CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5h. Bijlage Groenbeheerplan

Commissie Ruimte en Wonen 17 mei 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Varelseweg 211 Hulshorst” en vaststellen beeldkwaliteitsplan “Beeldkwaliteitskader herontwikkeling Bad Hoophuizen”.9.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

31 maart 2021

1/76

31 maart 2021 1676200.10_0007ESK drs.ing. J.M. van Riet Droompark Bad Hoophuizen 0418024.1676200.10

ir. J.J. van den Berg ing. S. Zonneveld ir. M. Rekswinkel Definitief

2/76

3/76

4/76

Droomparken heeft op 1 februari 2012 recreatiepark Bad Hoophuizen in Hulshorst (gemeente Nunspeet) verworven. Langzaam vormt Droomparken dit traditionele recreatiebedrijf om tot een multifunctioneel recreatiecentrum. Wat blijft zijn het strand, de haven, de sfeer van rietkragen, strand, zwem-, surf- en vaarwater alsook de houtsingels en de sfeer van het natuurlijke weidelandschap. Wat verandert zijn de accommodaties. Met name de toeristische standplaatsen maken plaats voor recreatiewoningen en chalets. Een deel met toeristische standplaatsen blijft gehandhaafd. De centrale voorzieningen zijn vernieuwd en een overdekt zwembad is toegevoegd. De toeristische sector in Nunspeet is nu sterk seizoenafhankelijk met een relatief hoge piekbezetting in het zomerseizoen. Door meer jaarrondproducten (recreatiewoningen en slechtweerfaciliteiten) aan te bieden, wordt Nunspeet ook in andere seizoenen en voor andere recreanten interessant. Hierdoor ontstaat een meer gelijkmatig gebruik van de voorzieningen in de kern Nunspeet, zonder afbreuk te doen aan het gebruik gedurende de piekperiode. Dit is in lijn met het provinciale en gemeentelijke beleid om de capaciteit en de kwaliteit van kampeer- en bungalowterreinen te verbeteren, zonder dat dit ten koste gaat van de aanwezige natuurwaarden.

In het kader van de beoogde ontwikkelingen op Droompark Bad Hoophuizen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente vraagt als onderdeel van de totale planvorming ook om een groenbeheerplan voor het terrein. De kap van bomen, die in eerdere jaren heeft plaatsgevonden op het park, wordt gecompenseerd met de uitvoering van de genoemde maatregelen in dit groenbeheerplan. Voordeel is dan dat voor maatregelen die staan vermeld in het groenbeheerplan geen omgevingsvergunning (voor werk en werkzaamheden) noodzakelijk is. Voorliggende rapport is het groenbeheerplan voor Droompark Bad Hoophuizen. In dit beheerplan komen aan bod: ● visie op de recreatie; ● typering van de huidige situatie; ● analyse van knelpunten; ● beheermaatregelen. Indien niet voldaan kan worden aan voorliggend groenbeheerplan, komt het groenbeheerplan te vervallen. Hiermee valt men terug op vergunningplicht bij verwijdering of onderhoud aan het groen.

Droompark Bad Hoophuizen ligt aan de rand van het Veluwemeer in de gemeente Nunspeet, nabij de kern Hulshorst. Het plangebied zelf ligt buiten het Natura 2000‐gebied Veluwerandmeren. De grens van het Natura 2000‐gebied ligt circa 200 m uit de oever van Bad Hoophuizen. Aan de landzijde is Bad Hoophuizen omringd door het Gelders Natuurnetwerk (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur). Dit deel van het Gelders Natuurnetwerk maakt onderdeel uit van het natuurherstelprogramma Bloemkampen en Hierdense Beek.

5/76

Figuur 1.1 Beeld van de voormalige camping (gemeente Nunspeet 2004)

Figuur 1.2 Plattegrond van Droompark Bad Hoophuizen (maart 2021)

6/76

Figuur 1.3 Verbeelding van het plangebied behorend bij het bestemmingsplan 'Varelseweg 211 Hulshorst' maart 2021

7/76

Figuur 1.4 Luchtfoto met de namen van de deelgebieden

8/76

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie en wordt het landschap getypeerd.

De 'onderlaag' van het landschap is gevormd in een lange ontwikkelingsgeschiedenis. Als gevolg daarvan heeft zich het landschap gevormd dat Droompark Bad Hoophuizen omringt, en waarvan de kenmerken een rol spelen bij de landschappelijke inrichting van het park. Bad Hoophuizen maakt onderdeel uit van de Randmeerkust. Het is een gebied waar het water van het Veluwemassief via beken naar het Veluwemeer stroomt en de ondiepe kwel die in de percelen uittreedt. Karakteristiek voor dit veenweidegebied is de huidige openheid. Er was daarvoor ook een periode waarin houtwallen en elzensingels langs de perceelgrenzen, het gebied een halfopen aanblik gaven. Resten van deze beplantingen zijn nog aanwezig. Kenmerkend zijn de oude wegen die van de hogere zandgronden en bouwlanden in het zuiden naar de voormalige Zuiderzee lopen. Deze wegen verbonden de lage weidegebieden met de bewoning langs de bouwlanden. Ze worden ook wel aangeduid met hooiwegen of 'stegen'. Voorbeelden zijn de Beekweg, de Bredeweg, de Killenbeekweg, de Vreeweg en de Varelseweg. Behalve 'hooiweg' functioneerde de wegen ook als ontginningsas. Bebouwing in het laagland is te vinden aan deze wegen. De strandwal, waarop Bad Hoophuizen is gelegen, is een tastbaar overblijfsel van de aanwezigheid van de Zuiderzee en cultuurhistorisch zeer waardevol. Langs de kustlijn zijn meerdere van dergelijke strandwallen gelegen.

Opvallend is dat de naam 'Hoephuizen' als op de topografische kaart van 1821 op de locatie staat vermeld. Bij latere kaarten wordt deze naam meer westelijk geplaatst. Rond 1900 is de strandwal een akkerbouwgebied met twee boerderijen: Allekanten en Kollert. De eerste boerderij is in 1923 verdwenen van de kaart en alleen Kollert staat vermeld. De kaart laat blokvormige akkers zien die zijn omgeven door beplanting. In 1951 is dezelfde blokvormige verkaveling te zien maar heeft de boerderij een andere naam gekregen: Marinahoeve. Op de kaart van 1973 is duidelijk te zien dat de verblijfsrecreatie een onderdeel is gaan vormen van de bedrijfsvoering.

9/76

Figuur 2.1 Topografische kaart 1821

Figuur 2.2 Topografische kaart 1900

10/76

Figuur 2.3 Topografische kaart 1923

Figuur 2.4 Topografische kaart 1951

11/76

Figuur 2.5 Topografische kaart 1973

Figuur 2.6 Topografische kaart 2013

12/76

De omgeving van Bad Hoophuizen bestaat aan de landzijde uit een veenweidelandschap. De verkaveling is met kleine weidekavels met zichtdieptes van 600 tot 1.000 m. Aan de waterzijde strekken de landtongen van Bad Hoophuizen zich uit in het heldere Veluwemeer, waardoor een enigszins grillige en afwisselende kustlijn ontstaat. Langs de kust liggen in het noordoosten het strand en in het zuidwesten grazige oevers in combinatie met rieteilanden. Op 2,5 km uit de kust van Bad Hoophuizen ligt de kust van Flevoland. Halverwege ligt het eiland Pierland, dat 30 tot 60 aanlegplaatsen voor plezierjachten heeft. De benedenlopen van de Killenbeek en de Varelse beek sluiten als het ware, respectievelijk aan de zuidzijde en de noordzijde, een stuk strandwal in. De beken zijn zeer waarschijnlijk door de strandwal heen gegraven (zie hoogte kaarten). Hierop zijn de voormalige boerderij Marinahoeve en het recreatiepark gelegen. Hoogste punt van het plangebied ligt aan de oostzijde en heeft een hoogteligging van circa 3,3 m +NAP, de boerderij ligt op 2,8 m +NAP.

Varelse beek

Killenbeek

Figuur 2.7 De Killenbeek (en Achterbeekje) en de Varelse beek vormen een begrenzing van de strandwal waarop de boerderij Marinahoeve en Droompark Hoophuizen zijn gelegen De historische context van de ligging van de boerderij en de rechthoekige akkers zijn nog goed te herkennen aan de hoogteligging van het maaiveld in het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl). Dit is overigens niet het hoogste gebied. Het gebied in het noordoosten is ongeveer één meter hoger dan rond de voormalige boerderij.

13/76

Figuur 2.8 Hoogteverschil van de Veluwe naar de voormalige Zuiderzee met strandruggen

Figuur 2.9 Relatieve hoogteligging van het maaiveld. Op twee plaatsen gaan beken door de strandrug (waarschijnlijk gegraven)

14/76

Door de overkoepelende holding van Droomparken (Holiday Investments) is in het document 'Visie op de toekomst van recreatie en een duurzame samenleving' een beeld gegeven op duurzaamheid in relatie tot verblijfsrecreatie. In dit document wordt dit ook vertaald naar uitgangspunten voor de bedrijfsvoering van Droomparken. De voor het groenbeheerplan van belang zijnde punten komen hieronder aan de orde.

Vanuit de verantwoordelijkheid voor haar gasten staat veiligheid hoog in het vaandel van Droomparken. Dit komt tot uiting in het toezicht bij zwemwater, verkeersmaatregelen en het voorkomen van stormschade door omwaaiende bomen. Risicovolle bomen (scheef hangende bomen) worden tijdig gekapt. Voor het kappen van een boom is een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden noodzakelijk. Deze wordt via het Omgevingsloket aangevraagd bij het bevoegd gezag, hier de gemeente Nunspeet. Zij beoordeelt de aanvraag en verleent bij akkoord de omgevingsvergunning.

Alle Droomparken zijn gelegen aan de rand van of midden in een aantrekkelijke, natuurlijke omgeving. De natuurlijke omgeving is dan ook altijd een wezenlijk onderdeel van de beleving van elk Droompark, dat bovendien gekoesterd en zo mogelijk versterkt dient te worden.

Het unieke aan Bad Hoophuizen is de aanwezigheid van groot en relatief ondiep recreatiewater direct grenzend aan het terrein in de vorm van het Veluwemeer met zijn strand. Verder is Bad Hoophuizen een prima uitvalsbasis voor bezoek aan de Veluwe, voor fietstochten en wandelingen alsook voor andere kunst- en cultuuractiviteiten. Denk hierbij aan Elburg, het Dolfinarium en Walibi. Het recreatiepark ligt daarnaast midden in de natuur. Aan de waterzijde vindt men een zeer helder meer met grote aantallen water- en moerasvogels. Aan de landzijde ligt een uniek weidelandschap met beken waar op termijn het waterpeil verhoogd gaat worden ten behoeve van natuurontwikkeling. De omliggende natuurgebieden zijn zwaar beschermd (Natura 2000 en/of Gelders Natuurnetwerk) en bieden jaarrond de mogelijkheid voor bijzondere natuurervaringen. Door een natuurgerichte inrichting en beheer van het recreatieterrein en directe omgeving zal deze ecologische (belevings)waarde verder worden vergroot. Dit door meer water op het park, het behoud van oude bomen en introductie van hakhoutbeheer van de singel langs het park.

De natuurlijke omgeving dient als basis voor de ontwikkeling en zal nadrukkelijk onderdeel zijn van de beleving die Bad Hoophuizen zal oproepen bij haar gasten. Beleving is een belangrijk onderdeel van het recreatieconcept in het algemeen, maar vooral ook in de filosofie van Droomparken waarin natuurbeleving, rust, ruimte en kwaliteit kernwoorden zijn. In de voorzomer van 2017 werden vier soorten vleermuizen waargenomen (Gewone dwergvleermuis, Meervleermuis, Watervleermuis en Rosse vleermuis). Al deze soorten zijn foeragerend aangetroffen. Er zijn geen kolonies of vliegroutes aangetroffen. In figuur 3.1 staan de waarnemingen weergegeven (Mertens 2017).

15/76

Naast vleermuizen zijn er 24 soorten vogels waargenomen met een territoria en/of nesten, waaronder de huismus. Vogels die afhankelijk zijn van oude bomen (stammen) zijn Boomklever, Boomkruiper en Grote bonte specht. Met de herinrichting van Bad Hoophuizen zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met het leefgebied van de aanwezige flora en fauna. In potentie biedt de herinrichting ook mogelijkheden om het leefgebied van de aanwezige en andere soorten te versterken. Dit sluit aan bij de visie en ambitie van Droomparken om Bad Hoophuizen verder te ontwikkelen tot een recreatieterrein met bijzondere natuurwaarden waar de natuurlijke omgeving optimaal kan worden beleefd.

Figuur 3.1 Waarnemingen van vleermuizen in de voorzomer (Mertens 2017)

16/76

Van het gehele terrein is een bomeninventarisatie gemaakt (2013). Deze is geactualiseerd in 2017 en 2019 en is onder andere gebruikt voor de planontwikkeling van het zuidwestelijk deel van het recreatieterrein. Op 25 februari en 4 oktober 2019 hebben aanvullende veldverkenningen plaatsgevonden. Hierbij is specifiek gekeken naar: ● beplanting op het camperterrein; ● beplanting op het schouwpad aan de westelijke rand; ● bomen op nieuwe kavels; ● mogelijkheden voor nieuwe beplanting (laanbeplanting). De huidige situatie in deze deelgebieden worden navolgend beschreven. De bomen zijn op kaart en in tabellen vastgelegd. Van alle bomen op het park is bekend waar ze staan en welke omvang en vitaliteit ze hebben. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen.

Figuur 3.2 Bomenkaart van de omgeving van de entree Beplanting op het camperterrein (Berk) Op het camperterrein is in 2019 de beplanting aangebracht volgens het inrichtingsplan, zie bijlage 2. Als gevolg van de natte situatie moet voor plantvak B voor een totaal andere beplanting worden gekozen. Voorstel is een rij Grauwe wilgen met vijf Zwarte elzen. In de zone tussen de afsluitende haag en de bestaande randbeplanting moet het bosplantsoen worden aangebracht.

17/76

Figuur 3.3 Plantvak B is wadi. Aanpassen assortiment is noodzakelijk (januari 2019)

Figuur 3.4 Meidoorn en Sleedoorn tussen de camperplekken als geleding

18/76

Beplanting op het schouwpad aan de westelijke rand Op het schouwpad is in 2015 beplanting deels aangebracht. Deze heeft een hoogte van 0,75 tot 1,5 (2,5) m. Over grote lengte is de aanplant goed aangeslagen. Er zijn echter ook stukken waar slechts de helft is aangeslagen en er niet is ingeboet. Hier moet de beplanting dus nog worden aangevuld. Een enkele bewoner ziet de groenstrook als tuin en heeft over delen een gazonbeheer ingesteld. Daarnaast zijn er ook bewoners die de beplanting op een hoogte van circa 1 m afzetten.

Figuur 3.5 Gedeelte van de westelijke rand waarbij ongewenst beheer door aangrenzende eigenaren plaatsvindt. Dit is natuurlijk ongewenst en zal worden aangepakt

19/76

Compensatie van bomen op kavels Op de kavels die recent zijn opgeleverd zijn veelal bomen aangeplant. De betreffende bomen zijn opgenomen in de inventarisatie. Voorbeelden van recente inrichtingen, waarbij nieuwe beplanting is aangelegd en bij de plaatsing van chalets rekening is gehouden met de bestaande bomen. In 2019 zijn geen bomen gerooid.

Figuur 3.6 Nieuwe beplanting (Beuk) Park Slechtvalk

Figuur 3.7 Nieuw vrijliggend groenelement in Zeeduin (struweel met bomen)

20/76

Figuur 3.8 Chalets in deelgebied 't Water zijn in 2019 geplaatst met behoud van de aanwezige bomen. Nieuw te plaatsen chalets worden op grotere afstand van de weg geplaatst

Figuur 3.9 Nieuwe beplanting langs de waterlijn Park Zuiderzee (knotwilgen)

21/76

Het inrichtingsconcept is erop gericht dat het recreatieterrein de sfeer van het Veluwerandmerenlandschap uitademt. De natuurlijke omgeving dient als basis voor de ontwikkeling en zal nadrukkelijk onderdeel zijn van de beleving die Bad Hoophuizen zal oproepen bij haar gasten. Bij de herontwikkeling worden de huidige unieke en sterke punten van Bad Hoophuizen – de recreatief hooggewaardeerde combinatie van weide, coulisselandschap, water en strand – versterkt. De bijzondere identiteit van Droompark Bad Hoophuizen is gelegen in de volgende aanwezige kenmerken: ● de beken (Killenbeek en Varelse beek); ● het Veluwe randmeer; ● de strandwal waarop de oude boerderij is gelegen (Marinahoeve) en lanen; ● het natuurlijke zwemwater; ● omgeven door natuurgebieden. Deze kwaliteiten worden gekoesterd en zullen waar mogelijk worden versterkt en door voorlichting onder de aandacht worden gebracht van de parkgasten. De gewenste groenstructuur van Bad Hoophuizen laat zich als volgt typeren. ● Het krachtige kader van het park wordt gevormd door water. Aan de landzijde zijn dat beken en aan de noordzijde is dat het water van het Veluwemeer met enige rieteilanden en landtongen. ● De langgerekte vorm van het park is bepaald door de strandrug en de ligging van de beken.

● De strandrug wordt benadrukt door: hoogteverschillen van Marinahoeve tot de oostelijke punt en de geleidelijke overgang naar het Veluwemeer; lange lanen in de lengterichting (waar mogelijk in een zone vrij van chalets); de oude windsingel (eiken) rond de voormalige akker. ● De randen worden gevormd door houtsingels (west- en zuidzijde) en boselementen (oostzijde). ● Het strand heeft een natuurlijke uitstraling: strand, natuurlijk gras op de strekdammen en losse boomgroepen. Vanaf het water zorgen deze boomgroepen voor een gedeeltelijke afscherming van het beeld. ● De kavels in de kustzone en de hoge strandrug worden voorzien van opgaande beplanting, zodat er een groen beeld ontstaat vanaf het water. ● De entree heeft een hoogwaardig beeld. ● De kamers hebben een verschillend karakter waarbij opgaande bomen een belangrijke rol spelen. ● Bij herinrichting wordt minimaal de helft van de kavels groen (1-op-4 principe). Dit is: maximaal ¼ verharding ten behoeve van parkeren en terras; chalets zijn maximaal ¼ van de oppervlakte van de kavel; opgaand groen is minimaal ¼ van de kavel; gras en laag groen is minimaal ¼ van de kavel. ● Bij herinrichtingen vanaf 2019 (Park Zuiderzee) komen op de gezamenlijke hoekpunten opgaande bomen. Voor een groot deel is het park al heringericht of zijn de kavels al in het veld uitgezet. Alleen de zuidelijke rand zal zich nog geleidelijk ontwikkelen.

Hierbij spelen de vragen vanuit de markt een grote rol bij de uiteindelijke keuze van verkaveling en type voorziening.

22/76

Figuur 3.10 Schema 1:4, met diverse clusteringen van het groen

23/76

Figuur 3.11 Gewenste groenstructuur van het park

24/76

Tabel 3.1 Kenmerken van de gewenste groenstructuur (voor ligging zie figuur 3.7) nummer 1.

kernwaarde

deelgebied

gewenst beeld

krachtige randen

Killenbeek

natuurlijke beek met brede houtsingel met overstaanders

2.

Varelse beek

natuurlijke beek met brede houtsingel met overstaanders

3.

Killenbeek langs de Munnekesteeg

rechte beek langs weg met brede houtsingel met overstaanders en twee proefzichtvensters

4.

fraaie kustzone

rieteilanden

rieteilanden met enige bomen

5.

(in overleg met RWS)

landtongen

grazige natuurlijke vegetatie met enige bomen

6. 7.

lange lanen

stranden

zand met losse bomen

Laan 1 (Bosuil Havik): 300 m

tweezijdige laan met variabele ondergroei, zie bijlage 2

8.

Laan 2 (Zuiderzee): 250 m

tweezijdige laan met variabele ondergroei, zie bijlage 2

9.

Laan 3 (Hulst-Zuiderzee): 480 m

tweezijdige laan met variabele ondergroei, zie bijlage 2

10.

hoogwaardige entree

centrum

hoogwaardig beeld, gras en bomen met ondergroei

11.

groene kamers

toeristisch gedeelte (deelgebied Beuk)

singels met overstaanders en losse bomen op veld

12.

park op de hoge strandrug (deelgebied Duin-

losse bomen op kavels

doorn, Acacia en Wilg) 13.

park langs de Munnekesteeg

bomen op kavels

14.

de oude akker (park Ransuil en Velduil)

bomen op kavels

15.

park Zuiderzee

beek en vijver bomen op kavel en langs het water laan (zie 9)

16.

Tiny Houses

collectief groen, voedselbos

17.

park langs de Killenbeek (park Beek)

bomen op kavel

18.

kustzone (deelgebieden Strand, Hulst, Karekiet,

bomen op kavel

Kiekendief en Visarend) 19.

camperterrein

struweel met bomen haag langs de rand

20. 21.

parels

Varelse beek op het park

open water

bomen langs de Varelse beek op kavels

behoud oude bomen op kavels 4 m brede natuuurzone

22.

hoge rug aan de noordoostzijde

behoud reliëf

23.

natuurbos rond camperterrein

extensief onderhoud noord- en westzijde

24.

boerderij en erf Marinahoeve

intensief onderhoud leilinde en hagen

25.

historische windsingel boerderij Kollert

behoud bomen en ondergroei

26.

schouwpad en singelbeplanting langs zuidwes-

graslandbeheer met wandelpad

telijk deel Killenbeek

25/76

Er zijn het komende jaar geen grote ontwikkelingen gepland voor de gebieden die nu nog braak liggen. Er zijn geen nieuwe chalets in de planning. In het deelgebied Zuiderzee en 't Water zijn nog bouwrijpe kavels beschikbaar en ook volledig ingerichte kavels (Park Zuiderzee).

De natuur moet in stand worden gehouden en waar nodig worden beschermd. De uitdaging is om dat zo te doen dat de mogelijkheid aanwezig is om deze rijkdom te beleven en ervan te genieten. Dat geldt zowel voor op de Droomparken recreërende gasten, maar ook voor niet-gasten, zoals omwonenden en de recreatieve fietser op de Munnekesteeg, welke onderdeel is van een fietsroute langs het Veluwemeer. Bij de projecten die Droomparken ontwikkelt, is gebleken dat het mogelijk is om natuurbeleving en natuurbescherming te verenigen. Voorwaarde is dat over de mogelijkheden en kansen een open gesprek plaatsvindt tussen Droomparken en belanghebbenden buiten het park, zoals natuurorganisaties en omwonenden. Dat kan tot prachtige projecten leiden. Met deze partijen gaat Droomparken graag de dialoog aan om te kijken of mogelijkheden kunnen worden geschapen waar iedereen beter van wordt. In het kader van de herontwikkeling van Droompark Bad Hoophuizen is dan ook met de natuurorganisaties in het gebied gesproken.

Voor Droompark Bad Hoophuizen zijn er kansen om met de volgende elementen natuurwaarden te ontwikkelen: ● watersysteem (vijvers en beek): amfibieën en libellen; ● bomen en struweelvegetatie: broedvogels en insecten; ● ontwikkelen van een oud bomenbestand: goed voor vogels, insecten en vleermuizen; ● nestkasten: broedvogels, insecten en vleermuizen; ● houtsingel: broedvogels en insecten; ● nieuwe bomen op kavels die oud kunnen worden; ● rieteilanden: vogels en insecten; ● strekdammen: flora en insecten.

26/76

Bomen zijn een van de bijzondere kenmerken van het terrein. In het beheer worden de volgende knelpunten gesignaleerd: ● dode bomen; ● eikenprocessierups; ● essentaksterfte; ● aanleg van wegen en verharding; ● plaatsen van chalets.

Het beleid van Droomparken is gericht op het doel 'dood hout leeft'. Dus zowel staand (dode bomen) als op de grond is dood hout aanwezig. Ook bij de herinrichting wordt hout (stobbenwal, houtstapels) als sfeerelement gebruikt. Deze hebben ook een functie voor de natuur (schuilplaats insecten en kleine zoogdieren). Dode bomen kunnen gehandhaafd blijven als ze geen risico vormen. Dode bomen kunnen blijven staan of ze worden afgezaagd tot op een hoogte dat er geen sprake meer is van een risico. Dit is veelal 3 á 4 m. Dergelijke staande dode stammen zijn waardevol voor broedvogels, zoals: spechten, boomklever en boomkruiper. De beoordeling van het handhaven van dode bomen vindt jaarlijks plaats.

Figuur 4.1 Een van de twee eiken op de kavel is in 2019 dood gegaan (kapvergunning is inmiddels verleend, met herplantplicht)

27/76

Op het park staan veel eiken. Sinds enige jaren komt de Eikenprocessierups voor in Nederland. De brandharen van deze rups kunnen tot veel irritatie en pijn leiden. De vestiging van deze soort op het park wordt gevolgd, eventuele nesten worden bestreden. Het afgelopen jaar (2019) is de processierups nog niet op het park waargenomen. Er zijn in januari 2020 circa 40 nestkasten geplaatst voor koolmees en pimpelmees. Deze vogels eten de eieren en rupsen. De rupsen houden van zonlicht (warmte). Stammen die in de schaduw staan zijn dus niet aantrekkelijk. Een mogelijke maatregel is er voor te zorgen dat de eiken zoveel mogelijk in een gesloten beplanting staan. Dit kan door: ● het niet opsnoeien van bomen; ● ontwikkelen van een goede struiklaag.

Figuur 4.2 Voorkomen van de Eikenprocessierups in Nederland (bron: Vlinderstichting)

Daarnaast zijn er op Bad Hoophuizen twee stroken ingezaaid op het trailerveld met een eikenprocessierups mengsel (van MediGran), dit mengsel trekt insecten aan die zorgen voor een natuurlijke bestrijding van de processierups. Het is een mengsel van één- en tweejarigen en overblijvende planten. Tabel 4.1 Samenstelling van het bloemenmengsel tegen eikenprocessierups

28/76

Figuur 4.3 Beeld van het ingezaaide bloemenmengsel (trailerveld)

Essentaksterfte is een nieuwe ziekte die zich de afgelopen jaren over het land heeft verspreid. Tot voor kort hadden de Gewone essen op het park er niet zo veel last van. Het is te verwachten dat het park ook getroffen zal worden door deze ziekte. Voor de bestrijding van essentaksterfte zijn nog geen maatregelen gevonden. Om groenbeheerders tegemoet te komen hoe om te gaan met essentaksterfte, heeft het Bosschap in samenwerking met Wageningen UR en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) beheeradvies opgesteld voor de Nederlandse situatie. Dit heeft geresulteerd in een praktijkadvies Essentaksterfte (2013). Soorten die gebruikt worden ter vervanging van de Gewone es zijn: Zomerlinde, Zoete kers, Hazelaar, Veldesdoorn, Schietwilg, Zwarte els en Fladderiep.

29/76

Figuur 4.4 Maatregelen essen (Praktijkadvies Essentaksterfte, Vereniging van bos- en natuureigenaren)

Figuur 4.5 Es met taksterfte (ziekte, droogte of toch wortelbeschadiging?)

30/76

De aanleg van wegen en verhardingen heeft ervoor gezorgd dat veel wortels van bomen zijn beschadigd en/of verwijderd. Hierdoor zijn bomen verzwakt. Compensatie van deze bomen is noodzakelijk. Deze zal plaatsvinden op dezelfde kavel waar de eerdere boom stond en er worden doorgaande lanen ontwikkeld.

Bij de inrichting van de kavels is het soms noodzakelijk om bomen te rooien in verband met de plaatsing van chalets en het realiseren van verhardingen (terrassen en parkeerplaatsen). Compensatie van de gerooide bomen is altijd noodzakelijk. Er wordt gestreefd naar één boom per kavel. Soms zijn bomen tijdens de plaatsing van chalets beschadigd of is er na enige jaren sprake van taksterfte.

Figuur 4.6 Bast van de bomen beschadigd, mogelijk bij het plaatsen van chalet

31/76

Het beplantingsplan is gericht op het behoud van de historische elementen en het versterken van de opgaande beplanting in het gehele park. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de elementen van de groenstructuur en een overzicht van maatregelen (aanvullende beplanting) die dit karakter versterken.

Figuur 5.1 Beplantingsplan met de ligging van de deelgebieden, zie ook tabel 5.1 Tabel 5.1 Behoud en versterken van de groenstructuur (voor ligging zie figuur 5.1) num-

deelgebied

gewenst beeld

jaar

1a. natuurlijke beek schouwpad met brede houtsingel

1a. jaarlijks gefaseerd

mer krachtige randen 1.

Killenbeek 1a. zuidelijke rand

2. 3.

32/76

met overstaanders

1b. westelijk rand

1b. haag met beek begeleidende beplanting

1b. aanvulling voorjaar-2020

1c. landtong

1c. elzen langs de beek bij landtong

1c. aanplant voorjaar 2020

Varelse beek

natuurlijke beek met brede houtsingel met overstaan-

jaarlijks

ders

gefaseerd

rechte beek langs weg met brede houtsingel met over-

jaarlijks

staanders en twee zichtvensters

gefaseerd

Killenbeek langs de Munnekesteeg

num-

deelgebied

gewenst beeld

jaar

mer fraaiea.kustzone 4.

rieteilanden in overleg met RWS

rieteilanden met bomen

jaarlijks maaien en afvoeren

5.

landtongen in overleg met RWS

grazige natuurlijke vegetatie met enige bomen

jaarlijks maaien en afvoeren

6.

stranden langea.landen

zand met losse bomen

jaarlijks

7.

Laan 1 (Bosuil Havik)

tweezijdige laan, gevarieerde ondergroei

2019-2020

8.

Laan 2 (Zuiderzee)

tweezijdige laan, gevarieerde ondergroei

2020-2021

9.

Laan 3 (Hulst -Zuiderzee) a. hoogwaardige entree

tweezijdige laan, gevarieerde ondergroei

2021-2022

10.

centrum

hoogwaardig beeld

gazonbeheer en beplanting onder bomen vaste planten voorjaar 2020

a. kamers groene 11.

toeristisch gedeelte (deelgebied

singels met overstaanders en losse bomen op veld

Beuk) 12.

park op de hoge strandrug (deelge-

jaarlijks snoei vervangen essen

losse bomen op kavels

2020-2021

bied Duindoorn, Acacia en Wilg) 13.

park langs de Munnekesteeg

bomen op kavels

2020-2021

14.

de oude akker (park Ransuil en Veld-

bomen op kavels

2020-2021

beek en vijver

2019-2022

uil) 15.

park Zuiderzee

bomen op kavel en langs het water inzaaien beekoever

2019-2020

16.

Tiny Houses

collectief groen, voedselbos

jaarlijks

17.

park langs de Killenbeek (park Beek)

bomen op kavel

bij realisatie

18.

kustzone (deelgebieden Strand,

bomen op kavel

2020-2021

struweel met bomen

gereed 2019

Hulst, Karekiet, Kiekendief en Visarend) 19.

camperterrein

jaarlijks onderhoud + aanvullen parelsa. 20.

Varelse beek op het park

open water

2019-2020

21.

bomen langs de Varelse beek op ka-

behoud oude bomen op kavels

jaarlijks

vels

inspectie

22.

hoge rug aan de noordoostzijde

behoud reliëf

geen aanplant wel beheer

23.

natuurbos rond camperterrein

extensief onderhoud noord- en westzijde

jaarlijks inspectie, doodhout leeft

24.

boerderij en erf Marinahoeve

25.

historische windsingel boerderij Kol-

intensief onderhoud

jaarlijks

Leilinde en hagen behoud bomen en ondergroei

lert 26.

schouwpad en singelbeplanting langs westelijk deel Killenbeek

33/76

jaarlijks inspectie

graslandbeheer met wandelpad

jaarlijks sinusbeheer

De singel aan de zuidzijde van het park bestaat uit een boom- en struiklaag. Door de breedte (5 tot 10 m) en het beheer is het een dichte beplanting, die zorgt voor afscherming van het zicht vanaf buiten het park op de recreatiewoningen. Nabij het centrum is in 2017 een deel van de struiklaag teruggezet. Hierdoor is er vanaf het fietspad zicht op het park. Deze beplanting is recent (najaar 2019) hersteld. De boomlaag bestaat overwegend uit: Gewone es, Zomer eik, Veldesdoorn (doorsnede 0,3 m) en soms Gewone esdoorn, Haagbeuk, Zachte berk. Langs de beek komen ook Schietwilg en Zwarte els voor. Doorsnedes van de stam van deze bomen zijn 0,3-0,4 m. Voor deze zone wordt een hakhoutbeheer met overstaanders voorgestaan. De onderlinge afstand van de overstaanders is in eerste instantie circa 20 m. Er zijn twee verschillende gebieden: ● de beek begeleidende beplanting langs de Killenbeek; ● de groenzone langs de Munnekesteeg.

In het westelijke deel heeft de Killenbeek nog een meanderend karakter. De groenstrook, zoals planologisch bestemd, heeft hier een breedte van 10 m. Hiervan is 5 m in eigendom van Droomparken en de overige 5 m vormt een onderdeel van de kavels. Het onderhoudspad langs de beek hoeft niet behouden te blijven omdat het beheer van de beek vanaf de zijde van het natuurgebied wordt uitgevoerd (aanplant voorjaar 2020). Het profiel is als volgt: ● heg op de erfgrens; ● 1 m graspad voor onderhoud; ● 4 m struweel met opgaande boombeplanting langs de beek.

Figuur 5.2 Plantvak op het voormalig schouwpad langs de Killenbeek. De zone heeft een breedte van 5 m

34/76

Figuur 5.3 Op de schouwstrook is beplanting aangebracht

Figuur 5.4 Bestaande bomen staan op de kavel, een deel van de beplantingsstrook wordt ongewenst beheerd als gazon door de eigenaren van de chalets (handhavend optreden)

35/76

Figuur 5.5 Beekrand waar Zwarte els wordt geplant Op de landtong wordt langs de beek een rij met elzen aangeplant. Hiermee wordt het zicht vanaf het open polderlandschap op de woningen langs het water verminderd.

Figuur 5.6 Beeld van de aanplant (april 2020)

36/76

Figuur 5.7 Ontwerpbestemmingsplan maart 2020 (monding Killenbeek). Inzet: Groenbestemming met rij elzen opgenomen in verbeelding van vast te stellen bestemmingsplan

De Killenbeek meandert sterk in dit deel. Een schouwpad en een brede beplantingsingel volgen de bewegingen van de beek. Op één plek gaat de beek het park op en is er uitzicht. Dit wordt één van de twee experimentele vensters. Vanuit een oogpunt van biodiversiteit en natuurlijkbeleving is het wenselijk om het schouwpad in stand te houden. Met behulp van sinusbeheer wordt de biodiversiteit verhoogd.

Figuur 5.8 Meanderende Killenbeek

37/76

Figuur 5.9 Fraaie zichtlijn vanuit het park over de beek naar het open landschap (één van de twee vensters) Zie ook paragraaf 6.3 voor experiment

Figuur 5.10 Randbeplanting langs de Killenbeek met oude boom en struiklaag (met schouwpad)

38/76

Figuur 5.11 Zicht op het venster vanaf de buitenrand

Figuur 5.12 Aanbrengen van beplanting, zodat venster ontstaat (strook tussen weg en schouwpad)

39/76

Figuur 5.13 Beeld van de aanplant van het venster (april 2020)

De beplanting langs de Munnekesteeg is een dichte singel. Nabij de hoofdtoegangsweg van het park (locatie receptie) is de beplanting recent afgezet en is deze ook smaller dan dat in het bestemmingsplan is aangegeven. De lijn van het bestemmingsplan wordt in het veld uitgezet en waar nodig wordt beplanting aangebracht. Dit is met name nodig in de omgeving van de entrees.

Figuur 5.14 Dichte randbeplanting (boom- en struiklaag) langs de Munnekesteeg

40/76

Figuur 5.15 Afwijkende beplanting bij receptie (gras met bomen)

Figuur 5.16 Ontwerpbestemmingsplan maart 2020, groenstrook bij receptie ook groen bestemmen Inzet: groenbestemming doorgetrokken in verbeelding vast te stellen bestemmingsplan

41/76

Figuur 5.17 Beeld van de recente aanplant (april 2020)

Figuur 5.18 Herstellen singelbeplanting bij 2e entree

42/76

Figuur 5.19 Groenbestemming doortrekken (ontwerpbestemmingsplan maart 2020) Inzet: doorgetrokken groenbestemming vast te stellen bestemmingsplan

In het bestemmingsplan is met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting geborgd dat de groensingel die om het park loopt in stand gehouden dient te worden. Droomparken is verantwoordelijk voor het in stand houden van de structuur van de groensingel.

Aan de oost- en zuidzijde van het camperterrein is er een hoog opgaande beplanting. Deze draagt zorg voor een robuuste afscherming van het terrein. Voor een deel heeft deze beplanting de bestemming 'Natuur - Landschap'. Voor de inrichting van het terrein is een beplantingsplan opgesteld met hagen en enige bomen, zie bijlage 2 en figuur. Deze beplanting is recent aangelegd. Het blijkt echter dat ten behoeve van de waterberging een deel van de groenstroken verlaagd is uitgevoerd. De beplantingskeuze wordt hierop aangepast (Zwart els en Grauwe wilg in plaats van struiken en enige eiken). Het beheer van de hagen en singelbeplanting is om de vijf jaar ¼ van de beplanting+ te snoeien, dus hier geen knipheg.

43/76

Figuur 5.20 Bestaande bosstrook rond het camperterrein

Figuur 5.21 Kavel en beplantingsplan van het camperterrein (luchtfoto 2017)

44/76

Figuur 5.22 Beplanting camperterrein februari 2019

Figuur 5.23 Zone tussen haag en bestaande singel, nog beplanten met bosplantsoen

45/76

De beplanting rond de centrumgebied bestaat uit grasvelden met bomen, sierheesters, vaste planten en siergrassen. Het beheer is intensief. Rond de bestaande bomen (kroonprojectie) worden vaste planten en/of struiken aangebracht. Dit is beter voor de wortels van de eiken dan het huidige gazonbeheer. Aan de rechterzijde worden drie jonge eiken geplant.

Figuur 5.24 Beeld van de groenvoorziening bij de centrumvoorzieningen

Er zijn drie verschillende typen recreatievoorzieningen met elk een eigen beplantingstype: ● kavels met chalets: recent ontwikkeld; in ontwikkeling; ● Tiny Houses; ● toeristische velden.

De volgende deelgebieden zijn volledig ontwikkeld: ● park de hoge strandrug; ● de kustzone. Park de hoge strandrug Het park op de hoge strandrug is gelegen aan de noordoostzijde van het recreatiepark. Bij de inrichting van dit gebied zijn dennenbomen toegepast. De relatief grote hoogteverschillen en de dennenbeplanting zijn kenmerkend voor dit gebied. Per standplaats zijn minimaal twee bomen aanwezig. Aanvulling van beplanting is hier niet nodig. De kustzone

46/76

In de kustzone is versterking van de boombeplanting noodzakelijk. Op de kruispunten van de kavels worden in overleg met de eigenaren bomen geplant. Het zijn hoogstamfruitbomen, berken of eiken. In de zomer van 2021 wordt een plan opgesteld in overleg met de eigenaren. Het doel is om in de herfst van 2021 op alle kruispunten van de kavels één boom te planten. Of er kan worden gekozen voor bomen langs de weg op de kavelscheiding.

Figuur 5.25 Versterking van de boombeplanting (1 boom op kruising van elke 4 kavels) Of er kan ook worden gekozen voor bomen langs de weg op de kavelscheiding

De in ontwikkeling zijnde gebieden zijn: ● de oude akker; ● chaletpark Zuiderzee; ● park langs de Killenbeek (park Beek); ● park langs de Munnekesteeg (park Torenvalk, Havik en Zuiderzee). De oude akker (Parkdelen Velduil en Ransuil) – parel historische windsingel In het deelgebied de oude akker (parkdelen Velduil en Ransuil) zijn nog bomen aanwezig die een onderdeel vormden van de windsel rond de voormalige akker. Op de topografische kaart van 1923 is deze singel duidelijk waarneembaar. De boerderij was destijds Kollert geheten, maar is later Marinahoeve genoemd. Het gaat overwegend om eikenbomen.

Figuur 5.26 Locatie bestaande bomen van de oude windsingel (groene bomen) De oude akker is ook het gedeelte met de oudste chalets en zal op een gegeven moment herontwikkeld worden. Op dit parkdeel wordt gestreefd naar het versterken van de boombeplanting. In dit deelgebied wordt gekozen voor kleine bomen (sierappel, sierkers, meidoorn). Dit om het contrast met de oude hoog opgaande eikenbomen van de voormalige windsingel te behouden. Op een paar plekken kunnen nabij het water treurwilgen worden aangebracht. In het voorjaar van 2021 wordt een plan opgesteld in overleg met de eigenaren. Het doel is om in het najaar van 2021 op alle kruispunten tussen vier kavels één boom te planten. Waar dat niet mogelijk is, wordt op de scheiding tussen twee kavels een boom geplant. Zo staat op elk perceelscheiding één boom.

47/76

In het kader van de herontwikkeling van parkdeel Velduil is inmiddels een concreet beplantingsplan uitgewerkt (zie figuur 5.27): ● Behouden voldoende ruimte voor de historische windsingel tussen Ransuil en Velduil door de recreatiewoningen circa 5 meter vanaf de achtererfgrens te plaatsen. De woningen niet onder de kronen van de eiken plaatsen. De beplanting van de historische houtsingel zal worden aangevuld zodat een stevig aangeplante dichte houtsingel ontstaat. Hiertoe wordt de houtwal aan de noordzijde aangevuld met minimaal 1 rij struweelbeplanting. Daar waar ‘gaten’ in de beplanting zitten, worden deze aangevuld met extra struweelbeplanting. Toe te passen soorten: meidoorn, sleedoorn, rode kornoelje, hazelaar, hondsroos en gelderse roos. Om de houtsingel te beschermen wordt deze uitgerasterd. ● De recreatiewoningen rondom de (nieuwe) vijver worden op minimaal 3 meter van de weg geplaatst. ● Op de kavels die niet aan de historische windsingel grenzen, wordt op de kavelscheidingen om en om 2 kleine bomen (3e orde) geplaatst (sierappel, sierkers, meidoorn). Op een paar plekken kunnen nabij het water treurwilgen aangebracht ●

worden. De aan te planten bomen van de 3e orde hebben een maat van 14/16 of 16/18. De bomen van 1e orde een maat van 20/25

Figuur 5.27 Voorstel beplanting Velduil Chaletpark Zuiderzee De standplaatsen bij de chalets zijn veelal omgeven door een haag. Waar mogelijk zijn opgaande bomen behouden. Voor het Park Zuiderzee is een afzonderlijk beplantingsplan opgesteld, zie bijlage 1. Hier komen de volgende bomen voor: ● hoogstam fruitboom op de erfgrens; ● langs de waterkant Knotwilgen of Zwarte els, op de erfgrens; ● op de koppen van de vijvers bijzondere treurbomen. Het beplantingsplan wordt gerealiseerd gelijktijdig met de ontwikkeling van de kavels. Verwacht wordt dat het park in 2022 volledig ontwikkeld is.

48/76

Figuur 5.28 Beeld van een verhuurkavel met een beukenhaag en oude boom op de kavel

Figuur 5.29 Beplanting op de kavels van Park Zuiderzee

49/76

Figuur 5.30 Beplanting op de kavels van Park Zuiderzee

Figuur 5.31 Beeld van de hoge vijver in Park Zuiderzee

50/76

Figuur 5.32 Beeld van de grondwater gebonden vijver in Park Zuiderzee (nieuwe Treurwilg op de kop van de vijver)

Figuur 5.33 Beeld van de recent aangeplante berkenlaan (april 2020)

51/76

Park langs de Killenbeek (park Beek) Een strakke vijver vormt de hoofdstructuur van het park langs de Killenbeek. De kavels worden voorzien van één opgaande boom. Verwacht wordt dat het park in 2021 volledig ontwikkeld is.

Figuur 5.34 Deelgebied Park langs de Killenbeek Park langs de Munnekesteeg (park Torenvalk en Havik) De zone langs de Munnekesteeg is de laatste ontwikkelingszone. Verwacht wordt dat dit gebied in 2022 is ingericht. Ook hier wordt elke kavel voorzien van een opgaande boom.

Figuur 5.35 Deelgebied Park langs de Munnekesteeg

Bij de recent gerealiseerde Tiny Houses ligt de nadruk op de collectieve ruimte. Naast voorzieningen is hier ook veel beplanting aangebracht, veel struiken en enige bomen. Het betreft een variatie aan struiken en bomen.

Figuur 5.36 Beeld van de Tiny Houses met collectieve ruimte

52/76

De velden voor de toeristische standplaatsen zijn traditioneel ingericht: gras met aan de achterzijde een struiklaag met daarboven een boomlaag (veelal Gewone es). De struiklaag wordt jaarlijks geschoren. De essen in de boomlaag worden geleidelijk vervangen door andere soorten.

Figuur 5.37 Beeld van een toeristisch veld

Op het park is laanbeplanting aanwezig/voorzien langs drie wegen, zie ook bijlage 1. Het betreft de volgende beplanting: ● L 1: weg tussen Bosuil/Havik/Torenvalk: esdoorn, aanleg 2019/2020; ● L 2: centrale weg in het Park Zuiderzee: berken, aanleg 2020/2021; ● L 3: langs de weg Strand/Hulst: els, aanleg 2020/2021. Deze beplanting staat op de erfgrenzen van de kavels aan de zijde van de weg. Voor het park Zuiderzee is een gedetailleerd beplantingsplan vastgesteld. De lanen worden aangelegd nadat alle chalets in het deelgebied zijn geplaatst. Vanwege het gebruik van grote kranen bij de plaatsing van de chalets is het niet mogelijk om de laanbeplanting eerder aan te leggen. Borging in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan is met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting geborgd dat de laanbeplanting in stand gehouden dient te worden. Droomparken is verantwoordelijk voor het in stand houden van het aantal bomen en de structuur van de lanen waarvoor de voorwaardelijke verplichting is opgenomen. De bomen blijven dan ook eigendom van Droomparken.

53/76

Figuur 5.38 Op elke kavel bij de weg tussen Bosuil/Havik/Torenvalk wordt een Esdoorn (rode stip) geplaatst. Aan het strand worden wilgenstekken (zwarte stip) geplant

Figuur 5.39 Beeld van de recent aangeplante laan (april 2020)

54/76

Figuur 5.40 Beeld van nieuwe bomen langs de waterlijn (april 2020)

Figuur 5.41 Beeld van nieuwe bomen langs de waterlijn (april 2020)

55/76

Langs het strand worden op de helft van de hoeken van de kavels wilgenstekken geplant (zie figuur 5.41), dus niet op elke kavelhoek. Deze worden gesneden van de wilgen die in deze zone al aanwezig zijn. Per cluster van twee kavels wordt op de erfscheiding een drietal stekken gestoken. Deze krijgen een hakhoutbeheer en worden om de vijf jaar alternerend afgezet. Het plan wordt in het voorjaar van 2021 met de eigenaren besproken en gerealiseerd in de winter van 2021/2022.

Op het recreatiepark is een aantal bijzonder groenelementen aanwezig: ● de historisch windsingel (eiken) rond de akkers van de boerderij Kollert (nu Marinahoeve geheten); ● de bomen langs de Varelse beek; ● een stukje Varelse beek op het park; ● Killenbeek; ● het erf van Marinahoeve. Historische windsingel In het deelgebied de Oude akker zijn nog bomen aanwezig die een onderdeel vormden van de windsingel rond de akker. Op de topografische kaart van 1923 is deze singel duidelijk waarneembaar. De boerderij was destijds Kollert geheten maar staat op dezelfde plek als de Marinahoeve. Het gaat overwegend om eiken bomen.

Figuur 5.42 Projectie van de huidige boombeplanting op de topografische kaart van 1923 Varelse beek Aan de oostzijde van het park vormt de Varelse beek de begrenzing van het park. Hier is geen landschappelijke inpassing op eigen terrein. Het aangrenzende bosgebied zorgt voor een adequate afscherming van het park. Op sommige kavels staan (grote) bomen langs de beek. De beek is hier feitelijk volledig beschaduwd. Net voordat de beek in het Randmeer uit komt, is er een afsplitsing over het park. Deze is deels dichtgegroeid/geslibd. De beek wordt op korte termijn uitgebaggerd (2019-2020).

56/76

Figuur 5.43 Varelse beek en het bosgebied ten noorden van het camperterrein Het erf van Marinahoeve De voormalige boerderij Marinahoeve is een belangrijk element op het park. Het erf wordt nu benadrukt met Leilindes en een haag. Deze elementen behoeven geen versterking maar wel jaarlijks beheer: snoei Leilindes en haag.

57/76

Af en toe gaan er op het park bomen dood. Als het vanuit het oogpunt van veiligheid toelaatbaar is, blijven dode bomen zo lang mogelijk staan (dood hout leeft). Eventuele maatregelen zijn: kandelaberen en/of afzagen van de stam op 4 m. Elke boom die wordt gerooid wordt vervangen door een jonge boom (op dezelfde kavel). In de periode 2019/2020 zijn de bomen 359 en 426 dood gegaan en twee bomen op kavel ZZ49. In 2019 warden dat drie dode bomen: nummers 377, 1186 en 1260.

Figuur 5.44 Dode boom (nummer 426)

Figuur 5.45 Locatie dode bomen

58/76

In de periode 2019-2020 zijn een aantal specifieke groenelementen opgenomen in de planning. Daarnaast is er een voorstel voor het hakhoutbeheer van de buitenrand uitgewerkt. Tevens is er aangegeven hoe het beheer met zichtlijnen in de singel is beoogd. Tabel 6.1 Maatregelen november 2019- november 2020) nummer

werkzaamheden november 2019-november 2020

1.

Laan 1

aanplanten voorjaar 2020

overleg eigenaren november 2019

2.

westelijk schouwpad

onderhoudspad realiseren

eigendom uitzetten in het veld

aanvulling beplanting

overleg eigenaren, januari 2020

aanplant elzen langs de beek, 1 p/m lengte 30 m

voorjaar 2020

inzaaien oevers

voorjaar 2020

realiseren overstort en rondpompsysteem

voorjaar 2020

kandelaberen bomen

januari-maart 2020

377, 359, 1186 en 1260

vergunning aanvragen

baggeren gedeelte op het park

voorjaar 2020

3. 4.

beek in park Zuiderzee

5. 6. 7.

dode bomen Varelse beek

Het beheerplan is gericht op boombeplanting omdat het beheer van de zuidelijke randzone van groot belang is. Deze zone heeft een groenbestemming maar regulier onderhoud heeft de laatste jaren niet plaatsgevonden, behalve beheer vanaf de kant van het fietspad. Dergelijke struweelbeplanting heeft traditioneel gezien een hakhoutbeheer. Afzetten van de beplanting leidt tot zicht op de chalets en uitzicht vanaf het park op de omgeving. In het beheersplan moet duidelijk worden vastgelegd welke maatregelen wanneer worden uitgevoerd, zodat er geen verrassingen ontstaan. Het eindbeeld van de randbeplanting is een hakhoutsingel met bomen. De singel heeft een breedte tot 10 m en een lengte van circa 1.380 m. Doel is het ontwikkelen van een dichte struiklaag met daarin bomen die tot volle wasdom kunnen uitgroeien. Daarom wordt de boomlaag beperkt tot één vrij uitgroeiende boom per 20 m, hierdoor kunnen de bomen uitgroeien tot fraaie exemplaren en is er ook nog voldoende licht voor de ontwikkeling van een struiklaag. De struiklaag wordt om de 20 jaar afgezet, zodat deze vitaal blijft. In eerste instantie om de 20 m overstaanders. Om op termijn voldoende licht op de singel te kunnen behouden, is het waarschijnlijk noodzakelijk om een deel (de helft) van de overstaander te rooien. Dit is sterk afhankelijk van de soort. De dunning van de boomlaag valt samen met het afzetten van de struiklaag.

Er wordt gestreefd naar een gevarieerde boomlaag met ongeveer een gelijke verdeling tussen: Zwart els, Wilg, Zomereik en Gewone es. Het voorstel is uit te gaan van hakhoutbeheer waarbij het hakhout op circa 0,6 m boven de grond wordt afgezet. Na het afzetten wordt beoordeeld of er bijgeplant moet worden. Bij de werkzaamheden wordt voor het beheer van de Gewone es uitgegaan van het Praktijkadvies Essentaksterfte. Op grond van de ligging zijn de volgende vakken te onderscheiden: 1. Killenbeek westzijde, lengte circa 125 m; 2. Killenbeek zuidzijde, lengte circa 500 m; 3. Munnekesteeg zuidzijde, lengte circa 250 m, breedte 10 m; 4. Munnekesteeg zuidzijde, lengte circa 250 m, smaller dan 10 m; 5. Varelseweg, lengte circa 150 m.

59/76

Voor het traditionele hakhoutbeheer van de randbeplanting is een analyse gemaakt van de gewenste omvang van de beheervakken en de fasering van het beheer. De randbeplanting heeft een lengte van circa 1.380 m. Het niet uitvoeren van een hakhoutbeheer zal op termijn leiden tot een holle begroeiing, hetgeen ongewenst is. In overleg met de gemeente hebben de vakken een lengte van 40 m en worden er om de 6 jaar werkzaamheden uitgevoerd. Hierbij worden de vakken niet opvolgend afgezet maar verspringend. Het schema is als volgt: 5 fasen van 6 jaar dus een omloop van 24 jaar. Niet opeenvolgend maar verspringend in de volgorde: 1, 3, 5, 2, 4. Hierdoor ontstaat er een gevarieerd beeld, met een leeftijdsverschil tussen aangrenzende vakken van minimaal 2 fasen (12 jaar). Tabel 6.2 Beeld van de fasering en spreiding in ruimte en tijd fasen jaar

5

2021-2022

1

2

4

5

x

1 X

2027-2028 2033-2034

3 X

x

2039-2040 2045-2046

x x x

Doel is om het zicht te beperken en jaarlijks beheermaatregelen uit te voeren. Het voorstel is om: ● de randbeplanting te verdelen in vakken met een lengte van 40 m; ● om de 5 jaar wordt ¼ van de vakken afgezet en wordt de volgende keer het aangrenzende vak genomen; ● verwacht wordt dat binnen 5 jaar de afgezette beplanting een hoogte heeft van minimaal 4 m en daarmee zorg draagt voor de visuele afscherming van de chalets; ● door de fasering is er een stabiele opbouw van de variatie in ouderdom van het struweel. Dit is goed voor de ecologische diversiteit.

Figuur 6.1 Vakken zuidelijke rand

60/76

Bij de kavels lang de buitenrand is het wenselijk om zicht op het omliggende landschap te hebben. Door middel van beheermaatregelen worden zichtlijnen ontwikkeld. In eerste instantie gaat het om twee experimentele vensters.

Figuur 6.2 Venster hoogte 2 m breedte 5 m. Beplanting 10 m hoog De vensters zijn gelegen in het verlengde van wegen. Het venster heeft een breedte van 5 m. Tot een hoogte van 2 m worden de bomen opgesnoeid. Struiken worden afgezet. Eventuele opschot wordt jaarlijks verwijderd. Doel van het venster is het ontwikkelen van kruidenrijke begroeiing met soorten zoals Robertskruid, Look zonder look, Maarts viooltje, Fluitenkruid en Geel nagelkruid. Van deze soorten worden zaden uitgestrooid in de vensters. Eventuele opslag van bramen en brandnetels wordt handmatig bestreden. De aanleg van de vensters is voorzien in januari/februari 2021. In september 2021 wordt een kort verslag gemaakt van het resultaat. Na 4 jaar (september 2024) wordt beoordeeld of het gewenste doel is gerealiseerd. Dan zal ook worden beoordeeld of de twee vensters gehandhaafd blijven en of er mogelijk op andere locaties vensters gewenst/toelaatbaar zijn. Voor de beheersmaatregelen van de vensters is een omgevingsvergunning noodzakelijk.

Figuur 6.3 Locatie van de twee experimentele vensters

61/76

Amerikaanse vogelkers is een soort die zich vaak eenvoudig en massaal uitbreidt. Deze exoot zorgt in vrijwel alle gevallen voor een verarming van het bos. Amerikaanse vogelkers kan daarom zowel uit ecologisch als esthetisch oogpunt beter verwijderd worden. Amerikaanse vogelkers wordt intensief bestreden. Dit kan door uittrekken of door afzetten. In bijna alle situaties is een nabehandeling (het verwijderen/bestrijden van zaailingen) noodzakelijk. Deze nabehandeling moet een aantal jaren achter elkaar worden herhaald. Voor zover nog aanwezig wordt ook de exoten Laurierkers en Conifeer bestreden. De meeste van deze bomen en struiken zijn in het kader van groenbeheer op het recreatiepark echter reeds verwijderd.

De nieuwe aanplant wordt verzorgd door Hovenier Versteeg. Het onderhoud wordt nu verzorgd door hoveniers van JHM. Het beheerplan en de jaarlijkse activiteiten worden overlegd met de uitvoerders.

Figuur 6.4 Paddenstoelen reageren op de aangebrachte houtsnippers

62/76

MEMO Van

:

Justus van den Berg

Project

:

Droompark Bad Hoophuizen

Datum

:

3 september 2018

Betreft

:

Breedte van de functieaanduiding specifieke vorm van groenlaanbeplanting

In de eerste versie van de verbeelding van het voorontwerpbestemmingsplan was een functieaanduiding 'sg-h: specifieke vorm van groen - houtwal' opgenomen. In een latere versie is dit gewijzigd in: 'sg-lbpl, specifieke vorm van groen - laanbeplanting'. In deze zone zijn geen bouwwerken toegestaan. De breedte van de zone is gebaseerd op een projectie van de boomkronen op basis van een luchtfoto (jaartal onbekend). Langs de noordelijke weg heeft deze zone een breedte van 4,7 tot 5,5 m vanaf de insteekweg. Langs de centrale weg is de totale breedte 20 m en vanaf de insteekweg aan weerszijden 8,5 m.

Figuur B1.1 Verbeelding van het voorontwerpbestemmingsplan De vraag is of deze breedte nog wel in overeenstemming is met het doel. De zone is bedoeld om ruimte te bieden voor een goede ontwikkeling van de laanbeplanting. De gekozen laanbeplanting (Zachte berk) heeft een aanzienlijke smallere kroon dan de gerooide soorten, zoals plataan. Kan worden volstaan met een smallere maatvoering van deze functieaanduiding of is het mogelijk dat op een bepaald gedeelte van deze zone toch bebouwing is toegestaan? In deze memo wordt op grond van het noodzakelijke groeivolume van bomen bepaald wat de minimale maat is.

63/76

Figuur B1.2 Verkaveling langs de centrale weg met een 20 m brede zone 'functieaanduiding'. In oranje gemarkeerd de 40m2 die noodzakelijk is voor het groeivolume per boom

Het beplantingsplan is weergegeven in figuur B1.3, waarbij laanbeplanting is geprojecteerd langs de noordelijke weg en de centrale weg. Hierin staan de te behouden bomen en de nieuwe bomen aangegeven. De nieuwe bomen zijn: ● Zachte berk (Betula pubescens); ● Veldesdoorn (Acer campestre); ● Zomereik (Quercus robur). Bij de centrale weg is het plantschema: ● de onderlinge afstand in de rij is 8 m; ● de afstand tussen de rijen is 9 m.

64/76

Figuur B1.3 Plan voor de laanbomen Maatvoering van de bomen In Stadsbomen Vademecum (IPC, 2013) worden kenmerken, zoals hoogte, vorm en doorsnede van bomen gegeven. Van de toegepaste soorten staat het volgende vermeld: ● Zachte berk is een soort die 15-20 m groot wordt en een eironde/eivormige kroon heeft. De doorsnede van de kroon is circa 8-10 m; ● Spaanse aak is een soort die 8-12 m groot wordt en een ronde/bolvormige kroon heeft. De doorsnede van de kroon is circa 8-12 m; ● Zomer eik is een soort die 20-30 m groot wordt en een ovale/bolvormige kroon heeft. De doorsnede van de kroon is circa 15-30 m.

Vraagstelling De breedte van de functieaanduiding is gebaseerd op de kroonprojectie van de beplanting die destijds aanwezig was. Het was destijds een gemengde beplanting. Er komt een laanbeplanting en er moet voldoende doorwortelbaar volume zijn, want dat is immers het doel van de functieaanduiding. Vraag is dus: hoeveel volume grond heeft een Zachte berk of Zomer eik nodig om tot volledige wasdom te komen?

65/76

Volume groeiplaats Nadere informatie over het volume van de groeiplaats staat vermeld in het boek Ruimte voor de stadboom (A. van Loon, 20030. Een berk is een boom van de 2e grootte en kan 90 jaar oud worden. In het plangebied is het grondwater beschikbaar voor de bomen, dus is minimaal een volume van 20 m³ noodzakelijk. Zomereik is een boom van de 1e grootte en heeft dus een volume van 60 m³ nodig.

Figuur B1.4 Volume groeiplaats (Ruimte voor de stadboom. A. van Loon (2003) Op grond van de notitie 'Uitwerking vijvers in park Zuiderzee t.b.v. watervergunning, aanlegvergunning en ontgronding' blijkt het maaiveld van de laan op circa 1 m +NAP te liggen en het grondwater op gemiddeld 0,5 m +NAP en in de winter op 0,7 m +NAP. Het grondwater zit dus gemiddeld een halve meter onder het maaiveld. Per boom is dus een oppervlakte nodig van minimaal 40 m². Het maaiveld rond de weg wordt niet opgehoogd, dit is wel van toepassing bij de kavels. Deze krijgen een hoogteligging van 1,36 en 1,96 m +NAP.

66/76

Figuur B1.5 Toekomstige waterpeilen. (Uitwerking vijvers in park Zuiderzee t.b.v. watervergunning, aanlegvergunning en ontgronding. Rho, 2017) Uitgangspunten grondwater gebonden vijver - Vijver grondwater gebonden: stuwpeil/winterpeil: 0,7 m +NAP. - Zomerpeil: geen vast peil, maar op natuurlijke wijze wegzakkend. Verwachting is dat het peil daarbij niet onder de 0,3 m +NAP zal wegzakken. - In een gemiddelde situatie is het vijverpeil 0,5 m +NAP. - In natte periode (herfst/winter) is het waterpeil maximaal 0,7 m +NAP. - Bodem vijver bij minimale waterdiepte van 0,8 m in de zomer, dit vanwege het garanderen van een goede waterkwaliteit, is 0,5 m +NAP.

Figuur B1.6 Toekomstig beeld van maaiveld en waterpeilen van de grondwater gebonden beek

67/76

Patroon bij 40 m² per boom (2e grootte) Uitgaande van een volume van de groeiplaats van minimaal 20 m³ is een oppervlakte nodig van 40 m². Een beeld van dit oppervlakte is weergegeven in figuur B1.2, hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ● de grond onder de weg wordt niet meegerekend; ● de onderlinge afstand tussen de laanbomen is 8 m; ● de laan staat op 3 m van de rand van de weg. Daar de onderlinge afstand van de bomen 8 m is, heeft de zone van 40 m² een breedte van 5 m. Als de boom in het midden van deze zone staat, dan is de afstand tot de weg 5,5 m en kan voor de laan worden volstaan met een breedte van 14 m voor de functieaanduiding (2x 5,5 + 3 m voor de weg). Effect van chalets op doorwortelbaar volume De fundering van de chalets is op betonnen plaatelementen. Onder het chalet wordt de grond tot een diepte van 0,4 m verwijderd en deels opgevuld met zand en een drainagebuis. De rond onder het chalet is feitelijk doorwortelbaar. De chalets hebben een lengte van 4 of 12,5 m. Indien de chalets tegen de rand van de functieaanduiding worden geplaatst dan nemen deze, afhankelijk van het type en de verkaveling, 32 tot 45% van de randlengte in. De chalets vormen, omdat ze feitelijk doorwortelbaar zijn en het overgrote deel van de kavel tuin is, geen structurele belemmering voor de doorwortelbaarheid van de kavel buiten de functieaanduiding.

Dus ook bomen van de 1e orde met een doelleeftijd van 120 jaar (bijvoorbeeld Zomereik) vinden in de verkaveling voldoende groeivolume (60 m³). Hierbij is het ook van belang dat het maaiveld van de kavels is verhoogd (geeft extra volume): ● aan de noordzijde van de weg tot 1,96 m +NAP; ● aan de zuidzijde van de weg tot 1,36 m +NAP. Bij een gemiddeld grondwaterpeil van 0,5 m +NAP is het beschikbare bodemdiepte respectievelijk 1,46 en 0,86 m. De noodzakelijke oppervlakte is dan respectievelijk 41 en 70 m².

Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden: ● het noodzakelijke groeivolume voor een boom van de 2e orde die minimaal 90 jaar oud moet worden is 20 m³ bij contact met het grondwater; ● gezien het grondwaterpeil is een oppervlakte per boom nodig van 40 m². Dit komt overeen met een zone met een breedte van 5 m; ● de laan komt op 3 m uit de kant van de weg te staan. Er is dus een halve meter extra tussen de weg en de zone; ● met een breedte van 14 m voor de functieaanduiding (2x 5,5 + 3 m voor de weg) wordt voldaan aan de randvoorwaarde voor het groeivolume; ● de chalets vormen geen structurele belemmering voor de doorwortelbaarheid van de kavel buiten de functieaanduiding: er is dus meer dan voldoende extra groeivolume aanwezig (ook voor bomen van de eerste orde). Voorstel Het voorstel is om de functieaanduiding te leggen om 5,5 m aan weerszijden van de weg. De zone heeft een totale breedte van 14 m. Langs de noordelijke weg kan worden volstaan met een zone met een breedte van 5 m vanaf de insteekweg.

68/76

Figuur B1.7 Voorstel voor de breedte van de functieaanduiding (14 m) afgestemd op het noodzakelijke groeivolume van de boom

69/76

Op verzoek van de gemeente wordt een nadere toelichting gegeven op de beplantingelementen die een onderdeel vormen van het verkavelingsplan voor het Camperterrein van Bad Hoophuizen, zie figuur B2.1. Het betreft een nadere toelichting op het assortiment en het plantverband. Het beplantingsplan omvat de volgende elementen: ● een haag langs de rand van het terrein bestaande uit sleedoorn en meidoorn; ● het aanvullen van de zone tussen de haag en de bestaande beplanting (doorplanten); ● een beplantingssingel met enige vrij uitgroeiende bomen, drie zomereiken per singel (n.b. daar waar de bomen in de wadi staan, wordt gekozen voor Zwart els en Grauwe wilg i.p.v. eik, aanvulling 9 januari 2020); ● twee solitaire bomen bij de entree (okkernoot).

B A

A

D A

C A

Figuur B2.1 Verkavelingsplan Camperplaatsen

Op het recreatiepark wordt in het Masterplan de volgende inheemse beplanting voorgeschreven: Meidoorn, Sleedoorn, Hazelaar, Gelderse roos, Lijsterbes, Kornoelje en Kardinaalsmuts. Dit assortiment wordt ook gebruikt in de houtwallen van de aangrenzende driehoek. Met deze inheemse soorten wordt een groot aanbod aan bloemen, vruchten en insecten gecreëerd. De doornige struwelen zijn bovendien gewild als broedlocatie voor veel kleine zangvogels. Per beplantingselement wordt gekozen voor een verschillende samenstelling, zodat er variatie op het terrein is.

Om het gehele terrein dient een haag aangelegd te worden van Meidoorn en Sleedoorn (elk 50%). Het gaat hier om een minimaal 1 rijige haag die niet onder de beplantingskroon dient te staan. Deze haag moet betreding van het Gelders Natuur Netwerk voorkomen. Deze rij ligt tegen de camperplaatsen en parkeerplaatsen aan of erop. Het beheer is om de vijf jaar ¼ van de haag te snoeien.

70/76

Het gaat om 4 beplantingselementen met een breedte van 5 m. Deze zijn geschikt voor respectievelijk een 4 rijige beplanting. De afstand tussen de rijen is 1 m en in de rij 0,75 m. Aan beide kanten is 1 m beschikbaar voor de uitgroei. Tabel B2.1 Overzicht van de elementen van de landschappelijke inpassing ligging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10081707/1