemmingsplan.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 25 januari 2022 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn behandeld in de Nota zienswijzen, die als bijlage 13 is opgenomen bij deze toelichting. N.a.v. de zienswijzen zijn er enkele aanpassingen gedaan aan het plan. In de Nota zienswijzen wordt hierop ingegaan.
IKC Nunspeet Oost
31
32
IKC Nunspeet Oost
Bijlagen bij de toelichting
IKC Nunspeet Oost
33
34
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 1
IKC Nunspeet Oost
Beeldkwaliteitsplan
35
36
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 2
IKC Nunspeet Oost
Ladderonderbouwing
37
38
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 3
IKC Nunspeet Oost
Bodemonderzoek 1
39
40
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 4
IKC Nunspeet Oost
Bodemonderzoek 2
41
42
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 5
IKC Nunspeet Oost
Akoestisch onderzoek milieuzonering
43
44
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 6
IKC Nunspeet Oost
Watertoets
45
46
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 7
IKC Nunspeet Oost
Voortoets stikstofdepositie
47
48
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 8
IKC Nunspeet Oost
Quickscan flora en fauna
49
50
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 9
IKC Nunspeet Oost
Vervolgonderzoek flora en fauna
51
52
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 10
IKC Nunspeet Oost
Verkeerskundig onderzoek
53
54
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 11
IKC Nunspeet Oost
Archeologisch onderzoek
55
56
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 12
IKC Nunspeet Oost
Programma van Eisen archeologie
57
58
IKC Nunspeet Oost
Bijlage 13
IKC Nunspeet Oost
Nota zienswijzen
59
60
IKC Nunspeet Oost
Regels
IKC Nunspeet Oost
61
62
IKC Nunspeet Oost
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan IKC Nunspeet Oost met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01195-vg01 van de gemeente Nunspeet. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aan huis gebonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.7 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren, niet zijnde: een intensieve veehouderij, een glastuinbouwbedrijf, een boom- en/of sierkwekerij, een intensieve kwekerij, een gebruiksgerichte paardenhouderij of een bollenteeltbedrijf; 1.8 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw of een bijbehorend bouwwerk zijnde; 1.9 ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.11 bebouwingspercentage: de oppervlakte van de bebouwing binnen een bouwvlak, of binnen een bestemmingsvlak indien daarbinnen geen bouwvlak voorkomt, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak; 1.12 bed & breakfast: een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdbestemming; 1.13 bedrijf/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bestemd voor één persoon, gezin of andere groep van personen, van wie huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is; 1.14 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen;
IKC Nunspeet Oost
63
1.15 beganegrondverdieping: de eerste bouwlaag; 1.16 bestaande bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.17 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.20 bodemingreep grondwerkzaamheden, waartoe onder meer worden gerekend: a. het afgraven van grond waaronder ook wordt begrepen het verwijderen van bestaande funderingen en het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van hei- en / of boorwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; h.
het aanleggen van nieuwe en / of het vervangen en / of uitbreiden van bestaande (ondergrondse) transport-, energie-, riool- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 1.21 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.23 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.24 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.26 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.27 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
64
IKC Nunspeet Oost
1.28 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied (waaronder begrepen landschapselementen) toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.29 dak: iedere bovenbeëindiging boven de goothoogte van een bouwwerk; 1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten behoeve van bedrijven en/of personen, waaronder zijn begrepen internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een sexinrichting; 1.32 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van die woning; 1.33 evenement: een verplaatsbare, voor het publiek toegankelijke, georganiseerde gebeurtenis, (openlucht-)manifestatie, (thema-)dag of week; 1.34 extensief recreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is
aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, waaronder in elk geval niet wordt verstaan: boerengolf, paintball, gemotoriseerde sport; 1.35 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36 gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.37 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is.
1.38 horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.39 intensieve veehouderij: een intensieve veehouderij is een agrarisch bedrijf of dat deel van een agrarisch bedrijf waar tenminste 250 m 2 aan bedrijfsvloeroppervlak aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de Wet milieubeheer, althans een varkens-, pluimvee-, kalveren-, stieren-, nertsen- of chinchillahouderij, waar geen melkrundvee, schapen, paarden of dieren biologisch gehouden worden (conform artikel 2 van de landbouwkwaliteitswet) en waar geen dieren gehouden worden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer; 1.40 inwoning: twee huishoudens in een woning waarbij er sprake is van een hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft en waarbij er sprake blijft van één aansluiting op de nutsvoorzieningen;
IKC Nunspeet Oost
65
1.41 kampeermiddel: een tent, een vouwwagen, een camper, een caravan, een wagonette of een huifkar; 1.42 kampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief dag- en nachtverblijf; 1.43 kap: een dak dat loodrecht geprojecteerd voor minder dan 50% in het horizontale vlak ligt; 1.44 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.45 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.
het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel en prostitutie zijnde, waarvan de omvang zodanig is, dat het woonhuis of de bedrijfswoning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.46 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.47 lichte horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig overdag dranken en/of etenswaren worden verstrekt aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, ijssalons, croissanterieën, dagcafés, dagrestaurants en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven; 1.48 maatschappelijke voorzieningen: culturele, educatieve, medische, sociale, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.49 mantelzorg: zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie; 1.50 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de
geologische, geomorfologsiche, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.51 normaal agrarisch gebruik: het regulier gebruik dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.52 normaal bosbeheer: het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede instandhouding van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van de bosgebieden en landgoederen; 1.53 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden: werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.54 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.55 ondergeschikte bouwdelen: hieronder wordt verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken
66
IKC Nunspeet Oost
1.56 onderkomens: voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen; 1.57 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.58 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden, dan wel met twee wanden, waarvan maximaal één wand tot de constructie behoort; 1.59 paardenbak: een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.60 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.61 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijke niveau ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil; d.
indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.62 perifere detailhandel: detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede woninginrichtingsartikelen, waaronder meubelen; 1.63 praktijkruimte: een niet voor bewoning bestemd gebouw of deel van een gebouw, dat uitsluitend dienstbaar is aan de uitoefening van een vrij beroep, zoals dat van accountant, advocaat, architect, arts of kunstenaar; 1.64 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.65 recreatief medegebruik: vormen van recreatief gebruik van het agrarisch gebied en/of bossen en natuurterreinen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.66 recreatieve overnachting: de overnachting die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie (dus niet als hoofdverblijf); 1.67 recreatieve voorzieningen: bezigheden, tijdverdrijf of
lichamelijke activiteiten die door mensen en dieren worden ondernomen met als enig doel de activiteit zelf, of ter ontspanning en vermaak. 1.68 recreatiewoning een gebouw dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben;
IKC Nunspeet Oost
67
1.69 reëel agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat gericht is op duurzame instandhouding van het bedrijf en dat nu of op redelijke termijn voldoende werk en inkomen kan opleveren voor één (gedeeltelijke) arbeidskracht die in duurzaam (neven)beroep aan het bedrijf verbonden is; 1.70 risicovolle inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.71 sexinrichting: een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar sexuele handelingen worden verricht; onder sex en/of pornobedrijf wordt mede begrepen: a. sexbioscoop: Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; b. sexclub: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar sexuele handelingen worden verricht; c. sexautomaat: een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; d.
sexwinkel: een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van sexartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en videobanden, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker; e. prostitutiebedrijf: een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie, zijnde het tegen betaling hebben van sexuele omgang met anderen; 1.72 stacaravan: een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf, dat geen vaste verankering in de grond heeft en binnen 24 uur demontabel is.
De stacaravan mag niet zijn/worden opgebouwd uit steenachtige materialen; 1.73 teeltondersteunende kassen: kassen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; of het voorkomen van schade door vorst; 1.74 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); of het voorkomen van schade door vorst; 1.75 tuincentrum: een detailhandelsvestiging met daarbij behorende kwekerij in kwekerijprodukten, zoals bomen, (kamer)planten, bollen en bloemen, alsmede in artikelen voor tuinaanleg, -inrichting en -onderhoud;
68
IKC Nunspeet Oost
1.76 uitvoeren: het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.77 veldschuur: een vrij in het open veld staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, en/of de opslag van agrarische producten of agrarische werktuigen; 1.78 verblijfsrecreatie: elke vorm van recreatie gericht op verblijf buiten de eigen woning, waarbij ten minste één overnachting plaats vindt in een recreatief nachtverblijf; 1.79 volumineuze detailhandel: detailhandel in volumineuze goederen zoals auto's, boten en caravans. In dit bestemmingsplan wordt de detailhandel in keukens, badkamers, landbouwwerktuigen, grove bouwmaterialen en bouwmarkten hier niet onder begrepen; 1.80 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.81 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een woning of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.82 woning: een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak gerekend in graden; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
IKC Nunspeet Oost
69
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Maatschappelijk
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; met bij een en ander behorende gebouwen en voorzieningen zoals paden, bermen, tuinen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bouwen Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2 Eisen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1 gelden de volgende eisen: a. gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)', aangegeven percentage bedragen; c. de bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; d.
de goot- en bouwhoogte van bijbehorende en andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: maximale maximale bouwwerken goothoogte bouwhoogte bijbehorende bouwwerken: 3,5 m 5,5 m palen, masten en reclame- en andere tekens: 9m luifels: 6m andere overkappingen met een open constructie: 3m kunstwerken: 4m erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken: 2m akoestische voorzieningen: 3m 3.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2 onder c ten behoeve van het bouwen tot een maximum bouwhoogte van 10 meter, mits: 1. dit maximaal 30% van het grondvlak van het gebouw omvat; 2. het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast; 3. het bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast.
70
IKC Nunspeet Oost
Artikel 4
Waarde - Archeologie 3
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 4.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden mogen bouwwerken tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m2 worden gebouwd. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.2 met inachtneming van het bepaalde in de basisbestemming. 4.3.2 Voorwaarden Een omgevingsvergunning om af te wijken van het bepaalde in 4.2 kan slechts worden verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat het in 4.3.1 bedoelde bouwwerk dan wel de directe of indirecte gevolgen van dit bouwwerk niet zal leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend; danwel b. op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3.
de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2 Uitzondering Het bepaalde in 4.4.1 is niet van toepassing indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat de in 4.4.1 genoemde werken dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken niet zal leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; danwel b. op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van
IKC Nunspeet Oost
71
c.
72
archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. het werken betreft met een kleiner oppervlakte dan 2500 m2 danwel het werken betreft op een diepte geringer dan 50 centimeter onder maaiveld.
IKC Nunspeet Oost
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 6.2 Bestaande afmetingen, afstanden, oppervlaktes en percentages In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of de afstand tot enige op de plankaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de regels in hoofdstuk 2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, percentage en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
6.3 Ontbreken maatvoeringsaanduidingen In die gevallen dat op de verbeelding een noodzakelijke maatvoeringsaanduiding ontbreekt gelden de maatvoeringen van de bestaande bouwwerken, voor zover deze in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, zoals aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan waarbij voor het bebouwingspercentage geldt dat dit met 10% mag toenemen ten opzichte van de aanwezige bebouwing.
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken als of ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en produkten; een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden;
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m 2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
IKC Nunspeet Oost
73
b.
c.
d.
ten behoeve van het bouwen van ondergrondse bergbezinkbassin met een maximale oppervlakte van 2500m², maximaal 3 meter diep, maximaal 1 meter hoog, met een regelkast van 2 meter hoog en een oppervlakte van 6 vierkante meter; indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages.
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
9.1 Geringe veranderingen bestemmingsgrenzen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd binnen de volgende grenzen het plan te wijzigen, voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt, het wijzigen van bestemmingsgrenzen, zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.
Artikel 10
Overige regels
10.1 Parkeren 10.1.1 Parkeerregels a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2. het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. b. De onder a genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd. 10.1.2 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
10.1.3 Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels De in lid 10.1.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de parkeersituatie in de openbare ruimte; het woon- en leefklimaat; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
74
IKC Nunspeet Oost
10.1.4 Parkeerfonds a. Van de parkeerregels genoemd in lid 10.1.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds. b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). c. De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). 10.1.5 Beleidsregels Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 10.1.1, 10.1.2, 10.1.3, en 10.1.4, wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel.
IKC Nunspeet Oost
75
Hoofdstuk 4 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'IKC Nunspeet Oost' van de gemeente Nunspeet. Behorend bij het besluit van ...
76
IKC Nunspeet Oost
Verbeelding
IKC Nunspeet Oost
77
78
IKC Nunspeet Oost
IKC Nunspeet Oost
79
80
IKC Nunspeet Oost
M WR-A3
100%
8
N
LEGENDA Meters
Plangebied
2 0
1 086420
4 0
3 0
5 0
Enkelbestemmingen M
Maatschappelijk
Dubbelbestemmingen WR-A3
Waarde - Archeologie 3
Bouwvlakken bouwvlak
Maatvoeringen 100% 8
Bestemmingsplan IKC Nunspeet Oost Gemeente Nunspeet idn schaal
maximum bebouwingspercentage (%)
formaat
maximum bouwhoogte (m)
projectnr. laatst gew.
Overig ondergrond_KAD_10 maart 2021
tekenaar www.buro-sro.nl
: NL.IMRO.0302.BP01195-vg01 : 1:1000 : A4 : 24.10.16 : 26 januari 2023 : TV : Vestiging Arnhem
19 januari 2022
1
Inleiding
Inhoudsopgave
Colofon
De gemeente Nunspeet wil een Integraal Kindcentrum (IKC) bouwen aan de Oosteinderweg. Hierin komt een kinderopvang, buitenschoolse opvang en basisonderwijs. Door de gemeente is, in overleg met een afvaardiging van de buurt (Buurtcollectief), een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan beschrijft de functionele en ruimtelijke uitgangspunten van de nieuwe school, de buitenruimte rond de school en de omgeving.
Onderwerp ▪ Locatie ▪ Werkwijze, participatie & product ▪ Uitgangspunten ▪ Vragenlijst ▪ Visie / structuurplan ▪ Uitgangspunten bouwvlak ▪ Groene landschapskamer ▪ Bouwvlak – gebouw ▪ Bouwvlak – buitenruimte ▪ Groene buffer / open veld ▪ Parken & bereikbaarheid ▪ Routing & bereikbaarheid ▪ Sociale veiligheid ▪ Omgeving
pag. 3 4 5 6 7 8 10 11 13 14 15 16 17 18
▪ Bijlage
19
Project:
IKC Nunspeet-oost
Opdrachtgever: Gemeente Nunspeet Opdracht:
Beeldkwaliteitsplan
Status:
Definitief
Datum:
19 januari 2022
Buro:
Topia B.V. Stads- en Landschapsinrichting & Gebiedsontwikkeling
Kaart van de locatie van het IKC met de groenstructuur als scheiding tussen school en de woonwijk.
Zicht vanaf de Oosteinderweg op de locatie van het nieuwe IKC.
Locatie en karakteristiek De aangewezen locatie voor het IKC is gelegen aan de oostzijde van Nunspeet, aan de Oosteinderweg. Deze weg is een van de (voormalige) entrees van Nunspeet. Het accentueert de overgang van het landelijk gebied met het dorp. Deze historische route heeft landschappelijke groene contouren en oude karakteristieke boerderijen, maar ook recente, grootschaligere bebouwing met gevarieerde functies. Het terrein is ca. 1,3 hectare groot. Het is nu een weiland omzoomd met boomstructuren. De locatie grenst aan het sportpark De Wiltsangh en de woonwijk Nunspeet Oost. Tussen de wijk, de sportvelden en toekomstige IKC ligt een brede groenstructuur. Dit groen heeft naast een recreatieve functie ook een cultuurhistorische waarde en natuurwaarde.
Locatie
3
Proces en participatie
Product
Vooruitlopend op het bestemmingsplan heeft de gemeente een participatieproces doorlopen met een afvaardiging van de buurt, het buurtcollectief. Tijdens enkele bijeenkomsten zijn de verschillende inzichten, ideeën en meningen met elkaar besproken. Deze zijn voor een groot deel verwerkt in dit document. Onderdeel van dit proces is een vragenlijst die verspreid is onder een deel van de wijk, zie hiervoor de bijlage. De reacties zijn voor een groot deel vertaald in dit plan. Sommige opmerkingen zijn gedetailleerd en worden meegegeven aan de ontwikkelaar. Er is geen gebruik gemaakt van stakeholders, zoals de sportverenigingen, omdat er geen tegenstrijdige belangen zijn. Zij zijn wel geïnformeerd.
Dit beeldkwaliteitsplan bestaat uit een functionele plankaart (structuurplan) en een omschrijving. Op de plankaart worden de functies en structuren weergegeven. In het beeldkwaliteitsplan worden de uitgangspunten van deze functies en structuren omschreven. Deze uitgangspunten worden vastgelegd in het bestemmingsplan en is onderdeel van de welstandstoets. Bovendien is het product input voor de architecten, aannemers en ontwikkelaren.
Werkwijze, participatie & product
Participatie groenstructuur Tussen het nieuwe IKC, het sportpark De Wiltsangh en de woonwijk ligt een groenstructuur met een multifunctioneel karakter. Bij de ontwikkeling van het sportpark is besloten om samen met de bewoners te kijken naar deze groenstructuur. Aandachtspunten zijn: sociale veiligheid, natuurwaarden, fiets- en voetgangersverbindingen, onderhoud, etc.
4
Programma IKC
Uitgangspunten Bewonerscollectief
Het programma voor de ontwikkeling van het IKC:
Uitgangspunt van het buurtcollectief voor de ontwikkeling van het IKC:
Leerlingen:
ca. 450 kinderen.
▪ Functies en uitstraling van groenstructuur behouden zoals deze nu is.
Personeel:
40-50 mensen.
▪ Geen grote wijzigingen van de verkeerstructuur in de wijk.
Gebouw: Begane grond: 1e verdieping: optie 2de verdieping.
3.500m². ca. 2.000m², ca. 1.500m²
▪ Geen toename van het aantal verkeersbewegingen rond de woningen.
Speel/buitenruimte:
ca. 2.000 m²
(interpretatie en vrije vertaling van uitgangspunten van Buurtcollectief door R. Gerritsen)
Beschikbare ruimte
ca. 13.000 m²
▪ Rustige karakter van de hofjes en het groen voor de deur zoveel mogelijk behouden.
Parkeren - Lang parkeren: 45 pp. - Halen en brengen: 40 plekken. - Ruimtereservering voor uitbreiding met ca. 20 auto’s. Fietsparkeren:
280 fietsen. Gedeeltelijk overdekt en afgesloten.
Berging
Berging in de buitenruimte (opslag, bolderkarren, etc. ca. 2x 15m2.
Uitgangspunten
5
Locatie met IKC en verspreidingsgebied van de vragenlijst.
Resultaten vragenlijst bewoners.
De belangrijkste opmerkingen uit de vragenlijst:
Een deel van de omwonenden heeft een vragenlijst ontvangen. Het doel van deze lijst is om de bewoners te informeren, de mening te peilen en om wensen en ideeën te verwerken in het plan. De vragenlijst is verspreid in een deel van de wijk, zie de witte stippellijn op de kaart.
•
In de bijlage zijn de meeste opmerkingen samengevat. Bij alle opmerkingen is aangegeven hoe deze verwerkt zijn in het beeldkwaliteitsplan.
• • • • •
Vragenlijst
• •
Grote vrees voor geluidsoverlast → schoolplein zo ver mogelijk van de woningen (ten oosten van IKC gebouw). Auto’s en langzaam verkeer scheiden. Vrees verkeersdrukte en sluipverkeer in de woonwijk en Oosteinderweg. Maak gebruik van de Rondweg, laat mensen omrijden. Maak een verbinding met de sportvelden. Gebouw passend bij dorpse omgeving & niet te hoog. Duurzaam gebouw. Groenstrook wordt zeer gewaardeerd. Rekening houden met hoge ecologische waarde.
6
Structuurplan Op basis van de input van de bewoners, het bewonerscollectief en het overleg met de scholen is een structuurplan opgesteld. Enkele belangrijke onderdelen hieruit: Het bouwvlak (gebouw en buitenruimte) is langwerpig en gelegen tegen de groenstructuur. Het gebouw wordt hiermee ingezet als geluidsbuffer. Voor de uitgangspunten van het bouwvlak, zie pagina 8, 11 en 13.
Het parkeren vindt plaats in een langwerpige structuur, gelegen aan de oostzijde van het plangebied. Er is een onderverdeling gemaakt in lang parkeren voor het personeel en ‘halen en brengen’ voor ouders. Deze functies zijn afgestemd op het gebouw. De ruimte voor verkeersafwikkeling en parkeren is ruim bemeten. Er is rekening gehouden met uitbreidingsmogelijkheden als blijkt dat er meer verkeerbewegingen zijn dan verwacht. Zie verder pagina 15. De ruimte tussen de Oosteinderweg en het bouwvlak, het ‘open veld’ krijgt een groene inrichting en mogelijk functies zoals een bloementuin, volkstuinen of dierenweide. Zie pagina 14. Per fiets is de school bereikbaar via de Oosteinderweg of via het nieuwe pad door de groenstructuur. Daar waar deze twee routes samenkomen, komt in het bouwvlak de fietsenstalling. De hoofd fietsroute door de groenstructuur ligt aan de zijde van de sportvelden. De belangrijkste routes voor de voetganger zijn de nieuwe verbindingen langs de Oosteinderweg en langs de sportvelden. Hier sluiten verschillende (bestaande) voetpaden op aan. Zie verder pagina 16. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van het IKC is de aanwezigheid van de knip in de Oosteinderweg (afsluiting Oosteinderweg-rondweg Oost).
Deze afsluiting wordt op korte termijn geëvalueerd en zal leiden tot bestuurlijke besluitvorming. Er zijn enkele (verkeerskundige) aandachtspunten die nader uitgewerkt moeten worden: - De verbinding van de groenstructuur met de Oosteinderweg. - De verbinding tussen de Kuyperstraat en de entree van het sportpark De Wiltsangh. - Fysieke maatregelen om medegebruik van fietsers op voetpaden te voorkomen.
Visie / structuurplan
7
Uitgangspunten bouwvlak Het bouwvlak is een gebied van ca. 90 bij 48 meter breed. (ca. 4300m²) 1. Gebouw - Oppervlak van ca. 2000m² (begane grond) - Plaatsing zoveel mogelijk aan de westzijde van het bouwvlak. Hierdoor komt het gebouw tussen de woonwijk en de buitenruimte met speelfuncties en wordt het gebouw ingezet als geluidsbuffer. 2. buitenruimte : - Minimaal 50% van de invulling van het bouwvlak. - Zoveel mogelijk gelegen aan de oost en noordzijde van het bouwvlak. Verbinding tussen parkeren en schoolgebouw. - Invulling als schoolplein en groene buitenruimte. Ook het fietsparkeren komt hier
3. Entrees - Hoofdentree aan de noordoostzijde, is gericht op het schoolplein en het parkeergebied. - Twee andere entrees aan de oostzijde, aan de kant van het parkeergebied. - Dienstingang. 4. Ruimtelijke verbinding - Ruimte tussen kavel nr. 70 en het gebouw van ca. 20 m breed. - Verbindt de groenstructuur, schoolplein. 5. Zichtrelaties Zichtrelaties vanuit het gebouw op de omgeving zoals zicht op parkeerplaats, groenstructuur, schoolplein en sportvelden.
Uitsnede structuurplan
6. Fietsparkeren - Locatie in de noordwestzijde van het bouwvlak. - Ruimte voor berging + opstalling. - Direct bereikbaar vanaf de Oosteinderweg en het fietspad in de groenstructuur. - Behoud een vrije doorgang tussen het pad vanaf de Oosteinderweg en de school. 7. Groene buffer: - Gelegen buiten het bouwvlak aan de west- en oostzijde. - Afstand tussen bouwvlak en groenstructuur. - Westzijde: ca. 8 meter, zuidzijde ca. 12 m.
Structuurplan – uitgangspunten bouwvlak
8
Maatregelen Op basis van het structuurplan zijn maatregelen geformuleerd die gericht zijn op het beperken van eventuele overlast. Deze zijn uitgewerkt in een stappenplan: 1.
Fietsverbinding Heemskerklaan-Oosteinderweg optimaliseren.
2.
Omvormen Oosteinderweg; rijbaan met parkeerverbod, fietssuggestiestroken of gelijkwaardige oplossing.
3.
Voetpad Oosteinderweg tussen groenstrook en IKC (doortrekken bestaand trottoir zuidzijde) tot aan schoolterrein.
4.
Nieuwe fietsroute door het groen, langs de sportvelden, met medegebruik van voetganger.
5.
Afwaarderen bestaand fiets/voetpad naar informeel wandelpad.
6.
Omvormen van de entrees van de hofjes; Medegebruik van fietsers van de voetpaden voorkomen door het aanbrengen van fysieke maatregelen.
7.
Het zicht vanuit openbare ruimte (Heemskerklaan) op het IKC beperken.
8.
Bestaande voetpaden zoveel mogelijk behouden, maar ongeschikt/ontoegankelijk maken voor fietsers of andere voertuigen.
9.
Fysieke maatregelen om scheiding tussen fietsers en voetgangers te waarborgen.
Overweging: Het is ook mogelijk om een deel van de Heemskerklaan af te sluiten, bv. het deel tussen Gerbrandystraat en Treubstraat. Een andere ingreep is het voorkomen van rondrijden rond het speelplein Heemskerklaan/Kuyperstraat. Hierdoor wordt het minder aantrekkelijk voor het af zetten van kinderen maar het heeft ook grote gevolgen voor de doorstroming in de wijk. Vooralsnog lijken deze twee ingrepen niet nodig te zijn. Maar het gedrag van de mensen is moeilijk in te schatten. Indien er toch een grote verkeersdruk komt in deze omgeving dan kunnen deze twee maatregelen nader onderzocht worden.
Visie / structuurplan
9
Luchtfoto plangebied met de groenstructuren goed zichtbaar.
Open ruimtes en paden in de groenstructuur.
Het landschap kenmerkt zich van oudsher door kleinschalige open velden in combinatie met groenstructuren. Soms werden deze groenstructuren gebruikt als houtwal of als schaapsdriften. De ruimtes die ontstaan zijn ‘landschapskamers’. Dit karakter is op veel locaties nog terug te vinden, maar valt soms te versterken. De locatie van het IKC bevindt zich in zo’n landschapskamer. Aan drie zijden zijn groenstructuren te vinden, waarvan de westelijke een brede groenzone is die de rand van de woonwijk vormt.
Groenstructuur
Open velden
▪ Behoud en versterk huidige groenstructuur, bv. door bomenrijen aan de rand en/of meer soorten, e.e.a. ook afhankelijk van participatie. ▪ Behoud van overige landschapselementen, zoals droge sloten, hoogteverschillen etc. ▪ Uitgangpunten: sociaal veilig, verlicht, zichtlijnen, meer extravert, natuurwaarden, etc. ▪ Verbeteren gebruiks- en belevingsfuncties van het groen. ▪ Buffer gebouw t.o.v. de groenstructuur op basis van een nog op te stellen Boom Effecten Analyse (BEA). ▪ Het karakter, gebruik, veiligheid en uitstraling worden in de toekomst bepaald in nog n.t.b. participatieproces met de bewoners.