AP 5d. Bijlage Juridisch advies brandhoutverkoop
Tekst van het document
Onrechtmatige daad – gevaarzetting Het laten zagen van bomen met een motorkettingzaag is een gevaarlijke situatie. In sommige gevallen is het in het leven roepen of laten voortbestaan van een situatie, die bij het niet in acht nemen van oplettendheid en voorzichtigheid voor anderen gevaarlijk is, tegenover die anderen onrechtmatig. Het gaat dan om het wel of niet schenden van de maatschappelijke zorgvuldigheid. Uitgangspunt is dat van onzorgvuldige en daarmee onrechtmatige gevaarzetting (pas) sprake is wanneer men een ander aan een groter risico blootstelt dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord was. Of dat het geval is en dus van de gevaarzetter (de gemeente) maatregelen worden verwacht, vergt een weging van de zogenoemde kelderluikfactoren. Samengevat zijn dit de volgende factoren: 1. de mate van waarschijnlijkheid dat potentiële slachtoffers zelf niet voldoende oplettend of voorzichtig zullen zijn; 2. de omvang van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan; 3. de aard en ernst van de gevolgen daarvan; en 4. de mate van bezwaarlijkheid, in termen van tijd, kosten en moeite, van te nemen voorzorgs- of veiligheidsmaatregelen.[1] Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Bij ieder scenario is het van belang om af te wegen of de kelderluikfactoren in verhouding staan tot elkaar.
In de meeste gevallen zullen de kopers van het brandhout particulieren zijn die niet met enige regelmaat met een motorkettingzaag werkzaamheden uitvoeren. De omvang van de kans dat er ongevallen ontstaan is lastig in te schatten. De gemeente is echter wel bekend met eerdere ongelukken bij een andere voormalig aanbieder. Daarnaast zijn de gevolgen van ongelukken ernstig te noemen. Een ongeluk met (motor)zaagwerkzaamheden leidt in de meeste gevallen tot ernstig letsel. In veel gevallen is er sprake van letsel aan de handen en onderarmen maar er zijn ook meerdere gevallen van letsel aan benen en hoofd/hals bekend. Tevens is een situatie bekend waarbij het slachtoffer is overleden.[2] Vervolgens is het de vraag welke maatregelen de gemeente kan treffen om de situatie op die manier in te richten dat het redelijkerwijs verantwoord is. Uit de rechtspraak volgt dat bij het inzetten van onervaren of ongekwalificeerde vrijwilligers meer verwacht wordt van de gevaarzetter. Van de gevaarzetter wordt in dat geval verwacht meer voorzorgsmaatregelen te treffen ter bevordering van veilig werken. Dit kan bijvoorbeeld doordat de gevaarzetter van te voren de locatie bekijkt en de benodigde beschermingsmiddelen beschikbaar stelt of op aanwezigheid en juist gebruik daarvan controleert.
Bij het bepalen welke maatregelen moeten worden getroffen is van belang om te weten met welke concreet gedrag rekening moet worden gehouden. Ook met onverstandig maar juist typerend gedrag moet rekening worden gehouden. Voor het antwoord op de vraag of een waarschuwing kan worden beschouwd als een afdoende maatregel met het oog op bescherming tegen een bepaald gevaar, is van doorslaggevende betekenis of te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt vermeden.[3] Schiet de gevaarzetter te kort in het treffen van maatregelen dan wordt geoordeeld dat de gevaarzetter door haar nalatigheid onverstandige keuzes of handelingen van de vrijwilligers bevordert. Aansprakelijkheid van de gevaarzetter is dan het gevolg.
-2-
Hierbij merken wij tevens op dat het wel of niet vereisen van een training/certificaat, wel of niet houden van toezicht en uitvoeren van controles invloed heeft op de verwachtingen en alertheid van de betrokkenen. In ieder scenario moet telkens worden afgewogen welke mogelijke maatregelen nodig zijn tot het afwenden van kenbare of bekende gevaren. Een beoordeling hiervan is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en nu op voorhand niet in te schatten. Vaststellen van de schade Als de aansprakelijkheid is gevestigd is het van belang om de omvang van de schade te bepalen. In afdeling 10 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek staan bepalingen over de wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding. Hierin staat onder andere de toerekening naar redelijkheid en eigen schuld. Volgt uit de beoordeling dat de gemeente te weinig maatregelen heeft getroffen (aansprakelijkheid is gevestigd) maar heeft een slachtoffer de maatregelen bijvoorbeeld ook niet nageleefd dan kan er mogelijk meer schade aan het slachtoffer worden toegerekend (omvang van de schade). Een beoordeling hiervan is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en nu op voorhand niet in te schatten. Omgevingsplan In het omgevingsplan is de verdeling van functies aan locaties opgenomen voor de gemeente Nunspeet. Niet in iedere functie is verkoop en verzagen van brandhout toegestaan.
Afhankelijk van de formulering van de planregels en de definitiebepalingen moet beoordeeld worden binnen welke functie welke activiteiten toegestaan zijn. De combinatie van activiteiten is daarbij van belang. Het kan goed zijn dat binnen een bepaalde functie de zaagwerkzaamheden wel zijn toegestaan maar de verkoopactiviteit niet. De gemeente moet hier op acteren door bijvoorbeeld (indien noodzakelijk) een vergunning te verlenen. De gemeente moet ook rekening houden met eventuele handhavingsverzoeken als de activiteiten plaats gaan vinden.