CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5c. Bijlage Principeverzoek EuroParcs Bad Hoophuizen 2024

Commissie Ruimte en Wonen 8 september 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Principeverzoek EuroParcs Bad Hoophuizen, realisatie TOP en herinrichting kampeerveld.7.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Principeverzoek herinrichting kampeerveld EuroParcs Bad Hoophuizen en realisatie Toeristisch OverstapPunt 24 december 2024

1/27

DATUM KENMERK

24 december 2024 20210686

PROJECT PROJECTLEIDER

Bad Hoophuizen - Ontwikkeling drs.ing. J.M. van Riet

OPDRACHTGEVER EuroParcs Bad Hoophuizen PROJECTNUMMER 20210686 AUTEUR STATUS

2/27

Hans van Riet Concept

INHOUD 1.

Inleiding

5

1.1

Verzoek

5

1.2

Opzet van het verzoek

5

2.

Ligging plangebied en beschrijving huidige situatie

6

3.

beoogde situatie

9

3.1

Kampeerveld

9

3.2

Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening met natuurspeeltuin

10

4.

5.

6.

Geldende plannen

12

4.1

Kampeerveld

12

4.2

Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening met schuilhut

13

beleid

14

5.1

Provinciaal beleid 5.1.1 Omgevingsverordening Gelderland

14 14

5.2

Regionaal beleid 5.2.1 Vitale Vakantieparken

16 16

5.3

Gemeentelijk beleid 5.3.1 Omgevingsvisie Nunspeet

16 16

procedure

17

6.1

buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

17

6.2

Het wijzigen van het omgevingsplan

17

6.3

Conclusie: BOPA het meest geschikt

17

7. planologische afweging Bijlage 1 Beleid Provinciaal beleid Omgevingsverordening Gelderland

20 20

Regionaal beleid Vitale Vakantieparken

23 23

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Nunspeet

25 25

Bijlage 2

3/27

18 20

BOPA of Wijziging Omgevingsplan

26

4/27

1. INLEIDING 1.1

Verzoek

Namens EuroParcs Bad Hoophuizen verzoeken wij u om medewerking te verlenen aan twee ontwikkelingen: ● De inrichting van een kampeerterrein met 50 toeristische kampeerplaatsen op het voormalige dagrecreatieterrein van vakantiepark Bad Hoophuizen ● De aanleg van een Toeristisch OverstapPunt (TOP) in de vorm van een openbare parkeervoorziening met een schuilhut op percelen direct buiten het vakantiepark. Op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet zijn de ontwikkelingen niet mogelijk. Voorliggend document gaat in op haalbaarheid van het plan met betrekking tot zowel beleidsmatige als omgevingsaspecten.

1.2

Opzet van het verzoek

In voorliggend document geven wij eerst een toelichting op de twee ontwikkelingen die EuroParcs Bad Hoophuizen aan de Varelseweg 211 in Hulshorst heeft voorzien. Vervolgens wordt per ontwikkeling ingegaan op de huidige situatie, beoogde situatie en het (voorheen) geldend bestemmingsplan. Dat inmiddels per 1 januari 2024 onderdeel vormt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Vervolgens wordt kort ingegaan op de vraag of de ontwikkelingen passen binnen de huidige wet- en regelgeving. Ten slotte wordt toegelicht waarom het initiatief planologisch aanvaardbaar is.

5/27

2. LIGGING PLANGEBIED EN BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE EuroParcs Bad Hoophuizen bevindt zich aan de Varelseweg 211 in Hulsthorst. Ten noorden van het plangebied grenst het recreatiepark direct aan het Veluwemeer. Doordat het principeverzoek twee ontwikkelingen behelst wordt een korte beschrijving gegeven van beide ontwikkelingen.

Figuur 2-1. De twee locaties, rood omkaderd aangeduid (Bron: Rho adviseurs)

Kampeerveld Het perceel waarop het kampeerveld is voorzien staat kadastraal bekend als NST01-H-5133 en bevindt zich aan de oostzijde van het park. Het perceel heeft een oppervlakte van 15.249 m2. Het terrein is op dit moment ingericht met een sportveld, sanitairgebouw, kampeerterrein, wadi, groensingel, parkeerterrein en dierenweide. In onderstaande figuren 2 is de huidige situatie verduidelijkt.

Figuur 2-2. Huidige terreinindeling kampeerterrein (Bron: Rho adviseurs) 6/27

Figuur 2-3. Kadastrale informatie

Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening Ter hoogte van de huidige toegang tot het recreatiepark, direct aan de Munnekesteeg, bezit EuroParcs een aantal agrarische percelen. In de huidige situatie zijn deze percelen dan ook agrarisch in gebruik. Op dit moment wordt er beweid en wordt er mest uitgereden. Op een deel van deze percelen is de openbare parkeervoorziening met schuilhut voorzien. Deze percelen bevinden zich aan de Munnekesteeg, langs de zuidoostgrens van EuroParcs Bad Hoophuizen. De percelen staan kadastraal deels bekend als NST01-H-351, NST01-H-350, NST01-H-348 en NST01-H-349. Deze percelen hebben een totale oppervlakte van circa 5.000 m2.

Figuur 2-4. Huidige situatie Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening (Bron: Google, bewerking Rho adviseurs)

7/27

Figuur 2-5. Kadastrale informatie

8/27

3. BEOOGDE SITUATIE 3.1

Kampeerveld

Het bestemmingsplan ‘Varelseweg 211 Hulshorst’ maakt deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. In de regels van dit bestemmingsplan (zie ook paragraaf 4.1) is vastgelegd dat ten minste 50 toeristische standplaatsen op EuroParcs Bad Hoophuizen aanwezig dienen te zijn. Daarvan mogen er maximaal 30 worden ondergebracht op het voormalig dagrecreatieterrein. Op dit moment wordt niet voldaan aan het aantal van 50 toeristische kampeerplaatsen. Op dit moment zijn hooguit verdeeld over het terrein enkele plekken te vinden die nog kunnen worden ingericht als kampeerplaats. Er zal dan echter sprake zijn een verspreide ligging en van (mede daardoor) grote afstand tot sanitaire voorzieningen. Daarom is overleg met de gemeente gezocht naar een beter alternatief. Een oplossing is gevonden in een herinrichting van het kampeerveld op het voormalig dagrecreatieterrein. Door herinrichting kunnen hier 50 toeristische kampeerplaatsen worden ondergebracht. De hoofdopzet van het terrein zal in de toekomstige situatie niet wijzigen. De parkeerplaatsen in het linker deel, de dierenweide, het sanitairgebouw, de groensingel tussen het parkeerterrein en het kampeerveld en de huidig aanwezige wadi op het kampeerterrein (zie figuur 2) zullen niet wijzigen. De parkeerplaats biedt ruimte aan 12 campers, 56 parkeerplaatsen voor auto’s en 15 plekken voor boottrailers.

Het kampeerterrein zal worden ingericht met 47 kampeerplaatsen van circa 81 m2 plus 3 plaatsen van circa 40 m2. Het voorstel is om de bestaande enkelbestemming ‘Groen’ (zie hoofdstuk 4) op een aantal plaatsen ten behoeve van de verkaveling recht te trekken en meer in overeenstemming met de werkelijke situatie te brengen. Daarnaast zal het aanwezige groen worden versterkt met nieuwe aanplant, zodat een robuuste groensingel gewaarborgd is. Een indicatieve weergave van de ontwikkeling is opgenomen in onderstaande figuur.

Figuur 3-1. Schets toekomstige inrichting (Bron: Rho adviseurs)

9/27

3.2

Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening met natuurspeeltuin

Op een deel van de beschreven percelen zullen parkeervoorzieningen en een schuilhut worden aangelegd. De parkeervoorziening fungeert als Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening voor daggasten die het strand van het Veluwemeer bezoeken. Deze daggasten parkeren nu langs de Varelseweg en belemmeren daarmee de bereikbaarheid van Bad Hoophuizen voor hulpdiensten. De parkeervoorziening biedt hiervoor een oplossing. Omvang openbare parkeervoorziening Het strand van EuroParcs Bad Hoophuizen is van oudsher openbaar toegankelijk. De daggasten parkeren momenteel over een totale lengte van ongeveer 400 meter in beide bermen van de Varelseweg tussen entree van het recreatiepark tot voorbij de kruising van de Varelseweg met de Randmeerweg. Op topdagen gaat dat om circa 125 auto’s. De aan weerszijden in de berm geparkeerde voertuigen belemmeren de toegang voor de hulpdiensten. Aan deze voertuigen zal de openbare parkeervoorziening een parkeerplek bieden.

Figuur 3-2. Terreinindeling beoogde situatie (Bron: Rho adviseurs)

10/27

Parkeerverbod Varelseweg In aanvulling op de openbare parkeervoorziening wordt voorgesteld om op de Varelseweg de volgende maatregelen te treffen die het parkeren in de berm zullen voorkomen. Er worden houten anti-parkeerpaaltjes geplaatst op de volgende wegdelen: ● Aan weerszijden van de Varelseweg tussen de entree van het park en 150 m voorbij de Randmeerweg. ● Over 150 meter aan weerszijden van de Randmeerweg vanaf de kruising met de Varelseweg. De onderlinge afstand tussen de parkeerpaaltjes aan weerszijden van de weg zal circa 5,0 m bedragen, zodat het 4,50 m breed transport met bouwdelen van recreatiewoningen mogelijk blijft. Daarnaast zal tussen de Randmeerweg en de toegang tot de openbare parkeervoorziening een passeerstrook worden gemaakt (20 m lang; 5,50 m breed) waar twee vrachtauto’s en/of caravans elkaar kunnen passeren. Voorgesteld wordt om het deel van de Varelseweg tussen de Randmeerweg en de entree van het vakantiepark te voorzien van een parkeerverbod. Inrichting terrein Op bovenstaande figuur is een schets van de terreininrichting opgenomen. Het voornemen is om de openbare parkeervoorziening / het Toeristisch OverstapPunt te voorzien van de volgende elementen: ● Een parkeervoorziening met circa 125 parkeerplaatsen. De parkeerplekken worden voorzien van doorgroeistenen of grasdallen. Parkeren is gratis, net als in de rest van de gemeente Nunspeet.

● Een optie die mogelijk wordt overwogen is om op het parkeerterrein circa 20 parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen te realiseren. Dan dient te worden voorzien in 10 laadpalen, mogelijk gecombineerd met zonnepanelen boven de parkeerplaatsen. Ten behoeve van de laadpalen zullen kabels moeten worden aangelegd. Hiertoe zal een aansluiting bij Liander moeten worden aangevraagd. De realisatie en exploitatie van de laadplekken zal worden aanbesteed bij een professionele aanbieder. De zal te zijner tijd de benodigde vergunningen regelen. Vooruitlopend hierop dient in de ruimtelijke procedure wel rekening te worden gehouden met deze optie. Met name met betrekking tot eventueel te plaatsen zonnepanelen dient een goede afweging te worden gemaakt in het kader van de landschappelijke uitstraling. ● Er komt één houten schuilhut met zit- en rustgelegenheid. De hut kijkt uit over het landschap. Deze hut kan bijvoorbeeld worden voorzien van een sedumdak, zonnepanelen en een klein windmolentje. Daarmee wordt energie geleverd om onder meer de mobiele telefoon op te laden. ● Het terrein zal groen worden ingepast op een dusdanig manier dat geparkeerde auto’s niet zichtbaar zijn, maar op een manier waarbij zo min mogelijk inbreuk wordt gemaakt op het open landschap.

Daartoe wordt gebruik gemaakt van strategisch geplaatste houtopstanden en bomen die passen in het coulisselandschap dat in de omgeving voorkomt. Er zal voor de locatie een groen- en beheerplan worden opgesteld. De toe te voegen beplanting zal bijdragen aan de biodiversiteit van het gebied. Eigendom en beheer Over eigendom en beheer worden nog nadere afspraken gemaakt tussen EuroParcs en de gemeente Nunspeet. Een van de opties is om het perceel in eigendom van en beheer van Natuurmonumenten te geven. Dit wordt nader verkend. Doelen van de ontwikkeling De realisatie van de beoogde openbare parkeervoorziening op de kavels direct buiten het park heeft twee doelen: ● Bereikbaarheid voor hulpdiensten Het garanderen van de bereikbaarheid van EuroParcs Bad Hoophuizen voor hulpdiensten. Dagbezoek dat gebruik maakt van het strand van het Veluwemeer parkeert nu in de berm van de Varelseweg. Daardoor wordt de bereikbaarheid van hulpdiensten ernstig belemmerd. Omwille van veiligheid wordt een maatregel genomen in de vorm van de aanleg van een openbare parkeervoorziening en anti-parkeermaatregelen langs de Varelseweg. ● Toeristisch OverstapPunt (TOP) De openbare parkeervoorziening biedt een parkeerplek aan toeristen om te voet of per fiets de omgeving te verkennen.

Dit Toeristisch OverstapPunt (TOP) zal mogelijk ook worden voorzien van een aantal voorzieningen zoals laadpalen voor elektrische auto’s, een oplaadpunt voor elektrische fietsen en een schuilhut. In de planologische procedure zal hierop worden geanticipeerd.

11/27

4. GELDENDE PLANNEN Ter plaatse is het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet van toepassing in de vorm van het bestemmingsplan ‘Varelseweg 211 Hulshorst’ (vastgesteld 27-05-2021). Per locatie is een overzicht gemaakt van de ter plaatse geldende bestemmingen.

4.1

Kampeerveld

In onderstaande figuur is de huidige terreininrichting en geldende bestemming op het voormalig dagrecreatieterrein af te lezen. Het grootste deel kent de enkelbestemming “Recreatie – Gemengd terrein” dat de “Functieaanduiding Specifieke vorm van recreatie – 1” heeft. In het bestemmingsplan is vastgelegd dat hier maximaal 30 toeristische standplaatsen zijn toegestaan. Er is geen bebouwing toegestaan met uitzondering van voorzieningengebouwen voor sanitair. Het terrein wordt omzoomd door een groensingel die de “Enkelbestemming Groen” heeft.

Figuur 4-1. Huidige situatie en het tijdelijke deel van het omgevingsplan

Conclusie De ontwikkeling is niet mogelijk omdat op basis van het bestemmingsplan er niet meer dan 30 kampeerplaatsen zijn toegestaan, waar het plan van 50 plaatsen uitgaat. Een deel van de beoogde kampeerplaatsen overlapt de enkelbestemming Groen. Hierdoor is er strijdigheid met het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

12/27

4.2

Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening met schuilhut

In onderstaande figuur is te zien dat de kavels waarop het Toeristisch OverstapPunt zal worden gerealiseerd de enkelbestemming “Natuur – Landschap” en de “Gebiedsaanduiding Waarde – Randmeerkust” als ook de Gebiedsaanduiding “Overige zone – Gelders natuurnetwerk” kent.

Figuur 4-2. Huidige situatie en het tijdelijke deel van het omgevingsplan

Conclusie ● Openbare parkeervoorziening In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat de voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden onder meer zijn bestemd voor “voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische overstappunten”. Het realiseren van een openbare parkeervoorziening is dan ook mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. ● Schuilhut/picknicknut Op de voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. De overdekte picknickplaatsen en parkeerplaatsen zijn bij gebrek aan dichte wanden – geen gebouwen, maar bouwwerken zodat aan deze regel wordt voldaan. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan voorziet overigens in een mogelijkheid om op basis van een omgevingsvergunning met wanden omklede vogelkijkhutten te realiseren met een maximum oppervlakte van 40 m² en een bouwhoogte van 6 m, onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de aangrenzende gronden. ● Vergraven van gronden Voor zover vergraving van gronden nodig is voor de aanleg van het terrein, is een omgevingsvergunning nodig. Dit geldt ook voor de aanleg van kabels/leidingen. ● Aanplant groen Ook voor de aanplant van groen is omgevingsvergunning nodig.

Als toetsingscriterium voor een omgevingsvergunning geldt dat deze slechts kan worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de gronden. Vanwege de aanduiding “Overige zone - Gelders natuurnetwerk” dienen de gronden mede voor het behoud, het herstel en de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk. Hieraan zal aandacht moeten worden besteed, zie hoofdstuk 5.

13/27

5. BELEID 5.1

Provinciaal beleid

5.1.1 Omgevingsverordening Gelderland In de Gelderse Omgevingsvisie geeft de provincie de ruimtelijke visie op Gelderland weer en geeft aan waar de komende jaren door de provincie op wordt ingezet: ruimte voor economische ontwikkeling, een gezonde en veilige woonomgeving en goede kwaliteit van bodem, water, natuur en landschap. Een aantal onderwerpen uit de Omgevingsvisie Gelderland is juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland. De regels uit deze verordening zijn van belang en gelden voor omgevingsplannen van gemeenten. De ontwikkelingen binnen EuroParcs Bad Hoophuizen worden in deze paragraaf getoetst aan de relevante artikelen. Cursief is het artikel beschreven, vervolgens wordt aan het artikel getoetst. Kampeerveld Conform de omgevingsverordening Gelderland is het plangebied aangeduid als een ‘groene ontwikkelingszone’. Zie onderstaande figuur. De artikelen die van toepassing zijn op deze gebiedsaanduiding zijn opgenomen in de bijlage.

Figuur 5-1. Het plangebied is aangeduid als ‘groene ontwikkelingszone’ (Bron: Omgevingswetloket)

Ten behoeve van de ontwikkeling wordt ingezet op een groene inpassing. Zo wordt een robuuste groenstrook gerealiseerd en worden bomen aangeplant. Hierdoor is er een natuurlijke overgang tussen de omliggende natuur en het kampeerveld. Ten behoeve van de ontwikkeling zal onderzoek uitgevoerd worden waaruit moet blijken dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen (conform de bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone), per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt. Daarnaast zal aangetoond moeten worden dat de samenhang niet verloren gaat. Indien er een motivering wordt opgesteld zal in de toelichting een beschrijving van het desbetreffende onderzoek worden opgenomen. Hierin zullen de te verwachten effecten van de ontwikkeling worden beschreven. Bij het opstellen van een omgevingsplan zal invulling worden gegeven aan artikel 5.23 (uit de Omgevingsverordening Gelderland) door middel van het opstellen van een versterkingsplan. Dit zal worden meegenomen in het op te stellen omgevingsplan. De uit te voeren versterking zal worden geborgd in het op te stellen omgevingsplan. Van belang is daarnaast: ● Het terrein is nu al ingericht als kampeer- en parkeerterrein; ● Het terrein wordt groen ingepast, waardoor er een verbetering ter plaatse zal zijn.

14/27

Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening met schuilhut Zoals eerder in het stuk is aangegeven bevindt de locatie waar het Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening met schuilhut zich in het Gelders natuurnetwerk, binnen het zoekgebied voor nieuwe natuur. In de omgevingsverordening Gelderland is een paragraaf opgenomen met oog op de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk.

Figuur 5-2. Het plangebied is bevindt zich in het ‘Gelders natuurnetwerk’ (Bron: Omgevingswetloket)

In de omgevingsverordening is opgenomen dat een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen is toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen nadelige gevolgen zijn voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk zoals bedoeld in bijlage ‘Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Indien de ontwikkeling zorgt voor nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders Natuurnetwerk, dan dient er gecompenseerd te worden door middel van fysieke natuurcompensatie. Een andere optie is gebruik maken van de Compensatiepool Gelders natuurnetwerk. Echter zijn de gronden die anders worden ingericht niet opgenomen door de provincie Gelderland in de Compensatiepool Gelders natuurnetwerk. Indien gebruik gemaakt wordt van een fysieke natuurcompensatie, dan moet er een compensatieplan worden opgesteld. Vervolgens moet de fysieke natuurcompensatie worden geborgd in het op te stellen omgevingsplan. Het huidig gebruik ter plaatse van het overstappunt is agrarisch en geen natuur waardoor er geen wezenlijke natuurwaarden aanwezig zijn. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat het opstellen van een natuurcompensatieplan niet nodig is.

Op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan ‘Varelseweg 211 Hulshorst’ zijn voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik zoals parkeervoorzieningen ten behoeve van Toeristisch OverstapPunten al toegestaan. De relevant artikelen uit de omgevingsverordening zijn opgenomen in de bijlage.

15/27

5.2

Regionaal beleid

5.2.1 Vitale Vakantieparken Met de beoogde ontwikkeling wordt een kans uit het Programma vitale vakantieparken verzilverd. Dit is een kansrijk bedrijf dat de basis op orde heeft en ontwikkelkansen benut. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage.

5.3

Gemeentelijk beleid

5.3.1 Omgevingsvisie Nunspeet De Omgevingsvisie van de gemeente Nunspeet is slechts beperkt van toepassing op onderhavig plan. De visie behandelt niet wat de ambities van de gemeente zijn voor onderhavig plan. In algemene zin kan gezegd worden dat het plan aansluit bij de ambities rond duurzame ontwikkeling van het buitengebied. Het plan levert een bijdrage aan het behouden van een divers aanbod aan functies in het buitengebied. De omgevingsvisie voorziet in het parkeren aan de randen. Door middel van de realisatie van het Toeristisch OverstapPunt wordt een concrete invulling gegeven aan het verbeteren van de bereikbaarheid en toegankelijkheid. Er wordt concreet invulling gegeven aan het doel om auto’s op een parkeerterrein aan de rand van het toeristisch recreatief gebied landschap op te vangen. Dit draagt bij aan een beperking van het autoverkeer binnen het toeristisch recreatief gebied. Daarnaast draagt een parkeervoorziening bij aan de (verkeers)veiligheid omdat parkeren in de berm kan worden tegengegaan. Het plan is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie Nunspeet. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage.

16/27

6. PROCEDURE Het initiatief is in strijd met het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. Om het initiatief mogelijk te maken zijn er twee planologische procedures voorstelbaar: - het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA); - het wijzigen van het omgevingsplan.

6.1

buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Een omgevingsvergunning kan per definitie alleen worden aangevraagd voor concrete en afgebakende activiteiten. Zowel de plannen voor de 50 kampeerplaatsen als voor het Toeristisch OverstapPunt zijn voldoende concreet.

6.2

Het wijzigen van het omgevingsplan

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft gemeente Nunspeet een omgevingsplan van rechtswege. Wanneer een ontwikkeling niet past in dit omgevingsplan en het omgevingsplan moet worden gewijzigd gebeurt dit door middel van een wijzigingsbesluit. Een wijzigingsbesluit omgevingsplan bestaat uit: een motivering , regels, een algemene toelichting (wettelijk niet verplicht), een artikelsgewijze toelichting (wettelijk niet verplicht) en toepasbare regels (wettelijk niet verplicht). Het opstellen van een wijzigingsbesluit vraagt om nauwgezette afstemming met de gemeente Nunspeet ten aanzien van vorm, inhoud en reikwijdte. Wij adviseren voor de startfase van de Omgevingswet een aanpak die bestaat uit twee sporen: 1. Het vertrouwde spoor van het bepalen van uitgangspunten en doelen, het verrichten van het benodigde (milieu)onderzoek en het toetsen aan relevant beleid, gevolgd door de beschrijving van de relatie daarvan met uw plannen. 2. Het nieuwe spoor van het vormgeven van het (juridische) wijzigingsbesluit van het omgevingsplan en de relatie daarbij met de te maken keuzes voor de vormgeving en inhoud van het omgevingsplan. Nadat de twee sporen hebben geresulteerd in een (voor)ontwerp wijzigingsbesluit volgt de (wettelijke) procedure.

TIJDELIJKE ALTERNATIEVE MAATREGEL Daarnaast wijzen wij erop dat veel zaken onder de Omgevingswet nog onzeker zijn, zoals de digitale ontsluiting (DSO) onder de Omgevingswet. Momenteel wordt landelijk gewerkt met een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) zodat in de tussen tijd, initiatieven in de vorm van vergunningen of wijzigingsbesluiten van omgevingsplannen, toch gepubliceerd kunnen worden als blijkt dat de digitalisering niet volledig werkt en/of een gemeente hier nog niet klaar voor is. Feitelijk is dit een soort bypass. TAM-IMRO-besluiten maken juridisch gezien deel uit van het (‘nieuwe’) omgevingsplan, maar hebben technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO). Dit heeft voor het project mogelijk consequenties als het gaat om het te maken product: als het DSO werkt en alle processen bij de gemeente volledig zijn ingevoerd dan gaat het om de beschreven wijziging van het omgevingsplan. Als echter niet alles werkt en/of de gemeente is er nog niet klaar voor, kan een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) noodzakelijk zijn.

6.3

Conclusie: BOPA het meest geschikt

Het planvoornemen is op dit moment nog niet uitgewerkt als bouwplan. Daarvoor moet de gemeente eerst hebben aangegeven of zij in principe medewerking willen verlenen. Vervolgens kan het plan vrij snel uitgewerkt worden. Gezien de beperkte planologische strijdigheid en er geen natuurcompensatie gedaan hoeft te worden en de TOP past binnen de huidige bestemmingsregels, achten wij, het bovenstaande overwegende, een BOPA het meest geschikt.

17/27

7. PLANOLOGISCHE AFWEGING Kort samengevat: ● De realisatie van beide ontwikkelingen op EuroParcs Bad Hoophuizen is beleidsmatig mogelijk. Belemmeringen worden op voorhand niet verwacht. In het kader van de planologische procedure worden de effecten van ontwikkelingen op de omgeving en de kwaliteit onderbouwd en getoetst. ● De realisatie van de beoogde openbare parkeervoorziening op de kavels direct buiten het park heeft twee doelen: Het garanderen van de bereikbaarheid van EuroParcs Bad Hoophuizen voor hulpdiensten. Dagbezoek dat gebruik maakt van het strand van het Veluwemeer parkeert nu in de berm van de Varelseweg. Daardoor wordt de bereikbaarheid van hulpdiensten ernstig belemmerd. Omwille van veiligheid wordt een maatregel genomen in de vorm van de aanleg van een openbare parkeervoorziening en anti-parkeermaatregelen langs de Varelseweg. Toeristisch OverstapPunt (TOP) De openbare parkeervoorziening biedt een parkeerplek aan toeristen om te voet of per fiets de omgeving te verkennen. Dit Toeristisch OverstapPunt (TOP) zal mogelijk ook worden voorzien van een aantal voorzieningen zoals laadpalen voor elektrische auto’s, een oplaadpunt voor elektrische fietsen en een schuilhut. In de planologische procedure zal hierop worden geanticipeerd.

● De ontwikkeling van het kampeerveld is niet mogelijk omdat op basis van het bestemmingsplan er niet meer dan 30 kampeerplaatsen zijn toegestaan, waar het plan van 50 plaatsen uitgaat. Een deel van de beoogde kampeerplaatsen overlapt de enkelbestemming Groen. ● Ter plaatse van de locatie waar de ontwikkeling van de openbare parkeervoorziening voornemens is, is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat de voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden onder meer zijn bestemd voor “voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische overstappunten”. Het realiseren van een openbare parkeervoorziening is dan ook mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. ● Ter plaatse van de locatie waar de ontwikkeling van de schuilhut/picknickhut is beoogd, is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat op de voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. De overdekte picknickplaatsen en parkeerplaatsen zijn bij gebrek aan dichte wanden – geen gebouwen, maar bouwwerken zodat aan deze regel wordt voldaan.

Het tijdelijke deel van het omgevingsplan voorziet overigens in een mogelijkheid om op basis van een omgevingsvergunning met wanden omklede vogelkijkhutten te realiseren met een maximum oppervlakte van 40 m² en een bouwhoogte van 6 m, onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de aangrenzende gronden. ● Voor zover vergraving van gronden nodig is voor de aanleg van het terrein, is een omgevingsvergunning nodig. Dit geldt ook voor de aanleg van kabels/leidingen en het aanplanten van groen. Als toetsingscriterium voor een omgevingsvergunning geldt dat deze slechts kan worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de gronden. Vanwege de aanduiding “Overige zone - Gelders natuurnetwerk” dienen de gronden mede voor het behoud, het herstel en de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk. ● Ten behoeve van het kampeerveld wordt ingezet op een groene inpassing. Zo wordt een robuuste groenstrook gerealiseerd en worden bomen aangeplant. Hierdoor is er een natuurlijke overgang tussen de omliggende natuur en het kampeerveld.

Ten behoeve van de ontwikkeling zal een onderzoek uitgevoerd worden waaruit moet blijken dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen (conform de bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone), per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt. Daarnaast zal aangetoond moeten worden dat de samenhang niet verloren gaat. Van belang is daarnaast dat het terrein nu al ingericht als kampeer- en parkeerterrein en het terrein groen wordt ingepast waardoor er een verbetering ter plaatse zal zijn. ● Hoewel als Natuur bestemd is het huidig gebruik ter plaatse van het Toeristisch OverstapPunt agrarisch en geen natuur, als gevolg van het overgangsrecht. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat het opstellen van een natuurcompensatieplan niet nodig is. ● De ontwikkelingen sluiten aan bij het regionaal- en gemeentelijk beleid.

18/27

●

Gezien de beperkte planologische strijdigheid achten wij het opstellen van een BOPA het meest geschikt.

Gelet op het voorgaande verzoeken wij u dan ook in te stemmen met de inrichting van een kampeerterrein met 50 toeristische kampeerplaatsen op het voormalige dagrecreatieterrein en een Toeristisch OverstapPunt en een openbare parkeervoorziening met enkele voorzieningen op percelen direct buiten het park.

19/27

Bijlage 1 Beleid Provinciaal beleid Omgevingsverordening Gelderland Kampeerveld Artikel 5.19 (oogmerk instructieregels over de Groene ontwikkelingszone) Deze paragraaf is opgenomen met het oog op: a. het bevorderen van de samenhang tussen de natuurgebieden, waardoor het Gelders natuurnetwerk versterkt wordt; en b. het zoneren van de overgang tussen natuurfuncties en andere functies. Artikel 5.20 (beschermen Groene ontwikkelingszone) 1. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. 2. De versterking wordt bepaald aan de hand van de bijlage Versterking Groene ontwikkelingszone. Artikel 5.22 (onderzoek kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone) 1. Bij toepassing van artikel 5.20 bevat de toelichting bij het omgevingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone. 2. In de beschrijving van de onderzoeksresultaten worden in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige: a.

actuele en potentiële natuurwaarden; b. in het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode lijsten; en c. ecologische samenhang. 3. Voor zover de ontwikkeling of activiteit daar effect op kan hebben, wordt in de beschrijving van de onderzoeksresultaten betrokken de in het gebied aanwezige: a. kwaliteit van water, bodem en lucht; b. stilte, rust en duisternis; en c. landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf. Artikel 5.23 (versterkingsplan) Als de Groene ontwikkelingszone wordt versterkt op grond van artikel 5.20, eerste lid, onderdeel a, bevat het omgevingsplan dat de activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt een versterkingsplan, dat in ieder geval inzicht geeft in: a. hoe verzekerd is dat de versterking wordt uitgevoerd; b. hoe monitoring van en rapportage over de uitvoering van de versterking plaatsvinden; c. hoe de natuur wordt ingericht en beheerd gedurende de ontwikkeltijd; d. de locatie waar de nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone optreden; en e. de locatie waarop de versterking plaatsvindt. Artikel 5.24 (borging versterking) Planologische verankering van de versterking vindt plaats in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen omgevingsplan als waarin de nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

20/27

Artikel 5.25 (borging uitvoering versterking) 1. De uitvoering van de versterking wordt verzekerd door het opnemen van een gebod of voorwaardelijke verplichting in het omgevingsplan dat de nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt. 2. Het gebod of de voorwaardelijke verplichting bepaalt dat: a. alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden van het omgevingsplan als de maatregelen overeenkomstig het versterkingsplan worden uitgevoerd binnen een termijn van vijf jaar, of zo mogelijk een kortere termijn, na vaststelling van het omgevingsplan waarin de activiteit is toegelaten; en b. de maatregelen overeenkomstig het versterkingsplan in stand worden gehouden. 3. In afwijking van het tweede lid, onder a, geldt dat als op de locatie van de fysieke ingreep een beschermde inheemse diersoort of een soort, genoemd in de nationale Rode Lijsten, voorkomt, alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden van het omgevingsplan nadat de maatregelen conform het versterkingsplan zijn uitgevoerd.

Toeristisch OverstapPunt en openbare parkeervoorziening met schuilhut Artikel 5.5 (beschermen kwaliteit Gelders natuurnetwerk) 1. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties in het Gelders natuurnetwerk, wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als uit onderzoek blijkt dat die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. 2. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met de artikelen 5.12 tot en met 5.17 worden gecompenseerd: a. in de nabijheid van het Gelders natuurnetwerk; of b. in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland zijn aangeduid met code N00.01. Artikel 5.8 (afwijkingsmogelijkheden uitbreiding bestaande activiteit) 1. In afwijking van artikel 5.5, eerste lid, kan een omgevingsplan een uitbreiding van een bestaande activiteit binnen het Gelders natuurnetwerk alleen toelaten als: a. voor die uitbreiding geen reële alternatieven voorhanden zijn; b. de kernkwaliteiten van het gebied in hun onderlinge samenhang bezien per saldo worden versterkt; en c. de versterking en uitvoering hiervan planologisch worden verzekerd in overeenstemming met de artikelen 5.12 tot en met 5.17. 2.

In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan een uitbreiding van een in bijlage Groeilocaties groei-krimpbeleid Veluwe bedoeld bedrijf alleen mogelijk maken als: a. de uitbreiding plaatsvindt op een in bijlage Groeilocaties groei-krimpbeleid Veluwe aangegeven uitbreidingslocatie; b. het toegekend aantal hectares uit bijlage Groeilocaties groei-krimpbeleid Veluwe niet wordt overschreden; c. de uitbreiding uiterlijk op 1 januari 2027 is opgenomen in een onherroepelijk omgevingsplan; en d. de initiatiefnemer per hectare aan natuur die verloren gaat door de uitbreiding een vergoeding van € 33.000 aan de provincie heeft betaald. Artikel 5.12 (fysieke natuurcompensatie) Een omgevingsplan dat een activiteit of ontwikkeling met nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk toelaat, bepaalt dat de nadelige gevolgen kunnen worden gecompenseerd door fysieke natuurcompensatie, als: a. de omvang van de fysieke natuurcompensatie gelijk is aan de oppervlakte van het aangetaste areaal, vermeerderd met de volgende toeslag: 1. geen toeslag bij natuur met een ontwikkeltijd van vijf jaar of minder; 2. 1/3e deel van de oppervlakte bij natuur met een ontwikkeltijd tussen de 5 en 25 jaar; 3. 2/3e deel van de oppervlakte bij natuur met een ontwikkeltijd tussen 25 en 100 jaar; of

21/27

4. een nader te bepalen oppervlakte bij natuur met een ontwikkeltijd van meer dan 100 jaar. b. de compensatie wordt uitgevoerd: 1. in overeenstemming met bijlage Gelijkwaardige natuurbeheertypen; 2. in overeenstemming met de ontwikkeltijd per natuurbeheertype genoemd in bijlage Ontwikkeltijd natuurbeheertypen; en 3. in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan zijn aangeduid met code N00.01 of in de nabijheid van het Gelders natuurnetwerk. Artikel 5.13 (compensatiepool provincie: kleinschalige ontwikkelingen) Een omgevingsplan dat een activiteit of ontwikkeling met nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk toelaat, bepaalt dat de nadelige gevolgen kunnen worden gecompenseerd door gebruik te maken van vooraf door de provincie met dit doel als natuur ingerichte gronden als: a. fysieke natuurcompensatie in de nabijheid van de aantasting van het Gelders natuurnetwerk door initiatiefnemer niet mogelijk is; b. wordt voldaan aan de artikelen 5.12, 5.16, 5.17 en 5.18; c. voldoende grond beschikbaar is als bedoeld in de bijlage Compensatiepool Gelders natuurnetwerk; d. een nader te bepalen vergoeding aan de provincie wordt betaald; en e. de oppervlakte van het te compenseren areaal, inclusief de eventueel vereiste hectaretoeslag, kleiner is dan 0,5 hectare.

Artikel 5.14 (compensatiepool derden) Een omgevingsplan dat een activiteit of ontwikkeling met nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk toelaat, bepaalt dat de nadelige gevolgen kunnen worden gecompenseerd door gebruik te maken van vooraf door, in opdracht van of in overeenstemming met de initiatiefnemer met dit doel als natuur ingerichte gronden als: a. wordt voldaan aan de artikelen 5.12, 5.16, 5.17 en 5.18; en b. de ingerichte gronden zijn opgenomen in de bijlage Compensatiepool Gelders natuurnetwerk. Artikel 5.15 (onderzoek kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk) 1. Bij toepassing van artikel 5.5, eerste lid, bevat de toelichting bij het omgevingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk. 2. In de beschrijving van de onderzoeksresultaten worden in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige: a. actuele en potentiële natuurwaarden; b. in het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode lijsten; en c. ecologische samenhang. 3. Voor zover de ontwikkeling of activiteit daar effect op kan hebben, wordt in de beschrijving van de onderzoeksresultaten betrokken de in het gebied aanwezige: a.

kwaliteit van lucht, water en bodem; b. stilte, rust en duisternis; en c. landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf. Artikel 5.16 (compensatieplan voor fysieke natuurcompensatie) Bij toepassing van fysieke natuurcompensatie als bedoeld in artikel 5.12 bevat het omgevingsplan een compensatieplan dat in ieder geval inzicht geeft in: a. hoe verzekerd is dat de fysieke natuurcompensatie wordt uitgevoerd; b. hoe monitoring van en rapportage over de uitvoering van de fysieke natuurcompensatie plaatsvinden; c. hoe de natuur wordt ingericht en beheerd gedurende de ontwikkeltijd; d. de locatie waar de nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk optreden; en e. de locatie waar wordt gecompenseerd.

22/27

Artikel 5.17 (planologische borging fysieke natuurcompensatie) Als de locatie waar de fysieke natuurcompensatie plaatsvindt nog geen functie heeft die de natuurcompensatie mogelijk maakt, vindt de planologische verankering van fysieke natuurcompensatie plaats in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen omgevingsplan als dat waarin de nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Artikel 5.18 (borging uitvoering fysieke natuurcompensatie) 1. De uitvoering van de fysieke natuurcompensatie wordt verzekerd door het opnemen van een gebod of voorwaardelijke verplichting in het omgevingsplan dat de nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt. 2. Het gebod of de voorwaardelijke verplichting bepaalt dat: a. alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden van het omgevingsplan als de maatregelen overeenkomstig het compensatieplan worden uitgevoerd binnen een termijn van vijf jaar, of zo mogelijk een kortere termijn, na vaststelling van het omgevingsplan waarin de activiteit is toegelaten; en b. de maatregelen overeenkomstig het compensatieplan in stand worden gehouden. 3.

In afwijking van het tweede lid, onder a, geldt dat als op de locatie van de fysieke ingreep een beschermde inheemse diersoort of een soort, genoemd in de nationale Rode Lijsten, voorkomt, alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden van het omgevingsplan nadat de maatregelen conform het compensatieplan zijn uitgevoerd.

Regionaal beleid Vitale Vakantieparken Onder de noemer 'Vitale Vakantieparken' werken ondernemers en overheid aan de kwaliteit van het verblijf op vakantieparken en campings:  Economisch: gericht op innovatie in de sector;  Ruimtelijk: de mogelijkheden scheppen om innovatie mogelijk te maken;  Leefbaarheid: om een plezierig verblijf te bevorderen. Het programma Vitale Vakantieparken streeft naar een ondernemende recreatiesector waarin bedrijven marktgericht en duurzaam ondernemen. Om ondernemers en gemeenten te ondersteunen bij het verzilveren van (nu nog onbenutte) kansen is een zogenaamde 'kansenkaart' ontwikkeld. In het programma Vitale Vakantieparken werken gemeenten, provincie, recreatieondernemers en vele andere partijen aan nieuwe perspectieven voor de verblijfsrecreatie op de Noord-Veluwe. Het perspectief staat beschreven in het streefbeeld voor 2030: een vitale en ondernemende sector. Om dit te ondersteunen heeft Vitale Vakantieparken een 'kansenkaart' ontwikkeld waarmee ondernemers en gemeenten in gesprek kunnen gaan over ontwikkelkansen. De kansenkaart voor de verblijfsrecreatie beschrijft welke (combinaties van) locaties, marktsegmenten en type bedrijven de komende decennia naar verwachting kansrijk zijn in de regio. De kansenkaart is daarmee een hulpmiddel voor het gesprek tussen overheden en ondernemers.

Ondernemers kunnen zich door de kansenkaart laten inspireren voor (her) profilering van hun bedrijf. Alleen met een kwalitatief goed en divers aanbod aan vakantieparken kan de (Noord-)Veluwe blijven concurreren met andere populaire binnenlandse vakantiebestemmingen. Vitale Vakantieparken hoopt dat de kansenkaart ondernemers en overheden inspireert en dat de kansen verzilverd gaan worden.

23/27

Figuur B1-1: Verdeling vakantieparken

Het streefbeeld van Vitale Vakantieparken is een vitale en ondernemende sector waarin recreatiebedrijven marktgericht ondernemen. Dat zij dit doen op basis van een duurzame, bedrijfsmatige exploitatie en in een omgeving waar nieuwe en bestaande gasten graag komen. Zo leveren recreatie en toerisme direct- en indirect een belangrijke bijdrage aan de regionale economie. Dit is het plaatje dat Vitale Vakantieparken voor ogen heeft: ● In 2030 bestaat de sector uit circa 150 sterke, ondernemende bedrijven (op dit moment zijn er 280 parken). Deze bedrijven worden gerund door ketens of krachtige coöperaties die marktgericht werken: er is sprake van sterk ondernemerschap, met een duidelijke klant- en belevingsoriëntatie. ● Meer dan nu zijn zij gericht op nieuwe (internationale) doelgroepen. ● Er heeft een fysieke- en organisatorische schaalvergroting plaatsgevonden in de sector. Hiermee zijn toekomstige investeringen en een duurzame, bedrijfsmatige exploitatie mogelijk gemaakt. ● Het succes van bedrijven is voor een belangrijk deel afhankelijk van het management en de mate waarin zij in staat is om voldoende toegevoegde, onderscheidende waarde aan een park toe te voegen. ● De bedrijven zijn aangesloten op de kwaliteiten van de omgeving. Er zijn minder kampeerplaatsen; deze hebben plaatsgemaakt voor innovatieve en authentieke verhuuraccommodaties.

De gasten hebben behoefte aan ontspanning, privacy, goede service en een gevarieerde beleving van de streek. Zij hechten veel belang aan attracties, sport en uitgaan. ● In de vitale verblijfsrecreatiesector van 2030 ligt 'elk bedrijf op de juiste plaats' en sluit het profiel aan op de kracht van de omgeving. Elk bedrijf heeft een duidelijke positionering gekozen. Die is gebaseerd op de kwaliteit van voorzieningen, het al dan niet aanbieden van activiteiten en de waarden die het bedrijf uitdraagt. Ieder park vertelt zijn eigen verhaal en daarmee is het aanbod aan vakantieparken in de Noord-Veluwe een boeiend mozaïek. In het programma Vitale Vakantieparken werken gemeenten, provincie, recreatieondernemers en vele andere partijen samen. De samenwerking is erop gericht om de (Noord-)Veluwe opnieuw de toppositie van belangrijkste vakantiebestemmingen van Nederland te laten veroveren. Daarvoor is het nodig om de kwaliteit en het aanbod van verblijfsrecreatie te versterken.

24/27

Figuur B1-2: Kansenkaart

De basis moet op orde zijn. Uitgangspunten:  het bedrijf ligt op een aantrekkelijke locatie  het bedrijf ligt centraal in Nederland  het bedrijf ontleent het profiel aan haar omgeving  het bedrijf heeft een duurzame, bedrijfsmatige exploitatie  het bedrijf investeert in recreatieproducten Ontwikkelkansen zijn 'Nieuwe gasten', 'helder profiel', 'sterk management' en 'gebruik de omgeving'.

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Nunspeet De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente opgesteld: de Omgevingsvisie Nunspeet. De omgevingsvisie Nunspeet is opgebouwd in thema's en een gebiedsgerichte uitwerking. De visie heeft als planhorizon 2030.  Een betere aanhaking verkrijgen op het centrum, de recreatiefuncties en de bedrijventerreinen;  Verbeteren van de verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming;  Versterken ruimtelijke verblijfskwaliteit;  Een duidelijkere relatie verkrijgen met de Veluwe en het transferium;  Verminderen van de belasting voor woon-, leef- en onderneemklimaat.

25/27

Bijlage 2 BOPA of Wijziging Omgevingsplan Het initiatief is in strijd met het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. Om het initiatief mogelijk te maken zijn er twee planologische procedures voorstelbaar: - het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA); - het wijzigen van het omgevingsplan.

1 BUITENPLANSE OMGEVINGSPLANACTIVITEIT (BOPA) Een omgevingsvergunning kan per definitie alleen worden aangevraagd voor concrete en afgebakende activiteiten. Zowel de plannen voor de 50 kampeerplaatsen als voor het Toeristisch OverstapPunt zijn voldoende concreet. Een BOPA is een beschikking en geen besluit van algemene strekking. Een aanvraag om een BOPA moet een zodanig concrete omschrijving bevatten van initiatief, dat op basis daarvan een uitputtende afweging van relevante aspecten op de fysieke leefomgeving te maken is. Een BOPA niet kan worden aangewend om, vooruitlopend op de vaststelling van een omgevingsplan, een toetsingskader met verschillende invullingsmogelijkheden vast te stellen voor toekomstige nog niet geconcretiseerde bouwplannen. Een BOPA kan er wel voor dienen om toestemming voor het realiseren van een concreet bouwvoornemen te verlenen. Voor de aanvraag om de BOPA zelf geldt in beginsel de reguliere procedure met beslistermijn van 8 weken (en mogelijke verlenging daarvan met éénmalig 6 weken). In sommige situaties wordt de uitgebreide procedure doorlopen: op verzoek van de initiatiefnemer/aanvrager, bijvoorbeeld wanneer er veel bezwaren vanuit de omgeving worden verwacht. Voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA moet een motivering opgesteld worden.

De motivering bij de BOPA bevat inhoudelijk meer onderwerpen dan een ruimtelijke onderbouwing onder de ‘oude’ wetgeving inzake de Wabo: ● ook thema's als gezondheid, duurzaamheid, en veiligheid moeten worden onderzocht; ● er moet worden voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; ● er moet worden voldaan aan instructieregels van Rijk en provincie; ● alle belangen moeten zorgvuldig zijn afgewogen; ● participatie / omgevingsdialoog. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Bij gebruik van een BOPA blijft de onderliggende bestemming in tact. Het is niet mogelijk om de onderliggende bestemming of functie te wijzigen met een BOPA. Dat kan ongewenst zijn. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan (‘buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’) kan de gemeenteraad in de huidige situatie – voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet- beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’. Om het werkbaar te houden wijst de raad gevallen aan waarin die verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Voor alle overige gevallen is deze verklaring dus wel nodig. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd.

Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Gefaseerde buitenplanse omgevingsplanactiviteit De wetgever heeft de mogelijkheid om de BOPA toe te passen verruimd. Een initiatief voldoet op grond van dit tijdelijke artikel ook aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wanneer de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende BOPA. Hierdoor kan eerst met een BOPA een "planologisch" basisbesluit genomen. Daarin kan bijvoorbeeld toestemming op hoofdlijnen toestemming gegeven worden voor de door u gewenste te realiseren woningen: het aantal en type woningen en/of maximum m² BVO voor andere niet-woonfuncties, positionering van de bouwblokken, de bouwhoogtes van de bouwvolumes. Op een later moment kan dan conform die hoofdlijnen een nader uitgewerkte aanvraag ingediend worden om met een tweede (fase) BOPA de feitelijke bouwactiviteiten (of andere activiteiten) toe te staan. Als in de eerste BOPA

26/27

iets al uitdrukkelijk is toegestaan, hoeft niet opnieuw te worden afgewogen of het uitgewerkte plan op dat punt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locatie voldoet. De aanvragen voor de tweede fases kunnen per initiatief/fasering afzonderlijk aangevraagd worden.

2. HET WIJZIGEN VAN HET OMGEVINGSPLAN Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft gemeente Nunspeet een omgevingsplan van rechtswege. Wanneer een ontwikkeling niet past in dit omgevingsplan en het omgevingsplan moet worden gewijzigd gebeurt dit door middel van een wijzigingsbesluit. Een wijzigingsbesluit omgevingsplan bestaat uit: ● Een motivering; ● Regels; ● Een algemene toelichting (wettelijk niet verplicht); ● Een artikelsgewijze toelichting (wettelijk niet verplicht); ● Toepasbare regels (wettelijk niet verplicht). Het opstellen van een wijzigingsbesluit omgevingsplan vergt een andere aanpak dan voorheen bij een bestemmingsplan. Dit instrument is wezenlijk anders dan het instrument bestemmingsplan zoals we dat nu kennen en met de verbrede reikwijdte doen ook nieuwe thema’s als klimaatadaptatie, duurzaamheid en gezondheid hun intrede in de ruimtelijke ordening. Daarnaast is er bij gemeente Eindhoven nog geen definitieve “standaard” opzet beschikbaar voor het omgevingsplan die als basis kan dienen voor het wijzigingsbesluit voor uw project. Gelukkig zijn niet alle werkzaamheden volledig anders dan onder de vorige wet. Het opstellen van een wijzigingsbesluit vraagt om nauwgezette afstemming met de gemeente Nunspeet ten aanzien van vorm, inhoud en reikwijdte. Wij adviseren voor de startfase van de Omgevingswet een aanpak dat bestaat uit twee sporen: 1.

het vertrouwde spoor van het bepalen van uitgangspunten en doelen, het verrichten van het benodigde (milieu)onderzoek en het toetsen aan relevant beleid, gevolgd door de beschrijving van de relatie daarvan met uw plannen; en 2. het nieuwe spoor van het vormgeven van het (juridische) wijzigingsbesluit van het omgevingsplan en de relatie daarbij met de te maken keuzes voor de vormgeving en inhoud van het omgevingsplan. Nadat de twee sporen hebben geresulteerd in een (voor)ontwerp wijzigingsbesluit volgt de (wettelijke) procedure. Deze is nagenoeg gelijk aan de uitgebreide voorbereidingsprocedure voor een bestemmingsplan die onder de Wro werd toegepast (zie 3.3). TIJDELIJKE ALTERNATIEVE MAATREGEL Daarnaast wijzen wij erop dat veel zaken onder de Omgevingswet nog onzeker zijn, zoals de digitale ontsluiting (DSO) onder de Omgevingswet. Momenteel wordt landelijk gewerkt met een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) zodat in de tussen tijd, initiatieven in de vorm van vergunningen of wijzigingsbesluiten van omgevingsplannen, toch gepubliceerd kunnen worden als blijkt dat de digitalisering niet volledig werkt en/of een gemeente hier nog niet klaar voor is. Feitelijk is dit een soort bypass. TAM-IMRO-besluiten maken juridisch gezien deel uit van het (‘nieuwe’) omgevingsplan, maar hebben technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO).

Dit heeft voor uw project mogelijk consequenties als het gaat om het te maken product: als het DSO werkt en alle processen bij de gemeente volledig zijn ingevoerd dan gaat het om de beschreven wijziging van het omgevingsplan. Als echter niet alles werkt en/of de gemeente is er nog niet klaar voor, kan een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) noodzakelijk zijn.

27/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15870421/1