CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5c. St.t.i. Ruimtelijke onderb. Nijverheidsweg 10-14

Commissie Ruimte en Wonen 8 februari 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte (ontwerp) Verklaring van geen bedenkingen Nijverheidsweg 10-14 in Nunspeet.9.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke Onderbouwing

Nijverheidsweg 10-14 te Nunspeet

Datum: 13 juli 2020 DEFINITIEF

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

pag. 2

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Inhoudsopgave

1.

Inhoud

2.

Inleiding

5

2.1.

Aanleiding en doel

5

2.2. 2.2.1. 2.2.2.

Afwijkingsprocedure Strijdigheid Afwijkingsmogelijkheid

5 5 5

3.

Beschrijving plangebied

6

3.1.

Inleiding

6

3.2. 3.2.1. 3.2.2.

Ligging en omvang plangebied Ligging Beschrijving omgeving

7 7 10

3.3. 3.3.1. 3.3.2.

Huidige planologische situatie Het vigerende bestemmingsplan De verbeelding

11 11 11

4.

Beschrijving van het project

12

4.1.

Inleiding

12

4.2. 4.2.1.

Het plan Beschrijving project

12 12

4.3. 4.3.1. 4.3.2.

Aanwezige functies Voorkomende functies Motivatie nieuwe functies

12 12 13

5.

Onderzoek

14

5.1. 5.1.1. 5.1.2. 5.1.3.

Beleidskader Rijks beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

14 14 15 16

5.2. 5.2.1. 5.2.2.

Monumenten en archeologie: Onderzoek naar de cultuurhistorie, algemeen Cultuurhistorie, kaart erfgoed atlas

18 18 18

5.3.

Natuurtoets

19

5.4.

Stikstofdepositie

22

5.5.

Bomeneffectanalyse

23

5.6.

Waterparagraaf en wateradvies

25

5.7. 5.7.1. 5.7.2. 5.7.3.

Milieuaspecten Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Luchtkwaliteit

26 26 28 30 pag. 3

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

5.7.4. 5.7.5.

Externe veiligheid Onderzoek naar de bedrijvigheid

30 31

5.8.

Verkeer en parkeren

32

5.9.

Duurzaam bouwen

32

6.

Economische uitvoerbaarheid/ planschade

33

6.1.

Maatschappelijke haalbaarheid

33

7.

Stedenbouwkundige uitgangspunten

35

8.

Beeldkwaliteit en architectuur

35

9.

Bijlagen

36

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek Bijlage 2 Natuurtoets Bijlage 3 Stikstofdepositie Bijlage 4 Bomeneffectenanalyse Bijlage 5 Watertoets Bijlage 6 Bodemonderzoek Bijlage 7 Akoestisch onderzoek

pag. 4

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

2.

Inleiding

2.1. Aanleiding en doel Voor het perceel aan de Nijverheidsweg 10-14 te Nunspeet is het initiatief ontwikkeld tot het realiseren van 20 verblijfsobjecten (conform BAG- richtlijnen), in de vorm van sociale huurwoningen. Hiervoor worden een drietal woningen geamoveerd. Voor dit initiatief wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aan te sluiten bij het beleidsstuk van de gemeente Nunspeet 'Beleidsregel Woningbouw op Maat - oktober 2015'. Hierin wordt de mogelijkheid gecreëerd, beperkt, woningbouw toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad, middels een uitgezet stappenplan. Daarmee is het doel van dit rapport het onderbouwen van de ruimtelijke inpasbaarheid van de voorgestelde ontwikkeling.

2.2. Afwijkingsprocedure 2.2.1. Strijdigheid De voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan. Er zijn nu 3 grondgebonden woningen toegestaan. Het initiatief voorziet in 20 goedkope appartementen.

2.2.2. Afwijkingsmogelijkheid Het door de gemeente opgesteld rapport Beleidsregel Woningbouw Op Maat biedt mogelijkheden om een ontwikkeling als voorgenomen mogelijk te maken. Deze ruimtelijke onderbouwing is daar een onderdeel van.

pag. 5

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

3.

Beschrijving plangebied

3.1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft het plangebied door de ligging en de omvang van het betreffende perceel aan de Nijverheidsweg 10-14 in kaart te brengen. Daarnaast wordt het vigerende planologische regime beschreven aan de hand van de verbeelding.

pag. 6

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

3.2. Ligging en omvang plangebied 3.2.1. Ligging De wooneenheden worden gerealiseerd op het perceel aan de Nijverheidsweg 10-14 te Nunspeet. Op de onderstaande afbeelding is de kadastrale situatie van het plangebied weergegeven.

De

pag. 7

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Onderstaande afbeelding bevat de situatieschets van het perceel met de huidige woningen.

pag. 8

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Vervolgens de verbeelding van de nieuwe toestand. Zij laat zien hoe de nieuwe situatie zich verhoudt tot de bestaande omgeving.

Woonfunctie: 20 zelfstandige wooneenheden, variërend van ca. 40m2 tot ca. 47m2. Hierbij gaat het om sociale huurappartementen. Parkeren: per wooneenheid 1,6 parkeerplaats, in totaal 20*1,6= 32 stuks/, berekend volgens dynamisch parkeerbalans zijn 28 parkeerplaatsen aanwezig. Bergingen: gemeenschappelijke bergruimte, norm: 1,5m2 per wooneenheid, in totaal ca. 41m2. Buitenruimte: gemeenschappelijke buitenruimte, norm: 1,0m2 per wooneenheid, min. 20m2 op maaiveld.

pag. 9

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

3.2.2. Beschrijving omgeving Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van de toegangsweg vanaf de snelweg A28 en vormt daarmee de belangrijkste ontsluiting van Nunspeet. Daarnaast vormt de Nijverheidsweg een grens met aan de noordzijde woonwijken richting centrum en aan de zuidzijde bedrijven en detailhandel. De functionele structuur wordt gekenmerkt door wonen, bedrijven, detailhandel en horecafuncties. In het gebied bevinden zich overwegend vrijstaande woningen gelegen aan de west- en noordzijde. Aan de zuidzijde bevindt zich een supermarkt, aan de oostzijde een voormalige tuincentrum, een benzinestation en een gemeentelijk monument met detailhandel.

pag. 10

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

3.3. Huidige planologische situatie 3.3.1. Het vigerende bestemmingsplan De percelen aan de Nijverheidsweg 10-14 te Nunspeet vallen binnen het bestemmingsplan Nunspeet Centrum, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 29 maart 2012. Het perceel heeft de bestemming Wonen en de waarde Archeologie 3. De voorliggende ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan.

3.3.2. De verbeelding Op de onderstaande afbeelding is het huidige plangebied in het bestemmingsplan weergegeven.

pag. 11

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

4.

Beschrijving van het project

4.1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft het project waarvoor in aanmerking wordt gekomen om tot uitvoering te komen binnen het stuk 'Beleidsregel Woningbouw op Maat- oktober 2015'. Het hoofdstuk opent met een uiteenzetting over het doel van het project. Vervolgens wordt de wijze van realisatie beschreven en wordt inzicht geboden in de ruimtelijke context van het project. Het hoofdstuk eindigt met de motivatie over de toegevoegde waarde van de nieuw te realiseren wooneenheden op de beoogde locatie.

4.2. Het plan 4.2.1. Beschrijving project Het betreft hier een kleinschalige inbreidingslocatie, nabij het centrum, waarbij nieuwbouw een verbetering is voor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze ontwikkeling kan gezien worden als een positieve aanzet voor verdere ontwikkeling die aansluit bij de al aanwezige stedelijke bebouwing. Te denken valt hierbij aan een nieuwe ontwikkeling van de voormalige Welkoop en het huidige benzinestation. Het pand aan de Nijverheidsweg 4-4a is een gemeentelijk monument uit de wederopbouwperiode en zal om deze reden ingepast moeten worden in de nieuwe ontwikkelingen. Wat betreft de doelgroep wordt gedacht aan kleinere huishoudens, voor zowel ouderen en jongeren. Met name voor jongeren is er al geruime tijd vraag naar wooneenheden voor éénen tweepersoonshuishoudens in het goedkope(re) segment. Jongeren staan lang ingeschreven voordat zij een huurwoning krijgen toegewezen. Hierdoor is de vraag naar woningen aan de onderkant van de huurmarkt groter dan het aanbod.

4.3. Aanwezige functies 4.3.1. Voorkomende functies Het projectgebied ligt op de gronden die deel uitmaken van het bestemmingsplan Nunspeet Centrum vastgesteld in 2012. De onderstaande afbeelding toont de ligging van het projectgebied, in relatie tot de omliggende functies binnen een straal van 200 meter. De huidige functie wonen blijft onveranderd. Binnen die invloedssfeer is sprake van wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, verkeer en openbaar groen. Gelet op deze variatie aan functies valt het woon- en leefklimaat onder het omgevingstype 'gemengd gebied', zoals de VNG dit onderscheidt van de 'rustige woonwijk'. Wanneer sprake is van omgevingstype 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, met name voor het aspect geluid, met een afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en werkklimaat. Het projectgebied is goed ontsloten via de Nijverheidsweg.

pag. 12

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

4.3.2. Motivatie nieuwe functies Het voorliggende project laat zich omschrijven als een ontwikkeling die gezien kan worden als een positieve aanzet voor verdere ontwikkeling en aansluit bij de al aanwezige stedelijke bebouwing. Te denken valt hierbij aan een nieuwe ontwikkeling van de voormalige Welkoop en het huidige benzinestation. Het pand aan de Nijverheidsweg 4-4a is een gemeentelijk monument uit de wederopbouwperiode en zal om deze reden ingepast moeten worden in toekomstige ontwikkelingen.

pag. 13

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

5.

Onderzoek

5.1. Beleidskader 5.1.1. Rijks beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijke mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de "kapstok" voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie is op 13 maart 2012 in werking getreden. Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen tot aan 2040. Het Rijk zet het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Bij het vaststellen van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met het Barro.

De in het Barro opgenomen regelingen, zoals bijvoorbeeld voor de nationale infrastructuur, hebben geen consequenties voor het voorliggende plan. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moeten voldoen. Daar het een stedelijke ontwikkeling is met meer dan 12 woningen zal hier aan moeten worden voldoen. De huidige situatie is op dit moment zo dat er landelijk zeer grote vraag is naar sociale woningen, zowel in het koop- als huursegment. Het voorliggende plan voorziet in het realiseren van 20 sociale huurappartementen en voldoet daarmee aan de vraag naar sociale huurwoningen. Visie erfgoed en ruimte In de Nota "Kiezen voor karakter, Visie erfgoed en ruimte" schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Om dit te bewerkstelligen is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Deze wijziging verplicht

pag. 14

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

gemeenten om het aspect cultureel erfgoed expliciet mee te wegen bij de vaststelling van ruimtelijke plannen. In hoofdstuk 4.8 wordt hier op ingegaan. Het rijksbeleid heeft geen directe consequenties voor de plannen.

5.1.2. Provinciaal beleid Op 9 juli 2014 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. Vervolgens is op 24 september 2014 door Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch is gewaarborgd. Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie is opgesteld vanuit de sterk veranderende context waarin partijen en de provincie werken en de komende jaren naar verwachting zullen werken. De overheid / provincie is slechts een van de vele spelers. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: • een duurzame economische structuur; • het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In de Omgevingsvisie stelt de provincie dat bij initiatieven voor functieverandering deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten moeten versterken. Dit kunnen initiatieven zijn voor wonen en werken.

De plannen voor de Nijverheidsweg 10-14 voorzien in vervangende nieuwbouw. De nieuwe situatie zorgt voor een kwaliteitsverbetering, waarmee het plan past in het provinciaal beleid. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch is gewaarborgd en is in 2018 verder uitgewerkt en geactualiseerd. In de Omgevingsvisie staat wat van belang is om Gelderland nog mooier en krachtiger te maken. In de Omgevingsverordening staan de regels die daarbij horen die doorwerken op andere partijen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem.

pag. 15

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Binnen de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave voor wonen kunnen gemeenten en andere relevante partijen in de regio gezamenlijk nagaan wat nodig is voor een goed functionerende regionale woningmarkt. Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats aanvullend op de kansen en mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad en in vrijkomend en leegstaand vastgoed. Het plan betreft een binnenstedelijke ontwikkeling in de vorm van inbreiding door herontwikkeling en draagt op deze wijze bij aan een duurzame ruimtelijke structuur, de leefbaarheid en behoud van voorzieningenniveau van Nunspeet. De transformatie is niet gericht op één specifieke doelgroep, maar wel op het betaalbare segment, zodat het tegemoet komt aan de vastgestelde woningbehoefte. Het plan past binnen de doelstellingen van de Omgevingsvisie en de vereisten van de Omgevingsverordening. Regionale Woonvisie Noord-Veluwe In artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Gelderland die op 24 september 2014 door Provinciale Staten is vastgesteld en op 18 oktober 2014 in werking is getreden, is bepaald dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Voor de regio Noord-Veluwe, waartoe Nunspeet behoort, is de 'kwantitatieve opgave wonen t/m 2022' vastgesteld. In 2018 is de regionale woonvisie herzien in de SNV, Samenwerking Noord-Veluwe waar zeven gemeenten aan meedoen voor de periode 2019-2022 en daarmee de Regionale Woonvisie Noord-Veluwe (RNV) vervangt. In deze samenwerking staan de van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen centraal. De woningbouwprogrammering is een belangrijk onderdeel van die woonvisie. Op basis van eigen én provinciale prognoses zijn afspraken gemaakt over de uitbreiding van de woningvoorraad in de gemeenten. De prognoses in de woonvisie gaan tot 2025. Deze afspraken passen binnen de voorzet voor het regionale gesprek over de kwantitatieve opgave. Basis van de afspraken is dat voor elke gemeente geldt dat de woningbehoefte niet exact te voorspellen is. Daarom is gekozen voor programmeren met een bandbreedte. Afgesproken is dat gemeenten met hun bouwprogramma binnen de bandbreedte blijven. Deze afspraken zijn door de gemeenten bij de behandeling van de regionale woonvisie bekrachtigd. De kwantitatieve opgave wonen voor de regio Noord-Veluwe komt aldus uit op 8.850 woningen voor de periode 2019 tot en met 2029. Dat is conform de voorzet van de provincie.

De woningen in het onderhavige plangebied zijn te realiseren binnen de bandbreedte zoals die voor de gemeente Nunspeet voor de periode tot en met 2024 is vastgelegd. Daarmee past de planontwikkeling binnen de Regionale Woonvisie Noord-Veluwe.

5.1.3. Gemeentelijk beleid De gemeente Nunspeet heeft in januari 2020 haar (geactualiseerde) Woonvisie 2020 - 2025 vastgesteld. Met deze woonvisie legt de gemeente Nunspeet een nieuw fundament voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige pag. 16

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de Woonvisie staan de volgende drie punten centraal: Ambities 2020-2025 1. Een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; 2. Ambitieus in energietransitie ; 3. Evenwichtige en zorgzame wijken. In afstemming met de regio In regionaal verband is door de colleges afgesproken dat de vastgestelde woonvisies (en de optelsom van de hierin genoemde aantallen qua bouwopgave) het uitgangspunt vormen voor de bepaling van de regionale bouwopgave voor de lange termijn. In maart wordt jaarlijks op basis van dan actuele cijfers door gemeenten en provincie besproken hoe de lokale woningbouwaantallen (onder andere qua realisatie, plannen (hard en zacht) en ambities uit de woonvisie) en de regionale optelsom hiervan, zich ontwikkelen. Als uit dit overleg voortkomt dat afstemming in regionaal verband wenselijk is, zal Nunspeet hieraan meewerken. In de Woonvisie is aangegeven dat de gemeente de noodzaak ziet om het woningbouwprogramma zowel kwantitatief al kwalitatief bij te stellen. In de Woonvisie richt de gemeente zich op starters, jonge gezinnen en senioren die moeten kunnen beschikken over passende woonruimte. Voor een deel vinden de verhuizingen in de bestaande voorraad plaats (al dan niet aangepast), maar aanvullende nieuwbouw is nodig.

Binnen de gemeente Nunspeet is er een woningtekort en wordt tot 2025 een toename verwacht van ca. 535 huishoudens. Dit aantal moet worden opgeteld bij de geraamde groei van het aantal huishoudensom tot een reële woningbehoefte te komen. Het is niet duidelijk hoe groot het tekort precies is, maar de provincie Gelderland raamt voor de hele provincie dat de woningbehoefte ongeveer 25% hoger ligt dan de groei van het aantal huishoudens. Wanneer deze vuistregel toegepast wordt op Nunspeet dan is er in de gemeente tot 2025 sprake van een extra woningbehoefte van ca. 670 woningen. Voor de periode 2025-2030 gaat het om respectievelijk een huishoudgroei van 285 huishoudens en een extra woningbehoefte van ca. 350 woningen wat op een totale raming neerkomt van extra woningbehoefte in Nunspeet tussen 2019-2030 op ca. 1000 extra woningen. Er is een behoorlijke vraag naar sociale huur. Daarnaast is er ook vraagdruk van verschillende bijzondere doelgroepen op de sociale huursector, zoals statushouders, uitstromers uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdzorg en arbeidsmigranten. Hierbij worden de volkshuisvestelijke ambities met de ruimtelijke randvoorwaarden verbonden.

Dat betekent de juiste balans vinden tussen accommoderen van woningbouw in bestaand dorps gebied en uitleglocaties en bepalen waar gestapelde woningbouw mogelijk en gewenst is en waar we de voorkeur geven aan grondgebonden woningen. Hier wil de gemeente Nunspeet sturen op bouwplanniveau.

pag. 17

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Het voorgenomen nieuwbouwplan past binnen de doelstellingen van de vereisten in bovengenoemd beleid.

5.2. Monumenten en archeologie: 5.2.1. Onderzoek naar de cultuurhistorie, algemeen Grondslag: gemeentelijk en regionaal beleid. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.0) met bijbehorende protocol (KNA 4.0) 4003 (inventariserend veldonderzoek, overig) (www.sikb.nl) en het advies van de regioarcheoloog (dhr. M. Wispelwey). Afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde van de locatie moet er archeologisch onderzoek verricht worden, indien de ondergrond wordt verstoord. Onderzoek is nodig indien er sprake is van: - archeologisch erfgoed; - historisch (steden)bouwkundig erfgoed; - historische landschappelijk erfgoed. - aardkundige waarden (ontheffing aanvragen bij de provincie). De archeologische waarde van het plangebied is volgens het bestemmingsplan gesteld op 3 (hoge verwachting op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart), bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden, waarop bouwwerken tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m2 en dieper dan 0,5 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.4), is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De regioarcheoloog (dhr. M.

Wispelwey) verwacht dat de bodem door ingrepen uit het verleden grotendeels verstoord is en heeft een verkennend booronderzoek (5 boringen) zonder bureauonderzoek voorgesteld. Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek.

5.2.2. Cultuurhistorie, kaart erfgoed atlas Grondslag:

Monumentenwet

1988

en

gemeentelijke

Monumentenverordening.

Naslag kaart: Uitsnede kaart erfgoed atlas. Op basis van de gegevens van deze kaart kan het volgende worden opgemaakt: • Met het onderhavige plan is aansluiting gezocht met de omgeving, waarin pakhuis typologie voorkomt, lees ‘industrieel karakter’. • Ten westen van het plangebied, langs de Winckelweg, komen diverse gebouwen voor uit het thema wooncultuur. • Het plan zorgt niet voor een ingreep aan de Nijverheidsweg en heeft daarmee geen invloed op de cultuurhistorische waarde van de weg.

pag. 18

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Toelichting en interpretatie kaart: • Er komt geen bebouwing voor in het plangebied rond 1832. • Er komen geen grachten voor in het plangebied rond 1832. • Er komen geen aarden wallen voor in het plangebied. • De Nijverheidsweg, ten zuiden van het plan, is een historische weg en een ‘sporenbundel’ in het reliëf, een ander thema binnen de historische culturen. • De ‘grijze’ achtergrond laag komt niet voor in de ‘historische landschappen Veluwe massief’ of ‘historische landschappen Laag-Nunspeet’.

5.3. Natuurtoets Algemeen Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. De Wet is per 1 januari 2017 van kracht geworden en vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, speciale beschermingsgebieden aangewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontwikkeling geen significante negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur heeft in opdracht van de initiatiefnemer een natuurtoets/quickscan uitgevoerd om de natuurwaarden in beeld te brengen bij de ontwikkeling van het Nijverheidsweg 10-14 in Nunspeet.

pag. 19

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Beschermde soorten Er zijn in het gebied geen beschermde soorten gevonden of te verwachten. Bij de bezoeken op 31 januari en 7 februari 2020 zijn geen huismussen waargenomen. De locaties Nijverheidsweg 12 en 14 en Nijverheidsweg 10 zijn inmiddels vanwege de asbestsanering ongeschikt als nestplaats voor de huismus. De pannen zijn grotendeels verwijderd. In de huidige situatie is het terrein feitelijk niet heel geschikt als broedlocatie voor vogels. De werkzaamheden bestaan uit het slopen van de bestaande bebouwing, het bouwrijp maken, realisatie van een woongebouw met 20 wooneenheden en tuinen. Het gebruik zal bestaan uit wonen. De werkzaamheden vinden zoveel mogelijk plaats in de periode die voor eventueel aanwezige beschermde soorten de minste schade op zal leveren. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening onderdeel Wet natuurbescherming art. 3.7.2.3) en schadesoorten (art. 3.7.2.1). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht. Er vindt door realisatie van het plan/uitvoering van de activiteiten dan geen overtreding plaats van de verbodsbepalingen van art. 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op basis van de ligging en aard van de ruimtelijke ingrepen is de conclusie dat deze ingreep geen negatieve invloed heeft op de specifieke natuurwaarden.

Het in de omgeving aanwezige Natura 2000 gebied Veluwe ligt op ca. 200m afstand. De nieuwe activiteiten bestaan uit gestapelde woningbouw. Het plan ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO). Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het GNN mag worden aangenomen dat er geen effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek worden niet nodig geacht. In het hoofdstuk stikstofdepositie wordt hier verder op ingegaan. Voorbehoud en zorgplicht De natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

pag. 20

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibie-en nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen). Het is mogelijk dat hiervoor formeel een ontheffing Wnb nodig is.

Ecologische kansen Het plan biedt ook kansen om met eenvoudige en goedkope aanpassingen geschikte plaatsen te creëren voor verschillende soortgroepen. Zo valt bijv. te denken aan het aanbrengen van nestvoorzieningen voor huismus (vide, kasten of potten) en/of gierzwaluw (eet veel muggen). Bij de aanleg van groenvoorzieningen verdient het aanbeveling om inheemse noot- en besdragende soorten te gebruiken. Deze kunnen als voedsel dienen voor allerlei vogels en zoogdieren. Een aantal heggen vlak in de buurt is noodzakelijk voor dekking van de huismussen. Aanbevelingen • Uitvoering van de sloopwerkzaamheden laten plaatsvinden buiten de broedperiode. Overigens mogen eventuele vroege of late legsels niet worden verstoord. De beste tijd is dan in oktober of november. Bij sloop in december en januari moet uitvoering in koude periodes worden voorkomen. • Plaatsen van minimaal 6 vervangende tijdelijke voorzieningen, zoals een mussenflat, een nestpan, een mussenpot e.d. Deze moeten minimaal 3 maanden voor de sloop worden geplaatst op geschikte plaatsen, d.w.z. bij voorkeur op het noorden of oosten, minimaal 3m hoog, voldoende dekking vlak bij en voldoende voedselaanbod. • Check de functionaliteit van de leefomgeving voor plaatsing van de vervangende (tijdelijke) nestvoorzieningen. • Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art.

1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

pag. 21

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

•

•

•

• •

Plaats daarom in de nieuw te bouwen woongebouwen in totaal minimaal 6 duurzame/permanente nestvoorzieningen voor de huismus in of op de muren (bij voorkeur in de oost- en noordgevels). Stel voor een correcte uitvoering een ecologisch werkprotocol op. Bij de uitvoering is aan te raden een exemplaar van dit onderzoek en het ecologisch werkprotocol paraat te hebben. Door het uitvoeren van bovenbedoelde maatregelen, is overtreding van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Het verdient wel aanbeveling hiervoor al dan niet na vooroverleg, een aanvraag ontheffing Wnb soortbescherming in te dienen bij de provincie. Er zijn geen negatieve gevolgen te verwachten op instandhoudingsdoelstellingen van beschermde habitats en soorten in Natura 2000-gebied Veluwe, het Gelders Natuur Netwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelzone (GO).

5.4. Stikstofdepositie De wetgeving inzake stikstofdepositie in relatie tot Natura 2000 is gedeeltelijk gesneuveld. Het kader wordt nu gevormd door de overgebleven wetgeving (Wet natuurbescherming), jurisprudentie, de tussentijds uitgebrachte beslisboom1 van het BZK en de provinciale beleidsregels die door de provincies zijn uitgebracht. De huidige kaders bieden nog geen juridisch sluitende methode. Op dit moment dient eenieder zich te houden aan de formele kaders die momenteel gelden. De regels zijn echter volop in beweging. Veranderingen daarin kunnen invloed oefenen op dit onderzoek. Spoedwet Aanpak Stikstof De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft op 13 november 2019 kenbaar gemaakt dat voor woningbouwplannen ontwikkelingsruimte wordt vrijgemaakt door maatregelen te treffen (waaronder het verlagen van de snelheid). Daarnaast heeft de minister kenbaar gemaakt dat voor activiteiten die geen significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden geen natuurvergunning meer aangevraagd hoeft te worden. De Spoedwet Aanpak Stikstof is op 5 december 2019 aangenomen door de Tweede Kamer en 17 december 2019 door de Eerste Kamer. De inwerkingtreding is per 1 januari 2020 en verder aangescherpt op 14 januari 2020. Aangezien de resultaten hoger uitvallen dan 0,00 mol/ha/j., is voor dit plan een verschilberekening uitgevoerd.

‘Rekenresultaten’ gebruiksfase Uit de rekenresultaten van de uitgevoerde verschilberekening blijkt dat de berekende stikstofdepositie in de ‘beoogde situatie, gebruiksfase’ ten opzichte van de stikstofdepositie ten tijde van het vergund recht voor het totale plan op de Natura 2000-gebieden niet toeneemt.

pag. 22

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Uit de verschilberekening blijkt dat er geen sprake is van een berekende stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. ‘Rekenresultaten’ realisatiefase Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende stikstofdepositie in de ‘beoogde situatie, gebruiksfase’ van het totale plan op de Natura 2000-gebieden ten hoogste 0,01 mol/ha/j bedraagt. Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende stikstofdepositie in de ‘vergund recht’ op de Natura 2000-gebieden eveneens ten hoogste 0,01 mol/ha/j bedraagt. Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende stikstofdepositie in de ‘beoogde situatie, realisatiefase’ op de Natura 2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/j bedraagt. De realisatiefase heeft dus geen (significante) stikstofeffecten op de Natura 2000 tot gevolg. Conclusies Uit de rekenresultaten van de separate berekening van de beoogde situatie realisatiefase is gebleken dat sprake is van een toename van de stikstofdepositie hoger dan 0,01 mol/ha/j. Indien intern wordt gesaldeerd is echter geen sprake van een toename van de stikstofdepositie. Het onderhavige plan heeft derhalve geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000. In de beoogde situatie gebruiksfase is gebleken dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Dit project heeft derhalve geen significant negatieve stikstofeffecten op de Natura 2000.

5.5. Bomeneffectanalyse Binnen het projectgebied staat een monumentale paardenkastanjeboom die mogelijk negatieve effecten kan ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden. Doel is het bepalen van deze gevolgen en of en op welke manier de boom duurzaam te behouden is. Door middel van de uitvoering van een bomen effect analyse (BEA) is beoordeeld wat de invloed van de voorgenomen werkzaamheden zal zijn voor de bomen. Primaire vraagstelling binnen de BEA is: Is het behoud van de boomtechnische kwaliteit en het behoud van de functie of waarde van de boom in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden mogelijk? Impact uitvoering • Met name het berijden (graafmachines ed.) van de wortelkluit onder de kroonprojectie van de boom tijdens de werkzaamheden dient te allen tijde vermeden te worden, middels bouwhekken. • Het mechanisch verwijderen van verharding e.d. kan leiden tot beschadiging van dewortels, stam en stamvoet van de boom. • Opslag van bouwmateriaal en bouwmaterieel rondom de boom dient voorkomen te worden om de groeiplaats zo min mogelijk te verstoren (bodemverdichting, verslemping).

pag. 23

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

•

Voor de uitvoering van de nieuwbouw is werkruimte nodig (steigers e.d.), van minimaal 1,5 m breed. Hiervoor is het mogelijk dat enkele takken ingekort moeten worden.

Conclusies • De conditie van de paardenkastanje is goed en de boom heeft een goede toekomstverwachting (>15 jaar), bij ongewijzigde omstandigheden. De conditie, toekomstverwachting en grootte van de boom is nagenoeg hetzelfde gebleven ten opzichte van 2017. • Bij de boom is veel fijnere en matig fijne beworteling aangetroffen binnen de stabiliteitskluit, ook onder de verharding. Dit is voor de boom cruciale beworteling om in goede conditie te blijven. Deze beworteling dient grotendeels intact te blijven. • Het ontwerp is al aangepast op de boom. De afstand tot de nieuwe inrit/fietsenstalling wordt ruim 4,5m, hetgeen op voldoende afstand is tot de stamvoet (= buiten de minimale graafafstand). Negatieve effecten worden niet verwacht. • De takvrije ruimte onder de boom is op dit moment minimaal ca. 5 meter en is ruim voldoende. De buitenste kroonrand aan de nieuwbouwzijde komt ongeveer 1 m voor de gevel. Dit is aanvaardbaar (projectinvloed ‘beperkt’), al zal er na verloop van tijd door groei van de boom mogelijk in beperkte mate takken gesnoeid moeten worden. De boom is echter al in volwasfase en bijgroei in breedte en hoogte zal beperkt zijn. Dit is voldoende afstand tussen boom en gevel. Er zijn daarom geen wijzigingen in het ontwerp ten gunste van de boom noodzakelijk. Wel zullen er maximale beschermingsmaatregelen nodig zijn om schade voor, tijdens en na de bouw te voorkomen.

• De boom staat nu grotendeels in verharding, in de toekomst de directe zone rondom de stamvoet beplanting of tuin. Dit zal per saldo een verbetering zijn voor het wortelstelsel, al moet gezegd worden dat de boom nu op geen enkele manier te lijden heeft gehad van de verharding, gezien de goede conditie. • Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de boom mogelijk? Ja, dit is mogelijk. • Is behoud van de functie of waarde van de boom mogelijk? Ja, dit is mogelijk. De boom is dus duurzaam te behouden en duurzaam inpasbaar. De gevel van de nieuwbouw komt dicht op de kroon, maar buiten de kroonprojectie. Eventuele beperkte snoei, mits deskundig uitgevoerd zal de algehele habitus van de boom niet aantasten. De ETT adviseert de boom te handhaven en maximaal te beschermen tijdens en na de bouwwerkzaamheden. Specifieke maatregelen • Ter hoogte van de kroonrand dient indien mogelijk met versmalde steigers gewerkt te worden om de noodzaak tot snoei/inkorten takken te minimaliseren. Het tijdelijk opzij buigen en vastbinden van in de weg hangende takken is mogelijk ook een alternatief. Een en ander dient ter plaatse en tijdig ingeschat en overlegd te worden met

pag. 24

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

•

• •

•

•

boomadviseur. Als er toch daadwerkelijk snoeiwerkzaamheden nodig zijn, dient dit door een ervaren boomverzorger (ETW-er) uitgevoerd te worden. Rondom de boom moet de kwetsbare wortelzone van de boom maximaal beschermd worden door het plaatsen van aan elkaar geklonken bouwhekken, voorafgaande aan de werkzaamheden, minimaal 3 m uit de stamvoet van de boom. Afbeelding 10 geeft de locatie aan van het te plaatsen bouwhekken. Het handmatig verwijderen van klinkerverharding direct rond de boom is noodzakelijk om schade aan wortels/stamvoet te voorkomen. Tijdens cruciale werkmomenten een boomtechnisch toezichthouder (ETT) in te schakelen voor advies over bescherming, snoei, eventuele wortelkap of het toezicht houden op beschermingsmaatregelen. Overweeg beplanting aan te brengen rond de boom, in plaats van gras. De groeiplaats blijft hierdoor open en beter doordringbaar voor zuurstof/vocht. Blad e.d. blijft liggen en verteert (voedingsstoffen voor de boom). Ook verdichting (maaimachines) wordt dan voorkomen. Indien toch voor gras gekozen wordt een ruime mulchlaag aanbrengen rond de stamvoet. Na afronding van de werkzaamheden ter plaatse te evalueren of verdere maatregelen bij de boom voor de toekomst noodzakelijk zijn en dit vast te leggen voor de uiteindelijke boomeigenaar/beheerder.

Randvoorwaarden en beschermende maatregelen • Bij cruciale projectmomenten een bomentoezichthouder inschakelen, om toe te zien op uitvoering van beschermingsmaatregelen en om na te gaan of aanvullende maatregelen na afronding van de werkzaamheden noodzakelijk zijn. • In het bestek of opdrachtomschrijving dit rapport van toepassing verklaren en bij eventuele schade aan bomen een schadetaxatie conform rekenmodel NVTB-versie 2013 toepassen. • U dient rekening te houden met de Wet Natuurbescherming. Er mogen geen broedende vogels in de boom of struiken verstoord of nesten verwijderd worden. Nadat eventuele vogels uitgevlogen zijn, kunnen werkzaamheden voortgang hebben. Als er geen vogels nestelen in bomen kan er altijd gekapt worden, ook in het broedseizoen. Voor vogels met vaste rust- of verblijfplaatsen gelden afwijkende regels. (Zie hiervoor ook par. 5.3)

5.6. Waterparagraaf en wateradvies Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. pag. 25

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen.

Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen.

5.7. Milieuaspecten 5.7.1. Bodemonderzoek Grondslag: Wet bodembescherming. Een vooronderzoek (historisch onderzoek) dient altijd te worden uitgevoerd. Hierbij wordt aan de hand van beschikbare (historische) gegevens gekeken of een aanvullend vooronderzoek noodzakelijk is. Bij een vergunningsplichtig bouwwerk met een oppervlak van meer dan 50m²

pag. 26

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

moet, indien het een verblijfsruimte betreft (verblijf van mensen met meer dan 2 uur per dag), altijd een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. In een monster van de bovengrond is een sterk verhoogd gehalte PCB aangetoond. Verder zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten kwik, lood, zink, minerale olie, PCB en/of PAK aangetoond. In het grondwater zijn, eveneens na herbemonstering, matig verhoogde gehalten koper en nikkel aangetoond. Verder zijn licht verhoogde gehalten barium, cadmium en zink aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat het volumecriterium hiervoor (25 m³ in grond) niet wordt overschreden. De sanering is niet spoedeisend (geen saneringsverplichting) omdat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Melding wijzigingen in milieuaspecten tijdens de vergunningprocedure: Tijdens de behandeling van de omgevingsaanvraag zijn de milieuaspecten gewijzigd als gevolg van een schuurbrand op het perceel. De brand vond plaats op 7 januari 2020. Na melding hiervan door de gemeente Nunspeet aan de opdrachtgever is door de opdrachtgever aan de fa. Lagemaat uit Heerde opdracht gegeven om de sanering en sloop van alle opstallen versneld uit te voeren. Urgentie was aanwezig omdat asbesthoudende deeltjes zijn vrijgekomen.

De sloopmelding was reeds gedaan. Hieronder volgt een opsomming van de verstrekte en opgestelde documenten: • Sloopmelding, d.d. 9 december 2019, referentienummer: 4822887. Hierbij zijn de volgende stukken ingediend: #1666_Aanvraagformulier sloopmelding # 1666-2019-1024_DO-012 - Situatie sloop opstallen # 2019-10-24_DO-013-aansluitingen # 1670101A rapport bodem PJMilieu # LP_19G661118_1 - weergave op situatie klicmelding # RAS19249_Asbest-V1 Grondvitaal (d.d. 05-12-2019). • Opstellen aangepast rapport op basis van nieuwe informatie: RAS19249_Asbest_V2 Grondvitaal (d.d. 29-01-2020). • Brand op 07-01-2020. • Start van de sloopwerkzaamheden, halverwege januari 2020. • Door de fa. Lagemaat uit Heerde zijn de volgende vrijgave documenten verstrekt: # 2020-01-17 vrijgave_Nijverheidsweg 10-12-14 # 2020-01-17 vrijgave_Winckelweg 41 # 2020-01-28 vrijgave gebouw A rk 1_Nijverheidsweg 10 # 2020-01-28 vrijgave gebouw B rk 1_Nijverheidsweg 10 # 2020-01-30 vrijgave gebouw A_Nijverheidsweg 10 # 202001-30 vrijgave gebouw B_Nijverheidsweg 12 # 2020-01-31 vrijgave diverse gebouwen_Nijverheidsweg 10-12-14 # 2020-02-03 vrijgave gebouw B_ Nijverheidsweg 14 # 2020-02-03 vrijgave gebouw B_Nijverheidsweg 10. Door de fa. Lagemaat zijn de voornoemde documenten, na de eerste sloopmelding ingediend bij het bevoegd gezag.

pag. 27

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

5.7.2. Akoestisch onderzoek Grondslag: Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek moet duidelijk maken wat de geluidbelasting is en levert informatie voor een eventuele procedure hogere grenswaarde. •

•

•

•

•

•

•

•

Initiatiefnemer bereidt een aanvraag omgevingsvergunning voor ter realisatie van 20 appartementen (<50 m2) in twee woongebouwen, gekoppeld door een trappenhuis aan de Nijverheidsweg 10-14 te Nunspeet. De nieuwe appartementen vervangen de drie bestaande woningen. Het plan is gelegen in de 600m brede zone van de spoorbaan Zwolle-Amersfoort. De benodigde intensiteiten zijn verkregen uit het emissieregister spoor. Het gebruik van deze gegevens conform het geluidproductieplafond is verplicht. De appartementen liggen ook binnen de 200m brede zones van de Nijverheidsweg en de Industrieweg. De Winckelweg en een deel van de Nijverheidsweg zijn 30 km gebied en hebben geen wettelijke zone. Deze wegen zijn wel uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in de afweging meegenomen. De verkeersintensiteiten zijn verkregen uit een recent verkeersmodel van de gemeente Nunspeet voor peiljaar 2030. De etmaalintensiteiten zijn 11.258 en 8.018 mvt per etmaal voor resp. het gezoneerde en het niet gezoneerde deel van de Nijverheidsweg, 6.146 mvt/etmaal voor de Industrieweg en 871 mvt/etmaal voor de Winckelweg. Daarnaast ligt het plan nog binnen de zone van de motorcrossbaan Hendriksbos. Momenteel is er geen actief zonebeheer. Uitgaande van 50 dB(A) in de dag op 5m hoogte op de zone is maximale emissie van het crossterrein bepaald.

De geluidbelasting op de appartementen bedraagt dan Letmaal=50 dB(A) of lager. De appartementen vormen daarmee geen belemmering voor het motorcrossterrein. Een hogere waarde is niet nodig. De geluidbelasting bedraagt Lden=50 dB of lager vanwege de spoorbaan ZwolleAmersfoort. Dit voldoet aan is de voorkeursgrenswaarde van Lden=55 dB. De geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai bedraagt maximaal Lden=49 dB(A) op 2 appartementen vanwege het gezoneerde deel van de Nijverheidsweg. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer van Lden=48 dB. De bijdrage van het niet gezoneerde deel van de Nijverheidsweg bedraagt Lden=51 dB of lager. De cumulatieve geluidbelasting zonder aftrek aft. 110g Wgh, op de gevels van de nieuwe appartementen bedraagt vanwege weg- en railverkeer en industrielawaai Lcum=56-59 dB op de zuidgevels. Maatregelen in bron en overdracht zijn niet realistisch. Elk appartement heeft een geluidluwe gevel, m.u.v. app. 1 en 7. Aan de noordzijde zijn geluidluwe buitenruimten (o.a. balkons). De Franse balkons aan de zuidzijde zijn geluiddicht en iets hoger uit te voeren (1.20m) waarmee de balkons op zithoogte redelijk geluidluw zijn te maken.

pag. 28

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

•

•

•

•

•

•

App. 7 heeft geen zijgevels en een hogere waarde van 49 dB vanwege de Nijverheidsweg (50km). Mogelijkheden om een geluidluwe gevel te realiseren zijn beperkt. Te denken valt aan een inpandige loggia of een gevelscherm voor het slaapkamerraam. Voor een inpandige loggia is nauwelijks ruimte. Gekozen is voor een gevelscherm voor het slaapkamerraam (reductie minimaal 5 dB), waarmee dat deel van de gevel als geluidluw is te zien en voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege de Nijverheidsweg. Appartement 1 heeft ook geen zijgevels en een belasting van 51 dB vanwege het niet gezoneerde deel van de Nijverheidsweg (30km). Voor dit appartement kan daarom wettelijk geen hogere waarde worden vastgesteld, maar de belasting is wel hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Voor dit appartement wordt ook een gevelscherm geplaatst voor het slaapkamerraam. De overige appartementen hebben allemaal een geluidluwe gevel. Daarmee is binnen het plan het maximale gedaan om voor alle appartementen een geluidluwe gevel te creëren. Het plan past daarmee binnen het gemeentelijke geluidbeleid. De gemeente wordt gevraagd hogere grenswaarden vast te stellen van Lden=49 dB vanwege de Nijverheidsweg, zoals weergegeven in Tabel 4. Het Bouwbesluit eist ingeval van hogere grenswaarden de realisatie van voldoende geluidwering.

De benodigde karakteristieke geluidwering varieert dan afhankelijk van de gevel en hoogte van GA;K=20-26 dB, zoals weergegeven in Tabel 1. De bestaande woning Nijverheidsweg 10 en het grootste deel van het plan valt buiten de zone van 10m voor het benzinetankstation aan de Nijverheidsweg 6 (gemengd gebied). Daarnaast wordt het plangebied afgeschermd door een tussenliggend bedrijfsgebouw. Planrealisatie leidt daarmee niet tot een extra belemmering van de bedrijfsvoering t.o.v. de bestaande situatie. Een indicatieve berekening bevestigt dit beeld. Ter plaatse van de nieuwe appartementen zijn voor het geluidaspect geen negatieve gevolgen te verwachten voor het woon- en leefklimaat vanwege de bijdrage van het tankstation. Er is sprake van een aantal verschillende geluidbronnen op het plan. Op basis van de Wet en het geluidbeleid moeten alle bronnen worden gecumuleerd conform het RMG2012. Hier moet conform het gemeentelijke beleid ook de Ges-scores aan worden toegekend, voor een inschatting van het woon- en leefklimaat. Er vindt een afweging plaats op basis van gehinderden en de kwaliteit van de woonomgeving.

Het beleid zegt over de cumulatie: “Er is in elk geval sprake van een onaanvaardbare geluidbelasting als de gecumuleerde geluidbelasting 3 dB hoger is dan de ongecumuleerde gevelbelasting en volgens de GES score een onvoldoende woonklimaat oplevert. Als hiervan sprake is, worden geen hogere waarden verleend.”

pag. 29

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

•

•

De gecumuleerde geluidbelasting is het hoogst op de zuidgevels en is maximaal Lcum=59 dB, of lager, wat geen onvoldoende woonklimaat oplevert. Het betreft hier verder vervangende nieuwbouw, geen ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en geen wezenlijke verhoging van het aantal geluidgehinderden ontstaan, bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen. Het geluidaspect vormt hiermee na bestuurlijke afweging geen belemmering voor realisatie van het plan.

5.7.3. Luchtkwaliteit Grondslag: Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer. Hierin is van bepaalde projecten getalsmatig vastgelegd dat ze "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Met de inwerkingtreding van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009, zijn deze grenzen verruimd. Een project draagt volgens het NSL "niet in betekenende mate" bij zolang de toename van de concentratie fijnstof of stikstofdioxide maximaal 3% bedraagt van de grenswaarde. Het NSL zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen zodat de luchtkwaliteit verbetert en de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang kunnen vinden. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Voor woningbouwlocaties geldt dat voor maximaal 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden.

Dit plan betreft de mogelijkheid tot het realiseren van 20 sociale woningen. Het plan zal geen effect hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse.

5.7.4. Externe veiligheid Bij het naastgelegen benzinestation is geen LPG aanwezig. Het tankstation zelf is dus geen externe veiligheidsbron. Voor het spoor geldt dat dit wel een externe veiligheidsbron is. Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevinden zich op grote afstand (200m) van de risicobron. Om deze reden wordt conform de beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast:

pag. 30

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas.

Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het bebouwde grondgebied van de Noord-Veluwse gemeenten valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de beleidsvisie externe veiligheid Veluwe-Noord en de daarin gemaakte keuzes.”

5.7.5. Onderzoek naar de bedrijvigheid Grondslag: Wet milieubeheer. Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bestaande bedrijvigheid, moet beoordeeld worden of het bestaande bedrijf niet beperkt wordt in de bedrijfsvoering. De geluidvoorschriften in de milieuvergunning of het activiteitenbesluit zijn hierbij het uitgangspunt.

pag. 31

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

5.8. Verkeer en parkeren Grondslag: gemeentelijk beleid en bouwverordening. Er wordt voldoende ruimte gerealiseerd voor het parkeren van auto’s en (brom)fietsen, op eigen terrein en dat de weg (en eventuele aansluitingen op de weg) geschikt is voor eventuele toename van het verkeer. Voor de norm is publicatie 381 van de CROW: Toekomstbestendig parkeren 2018 i.c.m. Nota Parkeernormen Nunspeet 2014 gehanteerd. Voor huur etage midden/goedkoop is de norm 1,6 parkeerplaats per woning in de schil rond centrum. Voor 20 woningen komt dit, berekend volgens dynamische parkeerbalans, op 29 parkeerplaatsen bij afronding naar boven.

Bron: CROW publicatie 381_ Toekomstbestendig parkeren 2018 i.c.m. Nota Parkeernormen Nunspeet 2014

5.9. Duurzaam bouwen Grondslag: Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025, gemeentelijk beleid Uitgangspunt is de ambitie van CO2-reductie van 55% in 2030 t.o.v. 1990 zoals afgesproken in het Gelders Energie Akkoord en het einddoel om in 2050 alle gebouwen in Nunspeet energieneutraal te hebben. Om deze doelen te bereiken wil de gemeente de volgende maatregelen inzetten: • De sociale woningvoorraad verder verduurzamen door deze stapsgewijs aardgasvrij te maken; • Het stimuleren van particuliere woningeigenaren tot duurzame maatregelen door het ondersteunen van burgerinitiatieven voor energiebesparing en -opwekking; • Huiseigenaren worden verleidt om te investeren in maatregelen die zorgen voor een reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen (vermindering te investeren in maatregelen die zorgen voor een reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen (vermindering van energiegebruik en toepassing van alternatieve energieopwekking). • Duurzaamheid bij nieuwbouw door te letten op dakoriëntatie, aardgasvrije wijk, stimulerende maatregelen op bevorderen van biodiversiteit en natuurontwikkeling in de wijk; • Circulair bouwen en inrichten van wijken door in te zetten op bio-based bouwen door bijvoorbeeld het gebruik van hout (uit de omgeving) voor de constructie van woningen. Hierdoor wordt CO2 vast gehouden in plaats van uitgestoten;

pag. 32

Ruimtelijke onderbouwing Nijverheidsweg 10-14

Deze ontwikkeling wordt aardgasvrij gebouwd door het gebruik van duurzame energieopwekking voor de warmtevraag, luchtbehandeling en elektravoorziening van de appartementen. Ook is er aandacht voor de biodiversiteit en natuurontwikkeling op eigen terrein. De appartementen worden groen ingepast waarbij een belangrijk aspect het behoud van de bestaande paardenkastanje is. De nieuw toegevoegde groenvoorziening als hagen langs de erfgrenzen en de paden, bloemenrijke vegetatie in de tuinen dienen om biodiversiteit zoveel mogelijk de ruimte te geven. Verder worden permanente nestvoorzieningen voor de huismus en gierzwaluw meegenomen om de ecologische kansen verder te vergroten zoals omschreven in paragraaf 5.3. Daarmee wordt aangesloten bij de Woonvisie 2020-2025 van de gemeente Nunspeet. 6.

Economische uitvoerbaarheid/ planschade

Conform de gemeentelijke legesverordening zijn er leges verschuldigd voor onderhavige ontwikkeling. De kosten voor deze ontwikkeling worden gedragen door de ontwikkelende partij. Kostenverhaal Er is sprake van een bouwplan volgens artikel 6.2.1. Bro waar, op basis van artikel 6.12 lid 1 Wro, in principe een exploitatieplan voor dient te worden vastgesteld. Lid 2 van dit artikel geeft echter aan dat het niet nodig is om een exploitatieplan vast te stellen wanneer het verhaal van kosten anderszins verzekerd is. In het kader van deze planontwikkeling is er een anterieure overeenkomst getekend voordat de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegd wordt. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd en zijn er voldoende locatie- en veiligheidseisen gesteld, waardoor een exploitatieplan achterwege kan blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9664939/1