AP 6a. Bijlage 9. bijlage 6 bij Toelichting. Vormvrije MER-beoordeling
Tekst van het document
VORMVRIJE M.E.R.BEOORDELING NATUURBELEVINGSCENTRUM NUNSPEET VELUWE NOORD
COLOFON VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING NATUURBELEVINGSCENTRUM NUNSPEET
IBAN: NL84 RABO 0308 1446 51 Btw-nr.: NL139099268 KvK nr. : 65329732 P/A Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Staatsbosbeheer Bureau voor Planvorming & Advies | Zwolle
Opgesteld door Datum Versie
T. Melenhorst november 2021 Definitief
Inhoud 1.
Inleiding ................................................................ 3 1.1 Aanleiding en doel ....................................................................................................................3 1.2 Beoordelingskader....................................................................................................................3 1.3 Procedure .................................................................................................................................3 1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................................................................................3 1.5 Opzet van de aanmeldnotitie ...................................................................................................4
2.
Beschrijving van de voorgenomen activiteit .......... 5 2.1 Inleiding ....................................................................................................................................5 2.2 Beschrijving van de huidige situatie van de locatie en omgeving .............................................5 2.3 Voorgenomen activiteit ............................................................................................................6 2.4 Kwetsbaarheid van het milieu ..................................................................................................9
3. Beschrijving van de gevolgen voor het milieu .......... 12 3.1 Inleiding ..................................................................................................................................12 3.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ..............................................................12 3.3 Eindconclusie ..........................................................................................................................13 Geraadpleegde literatuur............................................ 14
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Aan de Plesmanlaan 2 in Nunspeet bevindt zich Buitencentrum Veluwe Noord. Het betreft het voormalige bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer. De afgelopen periode zijn plannen ontwikkeld om het buitencentrum om te zetten naar een natuurbelevingscentrum. Het Natuurbelevingscentrum Nunspeet wil Buitencentrum Veluwe-Noord een nieuwe impuls geven en met het uitbreiden met een aantal functies. Achter het Buitencentrum Veluwe-Noord, aan de zuidzijde, wordt het bestaande natuurbelevingscentrum uitbreid met een klimbos. Tevens wordt het huidige Buitencentrum Veluwe Noord intern verbouwd ten behoeve van het initiatief. Onderliggend initiatief past niet in het huidige bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken dient afgeweken te worden van het bestemmingsplan. In dergelijke gevallen is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
1.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. Eén van de belangrijkste gevolgen van de wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluit moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het nut van deze aanmeldnotitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en er mogelijk een milieueffectrapportage noodzakelijk is. Bovendien kunnen in dit stadium mitigerende maatregelen worden geformuleerd.
1.3 Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldingsnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst uit het Besluit m.e.r. Het gaat hierbij onder andere om de aanleg, wijziging of uitbreiding van themaparken. Het klimbos kan hier redelijkerwijs onder geschaard worden. Voor deze 3
activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang van het project. Deze drempelwaarden betreffen recreatieve ontwikkelingsprojecten met: -
een oppervlakte van > 25 hectare, >250.000 bezoekers
Een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Conclusie De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 25 hectare en een bezoekersaantal van 250.000. Het klimbos is circa 1 hectare en er komen (cumulatief met het de overige activiteiten in het natuurbelevingscentrum) circa 85.000 bezoekers per jaar. Om die reden dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.
1.5 Opzet van de aanmeldnotitie In artikel 7.16 Wm is beschreven waar een aanmeldingsnotitie aan moet voldoen. Onderliggende notitie sluit hier op aan. In hoofdstuk 2 van deze notitie wordt de voorgenomen activiteit beschreven. In hoofdstuk 3 worden de waarschijnlijke gevolgen van de activiteit voor het milieu beschreven.
4
2. Beschrijving van de voorgenomen activiteit 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn. Achtereenvolgens komen in dit hoofdstuk de beschrijving van de voorgenomen activiteit en de mogelijke gevolgen daarvan voor het milieu aan bod.
2.2 Beschrijving van de huidige situatie van de locatie en omgeving Huidige situatie en gebruik Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Nunspeet en grenst direct aan het bestaande Veluwetransferium pal ten zuiden van het NS-station Nunspeet (zie onderstaande afbeelding).
Nunspeet
Aan de noordzijde loopt de spoorlijn van Amersfoort naar Zwolle, de oostzijde grenst aan een verblijfsrecreatielocatie, aan de westzijde loopt de provinciale weg N310 richting Elspeet en aan de zuidzijde van het gebied ligt de A28. Rondom het plangebied is veel bebossing waarbinnen zich ook wandelpaden bevinden. Het centrum van Nunspeet ligt op korte afstand. Naast het plangebied ligt een transferium. Bestaande bebouwing is in gebruik als buitencentrum met aanverwante functies.
5
Bestemmingsplan De bestemming van het bestaande Buitencentrum is gelegen in het bestemmingsplan ‘Veluwetransferium’ (vastgesteld 29 januari 2004). Het Buitencentrum heeft hierin de bestemming ‘Maatschappelijke voorzieningen – algemeen’.
Uitsnede bestemmingsplankaart bestemmingsplan ‘Spoorzone’. De bestemming van het bosperceel waarin het geplande klimbos zal worden gerealiseerd, is geregeld in het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 1996’. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Bos’ met meervoudige doelstellingen. Betreffende gronden zijn bestemd voor houtproductie, instandhouding van het bos en extensieve openluchtrecreatie. Er mogen alleen andere bouwwerken met een maximale hoogte van 5 meter worden gebouwd. Onder extensieve openluchtrecreatie wordt verstaan: wandelen, fietsen, paardrijden et cetera. Genoemde bestemmingen laten de uitbreiding van het geplande natuurbelevingscentrum in de vorm van een klimbos niet toe.
2.3 Voorgenomen activiteit Het Natuurbelevingscentrum Nunspeet wil Buitencentrum Veluwe-Noord een nieuwe impuls geven en het uitbreiden met een aantal functies. Achter het Buitencentrum Veluwe-Noord, aan de zuidzijde, wordt het bestaande natuurbelevingscentrum uitbreid met een klimbos. Tevens wordt het huidige Buitencentrum Veluwe Noord binnen de aanwezige hoeveelheid bebouwing verbouwd. Het oppervlakte aan horeca wordt daarbij gemaximeerd op 120 m 2 b.v.o. Deze oppervlakte is nog beschikbaar ter plaatse van het Veluwetransferium en wordt als het ware overgeheveld naar Buitencentrum Veluwe Noord. Hiermee blijft het totale aantal vierkante meter horeca in het gebied binnen het bestemmingsplan ‘Veluwetransferium’ gelijk.
6
Klimbos Op de onderstaande afbeelding is de nieuwe inrichting van het plangebied weergegeven. Het plangebied is geheel in eigendom van Staatsbosbeheer. De oppervlakte van het geplande klimbos is circa 1 hectare.
Contour klimbos en ligging natuurbelevingscentrum, indicatief. Door de geplande uitbreiding met een klimbos moet het Buitencentrum Veluwe Noord een verbeterd visitekaartje worden. Daarbij gaat het er niet alleen om wat je er kunt doen (de functies), maar vooral ook om de ruimtelijke kwaliteit, de onderlinge samenhang en de samenhang met de (natuurlijke) omgeving. Het klimbos met het buitencentrum, het terras, de entree naar de Veluwe en de routing zorgen voor een totale Natuurbeleving. Een klimbos onderscheidt zich van andere producten, doordat het product wordt geïntegreerd in de natuur. Belangrijk hierbij is vooral ook de visie die betrekking heeft op de integratie van andere producten (educatie e.d.) zodat belangrijke doelgroepen (jeugd) positief en bewust in aanraking komen met de natuur. Het Klimbos wordt geïntegreerd in de natuur en zal een onopvallend ontwerp hebben, zodat zij niet opvalt in het bos. Natuurbeleving staat voorop in het Klimbos. Uitgangspunt is dat het karakter van het bos behouden blijft en dat de toe te voegen voorzieningen op respectvolle en bij het natuurlijk karakter passende wijze worden uitgevoerd. Het bos wordt dan ook niet afgesloten. Wel worden maatregelen genomen om het publiek op de paden te laten lopen.
Dit is enerzijds uit veiligheidsoverwegingen, en anderzijds om de wortels van de bomen te beschermen en de jonge aangroei op de bodem te beschermen. Er wordt gebruikte gemaakt van het reeds aanwezige padenstelsel. De paden zullen, indien nodig, voorzien worden van houtsnippers als natuurlijke verharding.
7
Om een Klimbos te realiseren zijn 50 tot 80 sterke bomen nodig. Het klimbos zal met name boven in de bomen worden opgehangen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van boomvriendelijke bevestigingssystemen voor de hindernissen. De constructies brengen geen schade aan de bomen en groeien mee met de bomen. Onder het klimparcours kunnen mensen door het bos blijven lopen. Indien nodig worden houtsnippers gebruikt om de paden te ‘verharden’. Het plaatsen van hekken wordt voorkomen door op een handige manier de toegang tot het touwparcours af te sluiten. Op onderstaande afbeeldingen zijn referenties van een klimbos opgenomen.
Verbouw Buitencentrum Veluwe Noord Natuurbelevingscentrum Nunspeet wil intern verbouwen om meer ruimte te creëren ter facilitering van bovengenoemde activiteiten. Door een interne verbouwing zullen expositieruimte en winkel heringericht worden. In het Buitencentrum worden een nieuwe kantoorruimte en werkruimte gerealiseerd ten behoeve van de exploitatie van het klimbos. Het kantoorgedeelte krijgt een oppervlakte van ca. 130 m2 b.v.o. en bestaat uit een kantoor, opslagruimte, balie in combinatie met een uitgiftepunt voor materialen en een kantine met kleedruimte en douche. De benodigde oppervlakte wordt inpandig gerealiseerd. In het Buitencentrum wordt de reeds aanwezige ondergeschikte horeca gebruikt. Deze heeft een ondersteunende functie voor recreatieve activiteiten (klimbos).
8
Het huidige terras zal worden vervangen door een nieuw terras. Nabij het terras worden enkele speeltoestellen voor kinderen in de leeftijd van 1 tot en met 6 jaar geplaatst. De openingstijden van de horecagelegenheid worden afgestemd op de functies die vanuit het Buitencentrum Veluwe Noord worden vervuld. Randvoorwaarde hierbij is dat de huidige toegangsbepalingen voor het omliggende bosgebied gehandhaafd blijven.
2.4 Kwetsbaarheid van het milieu Voor de kenmerken van de potentiële milieugevolgen van het initiatief zijn van belang de ordegrootte van effecten, de duur en frequentie van de effecten, de mogelijke onomkeerbaarheid ervan, alsmede de afstand waarover effecten kunnen optreden. Het initiatief is op een aantal relevante onderdelen getoetst op kwetsbaarheid voor het milieu. Daaruit komt het volgende naar voren. Ecologie In het kader van onderliggend initiatief heeft een ecologische quickscan plaatsgevonden. Daaruit volgen de volgende bevindingen: •
•
•
Het plangebied is onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe en van het Gelders Natuurnetwerk. Het gebruik van het plangebied als klimbos heeft een gering negatief effect op de kwalificerende vogelsoorten Zwarte specht en Wespendief. Dit effect wordt elders in de regio gemitigeerd door het opheffen van bospaden. Voor de te verwachten kleine soorten zoogdieren en amfibieën geldt een algemene ontheffing in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk ten aanzien van deze soorten op basis van onderliggend plan. Op deze soorten en op Eekhoorn en Boommarter zijn geen negatieve effecten te verwachten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet noodzakelijk. Er bestaat een kleine kans dat in het plangebied holten voorkomen die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gebruik als klimbos is niet schadelijk voor de aanwezigheid van vleermuisverblijven mits bij de installatie van de parcoursen rekening wordt gehouden met potentiele verblijfplaatsen. Daarom dient vermeden te worden dat constructie over holten worden bevestigd of in de uitvliegroute komen te liggen. Verder moeten potentiele holten zich buiten het bereik van bezoekers bevinden.
Ten behoeve van onderliggend plan wordt rekening gehouden met de uitkomsten en aanbevelingen uit het ecologische onderzoek. Stikstof Het initiatief heeft een verkeer aantrekkende werking en het plangebied is gelegen binnen de natura2000-contour. Het klimbos, het gebouw en het erf liggen er buiten. In dat kader is een Aeriusberekening uitgevoerd om inzichtelijk te maken of en in hoeverre er sprake is van een overschrijding van de stikstofdepositie op de betreffende natura2000-gebieden. Hierbij is onderscheid gemaakt in de aanlegfase van het project en de gebruiksfase van het project. Zowel bij de aanlegfase als bij de gebruiksfase van het project vindt een depositietoename plaats. De benodigde ontwikkelruimte is beschikbaar. Daarom is in het kader van het plan een NB-wet vergunning aangevraagd om de ontwikkeling mogelijk te maken. Deze vergunning is in september 2020 afgegeven.
9
Archeologie Het plangebied ligt binnen een gebied dat de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ heeft. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Volgens de Archeologische Monumentenkaart heeft het plangebied echter geen specifieke archeologische waarde of betekenis. Ook liggen er geen archeologische monumenten in het plangebied. Voor de realisatie van het Natuurbelevingscentrum is slechts in zeer beperkte mate en alleen oppervlakkig grondverzet nodig. Op deze reden is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk en is de kans op nadelige effecten voor het milieu verwaarloosbaar. Bodem Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). Er zijn geen indicaties dat de bodem ter plaatse van het plangebied nadelige effecten heeft op de volksgezondheid en de natuur. Ook is aannemelijk dat de beperkte ingrepen in de bodem en het beoogde gebruik niet zullen leiden tot nadelige gevolgen voor de bodem en daarmee het milieu. Externe veiligheid Onderliggend plan maakt volgens de Bevi geen kwetsbare inrichting mogelijk.
Daarnaast leert een analyse van het plangebied dat er in de direct omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen liggen en dat er geen risicovol transport over spoor en weg plaatsvindt in de directe omgeving die het noodzakelijk maken om het groepsrisico nader te onderzoeken. Het project zelf maakt ook geen risicovolle inrichting mogelijk die leidt tot nadelige gevolgen voor het milieu. Akoestiek Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het opstellen of wijzigen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met de geluidsproductie van wegverkeer, spoorwegen en industrielawaai. Doel van de wet is het beschermen van geluidgevoelige objecten tegen geluid. Onderliggend plan (klimbos en natuurbelevingscentrum) voorziet niet in geluidgevoelige functies. Daarnaast maakt onderliggend plan geen functies mogelijk die nadelige akoestische gevolgen hebben voor de omgeving. Zodoende leidt het plan niet tot nadelige milieukundige effecten ten aanzien van het aspect akoestiek. Luchtkwaliteit Als gevolg van het plan (specifiek de toevoeging van het klimbos) zal een toename van het autoverkeer plaatsvinden. Uitgaande van het plan voor een klimbos met bijbehorende exploitatie kan er redelijkerwijs van uit worden gegaan dat de toename van het motorvoertuigbewegingen per etmaal circa 65 zal bedragen. Deze motorvoertuigbewegingen zijn in de NIBM-tool verwerkt.
De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld. Hieruit blijkt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zie onderstaande tabel.
10
Effect toename autoverkeer. Water Ten gevolge van onderliggend plan is sprake van een beperkte toename van verhard oppervlak en een toename van het afvalwater. Het verhard oppervlakte neemt deels toe door extra terras, deels door het toevoegen van parkeerplaatsen. Het afvalwater neemt toe door de toename van het aantal bezoekers ten behoeve van het klimbos. Ten aanzien van de wijze van de opvang en afvoer van afvalwater en hemelwater zal aansluiting worden gevonden bij de geldende gemeentelijke systematiek. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal rekening worden gehouden met de uitkomsten en aanbevelingen uit de reeds uitgevoerde watertoets. Eventuele maatregelen voorkomen negatieve milieueffecten ten aanzien van het aspect water. Bedrijven en milieuzonering Het klimbos kan worden geschaard onder de noemer ‘cultuur, sport en recreatie’. Daarbinnen is een klimbos niet expliciet benoemd. In het kader van de toets aan bedrijven en milieuzonering wordt het klimbos geschaard onder de noemer ‘veldsportcomplex’, wat feitelijk een te ‘zware’ noemer is. Daarbij geldt als maximale afstand van het klimbos ten opzichte van omliggende functies een afstand van 50 meter. Omdat duidelijk sprake is van een functiemenging in het gebied waar het plangebied onderdeel van uit maakt, kan een trede terug worden gedaan op de ladder.
Dat betekent dat de afstand tot omliggende bedrijven 30 meter moet zijn. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Andersom geldt dat het plan niet voorziet in activiteiten die van (negatieve/beperkende) invloed zijn voor omliggende bedrijven. Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering
11
3. Beschrijving van de gevolgen voor het milieu 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden meegenomen.
3.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu Kenmerken Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase. In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtverontreiniging) en bouw- en aanlegactiviteiten (waaronder trillingen en geluid). Na afronding van de werkzaamheden verdwijnen deze effecten. Effecten op het woon- en leefklimaat in de gebruiksfase zijn beperkt. De voorgenomen activiteit leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Dit kan leiden tot een zeer beperkte toename van het geluidsniveau in de directe nabijheid van de locatie. De toename van het aantal verkeersbewegingen leidt tot een beperkte toename van de luchtverontreiniging, maar dit is acceptabel zoals onderbouwd in paragraaf 2.4. De invloed op natuurgebieden is onderbouwd in het uitgevoerde ecologische onderzoek. Hieruit blijkt dat, na uitvoering van mitigatiemaatregelen, dat het plan uitvoerbaar is. Verder voorziet de voorgenomen activiteit niet in het gebruik van gevaarlijke stoffen en wordt er geen toename van het risico op ongevallen verwacht als gevolg van de voorgenomen activiteit. In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met onderliggend plan leiden tot extra effecten.
De effecten in de gebruiksfase hebben een permanent karakter. Bereik van de effecten De voorgenomen activiteit heeft geen gebieds- en landsgrens overschrijdende effecten. De effecten van de voorgenomen activiteit zijn zeer beperkt van omvang en treden alleen lokaal op. Ten aanzien van gevoelige gebieden in de omgeving zijn de effecten en het voorkomen daarvan beschreven in het ecologisch onderzoek en gecompenseerd in het mitigatieplan, op basis waarvan een NB-wet vergunning is afgegeven. Afvalstoffen Het voorgenomen gebruik zal zorgen voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval van recreanten en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. Natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals hout, staal en grond.
12
Maatregelen Onderliggende ontwikkeling leidt tot effecten op het aangrenzende natuurgebied. Deze effecten worden via mitigatie en natuurversterkingsmaatregelen voorkomen.
3.3 Eindconclusie Op basis van onderliggend plan zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten, anders dan ecologische effecten die worden gemitigeerd. Het uitvoeren van een milieueffectrapportage is niet noodzakelijk.
13
Geraadpleegde literatuur -
Natuurtoets Wet Natuurbescherming Klimbos Nunspeet, Ruimte voor Advies, 26 oktober 2018 Ontwerpbesluit NB-wet september 2021, Provincie Gelderland Natuurversterkingsplan Klimbos Nunspeet Rapportage Aerius calculator (gebruiksfase en aanlegfase), december 2020 Digitale watertoets, 12 juli 2018 Bestemmingsplan ‘Veluwetransferium’ (vastgesteld 29 januari 2004)
14
Postadres: Korenbloemstraat 30, 8012 XS Zwolle | E: info@bureaupena.nl | W: www.bureaupena.nl IBAN: NL84RABO0308144651 | K.v.K.: Zwolle 65329732 | BTW nr. : NL139099268B01