CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5g. Bijlage Toelichting Omgevingsplan Potsgildewegje 3

Commissie Ruimte en Wonen 8 september 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3, H22c.15.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Toelichting op TAM-omgevingsplan 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Het omgevingsplan 1.6 Leeswijzer

4 4 4 4 5 5 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie 2.3 Infrastructuur en openbare ruimte

8 8 9 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

13 13 16 18

Hoofdstuk 4 Omgevingsveiligheid 4.1 Algemeen 4.2 Situatie in en bij het plangebied 4.3 Conclusie

22 22 22 23

Hoofdstuk 5 Beschermen van de waterbelangen 5.1 Vigerend beleid 5.2 Wateraspecten 5.3 Watertoetsproces en waterhuishouding plangebied 5.4 Conclusie

24 24 25 25 25

Hoofdstuk 6 Bescherming gezondheid en het milieu 6.1 Geluid door activiteiten 6.2 Bodemkwaliteit 6.3 Luchtkwaliteit 6.4 Geur 6.5 Trillingshinder 6.6 Gezondheid 6.7 Duurzaamheid en klimaatadaptatie

26 26 29 30 31 32 32 33

Hoofdstuk 7 Bescherming van de natuur 7.1 Gebiedsbescherming 7.2 Soortenbescherming 7.3 Conclusie

35 35 36 37

Hoofdstuk 8 Archeologie en cultuurhistorie 8.1 Wettelijk kader 8.2 Archeologie 8.3 Cultuurhistorie 8.4 Conclusie

38 38 38 38 39

Hoofdstuk 9

40

M.e.r.-beoordeling

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

9.1 9.2 9.3

Algemeen Situatie plangebied Conclusie

40 40 40

Hoofdstuk 10 Economische uitvoerbaarheid 10.1 Algemeen 10.2 Kostenverhaal 10.3 Situatie plangebied

41 41 41 41

Hoofdstuk 11 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 11.1 Participatie 11.2 Afstemming overlegpartners 11.3 Zienswijzen

42 42 42 42

Hoofdstuk 12 Juridische verantwoording 12.1 Inleiding 12.2 Opzet van de regels 12.3 Verantwoording van de regels

43 43 43 45

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op de gronden op de hoek van de kruising tussen de Harderwijkerweg en het Potsgildewegje in Nunspeet, ten zuiden van de hospice 'De Regenboog' aan het Potsgildewegje 3. Het voornemen bestaat om op deze gronden een logeerhuis te realiseren voor de tijdelijke opvang van mensen met een zorgbehoefte, om zo mantelzorgers te kunnen ontlasten. In het logeerhuis worden 8 studio's gerealiseerd, welke ruimte bieden voor de opvang van 10 personen. Het logeerhuis zal worden gebouwd ter vervanging van twee onbenutte bouwrechten voor een woning langs de Harderwijkerweg. Beide woonpercelen zijn daarom opgenomen in het voorliggende plan. Omdat op het meest westelijk gelegen woonperceel geen fysieke ontwikkelingen plaats zullen vinden (dit woonperceel wordt aangewezen voor de functie 'tuin) wordt enkel waar nodig ingegaan op dit perceel. Het voornemen is niet in overeensteming met het geldende omgevingsplan. Om het voornemen mogelijk te maken, moet het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet worden gewijzigd. Dit TAM-omgevingsplan zorgt voor de gewenste planologische kaders en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Toelichting op TAM-omgevingsplan

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Deze vangnetten zorgen ervoor dat deze organisaties de belangrijkste uitvoeringsprocessen kunnen blijven uitvoeren, totdat ze het DSO wel kunnen gebruiken. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-Omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen.

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt op de hoek van de Harderwijkerweg en het Potsgildewegje en staat kadastraal bekend gemeente Nunspeet, sectie B, nummers 8855 (deels), 8858, 8859, 8860, 8861, 8862 en 8865. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Nunspeet en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is hierin met respectievelijk de rode ster en contour indicatief aangeduid.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied in de kern Nunspeet en ten opzichte van de nabije omgeving (Bron: PDOK.nl)

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het 'TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0302.TAM0022c-ow01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het TAM-omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten.

1.5

Het omgevingsplan

1.5.1

Geldend omgevingsplan

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: Omgevingsplan gemeente Nunspeet (in werking vanaf 1 januari 2024); Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten/Seizoensarbeiders e.a. (vastgesteld op 2 juni 2022); Parapluplan Bed en Breakfast (vastgesteld op 13 mei 2022); Voorbereidingsbesluit Onzelfstandige bewoning van woningen/uitsluiten logies tbv arbeidsmigranten 2022 (vastgesteld op 28 april 2022); Parapluplan Parkeren (vastgesteld 29 april 2021); Bestemmingsplan De Berenbos (vastgesteld op 29 januari 2010); Bestemmingsplan Welstand Nunspeet 2015 (vastgesteld op 9 december 2000). Voor de duiding van het planologische regime van het plangebied is met name het bestemmingsplan "De Berenbos" relevant. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. In afbeelding 1.1 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dat bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied wordt op deze afbeelding aangeduid met de rode omlijning. BJZ.nu Bestemmingsplannen

5

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "De Berenbos" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.5.2

Beschrijving bestemmingen

Het plangebied is aangewezen voor de functies 'Wonen', 'Tuin' en 'Maatschappelijk'. Ter plaatse van de functie 'Wonen' zijn bouwvlakken met een bouwaanduiding 'vrijstaand' en maatvoeringsaanduidingen ten aanzien van de maximum bouw- en goothoogte opgenomen. Ter plaatse van de functie 'Maatschappelijk' is een functieaanduiding 'zorginstelling' en een maatvoeringsaanduiding ten aanzien van het maximum bebouwingspercentage opgenomen. Hierna wordt nader op de deze functies ingegaan. Wonen Gronden met de functie 'Wonen' zijn aangewezen voor het wonen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere bijbehorende voorzieningen als tuinen en erven. Voor het bouwen geldt dat woningen uitsluitend binnen bouwvlakken mogen worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan middels de maatvoeringsaanduidingen aangegeven, in dit geval respectievelijk 6 meter en 9 meter. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend op ten minste 3 meter achter de voorgevel van de woning worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte van bij de woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 60 m2 bedragen. Tuin Gronden met de functie 'Tuin' zijn aangewezen voor tuinen, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Op en in de gronden mogen uitsluitend bij de functie behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De maximale bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van een woning bedraagt maximaal 1 meter. Overige erf- en terreinafscheidingen en overige, bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van vlaggenmasten, mogen maximaal 2 meter hoog zijn. Maatschappelijk BJZ.nu Bestemmingsplannen

6

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Gronden met de functie 'Maatschappelijk' zijn aangewezen voor maatschappelijke voorzieningen met bij een en ander behorende bebouwing, met uitzondering van woningen, en voorzieningen zoals tuinen, parkeer-, en groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals luifels, pergola's, verlichtingselementen en terreinafscheidingen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen bouwvlakken worden gebouwd, met uitzondering van fietsenstallingen, die buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd. Ter plaatse van het plangebied is geen bouwvlak opgenomen. 1.5.3

Opheffen strijdigheid

Het realiseren van een logeerhuis met bijbehorende voorzieningen is in strijd met de ter plaatse geldende functieomschrijvingen en beoordelingsregels uit het tijdelijke omgevingsplan. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkelingen te kunnen realiseren.

1.6

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in Hoofdstuk 5 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 8 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In Hoofdstuk 9 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 10 en Hoofdstuk 11 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in Hoofdstuk 12 ingegaan op de juridische planverantwoording.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

7

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Nunspeet, op de hoek van de kruising tussen de Harderwijkerweg en het Potsgildewegje. Het plangebied ligt ten westen van het centrum van Nunspeet. In de omgeving van het plangebied bevinden zich hoofdzakelijk woonpercelen. Daarnaast zijn verspreid enkele maatschappelijke functies aanwezig. Het plangebied wordt begrensd door de Harderwijkerweg aan de zuidzijde, het Potsgildewegje aan de oostzijde en door het terrein van hospice 'de Regenboog' aan de noordwestelijke zijde. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd en groen ingericht. Er zijn diverse bomen aanwezig. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld vanaf de Harderwijkerweg van het plangebied weergegeven. Het plangebied is met de rode contour aangeduid.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Topotijdreis.nl)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

8

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Afbeelding 2.2: Straatbeeld van het plangebied vanaf de Harderwijkerweg (Bron: Google streetview, opnamedatum april 2021)

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

2.2.1

Het plan

Het voornemen bestaat om binnen het plangebied een logeerhuis te realiseren voor de tijdelijke opvang van mensen met een zorgbehoefte. Hierdoor kunnen mantelzorgers ontlast worden. In het logeerhuis worden 8 studio's met eigen sanitaire voorzieningen gerealiseerd, welke ruimte bieden voor de opvang van 10 personen. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen en heeft een bouwhoogte van circa 10,7 meter. De hoofdingang van het gebouw bevindt zich aan de zuidzijde. Naast de studio's zijn gemeenschappelijke voorzieningen aanwezig zoals een eetkeuken, woonkamer, gespreksruimte, wasruimte, personeelsruimte en opslag. Het gebouw wordt daarnaast voorzien van zowel een trap als een lift. De ontsluiting vindt plaats via een in- en uitrit op de Harderwijkerweg. Ook is ruimte voor parkeren voorzien ten zuiden van het gebouw. In afbeelding 2.3 is een situatietekening van de gewenste situatie weergegeven. In afbeelding 2.4 is een gevelaanzicht van het gewenste logeerhuis weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

9

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Afbeelding 2.3: Situatietekening gewenste situatie (Bron: Slaa+vanAsselt architecten)

Afbeelding 2.4: Gevelaanzicht zuidzijde gewenste logeerhuis (Bron: Slaa+vanAsselt architecten)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

10

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Uit recent onderzoek van de gemeente Nunspeet (december 2022) blijkt dat er in Nunspeet 625 mensen incidenteel en 325 mensen structureel gebruik willen maken van logeerzorg. Daarnaast duidt het regionale Samenwerkingsverband Gezond Veluwe respijt/logeerzorg als knelpunt. Met het voornemen wordt dus voorzien in een behoefte.

2.3

Infrastructuur en openbare ruimte

2.3.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 2.3.2

Verkeer en parkeren

2.3.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381` (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Nunspeet beschikt samen met de buurgemeenten (Elburg, Hattem en Oldebroek) over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie 'verkeer en parkeren' omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Daarnaast is ter plaatse van het plangebied het paraplubestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” van toepassing. Dit bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de Parkeernota van de gemeente Nunspeet.

In de beleidsregels is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik (de parkeernormen) is en - als de extra parkeerbehoefte niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd - onder welke voorwaarden er een ontheffing respectievelijk een afwijkingsvergunning kan worden verleend. 2.3.2.2 Parkeren De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van een logeerhuis met 8 studio's. Uitgaande van de functie 'verpleeg- en verzorgingstehuis' geldt op basis van de parkeernota een parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per wooneenheid (inclusief parkeren personeel). In het geval van 8 studio's betekent dit afgerond 6 parkeerplaatsen. In het plangebied is ruimte voorzien voor het parkeren (zie afbeelding 2.3). In het plangebied kan voldaan worden aan de parkeernorm welke geldt op basis van de parkeernota. Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect 'parkeren' en er ter plaatse kan worden voorzien in de verwachte parkeerbehoefte.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

11

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

2.3.2.3 Verkeersgeneratie De cliënten die verblijven in het logeerhuis beschikken niet over eigen vervoer. De verkeersbewegingen bestaan voornamelijk uit familiebezoek en verkeersbewegingen van werknemers. De verkeersgeneratie is hierdoor beperkt. Voor een logeerhuis zijn geen kencijfers voor verkeersgeneratie opgenomen in de CROW publicatie. Wanneer wordt uitgegaan van de functie 'serviceflat' bedraagt de verkeersgeneratie 2,5 verkeersbewegingen per studio. Daarmee bedraagt de totale verkeersgeneratie als gevolg van 20 verkeersbewegingen per etmaal. Gezien de huidige etmaalintensiteiten op de omliggende wegen (zie tabel 5 in Bijlage 2), kan deze beperkte verkeersgeneratie eenvoudig worden afgewikkeld. Daarnaast komt de mogelijkheid tot het realiseren van twee woningen binnen het plangebied te vervallen, waarmee deze mogelijke verkeersbewegingen komen te vervallen. De daadwerkelijke toename is daardoor zeer beperkt. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Harderwijkerweg. Het omliggende wegennetwerk is van voldoende omvang om het verkeer van de nieuwe zorgfunctie op een vlotte en veilige manier af te wikkelen. 2.3.3

Conclusie

Het aspect 'Verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend TAM-omgevingsplan. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

12

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

13

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Voorliggend geval betreft een plan waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een leefomgeving die aansluit bij de mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners (voorzien in de behoefte aan logeerzorg), zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit TAM-Omgevingsplan opgenomen ontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Algemeen De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar BJZ.nu Bestemmingsplannen

14

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder In jurisprudentie worden maatschappelijke functies, zoals een zorgcomplex aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2 . In voorliggend geval ligt het ruimtebeslag van het logeerhuis met bijbehorende (parkeer) voorzieningen op circa 500 m2 . Daarnaast betreft het een locatie waar op basis van het vigerende planologische regime al een woning met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen zijn toegestaan. Qua aard en omvang past het logeerhuis goed in de omgeving, waarin al diverse maatschappelijke voorzieningen aanwezig zijn en de bouwhoogtes aansluiten op het gewenste logeerhuis.

Geoordeeld wordt in voorliggend geval geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Desalniettemin wordt hierna kort aangegeven waarom wel behoefte is aan de ontwikkeling. Uit recent onderzoek van de gemeente Nunspeet (december 2022) blijkt namelijk dat er in Nunspeet 625 mensen incidenteel en 325 mensen structureel gebruik willen maken van logeerzorg. Verder duidt het regionale Samenwerkingsverband Gezond Veluwe respijt/logeerzorg als knelpunt. Doordat deze zorg nog niet gefaciliteerd wordt in Nunspeet, wordt met het voornemen voorzien in een duidelijke behoefte. Ten slotte wordt opgemerkt dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Hiervoor wordt verwezen naar de volgende hoofdstukken, waarin dit uitgebreid aan bod komt. Hier wordt geconcludeerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 3.1.3

Instructieregels Rijk (Amvb's)

Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing BJZ.nu Bestemmingsplannen

15

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 3.1.3.1 Toetsing van het initiatief aan de Instructieregels Rijk In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste beleid betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

3.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. 3.2.1.2 Ambities De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame regio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers en duurzaam. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. 3.2.1.3 Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig.

Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaarten milieubeleid en natuur- en landschapsbeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op het plangebied. Wel is het plangebied aangemerkt als intrekgebied op basis van de themakaart waterbeleid. 3.2.1.4 Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; BJZ.nu Bestemmingsplannen

16

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie. Het realiseren van een logeerhuis heeft geen betrekking op een van deze onderwerpen. Een nadere toetsing van het initiatief kan daarom achterwege blijven. 3.2.1.5 Toetsing aan de Omgevingsvisie Gelderland Wat betreft de zeven ambities is in dit geval met name de ambitie gericht op de woon- en leefomgeving van belang. Hierin geeft de provincie aan dat men streeft naar een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen in de verschillende prijscategorieën voor specifieke doelgroepen. Daarbij heeft de provincie de voorkeur van inbreiding voor uitbreiding. In dit geval wordt hieraan bijgedragen doordat op een inbreidingslocatie een logeerhuis voor een specifieke doelgroep gerealiseerd wordt. In paragraaf 3.1.2.2 is reeds onderbouwd dat er sprake is van een actuele vraag naar dit type zorgvoorziening. Wat betreft de themakaarten is in dit geval met name het thema ‘ruimtelijk beleid’ en 'waterbeleid' relevant. De andere themakaarten hebben, zoals reeds vermeld, geen relevantie. Het plangebied is op basis van de themakaart ‘Ruimtelijk beleid’ gelegen binnen de begrenzing van het 'Windenergie aandachtsgebied'. Het plan voorziet niet in het plaatsen van windmolens. Nadere toetsing is dan ook niet van belang. Het plangebied ligt op basis van de themakaart 'Waterbeleid' gelegen binnen de begrenzing van 'Intrekgebieden'.

Hiervoor gelden regels welke zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. Hier wordt in de volgende paragraaf aan getoetst. Op deze plek wordt geconcludeerd dat de Omgevingsvisie geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling vormt. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

3.2.2.1 Algemeen De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval zijn in het kader van dit project artikelen 4.16 en 5.42 van belang. Deze artikelen luiden: Artikel 4.16 lid 1 Specifieke zorgplicht Degene die een grondwaterbedreigende activiteit verricht in een waterwingebied, een grondwaterbeschermingsgebied, een koude-warmte-opslagvrije zone, een boringsvrije zone, een intrekgebied, een kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied of een minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebieden weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van het grondwater, is verplicht: a.

alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 5.42 Beschermen landschap Gelderse streken: Randmeerkust Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Randmeerkust wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en BJZ.nu Bestemmingsplannen

17

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Randmeerkust. Artikel 5.85 Klimaatadaptatie 1.

2.

3.

Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt

3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland Artikel 4.16 Het realiseren en exploiteren van een logeerhuis met bijbehorende voorzieningen betreft geen grondwaterbedreigende activiteit. Daarmee wordt voldaan aan dit artikel. Artikel 5.42 Met de ontwikkeling is geen sprake van het aantasten van de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Nunspeet. Het te realiseren logeerhuis sluit goed aan bij de bebouwingskarakteristieken van de gebouwde omgeving. Artikel 5.85 In paragraaf 6.7 van dit TAM-omgevingsplan wordt ingegaan op het aspect klimaatadaptatie. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze paragraaf. Op deze plek wordt geconcludeerd dat voldoende rekening is gehouden met de aspecten die betrekking hebben op klimaatadaptatie. 3.2.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 2018 Nunspeet

3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie opgesteld voor de gehele gemeente, de Omgevingsvisie Nunspeet. In deze visie kijkt de gemeente vooruit in een periode tot 2030. De gemeente blijft bouwen aan een krachtige en vitale gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is. De gemeente werkt hier graag aan mee met zoveel mogelijk partijen uit de samenleving. De omgevingsvisie heeft een breed karakter. De Omgevingsvisie Nunspeet geeft de koers, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is en waar de gemeente vervolgens ook samen mee aan de slag willen gaan. Deze koers is niet nieuw, de gemeente bouwt voort op documenten als de 'Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030'. 3.3.1.2 Planspecifiek Voor de gemeente Nunspeet wordt ingezet op de volgende koers: Behoud en versterken van het aantrekkelijk woon- en onderneemklimaat; BJZ.nu Bestemmingsplannen

18

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Een rustige uitvalsbasis en woonomgeving voor alle doelgroepen en opleidingsniveaus; Inzetten op verbeteren kwaliteit woongebieden en van bedrijventerreinen Faciliteren van een goed ondernemingsklimaat, vergroten van de diversiteit hierbinnen (kansen voor innovatieve maakindustrie, voedselindustrie, ICT, zakelijke dienstverlening en zorg en recreatie oppakken); Aantrekkelijk maken voor nieuwe bedrijvigheid voor hoger opgeleiden, versterken relaties tussen onderwijs en bedrijvigheid. Op het gebied van wonen heeft Nunspeet een aantrekkelijk, dorps, groen en rustig woon- en leefklimaat. De gemeente wil een oase van rust zijn in een hectische wereld. De gemeente wil dat iedereen die dat wil, in Nunspeet moet kunnen blijven wonen in een woning en op een plek waar men zich thuis voelt. Dat geldt ook voor degenen die zich vanwege werk of om andere redenen in onze gemeente willen vestigen. Dit betekent dat nieuwbouw en herontwikkeling zo goed mogelijk voldoen aan de uitbreidingsbehoefte, zowel in aantallen, woningtypen als woningprijzen. De gemeente wil aantrekkelijke woonmilieus behouden en toevoegen. Het plangebied ligt in het deelgebied 4 'Kern Nunspeet'. In afbeelding 3.1 is het plangebied indicatief met rode ster weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitsnede kaart Omgevingsvisie 2018 Nunspeet (Bron: gemeente Nunspeet) Ambitie: Nunspeet is en blijft de centrumkern van de gemeente. De gemeente ambieert het minimaal behoud en zo

BJZ.nu Bestemmingsplannen

19

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

mogelijk versterken van het voorzieningenniveau, zowel commercieel als niet-commercieel. De levendigheid en uitstraling van het centrumgebied vormt een belangrijke toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht, welke de gemeente graag verder uitbouwt met de betrokken ondernemers. Op dit moment vormt echter de bereikbaarheid aan de zuidzijde van de kern vanuit het natuurgebied een belangrijk aandachtspunt, welke remmend kan werken op de vitaliteit van Nunspeet. De komende periode gaat de gemeente daarom met betrokkenen aan de slag met de stationsomgeving. Ook naar de toekomst toe heeft Nunspeet een belangrijke opvangfunctie voor de behoefte aan woningen en locaties voor bedrijvigheid. De gemeente gaat aan de slag met het beeld brengen van de (on)mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen gezien de vele waarden in en om de kern Nunspeet. Uitgangspunten kwaliteit: Veilige, stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepaste spoorkruisingen en een betere verkeersafwikkeling zowel voor snel als langzaam verkeer. Aanpak van stationsomgeving (Dorpse karakteristiek herstellen). Groene structuren versterken en indien mogelijk weer terugbrengen in de kern. Autoluw centrum, parkeren aan de randen, fietsvriendelijke kern.

3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie 2018 Nunspeet Wanneer de gewenste ontwikkeling wordt getoetst aan de 'Omgevingsvisie Nunspeet, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling aansluit bij de gemeentelijke beleidsambities. De gemeente wil dat iedereen die dat wil, in Nunspeet moet kunnen blijven wonen in een woning en op een plek waar men zich thuis voelt. Aangezien er vanuit bewoners van de gemeente Nunspeet een duidelijke behoefte is aan logeerzorg, die nog niet vervult wordt, wordt bijgedragen aan een geschikte woonomgeving met voorzieningen die daar bij horen. Ook wordt bijgedragen aan de versterking van het voorzieningenniveau van de kern Nunspeet, wat bijdraagt aan de ambitie om het voorzieningenniveau te behouden en zo mogelijk te versterken. De gewenste ontwikkeling sluit goed aan bij de “Omgevingsvisie Nunspeet”. 3.3.2

Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025

3.3.2.1 Algemeen In de woonvisie legt de gemeenteraad de ambities op het gebied van wonen vast. De woonvisie 'Goed wonen in de gemeente Nunspeet' is op 20 februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze woonvisie is vastgesteld voor de periode van 2020 tot 2025. Met deze woonvisie wordt een nieuw fundament gelegd voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de woonvisie staan drie ambities centraal: a. een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; b. ambitieus in energietransitie; c. zorgzame en inclusieve wijken en kernen. Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad nodig in de periode 2020 tot 2025. Voor starters is de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. De gemeente wil een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik, dan wel energieneutraliteit. Tevens wil de gemeente goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

20

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

3.3.2.2 Zorgzame en inclusieve wijken en kernen In voorliggend geval is met name de ambitie 'zorgzame en inclusieve wijken en kernen' van belang. De gemeente ambieert het goed wonen voor de inwoners met een zorgbehoefte mogelijk te maken. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, welzijn en zorg. Ook vraagt het om een goede samenwerking tussen partijen die zorg aanbieden, de gemeente en de woningcorporatie. De gemeente zorgt ervoor dat ontmoetingsmogelijkheden zijn en de gemeente werkt aan het creëren van geschikte woonvormen op de juiste plek. De gemeente streeft ernaar dat de zorgbehoeftige senioren zoveel als mogelijk in de vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Zo voorkomt de gemeente dat zij zich door een verhuizing ontheemd kunnen voelen en in een omgeving blijven wonen waar zij de buren kennen en een netwerk hebben. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Nunspeet De voorgenomen realisatie van een logeerhuis sluit naadloos aan bij de ambitie van de gemeente om zorgzame en inclusieve wijken te realiseren. Hierdoor wordt bijgedragen aan het het goed wonen van inwoners met een zorgbehoefte mogelijk te maken. Uit recent onderzoek van de gemeente Nunspeet (december 2022) blijkt dat er in Nunspeet 625 mensen incidenteel en 325 mensen structureel gebruik willen maken van logeerzorg.

Verder duidt het regionale Samenwerkingsverband Gezond Veluwe respijt/logeerzorg als knelpunt. Doordat deze zorg nog niet gefaciliteerd wordt in Nunspeet, wordt met het voornemen voorzien in een duidelijke behoefte. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de 'Woonvisie Nunspeet'. 3.3.3

Welstandsnota Nunspeet 2015

3.3.3.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft op 9 december 2015 de Welstandsnota 'Welstand Nunspeet 2015' vastgesteld. In deze welstandsnota zijn de beleidsregels met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandbeoordeling van bouwplannen vastgelegd. 3.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Nunspeet 2015 Op 16 januari 2024 heeft een vooroverleg plaatsgevonden tussen de dorpsbouwmeester en de architect. Het oordeel van de dorpsbouwmeester was positief. Zijn enige opmerking was het advies om het parkeren niet teveel te ‘verstenen’, maar te proberen ook daar het natuurlijke karakter te behouden. Dit advies is mee genomen in de uitwerking. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal de uiteindelijke toets plaatsvinden. 3.3.4

Conclusie gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de in voorliggend TAM-omgevingsplan besloten ontwikkeling in past binnen het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

21

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsveiligheid

Algemeen

Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij dit wijzigingsbesluit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Voor een project dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het project kwetsbare gebouwen worden toegestaan.

In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl)

4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (blauwe cirkel) en de directe omgeving weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

22

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Afbeelding 4.1 Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving) Het voorgenomen plan maakt geen risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen mogelijk en vormt daarmee geen risicobron. Wel wordt een kwetsbaar gebouw gerealiseerd. Daarom dient gekeken te worden naar risicobronnen in de omgeving. In voorliggend geval is ten noordwesten van het plangebied een risicobron aanwezig, namelijk een buisleiding. Het plangebied valt buiten de aandachtsgebieden (brand- en explosieaandachtsgebied) van deze buisleiding. Uit de inventarisatie blijkt dat in het plangebied er geen (veiligheids)maatregelen getroffen moeten worden in het kader van het voorkomen, beperken en bestrijden van een brand, een ramp of een crisis.

4.3

Conclusie

Met de voorgenomen activiteiten wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

23

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Hoofdstuk 5

Beschermen van de waterbelangen

Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

5.1

Vigerend beleid

5.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2

Rijksbeleid

Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte; Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. 5.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Gelderland wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.

5.1.4

Waterschap Vallei en Veluwe

Op 22 november 2021 is het nieuwe waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe, het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP) officieel vastgesteld door het algemeen bestuur. De Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) koerst naar een duurzame en water inclusieve leefomgeving. De BOVI2050 beschrijft waar het Waterschap Vallei en Veluwe in 2050 wil staan en geeft kleur aan deze doelstelling. Het BOP is de gebiedsgerichte en tactische uitwerking van de beleidsvisie. Hierin zijn de eigen doelen verbonden aan de maatschappelijke opgaven zoals de klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, hervorming landbouw, natuur- en stikstofopgave en de verstedelijking. BJZ.nu Bestemmingsplannen

24

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Het BOP bevat vier gebiedsprogramma’s. Het plangebied is gelegen in de gebiedsopgave 'Noord Veluwe'. Gebiedsopgave Noord Veluwe De Noord-Veluwe en de randmeerkust ontwikkelen zich momenteel in een goede balans tussen stedelijke ontwikkeling, landbouw, natuur en recreatie. De balans behouden tussen de natuur en de groeiende waterrecreatie op de randmeren, de energie- en landbouwtransitie zijn opgaven in de randmeerkustzone.

5.2

Wateraspecten

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de ontwikkeling rekening wordt gehouden met het aspect water. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie.

5.3

Watertoetsproces en waterhuishouding plangebied

Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over voorliggend initiatief door gebruik te maken van de digitale watertoets. Het resultaat is opgenomen in Bijlage 1. Hieronder wordt daarom nader ingegaan op de waterhuishoudkundige situatie in het projectgebied. Waterhuishouding projectgebied Wat betreft hemelwater wordt het nieuwe verharde oppervlakte niet aangesloten op de riolering. Doordat voor de verharding gebruik wordt gemaakt van waterdoorlatende halfverharding en waterdoorlatende grasbetonstenen wordt de infiltratiecapaciteit van de ondergrond niet aangetast. Voor wat betreft het logeerhuis wordt het hemelwater eveneens in de bodem geïnfiltreerd. Voor de afvoer van het afvalwater zal het gebouw worden aangesloten op het bestaande aanwezig riool.

5.4

Conclusie

Met voorliggend wijzigingsbesluit worden de waterbelangen in voldoende mate beschermd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

25

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Hoofdstuk 6

Bescherming gezondheid en het milieu

Op basis van paragraaf 5.1.4 houdt een omgevingsplan rekening met de bescherming van de gezondheid en het milieu, waaronder in ieder geval begrepen: geluid; bodemkwaliteit; de kwaliteit van de buitenlucht; geur en; trillingen. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het voornemen rekening houdt met bovenstaande onderwerpen. Tevens worden de aspecten 'gezondheid' en 'duurzaamheid' behandeld.

6.1

Geluid door activiteiten

6.1.1

Algemeen

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing [ter info: let op status van de geluidregels in het omgevingsplan] Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat).

Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS). Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een woonfunctie of een gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 6.1.2

Gemeentelijk geluidsbeleid

De gemeente Nunspeet beschikt over een eigen geluidbeleid. De onderstaande tabel laat de waarden zien die de gemeente Nunspeet hanteert ten aanzien van de gevelbelasting. BJZ.nu Bestemmingsplannen

26

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

Tabel 6.1 Overzicht geluidbeleid gemeente Nunspeet (Bron: Geluidbeleid 2012)

De ambitiewaarde van de gemeente Nunspeet is 48 dB. Wanneer de gevelbelasting hoger is dan 63 dB is het voornemen niet mogelijk in het kader van het gemeentelijke geluidsbeleid. In tabel 4 is weergegeven wat de eisen zijn.

Tabel 6.2 Eisen hogere waarde gemeente Nunspeet (Bron: Geluidbeleid 2012)

6.1.3

Situatie plangebied

Dit TAM-omgevingsplan voorziet in het realiseren van een logeerhuis voor de tijdelijke opvang van mensen met een zorgbehoefte. Daarmee wordt een nieuw geluidsgevoelig object toegevoegd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

TAM-omgevingsplan Potsgildewegje 3 H22c ontwerp

6.1.3.1 Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de Harderwijkerweg en de Elburgerweg. Er is daarom een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De volledige onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van de gemeentelijke wegen hoogstens 48 dB bedraagt. Met deze waarde wordt voldaan aan de gemeentelijke ambitiewaarde van 48 dB en de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl. Dit betekent dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de studio’s/logeerwoningen. 6.1.3.2 Railverkeerslawaai Voor wat betreft spoorweglawaai wordt opgemerkt dat de meest nabijgelegen spoorweg zich op circa 700 meter afstand bevindt van het plangebied. Het plangebied bevindt zich daarmee buiten het geluidaandachtsgebied van spoorwegen. 6.1.3.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. 6.1.3.4 Solitaire bedrijvigheid Om geluidhinder van solitaire bedrijvigheid te bepalen kan worden aangesloten bij de systematiek uit de VNG handreiking ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ (mei 2019). Deze handreiking gaat uit van de beschikbare gebruiksruimte om activiteiten uit te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15870484/1