CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6. Bijlage was-wordt tabel nieuwe APV.doc

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet1.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Woonoverlast Artikel 2:79 (artikel I van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:79 (Woonoverlast als bedoeld in Artikel 2:79 lid 1 (Woonoverlast als bedoeld artikel 151d Gemeentewet) in artikel 151d Gemeentewet) 1. Degene die een woning of een bij die woning 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door ingezetene met een adres in de gemeente in gedragingen in of vanuit die woning of dat erf de basisregistratie personen is ingeschreven, of in de onmiddellijke nabijheid van die woning draagt er zorg voor dat door gedragingen in of of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke vanuit die woning of dat erf of in de hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

Alcoholwet Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:24 (Definities), eerste lid, onder d: (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)

Artikel 2:24(Definities), eerstelid, onder d: (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)

d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet:(artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit)

d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet:(artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit)

Titel Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet

Titel Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet

-2-

Bestaande tekst Artikel 2:34 Definities

Nieuwe tekst Artikel 2:34 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder: -alcoholhoudende drank; -horecabedrijf; -horecalokaliteit; -inrichting ;-paracommerciële rechtspersoon; -sterke drank;slijtersbedrijf; -zwak-alcoholhoudende drank;

In deze afdeling wordt verstaan onder: -alcoholhoudende drank; -horecabedrijf; -horecalokaliteit; -inrichting; -paracommerciële rechtspersoon; -sterke drank ;-slijtersbedrijf;zwak-alcoholhoudende drank;

dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank-en Horecawet Artikel 2:48(Verboden drankgebruik), derde lid:(artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)

dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet Artikel 2:48(Verboden drankgebruik), derde lid:(artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)

3. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Artikel 3:5(Gedragseisen exploitant en beheerder), tweede lid, onder c, onderdeel 1:(artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)

3. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 3:5(Gedragseisen exploitant en beheerder), tweede lid, onder c, onderdeel 1:(artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)

-bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen.

-bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen.

Lachgas Bestaande tekst Artikel 2:48a (Verkoop en gebruik lachgas) 1. Onder lachgas wordt verstaan: (distikstofmonoxide, N20), een organische verbinding van stikstof en zuurstof met als bruto formule N20, waarvan de verkoop en het gebruik -al dan niet in combinatie met gaspatronen, ballonnen, (slagroom)spuiten of een tank- voor recreatieve doeleinden plaats vindt. 2.

Nieuwe tekst Artikel 2:48a (Verboden lachgasgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare

-3-

Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen lachgas te gebruiken als dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 3. Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen, die deel uitmaken van een door het college respectievelijk de burgemeester aangewezen gebied, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of al dan niet tegen betaling aan te bieden of te verwerven.

Para-commerciële inrichtingen Bestaande tekst Artikel 2:34G Overgangsrecht 1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen: a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; b. de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend; c. de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden. 2. Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen blijven van kracht. 3. Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze

orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

Nieuwe tekst Vervallen

-4-

verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen. 4. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Drank- en Horecaverordening gemeente Nunspeet 1993 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 5. Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening gemeente Nunspeet 1993 wordt beslist met toepassing van deze verordening.

Hondenbeleid Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:57 Loslopende honden

Artikel 2:57 Loslopende honden

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden: a. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats een hond los te laten of los te hebben; b. buiten de bebouwde kom op voor het publiek toegankelijke plaatsen een hond anders dan onder ondermiddellijke toezicht los te laten lopen of te hebben; c. buiten de bebouwde kom op nader door het college aan te wijze en ter openbare kennis te brengen gebieden, een hond los te laten lopen of los te hebben; d. in een weiland of op een terrein, zonder toestemming van de rechthebbende een hond los te laten lopen of los te hebben.

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden: a. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats een hond los te laten of los te hebben; b. buiten de bebouwde kom op nader door het college aan te wijze en ter openbare kennis te brengen gebieden, een hond los te laten lopen of los te hebben; c. buiten de bebouwde kom zonder onmiddellijke toezicht een hond los te laten of los te hebben; d. in een weiland of op een terrein, zonder toestemming van de rechthebbende een hond los te laten lopen of los te hebben.

2. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a, b en c zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a.

2. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a, b, c en d zijn niet van toepassing op politiehonden zolang zij in functie zijn.

-5-

die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 2:58 Verontreiniging door hon- Artikel 2:58 Verontreiniging voor honden den 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of gemeentelijk gazon; c. op een andere door het college aangewezen plaats. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 4 Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 3 is eenieder die zich met een hond op de weg bevindt verplicht een deugdelijk middel ter onmiddellijke verwijdering van hondenuitwerpselen bij zich te hebben.

1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht binnen de bebouwde kom ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of gemeentelijk gazon; c. op een andere door het college aangewezen plaats. 2. De eigenaar of houder van een hond is verplicht buiten de bebouwde kom ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd is voor het verkeer van voetgangers. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 4. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 5. Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 3 is eenieder die zich met een hond op de weg bevindt verplicht een deugdelijk middel ter onmiddellijke verwijdering van hondenuitwerpselen bij zich te hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10899418/1