AP 5e. Bijlage 1a. Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe - def
Tekst van het document
Inzicht in de systeemefficiëntie De vraag naar energie op agrarische bedrijven is beperkt en het bestaande infrastructurele netwerk is ijl. Er zijn stevige investeringen nodig, wat het minder efficiënt maakt dan bijvoorbeeld zonne-energie op daken van bedrijventerreinen en in dorpen en steden. Aansluitingen zijn waarschijnlijk relatief duur of vragen om slimme coördinatie waarbij verschillende boerendaken worden gekoppeld op één
30
grote aansluiting. Bij aansluitproblemen is het goed om ook mogelijkheden voor opslag van energie, bijvoorbeeld in zoutaccu’s of door middel van waterstof, te verkennen.
Conclusie en randvoorwaarden voor verdere uitwerking Het voorstel is om zon op grote daken in het buitengebied onderdeel te maken van het reële bod gebaseerd op gerealiseerde projecten en projecten die een SDE++ beschikking hebben ontvangen. Om te bepalen hoe groot de potentie van grote daken is, is meer inzicht nodig in het potentieel en de daadwerkelijke realisatiekans. Wanneer dat inzicht er is, kunnen we dat opnemen in de ambitie. Voor nu werken we met de algemene analyse die gedaan is en gebruiken we die getallen in de ambitie. Hiervoor zal meer gedetailleerd moeten worden verkend wat het potentiële opwekvermogen op grote daken is, hoeveel er al is gerealiseerd aan opwek en wat er mogelijk is op de buitenruimte. Op dit moment is dat nog in zekere mate een hoog-over analyse. Er loopt een analyse naar de potentie en dit zal meegenomen kunnen worden in de RES 1.0. Het lijkt er op dat het potentieel van zon op grote daken van met name agrarische bedrijven in het buitengebied groot is, namelijk zo’n 60 ha of 60 MW. Er zijn hier wel een aantal compliceren factoren, zoals asbest, de transitie van de veehouderij en een groot aantal stoppende of gestopte veehouderijbedrijven. Samenwerking met bijvoorbeeld LTO kan hier interessant zijn, eventueel in samenhang met de bouwstenen ‘Zon gekoppeld met de landbouwtransitie’ en ‘Zon gekoppeld met herstel kleinschalige landschappen).
Zo kan onderzoek gedaan worden naar het aantal veehouderijen dat gaat stoppen de komende jaren en de locaties van asbest daken. Informatie hierover is nodig om de haalbaarheid van het benutten van de grote daken in het buitengebied beter in te kunnen schatten.
31
4. Bouwsteen Zon op daken en overkappingen op defensieterreinen Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Uit de algemene analyse blijkt dat het op de defensieterreinen gaat om circa 20 ha aan daken en ca 10 ha aan grote parkeerterreinen. We gaan ervan uit dat hiervan tezamen maximaal 50 procent te benutten is als netto oppervlakte dus zo’n 15 hectare, of 15 MW. Medewerking van defensie is een belangrijke voorwaarde. De bouwsteen staat hoog op de GEA Zonnewijzer: er is potentieel aan ‘lege’ daken en men heeft er geen last van. Het is logisch dat potentieel ten volle te benutten en efficiënt gebruik te maken van de ruimte. Het gaat om circa vijf compacte locaties. Naar verwachting ligt op die locaties de energievraag en het aanbod dicht bij elkaar. Dit zou qua benodigde infrastructuur ook gunstig zijn. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Vanuit zowel bewoners als stakeholders kan deze bouwsteen rekenen op veel steun. Dat komt onder andere doordat zonne-energie op grote daken in het algemeen als prioriteit wordt gezien. Men vindt het logisch dat het potentieel van daken benut wordt, dat heeft de voorkeur boven zonne-energie op land en wordt benoemd als efficiënte benutting van de ruimte. Stakeholders geven daarbij nog aan niet te onderschatten welke inzet er nodig is om het potentieel van de grote daken te benutten.
Voorwaarde is dat pand- en locatie eigenaren meewerken met deze ontwikkeling. Dit is weer mede afhankelijk van de haalbaarheid van een initiatief. Vanuit Natuur en Milieu Gelderland is tevens aangegeven dat het benutten van grote daken een randvoorwaarde is, om met maatwerk, ook te kunnen kijken naar duurzame opwek in natuur en landschap. Vanuit Defensie zijn er al plannen voor het realiseren van zonne-energie op hun gebieden, al is dit sterk afhankelijk van sanering/renovatie van gebouwen. Vanuit bestuurders is ook naar voren gekomen dat het realiseren van zonne-energie op daken breed gedragen wordt. De gemeenteraad van Oldebroek heeft in een aangenomen amendement meegegeven dat voor het realiseren van zonne-energie allereerst uitgegaan moet worden van het benutten van bestaande daken. De gemeenteraden van Oldebroek en van Elburg hebben in het raadsvoorstel waarmee de concept-RES is aangenomen ook aangegeven dat het belangrijk is dat volop wordt ingezet op zonnepanelen op daken. Inzicht in de systeemefficiëntie Een aantal grotere clusters van daken en parkeerterreinen die overkapt zouden kunnen worden, maakt efficiënt kabelgebruik mogelijk. Het gaat hier om het benutten van al bestaand dakoppervlak en ook grote parkeerterreinen. Het gaat om circa vijf compacte locaties.
Dit zou ook qua kabel uit moeten kunnen en het zal waarschijnlijk lokaal op het middenspanningsnet kunnen worden aangesloten. Naar verwachting is er op die locaties ook vraag zodat vraag en aanbod bij elkaar liggen.
32
Conclusie en randvoorwaarden voor verdere uitwerking Het voorstel is om zon op grote daken op defensieterreinen onderdeel te maken van het reële bod gebaseerd op gerealiseerde projecten en projecten die een SDE++ beschikking hebben ontvangen. Om te bepalen hoe groot de potentie van grote daken is, is meer inzicht nodig in het potentieel en de daadwerkelijke realisatiekans. Wanneer dat inzicht er is, kunnen we dat opnemen in de ambitie. Voor nu werken we met de algemene analyse die gedaan is en gebruiken we die getallen in de ambitie. Hiervoor zal meer gedetailleerd moeten worden verkend wat het potentiële opwekvermogen op grote daken is, hoeveel er al is gerealiseerd aan opwek en wat er mogelijk is op de buitenruimte. Op dit moment is dat nog in zekere mate een hoog over-analyse. Er loopt een analyse naar de potentie en dit zal meegenomen kunnen worden in de RES 1.0. Verder is het nodig om met het Rijksvastgoedbedrijf verder in gesprek te gaan over de hoeveelheid zonne-energie die al op grote defensiedaken gerealiseerd gaat worden.
33
5. Bouwsteen Zon langs snelwegen, drijvend en overige bovenregionale infrastructuur Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Het gaat bij deze bouwsteen om zon in bermen en overhoeken bij infrastructuur. Ook op geluidsschermen. Drijvende zonnevelden op De Kolk bij knoppunt Hattemerbroek en in het randmeer bij Lorentz en Elburg maken ook deel hiervan uit. Ook voormalige vuilstorten. Het is een bouwsteen omdat het inzet op het benutten van restruimtes bij infrastructuur, bermen en overhoeken. Op die manier is het efficiënt ruimtegebruik op plekken die men al beschouwd als ‘verstoord’ en die niet te dicht in de buurt van woningen zijn. Het gaat hier om vele kleine locaties die gezamenlijk optellen tot circa 50 tot 100 ha. Een percentage hiervan zal haalbaar zijn voor 2030. Het daadwerkelijke potentieel is beperkt vanwege beperkte ruimte. Het gaat om zon in bermen en overhoeken bij infrastructuur en op geluidsschermen. Daarnaast maken drijvende zonnevelden bij Hattemerbroek en in het randmeer bij Lorentz en Elburg hier ook deel van uit. Ook de voormalige vuilstorten kunnen onder deze bouwsteen worden benut. De businesscase van de bermen en geluidschermen is waarschijnlijk erg dun door de langgerekte vorm, de kleine omvang en de lange kabels.
Voor enkele grotere initiatieven zoals drijvende zonnevelden en het benutten van enkele stortplaatsen lijkt het haalbaar dat dit kan worden gerealiseerd voor 2030. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Deze bouwsteen wordt door zowel bewoners als stakeholders hoog gewaardeerd. Men vindt geluidsschermen en -wallen vaak geen mooie objecten en daarom wordt het combineren met zonnepanelen gesteund. Aangegeven wordt om rekening te houden met het uitzicht en efficiënt gebruik te maken van de ruimte (gebruik bestaande schermen en wallen). Zorgen zijn geuit rondom de verkeersveiligheid vanwege eventuele reflectie van zonnepanelen langs de snelweg en er zijn twijfels bij de business case. Inzicht in de systeemefficiëntie De langlijnige vorm en relatief kleine initiatieven maakt bekabeling relatief duur. Haalbaarheid van de business case is onduidelijk, maar zal per project verschillen.
34
Conclusie en randvoorwaarden voor verdere uitwerking Het voorstel is om zon langs snelwegen, drijvend en bij overige bovenregionale infrastructuur onderdeel te maken van de projectenkaart, gebaseerd op gerealiseerde projecten en projecten die een SDE++ beschikking hebben ontvangen. Op de ambitiekaart kan een ambitie tot 25 ha worden opgenomen, die haalbaar lijkt voor 2030. Samenwerking met Rijkswaterstaat en de wegbeheerders is essentieel. Bij verdere uitwerking van drijvende zonne-energie is het belangrijk ook rekening te houden met sportvisserijgebruik en de toegankelijkheid van wateren voor de sportvisserij en recreatie. De veiligheid langs de infrastructuur moet onderzocht worden, net als de ecologische impact van drijvende parken.
35
6. Bouwsteen Zon gekoppeld met landbouwtransitie Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Dit transitiegebied volgt de gehele binnenzijde van de Veluwe en vormt het overgangsgebied van Veluwe naar de randmeren. Het zijn landschappen met oude laanstructuren en landgoederen, met essen, kampen en jonge ontginningen. Het gaat ook om het landbouwgebied in de agrarische enclave. Parallel aan de Veluwerand liggen de dorpen. In dit gebied bevinden zich van oudsher veel veehouderij bedrijven. Vanwege het stikstofdossier is er behoefte aan het transformeren van de veehouderij waarbij onder meer de stikstofbelasting op de Veluwe afneemt. Dit vraagt om andere stalsystemen of extensivering van bedrijven. Dit zal een forse investering vragen waarbij de koppeling van zon en landbouwtransitie de mogelijkheid geeft om een aanvullend verdienmodel met bijvoorbeeld per boerenbedrijf een zonneweide te realiseren. Dit zou bijvoorbeeld ook ruimtelijk kunnen worden ingepast in het kleinschalig landschap door aan te sluiten bij bestaande boerenerven. Zo ontstaan verspreide zonneparkjes van een à twee hectare die lokaal kunnen worden aangesloten. Op enkele locaties zijn grotere zonneclusters wellicht mogelijk zoals in het zogenaamde Eendengebied en in de Koloniën in de agrarische enclave.
Echter, in de gemeente Nunspeet geldt het beleidskader voor zonne-energie waarin zonnevelden tot 2 ha mogelijk zijn, ook in de agrarische enclave bij Elspeet. Een groter zonnecluster is daar op dit moment dus niet mogelijk. Deze bouwsteen heeft een nauwe samenhang met bouwsteen herstel kleinschalige landschappen. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Een meerderheid van de respondenten van de participatietool kan zich niet vinden in deze bouwsteen. In het algemeen zijn er zorgen rondom zonnevelden. Aantasting van het landschap, de natuur – landbouw – en recreatiegebieden worden daarbij het meest genoemd als zorgen. Als het moet gebeuren: dan heel zorgvuldig en met een goede belangenafweging. Uit verschillende stakeholderateliers kwam naar voren dat, bij gebruik van impressiebeelden van de inpassing van zonne-energie in agrarische gebieden, zorgvuldige inpassing belangrijk is en tot meer steun kan leiden. Uit de bewonersenquête blijkt dat deze bouwsteen relatief laag wordt gewaardeerd. Reden van de lage waardering is dat zonnevelden afbreuk doen aan het gebiedsspecifieke karakter van het buitengebied. Wel wordt het als mogelijk gezien om aan de randen, in een ruimtelijk gebiedsproces met maatwerk, zonnevelden te realiseren. Zon op voormalige erven lijkt ook haalbaar, wat draagvlak betreft.
De gemeenteraad van Putten heeft een motie aangenomen waarin ze aangeeft dat in de gemeente Putten zonne-energie niet primair op agrarische gronden zal worden ontwikkeld. Dit gaat ten koste van open landschap en er is in Putten weinig tot geen draagvlak in de buurtschappen voor zonnevelden. De gemeenteraad van Elburg heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat zonnepanelen op landbouwgrond worden vermeden. De gemeenteraad van Oldebroek heeft in een amendement aangegeven dat zonne-energie op landbouwgrond apart van de RES beschouwd moet worden.
36
Inzicht in de systeemefficiëntie In het buitengebied is relatief weinig infrastructuur. Het is waarschijnlijk niet berekend op meerdere van deze initiatieven in één buurt. Enkele van deze initiatieven per gemeente is waarschijnlijk het maximum. Dit moet in de doorrekening met Alliander nader worden verkend. Mogelijk treedt ook concurrentie op wat betreft de netcapaciteit voor het aansluiten van grote daken in het buitengebied.
Conclusie en randvoorwaarden voor verdere uitwerking Alles overwegende stellen we voor om deze bouwsteen op te nemen op de ambitiekaart als nader onderzoek deel. Al gerealiseerde projecten en projecten met een SDE++ beschikking nemen we op in de projectenkaart. We stellen voor om deze bouwsteen samen te voegen met de bouwsteen kleinschalige landschappen tot een nieuwe integrale bouwsteen: zon op land i.c.m. gebiedsopgaven (omgevingskwaliteit, biodiversiteit, landbouw etc.). We gaan ervan uit dat per gemeente 10 à 20 hectare zon gerealiseerd kan worden onder deze gecombineerde bouwsteen. Het vraagt nog de nodige nadere uitwerking samen met gebiedspartijen. Vanuit meerdere partijen is aangegeven dat het benutten van grote daken een randvoorwaarde is, om met maatwerk ook te kunnen kijken naar duurzame opwek in natuur en landschap. Samenwerking met bijvoorbeeld LTO kan hier interessant zijn, eventueel in samenhang met de bouwsteen ‘zon op grote daken in het buitengebied’ en de bouwsteen ‘zon en kleinschalig landschapsherstel’. Zo kan onderzoek gedaan worden naar het aantal veehouderijen dat gaat stoppen de komende jaren en locaties van asbest daken. Dit heeft impact op de haalbaarheid van deze bouwsteen. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen van blijvende boeren in hun landbouwtransformatie worden belemmerd zoals het versplinteren van - toekomstige - huiskavels.
Bij stoppende boeren zou een blauw voor rood regeling kunnen gelden. In de gehele Noord-Veluwe zijn er de komende tien jaar naar verwachting meer dan 150 stoppende boerenbedrijven die elk 1 of 2 ha zon zouden kunnen realiseren bij voorkeur op de voormalige boerenerven. Ook bij blijvers als motor voor hun transformatie is het bespreekbaar. Hier ligt een groot potentieel. Een goede nadere uitwerking in samenhang met zon- en kleinschalige landschappen en zon op daken in het buitengebied zal moeten plaatsvinden. Dit zal gebiedsgewijs moeten plaatsvinden in afstemming met andere doelen zoals het kleinschalige landschap en het woongenot van burgers en recreatieve waarden en met behoud van belangrijke waarden zoals de nog gave ‘enken’ in het gebied.
37
6. Bouwsteen Zon gekoppeld met herstel kleinschalige landschappen Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Op de overgang van de Veluwe naar de open polders en vervolgens de randmeren, liggen kleinschalige landschappen. In voorgaande decennia is als gevolg van de optimalisatie van de landbouw de hoeveelheid singels en houtwallen flink afgenomen. Het karakteristieke landschap is hiermee minder sterk geworden. Ook de flora en fauna is als gevolg hiervan teruggelopen. Voor zowel de biodiversiteit, de omgevingskwaliteit en daarmee ook de recreatieve waarde, is het een goede ontwikkeling deze landschapselementen terug in het landschap te brengen. Een initiatief voor de opwek van zon, zou dan tegelijkertijd een herstel zijn van de landschappelijke kamerstructuren bij het veld, maar ook in de nabijheid. Een gebiedsfonds kan hier behulpzaam bij zijn. De landgoederenzone in het noordelijke deel van de regio kan hier baat bij hebben. In dit gebied wonen veel mensen. Met een initiatief zit je al snel in de buurt van de buren. Daarom kan de uitvoerbaarheid complex zijn. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Een meerderheid van de bewoners kan zich niet vinden in deze bouwsteen. In het algemeen zijn er zorgen rondom zonnevelden. Aantasting van het landschap, de natuur – landbouw – en recreatiegebieden worden daarbij het meest genoemd als zorgen.
Als het moet gebeuren: dan heel zorgvuldig en met een goede belangenafweging. De provincie geeft aan dat de combinatie van zonne-energie met herstel van kleinschalige landschappen vraagt om maatwerk en aandacht voor gebiedsontwerp. Vanuit de GEA Zonnewijzer komt naar voren dat het wellicht incidenteel aan de randen van kleinschalige landschappen mogelijk is zonne-energie te realiseren. Verschillende landgoedeigenaren zijn met elkaar in gesprek gegaan over de landgoederenzone in de regio en willen samen verkennen wat de mogelijkheden voor duurzame energie zijn in het gebied. Daarvoor wordt een pilot gestart vanuit het NPRES waar, in combinatie met het lopende RES traject, met een gebiedsgerichte aanpak wordt gewerkt aan een handreiking voor het gebruik van de instrumenten uit de omgevingswet. De gemeenteraad van Putten heeft een motie aangenomen waarin ze aangeeft dat in de gemeente Putten zonne-energie niet primair op agrarische gronden zal worden ontwikkeld. Dit gaat ten koste van open landschap en er is in Putten weinig tot geen draagvlak in de buurtschappen voor zonnevelden. De gemeenteraad van Elburg heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat zonnepanelen op landbouwgrond worden vermeden. Inzicht in de systeemefficiëntie In het buitengebied is de netinfrastructuur vrij ijl. Er zal gezocht moeten worden naar een goede
38
verhouding tussen oppervlakte, dichtheid in een gebied en de kabels naar het onderstation. Dit vraagt om een gebiedsbenadering waar de kleinere velden deel uitmaken van een grotere ontwikkeling, zowel qua opwek als qua herstel van het landschap.
Conclusie en randvoorwaarden voor verdere uitwerking Alles overwegende stellen we voor om deze bouwsteen op te nemen op de ambitiekaart. Al gerealiseerde projecten en projecten met een SDE++ beschikking nemen we op in de projectenkaart. We stellen voor om deze bouwsteen samen te voegen met de bouwsteen landbouwtransitie tot een nieuwe integrale bouwsteen. We gaan ervan uit dat er een potentie is van ca 10 à 20 ha per gemeente (1 à 2% van in totaal 7000ha aan kleinschalig landschap), in combinatie met de bouwsteen ‘Zon gekoppeld aan de landbouwtransitie’. Vanuit meerdere partijen is aangegeven dat het benutten van grote daken een randvoorwaarde is, om met maatwerk, ook te kunnen kijken naar duurzame opwek in natuur en landschap. Verder is het vanuit de provincie een randvoorwaarde dat eventuele initiatieven vorm worden gegeven met maatwerk en aan de hand van een gebiedsproces. Samenwerking met bijvoorbeeld LTO kan hier interessant zijn, eventueel in samenhang met de bouwstenen zon op grote daken in het buitengebied en de bouwsteen zon en de landbouwtransitie. Zo kan onderzoek gedaan worden naar het aantal veehouderijen dat gaat stoppen de komende jaren en locaties van asbest daken. Dit heeft impact op de haalbaarheid van deze bouwsteen.
Er zal een gebiedsbenadering moeten worden georganiseerd om het herstel van landschappelijke kwaliteit in relatie tot zonne-energie te onderzoeken. Een enkel initiatief staat in relatie tot een grootschaligere benadering. Enkele gebieden hebben de status Waardevol Open Gebied (WOG). Hier is de openheid juist een kwaliteit. Een heldere duiding (niet in beton gegoten) van het onderzoeksgebied en daarmee te ontwikkelen beleid is voorwaarde scheppend.
39
7. Bouwsteen Zon gekoppeld aan veenweideherstel Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Er spelen meerdere opgaven in het veenweidegebied van de Polder Oosterwolde, zoals bodemdaling, CO2 uitstoot, landbouwtransitie, versterken van de weidevogelpopulatie en het behoud van de grootschalige openheid van het gebied. Zonneprojecten in de polder kunnen zorgen voor andere inkomsten voor de landeigenaren in het gebied en zo bijdragen aan het beperken van de bodemdaling, waardoor veenoxidatie en CO2-uitstoot verminderen. Vanuit de analyse is naar voren gekomen dat zo’n 30 ha aan zonne-energie mogelijk is in dit gebied. De financiële opbrengsten zouden geïnvesteerd kunnen worden in het gebied, om zo bij te dragen aan de gebiedsopgaven. Echter, in de directe omgeving van een zonnepark zal de situatie voor weidevogels en ganzen ongeschikt zijn. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Vanuit stakeholders is aangegeven dat het de voorkeur heeft zonne-energie op te wekken zo dicht mogelijk in de buurt van gebruikers. Dat is bij deze bouwsteen niet het geval. Er zijn zorgen rondom het aantasten van het open landschap in de polder. Een meerderheid van de bewoners kan zich niet vinden in deze bouwsteen. In het algemeen zijn er zorgen rondom zonnevelden.
Aantasting van het landschap, de natuur – landbouw – en recreatiegebieden worden daarbij het meest genoemd als zorgen. Als het moet gebeuren: dan heel zorgvuldig en met een goede belangenafweging. Vanuit de provincie geldt dat de bouwsteen ‘Zon gekoppeld aan veenweideherstel’ niet aansluit bij provinciale belangen, vanwege de overlap met weidevogel- ganzenrust – en Natura2000-gebied. In het ontwerp-actualisatieplan van de Omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe zonnevelden in weidevogelgebieden zijn uitgesloten. Ook de gemeente Oldebroek heeft aangegeven de Polder van Oosterwolde niet in het RES traject op te willen nemen. De koppeling met andere opgaven in het gebied spreekt wel degelijk aan bij meerdere partijen, echter is de vraag of dit vanuit de RES moet worden opgepakt, terwijl de mogelijkheden voor het realiseren van duurzame energie beperkt zijn. Daarom volgt, los van het RES proces, een aparte gebiedsvisie voor de Polder van Oosterwolde, met inbreng van agrariërs (LTO) en bewoners waarin energie ook een plek krijgt. Inzicht in de systeemefficiëntie Het gebied is leeg en afgelegen, er moet een aparte kabel heen. Dat maakt het weinig efficiënt en relatief duur. Alleen is samenhang met het zoekgebied voor wind Drontermeerkust is daar meer efficiëntie te bereiken.
40
Conclusie en randvoorwaarden voor verdere uitwerking Dit alles in overweging nemende, stellen we voor de bouwsteen Zon gekoppeld aan veenweideherstel niet op te nemen in de RES 1.0. Het is onduidelijk of en waar zonne-energie precies gerealiseerd kan worden in dit gebied. Het is vrijwel onmogelijk om hier stappen in te zetten, zonder de natuurwaarden van het weidevogelgebied aan te tasten. Verder geldt dat er weinig maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak is voor deze bouwsteen.
41