AP 5e. Commissievst. Best. plan Parapluplan Parkeren
Tekst van het document
COMMISSIEVOORSTEL 030299291
Commissie
:
Ruimte en Wonen
Datum commissievergadering
:
12 april 2021.
Agendapunt
:
5e.
Datum college
:
11 maart 2021.
Onderwerp
:
Voorstel bestemmingsplan Parapluplan Parkeren.
Bevoegd orgaan
:
raad.
Portefeuillehouder
:
J. Groothuis.
Behandeling
:
vaststelling
Stukken ter inzage
:
geen.
Bijlage(n)
:
Zienswijzennota.
Voorstel 1. Kennis te nemen van de zienswijzennota. 2. Het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren ongewijzigd, ter vaststelling voorleggen aan de raad.
(NL.IMRO.0302.BP01176-ow01),
Geachte commissie, Inleiding Het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren beoogt te voorzien in het planologisch regelen van de parkeernormen van de gemeente Nunspeet. Via het bestemmingsplan worden de in de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) opgenomen normen met betrekking tot de parkeerbehoefte voor auto- en fietsparkeren, het laden of lossen van goederen, en het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden, in de diverse geldende bestemmingsplannen opgenomen. Het ontwerp Parapluplan Parkeren heeft vanaf 29 juli 2020 tot en met 8 september 2020 zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn twee zienswijzen ontvangen. Door een fout is het Parapluplan Parkeren niet gepubliceerd in de Staatscourant. Hierdoor heeft het Parapluplan Parkeren voor een periode van zes weken opnieuw ter inzage gelegen vanaf 1 december 2020 tot en met 13 januari 2021. Tijdens de termijn zijn geen zienswijzen ontvangen. Argumenten/overwegingen Het ontwerpbestemmingsplan Parapluplan Parkeren is een paraplubestemmingsplan. Dat is een bijzondere variant op een regulier bestemmingsplan. Een bestemmingsplan herziet of 'vervangt' normaal gesproken het voorheen geldende bestemmingsplan. Dit paraplubestemmingsplan heeft echter een ander doel en een andere werking.
Het doel van dit bestemmingsplan is uitsluitend het vastleggen van het gemeentelijk parkeerbeleid voor het grondgebied van de gemeente Nunspeet. De opzet van het paraplubestemmingsplan is daarom zodanig dat alle 'onderliggende' bestemmingsplannen van kracht blijven. De herziening betreft uitsluitend een uniforme regeling ten aanzien van het parkeren voor alle 'onderliggende' bestemmingsplannen.
-2-
Nr.
Parkeernormen worden gehanteerd om bij aanvragen omgevingsvergunningen voor bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte van het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen en om deze te kunnen voorschrijven. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hiermee wordt er voor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt. Wetgeving Reeds bij de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 heeft de wetgever bepaald, dat de mogelijkheid om op grond van artikel 8, lid 5 van de Woningwet stedenbouwkundige voorschriften in de gemeentelijke Bouwverordening op te nemen, kan vervallen. Reden hiervoor was dat de Wro voorschrijft dat een gemeente voor het gehele grondgebied een bestemmingsplan of beheersverordening moet vaststellen. Op basis van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) gold deze verplichting alleen voor het buitengebied, waardoor het voor het overige gebied noodzakelijk was stedenbouwkundige bepalingen op te nemen in de bouwverordening. De gemeentelijke Bouwverordening dient mede als toetsingskader voor aanvragen omgevingsvergunning voor het aspect bouwen.
Met de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening werd aanvankelijk beoogd om de mogelijkheid om stedenbouwkundige bepalingen op te nemen in de bouwverordening te schrappen. Uiteindelijk is hiervan op dat moment afgezien omdat te veel vragen bestonden over de wijze waarop met name het onderdeel "parkeren" in de bestemmingsplannen zou kunnen worden geregeld. De betreffende bepaling is daarom nooit in werking getreden. Eind 2014 werd de Woningwet alsnog aangepast. Op 29 november 2014 trad de Reparatiewet BZK 2014 (Stb. 2014, 458) in werking en daarmee zijn de stedenbouwkundige bepalingen uit de Bouwverordening komen te vervallen. Voor bestemmingsplannen die zijn vastgesteld vóór die datum was in de Woningwet een overgangsregeling opgenomen. Deze houdt in dat de betreffende artikelen van de Woningwet van toepassing blijven tot het tijdstip van wijziging van het bestemmingsplan voor een bepaald gebied, doch uiterlijk tot 1 juli 2018. Daarna moet een regeling zijn opgenomen in bestemmingsplannen om aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen te kunnen toetsen aan onder andere parkeernormen. Inmiddels is ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd in die zin dat omwille van de flexibiliteit het mogelijk is geworden om in de regels van een bestemmingsplan te verwijzen naar beleidsregels.
Er is daarom nu in het artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro een wettelijke grondslag opgenomen om ook voor wat betreft het parkeren in het bestemmingsplan direct te verwijzen naar beleidsregels die parkeernormen bevatten. Daarbij is het volgens jurisprudentie mogelijk om middels een zogenaamde dynamische verwijzing te bepalen dat indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening gehouden dient te worden met het gewijzigde beleid. Zienswijze Er zijn twee zienswijzen ingediend voor het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren. De zienswijzen en de beantwoording hiervan zijn opgenomen in de bijgevoegde zienswijzennota. MSMI Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp
B. van de Weerd