CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6. Beleidsplan sociaal domein

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Verlengen integraal beleidsplan sociaal domein 2022-2025. (hamerstuk)5.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

“Allenig zijn is maar een wankele basis” Evert Bouw, een karakteristieke Veluwnaar

lntegraal beleidsplan sociaal domein 2022-2025 gemeente Nunspeet

Over de titel van dit beleidsplan In het boek “Allenig zijn is maar een wankele basis” staan allerlei portretten van karakteristieke Veluwnaren, waaronder een portret van Gies (Gijsbertus) ‘het boertje’ Prophitius (1897-1982). was een man die ervoor koos om zijn leven op geheel eigen wijze te leven. Hij had lak aan zorgverleners. Een tandarts? Kijk eens naar zijn gebit! Een dokter? “Een cognacje is beter dan een giftige pil.” Maar was deze man ongelukkig? Was hij een last of zorg voor de samenleving? Kijk eens hoe uitbundig hij op zijn tachtigste nog lacht! En zijn AOW heeft hij nooit verzilverd!

Gies Prophitius

Als hij nu nog geleefd had, had hij wellicht symbool gestaan voor de doelgroep(en) van dit beleidsplan. Het herinnert ons eraan dat er ruimte moet zijn voor mensen om eigen keuzes te maken. Niet alles dichttimmeren met beleid dus; de mens en zijn of haar levenswijze centraal stellen en daar waar nodig (en gewenst) ondersteuning bieden. De titel “Allenig zijn is maar een wankele basis” is een uitspraak van de toen nog 58-jarige , een andere karakteristieke Veluwnaar die in het boek is geportretteerd. Hij ervaarde een grote eenzaamheid en druk van alle extra huishoudelijke taken die hij erbij kreeg toen zijn moeder - waar hij mee samenleefde overleed.

Evert Bouw

Vorig jaar heeft de gemeente een schenking ontvangen van vier schilderijen van de bekende Nunspeetse schilder Jaap Hiddink. Het portret van Gies is er daar een van. De schilderijen hangen in het gemeentehuis.

Inhoudsopgave

1

2

3

4 5

Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Algemeen 1.1 Van visie naar uitvoering 1.2 Visie 1.3 Uitgangspunten 1.4 Maatschappelijke effecten Doelstellingen 2.1 De start van het leven 2.2 Opgroeien 2.3 Het volwassen leven 2.4 Een nieuwe start en werkelijkheid Financiën en monitoring 3.1 Financiën 3.2 Monitoring Positionering Vervolg op het beleidsplan 5.1 Uitvoeringsplannen 5.2 Verbinding met andere gemeentelijke domeinen 5.3 Rollen van de gemeente 5.4 Vastgoed en huisvesting 5.5 Anders werken

3 4 5 6 6 6 7 7 9 10 11 12 13 14 14 14 16 17 17 17 18 19 19

3.

Voorwoord Voor u ligt het beleidsplan sociaal domein 2022 - 2025 ‘Allenig zijn is maar een wankele basis’. Dit integrale beleidsplan is de doorvertaling van de visie sociaal domein en geeft de kaders en de richting voor de jaren 2022 tot en met 2025. De kernwaarden meedoen, ontwikkelen en ondersteunen worden uitgewerkt in maatschappelijke effecten en doelen per leeftijdsfase. Het is ons eerste integrale beleidsplan voor het gehele sociaal domein. Dat betekent dat het niet alleen gaat over jeugd, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, maar ook over onderwijs en positieve gezondheid. En ook sport en cultuur kunnen bijdragen aan het bereiken van de maatschappelijke effecten. Het beleidsplan is tot stand gekomen met zoveel mogelijke inbreng van maatschappelijke partners. Deze hebben hun kennis en ervaring ingebracht, waardoor het een plan is geworden dat door en voor de inwoners van de gemeente Nunspeet relevant is en ingevuld kan worden. De gemeentelijke rol en invloed komen aan bod in dit beleidsplan. Soms zal deze bepalend zijn en soms is deze slechts faciliterend. Het sociaal domein beperkt zich ook niet tot de gemeentegrenzen, daarom is samenwerking met onder andere het medisch, ruimtelijk en veiligheidsdomein belangrijk. Door samen te werken kunnen we tot een optimaal resultaat komen.

De concretisering van dit beleidsplan gaat vorm en inhoud krijgen in de uitvoeringsplannen. Die gaan we in de komende periode zoveel mogelijk samen met u als inwoners opstellen en realiseren. Het portret van Gies laat zien dat het om mensen gaat en om hun leefwereld. En dat niet iedereen hetzelfde is. Als gemeente Nunspeet willen we de leefwereld van onze inwoners dan ook zoveel mogelijk centraal stellen. Normaliseren hoort daarbij. Dat wil zeggen: we kijken zoveel mogelijk naar wat iemand zelf kan en zelf wil. Daarbij houden we rekening met de uitdagingen die het leven met zich meebrengt, zonder die onnodig te medicaliseren of te problematiseren. Net zoals Gies op zijn eigen wijze in het leven stond, zo willen we dat ook nu de inwoners van de gemeente Nunspeet op hun eigen manier mee kunnen doen in de Nunspeetse samenleving. Het is dan ook een uitdaging om samen met de inwoners te bepalen waar de nodige ondersteuning wenselijk en noodzakelijk is. Onze wens is dat elke inwoner zich gehoord, begrepen en uitgedaagd voelt om dit beleidsplan daadwerkelijk handen en voeten te geven.

Marije Storteboom en Pieter Teeninga Wethouders sociaal domein

4.

Samenvatting Visie

‘De gemeente Nunspeet is een krachtige samenleving waarin iedereen kan meedoen en in staat is om te gaan met de uitdagingen van het leven. Individueel, maar vooral ook als samenleving met elkaar: inwoners, gemeente, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Als door de uitdagingen van het leven de vitaliteit, veerkracht, veiligheid en/ of de mate waarin iemand in staat is regie te houden op het leven onder druk staat, bieden we als samenleving ondersteuning en is een vangnet beschikbaar. De mogelijkheden, talenten, zelfstandigheid en eigen regie van de inwoners staan hierin centraal en worden naar vermogen ontwikkeld. Door een sterke basis te ontwikkelen, maken we meedoen mogelijk. Daar waar dat niet gaat of vanzelfsprekend is, ondersteunen we elkaar om meedoen mogelijk te maken.’

Maatschappelijke effecten

1. Er is een stijging in de ervaren positieve gezondheid 2. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het welbevinden en ontwikkelen van inwoners 3. De nodige ondersteuning is structureel, dichtbij en snel beschikbaar 4. Iedereen heeft dezelfde kansen, ongeacht afkomst of sociaaleconomische positie 5. Problemen zijn vroegtijdig onderkend, voorkomen of opgelost

Doelen -9 maanden tot 4 jaar

4 jaar tot 18 jaar

- 9 maand

4 jaar

De start van het leven

Opgroeien

-9 maanden tot 4 jaar

Centraal doel: Kinderen hebben een goede start

16 jaar

4 jaar tot 18 jaar

Centraal doel: Kinderen en jongeren ontwikkelen zich gezond en veilig tot unieke volwassenen

60+ jaar

16 jaar tot 67 jaar

18 jaar

60 jaar

Het volwassen leven 16 tot 67 jaar

Centraal doel: Inwoners vinden hun eigen weg in een inclusieve samenleving

67 jaar

Een nieuwe start en werkelijkheid vanaf 60 jaar

Centraal doel: Inwoners kunnen (vol)waardig mee blijven doen

Uitvoering Volgende fase Uitgangspunten

1. De kernwaarden uit de visie staan centraal: iedereen kan meedoen en een leven lang ontwikkelen; waar dit niet lukt is ondersteuning beschikbaar. 2. Inwoners bepalen zelf in hoeverre en op welke manier ze mee willen doen. 3. Inwoners (met hun netwerk) en professionals van gemeente en maatschappelijke organisaties werken samen, vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid. 4. Er is ruimte voor maatwerk, iedere inwoner en iedere situatie is anders. 5. Ondersteuning is zo dichtbij mogelijk beschikbaar; lokaal wat kan, regionaal wat moet. 6. Integraal werken is de standaard, het gaat bij een hulpvraag vérder dan de vraag (wat speelt er nog meer) en vérder dan de vraagsteller (het hele (gezins)systeem). 7. Normaliseren en demedicaliseren, veel vraagstukken horen bij het leven. We leggen minder nadruk op diagnoses, maar richten ons op het bieden van handvatten voor het normale, dagelijkse leven en oplossingen binnen de vertrouwde sociale omgeving. 5. 8. De (gemeentelijke) systeemwereld is ondersteunend en niet leidend; alles wat gebeurt is helpend voor de inwoners.

1. Algemeen 1.1 Van visie naar uitvoering

Draagt bij aan

Visie Maatschappelijke effecten & uitgangspunten Doelstellingen (per levensfase) Uitvoering

Vertaald naar

Uitvoeringsplannen

Draagt bij aan

Beleidsplan

We leggen dit vast in drie documenten: de visie (al vastgesteld), het integraal beleidsplan sociaal domein (dit document) en diverse uitvoeringsplannen (volgend op dit beleidsplan).

Vertaald Vertaald naar naar

Visie

Draagt bij aan

In maart 2021 heeft de gemeenteraad van Nunspeet de Visie Sociaal Domein vastgesteld. Deze visie op het sociaal domein wordt in een aantal stappen ‘vertaald’ van beleid naar de uitvoering en wordt daarmee steeds concreter. Omgekeerd gaat het erover wat de uitvoering ‘bijdraagt’ aan het hogere doel.

1.2 Uitgangspunten Voor het maken van keuzes werkt de gemeente Nunspeet met een aantal uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn als het ware de bril om doorheen te kijken bij het handelen en werken. Ze geven hiermee houvast en invulling aan de uitvoering in de praktijk. Het is de ambitie om zoveel mogelijk vanuit deze uitgangspunten te werken, met als kaders de diverse wet- en regelgeving binnen het sociaal domein. Deze wet- en regelgeving is de legitimatie voor ons handelen. Het geeft ons de kans inwoners op een goede manier te ondersteunen. Soms heeft het een verplichtend karakter, waardoor we ook financieel gebonden zijn. Dit levert soms

6.

een spanningsveld op. Wat iemand kan en wil is het vertrekpunt. Er zitten wel grenzen aan de eigen regie, (on)mogelijkheden van het eigen netwerk en de ondersteuning die de gemeente kan bieden. Het gedachtegoed van positieve gezondheid loopt als een rode draad door de uitgangspunten. Het is daarmee een belangrijke basis voor onze manier van kijken naar het sociaal domein.

“Meedoen betekent: geen drempel ervaren om deel te nemen aan activiteiten in onze samenleving.” - inwoner Nunspeet

Uitgangspunten 1. De kernwaarden uit de visie staan centraal: iedereen kan meedoen en een leven lang ontwikkelen; waar dit niet lukt is ondersteuning beschikbaar. 2. Inwoners bepalen zelf in hoeverre en op welke manier ze mee willen doen.

3. Inwoners (met hun netwerk) en professionals van gemeente en maatschappelijke organisaties werken samen, vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid.

4. Er is ruimte voor maatwerk, iedere inwoner en iedere situatie is anders. 5. Ondersteuning is zo dichtbij mogelijk beschikbaar; lokaal wat kan, regionaal wat moet. 6. Integraal werken is de standaard, het gaat bij een hulpvraag vérder dan de vraag (wat speelt er nog meer) en vérder dan de vraagsteller (het hele (gezins)systeem).

7. Normaliseren en demedicaliseren, veel vraagstukken horen bij het leven. We leggen

minder nadruk op diagnoses, maar richten ons op het bieden van handvatten voor het normale, dagelijkse leven en oplossingen binnen de vertrouwde sociale omgeving.

8. De (gemeentelijke) systeemwereld is ondersteunend en niet leidend; alles wat gebeurt is helpend voor de inwoners.

“We hebben nog stappen te zettenin fysieke toegankelijkheid van gebouwen en in het doorbreken van vooroordelen en schaamte.” - inwoner Nunspeet

1.3 Maatschappelijke effecten De maatschappelijke effecten zijn een vertaling van het begrip meedoen: wat merken inwoners van Nunspeet over twintig jaar wat er veranderd is? Het gaat hier om het benoemen van de beweging - zoals omschreven in de visie - die merkbaar is. Niet alleen de gemeente draagt bij aan deze

1.

effecten. Ook andere organisaties, inwoners en maatschappelijke ontwikkelingen dragen hieraan bij. Binnen en buiten het sociaal domein. We beschrijven vijf maatschappelijke effecten, die samen een invulling geven aan het begrip meedoen:

Er is een stijging in de ervaren positieve gezondheid

Inwoners kunnen omgaan met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in (of van) het leven. Én voeren zo veel mogelijk eigen regie. Het accent ligt niet op de ziekte of beperking, maar op de mensen zelf; op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Dit gaat verder dan objectieve fysieke en mentale gezondheid; het is een bredere, integrale kijk op gezondheid.

7.

Z Z Z  Z  Z

Lichaamsfuncties

Z

Jegezond gezondvoelen voelen Je Fitheid Fitheid Klachten en pijn Klachten en pijn Slapen Slapen Eten Eten Conditie Bewegen Conditie

10  Z  Z  Z  Z   Z  Z

Zorgenvoor voor jezelf Zorgen jezelf Je Jegrenzen grenzenkennen kennen Kennis van gezondheid Kennis van gezondheid Omgaan met tijd Omgaanmet met tijd Omgaan geld Omgaan met geld Kunnen werken Hulp kunnen vragen Kunnen werken

Z

Hulp kunnen vragen

8 6 4

Dagelijks functioneren

Mentaal welbevinden

2

Z Z  Z  Z Z Z

Onthouden Onthouden Concentreren Concentreren Communiceren Communiceren Vrolijk zijn Vrolijk zijn Jezelf accepteren Jezelf accepteren Omgaan met verandering Gevoel van controle Omgaan met verandering

Z Z  Z  Z Z Z

Zinvol Zinvol leven leven Levenslust Levenslust Idealen willen bereiken Idealen willen bereiken Vertrouwen hebben Vertrouwen Accepteren hebben Accepteren Dankbaarheid Blijven leren Dankbaarheid Blijven leren

0

Z   Z  Z  Z  Z   Z

Socialecontacten contacten Sociale Serieus worden Serieusgenomen genomen worden Samen leuke dingen doen Samen leuke dingen doen Steun van anderen Steun van anderen Erbij horen Erbij horen Zinvolle dingen doen Interesse de maatschappij Zinvolle indingen doen

Z

Interesse in de maatschappij

Meedoen

Zingeving Z Z  Z  Z Z

Z Kwaliteit van leven Gebaseerd op: Institute for Positive Health (iPH) | iph.nl | Gespreksinstrument 1.0

2. 3. 4. 5. 8.

Z

Genieten Genieten Gelukkig Gelukkigzijn zijn Lekker in je vel zitten Lekker in je vel zitten Balans Balans Je veilig voelen Je veilig voelen Hoe je woont Rondkomen met je geld Hoe je woont

Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het welbevinden en ontwikkelen van inwoners

Inwoners staan er niet alleen voor in de gemeente Nunspeet. Opvoeden en opgroeien is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het begint bij het durven delen van zorgen en hulp durven vragen. Aan andere inwoners, vrijwilligers en als het nodig is aan professionals. De vrijwilligers en professionals werken goed samen om inwoners te ondersteunen bij wat ze zelf willen.

De nodige ondersteuning is structureel, dichtbij en snel beschikbaar

Inwoners kunnen ondersteuning vinden op logische, bekende plaatsen, dichtbij huis. De ondersteuning is zo licht als mogelijk, zoveel mogelijk vrij toegankelijk. En zo zwaar als nodig en op langere termijn beschikbaar; bij voorkeur in de eigen omgeving.

Iedereen heeft dezelfde kansen, ongeacht afkomst of sociaaleconomische positie

Inwoners krijgen een goede start en gelijke kansen, wat hun achtergrond ook is. (Digi)vaardigheden, talenten en interesses bepalen de ontwikkeling, keuzes die inwoners maken en de kansen die zij grijpen in hun leven. Alle inwoners doen dit naar hun eigen mogelijkheden en behoefte.

Problemen zijn vroegtijdig onderkend, voorkomen of opgelost

Voorkomen is beter dan genezen. En sommige uitdagingen horen bij het leven. Als er toch problemen ontstaan, moeten ze eerder duidelijk worden. Vaak kan het dan snel en duurzaam worden opgelost, of kunnen inwoners ermee leren omgaan. En soms is intensieve ondersteuning de best passende oplossing.

2. Doelstellingen Het integraal beleidsplan sociaal domein is opgebouwd aan de hand van vier levensfasen die inwoners doorlopen. De levensfasen zijn ingericht rondom levensgebeurtenissen en leeftijden. Om te zorgen voor een soepele overgang bij bepaalde leeftijden, overlappen sommige levensfasen. Door er op deze manier naar te kijken staat het leven van inwoners als geheel centraal en niet specifiek hun problemen en/of leeftijd. Een specifieke leeftijd doet er namelijk niet (altijd) toe. Het integrale beleidsplan sociaal domein betreft de beleidsterreinen jeugd, onderwijs, gezondheid, maatschappelijke ondersteuning en participatie. In de afbeelding hieronder staat de belangrijkste onderliggende landelijke wetgeving, gekoppeld aan de levensfasen waarop ze betrekking hebben. Er is ook nog een aantal beleidsregels, algemene maatregelen van bestuur en onderliggende wetgeving. Deze staan niet in onderstaand overzicht.

4 jaar tot 18 jaar

-9 maanden tot 4 jaar - 9 maand

4 jaar

Wet publieke gezondheid (Wpg)

60+ jaar

16 jaar tot 67 jaar

16 jaar

18 jaar

60 jaar

67 jaar

Jeugdgezondheidszorg (0 tot 18 jaar) Publieke gezondheidszorg (alle inwoners) Verlengde jeugdhulp

Jeugdwet (0 tot 18 jaar)

(tot 23 jaar)

Gemeentelijk (preventie) jeugdbeleid (voor inwoners van 0 tot 27 jaar) Wet kinderopvang (2,5 tot 4 jaar) (bevat ook de Wet OKE) Wet primair onderwijs Periode vóór de zwangerschap

(4 tot max 14 jaar)

Wet passend onderwijs - s(b)o en vso (minimaal 3 tot max 20 jaar) (een ontheffing van minimum- of maximumleeftijd is mogelijk)

Wet op het voorgezet onderwijs RMC 18 (tot max 18 jaar)

Leerplicht(wet) (5 tot 16 jaar)

tot 23 jaar

RMC 18 tot 23 jaar

Kwalificatieplicht 16 tot 18 jaar

Leerlingenvervoer (4 tot max 20 jaar)

(in het kader van speciaal (voorgezet) onderwijs)

Wet maatschappelijke ondersteuning (inwoners vanaf 18 jaar) Wet Beschermd Wonen (inwoners vanaf 18 jaar) Participatiewet (inwoners vanaf 18 jaar)

(aanbod van leerwerktrajecten aan 16- en 17-jarigen)

Wet inburgering

(voor vreemdelingen van 16 tot de AOW-leeftijd)

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (alle inwoners) Wet verplichte GGZ (alle inwoners) Wet zorg en dwang (alle inwoners)

Gezondheidszorg

Kinderopvang & Onderwijs

Werk & Inkomen

Jeugd

Maatschappelijke ondersteuning

Ondersteuning & Hulp

9.

2.1 De start van het leven

Levensfase in de periode van -9 maanden tot 4 jaar Duiding van de levensfase Deze levensfase staat bol van (nieuwe) ontwikkelingen voor zowel kinderen als hun ouders. Sommige ouders hebben al (jonge) kinderen en andere inwoners zijn in blijde verwachting van hun eerste kindje. Dit brengt een nieuw en ander elan in het leven. Er zijn ook inwoners die geen kinderen kunnen krijgen of die misschien bewust geen kinderen willen. Dit heeft ook invloed op het invullen van het leven. Ouders zijn verantwoordelijk voor het gezond en veilig (op)groeien van hun kind. Voor sommige kinderen is gezond en veilig (op)groeien niet altijd vanzelfsprekend. Voor deze kinderen (en hun ouders) is (preventieve) hulp en ondersteuning mogelijk van andere inwoners, de gemeente of maatschappelijke organisaties. Hoe die hulp en ondersteuning eruit ziet is per vraag verschillend. Maatwerk staat hierbij voorop. Kinderen groeien het beste thuis op, bij de eigen ouders. Soms worden problemen in Doelstellingen Centraal doel:

een gezin zo groot dat uithuisplaatsing dreigt. We willen dit door gerichte ondersteuning voorkomen. Deze levensfase heeft veel invloed op de verdere ontwikkeling van het kind. Het is daarom belangrijk dat er aandacht is voor de doorlopende ontwikkeling in de periode voor, tijdens en na de geboorte van een kind. De levensfase van -9 maanden tot 4 jaar legt de basis voor een goede ontwikkeling, gezondheid en welzijn gedurende het verdere leven. Een grote stap in de ontwikkeling is de stap richting het onderwijs. Dat kan al op jonge leeftijd beginnen door samen te leren spelen in een peuterspeelgroep. Kinderopvang kan ook een functie hebben om te zorgen dat ouders kunnen meedoen. De essentie is dat de gemeente Nunspeet wil dat alle kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen op weg naar de volgende fase in hun leven.

-9 maanden tot 4 jaar

Kinderen hebben een goede start Subdoelen: 1. (Aanstaande) ouders/gezinnen starten goed voorbereid op hun zwangerschap en zijn toegerust voor het ouderschap en de opvoeding. 2. Kinderen groeien veilig en gezond op. Dit legt de basis voor een gezonde leefstijl. 3. Problemen (ook niet-medische) bij kinderen en (aanstaande) gezinnen zijn vroegtijdig in beeld en worden duurzaam opgelost door samenhangende, systeemgerichte hulp te bieden. 4. Kinderen hebben toegang tot een voorschoolse voorziening, ook als zij daarbij extra hulp en ondersteuning nodig hebben. 5. Kinderen groeien thuis op. Dit betekent dat baby’s en kinderen niet uit huis worden geplaatst.

10.

2.2 Opgroeien

Levensfase in de periode van 4 jaar tot 18 jaar Duiding van de levensfase De levensfase van 4 jaar tot en met 18 jaar is een fase waarin kinderen doorgroeien tot jongeren. In deze levensfase leggen zij de basis voor volwassenheid. De schoolperiode op de basisschool begint, vanaf 5 jaar geldt de leerplicht.

aspecten niet in balans zijn, is er hulp en ondersteuning beschikbaar om de balans weer terug te brengen. Het is een samenspel tussen het kind, de ouders, de omgeving zoals familie, school, (sport)verenigingen en hulpverlening en de gemeente. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de ouders.

Alle kinderen en jongeren moeten zich kunnen ontwikkelen op hun eigen manier. De één doet dit binnen het reguliere schoolprogramma, terwijl de ander extra hulp en ondersteuning nodig heeft binnen passend onderwijs.

In deze fase groeien jongeren uiteindelijk toe naar volwassenheid met nieuwe verantwoordelijkheden en nieuwe levensgebeurtenissen. Het is de fase op weg naar een zelfstandig leven. Sociale ontwikkeling, veiligheid, weerbaarheid en autonomie zijn hierbij erg belangrijk.

Kinderen en jongeren komen voor allerlei uitdagingen te staan in deze levensfase. Om deze uitdagingen aan te kunnen, zijn drie aspecten tijdens deze fase belangrijk: thuis, school en de sociale omgeving. Deze drie moeten in balans zijn voor een goede, veilige en gezonde ontwikkeling. Waar deze drie

Doelstellingen Centraal doel:

Jongeren moeten de weg naar volwassenheid op hun eigen manier kunnen afleggen. Als dat op een gegeven moment (even) niet lukt, is er ondersteuning beschikbaar.

4 jaar tot 18 jaar

Kinderen en jongeren ontwikkelen zich gezond en veilig tot unieke volwassenen Subdoelen: 1. Kinderen en jongeren ontwikkelen zichzelf tot wie ze zijn. Dit betekent: breed ontdekken en ontwikkelen van identiteit, persoonlijkheid, veerkracht, weerbaarheid, talenten en vaardigheden. 2. Kinderen en jongeren gaan naar school, ook als zij daarbij extra hulp en ondersteuning nodig hebben. 3. Jongeren zijn goed voorbereid op de vervolgfase na de middelbare school. 4. Problemen (ook niet-medische) bij kinderen, jongeren en gezinnen zijn vroegtijdig in beeld en worden duurzaam opgelost door samenhangende, systeemgerichte hulp te bieden. 5. Kinderen en jongeren groeien thuis op. Dit betekent dat zij niet uit huis worden geplaatst.

11.

2.3 Het volwassen leven

Levensfase in de periode van 16 tot 67 jaar Duiding van de levensfase De levensfase van 16 tot 67 jaar is een levensfase waarin jongeren toegroeien naar een volwassen leven. In dit leven komen er verschillende periodes van hectiek en uitdagingen. Met telkens weer vinden van een nieuwe balans. Een zinvolle daginvulling is in deze fase van belang. Hoe deze ingevuld wordt is voor iedere inwoner anders. De ene inwoner gaat met of zonder diploma zelfstandig op zoek naar werk. De andere inwoner heeft daar wat extra ondersteuning bij nodig. Het streven is dat alle inwoners (in deze periode) een zinvolle daginvulling hebben, hoe zij dit ook vormgeven. Deze periode is ook de tijd van autonomie en zelfstandigheid. Welke inwoner het ook betreft. Het hebben van een woning is hier een wezenlijk onderdeel van. In welke situatie een inwoner zich ook bevindt, er moet een geschikte woning zijn. Ook als daar extra begeleiding bij nodig is, zoals beschermd wonen: een passende woning voor iedereen!

Doelstellingen Centraal doel:

Inwoners krijgen in deze levensfase ook te maken met verschillende aspecten die hun leven beïnvloeden: werk, vrijetijdsbesteding, het eventueel onderhouden van het gezin, combineren gezin en loopbaan, de zorg voor hun naasten. Soms lijkt het alsof alles tegelijk komt. Dit brengt voor sommige inwoners ook extra spanningen met zich mee en kan de balans verstoren. Mantelzorg vraagt soms te veel van inwoners, goede ondersteuning of ontlasting van taken kan dan helpend zijn. Deze fase is ook de periode waarbij inwoners toegroeien naar verdere stappen in hun carrière tot uiteindelijk de stap naar pensioen. De ene inwoner werkt langer door dan de andere. De 67-jarige leeftijd is hierbij niet de meetlat. Het is van belang dat inwoners voldoende veerkrachtig zijn en zich ook voorbereiden op de volgende levensfase.

16 jaar tot 67 jaar

Inwoners vinden hun eigen weg in een inclusieve samenleving Subdoelen: 1. Inwoners kunnen hun talenten en vaardigheden breed ontwikkelen. 2. Inwoners zijn betrokken en voelen zich verantwoordelijk voor het welbevinden van zichzelf en van (de mensen in) hun directe omgeving. 3. Inwoners zijn veerkrachtig, hebben regie op (keuzes in) het leven en zijn zo mogelijk financieel zelfredzaam (bestaanszekerheid). 4. Inwoners die het niet (meer) zelf redden krijgen zo vroeg mogelijk passende (en ont wikkelingsgerichte) ondersteuning. 5. Inwoners hebben passende woonruimte.

12.

2.4 Een nieuwe start en werkelijkheid

Levensfase in de periode vanaf 60 jaar Duiding van de levensfase Deze periode luidt een heel nieuw tijdperk in. Inwoners zijn op weg naar een leven dat niet alleen draait om werken. Dit is een nieuwe werkelijkheid. Het vraagt misschien om een andere manier van zingeving en heroriëntatie op het leven. Kwetsbaarheden kunnen toenemen naarmate inwoners ouder worden. Het is ook de periode met zijn eigen fysieke en sociale kenmerken. Deze kunnen zowel positief (ervaren van meer vrijheden, tijd voor de kleinkinderen) als negatief (ervaren van lichamelijke ongemakken) zijn. Iedere inwoner in deze levensfase beleeft het ouder worden anders. De een redt zich beter

Doelstellingen Centraal doel:

dan de ander. Het is belangrijk dat ouderen (vol)waardig mee kunnen blijven doen in de samenleving. Waar dat niet lukt is er hulp en ondersteuning. Deze hulp en ondersteuning is er op alle levensgebieden waar dat nodig is. Nunspeet richt zich op een inclusieve samenleving waar ook ouderen kunnen participeren die kampen met psychische en lichamelijke klachten, dementie en mobiliteit. Oudere inwoners zijn van grote waarde voor zowel hun directe omgeving als voor de lokale samenleving in zijn geheel.

60+ jaar

Inwoners kunnen (vol)waardig mee blijven doen Subdoelen: 1. Inwoners zijn goed voorbereid op deze levensfase (o.a. bestaanszekerheid). 2. Inwoners ervaren een positieve gezondheid en voelen zich sociaal verbonden. 3. Inwoners blijven zich inzetten voor de samenleving en kunnen nieuwe mogelijkheden ontdekken. 4. Inwoners zijn zelfredzaam en wonen zo lang mogelijk veilig en zelfstandig, waar nodig met passende ondersteuning en voorzieningen. 5. Inwoners voelen zich veilig (fysiek en psychisch).

13.

3. Financiën en monitoring 3.1 Financiën De reikwijdte van dit integraal beleidsplan is het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) en de aanpalende beleidsvelden onderwijs en volksgezondheid. De programma’s 1 (Sociaal domein), 2 (Onderwijs) en 4 (Volksgezondheid) uit de meerjarenbegroting laten zien hoeveel budget beschikbaar is voor de uitvoering van dit beleidsplan. Andere beleidsterreinen zoals sport en cultuur dragen ook bij aan het behalen van de doelen. Omdat deze buiten de afbakening van dit beleidsplan vallen, staan deze begrotingen hieronder niet weergegeven. Hieronder staan de totale bedragen per programma.

Programma 1 Sociaal domein (Wmo, jeugd, participatie)

Ontwikkeling financiën In de komende jaren onderzoeken we hoe we de indeling van de begroting beter kunnen laten aansluiten bij dit beleidsplan. Bijvoorbeeld door: Z Realistisch begroten. In het verleden is budgetneutraal begroot. De inkomsten van het Rijk en de uitgaven van Nunspeet in het sociaal domein moesten gelijk zijn. We werken toe naar een realistische begroting: wat is er nodig om de doelen te behalen? Z De beweging naar preventie betekent een verschuiving van budgetten. Hiervoor is eerst een investering in preventieve activiteiten nodig. Op langere termijn zorgt dit mogelijk voor een daling van de inzet van specialistische hulp (individuele maatwerkvoorzieningen). Dit vraagt om het inzichtelijk maken van de preventieve budgetten en de budgetten voor zwaardere vormen van hulp. Z Meer ontschotte budgetten vergemakkelijken het integraal werken.

2 021 € 2 0 2 2 2 2 . 73 0 . 9 9 6 € 21.78 0 . 79 8 2 02 3 € 2024 21.70 8 .465 € 21.6 4 2 . 24 8

33 .0 0 9. 2 3 € 1 5 2 02 771. 82 . 2 € 073 2 022 2.750. 92 € 3 2 20 8 .7 € 2 . 70 4 2 0 2

14.

Programma 4 Volksgezondheid

Onderwijs

Programma 2

6 1.1 70. 25 € 1 2 0 2 44 1.1 6 6. 2 € 2 2 0 20 1.1 6 6.11 2023 € .1 65.451 1 2 024 €

Daarnaast zijn er de komende periode verschillende mogelijke ontwikkelingen die op de gemeente afkomen en ook financiële gevolgen hebben. Zoals de herijking van de uitkering Gemeentefonds, de Wet langdurige zorg, Beschermd wonen, de uitspraak van de arbitragecommissie in het structureel extra beschikbaar stellen van middelen voor de jeugdzorg.

3.2 Monitoring Om te kunnen bepalen in hoeverre de maatschappelijke effecten en doelen in dit beleidsplan worden bereikt, wordt een monitor ont-

wikkeld. Hierin komen zowel ‘harde’ als ‘zachte’ indicatoren: tellen en vertellen. Deze monitor moet zowel sturingsinformatie geven voor het management als college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Voor de ambtelijke organisatie moet de monitor houvast bieden om met maatschappelijke partners in gesprek te gaan over de uitvoering. We maken bij de inrichting van de monitor zoveel mogelijk gebruik van reeds bestaande (door het Rijk en gemeenteraad vastgestelde) beleidsindicatoren. En zoeken aansluiting bij de uitkomsten van de raadswerkgroep indicatoren.

15.

4. Positionering De maatschappelijke effecten en doelen uit de vorige hoofdstukken concretiseren de visie. Ze geven richting aan waar de gemeente met het sociaal domein inhoudelijk naartoe wil: iedereen in de gemeente Nunspeet kan meedoen en zich ontwikkelen. Waar dat niet lukt, is ondersteuning beschikbaar. Er bestaan verschillende vormen van ondersteuning. Van licht naar zwaar, geboden door vrijwilligers tot professionals. Veel verschillende (soorten) organisaties in het sociaal domein voeren deze ondersteuning uit. Ieder draagt er op zijn of haar manier aan bij dat inwoners van Nunspeet mee kunnen doen. En doet waar hij of zij goed in is.

Aan de hand van deze analyse kunnen we in een later stadium gerichtere afspraken maken met individuele organisaties. Het helpt ons ook om te kunnen bepalen welke rol we als gemeente in bepaalde situaties innemen (zie ook hoofdstuk 5).

s tie isa

Participatiewet

Zo Jeugd

Wmo

ath

Zware Ondersteuning

a Str

rgo rga n

Complexe Problematiek

eid

igh

il Ve

Spectrum heeft in mei 2021 een omgevingsanalyse gemaakt van het sociaal domein in Nunspeet. Onderstaande pyramide is daar

op gebaseerd. Het positioneert de verschillende soorten organisaties in het sociaal domein ten opzichte van de verschillende vormen van ondersteuning.

Sport

Cultuur

Welzijn

Onderwijs & Kinderopvang

erk kw

oe

Lichte ondersteuning

Hoe kunnen we inwoners die het nodig hebben een handje helpen?

Informele zorg

Collectieve voorzieningen (sociale basis) Wat kunnen we groepen inwoners laagdrempelig bieden?

Eigen kracht inwoners

Wat kunnen inwoners zelf samen met hun omgeving?

Deze piramide is gebaseerd op de omgevingsanalyse gemeente Nunspeet, Spectrum 2021

16.

5. Vervolg op het beleidsplan

Dit integraal beleidsplan sociaal domein is een tussenstap van visie naar concrete uitvoering. Dit beleidsplan is daarmee het startpunt van een aantal vervolgstappen. Deze vervolgstappen worden genomen nadat het beleidsplan is vastgesteld. In dit hoofdstuk benoemen we er een aantal. De regie voor de uitvoering van deze vervolgstappen ligt bij de programmamanager sociaal domein.

5.1 Uitvoeringsplannen In diverse uitvoeringsplannen werken we uit wat we gaan doen om de doelen te behalen. Dit zijn zowel (jaar)plannen van de gemeente zelf, alsook plannen die we samen met andere maatschappelijke organisaties uitwerken. Een voorbeeld van dat laatste is een welzijnsplan. De insteek is om zo integraal mogelijk te werken aan de doelen, de uitvoeringsplannen moeten daarbij aansluiten. De uitvoeringsplannen bekijken we breed: niet alleen de kern van het sociaal domein (Wmo, jeugd, gezondheid en participatie), maar ook aanpalende beleidsterreinen als onderwijs, veiligheid, sport en cultuur. En zelfs breder dan de gemeente: de verbinding met de medische zorg is ook van groot belang voor het sociaal domein. Vanuit de vragen: op welke manier kunnen zij bijdragen aan de doelen? Hoe kunnen we het nog beter organiseren voor onze inwoners? De uitgangspunten die we hanteren bij de uitvoering in het sociaal domein, gebruiken we ook bij het maken van de uitvoeringsplannen. Dat betekent o.a. dat we dit ontwikkelen samen met professionals en inwoners. De doelen in dit beleidsplan vragen niet alleen om het maken van (nieuwe) plannen. Het heeft mogelijk ook effect op regulier werk zoals de opzet van het inkoop- en subsidiebeleid, de toegang tot het sociaal domein en de inkoop van intensieve ondersteuning.

We ontwikkelen het reguliere werk in de lijn van de visie en dit beleidsplan.

5.2 Verbinding met andere gemeentelijke domeinen Het sociaal domein is nauw verbonden met de domeinen van economie, ruimtelijke ontwikkeling (denk hierbij aan de verbinding met de Omgevingswet) en openbare orde en veiligheid. De raakvlakken van de domeinen vragen om een integrale afweging bij het bepalen van prioriteiten en beleid. In de visie sociaal domein zijn we hier uitgebreider op ingegaan. Vooruitlopend op een domein overstijgende aanpak, doen we binnen het sociaal domein ervaring op met deze integrale manier van werken. Verbinding met organisatievisie Een andere belangrijke verbinding is de verbinding met de gemeentelijke organisatievisie. De organisatievisie van Nunspeet luidt als volgt: “Nunspeet staat voor een sociale en ondernemende samenleving. De gemeente heeft vertrouwen in de inwoners, ondernemers en bezoekers en biedt ruimte voor eigen initiatief. Waar nodig bieden we ondersteuning, zorgen we voor randvoorwaarden en helpen we met verder brengen of versnellen. Omdat belangen kunnen verschillen, wegen we deze en maken we keuzes.”

17.

De visie leidt tot de volgende missie die Nunspeet voor ogen heeft: “De gemeente Nunspeet ziet zich als een professionele, betrouwbare en ambitieuze overheid, die meedenkt, transparant werkt en de kracht van andere partners gebruikt om het doel te bereiken en daarmee midden in de samenleving staat.”

5.3 Rollen van de gemeente De gemeente Nunspeet omschrijft in de visie sociaal domein dat zij zichzelf ziet als een regisseur. Een regisseur die de regie voert op de aanpak van de opgaven in het sociaal domein. De invulling van haar rol als regisseur is afhankelijk van de opgave die voorligt. Beheersingsgericht De beheersingsgerichte regisseur heeft een sterke positie vanwege zijn doorzettingsmacht, hiërarchische positie en bevoegdheden. Hij kan anderen dwingen zijn regels te volgen. Ook kan de beheersingsgerichte regisseur regels herschrijven, tactiek aanpassen en nieuw beleid formuleren.

Doorzettingsmacht

1

2. 3. 4. 18.

Regie voeren gaat over overzicht creëren, invloed uitoefenen, sturen, beleidslijnen uitzetten en soms ook uitvoeren, organiseren van samenwerking, coördineren en verantwoording afleggen op zowel bestuurlijk, beleids- als ook uitvoeringsniveau. De gemeente stemt op alle niveaus het handelen van relevante actoren af op de te behalen opgave en bevordert daarin de onderlinge samenwerking. Afhankelijk van het wettelijk kader, de beleidsvrijheid en de mate van doorzettingsmacht onderscheiden we vier verschillende typen regie:

Eigen ‘script ‘ of beleidskader

Ja

Nee

Ja

(I) Beheersingsgerichte regisseur (inhoudelijk én procesmatig)

(II) Uitvoeringsgerichte regisseur

Nee

(III) Visionaire regisseur

(IV) Faciliterende regisseur

Uitvoeringsgericht De uitvoeringsgerichte regisseur heeft ook een sterke positie vanwege zijn doorzettingsmacht. Het verschil is dat hij de regels niet kan veranderen; de uitvoeringsgerichte regisseur voert de regels uit van bijvoorbeeld de rijksoverheid of de provincie. Visionair De visionaire regisseur heeft veel (beleids)vrijheid om eigen beleid te voeren en dit toe te passen op de lokale situatie. Hij heeft alleen geen doorzettingsmacht. Voor de uitvoering van het beleid is hij afhankelijk van anderen. Met een inspirerende visie kan de visionaire regisseur anderen enthousiasmeren om bij te dragen aan de uitvoering. Faciliterend De faciliterende regisseur stelt zich dienstbaar op en heeft geen doorzettingsmacht. Zijn eigen beleid staat niet voorop, maar hij ondersteunt anderen bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid. De faciliterende regisseur voert regie uit namens andere partijen.

De vier regietypen geven richting aan het handelen van de gemeente. Per situatie bekijken we welke rol het meest passend is. De projectgroep ‘rol van de gemeente’ werkt dit verder uit. Het krijgt concreet vorm in de uitvoeringsplannen in gesprek met samenwerkingspartners.

5.4 Vastgoed en huisvesting De locatie en huisvesting van ondersteuning kan ook bijdragen aan het behalen van de doelen. Het kan bijvoorbeeld laagdrempelige toegang en integrale samenwerking bevorderen. In samenwerking met vastgoedbeheer onderzoeken we of en hoe we maatschappelijke organisaties op dit terrein kunnen faciliteren.

5.5 Anders werken De gemeente Nunspeet geeft een duidelijke richting aan het sociaal domein door het vaststellen van de visie sociaal domein en dit integrale beleidsplan. Het proces ernaartoe heeft mooie gesprekken en inzichten opgeleverd. De beweging is gestart. Om te zorgen dat de beweging doorgaat en we ook ècht anders gaan werken (bijvoorbeeld meer integraal werken, meer preventief werken en meer focus op positieve gezondheid) is een vervolgaanpak nodig. Samen met professionals van beleid en uitvoering, maatschappelijke organisaties en inwoners gaan we met de andere manier van werken aan de slag. Met inspiratie van buiten, door gesprekken over dilemma’s, intervisie en andere werkvormen geven we in de praktijk steeds meer betekenis aan dit beleidsplan.

“Wat is een goed idee als het een idee blijft? Probeer. Experimenteer. Herhaal. Faal. Verander de wereld.” - Simon Sinek

19.

Bezoekadres: Markt 1 8071 GJ Nunspeet (0341) 25 99 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16366882/1