AP 5d. St.t.i. Ruimtelijke onderb. Mythsteelaan 32
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Landgoed Huize de Vennen - Tennisbaan Mythsteelaan 32 Nunspeet
door Theo van ’t Klooster versie 09-12-2020 kenmerk 20190535
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2
Inleiding
Aanleiding Ligging en begrenzing
Hoofdstuk 2
2 2
Beschrijving initiatief
2.1
Landgoedontwikkeling
4
2.2
Het Plan
4
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
5
3.2
Provinciaal beleid
5
3.3
Gemeentelijke beleid
7
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
4.1
Bodem
8
4.2
Waterparagraaf
8
4.3
Natuurwaarden
9
4.4
Cultuurhistorie en archeologie
10
4.5
Geluid
11
4.6
Externe veiligheid
11
4.7
Verkeer en parkeren
11
4.8
Milieueffectrapportage
11
4.9
Financieel-economische uitvoerbaarheid
12
Bijlagen Bijlage 1
Planvisie landschappelijke inpassing
Bijlage 2
Watertoets
Bijlage 3
Natuurtoets als QuickScan
Bijlage 4
Aeriusberekening
1
Aanleg tennisbaan bij Huize de Vennen
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De heer en mevrouw Smeets zijn voornemens om op hun landgoed Huize de Vennen aan de Mythsteelaan te Nunspeet een tennisbaan aan te leggen. Gemeente Nunspeet heeft in haar schrijven met kenmerk SXO56393527 dd 28 juli 2020 aangegeven dat er voor de aanleg van de tennisbaan aanvullende gegevens nodig zijn. Het betreft een ruimtelijke onderbouwing, ecologische quickscan, landschappelijke inpassing en stikstofberekening. Voor landgoed de Vennen is al eens eerder een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Gelet op het feit dat de tijdspanne met de eerdere ruimtelijke onderbouwing minder dan 5 jaar is, is deze eerdere ruimtelijke onderbouwing op hoofdlijnen overgenomen voor de aanleg van de tennisbaan. 1.2 Ligging en begrenzing Het plangebied (met rode stip) ligt ten zuiden van Nunspeet aan de oostzijde van de Elspeterweg (N310) en ten westen van het Eibertjespad.
2
De oranje rode stip op onderstaande afbeelding (kaartbeeld Google Earth 2020) laat de duiding voor de tennisbaan ten noordoosten van Huize de Vennen zien. Een plek parallel aan de bosrand en op ca 40 m afstand van het Eibertjespad.
3
Hoofdstuk 2 Beschrijving initiatief 2.1 Landgoedontwikkeling De landgoederen Mythstee en Huize de Vennen zijn in 1937 samengevoegd. Ze vormen met een oppervlakte van ca 70 hectare één geheel. De landgoederen worden door het Eibertjespad van elkaar gescheiden. In 2015 heeft de huidige eigenaar beide landgoederen aangekocht. Landgoed Huize de Vennen kent verschillende landschapstypen, zoals bos, laanbeplanting, open akkerlandschap, twee natuurlijke vennen, ruigte, weide met bomen. Om wilde zwijnen buiten te houden is het landgoed zeker al sinds 1972 uit gerasterd. De afgelopen jaren is veel achterstallig onderhoud weggewerkt en de Amerikaanse Vogelkers verwijderd. In 2019 is aan de houtsingel ten westen van het Eibertjespad de struiklaag versterkt met inheemse soorten. De waardevolle opstallen zijn vanaf 2015 gerestaureerd, de minder waardevolle opstallen zijn gesloopt en het voormalige woonhuis van landgoed Huize de Vennen is vervangen door een nieuw woonhuis.
2.2 De nieuwe tennisbaan De nieuwe tennisbaan is gepland in het door bos omsloten grasland. Dit gebied was ooit een boomgaard. Een oude fruitboom is als relict nog aanwezig. In 2019 is het grasland met een niet specifiek kruidenrijk mengsel ingezaaid en zijn er in de weide enkele bomen geplant. Bij de positie van de tennisbaan is rekening gehouden met bestaande en nieuwe boomaanplant. Andere locaties waaronder de oorspronkelijke positie zijn op het landgoed verkend (zie ook de bijlage landschappelijke inpassing) en op locatie met stedenbouwkundige bekeken en afgestemd. De andere locaties vielen af doordat de relatie met het woonhuis minder sterk was of geheel ontbrak. De oorspronkelijke tennisbaan is door bos overgroeid en ecologisch van grotere waarde dan de nieuw gekozen positie.
4
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Structuurvisie infrastructuur en Ruimte (2012) De Structuurvisie infrastructuur en Ruimte (SVIR) i sop 13 maart 2012 vastgesteld. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2020 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium ‘decentraal, tenzij’. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Er komt uit de SVIR geen concrete actie of beperking voor dit plan voort.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met hete oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvb) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het plangebied is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN). In het Barro is opgenomen dat in de provinciale verordening beschermende regels moeten worden opgenomen ten aanzien van het NNN, zie paragraaf 3..2.2.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Op 9 juli 2014 stelden Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsvisie vast. De bijbehorende Omgevingsverordening is vervolgens op 24 september 2014 vastgesteld. Op 18 oktober 2014 zijn de Omgevingsvisie en de omgevingsverordening Gelderland in werking getreden. Op 1 maart 2017 is een Actualisatieplan Omgevingsverordening vastgesteld. Het Gelders natuurbeleid is vastgelegd in de Beleidsuitwerking natuur en landschap. Hierin staat dat de provincie zorgvuldig wil omgaan met de natuur en het landschap in Gelderland. Het doel is het behouden van de soortenrijkdom van de Gelderse natuur door het realiseren van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. De provincie en haar partners streven samen naar een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en naar behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap.
5
Natuur en landschap zijn het kapitaal van Gelderland. De opgaven die de provincie en haar partners hierbij zien, zijn: -
het behouden en mogelijk vergroten van de biodiversiteit (soortenrijkdom) in de natuur; het verbinden van de Gelderse natuur met natuurgebieden in aangrenzende provincies en Duitsland; het betrekken van de mensen in een gebied bij het beheer van hun natuur en landschap.
Het NNN in Gelderland wordt gevormd door het Gelders Natuurnetwerk (hierna GNN) en de Groene ontwikkelingszone (hierna: GO). Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het GNN. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit GNN bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHSD en bevat tevens een zoekgebied nieuwe natuur van 7300 hectare, voor 5300 hectare nog te realiseren nieuwe natuur, Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000- doelen in de Natura 2000gebieden. Het GNN en de GO vervullen daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het GNN. De kernkwaliteiten van het GNN die beschermd en ontwikkeld moeten worden zijn in de omgevingsvisie omschreven. De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.
De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het GNN. Het gaat vooral om landbouwgrond. De Ecologische verbindingszones maken deel uit van de 12 GO, evenals weidevogelgebieden en rustgebieden voor overwinterende ganzen. Enkele weidevogelreservaten maken deel uit van het GNN. Door de samenhang met de aangrenzende en inliggende natuur van het GNN herbergt de GO ook kenmerkende natuurwaarden. De beoogde locatie voor de tennisbaan ligt in (de buitenrand van) het GNN en Natura 2000- gebied. 3.2.2 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening Gelderland voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van de algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem.
6
In artikel 2.7.1. van de Omgevingsverordening staat dat er binnen het GNN in principe geen nieuwe functies worden mogelijk gemaakt. Het verbod geldt niet als aan bepaalde criteria wordt voldaan: a. geen reële alternatieven aanwezig zijn.; b. sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; en d. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd. De criteria richten zich op bescherming en versterking van de kernkwaliteiten van het gebied. Daarom is een Natuurtoets (QuickScan zie bijlage 2) uitgevoerd om aan te tonen dat het planvoornemen voldoet aan de criteria van de verordening. Ten aanzien van landgoederen in het buitengebied zijn in de verordening verder geen specifieke regels van toepassing. 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan betreft Buitengebied 2016, vastgesteld op 20 april 2017. Het plangebied is grotendeels bestemd als Natuur-Landschap. De uitzonderingen hierop zijn de onbeboste gebieden in het westen en zuiden van het plangebied, deze hebben de bestemming Agrarisch, met nadere dubbelbestemming Waarde- Oude bouwlanden enclaves.
Verder gelden hoofdzakelijk voor het landgoed de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 2, Waarde – Landgoed, de wetgevingszone – natura 2000 en overige zone - ehs De beoogde ligging van de tennisbaan ligt buiten de bestemming Wonen en is om die reden niet toegestaan. 3.3.2 Welstand Nunspeet 2015 Om bouwplannen te kunnen beoordelen op architectonische aspecten heeft de gemeente Nunspeet, op basis van de woningwet, een Welstandsnota opgesteld. In de Welstandsnota zijn beleidsregels vastgelegd met daarbij welstandscriteria die gehanteerd worden. In het kader van deregulering is de Welstandsnota geactualiseerd om onder andere minder bouwaanvragen welstandsplichtig te laten zijn. Daarvoor is de gemeente ingedeeld in verschillende toets gebieden, variërend van uitgebreide , beperkte en geen toetsing. Landgoed Huizen de Vennen wordt niet gekenmerkt als ‘beeldbepalend landgoed’ in de Welstandsnota, maar maakt deel uit van het deelgebied ‘Centraal Veluws Natuurgebied’. Dit gehele gebied heeft een beperkt toets niveau voor welstandscriteria. Voor het Centraal Veluws Natuurgebied ligt de prioriteit bij natuurbeheer. Nieuwe uitbreidingen of functieveranderingen bij recreatieve of zorg verlenende complexen moeten zorgvuldig worden ingepast. De agrarische functie is ondergeschikt en dient zich te voegen in het beleid van natuurontwikkeling.
Een eenvoudige toets is niet van toepassing omdat het plan niet voldoet aan de gestelde criteria van een eenvoudige toets. Gezien het specifieke van het plan wordt dan teruggevallen op de reguliere toets.
7
Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro), dat in artikel 5.20 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo) van toepassing is verklaard op de omgevingsvergunning die wordt verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid a, onder 3 Wabo, moet de gemeente in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven) gemeentelijke beleidskaders. De aanleg van een tennisbaan op landgoed Huize de Vennen heeft geen effect op de aspecten luchtkwaliteit, en bedrijven en milieuzonering.
4.1.Bodem Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een omgevingsvergunning mag pas worden verleend als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe functie. Wanneer (een deel van) de bodem in het gebied waarvoor de vergunning verleend wordt verontreinigd is, moet worden aangetoond dat de omgevingsvergunning, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Uit het bodemregisterprogramma van de gemeente wordt aangegeven dat er een bovengrondse en ondergrondse tank heeft gelegen in het plangebied van de woning. De ondergrondse tank is voor de actie tankslag gesaneerd. Het is echter onbekend of deze is afgevuld of verwijderd en of er verontreiniging is ontstaan. Er zijn derhalve geen bodemkwaliteitsgegevens bekend bij de gemeente Nunspeet. De locatie voor de nieuwe tennisbaan is op geruime afstand van het plangebied woning. In het verleden is het plangebied als boomgaard gebruikt. Het is niet aannemelijk dat er door de hogere ligging en de functie die dit gebied heeft er verontreinigingen te verwachten zijn.
4.2 Waterparagraaf De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater). Ten behoeve van het plan is de digitale watertoets met dossiercode 20170529-10-15364 bijgevoegd. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 4. Hieruit komt naar voren dat er geen sprake is van waterschapsbelangen. De tennisbaan van 685m2 voorziet niet in een toevoeging van een verhard oppervlak groter dan 1500m2.
Vuilwater In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen gemeentelijk riool. Ontwikkelaar dient een (IBA individuele behandeling afvalwater) per nieuwbouw te realiseren. Er komen bij de tennisbaan ivm nabijheid woning geen sanitaire voorzieningen en geen IBA. 8
Hemelwater Het hemelwater dient op eigen terrein verwerkt te worden. Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden hoe er met neerslag overstorten bij (zeer) intensieve buien wordt omgegaan. Door de glooiingen en de aanleghoogte van de tennisbaan is geen wateroverlast te verwachten.
Materiaalkeuze Door niet uitlogende materialen toe te passen wordt voorkomen dat het te infiltreren hemelwater het grond- en/of oppervlaktewater verontreinigd. De hogere ligging van de tennisbaan maakt het mogelijk dat er géén drainage onder de tennisbaan nodig is. Al het oppervlaktewater kan door de toplaag (Smashcourt) naar de waterdoorlatende ondergrond worden afgevoerd.
4.3 Natuurwaarden Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot de natuurwetgeving. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb betreft zowel soortenbescherming (voorheen Flora- faunawet) als bescherming van (Europese) natuurgebieden (voorheen Natuurbeschermingswet 1998). Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Een natuurtoets (quick scan) is door ECONU uitgevoerd (zie bijlage 3). Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies weergegeven. Effecten beschermde gebieden Op grond van het onderzoek wordt geconcludeerd dat: 1. Als gevolg van de eerdere sloop van 10 oude bouwwerken binnen het landgoed ontstond er een (zeer) beperkte toename aan oppervlakte Natura 2000- gebied. Deze verkregen oppervlakte Natura 2000- gebied wordt met de aanleg van de tennisbaan opgeheven. Vanwege de ligging van het plangebied in NNN en Natura 2000- gebied is het redelijkerwijs niet op voorhand uit te sluiten dat de voorgenomen plannen negatieve gevolgen hebben op deze gebieden. De aeriusberekening (07-12-2020) laat zien dat er voor de realisatie van de tennisbaan geen depositie uitstoot boven de 0,00 mol/ha/jr is. 2. Er zijn geen permanente effecten voor beeldbepalende bomen in het plangebied die aangetast of gekapt worden.
De open plekken in de houtwal ten westen van de tennisbaan worden met den en struweel aangevuld. 3. Voor de flora; vlinders en libellen; kevers en slakken; vissen; reptielen en amfibieën; vogels; zoogdieren zal er met de aanleg van de tennisbaan geen directe of indirecte effecten te zien zijn. Er zijn derhalve geen mitigerende maatregelen nodig. 4. Indirecte effecten als gevolg van het project zoals versnippering, verdroging en verontreiniging zijn niet aan de orde. 5. De aanleg van de tennisbaan leidt niet tot een stikstoftoename in Natura 2000gebieden. Effecten op de instandhoudingsdoelen voor stikstofgevoelige Habitats of leefgebieden van soorten zijn daardoor uitgesloten.
9
Op grond van de in dit rapport gepresenteerde objectieve gegevens zijn negatieve effecten als gevolg van het project op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000- gebieden uitgesloten.
Cumulatieve effecten Omdat er geen effecten zijn te voorzien, is het niet nodig naar cumulatieve effecten onderzoek te doen.
Effecten beschermde soorten. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en algemeen voorkomende amfibieën worden door de provincie Gelderland aangemerkt als soorten waarvoor een vrijstelling geldt voor het overtreden van de verbodsbepalingen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit geval betreft dat de soorten egel, haas, konijn, voorkomende muizen, vos, ree, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en gewone watersalamander.
Effecten NNN Op het NNN worden geen effecten voorzien.
4.4. Cultuurhistorie en archeologie De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet., wanneer deze naar verwachting in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezig of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.
4.4.1 Archeologie In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2016’ van de gemeente Nunspeet is Landgoed Huize de Vennen aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 2’ Voor bouwwerken groter dan 120m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50m onder het maaiveld plaatsvinden moet door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport worden aangeleverd waarin wordt aangetoond dat geen archeologische waarden verstoord worden dan wel aanwezig zijn. Voor de aanleg van de tennisbaan wordt niet dieper dan 0,50m gegraven.
4.4.2. Cultuurhistorie De hoofddoelstelling bij het herstel en doorontwikkeling van het landgoed is om alles wat authentiek aan het landgoed is te behouden en alles wat niet passend is te verwijderen of om te vormen. 10
Karakteristiek voor het terrein is de ondulatie en de hoogteverschillen in het terrein. Het grote ven ligt circa 4m hoger dan Mythsteelaan 26 en 28. De tennisbaan wordt op een hoogte van ca +NAP 18.40, parallel aan de houtsingel en op ca 40 m van het Eibertjespad, aangelegd. Met de firma die de tennisbaan realiseert (Tennisbouw Nederland bv) is besproken dat er géén drainage nodig is. Voor de ontwatering van de tennisbaan is een goed doorlatende ondergrond wenselijk. Een locale grondboring toonde aan dat de teelaarde als toplaag ca 0.30m tot 0.35m dik is. Deze teelaarde zal met elektrisch materieel naast de baan en houtwal worden verwerkt.
4.5 Geluid Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk indien binnen de geluidszones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. De tennisbaan is geen geluidgevoelig object ingevolge de Wet Geluidhinder. In de directe omgeving liggen geen drukke wegen. Het Eibertjespad is een langzaam verkeerroute. De feitelijke situatie verandert met het particulier gebruik van de tennisbaan nauwelijks. Akoestische onderzoeken voor de ruimtelijke procedure zijn niet nodig.
4.6 Externe veiligheid Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang (Besluit externe veiligheid inrichtingen-hierna Bevi). Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaats vinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Op basis van Risicokaart van de provincie Gelderland is beoordeeld of er risicobronnen in en rond het plangebied aanwezig zijn. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen Bevi-bedrijven. De locatie valt buiten de plaatsgebonden risicocontouren van 10-6 per jaar en buiten de invloedsgebieden van het groepsrisico. Het aspect Externe Veiligheid vormt daarmee planologisch gezien geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.7 Verkeer en parkeren De feitelijk verkeerssituatie wijzigt niet omdat de tennisbaan enkel door de bewoners zal worden gebruikt. De parkeersituatie wijzigt niet omdat de tennisbaan enkel door de bewoners zal worden gebruikt en er al in de eigen parkeerbehoefte is voorzien.
4.8 Milieueffectrapportage Een m.e.r.-(beoordelingsplicht voor bepaalde activiteiten kan bij plannen en/of besluiten op verschillende gronden ontstaan: 1. M.e.r.-plicht en artikel 7.21 Wet Milieubeheer; 2. M.e.r.-plicht en plannen kolom 3 onderdelen C en D van de bijlage Besluit milieueffectrapportage;
11
3. M.e.r.-(beoordelings)plicht en besluiten kolom 4 onderdelen C en D van de bijlage Besluit milieueffectrapportage. Ad 1. Op basis van artikel 7.2a Wet Milieubeheer geldt een m.e.r.-plicht voor wettelijke of bestuursrechtelijke plannen waarvoor een passende beoordeling (artikel 2.8, eerste lid, Wet natuurbescherming) nodig is. De omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan is geen wettelijke of bestuursrechtelijk plan. Ad 2. Een m.e.r-plicht kan ontstaan voor plannen in kolom 3 ter realisatie van activiteiten uit kolom 1 met de bijbehorende gevallen in kolom 2 in de onderdelen C en D. Een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan wordt in het Besluit milieueffectrapportage niet gezien als een plan (dit wordt nergens genoemd in kolom 3 van de onderdelen C en D). ook wordt in onderdeel A van de Bijlage de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan voor wat betreft kolom 3 niet gelijk gesteld met een bestemmingplan. Voor een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan kan alleen de laatste grond tot een m.e.r.-(beoordelings)plicht leiden. Bij deze optie kan alleen sprake zijn van een m.e.r.(beoordelingsplicht) als de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan betrekking heeft op een activiteit in C-/D-lijst van Besluit milieueffectrapportage, in de situatie dat in kolom 4 bij die lijst sprake is van een bestemmingsplan/ruimtelijk plan als besluit.
Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteiten zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Uitvoerbaarheid – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving verder geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een (vorm)vrije m.e.r.beoordeling.
4.9 Financieel-economische uitvoerbaarheid Bij de verlening van een omgevingsvergunning waarbij gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid van artikel 2.12, eerst lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt de economische uitvoerbaarheid van het project aangetoond. Het voorliggende project is een particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing en de uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Met de eigenaar wordt een overeenkomst afgesloten voor het verhalen van tegemoetkoming in schade (vroeger planschade). Verder zijn er geen kostensoorten die voor kostenverhaal in aanmerking komen. Voor de uitvoering van het plan is geen exploitatieplan nodig.
12
13