CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5d. Bijlage Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland

Commissie Ruimte en Wonen 10 juni 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Herziening jaarlijkse brandhoutverkoop aan particulieren.18.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

38

Verbind beleid De GGD adviseert: ▪

4.1

Het Schone Lucht Akkoord te verbinden met ▫

Klimaatbeleid

▫

Woonopgave

▫

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)

▫

Mobiliteitsbeleid

▫

Stikstofbeleid

▫

Houtstook

▫

Industrie: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)

▪

Waar mogelijk de dossiers ook onderling te verbinden

▪

Gezondheid in al deze dossiers expliciet mee te nemen in de afweging van maatregelen

Schone Lucht Akkoord

Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een akkoord tussen Rijk, provincies en gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Het streven is om gezondheidswinst te behalen door in 2030 ten opzichte van 2016 de uitstoot van binnenlandse bronnen minimaal te halveren. Samenwerking is daarvoor essentieel. In Overijssel en Gelderland hebben de twee provincies en daarnaast ook 17 gemeenten het Schone Lucht Akkoord ondertekend, zie Figuur 21. Door het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen, kunnen overheden profiteren van de kennis en ervaring die op wordt gedaan in de werkgroepen. Er is budget van het Rijk voor(co)financiering van (pilot)projecten en maatregelen. Bij ondertekening committeert een deelnemer zich aan samenwerking voor gezondere lucht. Elke deelnemende partij stelt een uitvoeringsagenda op en koppelt de voortgang daarvan terug. Op de website www.schoneluchtakkoord.nl staat veel informatie over activiteiten binnen het Schone Lucht Akkoord.

Schone Lucht Akkoord De GGD adviseert: ▪

Alle gemeenten om het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen om ook via het Schone Lucht Akkoord samen de luchtkwaliteit verder te verbeteren

▪

Provincies Overijssel en Gelderland om actief de kennis, ervaringen en producten die in het Schone Lucht Akkoord worden ontwikkeld, te delen met de gemeenten die het Schone Lucht Akkoord (nog) niet ondertekend hebben. Ook zij kunnen profiteren van deze kennis.

39

Figuur 21 Deelnemende provincies en gemeenten aan Schone Lucht Akkoord (stand van zaken 29 september 2023). Bron: Website Schone Lucht Akkoord Deelnemers.

40

4.2

Klimaatbeleid

In de Nederlandse Klimaatwet (met bijbehorend Klimaatplan) en de Europese Green Deal staan veel maatregelen die niet alleen de uitstoot van broeikasgassen terugbrengen, maar ook de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide verlagen bij wegverkeer, binnenvaart, industrie, landbouw en huishoudens. Gemeenten en provincies hebben een grote rol bij de reductie van de emissie van broeikasgassen van zowel huishoudens, industrie, binnenvaart, landbouw als ook het eigen wagenpark en de mobiele werktuigen die in de gemeente worden ingezet. Door de juiste keuzes te maken kan gelijktijdig de uitstoot van luchtverontreiniging worden beperkt, en gezondheidswinst worden geboekt.

Klimaatbeleid De GGD adviseert: ▪

Bij gemeentelijke warmtevisies maatregelen te nemen om het risico op toename van particuliere houtstook te voorkomen

▪

Gezondheid expliciet mee te wegen bij besluitvorming rond biomassaverbranding. De uitstoot van fijnstof door biomassacentrales te verminderen

▪

De hoeveelheid autoverkeer te verminderen en elektrisch rijden te faciliteren

▪

Uitstoot door binnenvaartschepen te verminderen door walstroom en schonere motoren en brandstoffen

▪

De uitstoot door mobiele werktuigen (bouwverkeer, bouwmachines, aggregaten) te verminderen door schoon aanbesteden en eisen in vergunningverlening (o.a. bij infrastructurele werken, bouw en evenementen).

▪

De uitstoot van de eigen werktuigen te verminderen, denk aan huisvuil ophalen, gemeentewerken.

KOPPELKANSEN KLIMAATBELEID SLA Woonopgave

Aanbesteding en schone mobiele werktuigen, eigen wagenpark, verkeer Bij verduurzaming woningen extra uitstoot door houtstook voorkomen

GALA

Bewegen en actief vervoer

Mobiliteit

Actief en elektrisch vervoer

Stikstof

Emissiereductie landbouw

Houtstook Industrie

Beperken, niet gebruiken als alternatief voor fossiel Emissiereductie industrie

41

4.3

Woonopgave

Er is een groot tekort aan (geschikte) woningen in Nederland. De komende jaren wordt daarom een groot aantal woningen bijgebouwd. De GGD vraagt aandacht voor gezondheid, waaronder luchtkwaliteit, bij het bouwen van nieuwe woningen en de inrichting van nieuwe woonwijken. De GGD adviseert om houtstookvrije wijken te creëren, door vast te leggen dat er geen rookgaskanalen aangelegd mogen worden (Website GGD GHOR Nederland Advies Houtrook). De GGD adviseert om bij de inrichting van nieuwe woonwijken fietsen en wandelen te faciliteren. Het bouwen van nieuwe woningen nabij bronnen van luchtverontreiniging is onwenselijk. De GGD adviseert geen nieuwe gevoelige bestemmingen, waaronder woningen, te bouwen nabij drukke wegen (zie kader). Bij wonen nabij drukke wegen speelt naast luchtkwaliteit ook geluid een rol: in Overijssel en Gelderland had in 2020 meer dan een kwart van de inwoners geluidhinder van wegverkeer (Rapportage Geluidhinder in Gelderland en Overijssel op Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel). Uit voorzorg adviseert de GGD afstand te houden tussen veehouderijen en gevoelige bestemmingen, waaronder woningen (zie kader).

Naast luchtverontreiniging speelt ook geurhinder hier een rol: ruim één op de tien inwoners van Overijssel en Gelderland had in 2020 last van geurhinder door landbouwactiviteiten (Rapportage Geurhinder in Gelderland en Overijssel op Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel). De GGD adviseert ook om op te letten bij nieuwbouw van woningen nabij industrie. Ook industrie kan lokaal een belangrijke bron zijn van luchtverontreiniging, geluid en geur. Binnen het Schone Lucht Akkoord is Website Schone Lucht Akkoord Hoogst blootgestelde gebieden en gevoelige groepen is advies voor gemeenten opgesteld hoe om te gaan met gevoelige bestemmingen en afstand tot bronnen van luchtverontreiniging.

Woonopgave De GGD adviseert: ▪

Luchtkwaliteit en gezondheid al in begin van het planproces mee te nemen

▪

Geen nieuwe gevoelige bestemmingen, waaronder woningen, te bouwen nabij drukke wegen, veehouderijbedrijven en industrie. En vice versa.

▪

Om houtstookvrije wijken te creëren

▪

Bij inrichting van een nieuwe woonwijk ervoor te zorgen dat lopen en fietsen voor korte afstanden de meest aantrekkelijke opties zijn en te zorgen voor goed openbaar vervoer (STOMP principe). Zorg voor faciliteiten voor laden van elektrische voertuigen.

▪

Bij de bouw van woningen en infrastructuur schone mobiele werktuigen te (laten) gebruiken, door schoon aanbesteden en eisen in vergunningverlening, zie de pagina Mobiele werktuigen van het Schone Lucht Akkoord voor advies

42

Wat is het GGD advies voor gevoelige bestemmingen in relatie tot luchtkwaliteit? (bronnen: Website GGD GHOR Nederland Luchtverontreiniging GGD advisering), de Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid en de Website RIVM GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid) Gezondheidsrisico’s van omwonenden nemen toe naarmate de afstand tot de weg kleiner is, ook wanneer de luchtkwaliteit aan de Europese grenswaarden voldoet. Woningen en voorzieningen waar kinderen, ouderen, zwangere vrouwen of mensen met een zwakke gezondheid langdurig verblijven moeten daarom op ruime afstand van drukke wegen worden gerealiseerd. Daarnaast adviseert de GGD vanuit het voorzorgsprincipe om afstand te houden tussen veehouderijen en gevoelige bestemmingen De GGD adviseert: ▪

Situeer gevoelige bestemmingen op zoveel mogelijk afstand van drukke wegen, onafhankelijk van de achtergrondconcentratie ter plaatse.

▪

Hoe verder van de weg, hoe schoner de lucht en dus hoe gezonder. Meer afstand leidt tot meer gezondheidswinst. Hanteer hierbij de volgende minimale afstanden:

▪

▫

Snelweg: ten minste 150 meter

▫

Drukke weg buiten de bebouwde kom: ten minste 50 meter

▫

Drukke weg binnen de bebouwde kom: ten minste 25 meter

Wees terughoudend met het bouwen of uitbreiden van veehouderijen binnen 250 meter van gevoelige bestemmingen, en het plaatsen van een gevoelige bestemming binnen 250 meter van een veehouderij. Houd voor geitenhouderijen hiervoor een afstand van 2 kilometer aan.

KOPPELKANSEN WOONOPGAVE SLA Klimaat GALA

Voer gevoelige bestemmingen beleid, bescherm hooggevoelige groepen, toepassen schone mobiele werktuigen Verduurzaming woningen Bewegen en actief vervoer. Verklein gezondheidsachterstanden ook door luchtkwaliteitsmaatregelen

Mobiliteit

Actief en elektrisch vervoer

Houtstook

Nieuwe wijken houtstookvrij

Industrie

Verplaatsing van overlastgevende bedrijven

43

4.4

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)

Gemeenten, GGD’en, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS werken samen in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) (Website Rijksoverheid GALA-Gezond en Actief Leven Akkoord). Binnen dit akkoord ontwikkelen gemeenten, samen met onder meer de GGD, een integrale aanpak voor het verbeteren van de gezondheid van hun inwoners, vooral gericht op het terugdringen van gezondheidsachterstanden. De gezondheid van mensen met een hoog inkomen of theoretische opleiding is in Nederland een stuk beter dan de gezondheid van mensen met een laag inkomen of praktische opleiding. Mensen met een laag inkomen of praktische opleiding leven vaker in een ongezondere leefomgeving. Ook het gezonder maken van de leefomgeving kan daarom bijdragen aan het tegen gaan van gezondheidsachterstanden (Raad voor de Volksgezondheid, 2021). De GGD vraagt gemeenten om te overwegen of zij de luchtkwaliteit het eerst willen verbeteren op plekken waar veel mensen wonen die gezondheidsachterstanden hebben, om zo gezondheidsachterstanden te verkleinen. In het GALA is onder meer aandacht voor ‘een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten’ en voor ‘een gezonde leefstijl’. Inzet op deze thema’s kan ook ten goede komen aan verbetering van de luchtkwaliteit.

Zo zorgt actieve mobiliteit, de overstap van auto naar fietsen of lopen, voor meer bewegen en daardoor minder overgewicht en daaraan gerelateerde gezondheidsaandoeningen. Stimuleren van actieve mobiliteit vergt investeringen in fietsinfrastructuur, maar ook voorzieningen op loop- of fietsafstand en verbetering van het openbaar vervoer. Zie voor meer suggesties de GGD Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving (Website GGD GHOR Nederland Kernwaarden Gezonde Leefomgeving). Meer actieve mobiliteit betekent dus meer bewegen, maar ook: minder luchtverontreiniging, minder geluid en minder uitstoot van broeikasgassen.

Gezond en Actief Leven Akkoord De GGD adviseert: ▪

Gemeenten om samen te werken met fysiek (o.a. milieu) en sociaal domein bij invulling en uitvoering van het Gezond en Actief Leven Akkoord

▪

Gemeenten om in de plannen die ontwikkeld worden vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord, ook in te zetten op actieve mobiliteit (lopen en fietsen).

▪

Gemeenten en provincies om zelf het goede voorbeeld te geven door binnen hun organisatie de fiets en het openbaar vervoer te stimuleren en faciliteren voor zowel woon-werkverkeer als werk-werkverkeer.

▪

Gemeenten en provincies om, in samenhang met de woonopgave, te overwegen of luchtkwaliteitsmaatregelen prioriteit moeten/kunnen krijgen op plekken waar veel mensen wonen die praktisch geschoold zijn en/of een laag inkomen hebben, om zo gezondheidsachterstanden te verminderen.

44

KOPPELKANSEN GEZOND EN ACTIEF LEVEN AKKOORD (GALA) SLA Woonopgave Mobiliteit

4.5

Beperk en verschoon gemotoriseerd wegverkeer, bescherm hooggevoelige groepen Verklein gezondheidsachterstanden ook door luchtkwaliteitsmaatregelen Actief en elektrisch vervoer

Mobiliteit

Wegverkeer levert een grote bijdrage aan luchtverontreiniging, al is de uitstoot de afgelopen jaren wel afgenomen. Wegverkeer is de laatste jaren schoner geworden, moderne motoren zorgen voor minder uitstoot. Een deel van dit effect wordt echter teniet gedaan door de toename in wegverkeer en de aanschaf van grotere en zwaardere auto’s. Ook reduceren van wegverkeer leidt tot minder luchtverontreiniging. In de coronajaren was duidelijk zichtbaar dat minder autoverkeer leidde tot minder uitstoot van NO 2 en fijnstof. Wanneer autoritten worden vervangen door de fiets levert dat ook andere gezondheidsvoordelen op, zoals meer beweging en minder overgewicht, zie paragraaf ‘Gezond en Actief Leven Akkoord’. Bij mobiliteitsbeleid gaat het veelal om het bestrijden van files, er wordt minder aandacht besteed aan de bereikbaarheid van bestemmingen en activiteiten van verschillende groepen inwoners (PBL 2022). Voor mensen die in landelijk gebied wonen en mensen zonder auto, is de bereikbaarheid van veel bestemmingen slechter. In landelijk gebied zijn afstanden tot voorzieningen daarnaast vaak groot.

De GGD adviseert om bij mobiliteit verder te kijken dan filebestrijding en te kijken hoe mensen in verschillende gebieden in Overijssel en Gelderland hun bestemmingen kunnen bereiken en welke rol actieve mobiliteit en openbaar vervoer hierbij kunnen spelen, alsook de locaties van voorzieningen als onderwijs, zorg en supermarkt. Binnen het Schone Lucht Akkoord is een handreiking ontwikkeld om luchtkwaliteit mee te nemen in de Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s) en andere mobiliteitsplannen Website Schone Lucht Akkoord Handreiking schone lucht in Regionale Mobiliteitsprogramma’s). Hierin zijn een stappenplan en praktijkvoorbeelden opgenomen.

45

Mobiliteit De GGD adviseert: ▪

In te zetten op minder wegverkeer, onder meer door lopen, fietsen en OV te stimuleren en voorzieningen op loop- of fietsafstand te plaatsen

▪

In te zetten op schoner wegverkeer, onder meer door schone (binnen)stadsdistributie, milieuzones, stimuleren elektrificatie

▪

Instellen van lagere maximumsnelheden op autowegen en snelwegen. Ook bij drukke binnenstedelijke wegen kan snelheidsverlaging gunstig zijn voor luchtkwaliteit, omdat de doorstroming kan verbeteren.

KOPPELKANSEN MOBILITEIT SLA Klimaat Woonopgave GALA Stikstof

4.6

Beperk en verschoon gemotoriseerd wegverkeer, bescherm hooggevoelige groepen Elektrisch vervoer Gevoelige bestemmingenbeleid Actief vervoer en bescherm hooggevoelige groepen Emissiereductie verkeer

Stikstofbeleid

De ‘Stikstofaanpak’ heeft tot doel de stikstofdepositie in natuurgebieden terug te brengen, ter bescherming van de natuur. Het beleid richt zich daarom op het beperken van de stikstofuitstoot in de vorm van ammoniak (van met name veehouderij en bepaalde industrie) en stikstofoxiden. Bij de landbouw ligt de nadruk daarbij op ammoniakreductie, terwijl de landbouw ook een belangrijke bron is van stikstofoxiden (zie hoofdstuk 3). Beperken van de stikstofuitstoot is ook goed voor de gezondheid. Door het terugdringen van de uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden worden de concentraties (secundair) fijnstof lager. En terugdringen van stikstofoxiden heeft ook een positief effect op de gezondheid. Bij het nemen van stikstofmaatregelen, zijn bronmaatregelen de gezondste. Bij de maatregelen voor stikstofreductie door de veehouderij vraagt de GGD aandacht voor maatregelen om de vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied te bevorderen.

46

Stikstofbeleid De GGD adviseert: ▪

Neem gezondheid op als basisvoorwaarde in (provinciale) plannen voor het landelijk gebied, rekening houdend met onder meer fijnstof, stikstofoxiden, geurhinder, zoönosen en leefbaarheid.

▪

Bronmaatregelen te nemen om stikstofuitstoot uit de landbouw te verminderen. Denk hierbij aan verminderen van vee of mest, stalmaatregelen (zoals stalvloeren, strooiseltypen, filters, luchtwassers) en maatregelen in bedrijfsvoering (zoals aanpassing voer, mestopslag en bemesting, dat wil zeggen moment, wijze en mate van aanwending mest).

▪

Bronmaatregelen te nemen om stikstofuitstoot van industrie en verkeer te verminderen, zoals inzet op minder verkeer, snelheidsverlaging en strengere eisen voor de uitstoot van industrie.

▪

In te zetten op beperken van stikstofemissie uit eigen wagenpark en via schoon aanbesteden van weg- of woningbouw (zie ook paragraaf over mobiele werktuigen bij klimaatbeleid).

▪

Bij beleid op stikstofreductie uit de landbouw maatregelen te nemen om de vitaliteit van het landelijk gebied te bevorderen

KOPPELKANSEN STIKSTOFBELEID SLA Klimaat GALA Mobiliteit

4.7

Themawerkgroepen landbouw, industrie Beperken uitstoot verkeer, industrie en landbouw Verbind stikstofmaatregelen aan bevordering vitaliteit landelijk gebied Beperken uitstoot verkeer, actief en elektrisch vervoer

Houtstook

De uitstoot van fijnstof door houtstook is de afgelopen jaren licht afgenomen, door het gebruik van schonere houtkachels (Emissieregistratie Condenseerbaar Fijnstof, 2023). Door de hoge gasprijzen van afgelopen winter lijken meer mensen hout te zijn gaan stoken. Ook zien we dat mensen in wijken waarvan bekend is dat ze binnen enkele jaren van het gas af gaan overstappen op houtkachels. Houtstook is een grote bron van luchtverontreiniging. Dit zorgt voor veel gezondheidsschade en ook voor geurhinder. Prognoses van TNO wijzen uit dat houtstook in de toekomst voor veel meer uitstoot van fijnstof zou kunnen leiden, als er geen aanvullende maatregelen genomen worden (Visschedijk, Dröge en van der Gon, 2023). In het Schone Lucht Akkoord is de Routewijzer houtstook en overlast ontwikkeld (Website Schone Lucht Akkoord, Routewijzer houtstook en overlast). Hierin is voorlichtingsmateriaal beschikbaar, maar ook voorbeelden voor lokale regels om houtstook in bepaalde situaties te verbieden.

47

Ook (kleine) biomassacentrales en pelletkachels zijn een bron van fijnstof en NO2. De uitstoot is minder dan bij een conventionele houtkachel, maar veel meer dan bij een gasgestookte ketel of elektrische verwarming. Bij verbranden van biomassa in grote biomassacentrales en bij het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales komt ook fijnstof en NO2 vrij. Van alle manieren van houtverbranding, is de verbranding in grote centrales wel het meest efficiënt: er wordt relatief veel energie uit het hout gehaald. En er zijn goede technische mogelijkheden om de uitstoot te beperken (denk aan filters). Hierbij kunnen ook bovenwettelijke maatregelen genomen worden. Tot slot zijn ook vreugdevuren en verbranding van (snoei)afval een bron van houtrook. Dat is in veel gemeenten gedoogd of wordt toegestaan.

Houtstook De GGD adviseert: ▪

Maatregelen te nemen om houtstook verregaand te reduceren (Website GGD GHOR Nederland Advies Houtrook). De Routewijzer houtstook en overlast geeft hiervoor handvatten Website Schone Lucht Akkoord, Routewijzer houtstook en overlast.

▪

Gezondheid expliciet mee te wegen bij de besluitvorming rondom biomassacentrales en het bijmengen van biomassa in elektriciteitscentrales

▪

Gezondheid expliciet mee te wegen bij het al dan niet toestaan van vreugdevuren en verbranden van (snoei)afval

Koppelkansen Houtstook SLA Klimaat Woonopgave

4.8

Themawerkgroep houtstook, Routewijzer houtstook en overlast Beperk emissies door verbranding van biomassa Nieuwe wijken houtstookvrij

Industrie en energie

De industrie blijft een belangrijke bron van stikstofdioxide en fijnstof. Naast stikstofdioxide en fijnstof komen er ook andere schadelijke stoffen vrij bij industriële activiteiten, waaronder de zogenaamde ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ (ZZS). Ook deze stoffen kunnen gezondheidseffecten veroorzaken. Industrie is ook een bron van geluid- en geurhinder, met de daarbij behorende impact op de gezondheid van omwonenden. Lokaal speelt er op verschillende plekken in Overijssel en Gelderland casuïstiek met uitstoot van industrie. Geuroverlast, geluidoverlast en zorgen van omwonenden over gezondheidseffecten spelen hierbij een belangrijke rol. Ook landelijk is er veel aandacht voor de gezondheidseffecten van industrie op omwonenden. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) heeft eerder dit jaar het rapport

48

‘Industrie en omwonenden’ (OVV 2023) gepubliceerd, waarin zij concluderen dat het niet vanzelfsprekend is dat de gezondheid van omwonenden van industrie voldoende wordt beschermd. De OVV doet in het rapport enkele aanbevelingen voor verbeteringen in het systeem van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) voor betere bescherming van de gezondheid van omwonenden. De OVV ziet hierbij zowel een taak voor de industrie, als voor de vergunningverlener (gemeente of provincie) als voor de rijksoverheid. Op dit moment worden deze aanbevelingen uitgewerkt met het Rijk, provincies, gemeenten, omgevingsdiensten en GGD. We zien dat vanuit VTH en bezorgde omwonenden veelal op ZZS wordt gefocust. De hernieuwde aandacht voor de effecten van industrie op de gezondheid van omwonenden geeft de mogelijkheid hier ook reductie van de uitstoot van NO2 en fijnstof in mee te nemen en hiermee optredende gezondheidseffecten terug te dringen. Ook de energiesector is een bron van NO2 en fijnstof. In hoofdstuk 3 over bronnen is de energiesector opgenomen in de categorie ‘industrie’. De uitstoot van NO2 en fijnstof door de energiesector is de afgelopen decennia sterk gedaald. De verbranding van biomassa in biomassacentrales en door bijmengen van biomassa in elektriciteitscentrales, is echter ook een nieuwe, extra bron van uitstoot.

Er zijn technische mogelijkheden om deze uitstoot te beperken (denk aan filters). Hierbij kunnen bovenwettelijke maatregelen genomen worden.

Industrie De GGD adviseert: ▪

Mogelijkheden die het VTH-stelsel en de (toekomstige) Omgevingswet bieden beter te gebruiken om de uitstoot van industrie verder te verminderen dan wettelijk verplicht is.

▪

Niet alleen te kijken naar wettelijke normen van onder meer Zeer Zorgwekkende Stoffen, maar ook te kijken naar de uitstoot van NO2 en fijnstof, geluidhinder en geurhinder.

▪

Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten om voor gezondheidsvragen in relatie tot industrie de GGD te betrekken. De GGD heeft veel kennis in huis over de gezondheidseffecten van stoffen, risicobeoordeling en risicocommunicatie met omwonenden.

Koppelkansen Industrie en energie SLA Klimaat Woonopgave

Scherper vergunnen: gebruik kennis en producten uit themawerkgroep industrie Emissiereductie industrie door elektrificatie en nieuwe technieken. Beperk emissies door verbranding van biomassa Geen nieuwe woningen nabij overlastgevende industrie en vice versa

49

5 Gebruikte literatuur Dijkema, M., van de Weerdt, R., Zuurbier, M., (2022). Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel rapportage oktober 2022 over de luchtkwaliteit in 2019. Arnhem: GGD Gelderland-Midden. Gezondheidsraad (2018). Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: Gezondheidsraad. www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2018/01/23/gezondheidswinst-door-schonere-lucht Gezondheidsraad (2021). Risico's van ultrafijnstof in de buitenlucht. Den Haag: Gezondheidsraad. https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2021/09/15/risicos-van-ultrafijnstof-in-debuitenlucht GGD’en Gelderland en Overijssel, Rapportage Geurhinder in Gelderland en Overijssel, 2023 GGD’en Gelderland en Overijssel, Rapportage Geluidhinder in Gelderland en Overijssel, 2023 Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) (2022), Trendprognose wegverkeer 2022-2027. www.kimnet.nl/publicaties/notities/2022/05/30/trendprognose-wegverkeer-2022-2027 OVV (2023). Industrie en omwonenden, https://www.onderzoeksraad.nl/nl/page/18693/industrie-enomwonenden PBL (2022). Toegang voor iedereen? Een analyse van de (on)bereikbaarheid van voorzieningen en banen in Nederland. Den Haag: PBL. www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-toegang-vooriedereen-4932.pdf Raad voor de Volksgezondheid. (2021). Een eerlijke kans op gezond leven.

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-94012c62-4d20-44d6-8f93-ef2a42bb27a5/pdf RIVM (2021). Impactvolle determinanten: Luchtkwaliteit. Bilthoven: RIVM. www.rivm.nl/sites/default/files/2021-07/LR_012065_131709_Factsheet_luchtkwaliteit_V5.pdf RIVM (2023). Gevolgen van de voorgestelde Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland. Bilthoven: RIVM RIVM (2023b). Factsheet Effect van houtstook op luchtkwaliteit en gezondheid. Bilthoven: RIVM RIVM (2023c). Grootschalige concentratiekaarten Nederland, Rapportage 2023 Schijndel, M. van (2020). Toelichting emissieraming landbouw 2020 - 2030. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. https://www.pbl.nl/publicaties/toelichting-emissieraming-landbouw-2020-2030 Van de Weerdt, R., Zuurbier, M., Willems, J., & Dijkema, M. (2022). Luchtkwaliteit en Gezondheid in Gelderland - rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019. Arnhem: GGD GelderlandMidden.

50

Velders G.J.M. et al. (2020). Effects of European emission reduction on air quality in the Netherlands and the associated health effects. Atmospheric Environment. Visschedijk, A, R. Dröge, H. Denier van der Gon (2023), Overlast houtstook kan gaan stijgen, Drie verkennende scenario’s over het effect van toenemend houtgebruik op luchtkwaliteit, Tijdschrift Lucht 2023, issue 3, p8-11 WHO. (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. Geneva: World Health Organisation. apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/345329/9789240034228-eng.pdf?sequence=1&isAllowed=y Van der Zee, van de Weerdt, R., Jacobs J. en Gehring, U. (2023). GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid. Update 2023. (Publicatie verwacht: Eind 2023 op: https://awgl.nl/projecten/ggdrekentool-luchtkwaliteit-en-gezondheid.

Geraadpleegde websites: Website CLO Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw 1990-2021: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0099-emissies-naar-lucht-door-de-land--en-tuinbouw (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website CLO Emissies naar lucht door de energievoorziening 1990-2021: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0121-emissies-naar-lucht-door-de-energievoorziening (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website CLO Wegverkeer: Volumeontwikkeling en milieudruk 1990-2021: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0127-wegverkeer-volumeontwikkeling-en-milieudruk (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website Emissieregistratie Condenseerbaar fijnstof: https://www.emissieregistratie.nl/onderwerpen/condenseerbaar-fijnstof (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht: gcn-app.rivm.nl (geraadpleegd op 1 september 2023) Website GGD Gelderland-Midden Milieu en Gezondheid in Gelderland en Overijssel: https://professionals.ggdgm.nl/milieu-en-gezondheid-in-gelderland-en-overijssel (geraadpleegd op 10 november 2023) Website GGD GHOR Nederland Advies Houtrook: https://ggdghor.nl/onderwerp/houtrook/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website GGD GHOR Nederland Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving: https://ggdghor.nl/onderwerp/gezondeleefomgeving-kernwaarden/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023)

51

Website GGD GHOR Nederland Luchtverontreiniging GGD advisering: https://ggdghor.nl/onderwerp/luchtverontreiniging/#ggd-advisering (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid: https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medischemilieukunde-luchtkwaliteit-en-gezondheid (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website RIVM GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid: https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmkveehouderij (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website RIVM Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen op de RIVM website bij de Monitoringsrapportage NSL van 2022 over 2021: https://www.rivm.nl/documenten/rapport-2022-0142bijlage-onderbouwingen-verkeer-en-veehouderijen (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website Rijksoverheid GALA -Gezond en Actief Leven Akkoord: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/01/31/gala-gezond-en-actief-leven-akkoord (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website Schoon en Emissieloos Bouwen: https://www.opwegnaarseb.nl/convenant (geraadpleegd op 30 oktober 2023) Website Schone Lucht Akkoord Deelnemers: https://www.schoneluchtakkoord.nl/schone-luchtakkoord/deelnemers/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website Schone Lucht Akkoord Handreiking schone lucht in Regionale Mobiliteitsprogramma’s: https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/mobiliteit/handreiking-schone-lucht-regionale/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website

Schone Lucht Akkoord Hoogst blootgestelde gebieden en gevoelige groepen, https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/hoogst-blootgestelde-gebieden-gevoelige-groepen/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Website Schone Lucht Akkoord Routewijzer houtstook en overlast: https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/houtstook-van-particuliere-huishoudens/routewijzerhoutstook-overlast/ (geraadpleegd op 13 oktober 2023)

52

Bijlage 1 Wat is luchtverontreiniging? Wat is luchtverontreiniging? Luchtverontreiniging bestaat uit een complex mengsel van allerlei gassen en deeltjes in de lucht. Een deel van deze gassen en deeltjes hebben een natuurlijke oorsprong, maar zij worden vooral door menselijke activiteiten veroorzaakt. De best bestudeerde stoffen in het luchtverontreinigingsmengsel zijn het gas stikstofdioxide (NO2), dat voornamelijk vrijkomt bij verbrandingsprocessen, en fijnstof (deeltjes). Blootstelling versus concentratie Luchtkwaliteitskaarten geven over het algemeen de concentratie van deze componenten aan. In dit rapport kiezen we nadrukkelijk voor blootstelling. Bij blootstelling wordt meegenomen waar mensen wonen. Daarmee is blootstelling een betere maat voor gezondheid dan de concentratie. In Bijlage 6 is beschreven hoe deze blootstelling is bepaald. Stikstofdioxide (NO2) Stikstofdioxide (NO2) is een gas dat ontstaat bij verbrandingsprocessen door oxidatie van stikstof uit de lucht. NO2 is een belangrijke indicator voor de uitstoot van wegverkeer. Daarnaast is NO 2 zelf ook schadelijk voor de gezondheid. Wanneer stikstof neerslaat in de natuur (stikstofdepositie) kan het natuurschade veroorzaken. Fijn stof Afhankelijk van de deeltjesgrootte (zie Figuur 22) wordt fijnstof uitgedrukt in PM10 en PM2,5. Met PM10 wordt die fractie stofdeeltjes bedoeld die kleiner zijn dan 10 µm.

Bij PM2,5 gaat het om de stofdeeltjes die kleiner zijn dan 2,5 µm. Ultrafijnstof zijn deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm. In Figuur 22 is inzichtelijk gemaakt hoe groot deze deeltjes zijn ten opzicht van elkaar en een menselijke haar. Fijnstof varieert sterk in herkomst. Een deel ontstaat ten gevolge van menselijk handelen, zoals verbrandingsprocessen in de industrie en het verkeer, houtstook en sigarettenrook. Ook bij andere activiteiten, zoals het overslaan van bulkgoederen (bijvoorbeeld het verladen van graan van vrachtwagen naar silo), door slijtage van banden en wegdek en in de veehouderij (stallen) ontstaat fijnstof. Een ander deel ontstaat van nature; denk hierbij aan opwaaiend (zand)stof en zeezout. De chemische samenstelling van fijnstof kan sterk variëren en is afhankelijk van de aanwezige bronnen. Ook ontstaat fijnstof wanneer verschillende (gasvormige) verontreinigingen zoals ammoniak met elkaar reageren: secundair fijnstof (zie ook Figuur 23). Deze processen vinden over grote afstanden (tientallen kilometers) plaats. Het secundair fijnstof draagt daarmee bij aan de deken van fijnstof die over Nederland heen ligt, zie ook Website RIVM GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid, onderdeel emissies veehouderij/fijnstof emissies veehouderij. Het secundair fijnstof draagt in Nederland gemiddeld 35-40% bij aan de concentratie van PM10 en 45-50% van PM2,5 (RIVM, 2013).

Omdat de stikstofhoudende deeltjes fijnstof uiteindelijk neerslaan (depositie), spelen ze een belangrijke rol in

53

vermesting (stikstofproblematiek). Maar ammoniak is zo dus ook van belang voor de gezondheid vanwege de bijdrage aan de fijnstofproblematiek.

Figuur 22 Grootteverdeling van verschillende vormen van deeltjesvormige luchtverontreiniging in verhouding tot een menselijke haar en zandkorrels (Bron: (Gezondheidsraad, 2021)

Figuur 23 Vorming van secundair fijnstof uit gasvormige uitstoot van verkeer en landbouw (veeteelt) (Bron: Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid)

Deeltjes met een diameter kleiner dan 10 µm (PM10) kunnen in de bovenste luchtwegen terechtkomen. Deeltjes kleiner dan 2,5 µm (PM2,5) bereiken ook de lagere luchtwegen. Zowel PM10 als PM2,5 wordt uitgedrukt in gewicht per volume lucht (µg/m3), de fijnere fractie (PM2,5) van het fijnstof maakt deel uit van PM10.

54

Ultrafijnstof Ultrafijnstof (UFP) in de buitenlucht bestaat uit een mengsel van deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm en die vrijkomen bij allerlei verbrandingsprocessen. Deze deeltjes zijn zo klein (zie ook Figuur 22) dat ze na inademing diep in de longen terechtkomen, waarna ze via de bloedbaan elders in het lichaam invloed kunnen hebben. De Gezondheidsraad concludeerde in 2021 dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat ook langdurige blootstelling aan ultrafijnstof een negatieve invloed heeft op de gezondheid. En dat deze boven op de effecten van andere componenten van luchtverontreiniging komt (Gezondheidsraad, 2021). De Gezondheidsraad heeft daarom geadviseerd ultrafijnstof in Nederland structureel te gaan monitoren. Op dit moment is er beperkt informatie beschikbaar over blootstelling aan ultrafijnstof en gezondheidseffecten daarvan. Daarom is ultrafijnstof niet opgenomen in dit rapport. Wel is duidelijk dat de UFP-concentratie sterk verhoogd is in de buurt van lokale bronnen, zoals wegverkeer, vliegverkeer en industrie (Gezondheidsraad, 2021). De Gezondheidsraad adviseert voorts om een zo groot mogelijke afstand aan te houden tot drukke (snel)wegen om de blootstelling aan ultrafijnstof te beperken.

55

Bijlage 2 Wat zijn de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging? De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen jaren, mede dankzij inspanningen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, verbeterd. Toch veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds veel schade aan de gezondheid en zorgt voor vroegtijdige sterfte. Luchtverontreiniging veroorzaakt verschillende gezondheidseffecten. De belangrijkste effecten zijn hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Door het inademen van luchtverontreinigende stoffen kunnen de luchtwegen blijvende schade oplopen, uiteenlopend van astma tot longkanker. Door reacties in het lichaam kunnen de ingeademde deeltjes ook leiden tot gezondheidseffecten op andere plekken in het lichaam, waaronder hart- en vaatziekten als hartritmestoornissen en vernauwing of verstopping (infarct) van de bloedvaten (Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid; Gezondheidsraad, 2018). Iedereen kan ziek worden door luchtverontreiniging, maar kinderen, ouderen, mensen met luchtweg-, hart- en vaatziekten of diabetes en zwangeren (i.v.m. hun ongeboren kind) zijn hier extra gevoelig voor en lopen een hoger risico. (Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid).

De Gezondheidsraad concludeerde dat de levensverwachting in Nederland in 2014 gemiddeld bijna een jaar korter was dan in een situatie zonder luchtverontreiniging (Gezondheidsraad, 2018). Het RIVM berekende in 2018 dat luchtverontreiniging verantwoordelijk is voor 3,5% van de ziektelast in Nederland. De ziektelast wordt berekend aan de hand van de verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte, het aantal jaren dat we leven met gezondheidsproblemen en de ernst daarvan. Na roken (9,4%) behoort luchtverontreiniging daarmee tot één van de belangrijkste vermijdbare risicofactoren, in dezelfde orde van grootte als overgewicht (RIVM 2021). Volgens de recente inzichten van de WHO is de ziektelast waarschijnlijk nog groter, omdat deze effecten ook optreden bij zeer lage blootstellingen (WHO 2021). Deze grote gezondheidsschade door luchtverontreiniging in Nederland treedt op terwijl de luchtkwaliteit bijna overal aan de wettelijke normen voldoet (RIVM 2020). Dit komt omdat iedereen, levenslang vervuilde lucht inademt en er geen drempel lijkt te zijn waaronder geen gezondheidseffecten optreden. Nog niet te kwantificeren effecten Luchtverontreiniging veroorzaakt nog veel meer gezondheidseffecten.

Er is bijvoorbeeld steeds meer wetenschappelijke kennis over de invloed van luchtverontreiniging op bijvoorbeeld het ontstaan van neurologische aandoeningen (ziekte van Parkinson en Alzheimer) en stofwisselingsziekten (diabetes). Deze effecten kunnen op basis van de huidige wetenschappelijke kennis momenteel echter (nog) niet met voldoende zekerheid worden gekwantificeerd.

56

Bijlage 3 Blootstellingsgegevens (2021) per gemeente Overijssel: Laagste, hoogste en gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente in 2021 Gemeente

NO2 (µg/m³)

NO2 (µg/m³)

NO2 (µg/m³)

PM10 (µg/m³)

PM10 (µg/m³)

PM10 (µg/m³)

PM2,5 (µg/m³)

PM2,5 (µg/m³)

PM2,5 (µg/m³)

Laagste

Hoogste

Gemiddelde

Laagste

Hoogste

Gemiddelde

Laagste

Hoogste

Gemiddelde

Almelo

9,1

22,6

11,4

14,6

18,6

15,8

8,2

10,9

9,1

Borne

9,4

20,4

11,3

14,6

16,1

15,6

8,3

9,3

9,0

Dalfsen

7,2

17,0

9,2

13,5

19,8

14,4

7,2

8,5

7,8

Deventer

8,4

28,1

12,1

14,1

17,8

15,5

7,8

9,8

8,9

Dinkelland

7,4

14,2

9,0

13,8

15,5

14,5

7,6

9,0

8,3

Enschede

8,3

22,5

12,3

14,1

18,5

15,9

7,9

11,5

9,4

Haaksbergen

7,7

14,9

9,9

14,2

17,0

15,3

8,0

10,0

8,9

Hardenberg

7,2

15,1

9,1

13,4

18,0

14,4

7,0

9,2

7,8

Hellendoorn

7,3

14,2

9,2

13,8

15,8

14,8

7,4

8,8

8,3

Hengelo

8,6

20,3

12,2

14,5

17,9

15,8

8,2

10,3

9,2

Hof van Twente

8,5

17,3

10,1

14,2

18,0

15,2

7,9

10,8

8,7

Kampen

7,2

16,6

10,1

12,8

15,5

14,3

6,5

8,1

7,7

Losser

7,5

14,3

9,4

13,8

15,8

14,8

7,7

9,1

8,5

Oldenzaal

8,9

17,3

10,8

14,3

15,7

15,1

8,1

9,0

8,7

Olst-Wijhe

8,1

14,6

9,5

14,0

16,3

14,7

7,6

8,8

8,2

Ommen

6,9

13,2

8,9

13,5

15,5

14,4

7,1

8,3

7,8

Raalte

7,8

15,0

9,6

13,9

19,8

14,8

7,5

9,2

8,3

Rijssen-Holten

7,7

20,0

10,7

14,0

18,6

15,3

7,7

11,6

8,8

Staphorst

7,3

20,6

9,6

13,3

16,1

14,0

6,9

8,0

7,5

Steenwijkerland

6,1

15,1

7,9

12,4

14,5

13,1

6,0

7,3

6,7

Tubbergen

7,2

13,1

9,3

13,9

16,5

14,7

7,6

8,7

8,2

Twenterand

7,7

15,5

9,0

13,7

16,1

14,8

7,4

8,8

8,2

Wierden

8,2

18,2

10,7

14,0

16,6

15,3

7,8

9,2

8,7

Zwartewaterland

7,4

17,9

9,1

13,0

16,3

14,2

6,7

9,4

7,7

Zwolle

8,9

23,5

12,6

13,8

16,6

14,8

7,3

8,9

8,1

Gelderland: Laagste, hoogste en gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente in 2021 Gemeente

NO2 (µg/m³)

NO2 (µg/m³)

NO2 (µg/m³)

PM10 (µg/m³)

PM10 (µg/m³)

PM10 (µg/m³)

PM2,5 (µg/m³)

PM2,5 (µg/m³)

PM2,5 (µg/m³)

Laagste

Hoogste

Gemiddelde

Laagste

Hoogste

Gemiddelde

Laagste

Hoogste

Gemiddelde

Aalten

8,9

16,1

10,3

14,5

16,8

15,4

8,3

9,4

9,0

Apeldoorn

6,8

25,1

12,3

13,6

18,2

15,7

7,4

10,1

9,0

Arnhem

9,2

42,4

16,8

14,5

22,1

17,3

8,2

12,1

10,3

Barneveld

7,5

26,6

12,7

14,1

21,2

17,6

7,8

10,5

9,6

Berg en Dal

9,9

17,3

12,0

15,2

17,2

16,0

8,8

10,4

9,5

Berkelland

8,4

15,5

9,9

14,2

16,3

15,1

8,1

9,3

8,7

Beuningen

13,0

24,3

15,3

16,0

17,9

17,0

9,5

10,7

10,2

Bronckhorst

8,1

16,7

10,1

14,1

16,4

15,0

7,9

9,7

8,7

Brummen

8,3

20,8

10,5

14,3

17,1

15,3

8,0

9,3

8,8

Buren

10,3

18,6

11,7

15,8

17,6

16,3

9,1

10,6

9,5

Culemborg

11,9

31,3

13,1

15,8

19,3

16,9

9,1

11,0

9,9

Doesburg

10,1

13,7

11,7

14,8

16,0

15,7

8,5

9,4

9,3

Doetinchem

8,9

21,8

12,2

14,5

17,8

15,9

8,3

9,7

9,2

Druten

11,6

17,2

13,2

16,1

18,9

16,9

9,4

10,4

10,0

58

Duiven

12,0

17,4

13,2

15,5

21,5

16,7

9,1

14,5

10,0

Ede

7,7

21,9

13,5

14,1

24,0

17,8

7,8

13,4

10,2

Elburg

7,3

14,5

9,6

13,3

17,1

14,4

7,1

8,3

7,8

Epe

6,2

19,8

9,5

13,2

16,4

14,6

7,0

8,5

8,1

Ermelo

7,1

17,8

10,8

13,8

18,7

15,9

7,4

9,5

8,9

Harderwijk

8,0

22,4

12,4

14,0

18,0

15,8

7,5

10,2

8,8

Hattem

8,3

17,6

10,6

13,6

18,3

14,5

7,2

8,1

8,0

Heerde

7,5

16,0

9,7

13,5

15,5

14,6

7,2

8,5

8,1

Heumen

10,7

23,4

14,4

15,5

18,7

16,7

9,1

10,7

9,9

Lingewaard

11,5

21,9

13,8

15,3

21,5

16,7

9,0

14,5

10,0

Lochem

8,0

19,0

10,3

14,1

17,6

15,0

7,9

9,2

8,5

Maasdriel

12,0

21,1

13,4

16,0

18,7

16,9

9,3

10,6

10,0

Montferland

9,7

18,5

11,8

14,6

17,4

15,8

8,4

9,9

9,3

Neder-Betuwe

11,5

20,3

13,6

16,1

21,2

17,1

9,3

12,0

10,0

Nijkerk

9,5

19,7

12,4

15,0

20,9

16,5

8,3

9,8

9,3

Nijmegen

12,2

29,2

16,9

16,0

20,1

17,5

9,3

11,7

10,5

Nunspeet

6,4

15,1

9,0

13,4

15,8

14,5

7,1

8,5

8,0

Oldebroek

7,8

17,8

9,9

13,4

16,0

14,3

7,0

8,3

7,8

Oost Gelre

9,0

16,6

10,3

14,6

17,7

15,4

8,4

9,4

8,9

Oude IJsselstreek

9,0

26,0

11,1

14,7

19,5

15,7

8,4

11,6

9,2

Overbetuwe

11,9

27,3

14,1

15,9

21,2

16,7

9,2

10,2

9,9

Putten

7,5

19,7

10,8

14,6

18,9

16,2

7,9

9,4

9,0

Renkum

10,1

21,1

12,6

15,0

17,9

16,3

8,5

10,4

9,6

Rheden

8,4

23,7

13,4

14,4

18,5

16,2

8,1

11,4

9,5

Rozendaal

8,6

20,3

13,8

14,4

17,5

16,3

8,1

10,4

9,6

Scherpenzeel

11,0

14,8

11,5

16,7

22,3

17,3

9,2

10,1

9,8

59

Tiel

12,1

25,9

14,8

16,0

19,7

17,4

9,4

12,0

10,4

Voorst

8,8

19,8

10,9

14,4

16,4

15,1

8,0

9,3

8,6

Wageningen

10,6

20,4

13,8

15,6

18,6

17,1

8,9

10,6

10,0

West Betuwe

11,5

24,7

13,8

15,7

20,6

16,7

9,0

13,4

9,8

West Maas en

10,9

18,7

13,2

16,1

19,2

16,7

9,4

10,3

9,8

Waal Westervoort

12,9

21,7

14,1

16,0

17,7

17,0

9,4

11,0

10,3

Wijchen

11,3

20,4

14,2

16,0

18,4

17,0

9,4

11,5

10,2

Winterswijk

7,7

21,8

10,2

14,2

17,3

15,2

8,1

9,4

8,9

Zaltbommel

11,3

24,1

14,0

15,9

21,0

16,7

9,2

11,8

9,8

Zevenaar

10,5

20,1

12,6

14,9

17,4

16,0

8,7

10,1

9,5

Zutphen

8,3

22,6

12,4

14,2

17,8

15,6

7,9

9,9

9,1

60

Bijlage 4 Nationale concentraties en nationale trend tot en met 2022 Blootstelling aan NO2 en PM10 in Nederland In Figuur 24 staat de blootstelling aan NO2 en PM10 in 2019 in heel Nederland. Hieruit blijkt dat de blootstelling aan NO2 in de meer verstedelijkte regio’s in Overijssel en met name Gelderland minder goed is dan minder stedelijke gebieden, maar wel beter dan in de randstad. De blootstelling aan PM10 in de plattelandsgemeenten is vergelijkbaar met veel plattelandsgemeenten in Noord-Brabant, Flevoland en Noord-Holland.

Figuur 24. Bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 per gemeente in 2019 (Bron: (RIVM, 2020).

De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland flink verbeterd door luchtbeleid van Europa, Nederland, provincies en gemeenten. Nederlanders leven door de tussen 1980 en 2015 genomen maatregelen ongeveer zes jaar langer (Velders G.J.M., 2020). Maatregelen hebben dus een groot effect gehad op de luchtkwaliteit. Met nieuwe maatregelen kunnen we ook de huidige, nog steeds grote, ziektelast (volgens cijfers van het RIVM vergelijkbaar met overgewicht) verminderen. Nationale trend in concentraties tot en met 2022 In Figuur 25 is te zien dat de concentraties NO2 fijnstof (PM10 en PM2,5) tijdens de coronajaren 2020 en 2021 sterker gedaald zijn dan de jaren daarvoor. De sterkere daling is een gevolg van de coronamaatregelen waardoor met name verkeersemissies lager waren. In 2022 zijn de concentraties weer wat hoger dan in 2021. In deze rapportage over luchtkwaliteit in Overijssel en Gelderland kunnen we nog geen beeld geven van de blootstelling in 2022, omdat gegevens om dit te berekenen op buurtof gemeenteniveau nog niet beschikbaar zijn. Deze rapportages lopen daarom altijd wat achter in tijd.

Figuur 25 NO2, PM10 en PM2,5 concentraties in Nederland tussen 2005 en 2022 (bron: Grootschalige concentratiekaarten Nederland Rapportage 2023 (rivm.nl))

Toename wegverkeer De verwachting is dat in 2022 het niveau van het wegverkeer weer boven dat van 2019 uitkomt en daarna nog verder zal stijgen, zie Figuur 26 (KiM, 2022).

Figuur 26 Totale verkeersprestatie op Nederlands grondgebied. Bron: KiM 2022

62

Bijlage 5 Schone Lucht Akkoord Voor meer informatie: www.schoneluchtakkoord.nl Begin 2020 is het Schone Lucht Akkoord gesloten tussen Rijk, provincies en een groeiend aantal gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven de deelnemers naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. De GGD’en dragen met expertise en ervaring bij aan verschillende themagroepen van het Schone Lucht Akkoord. Hieronder worden de activiteiten van de voor Gelderland en Overijssel belangrijkste themagroepen kort toegelicht. Mobiele werktuigen Onderzoek naar en experimenteren met aanbestedingsregels, handhaven en toezicht, informatievoorziening richting aannemers. Ontwikkeling van (juridische) voorbeeldteksten om op te nemen in aanbestedingstrajecten. Er wordt tevens gewerkt aan een subsidieregeling voor uitstootvrij bouwmateriaal. Er wordt hier een koppeling gemaakt met de doelen uit het Klimaatakkoord voor emissieloze bouwlogistiek. Op 30 oktober 2023 is het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen getekend door IPO en een aantal gemeenten (Website Schoon en Emissieloos Bouwen). En er wordt een routekaart ontwikkeld voor inzet van schonere werk-, voer- en vaartuigen in de bouwsector. Industrie Juridische mogelijkheden voor vergunningverlening zijn in beeld gebracht.

Er is informatie ter ondersteuning voor vaststellen emissiegrenswaarden in vergunningen. Het doel is om uitstoot en groei verder te ontkoppelen en een continue daling van emissies te bewerkstelligen. Houtstook van particuliere huishoudens Er is voorlichtingsmateriaal ontwikkeld over houtstook. Gemeenten experimenteren in pilots met subsidieregelingen voor het weghalen of dicht maken van de schoorsteen en met de juridische en praktische mogelijkheden voor het inrichten van houtstookvrije wijken. Er is ook aandacht voor handhaving van overlastsituaties. Er is een uitgebreide routewijzer ontwikkeld voor mogelijkheden gemeentelijk beleid op houtstook (Website Schone Lucht Akkoord, Routewijzer houtstook en overlast). Binnenvaart en havens Er is een kennisdocument opgesteld over walstroom, zero-emissie binnenhaven, aanbesteding en stimuleringsmogelijkheden. Het streven is om emissies uit de binnenvaart in 2035 met 35% te verminderen ten opzichte van 2015. Landbouw Juridische mogelijkheden voor scherper vergunnen zijn opgesteld. Praktijkkennis over luchtwassers wordt uitgewisseld. Het streven is om gezondheidseffecten van emissies uit de landbouw (met name veeteelt) in 2030 met 37% te verminderen ten opzichte van 2015.

63

Mobiliteit Er is een handreiking geschreven hoe maatregelen voor schone lucht meegenomen kunnen worden in Regionale Mobiliteits Programma’s (RMP’s) (Website Schone Lucht Akkoord Handreiking schone lucht in Regionale Mobiliteitsprogramma’s). Hoogblootgestelden en Hooggevoelige groepen Er is een advies voor beleid ter bescherming van hooggevoelige groepen opgesteld. Er loopt een pilot hoogblootgestelden in de IJmondregio.

64

Bijlage 6 Onderzoeksmethode Rekenmethode blootstelling Achtergrond berekeningen en metingen Luchtverontreiniging kan worden berekend en gemeten. Beide methoden kennen voor- en nadelen en onzekerheden, zoals beschreven in de GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid. Als het gaat om gezondheid in relatie tot luchtkwaliteit is het belangrijk de blootstelling van inwoners te kennen. De blootstelling van de inwoners kan berekend worden door de concentratie op de gevels van woningen te berekenen met de Rekentool Luchtkwaliteit van het CIMLK (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) in combinatie met gegevens over de panden uit de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) en bevolkingsgegevens van het CBS. Het CIMLK vervangt de NSL-monitoringtool. Met deze methode kan de bijdrage van wegverkeer op de woningen nauwkeurig worden meegenomen, indien informatie beschikbaar is over de hoeveelheid (lokaal) verkeer. De bijdragen van industrie en veehouderij zijn iets minder nauwkeurig, want deze bijdragen worden berekend aan de hand van vergunde emissies. De uitstoot van andere bronnen als scheepvaart en houtrook is met nog meer onzekerheden omgeven. Lokale omstandigheden kunnen er bovendien voor zorgen dat de blootstelling lokaal lager of hoger is dan berekend.

Door de gegevens te middelen over gemeenten en buurten wordt een betrouwbaar beeld gegeven van de jaargemiddelde blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide. Berekeningen Overijssel en Gelderland 2021 In opdracht van de provincies Overijssel en Gelderland heeft het bureau LichtVerkeer berekeningen gemaakt van de jaargemiddelde blootstelling van de inwoners van Overijssel en Gelderland voor 2021. Er is gebruik gemaakt van het CIMLK rekeninstrument (versie 2023) waarmee aanvullende berekeningen zijn gemaakt om de concentraties van NO 2, PM10 en PM2,5 op woningniveau te berekenen voor het rekenjaar 2021. De lokale bijdrage van wegverkeer wordt ingeschat op basis van verkeersintensiteiten die door gemeenten en provincies zelf worden aangeleverd. De meeste gemeenten doen dit niet elk jaar. Een deel van deze data is daarmee verouderd. Voor de meeste gemeenten zijn de gegevens enkele jaren oud, voor een enkele gemeente al 10 jaar oud (zie rapport Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen op de RIVM website bij de Monitoringsrapportage NSL van 2022 over 2021) en voor een aantal gemeenten zonder grote gemeentelijke wegen zelfs geheel niet beschikbaar. Dat betekent dat de lokale bijdrage van wegverkeer niet goed ingeschat is. Door de coronamaatregelen waren 2020, en in iets mindere mate 2021, jaren met minder wegverkeer dan de jaren voor corona.

Dat betekent dat wanneer gegevens uit 2020 gebruikt zijn, de lokale bijdrage in 2021 is onderschat, maar als gegevens uit 2019 of enkele jaren daarvoor gebruikt zijn, de lokale bijdrage in 2021 is overschat. Dit geldt met name voor NO2, omdat voor NO2 de lokale verkeersbijdrage relatief groter is dan voor fijnstof. De lokale bijdrage van wegverkeer is echter maar een klein deel van de totale luchtverontreiniging, omdat wegverkeer ook in de achtergrondconcentratie wordt meegenomen. Deze achtergrondconcentratie is wel aangepast op de omstandigheden in de coronajaren.

65

Om de blootstelling van de bevolking te berekenen is de concentratie van het component per pand gekoppeld aan het aantal personen dat op het adres woont. Voor het vaststellen van het aantal panden met woonfunctie en het aantal bewoners is gebruik gemaakt van de BAG (versie september 2021) en het CBS (1 januari 2021). Vervolgens zijn voor verschillende ruimtelijke schaalniveaus (provincie, gemeente, buurt) de bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentraties berekend, oftewel: de blootstelling. Voor de gemeente- en buurtindeling is uitgegaan van de indeling op 1 januari 2021. Rekenmethode gezondheidseffecten De gezondheidseffecten van blootstelling aan stikstofdioxide en fijnstof zijn berekend met de in 2023 vernieuwde GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid (van de Weerdt, Gehring en van der Zee, 2023) . In het voorjaar van 2024 komt de voortgangsmeting van het Schone Lucht Akkoord uit. De voortgang wordt berekend met de nieuwe indicator die RIVM, GGD en Universiteit Utrecht samen hebben vastgesteld. De berekeningen binnen het Schone Lucht Akkoord door het RIVM en de berekeningen van de GGD zijn dus op elkaar afgestemd. De rekentool is gewijzigd ten opzichte van de rekentool uit 2021, gebruikt in de rapportages luchtkwaliteit Gelderland (2021) en Overijssel (2022).

De wijzigingen betreffen een verandering in de wijze waarop de vroegtijdige sterfte wordt berekend, een verandering in de berekening van hartvaatziekten en de toepassing van de incidenties van de aandoeningen voor het jaar 2021 op basis van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV).De berekeningen uit de huidige rapportage zijn daarom niet vergelijkbaar met de vorige rapportages. Om een trend te kunnen aangeven in gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, is daarom in de huidige rapportage ook berekend wat de gezondheidseffecten waren in 2013, op basis van de blootstellingsgegevens van 2013 en de huidige rekentool. De rekentool is gemaakt door GGD Gelderland-Midden en GGD Amsterdam in samenwerking met Universiteit Utrecht en het RIVM. Op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten over de effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid, is nagegaan voor welke gezondheidseffecten een causale of een waarschijnlijk causale relatie met componenten van luchtverontreiniging met voldoende wetenschappelijke zekerheid kan worden vastgesteld. Hiervoor zijn onder recente publicaties van de US-EPA en de WHO gebruikt. De GGD Rekentool is beschikbaar via https://www.awgl.nl/projecten. Met behulp van de rekentool hebben we berekend wat de bijdrage van luchtverontreiniging door PM10, PM2,5 en NO2 is aan verschillende gezondheidseffecten.

Hiervoor worden de blootstellingrespons relatie en de incidentie van het gezondheidseffect in de Nederlandse populatie (in het jaar 2021) voor de betreffende leeftijdscategorie gebruikt. De uitkomst is beschreven als het aantal cases dat toegeschreven kan worden aan de blootstelling aan luchtverontreiniging (attributieve cases) en als percentage van de blootstelling aan de totale ziektelast. In Tabel 9 zijn de gezondheidseffecten met de bijbehorende blootstellingsindicatoren gegeven die in de GGD Rekentool zijn opgenomen. Voor enkele gezondheidseffecten (vroegtijdige sterfte, ziekenhuisopnamen door astma en vermindering longfunctie bij kinderen) kan je de gezondheidseffecten met zowel fijnstof als NO2 doorrekenen. De studies waaruit de effectschattingen komen, berekenen doorgaans het effect van één component op een gezondheidseffect en daarbij wordt gecorrigeerd voor blootstelling aan andere componenten. Uit deze studies blijkt dat na

66

correcties voor de aanwezigheid van de andere component, zowel NO 2 als fijnstof een effect hebben op de gezondheid. Door de correlatie tussen de verschillende componenten (op plekken waar meer fijnstof voorkomt, komt vaak ook meer NO2 voor en andersom) is het niet mogelijk om deze effecten helemaal uit elkaar te trekken. We verwachten daarom dat als je de gezondheidseffecten die berekend zijn met de afzonderlijke componenten bij elkaar optelt, er enige dubbeltelling zal zijn. Daarom presenteren we de berekeningen voor de verschillende componenten apart. De rekentool biedt ook verschillende dosis-effectrelaties waarmee het verlies aan levensdagen per inwoner op het gehele leven kan worden vastgesteld. Het kan worden berekend op basis van de blootstelling aan ofwel PM2,5, ofwel NO2, ofwel door een gelijktijdige blootstelling aan PM2,5 en NO2. Uit iedere dosis-effectrelatie volgt een eigen effectschatting. Effectschattingen kunnen niet zonder meer opgeteld worden. In dit rapport kiezen we ervoor de indicator ‘gelijktijdige blootstelling aan NO 2 en PM2,5’ toe te passen. Dat is overeenkomstig met de berekeningen van het RIVM voor de monitoring van het Schone Lucht Akkoord en de Volksgezondheidstoekomstverkenning. Tabel 9 Overzicht gezondheidseffecten Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid

Gezondheidseffect

Leeftijdscategorie (jaren)

Blootstellingsindicator

Vroegtijdige sterfte

30+

PM2,5, NO2

Laag geboortegewicht

0-1

PM2,5

Incidentie astma kinderen

0-18

NO2

Afname longfunctie

0-18

NO2, PM2,5

Incidentie hartinfarct

35+

PM2,5

Incidentie beroerte

35+

PM2,5

Ziekenhuisopnames astma

Alle leeftijden

NO2, PM2,5

Ziekenhuisopnames COPD

Alle leeftijden

PM2,5

Ziekenhuisopnames ischemische

Alle leeftijden

NO2

50+

PM2,5

hartziekten Longkanker

Daarnaast bevat de GGD Rekentool de zogenaamde “meerookmethode”. De meerookmethode heeft als doel om luchtverontreiniging uit te drukken in het aantal passief gerookte sigaretten per dag om daarmee in de risicocommunicatie de mate van verontreiniging van de buitenlucht uit te drukken in een vergelijkbare bekende risicofactor, namelijk inhalatie van omgevingstabakrook (passief roken). De indicatoren waarop de meerookmethode is gebaseerd zijn PM2,5 en NO2. De overeenkomende gezondheidsuitkomsten waarop de vergelijking is gebaseerd zijn cardiovasculaire sterfte, longkanker, laag geboortegewicht en afname van de longfunctie. Vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging: verschillende cijfers Voor vroegtijdige sterfte hanteren verschillende organisaties verschillende berekeningen. Het is belangrijk om naar de definities en gebruikte methodes te kijken bij het vergelijken van verschillende berekeningen. Wij rapporteren hier het effect van sterfte door PM2,5 en NO2 samen, overeenkomstig de monitoring van het Schone Lucht Akkoord door het RIVM (verwacht: voorjaar 2024). In eerdere rapportages van

67

RIVM of Gezondheidsraad (Gezondheidsraad, 2018) wordt veelal een (verouderde) relatie met PM10 en NO2 samen gebruikt. De Gezondheidsraad heeft destijds voor heel Nederland berekend dat de vroegtijdige sterfte in 2013 9 maanden was door fijnstof plus 4 maanden door NO2, dus samen 13 maanden. Het RIVM rekende tot op heden in het Schone Lucht Akkoord ook met vroegtijdige sterfte door PM10 en NO2 samen, maar rapporteert de vroegtijdige sterfte van door beleid te beïnvloeden luchtverontreiniging. Zij telden een achtergrondconcentratie van 5 µg/m³ niet mee. In de in het voorjaar van 2024 verwachte SLA-monitoring zullen zowel de effecten van de totale hoeveelheid luchtverontreiniging als van het door beleid te beïnvloeden deel inzichtelijk worden gemaakt.

68

Bijlage 7 Overzichtskaart gemeenten Overijssel en Gelderland

69

December 2023 Deze rapportage is opgesteld in opdracht van de provincie Overijssel. Het Bovenregionaal Team Milieu & Gezondheid in Gelderland en Overijsel is een samenwerking van GGD IJsselland, GGD Twente, GGD Noord- en Oost Gelderland, GGD Gelderland-Midden en GGD Gelderland-Zuid. Het team ondersteunt op basis van specifieke expertise deze vijf GGD’en bij de uitvoering van hun taken op het gebied van milieu en gezondheid (Wet Publieke Gezondheid) en heeft daarnaast (beperkt) ruimte om opdrachten voor derden uit te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15550728/1