AP 6a. Bijlage 1b. HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW Regels pdf d.d. 07-09-2024
Tekst van het document
9.2.3
Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.
b. c.
d. e.
de goothoogte en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: bijbehorende bouwwerken
maximale goothoogte
maximale bouwhoogte
bijbehorende bouwwerken
3,50 m
5m
de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw niet meer dan 60 m2 bedragen; bij de woningen die gebouwd worden binnen het gebied met de 'specifieke bouwaanduiding - boswoningen' is een erker, als onderdeel van het hoofdgebouw, toegestaan mits deze maximaal 1,5 meter diep is, maximaal 3 meter hoog is, en een maximale breedte heeft van 2/3 van de voorgevel; bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd aan de woning (het hoofdgebouw) en dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. bijbehorende bouwwerken dienen ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd;
9.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
2.
3.
9.3
bouwwerken, geen gebouwen zijnde
maximale bouwhoogte
vlaggenmasten
6 meter
lichtmasten
1 meter
luifels en andere overkappingen met een open constructie
3 meter
erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van een hoofdgebouw:
1 meter
overige erf- en terreinafscheidingen
1,80 meter
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
2 meter
Binnen de bestemmingen "Wonen" ter plaatse waar de 'specifieke bouwaanduiding - boswoningen' is aangegeven, mogen geen erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd; er zijn alleen erf- en terreinafscheidingen bij de 'boswoningen' toegestaan binnen de bestemming "Tuin" (volgens artikel 6 Tuin). Binnen de bestemmingen "Wonen" ter plaatse van de ''specifieke bouwaanduiding - poortwoningen' zijn enkel groene erfafscheidingen (haag of met klimop begroeid scherm) toegestaan. Hekken, schuttingen of muren zijn niet toegestaan. Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a.
Het bepaalde in sublid 9.2.2, onder e, ten behoeve van een diepte van 15 m, mits: 1. het een vrijstaand hoofdgebouw betreft; 2. het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast; 3. het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast; 4. de natuurwaarden en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; 5. de stedenbouwkundige structuur niet onevenredig wordt aangetast.
25
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
9.4 a.
b.
c.
d.
Specifieke gebruiksregels De waterberging voor de woningen, die kunnen worden gebouwd ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - boswoningen' en de 'specifieke bouwaanduiding - poortwoningen' dient, overeenkomstig het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet" d.d. 3 september 2024 van Aveco de Bondt, nadat deze waterberging op eigen terrein (binnen de bestemmingen "Wonen" en "Tuin") is gerealiseerd, waarbij uitgegaan dient te worden van 60 mm berging per m2 (in plaats van 30 mm berging per m2 waarover gesproken wordt in de Kavelpaspoorten volgens het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte Nunspeet" d.d. 26 juli 2024) dient als zodanig gebruikt te worden. Deze waterbergingseis dient als een voorwaarde bij de omgevingsverguningen voor de activiteit "bouwen van een bouwwerk" te worden opgenomen. Deze waterberging dient na de bouw en aanleg daarvan in stand te worden gehouden. Binnen de bestemmingen "Wonen" ter plaatse waar de 'specifieke bouwaanduiding - boswoningen' is aangegeven, zijn geen erf- en terreinafscheidingen toegestaan; er mogen aldaar alleen erf- en terreinafscheidingen bij de 'boswoningen' worden gebouwd en gebruikt binnen de bestemming "Tuin" (volgens artikel 6 Tuin).
Binnen de bestemmingen "Wonen" ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - poortwoningen' zijn enkel groene erfafscheidingen (haag of met klimop begroeid scherm) toegestaan. Hekken, schuttingen of muren zijn niet toegestaan. Gebruik voor andere erfafscheidingen dan groene erfafscheidingen (haag of met klimop begroeid scherm), zoals hekken, schuttingen of muren, is niet toegestaan. Daar waar de 'specifieke bouwaanduiding - poortwoningen' is aangegeven op de verbeelding gelden vanwege het akoestisch onderzoek "Landgoed De Grote Bunte. Actualisatie akoestisch onderzoek" van bureau Goudappel (kenmerk 018481.20240723.R1.01) d.d. 24 juli 2024 (zie Bijlage 34 bij de Toelichting) en de verleende Hogere Grenswaarden Wet geluidhinder (Wgh) voor de 4 "poortwoningen" de volgende aanvullende voorwaarden voor de te bouwen 4 "poortwoningen": 1. Woningen 1 tot en met 4 beschikken alle over een geluidluwe gevel en buitenruimte. 2. Voor woning 1 dienen er conform het beleid minstens drie verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde gerealiseerd worden. 3. Voor de meest zuidelijke van de vier te bouwen "poortwoningen" (woning 1) bedraagt de hoogst berekende geluidsbelasting van de meest zuidelijke gevel 61 dB. Om te kunnen voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB dient het geluidreducerend vermogen van de betreffende gevel 28 dB te bedragen.
Voor de overige drie woningen zullen maatregelen aan de gevel worden getroffen om aan het vereiste binnenniveau van 33 dB(A) te voldoen. Hiermee wordt voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4. Nadat de bouw van de onderhavige 4 woningen is gerealiseerd met inachtneming van de bovenstaande 3 voorwaarden dienen de 4 woningen met inachtneming van deze voorwaarden te worden gebruikt.
tekening: De plaats van de 4 genoemde woningen worden aangegeven op bovenstaande tekening.
26
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
9.5
Regels voor Monumentale bomen
Met betrekking tot Monumentale bomen gelden aanvullend aan de Regels in dit artikel voor de bestemming "Wonen", de Regels van artikel 16, lid 16.2.1 Monumentale bomen en lid 16.2.2 Afwegingscriteria Monumentale bomen. Verder geldt volgens artikel 16, lid 16.2.5 de Aanvullende werking van de Bomenverordening 2021 (en diens rechtsopvolgers) van de gemeente Nunspeet.
9.6
Regels voor 'overige zone - boomzonegebied'
Met betrekking tot de 'overige zone - boomzonegebied' gelden aanvullend aan de Regels in dit artikel voor de bestemming "Wonen", de Regels van artikel 16, lid 16.2.3 Overige zone - boomzonegebied en lid 16.2.4 Afwegingscriteria 'overige zone - boomzonegebied'. Verder geldt volgens artikel 16, lid 16.2.5 de Aanvullende werking van de Bomenverordening 2021 (en diens rechtsopvolgers) van de gemeente Nunspeet.
9.7
Voorwaardelijke verplichting 2 i.v.m. nog te verrichten bodemonderzoek
Daar waar de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2' is aangegeven dient alvorens omgevingsvergunningen voor de activiteit "het bouwen van een bouwwerk" worden verleend en/of omgevingsvergunningen voor de activiteit "het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden" worden verleend, eerst een bodemonderzoek te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat de Bodemkwaliteit van het aangeduide gebied voldoende goed is, zodat de kwaliteit van de bodem geen belemmeringen oplevert voor de uitvoering van de genoemde actiiviteiten. (Voor de aanduiding van het gehele gebied waar de "voorwaardelijke verplichting 2" geldt wordt verwezen naar de kaart volgens Bijlage 49 bij de Toelichting, en naar de digitale Verbeelding).
27
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De op de verbeelding als 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringstroken.
10.2
Voorrangsbepaling
De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.
10.3
Bouwregels
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in artikel 10, lid 10.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid.
10.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijke advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
10.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen t.b.v. inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
10.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.6.1
Verbodsbepaling voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming "Leiding - Gas" zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen, en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
10.6.2
Uitzonderingen verbodsbepaling
Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. b.
die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van
28
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
c. d.
de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
10.6.3
Omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden.
10.6.4
Verplichting tot het inwinnen van schriftelijk advies van de leidingbeheerder
Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 10, lid 10.6.3, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
29
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 11.2
Bouwregels
11.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. b. c.
geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord.
11.2.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in lid 11.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.
11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a.
b. c. d.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
11.3.2
Uitzondering voor de vergunningplicht
Het bepaalde in 11.3.1 is niet van toepassing indien: a. b.
de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel 2. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord;
danwel a.
op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige
30
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
b. c.
op het terrein van de archeologische monumenten-zorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. het werken betreft op een geringere diepte dan 0,50 m onder maaiveld; het werken betreft op een groter diepte dan 0,50 m onder maaiveld maar met een kleiner oppervlakte dan 2500 m2.
31
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 12.2
Bouwregels
12.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. b. c.
geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord.
12.2.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in lid genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.
12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a.
b. c. d.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
12.3.2
Uitzondering
Het bepaalde in 12.3.1 is niet van toepassing indien: a. b.
de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel 2. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord;
danwel c.
op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige
32
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
d. e.
op het terrein van de archeologische monumenten-zorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. het werken betreft op een geringere diepte dan 0,50 m onder maaiveld; het werken betreft op een groter diepte dan 0,50 m onder maaiveld maar met een kleiner oppervlakte dan 2500 m².
33
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
34
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 14 14.1
Algemene bouwregels
Ondergeschikte bouwdelen
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
14.2
Verlichtingsplan
14.2.1 Verlichtingsplan 1. Om verstoring van de aanwezige fauna en in het bijzonder de vleermuizen te beschermen dient het verlichtingsplan zoals dat is beschreven in het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte" d.d. 26 juli 2024, in Paragraaf 3.5.2, blz. 27 (zie Bijlage 2 bij de Regels van dit bestemmingsplan), en zoals beschreven in het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte" d.d. 26 juli 2024, en volgens Paragraaf 3.5.2 van de Toelichting van dit bestemmingsplan (zie Bijlage 5 bij de Regels van dit bestemmingsplan) te worden uitgevoerd volgens de onderstaande regels: a. Uitgangspunt is dat het terrein zo min mogelijk wordt verlicht. b. Bij de parkeerplaats dienen naar beneden gerichte verlichting met sensoren te worden aangebracht, waardoor de lichten alleen branden als er mensen zijn (dynamische verlichting). c. Bij de fietsenstalling dient er dynamische verlichting te worden aangebracht. d. De verlichting langs de oprijlaan naar de parkeerlaats, de paden van de parkeerplaats naar de hoofdentree van het zorggebouw en de entree van het koetshuis zal bestaan uit lage (hooguit 1 meter hoog), naar beneden gerichte verlichting. Dit geldt ook voor de verlichting op de terrassen in de tuin van het zorgcentrum. e. Bij of op de wandelpaden in de zogenoemde “bostuin” wordt geen verlichting aangebracht. f.
Bij of op het "bospad" (toegangsweg) naar de “boswoningen” wordt geen verlichting aangebracht. g. Om uitstraling van de binnenverlichting van het zorgcentrum met de bestemming "Maatschappelijk" naar de aanvliegroute en het kraamverblijf van de rosse vleermuis te voorkomen, dienen aan de oostzijde van het gebouw de zonwerende screens voor de kozijnen van de zorgkamers te worden voorzien van een tijd-/schemerschakelaar. De screens worden neergelaten wanneer het donker wordt zodat er geen licht uitstraalt naar buiten. De ruimtes met glas aan de oostzijde, maar zonder screens, zoals de verkeersruimten, dienen armaturen te krijgen met gerichte verlichting die geen strooilicht naar buiten veroorzaken. h. Lichtmasten mogen maximaal 1 meter hoog zijn, hetgeen (ook) is geregeld in de bouwregels van het bestemmingsplan. i. Voor de vrijstaande woningen wordt per kavel in het Kavelpaspoort vastgelegd wat wel en niet mag en kan. (Dit Kavelpaspoort maakt ook onderdeel uit van de koopovereenkomst). De volgende maatregelen met betrekking tot de verlichting zijn opgenomen in het Kavelpaspoort (de Kavelpaspoorten): Alleen LED verlichting is toegestaan. Maximaal 700 lumen per lichtpunt. Maximaal 5 lichtpunten per woning. Armaturen met een gerichte bundel toepassen. Armaturen dienen afgeschermd te zijn aan de bovenzijde. 14.2.2 Afwijkingen van het Verlichtingsplan 1.
Met een omgevingsvergunning kan het college van Burgemeester en Wethouders afwijken van het bepaalde in artikel 14.2, lid 14.2.1 mits wordt voldaan aan de volgende Regels: a. de afwijking een ondergeschikt deel van het Verlichtingsplan betreft. b. de afwijking niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. c. de afwijking niet in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. d. de afwijking geen afbreuk doet aan het monumentale karakter van het landhuis. e. de afwijking geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het gebied. f. de afwijking geen afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van het gebied.
35
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 15 15.1 1.
a. b.
Algemene gebruiksregels
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemmingen, tenzij voor dit afwijkende gebruik een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving is verleend. Tot een strijdig gebruik met de bestemmingen wordt, tenzij anders bepaald in de betreffende bestemming, in ieder geval gerekend: gebruik ten behoeve van een seksinrichting; gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning;
onbebouwde gronden: c. d.
als stand- of ligplaats van onderkomens; als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden.
2.
Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 2º van de Wet op de economische delicten.
15.2 Specifieke gebruiksregels met voorwaardelijke verplichtingen in verband met de uitvoering van het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte" d.d. 26 juli 2024, van Baljon Landschapsarchitecten; het Beheerplan Landgoed De Grote Bunte" van juli 2024 van Buiting Advies; het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet" versie 2.0 d.d. 3 september 2024, van Aveco de Bondt; en het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten" d.d. 26 juli 2024 1.
2.
3.
De inrichting en het beheer van het gebied van het bestemmingsplan "Herontwikkeling Landgoed De Grote Bunte - Chw" dient te worden uitgevoerd, en in stand worden gehouden overeenkomstig: het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte" d.d. 26 juli 2024 van Baljon Landschapsarchitecten (Bijlage 2 bij de Regels). het "Beheerplan Landgoed De Grote Bunte" (juli 2024, versie 8 augustus 2024) van Buiting Advies (Bijlage 3 bij de Regels). het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet" versie 2.0 d.d. 3 september 2024 van adviesbureau Aveco de Bondt (Bijlage 4 bij de Regels). het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte" d.d. 26 juli 2024 (Bijlage 5 bij de Regels). Voorwaardelijke verplichting m.b.t. de te bouwen woningen volgens de bestemming "Wonen": a. Zodra voor de 10 "boswoningen" en de 4 "poortwoningen" omgevingsvergunningen voor de activiteit "bouwen van een bouwwerk" zijn verleend en met de uitvoering is begonnen, dient een begin te zijn gemaakt met de uitvoering van het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte", het "Beheerplan Landgoed De Grote Bunte", en het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet", en het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte", zoals bij sublid 1. genoemd. b.
Zodra de 10 "boswoningen" en de 4 "poortwoningen" gerealiseerd zijn dient binnen een jaar na deze realisering de inrichting van het bestemmingsplangebied ook gerealiseerd te zijn en in stand worden gehouden volgens het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte", het "Beheerplan Landgoed De Grote Bunte", het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet", en het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte", zoals bij sublid 1. genoemd. c. Indien niet voldaan wordt aan de Regels zoals beschreven in artikel 15, lid 15.2, sublid 1, en sublid 2, letter a. en/of letter b. is het niet toegestaan de genoemde "boswoningen" en de genoemde "poortwoningen" te gebruiken voor de bestemming "wonen". Voorwaardelijke verplichting m.b.t. de te bouwen woon-zorg voorziening met de bestemming "Maatschappelijk": a.
Zodra met de uitvoering van de omgevingsvergunningen voor de verbouwing, de restauratie, en de uitbreiding van de gebouwen met de bestemming "Maatschappelijk" ten behoeve van de maatschappelijke voorziening voor dementerende/hulpbehoevende ouderen is begonnen, dient een begin te zijn gemaakt met de uitvoering van het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte", het "Beheerplan Landgoed De Grote Bunte", het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet", en het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte", zoals bij sublid 1. genoemd.
36
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld) b.
4.
5.
6.
Zodra de verbouwing, de restauratie, en de uitbreiding van de gebouwen met de bestemming "Maatschappelijk" ten behoeve van de woon-zorg voorziening met de bestemming "Maatschappelijk" is gerealiseerd, dient binnen een jaar na deze realisering de inrichting van het bestemmingsplangebied ook gerealiseerd te zijn en in stand worden gehouden volgens het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte", het "Beheerplan Landgoed De Grote Bunte", het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet", en het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte", zoals bij sublid 1. genoemd. c. Indien niet voldaan wordt aan de regels zoals beschreven in artikel 15, lid 15.2, sublid 1, en sublid 3, onder letter a. en/of letter b. is het niet toegestaan om de gebouwen met de bestemming "maatschappelijk" ten behoeve van de maatschappelijke voorziening voor dementerende/hulpbehoevende ouderen te gebruiken. Met een omgevingsvergunning kunnen Burgemeester en Wethouders afwijken van het bepaalde in Artikel 15, lid 15.2, sublid 1 tot en met artikel 15, lid 15.2, sublid 3, mits wordt voldaan aan de volgende Regels: a. de afwijking op detailniveau de tuinindeling van de Bostuin kan wijzigen naar aanleiding van specifieke gebruikerswensen. b.
de afwijking een ondergeschikt onderdeel van het "Definitief Ontwerp-Inrichtingsplan Landgoed De Grote Bunte", het "Beheerplan Landgoed De Grote Bunte", het rapport "Weging van het Waterbelang De Grote Bunte te Nunspeet", en het "Beeldkwaliteitplan met Kavelpaspoorten De Grote Bunte", zoals bij 1 genoemd, betreft, en mits de afwijking niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. de afwijking niet in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. de afwijking geen afbreuk doet aan het monumentale karakter van het Landhuis De Grote Bunte. de afwijking geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het gebied van het Landgoed De Grote Bunte. de afwijking geen afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van het gebied. Met een omgevingsvergunning kunnen Burgemeester en Wethouders verder afwijken van het bepaalde in artikel 15, lid 15.2, sublid 1 tot en met artikel 15, lid 15.2, sublid 3 mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de afwijking van doen heeft met de planning van de werkzaamheden voor de bestemming "Wonen" en/of voor de bestemming "Maatschappelijk", en mits: de afwijking niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. de afwijking niet in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. de afwijking geen afbreuk doet aan het monumentale karakter van het Landhuis De Grote Bunte.
de afwijking geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het gebied van het Landgoed De Grote Bunte. de afwijking geen afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van het gebied. Burgemeester en Wethouders kunnen aan de te verlenen omgevingsvergunningen voor afwijkingen zoals genoemd in artikel 15, lid 15.2, sublid 4 en sublid 5 nadere voorwaarden verbinden.
15.3
Specifieke gebruiksregels ten behoeve van een bed en breakfast
15.3.1 Verbodsbepaling voor nieuwbouw ten behoeve van een bed en breakfast 1. Nieuwbouw ten behoeve van een bed en breakfast is niet toegestaan binnen het bestemmingsplangebied. 2. Artikel 15.3.1, lid 1, is niet van toepassing indien er nieuwbouw in de vorm van herbouw plaatsvindt. 15.3.2 Verbodsbepaling voor het gebruiken van een gebouw voor een bed en breakfast en voor het verbouwen van een gebouw tot een bed en breakfast 1. Het is verboden een gebouw te gebruiken voor een bed en breakfast, en het is verboden een gebouw te verbouwen tot een bed en breakfast, binnen het bestemmingsplangebied. 2. Met de afwijkingsmogelijkheden, zoals omschreven in artikel 15.4 kan het college van Burgemeester en Wethouders afwijken van de verbodsbepaling volgens artikel 15.3.2, lid 1.
15.4
Afwijking bed & breakfast binnen de bebouwde kom
Ter plaatse van het bestemmingsplangebied kan het college van Burgemeester en Wethouders afwijken van het bepaalde in artikel l15.3.2, lid 1, door een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van en het verbouwen tot een bed en breakfast overeenkomstig de volgende regels: 1.
Een bed en breakfast mag gerealiseerd worden in een woning of in een bedrijfswoning bij de bestemmingen Wonen, Dienstverlening, Gemengd, Horeca en Maatschappelijk. Binnen de bestemming Tuin is een bed en breakfast nadrukkelijk niet toegestaan. Ook in een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de woningen of bedrijfswoningen binnen deze bestemmingen kan onder voorwaarden een bed en breakfast worden gerealiseerd.
37
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld) 2.
Er mag voor de bed & breakfast niet meer dan 40% van de gebruiksvloeroppervlakte van de woning/bedrijfswoning en een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gebruikt met een maximum van 120 m2. Onder de toegestane oppervlakte van een bed en breakfast vallen de volgende ruimten: slaapkamer(s); bad-, douche-, en toiletruimten die niet gedeeld worden met de bewoner(s); een gemeenschappelijke ruimte; Gemeenschappelijke verkeersruimtes hoeven niet bij de toegestane oppervlakte te worden meegerekend.
3.
Voor het realiseren van een bed en breakfast in maximaal één vrijstaand bijbehorend bouwwerk kan vergunning worden verleend als: a. deze bijdraagt aan de doelstellingen zoals deze genoemd worden in Thema 3 van de Omgevingsvisie Nunspeet; b. niet meer dan 50 m2 van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk hiervoor wordt ingericht. Hierbij dient wel het maximum aan m2 voor een bed en breakfast van in totaal 120 m2, volgens lid 2 van dit artikel, in acht te worden genomen. c. het desbetreffende vrijstaande bijbehorende bouwwerk op minimaal 1 meter van de erfgrens staat. 4. Degene die de bed en breakfast exploiteert, dient ingeschreven te staan in de BRP (Basisregistratie Personen) op het desbetreffende adres. 5. Een bed en breakfast mag eveneens worden gerealiseerd in een uniek object, niet zijnde een woning of bijbehorend bouwwerk. Het gaat dan om karakteristieke gebouwen en/of varende constructies. Voorwaarde is dat het gebouw en/of de varende constructie voldoet aan de eisen zoals deze genoemd worden in het Bouwbesluit. Dergelijke initiatieven worden per geval beoordeeld. Omdat hier niet altijd sprake is van een inschrijving van de bewoner(s) in de BRP (Basisregistratie Personen), wordt een afweging per geval gemaakt. 6. In de bed en breakfast mag geen zelfstandige kookvoorziening aanwezig zijn. 7.
Er moet een parkeergelegenheid aanwezig zijn of worden aangelegd op het perceel waarop de bed en breakfast wordt aangeboden. Het aantal parkeerplaatsen voor de bed en breakfast moet minimaal overeenkomen met het aantal slaapkamers van de bed en breakfast boven op het aantal parkeerplaatsen dat bij de bestemming hoort. 8. Ter beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning vindt een belangenafweging plaats, waarbij de volgende aspecten worden getoetst en meegewogen: a. de belangen van de gebruikers of van de eigenaren van de aanliggende gronden en nabijgelegen woningen en bedrijven; b. de afstand van de bed en breakfast tot een woning op een naastgelegen perceel moet minimaal 10 m bedragen; Bij knelpunten vanwege deze 10 meter-eis kan het college van Burgemeester en Wethouders hiervan afwijken waarbij aan de overige letters van dit sublid (letters a, c, d, e, f, en g) wel moet worden voldaan; c. de milieusituatie (aan de bedrijfsvoering van agrarische en niet-agrarische bedrijven in de nabije omgeving mag door een en breakfast geen beperking ontstaan); d. de verkeersveiligheid; e. de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; f. het straatbeeld; g. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en naastgelegen woningen. 9.
Degene die de gelegenheid biedt tot het houden van nachtverblijf is belastingplichtig op grond van de geldende Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting. De exploitant is verplicht hiervoor een eigen nachtverblijfregister bij te houden, die door de gemeente kan worden gecontroleerd. 10. Het aantal overnachtingen waarbij in een bed en breakfast mag worden overnacht mag maximaal 14 nachten achtereen bedragen. 11. Op het perceel van de bed en breakfast mag maximaal één reclameaanduiding in de vorm van een bord met een opschrift voor de bed en breakfast worden geplaatst. Dit bord dient te voldoen aan de eisen die aan reclame worden gesteld in de “Reclameverordening 1994” en in de “Welstandsnota (2015)”.
38
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 16
Algemene aanduidingsregels
16.1
Geluidszone - industrie
16.1.1
Omschrijving
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Geluidszone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (geluidhinderlijke inrichtingen).
16.1.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde elders in dit bestemmingsplan mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gebouwd op de gronden met de aanduiding als bedoeld in 16.1.1.
16.1.3
Afwijking van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.1.2 voor het bouwen van nieuwe geluidgevoelige objecten, overeenkomstig de andere bestemmingen, mits de geluidbelasting vanwege de industrie niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende maximaal toelaatbare waarde, dan wel de verleende hogere waarde.
16.2
Overige zones
16.2.1
Monumentale bomen
a
Monumentale bomen algemeen 1.
2. b 1. 2. 3.
4.
5. 6. 7.
Ter plaatse van de aanduiding "monumentale bomen" zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming en het beheer van monumentale bomen. Voor de bescherming en het beheer van deze "monumentale bomen" zijn de volgende regels van toepassing.
Monumentale bomen verbodsbepaling en omgevingsvergunning Het is verboden "monumentale bomen" te vellen of te doen vellen. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a. bomen die moeten worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college van Burgemeester en Wethouders; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; een omgevingsvergunning voor het vellen van monumentale bomen kan, indien alternatieven voor behoud zijn onderzocht, worden verleend a. indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of: b. indien sprake is van een monumentale boom in eigendom van de gemeente, en een beargumenteerde motivatie opweegt tegen het duurzaam behoud van de monumentale boom of c. indien sprake is van een monumentale boom in eigendom van een particulier, en een beargumenteerd individueel belang van niet-tijdelijke aard, opweegt tegen het duurzaam behoud van de Monumentale boom. Aan een omgevingsvergunning zoals bedoeld bij 4.
kan het college van Burgemeester en Wethouders voorschriften verbinden. Het college van Burgemeester en Wethouders kan bepalen dat door de aanvrager van de omgevingsvergunning bij de aanvraag een Bomeneffect-analyse moet worden overgelegd. Het college van Burgemeester en Wethouders kan, indien een boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit
39
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld) waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden, wordt daarna en na veiling zo spoedig mogelijk bekend gemaakt. 16.2.2 Afwegingscriteria Monumentale bomen 1. Het college van Burgemeester en Wethouders kan de vergunning weigeren dan wel, onder voorschriften verlenen. 2. Vergunning voor het vellen van een boom als bedoeld in artikel 16, lid 16.2.1 kan worden worden geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de boom, op basis van één of meer van de volgende waarden: a. ecologische waarden; b. landschappelijke waarden; c. beeldbepalende waarden; d. cultuurhistorische waarden; e. waarden van stads- en dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid. 16.2.3 Overige zone - boomzonegebied 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag gemeentelijke bomen met een stamomtrek van 120 cm of groter, of bomen staande in het Boomzonegebied, volgens de gebiedsaanduiding 'overige zone boomzonegebied', met een stamomtrek van 120 centimeter of groter, te vellen of te doen vellen. 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod, behoudens vergunning, geldt eveneens voor bomen die zijn aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a.
bomen die moeten worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college van Burgemeester en Wethouders; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek knotten of kandelabereren als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. bomen die bij wijze van dunning moeten worden geveld; e. velling in het kader van een vastgesteld privaat of publiekrechtelijk beheerplan; 4. Het bevoegd gezag kan indien een boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit, waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden, wordt daarna en na velling zo spoedig mogelijk bekend gemaakt. 16.2.4 Afwegingscriteria 'overige zone - boomzonegebied' 1. Het college van Burgemeester en Wethouders kan de omgevingsvergunning weigeren dan wel, onder voorschriften verlenen. 2. Vergunning voor het vellen van een boom als bedoeld in artikel 16, lid 16.2.3 kan worden geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de boom, op basis van één of meer van de volgende waarden: a. ecologische waarden; b. landschappelijke waarden; c. beeldbepalende waarden; d. cultuurhistorische waarden; e.
waarden van stads- en dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid. 16.2.5 Aanvullende werking van de Bomenverordening 2021 (of diens rechtsopvolgers) van de gemeente Nunspeet a. Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsverordening of weigering van een omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 16.2.1; 16.2.2; 16.2.3; en 16.2.4 kan deze aanvraag aanvullend worden getoetst aan de Bomenverordening 2021 (of diens rechtsopvolgers) van de gemeente Nunspeet. b. Indien de Bomenverordening 2021 van de gemeente Nunspeet tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere verordening, dient aan deze gewijzigde, respectievelijk de vervangende, verordening te worden getoetst.
40
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 17 17.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels: a.
b.
c.
ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages;
41
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 18
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd binnen de volgende grenzen het plan te wijzigen, voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt: het wijzigen van bestemmingsgrenzen, zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.
42
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 19 19.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit bestemmingsplan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 19.2
Aanvullende werking welstandscriteria
De ter plaatse en in de regels geboden ruimte ten aanzien van de situering, de maatvoering en de vormgeving van bouwwerken kan nader worden ingevuld door de welstandscriteria, zoals opgenomen in de gemeentelijke "Welstandsnota". 19.3
Parkeren
19.3.1 Parkeerregels algemeen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2. het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. b.
De onder a genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd.
19.3.2
Afwijken van de parkeerregels
Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.3.1: a. b.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
19.3.3
Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels
De in artikel 19.3.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de parkeersituatie in de openbare ruimte; het woon- en leefklimaat; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 19.3.4 Parkeerfonds a. Van de parkeerregels genoemd in artikel kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds. b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). c. De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014).
43
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
19.3.5
Beleidsregels
Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 19.3.1, 19.3.2, 19.3.3, en 19.3.4 wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel.
19.4
Verwijzing naar adressen
De adressen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, betreffen de adressen zoals deze op de verbeelding zijn terug te vinden op het moment van vaststelling van het plan. Deze zijn niet leesbaar op ruimtelijke plannen.
44
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 20 20.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.
20.2
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 20.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.4
Gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik. 20.5 a.
b.
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 20.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld 20.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
20.6
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Het bepaalde in artikel 20.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
45
bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)
Artikel 21
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW van de gemeente Nunspeet.
46