CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5g. Bijlage 1. Motivering bestemmingsplan .Bosrand 69 Elspeet.

Commissie Ruimte en Wonen 13 april 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Bosrand 6915.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Bosrand 69

Gemeente Nunspeet

Projectnummer: Datum: Versie: ontwerp IMRO-idn: NL.IMRO.0302.TAM0022j-ow01

Motivering

3

4

Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3

3 Inleiding

7

Aanleiding en doel Ligging projectgebied Leeswijzer

7 7 8

Hoofdstuk 2

Beschrijving huidige situatie

9

Hoofdstuk 3

Voorgenomen ontwikkeling

10

Wat houdt de ontwikkeling in? Strijdigheid omgevingsplan Medewerking opheffen strijdigheid Conclusie

10 11 12 12

3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1

Participatie omgeving

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

13 15

Rijksbeleid en Rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Beleid waterschap Gemeentelijk beleid Omgevingswaarden

15 16 20 22 25

Omgevingsaspecten

26

Geluid Luchtkwaliteit Geur Bodemkwaliteit Water Mobiliteit en parkeren Omgevingsveiligheid Bedrijven en milieuzonering Natuur Cultureel erfgoed Duurzaamheid Ladder voor duurzame verstedelijking Milieubelastende activiteiten M.e.r.- beoordeling Gezondheid

26 27 29 31 32 33 34 36 37 38 39 40 41 41 42

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

13

Beleid en regelgeving

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14 6.15

Voorbereiding en participatie

Beperkingengebieden

Beperkingengebieden Conclusie

44 44 44

5

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

Uitvoerbaarheid

45

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45

Hoofdstuk 9 9.1 9.2

Juridische uitvoerbaarheid

46

Algemeen Toedelen van functies aan locaties

46 46

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aan de Bosrand 69 te Elspeet bevindt zich een intensieve veehouderij met bedrijfswoning. Initiatiefnemer is voornemens de bedrijfsvoering te beëindigen en de bedrijfsbebouwing op het perceel volledig te slopen. Aan de hand van de ruimte-voor-ruimte regeling wil de initiatiefnemer hier drie nieuwe vrijstaande woningen realiseren. De bestaande bedrijfswoning zal blijven bestaan maar worden omgezet naar een reguliere woning. Om de nieuwe woningen te kunnen realiseren moet het omgevingsplan worden herzien. De initiatiefnemer heeft ten behoeve van bovenstaande wensen bij de gemeente Nunspeet een principeverzoek ingediend. Op 20 januari 2023 heeft de gemeente aangegeven positief tegenover het verzoek van de initiatiefnemer te staan. Het projectgebied is ter plaatse van de bedrijfswoning en de nieuw te bouwen woningen bestemd als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'. Op grond van het 'Omgevingsplan gemeente Nunspeet', met onderliggend het bestemmingsplan 'Buitengebied 2023', is de bouw van de nieuwe woningen niet toegestaan. Om dit te realiseren, is het wijzigen van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggende motivering toont aan dat het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat het plan ruimtelijk wenselijk is.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. Het projectgebied bevindt zich ten noordoosten van de kern Elspeet. Aan de noordzijde en zuidzijde bevinden zich een aantal woningen, agrarische gronden en een houtsingel. De oostzijde grenst aan een bosgebied. De westzijde grenst aan een bomenrij en een enkele woning. Op de navolgende afbeeldingen is globaal de ligging en begrenzing van het projectgebied met een rode stippellijn weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het projectgebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit plan.

Globale ligging projectgebied

7

Globale begrenzing projectgebied

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de omgevingsplanwijziging die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele situatie. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling en de strijdigheid met het geldend omgevingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de voorbereiding en participatie van onderhavig plan. In Hoofdstuk 5 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in diverse planologische en milieuaspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op mogelijke beperkingengebieden die in het projectgebied gelden. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in Hoofdstuk 9 ingegaan op de juridische uitvoerbaarheid van het plan.

8

Hoofdstuk 2

Beschrijving huidige situatie

In de huidige situatie bevindt zich een kalverfokkerij binnen het projectgebied. De stal heeft een oppervlakte 2.125 m2, hetgeen wat maximaal is toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan. De stallen bestaan uit één laag met een kap, waarbij de daken aan elkaar vastzitten. Daarnaast bevindt zich aan de oostzijde van het projectgebied de bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen en tuin. Aan de noordzijde is een stuk onbebouwde agrarische grond. Langs de rand van het perceel loopt een houtsingel met grote, oude Zomereiken. Deze houtsingel is aangeduid als Gelders Natuurnetwerk. Navolgende afbeeldingen tonen een impressie van de huidige situatie binnen het projectgebied.

Huidige situatie binnen projectgebied

9

Hoofdstuk 3 3.1

Voorgenomen ontwikkeling

Wat houdt de ontwikkeling in?

In de toekomstige situatie zal de gehele stal worden gesloopt, waarna er drie vrijstaande woningen voor worden teruggebouwd. Daarnaast wordt de bedrijfswoning omgezet naar regulier woning. Deze woning zal echter niet worden aangepast. Onderstaande afbeelding toont het verkavelingsplan.

Verkavelingsplan

De woningen bestaan uit één laag met kap. De goothoogte wordt maximaal 4 meter, de bouwhoogte maximaal 9 meter. Daarbij wordt er ook variatie in kaprichting aangebracht. De brutovloeroppervlakte van de begane grond van de drie woningen is per woning circa 96 m2. Tussen de nieuwe woningen en de bestaande woning zal een nieuw aan te leggen groenstructuur worden aangelegd, waardoor de privacy van de huidige bewoners ook kan blijven behouden. Daarnaast wordt aan de zuidzijde een groenstructuur van minimaal 1,5 m hoog en een maximale hoogte van 2 m worden aangelegd, waarbij de breedte van de groenstructuur circa 3,5 m zal beslaan. Daarvoor is er een beplantingsplan opgesteld, welke is bijgevoegd als Bijlage 1. Tevens is de groenstrook aan de zuidzijde als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. De huidige bedrijfswoning zal blijven bestaan en worden omgezet naar reguliere woning. Hier zullen geen aanpassingen worden doorgevoerd. Tevens zal de onbebouwde agrarische grond onbebouwd blijven en zullen de Zomereiken niet worden aangetast. Er zullen geen standaard schuttingen als erfafscheidingen worden geplaatst tussen en rondom de

10

woningen. De erfafscheidingen zullen groene afscheidingen betreffen, bijvoorbeeld hagen. De groene beplanting, onder andere een coniferenhaag en een beukenhaag, die zich in de aan te leggen groenstrook bevinden, zullen blijven behouden. De ontsluiting zal geregeld worden via een pad dat aansluit op de Bosrand. Deze ontsluiting zal in de regels worden opgenomen. Daarnaast wordt een keerlus opgenomen aan het einde van de toegangsweg op de Vierhouterweg. Hulpdiensten kunnen op deze manier ook altijd toegang krijgen tot de vier woningen. De uitstraling van de bebouwing zal voldoen aan de Welstandsnota van de gemeente Nunspeet. Door het voldoen aan de welstandsnota is het niet noodzakelijk een volledig beeldkwaliteitsplan op te stellen voor onderhavig plan.

3.2

Strijdigheid omgevingsplan

3.2.1

Geldend omgevingsplan

Voor het projectgebied geldt het (tijdelijk deel van het) 'Omgevingsplan gemeente Nunspeet', met onderliggend het bestemmingsplan 'Buitengebied 2023'. Op basis van het Omgevingsplan is de locatie van het projectgebied bestemd als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'. Navolgend is met een rood kader de begrenzing van het projectgebied aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan

Op grond van het vigerende bestemmingsplan heeft het projectgebied de bestemming 'Agrarisch Agrarisch bedrijf'. De gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met daarbij behorende bedrijfsgebouwen, waaronder teeltondersteunende kassen, bedrijfswoningen al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep en/of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken, tuinen, erven en agrarische gronden. Het projectgebied heeft de functieaanduiding 'intensieve veehouderij', waardoor intensieve veehouderijen tevens zijn toegestaan. Daarnaast ligt er een maatvoering op het projectgebied die regelt dat de maximale oppervlakte van de stal 2.125 m2 mag bedragen. Daarnaast geldt er voor het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, indien daarvoor dieper dan 0,50 m in de bodem zal worden geroerd

11

en de oppervlakte van het nieuwe bouwwerk of de uitbreiding van het bestaande bouwwerk meer dan 500 m2 bedraagt. Indien er wel groter en dieper wordt gebouwd dan voorgenoemde maatvoeringen dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Tot slot gelden er twee algemene gebiedsaanduidingen. De eerste betreft de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Deze aanduiding regelt dat vergroting van een intensieve veehouderij is toegestaan tot 1 ha en in het kader van dierenwelzijn tot 1,5 ha. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding 'overige zone - gelders natuurnetwerk'. Ter plaatse van deze aanduiding geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - mede bestemd zijn voor het behoud, het herstel en de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk. 3.2.2

Strijdigheid geldend omgevingsplan

Allereerst is wonen ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' niet toegestaan. Alleen bedrijfswoningen zijn toegestaan, met een maximum aantal van één. Het initiatief voorziet in de realisatie van drie reguliere woningen. Deze functiewijziging, alsmede de in het plan opgenomen gooten bouwhoogten, zijn specifiek toegesneden op dit initiatief. Om het initiatief mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

3.3

Medewerking opheffen strijdigheid

Op 20 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet een principebesluit genomen om medewerking te verlenen aan de functiewijziging van een intensieve veehouderij naar drie grondgebonden woningen en het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woning. De gemeente heeft een aantal voorwaarden gesteld aan de medewerking. Eén van deze voorwaarden is dat de nieuwe woningen ontsloten worden op de Bosrand. Daarnaast dient een inpassingsplan te worden opgesteld waarmee het landelijk beeld wordt gewaarborgd. Tot slot dienen de rechten voor stikstof uitstoot die vrij vallen door het opheffen van het agrarische bedrijf ter plaatse, middels een overeenkomst overgedaan worden aan de gemeente, met uitzondering van de rechten die benodigd zijn om de realisatie van het initiatief mogelijk te maken.

3.4

Conclusie

Alles overwegende draagt de ontwikkeling bij aan een goede fysieke leefomgeving. Uit voorliggende motivering blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Besluit kwaliteit leefomgeving, Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

12

Hoofdstuk 4

Voorbereiding en participatie

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.

4.1

Participatie omgeving

Participatiemoment 1 De directe omgeving, oftewel de omwonenden, zijn geïnformeerd. De bewoners zijn op diverse manieren benaderd om hen te informeren over de geplande functieverandering en het project. Dit gebeurde in eerste instantie door middel van schriftelijke communicatie, waarin de plannen en de eerste ideeën werden toegelicht. Daarnaast heeft de initiatiefnemer een informatiebijeenkomst gehouden in het Kulturhus te Elspeet. Dit werd gedaan naar aanleiding van bezorgdheden over de toekomstige ontsluiting via de Vierhouterweg. De bezwaren van de omwonenden waren vooral gericht op de verwarring rondom het gebruik van de toegangsweg en de impact die een ontsluiting via deze route zou hebben. Tijdens de informatiebijeenkomst werd duidelijk dat de omwonenden geen bezwaar hadden tegen de komst van woningbouw zelf, maar wel zorgen uitten over de ontsluiting via de Vierhouterweg De zorgen die naar voren kwamen tijdens de informatiebijeenkomst zijn meegenomen. In reactie op de bezwaren is er onderzoek gedaan naar alternatieve ontsluitingsroutes. Uiteindelijk is tijdens een overleg en middels een schriftelijke schrijven bevestigd dat er besloten is om de toegangsweg via de Vierhouterweg niet meer te gebruiken. In plaats daarvan is gekozen voor een ontsluiting via de Bosrand, langs woonhuis 69. Het plan is hiermee aangepast om tegemoet te komen aan hun wensen en zorgen.

Gezien de landschappelijke inpassing en het gehoor geven aan de wensen van de omwonenden omtrent de ontsluitingsroutes, zullen omwonenden ook geen hinder ondervinden van de ontwikkeling. Hiermee is de participatie en maatschappelijke uitvoerbaarheid geborgen. Het participatieverslag van participatiemoment 1 is als Bijlage 2 bijgevoegd. Participatiemoment 2 Op 23 juni 2025 is een tweede informatiebijeenkomst gehouden in het Kulturhus te Elspeet. Hier zijn de volgende punten besproken en met de omwonenden afgesproken. Verkeer en ontsluiting Tijdens de omgevingsdialoog is gebleken dat er zorgen bestaan over de verkeersafwikkeling en bereikbaarheid. Omwonenden gaven aan dat het belangrijk is dat: de bestaande mogelijkheid tot keren voor vuilniswagens behouden blijft; het bouwverkeer uitsluitend gebruik maakt van de Bosrand of een tijdelijke noordelijke ontsluiting (perceel 7388), zodat schade en overlast aan de Vierhouterweg wordt beperkt; in geval van nood hulpdiensten toegang via de Vierhouterweg behouden. Deze aandachtspunten zijn verwerkt in het aangepaste plan. Concreet betekent dit dat er een keerlus wordt opgenomen aan het einde van de toegangsweg, bouwverkeer via de Bosrand of een tijdelijke noordelijke ontsluiting wordt geleid, en dat hulpdiensten altijd via de Vierhouterweg toegang hebben in noodsituaties.

13

Waterafvoer Omwonenden hebben gewezen op het risico van wateroverlast door ophoging van het maaiveld. Daarom is afgesproken dat het peil niet hoger wordt gelegd dan de bestaande bebouwing. Bovendien verdwijnt een groot deel van het huidige verhard oppervlak, wat de waterhuishouding ten goede komt. Groenstrook en afstand tot bebouwing In reactie op zorgen over bijgebouwen en privacy is besloten dat aan de zuidzijde minimaal 5 meter afstand wordt aangehouden, inclusief de groenstrook. Daarnaast is vastgelegd dat de groenstrook juridisch wordt geborgd via een kwalitatieve verplichting of erfdienstbaarheid ten gunste van de aangrenzende percelen. Bij de beplantingskeuze wordt rekening gehouden met de aangrenzende paardenbak; giftige soorten worden uitgesloten. Het participatieverslag van participatiemoment 2 is als Bijlage 3 bijgevoegd.

14

Hoofdstuk 5

Beleid en regelgeving

5.1

Rijksbeleid en Rijksregels

5.1.1

Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.

Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Toetsing Ten aanzien van dit project wordt er ingespeeld op de opgave van het bouwen van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen. Met de realisatie van het initiatief worden drie nieuwe woningen gerealiseerd. Tevens wordt er, al zij het op micro-niveau, een bijdrage geleverd aan het sterker en leefbaarder maken van steden/dorpen en regio's. De woningen die op de locatie worden gebouwd dragen bij aan de behoefte aan en ondersteuning van het voorzieningenniveau in Elspeet en omgeving. Tot slot wordt een intensieve veehouderij definitief beëindigd. Deze veehouderij ligt tegen het Natura 2000-gebied de Veluwe aan. Met de beëindiging van de veehouderij zal tevens de stikstofuitstoot op het Natura 2000-gebied flink worden verminderd. Hiermee kan de natuur die gevoelig is voor stikstofuitstoot mogelijk weer herstellen. Het kabinet wil ervoor zorgen dat in 2030 minimaal de helft van de natuur in beschermde Natura 2000-gebieden op een gezond stikstofniveau zit. Hiermee draagt het initiatief bij aan de benodigde stikstofreductie in Natura 2000-gebieden.

15

5.1.2

Regels: Instructieregels Rijk (AMvB's)

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: De dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Toetsing Voor het plan zijn, anders dan de instructieregels die in deze motivering aan bod komen, geen specifieke instructieregels van toepassing. De mogelijke belemmeringen vanuit de instructieregels op het plan, worden in de verschillende milieu paragrafen in Hoofdstuk 6 afzonderlijk getoetst. Op basis van deze paragrafen wordt geconcludeerd dat de instructieregels geen belemmering op het plan vormen. 5.1.3

Conclusie rijksbeleid

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.

5.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

5.2.1

Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie

16

bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Nunspeet. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie. Toetsing Ten aanzien van dit project voorziet het initiatief in de beëindiging en sloop van een intensieve varkenshouderij en de realisatie van drie grondgebonden woningen. Daarnaast wordt een bedrijfswoning omgezet naar reguliere woning. De nieuwe woningen worden duurzaam en gasloos uitgevoerd. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de energietransitie. De intensieve veehouderij zorgt in de huidige situatie voor de uitstoot van stikstof op Natura 2000-gebieden. Daarnaast zorgt de veehouderij tevens voor geurhinder in de omgeving.

De beëindiging van de intensieve veehouderij draagt bij aan het verbeteren van de woon- en leefomgeving. Tevens draagt het bij aan de verbetering van de natuur. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de provinciale Omgevingsvisie.

17

5.2.2

Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland

De meest actuele Omgevingsverordening is op 1 mei 2024 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

Ten aanzien van dit project zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'woonlocaties', 'Gelders Natuurnetwerk', 'niet-grondgebonden veehouderij in ammoniakbuffergebied, 'beschermen nationale landschappen'' en 'klimaatadaptatie' relevant. Paragraaf 5.7.1 'Woonlocaties en recreatiewoningen', doorwerking regionale woonagenda (art. 5.64) In de verordening wordt aangegeven dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen toe laat als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. Paragraaf 5.2.1 'Gelders natuurnetwerk', instructieregel beschermen kwaliteit Gelders natuurnetwerk (art. 5.5) In de verordening wordt aangegeven dat, voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties in het Gelders natuurnetwerk, wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als uit onderzoek blijkt dat die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone.

Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met de artikelen 5.12 tot en met 5.18 worden gecompenseerd: a. in de nabijheid van het Gelders natuurnetwerk; of b. in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland zijn aangeduid met code N00.01.

18

Paragraaf 5.7.5 'Veehouderij', niet-grondgebonden veehouderij in ammoniakbuffergebied (art. 5.82) Een omgevingsplan laat binnen een ammoniakbuffergebied: a. hervestiging van een niet- grondgebonden veehouderijbedrijf en nieuwvestiging of hervestiging van een niet-grondgebonden veehouderijtak niet toe; en b. uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak alleen toe als die uitbreiding niet leidt tot een toename van de emissie van ammoniak. Afdeling 5.3 'instructieregels omgevingsplan: Landschap (art. 5.33) Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het projectgebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn; en b. de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. Paragraaf 5.7.6 'Klimaatadaptatie', instructieregel klimaatadaptatie (art.

5.85) De provinciale omgevingsverordening die op 1 mei 2024 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptatie (art. 5.85). Voor zover een motivering een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij de motivering een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van drie woningen. Deze woningen dragen beperkt bij aan het nationale woningbouw tekort. Daarbij zal gezorgd worden voor een goed woon- en leefklimaat en waar mogelijk zal er ook een bijdrage geleverd worden aan de biodiversiteit. De regionale woonagenda kent geen specifieke regels ten aanzien van dit voorgestelde plan. De houtsingel die van noord naar zuid loopt is aangemerkt als Gelders natuurnetwerk.

De aanduiding 'intensieve veehouderij' uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2023' dient in het kader van onderhavig initiatief volledig te worden verwijderd. Een klein deel van de houtsingel is aangeduid als 'intensieve veehouderij'. Om deze reden is een klein deel van de houtsingel onderdeel van het projectgebied. Er worden echter geen ontwikkelingen beoogd op deze locatie. Nadere toetsing aan de omgevingsverordening op dit aspect is dan ook niet noodzakelijk. Het initiatief voldoet aan de regels omtrent het ammoniakbuffergebied. Er wordt met onderhavig plan geen nieuwe veehouderij gerealiseerd. Er wordt er juist een beëindigd. Op basis van de klimaatatlas gemeente Nunspeet is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het projectgebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het projectgebied geen of weinig plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui.

19

Daarnaast wordt er in paragraaf 6.5 uitgebreid ingegaan op het aspect water en hoe om te gaan met eventuele wateroverlast. Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het projectgebied koeler zal zijn op warme dagen. Dit komt door de ligging van het projectgebied in het buitengebied. Daarnaast ligt het projectgebied tegen een bos aan, wat zorgt voor koelte op warme dagen. Tot slot zal er meer groen worden toegepast in het projectgebied. De grote stal wordt gesloopt waarnaar er veel minder bebouwing voor terugkomt. Tevens zijn de geplande nieuwbouwwoningen goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het projectgebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het projectgebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige situatie ook zo is. Het projectgebied ligt in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte.

In het projectgebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen watergangen in nabijheid van het projectgebied liggen. Overstroming vormt geen risico voor het projectgebied. Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen op het gebied van klimaatadaptatie. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'woonlocaties', 'Gelders Natuurnetwerk', 'niet-grondgebonden veehouderij in ammoniakbuffergebied, 'beschermen nationale landschappen' en 'klimaatadaptatie'. 5.2.3

Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.

5.3

Beleid waterschap

5.3.1

Beleid: Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Toetsing

20

De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in paragraaf 6.5. 5.3.2

Regels: Waterschapsverordening Vallei en Veluwe

De eerste versie van de Waterschapsverordening Vallei en Veluwe ontstaat van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet) de regels van het waterschap over de waterstaatswerken, zoals waterkeringen en watergangen, en de zorgplicht voor het watersysteem. De Keur is beleidsneutraal 'technisch' omgezet naar de Waterschapsverordening om aan de randvoorwaarden en standaarden van de Omgevingswet te voldoen. De waterschapsverordening is niet klaar. In 2024 gaat het hoogheemraadschap werken aan het verbeteren, vereenvoudigen en het modelleren van nieuw vast te stellen beleid op het gebied van o.a. waterkwaliteit, klimaat, ecologie. Toetsing Het initiatief dient te voldoen aan de waterschapsverordening. Het initiatief raakt verder geen specifieke onderdelen van de verordening. Nadere toetsing is om die reden dan ook niet noodzakelijk. 5.3.3

Regels: BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. 1. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. 2. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. 3. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. 4.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. 5. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Toetsing De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in paragraaf 6.5.

21

5.4

Gemeentelijk beleid

5.4.1

Beleid: Omgevingsvisie Nunspeet

De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. De Omgevingsvisie van Nunspeet beschrijft de gewenste toekomstige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente. De visie is opgesteld met inbreng van verschillende belanghebbenden, zoals inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De omgevingsvisie heeft een aantal bijzondere kenmerken, die sterk medebepalend zijn voor het karakter, namelijk: 1. Grensoverschrijdend. De gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek (NEO) hebben de gezamenlijke opgaven gedefinieerd die grensoverschrijdend zijn. Dit heeft geleid tot de Gebiedsagenda NEO; 2. Uitnodigend. De omgevingsvisie wil uitnodigend zijn. De koers is in nauw overleg met de inwoners tot stand gekomen. De gemeente wil via deze visie inwoners en ondernemers uitnodigen om initiatieven op te pakken, waarvoor de visie de kaders aangeeft; 3. Brede aanpak. Inzet van de visie is om de ontwikkelingen breed op te pakken met economische-, sociale, ruimtelijke- en milieuthema's. Inzet is het behouden en versterken van vitaliteit en leefbaarheid. Voor de gemeente Nunspeet is de uitdaging om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds.

Om alle aanwezige kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. Het projectgebied ligt in 'deelgebied 7 Kern en agrarische enclave Elspeet'. Elspeet is gelegen in een agrarische enclave. De agrarische enclaves vormen open, duidelijk omkaderde ruimtes, binnen het zeer besloten bosgebied van de Veluwe. De enclave is een halfopen gebied met veel verspreide bebouwing en opgaande beplanting. Het kampen- en essenlandschap rondom het dorp bestaat uit een open complex van aaneengesloten akkers in een kleinschalige structuur van bosschages, houtwallen, singels en gemengd agrarisch gebruik. Rondom het dorp zijn er, met respect voor de waarden, mogelijkheden voor versterking van het gemengde karakter (zonder verder dichtslibben), bijvoorbeeld ter plaatse van vrijkomende agrarische bebouwing.

De uitgangspunten kwaliteit voor Elspeet zijn: Openheid tussen kern en bosrand waarborgen (voormalig beschermd dorpsgezicht) Behoud agrarische- en dorpse karakteristiek, zoals de ruimtelijke structuur van wegen, de beeldkwaliteit en belevingswaarde van aanwezige bebouwing en inrichting van openbare ruimte Behoud van markante plekken, monumenten en karakteristieke bebouwing, zoals de brink, de schaapskooi en omgeving, de molen De Hoop en omgeving Behoud van de doorzichten binnen het dorp en naar het buitengebied (bossen, en akkers) Het is in het algemeen van belang dat zorgvuldig omgegaan wordt met de ligging in het Veluws natuurgebied Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van vrijgekomen agrarische bebouwing en de realisatie van drie vrijstaande woningen. Hierdoor behoudt het gebied het gemengde karakter zonder dat het verder dichtslibt. Hiermee wordt de openheid tussen de kern en de bosrand gewaarborgd. Tot slot dient zorgvuldig omgegaan te worden met het natuurgebied de Veluwe. Doordat een intensieve veehouderij aan de rand van dit natuurgebied stopt, vindt er minder stikstofuitstoot plaats op de Veluwe. Dit wordt als positief beschouwd voor het natuurgebied. Zie voor de stikstofberekening paragraaf 6.9.

22

5.4.2

Beleid: Woonvisie Nunspeet 2020-2025'Goed wonen in de gemeente Nunspeet'

Sinds de vaststelling van de vorige woonvisie in 2015 is de woningmarkt sterk veranderd. Denk aan de recent toegenomen druk op de woningmarkt en de gestegen koopprijs. Door de voortzettende vergrijzing en huishoudensverdunning ziet de gemeente dat de vraag naar het type woningen veranderd. De recente herleving van de bouwproductie heeft het vestigingstekort omgebogen in een vestigingsoverschot. Dit heeft de prognose van de behoefte aan woningen veranderd. Tot en met 2025 moeten 670 woningen worden toegevoegd. Daarbij blijft Nunspeet inzetten op passende prestatieafspraken met Omnia Wonen en huurdersorganisatie SHOW. De vraag naar zowel koop als (sociale) huurwoningen is momenteel groot. Naast het invullen van uitbreidingslocaties wil de gemeente plannen ten aanzien van nieuwbouw en transformatie binnen bestaand stedelijk gebied zoveel mogelijk faciliteren en ondersteunen ('Woningbouw op maat'). Deze aanpak biedt ruimte voor starters, waaronder jongeren en jonge gezinnen, en geeft nieuwe dynamiek in de omgeving. Ook wil de gemeente huisvesting voor ouderen dichtbij benodigde voorzieningen zo veel mogelijk ondersteunen. Verder wordt de succesvolle aanpak ten aanzien van het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) gecontinueerd.

Met deze woonvisie legt de gemeente een nieuw fundament voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. Drie ambities voor 2020-2025 staan in de woonvisie centraal: een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; ambitieus in energietransitie; evenwichtige en zorgzame wijken. Toetsing De ontwikkeling betreft de realisatie van drie vrijstaande woningen ter plaatse van vrijgekomen agrarische bebouwing. Met het plan wordt beperkt bijgedragen aan de woningbouwbehoefte binnen de gemeente Nunspeet. 5.4.3 Beleid: Notitie functieverandering, uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen gemeente Nunspeet Op 22 november 2020 heeft de gemeente Nunspeet de Notitie functieverandering 'Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen' vastgesteld. Deze notitie bevat richtinggevende uitgangspunten voor een herijking van het beleid voor functieverandering naar wonen in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. Functieverandering naar wonen is één van de mogelijke alternatieven voor stoppende agrariërs.

Nadat er nu circa 15 jaar met deze beleidsregels voor functiewijziging naar wonen is gewerkt, heeft de gemeenteraad gevraagd om het beleid en de regels voor functieverandering te evalueren en een herijking door te voeren. De actuele ontwikkelingen en de toekomstperspectieven in het landelijk gebied vragen om een passende regeling. De notitie voorziet hierin. In afgelopen jaren is in de diverse bestemmingsplannen voor het buitengebied van Nunspeet een generieke regeling opgenomen die het mogelijk maakt om op het perceel één of meerdere woningen te bouwen in ruil voor het slopen van agrarische bebouwing. Voor functieverandering naar wonen is in het bestemmingsplan Buitengebied 2019 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Onder voorwaarden kunnen bepaalde bestemmingen worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. Deze regeling is gedurende de jaren gemonitord en op onderdelen verruimd of aangepast. In de 'Notitie Ruimtelijke kwaliteit functieverandering agrarische bebouwing naar wonen' zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit (landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing) van plannen voor functieverandering opgenomen. Deze notitie uit 2011 geldt nog steeds en is onderdeel van de gemeentelijke Welstandsnota 2015.

23

Deze visie werkt door in de functieveranderingsregels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. De staffeling is in het nieuwe beleid aangepast, met de bedoeling om de mogelijkheden voor functieverandering voor grotere bedrijven (tijdelijk) te verruimen en tegelijk voor de kleinere bedrijven de sloop-en salderingsmogelijkheden te behouden. De volgende tabel geeft de nieuwe staffeling weer. Nieuwe regeling Alle of minimaal 600 m2 Alle of minimaal 1.200 m2 Alle of minimaal 2.000 m2 Alle of minimaal 2.800 m2

1 woonhuis of agrarische bedrijfswoning 2 vrijstaande woonhuizen 3 woonhuizen à 120 m2 (op één locatie) 3 woonhuizen à 180 m2 + 125 m2 bijgebouwen (op één locatie)

Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van vrijgekomen agrarische bebouwing en de realisatie van drie vrijstaande woningen. Er wordt 2.125 m2 aan agrarische bebouwing gesloopt. Hiervoor in de plaats mogen 3 woonhuizen à 120 m2 worden teruggebouwd. De nieuwe woningen krijgen een oppervlakte van 96 m2, waarmee deze voldoen aan de eis van maximaal 120 m2. De overige gronden die niet worden omgezet naar de bestemming 'Wonen' worden omgezet naar de bestemming 'Agrarisch', waarbij geen nieuwe intensieve veehouderij is toegestaan. De ontwikkeling is hiermee in lijn met de 'Notitie functieverandering, uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen gemeente Nunspeet'. 5.4.4 Beleid: Notitie Ruimtelijke kwaliteit: Functieverandering agrarische bebouwing naar wonen in de gemeente Nunspeet De gemeente heeft in het bestemmingsplan 'Buitengebied' een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor functieverandering naar wonen bij sloop van vrijkomende agrarische bebouwing. De notitie geeft de uitgangspunten en randvoorwaarden aan voor het ruimtelijk ontwerp van landschap, erf en bebouwing en laat zien hoe met functieverandering de ruimtelijke kwaliteit en het landschap ter plekke versterkt kunnen worden. Centraal uitgangspunt bij functieverandering is de versterking van ruimtelijke kwaliteit en het landschap.

Een plan voor functieverandering wordt daarom beoordeeld op drie thema's: 1. Het erf a. Samenhang op het erf b. Gebouwen staan aan een gemeenschappelijke ruimte c. Hiërarchie, er is een hoofdgebouw met bijgebouwen d. Het erf heeft een hoofdentree e. Het erf is verbonden met het landschap 2. Het erf in het landschap a. Elk landschap heeft eigen kenmerken 3. Uitgangspunten voor bebouwing a. Waar moet de nieuwe bebouwing aan voldoen? Toetsing De opzet van het nieuwe erf, waarop drie nieuwe woningen worden gerealiseerd en de bestaande bedrijfswoning staat, is uitvoerig besproken met de gemeente. Het plan voldoet dan ook aan alle bovenstaande punten. De uiteindelijke uitwerking van de woningen wordt beoordeeld conform de Welstandsnota van de gemeente Nunspeet.

24

5.5

Omgevingswaarden

De gemeente Nunspeet heeft voorlopig geen gebruik gemaakt van de in het Bkl verankerde bevoegdheid tot het vastleggen van facultatieve omgevingswaarden. Toetsing hieraan is daarom niet mogelijk.

25

Hoofdstuk 6

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op het onderzochte omgevingsaspect.

6.1

Geluid

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 6.1.1

(Wettelijk) kader

De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.

De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: Het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; Het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; Het bevorderen van bronmaatregelen; Het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; Het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties het aspect geluid afgewogen worden.

26

6.1.2

Onderzoek

Het initiatief bestaat uit de sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van drie grondgebonden woningen. De nieuwe woningen staan nabij één geluidsbron, namelijk de Vierhouterweg. Gezien de ligging tot de Vierhouterweg (circa 120 meter) en de verkeersintensiteiten op deze weg (circa 1.100 motorvoertuigen per etmaal) zal naar alle waarschijnlijkheid worden voldaan aan de voorkeurswaarde van 53 dB. In overleg met de gemeente is ervoor gekozen geen akoestisch onderzoek uit te voeren voor onderhavig bestemmingsplan. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede uit de 'Atlas Leefomgeving'. De globale ligging van het projectgebied is hierop aangeduid met een groene cirkel.

Eindconclusie Bkl Uit de 'Atlas Leefomgeving' blijkt dat ter plaatse van het projectgebied de maximale geluidbelasting 37 dB bedraagt. Voor gemeentewegen geldt een streefwaarde van maximaal 53 dB. De streefwaarde wordt dus ruimschoots gehaald. Een nadere toetsing aan het aspect geluid is dan ook niet noodzakelijk. Eindconclusie Bbl Op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dient een akoestische binnenwaarde van 33 dB gegarandeerd te worden. Volgens artikel 4.102 van het Bbl bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. Gezien het feit dat de gevelbelasting op de nieuwbouwwoningen onder de 53 dB ligt, is het uitvoeren van een aanvullend bouwakoestisch onderzoek niet noodzakelijk. 6.1.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied.

6.2

Luchtkwaliteit

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit.

27

6.2.1

(Wettelijk) kader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden; 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier berekend worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Buiten de zogenaamde aandachtsgebieden (die liggen in de grotere stedelijke agglomeraties) blijft toetsing aan het onderwerp luchtkwaliteit in het omgevingsplan beperkt tot de aanleg van auto(snel)wegen en langere tunnelbuistrajecten. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit gelden niet voor arbeidsplaatsen. Daartoe behoren bijvoorbeeld bedrijventerreinen, maar ook bedrijfswoningen.

Ten slotte moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 6.2.2

Onderzoek

Het voorgenomen initiatief voorziet in de sloop van een intensieve veehouderij en de realisatie van drie woningen in het projectgebied. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. Het CIMLK geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in het projectgebied tussen 2023 en 2030. Het CIMLK maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2023, 2025 en 2030 in het

28

projectgebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Het rekenpunt (52584372_16065374) dat het dichtst bij het projectgebied ligt kent de volgende gemeten waarden voor NO2, PM10 en PM2,5 in 2024: NO2: 8,7843 µg/m3 PM10: 14,2017 µg/m3 PM2,5: 7,6703 µg/m3 Voor NO2 en PM10 verbindingen geldt een grenswaarde van 40 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 20 µg/m3. De hoeveelheid NO2, PM10 en PM2,5 in het projectgebied blijft ruimschoots onder de gestelde grenswaarden. De monitoringstool maakt dus duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2023, 2025 en 2030 in het projectgebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. 6.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied.

6.3

Geur

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 6.3.1

(Wettelijk) kader

De instructieregels van het Bkl voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringen en landbouwhuisdieren zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Op industrie- en bedrijventerreinen kunnen bedrijfsmatige activiteiten voorkomen die geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf een relevante geurbron. Het bevoegd gezag bepaalt echter zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Er moet dus worden beoordeeld of de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Gemeentelijke geurbeleid De gemeente Nunspeet heeft gemeentelijk geurbeleid vastgesteld. Door middel van de geurverordening heeft de gemeente Nunspeet afwijkende geur-en afstandsnormen vastgesteld dan de normen uit het Bkl voor woningen binnen de bebouwde kom van de kernen in de gemeente Nunspeet. Voor de woningen buiten de bebouwde kom zijn geen afwijkende geurnormen opgenomen.

29

6.3.2

Onderzoek

In 2023 is reeds een geuronderzoek uitgevoerd door Buro Ontwerp & Omgeving. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Met de komst van de Omgevingswet is deze wet opgenomen in het Bkl met instructieregels. De toetsingswaarden in het Bkl zijn echter gelijk aan die van de voormalige Wgv. Om deze reden is geen nieuw geuronderzoek uitgevoerd en worden hieronder de resultaten van het onderzoek uit 2023 kort behandeld. Waar wordt verwezen naar 'de Wgv' moet 'het Bkl' worden gelezen. Nabij de ontwikkeling liggen zowel extensieve veehouderijen, zoals melkveehouderijen, als intensieve veehouderijen, zoals rundveehouderijen. In de omliggende veehouderijen worden dieren zonder een vastgestelde geuremissie en dieren met een vastgestelde geuremissie gehouden. Hiervoor gelden geurafstanden respectievelijk geurnormen. In het kader van het geuronderzoek is het dan ook noodzakelijk om te toetsen aan de geurafstanden en aan de geurnormen. Onderzoek naar de afstandsnormen (dieren zonder vastgestelde geuremissie) De nieuwe woningen kunnen niet binnen 50 meter (afstandsnorm) van een emissiepunt worden gebouwd van stallen waarin dieren zonder vastgestelde geuremissie worden gehouden, zoals melkrundvee.

Stallen die natuurlijk geventileerd worden door de openingen in de stal, zoals open staande ramen en deuren of een open wand, wordt het emissiepunt verdeeld over de gehele stal. In het geuronderzoek is er vanuit gegaan dat de dierenverblijven zich kunnen bevinden op het gehele agrarisch bouwvlak. De agrarische bouwvlakken zijn overgenomen van de geldende bestemmingsplannen. Binnen 50 meter van de beoogde woningen in het projectgebied bevinden geen veehouderijen zonder vastgestelde geuremissie. Daarmee wordt voldaan aan de afstandsnormen uit de Wgv. De geplande woningen in het projectgebied bevinden zich dus op een afstand die voldoet aan de afstandseis die is bepaald in de Wgv en onderhavig plan zorgt niet voor een (verdere) beperking van de bedrijfsvoering van veehouderijen zonder vastgestelde geuremissie in de omgeving. Onderzoek naar de geurnormen (dieren met vastgestelde geuremissie) Van alle veehouderijen in een straal van 3 km rondom de nieuwe woningen zijn de geuremissies geïnventariseerd. De geuremissies van de veehouderijen uit de zijn afkomstig van de Gelderse omgevingsdiensten. Nabij de ontwikkeling liggen diverse veehouderijen die maatgevend zijn voor het geuremissie in het projectgebied. In de onderstaande tabel worden de achtergrondbelastingen en de bijbehorende leefklimaat weergegeven.

Zoals eerder benoemd zijn er voor de achtergrondbelasting geen normen vastgesteld in de Wgv. Achtergrondbelastingen bij de nieuwe woningen afkomstig van de omliggende veehouderijen Wnp.01 Wnp.02 Wnp.03

Achtergrondbelasting in ouE/m3 5,53 4,52 3,77

Milieukwaliteit Redelijk goed Redelijk goed Goed

Daarnaast is een schatting gemaakt van de voorgrondbelasting van de omliggende veehouderijen. Uit de geschatte voorgrondbelasting blijkt dat de veehouderij aan de Maatweg 63 het grootste aandeel heeft in de achtergrondbelasting. Deze veehouderij is dan ook maatgevend voor de voorgrondbelasting. In de onderstaande tabel zijn de voorgrondbelastingen weergegeven.

30

Voorgrondbelastingen bij de nieuwe woningen afkomstig van de omliggende veehouderijen

Wnp.01 Wnp.02 Wnp.03

Voorbelasting in ouE/m3 Maatweg 63 5,3 4,3 3,5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16731611/3