AP 5b Verkenning en afwegingsvoorstel def
Tekst van het document
Verkenning en afwegingsvoorstel ‘Nunspeet verdient een aantrekkelijk centrum’
Juli 2025
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
1.1. Het centrum van Nunspeet
3
1.2. Motie Nunspeet verdient een aantrekkelijk centrum
3
1.3. Lokale Economische Agenda 2024-2028
4
1.4. Terugblik op eerdere trajecten richting een ondernemersfonds
4
2. Scope verkenning en afweging
5
3. Bedrijveninvesteringszone en reclamebelasting
6
3.1. Juridisch en fiscaal
6
3.1.1 Bedrijveninvesteringszone
6
3.1.2 Reclamebelasting
6
3.2. Randvoorwaarden voor invoering
7
3.3. Financiële scenario’s
7
3.4. Uitvoeringskosten en organisatorische implicaties
8
4. Participatietraject
9
4.1. Nunspeet Onderneemt Samen (NOS)
9
4.2. Nunspeet uit de Kunst (NudK)
9
4.3. Ondernemers in het centrum
9
4.3.1 Ondernemersenquête
10
4.3.2 Ondernemersbijeenkomsten
10
4.3.3 Werkgroep ondernemers
11
4.4. Opbrengst participatietraject
11
4.4.1 Centrumafbakening
11
4.4.2 Tariefstructuur
12
4.4.3 Projectplan en begroting
12
4.4.4 Draagvlak
12
4.4.5 Organisatiestructuur
13
5. Risicoanalyse
13
6. Afwegingskader en aanbeveling
14
6.1. Afwegingskader
14
6.2. Tijdspad
15
6.3 Aanbeveling
15
7. Bijlage 1 I Centrumscan Nunspeet, juli 2025
16
2
1. Inleiding 1.1. Het centrum van Nunspeet Het centrum van Nunspeet vervult een belangrijke rol als winkelcentrum binnen de regio Noord-Veluwe. Met een gevarieerd aanbod aan winkels en horecagelegenheden vormt het een levendige en aantrekkelijke ontmoetingsplek voor zowel inwoners als bezoekers uit de omliggende kernen, de regio en het toeristisch publiek. De herinrichting van het marktplein en de Dorpsstraat heeft het centrum verder versterkt als verblijfsgebied. Een belangrijk gratis evenement is de wekelijkse markt, die met ruim 40 standplaatsen een breed en divers aanbod biedt in zowel food- als non-foodproducten. Daarnaast vinden er regelmatig evenementen en activiteiten plaats die bijdragen aan de levendigheid van het centrum. De bereikbaarheid is goed: er zijn ruime parkeermogelijkheden op loopafstand van de winkels, zonder parkeerkosten, en het aantal fietsparkeerplekken is recent uitgebreid. De leegstand in het kernwinkelgebied en de aanloopstraten is relatief beperkt. Toch staat de lokale detailhandel onder druk door toenemende concurrentie van nabijgelegen centra en de groei van online winkelen. In dit licht is de verbetering van de stationsomgeving van strategisch belang. De herinrichting, die medio 2025 wordt opgeleverd, zal de bereikbaarheid en doorstroming aanzienlijk verbeteren.
Bovendien wordt het Stationsplein, samen met de Stationslaan een belangrijke aanlooproute voor voetgangers en fietsers richting het centrum. Om het centrum van Nunspeet veerkrachtig en toekomstbestendig te houden is samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en gemeente essentieel. Investering in beleving, online zichtbaarheid en onderscheidend vermogen is daarbij cruciaal. Voor de continuïteit hiervan en de leefbaarheid is een structurele, gezamenlijke financiële basis wenselijk. 1.2. Motie Nunspeet verdient een aantrekkelijk centrum Tijdens de raadsvergadering van 24 oktober 2024 is de motie ‘Nunspeet verdient een aantrekkelijk centrum’ aanvaard. Met deze motie verzoekt de raad het college om samen met Nunspeet Onderneemt Samen (NOS) te onderzoeken hoe de belangrijkste activiteiten in het centrum, zoals de Eibertjesmarkt, zomermarkten en winterversiering, kunnen doorgaan. En om tegelijkertijd met de betrokken partijen te spreken over een structurele aanpak om het huidige
3
niveau van activiteiten te behouden. Daarbij worden ook de mogelijkheden van een Bedrijveninvesteringszone (BIZ) en reclamebelasting (RB) verkend. 1.3. Lokale Economische Agenda 2024-2025 In de raad van november 2024 is door de gemeenteraad de Lokale economische agenda vastgesteld. Hierin is opgenomen dat er in 2025 een evaluatie plaatsvindt van het werkplan Centrum 2019-2024, dat is opgesteld op basis van de Centrum- en Detailhandelsvisie 2030. En dat er wordt gestart met een nieuw werkplan. Belangrijke aandachtspunten daarin zijn: de kwaliteit van het aanbod, samenwerking, bereikbaarheid, fietsparkeercapaciteit, duurzaamheid en de ruimtelijke uitstraling van het centrum. Verder is opgenomen in de agenda dat, om de leefbaarheid en continuïteit van het centrum te waarborgen, er een structurele financiële basis noodzakelijk is. Dit vraagt om een collectieve aanpak waarin alle betrokken partijen bijdragen en hun rol helder is. Dit sluit aan bij de eerder aangenomen motie. 1.4. Terugblik op eerdere trajecten richting een ondernemersfonds In de afgelopen jaren zijn er al eerder trajecten richting een variant van een ondernemersfonds geweest. In 2015 is een traject doorlopen om te komen tot een BIZ voor het centrum van Nunspeet. Deze zou per 1 januari 2016 in werking treden, mits er voldoende draagvlak was bij de ondernemers.
Eind 2015 bleek uit de draagvlakmeting onder de bijdrageplichtigen dat er onvoldoende draagvlak was voor het invoeren van een BIZ in het centrum. In 2022 is een traject gestart naar de oprichting van een gemeentebreed ondernemersfonds. Bij een gemeentebreed ondernemersfonds kan via een systeem van trekkingsrechten de financiering terugkomen bij ondernemers in deelgebieden, om te gebruiken voor collectieve investeringen in een bepaald gebied. Hieruit kunnen activiteiten zoals promotie, evenementen of aankleding van bijvoorbeeld het centrum worden gefinancierd. Na een uitvoerige discussie in de commissie, met name rondom het thema draagvlak, is de eindconclusie van de commissie dat het voorstel niet ter vaststelling is aangeboden aan de gemeenteraad. In 2023 heeft het college besloten onderzoek te laten doen naar het ‘proces inventarisatie ondernemersfonds Nunspeet’. Dit om in beeld te krijgen hoe het proces is verlopen en wat
4
eventuele leermomenten zijn voor de toekomst. Het onderzoek heeft geleid tot een aantal conclusies en aanbevelingen. De belangrijkste les uit de evaluatie is dat het college de uitvoering van activiteiten die maatschappelijk gevoelig (kunnen) liggen, niet moet overlaten aan derden zonder op z’n minst een goed omschreven opdracht en heldere kaders mee te geven en zonder de gemeentelijke regierol te borgen en vooraf duidelijkheid te hebben over doelen, verwachtingen, rollen en verantwoordelijkheden. Verder is de vinger gelegd bij het scherp hebben van het verschil tussen het beeldvormende ‘gezamenlijk fractieberaad’ in relatie tot de oordeelsvormende fase in de raadscommissie. En is geadviseerd geen standpunten in te nemen voordat deze fase is afgerond. In de commissie Algemeen Bestuur van 11 februari 2025 heeft het college de commissie geïnformeerd over de aanpak om te komen tot een nieuw Werkplan centrum. Hierin is opgenomen dat dit traject gefaseerd wordt uitgevoerd. Fase 1 bestond uit een centrumscan, enquêteonderzoek1 en een aantal gebiedsateliers (ondernemersbijeenkomsten). De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in de Centrumscan Nunspeet, juli 2025 (zie bijlage). Fase 2 zal starten na het behandelen van de verkenning en afwegingsvoorstel.
2. Scope verkenning en afweging In de motie Nunspeet verdient een aantrekkelijk centrum worden activiteiten en evenementen specifiek benoemd om het centrum van Nunspeet aantrekkelijkheid te houden. In dit voorstel is ervoor gekozen om breder te kijken dan alleen activiteiten en evenementen. De aantrekkelijkheid van het centrum komt niet alleen tot stand door activiteiten en evenementen te organiseren. Ook de fysieke inrichting en uitstraling, het winkelaanbod en de voorzieningen, groene inrichting, marketing en promotie, samenwerking en betrokkenheid zijn van belang. Dit sluit ook aan bij: •
De motie en het verzoek om de mogelijkheden van een BIZ en RB te verkennen en de haalbaarheid te onderzoeken. Deze instrumenten hebben tot doel om meer dan alleen activiteiten en evenementen te financieren.
1 Dit betrof een inwonersenquête en een ondernemersenquête. De ondernemersenquête ging onder
meer over samenwerking en financiën. Verder is er input opgehaald t.b.v. het nieuwe werkplan centrum.
5
•
De vastgestelde Lokale economische agenda 2024-2028. Hierin is opgenomen dat, om de continuïteit voor leefbaarheid van het centrum te waarborgen er een degelijke financiële basis nodig is, waaraan iedereen bijdraagt.
•
Het participatietraject (zie hoofdstuk 4). Hieruit blijkt dat er bij de stakeholders en ondernemers meer wensen en ideeën zijn ten aanzien van de aantrekkelijkheid van Nunspeet Centrum dan alleen het organiseren van activiteiten en evenementen.
3. Bedrijveninvesteringszone en reclamebelasting Ondernemers geven aan dat zij bereid zijn om gezamenlijk te investeren, mits er een eerlijke en duurzame financiële structuur wordt ingericht. In dit kader worden de instrumenten BIZ en RB verkend. 3.1 Juridisch en fiscaal 3.1.1 Bedrijveninvesteringzone De BIZ is juridisch verankerd in Wet op de bedrijveninvesteringszones (Stb. 2014, 50). Deze wet biedt gemeenten de mogelijkheid om op verzoek van ondernemers een heffing op te leggen aan alle gebruikers (en eventueel ook eigenaren) van niet-woningen binnen een afgebakend gebied. De heffing wordt via de gemeentelijke belastingheffing (OZB-systematiek) geïnd en de opbrengst wordt beschikbaar gesteld aan een stichting of vereniging die de uitvoering van het activiteitenplan verzorgt. Voor invoering is een formele draagvlakmeting verplicht. Hierbij gelden een aantal criteria: 1. Opkomst: minstens 50% van de stemgerechtigden moet een stem uitbrengen; 2. Instemming: van de uitgebrachte stemmen moet minstens twee derde vóór zijn. 3. WOZ-waarde: de voorstemmers moeten samen ten minste de helft van de totale WOZwaarde vertegenwoordigen. De BIZ wordt ingesteld voor een periode van maximaal vijf jaar, met mogelijkheid tot verlenging. De gemeente stelt een verordening vast waarin het gebied, de heffingsgrondslag, het tarief en de bestedingsdoelen zijn opgenomen.
Fiscaal gezien is de BIZ-heffing een bestemmingsheffing: de opbrengst wordt specifiek besteed aan activiteiten bijdragen aan de leefbaarheid, veiligheid of economische ontwikkeling in het BIZ-gebied. Dat maakt het een bestemmingsheffing, in tegenstelling tot algemene belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. 3.1.2 Reclamebelasting
6
De RB is geregeld in de Gemeentewet (artikel 227) en biedt gemeenten de mogelijkheid om belasting te heffen op openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De gemeente stelt een verordening vast waarin wordt bepaald wat onder reclame valt, wie belastingplichtig is en welk tarief geldt. De opbrengst van de RB kan via een subsidieregeling of fonds worden teruggesluisd naar een ondernemersvereniging of stichting, mits dit transparant en doelgericht gebeurt. Er is geen draagvlakmeting vereist, maar het is raadzaam om vooraf overleg te voeren met ondernemers om draagvlak te creëren. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering, inning en eventuele bezwaarafhandeling. Fiscaal gezien is de RB een bestemmingsheffing en wordt deze als zodanig verantwoord in de gemeentelijke begroting, met een specifieke bestemming van de opbrengst. De opbrengst van de reclamebelasting kan door de gemeente worden teruggesluisd naar een ondernemersvereniging of stichting via een transparante subsidieregeling of dienstverleningsovereenkomst, mits er duidelijke afspraken zijn over de besteding, uitvoering en verantwoording van de middelen. 3.2 Randvoorwaarden voor invoering Voor een succesvolle invoering van een BIZ of RB gelden een aantal randvoorwaarden: • •
• •
•
Duidelijke gebiedsafbakening: het centrumgebied moet eenduidig worden gedefinieerd, zodat helder is welke panden of ondernemers onder de regeling vallen. Organisatiegraad: bij een BIZ is een actieve ondernemersvereniging of stichting noodzakelijk die de uitvoering op zich neemt. Bij RB is een transparante structuur wenselijk voor de besteding van de opbrengst, zeker indien deze wordt teruggesluisd naar ondernemers. Draagvlak: voor een BIZ is een formele draagvlakmeting verplicht (zie 3.1.1). Voor RB is draagvlak niet wettelijk vereist, maar wel wenselijk voor legitimiteit. Juridische en administratieve voorbereiding: het opstellen van een verordening, activiteitenplan en begroting is noodzakelijk. Voor RB moet een belastingverordening worden vastgesteld met heldere definities van belastbare objecten. Communicatie en participatie: een zorgvuldig participatietraject met ondernemers en vastgoedeigenaren is essentieel voor draagvlak en betrokkenheid.
3.3 Financiële scenario’s
7
Bij de invoering van een BIZ of RB zijn er verschillende financiële scenario’s mogelijk. De uiteindelijke opbrengsten en kosten hangen af van de keuzes in tariefstructuur, gebiedsafbakening en uitvoeringskosten. Bij een BIZ is WOZ-waarde doorgaans basis voor de heffing, al kan de gemeente ook kiezen voor een vast bedrag per object of een combinatie daarvan. Bij RB kan bijvoorbeeld uitgegaan worden van de WOZ-waarde (mits er ook een reclameuiting is), maar er kan ook gekozen worden voor de oppervlakte van de reclame-uiting, een vast bedrag van de reclame-uiting of een combinatie hiervan. Ook is het mogelijk om differentiatie toe te staan. Bijvoorbeeld een hoger tarief voor lichtreclame of digitale schermen en een lager tarief voor eenvoudige uithangborden. Daarnaast kan tijdelijke reclame anders belast worden dan permanente reclame-uitingen. 3.4 Uitvoeringskosten en organisatorische implicaties Bij de keuze voor een BIZ of RB is het van belang om ook de uitvoerings- en perceptiekosten in beeld te brengen. Bij een BIZ gaat het onder meer om: •
Kosten voor draagvlakmeting, oprichting stichting en administratie;
•
Jaarlijkse verantwoording en evaluatie;
•
Vereist actieve betrokkenheid van ondernemers.
En bij een RB om: •
Gemeentelijke uitvoeringskosten (heffing, controle, bezwaarafhandeling);
•
Minder directe betrokkenheid van ondernemers;
•
Vereist duidelijke communicatie over de besteding van middelen.
De wet BIZ maakt het mogelijk dat kosten van heffing en inning verrekend worden met de opbrengsten uit de BIZ. Dit zal bij een eventuele verdere uitwerking worden opgenomen in de een vast te stellen verordening. Bij RB zijn perceptiekosten doorgaans hoger en structureel, omdat de gemeente verantwoordelijk blijft voor de uitvoering. Deze kosten worden niet apart verrekend, maar maken onderdeel uit van de gemeentelijke begroting.
4. Participatietraject
8
4.1 Nunspeet Onderneemt Samen (NOS) In 2024 is tijdens diverse gesprekken met de NOS gebleken dat het, door een teruglopend ledenaantal, voor de ondernemersvereniging financieel steeds lastiger wordt om evenementen en activiteiten te organiseren. Voor 2025 betekende dit onder meer dat als er vier zomermarkten, de Nacht van Nunspeet, winterverlichting en Sinterklaas georganiseerd zouden gaan worden, er onvoldoende budget zou zijn om Eibertjesdag te financieren. Dit heeft ertoe geleid dat er vanuit de gemeente een subsidie is verstrekt van maximaal € 10.000 om in ieder geval voorgenoemde activiteiten door te laten gaan in 2025. Naast de bestaande evenementen en activiteiten is er ook een wens van de NOS om meer te investeren in de continue kwaliteit en aantrekkelijkheid van het centrum2. De NOS denkt daarbij aan onder meer het aanstellen van een centrummanager, marketing, aantrekkelijkheid creëren door middel van verlichting, groen en beveiliging. Hiervoor is momenteel onvoldoende ruimte. Verder is de er de wens van de NOS om samen met alle ondernemers te investeren in het centrum, zodat iedereen bijdraagt en profiteert van een aantrekkelijk en toekomstbestendig centrum. 4.2 Nunspeet uit de Kunst (NudK) NudK draagt bij aan het ondersteunen, organiseren en/of uitvoeren van toeristische projecten en evenementen in de gemeente Nunspeet, waaronder in het centrum van Nunspeet.
In gesprekken met NudK komt ook naar voren dat de financiering van hun stichting en activiteiten onder druk staat. Naast de subsidie die zij vanuit de gemeente ontvangen, kennen zij het zogenaamde partnerpakket. Deze bijdragen nemen af door een afname van deelnemers aan een partnerpakket, waardoor de investeringsruimte kleiner wordt. 4.3 Ondernemers in het centrum In maart 2025 is gestart met het participatieproces voor het nieuwe Werkplan Centrum van de gemeente Nunspeet. Naast dat er tijdens dit traject input is opgehaald voor een nieuw werkplan, is meegenomen hoe ondernemers aankijken tegen samenwerking. Het participatietraject (richting ondernemers) bestond uit verschillende stappen.
4.3.1 Ondernemersenquête 2 Toekomst plan NOS – Nunspeet 2025 en verder.
9
Deze enquête is door 46 ondernemers ingevuld3. In de enquête is voor dit onderwerp uitgevraagd hoe belangrijk ondernemers samenwerking scoren op een schaal van 1-10. Dit wordt gemiddeld gescoord met een 8,6. Verder is verkend in hoeverre er dan ook een financiële bijdrage gevraagd kan worden. Hiervan geeft iets meer dan de helft (54%) aan hier positief tegenover te staan. Iets minder dan een kwart geeft anders aan, met verschillende redenen. Onder meer: kan er geen uitspraak over doen omdat dit via het hoofdkantoor loopt, draag al bij via lidmaatschap NOS of NudK. Een kwart antwoord met nee. De ondernemers die in de enquête JA hebben geantwoord op de vraag of ze financieel willen bijdragen is verder gevraagd of ze een voorkeur hebben voor een variant. Hierbij geeft 40% aan dit niet te weten/geen mening, 40% heeft een voorkeur voor BIZ, 16% kiest voor RB en 4% zegt anders, namelijk via de gemeente d.m.v. toeristenbelasting. 4.3.2 Ondernemersbijeenkomsten Er zijn twee ondernemersbijeenkomsten georganiseerd, op 2 april en op 13 mei. De uitnodigingen zijn bij alle ondernemers persoonlijk afgegeven door de accountmanager bedrijven van de gemeente Nunspeet en de externe adviseur. Op Toekomst centrum Nunspeet, Gemeente Nunspeet zijn de verslagen en de presentaties van de bijeenkomsten terug te lezen.
Bij de eerste ondernemersbijeenkomst is door INretail4 en de NOS benadrukt wat de noodzaak is van een sterke gezamenlijke aanpak. Er werd positief uitgesproken dat er een sterke wil is om samen te werken. Bij de tweede ondernemersbijeenkomst gingen ondernemers in groepen aan de slag per straat. Op basis van de input uit de enquêtes met inwoners en ondernemers en
3 De uitnodiging voor de enquête is uitgereikt aan 166 ondernemers in het centrum van Nunspeet 4 INretail is de brancheorganisatie voor de non-food retail in Nederland. Zij ondersteunen ondernemers in de
detailhandel door advies te bieden op het gebied van arbeidsrecht, bedrijfseconomische vraagstukken, en marktontwikkelingen.
10
het vastgoedoverleg zijn verbeteracties opgesteld. Deze zijn onderverdeeld in gewenste verbeteracties per straat. En per straat is een top 5 gemaakt. Aan de hand van kleuren zijn de acties onder te verdelen in verantwoordelijkheid ondernemers (rood), gemeente (groen) en gezamenlijk (oranje). Acties die genoemd zijn, zijn onder meer het aanstellen van een centrummanager, het toevoegen van straatversiering, het organiseren van evenementen en hanging baskets. Deze sluiten aan bij de wensen die genoemd zijn in het toekomstplan van de NOS. Verder is gesproken over de verschillen tussen een BIZ en RB en zijn via de mentimeter een aantal vragen voorgelegd, onder meer over het afbakeningsgebied (Zstructuur versus centrum), bandbreedte van de hoogte van de bijdrage en rol. 4.3.3 Werkgroep ondernemers Met een afvaardiging van een aantal ondernemers (6 verdeeld over verschillende straten in het centrum) zijn er een aantal onderwerpen verkend. Los hiervan zijn vanuit de NOS/werkgroep ondernemers gedurende de zomerperiode aan het verkennen wat het draagvlak is om richting een variant van een ondernemersfonds te gaan. 4.4 Opbrengst participatietraject Er zijn een aantal onderwerpen verkend. Deze zijn in principe relevant voor beide varianten. Waar dit niet het geval is, zal dit worden genoemd.
4.4.1 Centrumafbakening Bij het traject richting een BIZ in 2015 is het centrum (als geheel) genomen als afgebakend gebied. Het is ook een overweging om te starten met een kleiner gebied binnen het centrum. Tijdens de ondernemersbijeenkomst is uitvraag gedaan hoe ondernemers de gebiedsafbakening zien. 9% kiest hierbij voor de Z-structuur, 58% kiest voor de combinatie deel centrum en Z-structuur en 33% zegt het gehele centrum.
11
Uit de centrumscan Nunspeet (bijlage 1) blijkt dat de hoogste bezoekstromen zich bevinden binnen de Z-structuur. Met name de Dorpsstraat en de Stationslaan worden druk bezocht. Opvallend hierin is wel dat de Harderwijkerweg (buiten de Z-structuur) verhoudingsgewijs meer bezoekersaantallen heeft dan de Laan (binnen de Z-structuur). De Stationslaan valt gedeeltelijk binnen de Z-structuur (tot aan de Kerkendriest). De ontwikkeling van het huidige transferium naar een Veluwse ontvangstlocatie ‘Poort van de Veluwe’ als startpunt voor vele gebruikers, maar ook de ontwikkeling van Nieuw Feithenhof leveren naar verwachting in de toekomst meer bezoekers op via de Stationslaan als aanloopstraat richting het centrum.
4.4.2 Tariefstructuur Zoals in paragraaf 3.3 is toegelicht zijn er bij een BIZ en RB verschillende mogelijkheden om het tarief te bepalen. Tijdens de ondernemersbijeenkomst is geïnventariseerd binnen welke bandbreedte ondernemers bereid zijn om een bijdrage te leveren aan een variant van een ondernemersfonds. Hierbij geeft 86% aan dat dit ligt tussen de € 500 en € 1.200. En 14% is bereid tussen de € 700 en € 1.500 te betalen. In de gesprekken komt naar voren dat een variant waarbij kleinere ondernemingen een lagere bijdrage betalen dan grotere ondernemingen het eerlijkst wordt ervaren. Dit zou betekenen dat een vast tarief per ondernemer (zoals bijvoorbeeld de bijdrage aan de NOS) niet gewenst is. 4.4.3 Projectplan en begroting Bij de invoering van een BIZ is een projectplan en begroting verplicht. Dit plan geeft inzicht in de doelstellingen, activiteiten, begroting en organisatie van de BIZ. Voor een RB is een meerjarenplan niet wettelijk verplicht. Vanuit de NOS en naar aanleiding van de ondernemersbijeenkomsten is er voldoende input om een meerjarenplan op te stellen. De uiteindelijk inhoud is afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de centrumafbakening en tariefstelling en prioritering van de activiteiten. Dit zal onderdeel worden van een mogelijk vervolgtraject.
4.4.4 Draagvlak Bij een BIZ is draagvlak wettelijk verplicht en randvoorwaardelijk voor invoering. Hoewel RB geen formele draagvlakmeting vereist, is maatschappelijke acceptatie essentieel. Ondernemers moeten het nut en de besteding van de opbrengsten begrijpen en steunen. Draagvlak stimuleert de samenwerking tussen ondernemers en overheid. En zonder voldoende draagvlak
12
kunnen initiatieven stranden, verdeeldheid ontstaan onder ondernemers en wordt het lastig om de beoogde doelen van het werkplan te realiseren. Het draagvlak wat gepeild is door middel van de enquête en de ondernemersbijeenkomsten is indicatief. Er is geen draagvlakmeting uitgevoerd, waardoor nog niet met zekerheid kan worden vastgesteld of er voldoende steun is voor een collectief financieringsinstrument. De NOS zet zich in om het draagvlak te vergroten.
4.4.5 Organisatiestructuur Bij zowel de invoering van een BIZ als bij het heffen van RB is het van belang dat er een stichting is of komt die verantwoordelijk is voor het beheer, de besteding van de middelen en de verantwoording van de middelen en behaalde resultaten. Dit initiatief ligt in principe bij de NOS. De vormgeving van een stichting moet nog plaatsvinden. Er kan voor gekozen worden om een nieuwe stichting op te richten of dit te laten voortkomen uit de NOS. NudK kan als partner betrokken zijn bij de uitvoering van promotionele en toeristische activiteiten, wanneer dit past in hun gemeentelijke opdracht en subsidie. Ook dit zal bij de verdere vormgeving verder moeten worden uitgewerkt.
5. Risicoanalyse Bij de invoering van een BIZ of RB zijn er enkele risico’s die in overweging moeten worden genomen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste risico’s met een korte toelichting per punt. Onvoldoende draagvlak Zonder voldoende draagvlak onder ondernemers bestaat het risico dat een BIZ de wettelijke draagvlakmeting niet haalt of dat er bij RB maatschappelijke weerstand ontstaat. Dit kan leiden tot vertraging, heroverweging of zelfs afstel van het traject. Juridische bezwaren Bij RB kunnen ondernemers bezwaar maken tegen de aanslag, bijvoorbeeld over de definitie van reclame of de zichtbaarheid vanaf de openbare weg. Dit kan leiden tot juridische procedures en extra uitvoeringslasten. Beperkte uitvoeringscapaciteit
13
De invoering en uitvoering van een BIZ of RB vraagt ambtelijke capaciteit voor onder meer communicatie, verordening, heffing, inning en evaluatie. Bij onvoldoende capaciteit kan dit leiden tot vertraging of kwaliteitsverlies. Onvoldoende opbrengsten Als het aantal belastingplichtigen lager uitvalt dan verwacht, of als er veel vrijstellingen gelden, kunnen de opbrengsten tegenvallen. Dit kan de uitvoering van het meerjarenplan onder druk zetten. Onvoldoende organisatiekracht Voor een succesvolle uitvoering is een actieve stichting of ondernemersvereniging nodig. Als deze onvoldoende is toegerust of onvoldoende representatief is, kan dit leiden tot onduidelijkheid of verlies van vertrouwen. Beperkte betrokkenheid op lange termijn Na de start kan de betrokkenheid van ondernemers afnemen, zeker als resultaten uitblijven. Dit kan het draagvlak en de effectiviteit van de BIZ of RB ondermijnen.
6. Afwegingskader en aanbeveling Bij de keuze tussen een BIZ en RB spelen meerdere overwegingen een rol. Onderstaand afwegingskader biedt inzicht in de belangrijkste criteria en helpt bij het maken van een weloverwogen keuze. 6.1 Afwegingskader Draagvlak: Bij een BIZ is een formele draagvlakmeting wettelijk verplicht. Dit waarborgt betrokkenheid en legitimiteit, maar brengt ook risico’s met zich mee als het draagvlak onvoldoende blijkt. Bij RB is geen draagvlakmeting vereist, maar maatschappelijk draagvlak is wel wenselijk om weerstand en juridische procedures te voorkomen. Uitvoerbaarheid: De invoering van een BIZ vereist een formele procedure, inclusief verordening, activiteitenplan en draagvlakmeting. Dit vraagt om een goede voorbereiding en samenwerking met ondernemers. RB is juridisch eenvoudiger in te voeren, maar vereist een nauwkeurige inventarisatie van reclame-uitingen en duidelijke communicatie over de besteding.
14
Opbrengst: Beide instrumenten kunnen een vergelijkbare opbrengst genereren, afhankelijk van de gekozen heffingsmaatstaf en gebiedsafbakening. Bij RB is de opbrengst afhankelijk van het aantal zichtbare reclame-uitingen; bij een BIZ van het aantal panden en de WOZ-waarde. De voorspelbaarheid van inkomsten is bij een BIZ doorgaans groter. Betrokkenheid ondernemers: Een BIZ stimuleert structurele samenwerking via een stichting en een meerjarenplan. Bij RB is de betrokkenheid minder vanzelfsprekend, tenzij de opbrengst via een ondernemersfonds wordt teruggesluisd en ondernemers actief worden betrokken bij de besteding. Juridische haalbaarheid: Beide instrumenten zijn juridisch toegestaan. De BIZ vereist echter een formele toets op draagvlak en een transparante verantwoording via een stichting. Beheersbaarheid en flexibiliteit: Een RB kan jaarlijks worden aangepast via de gemeentelijke begroting en verordening. Een BIZ is (meestal) voor vijf jaar vastgelegd en biedt daardoor meer stabiliteit, maar minder flexibiliteit. 6.2 Tijdspad De invoering van een BIZ of het heffen van RB vergt de nodige voorbereidingstijd en besluitvorming. Dit betekent dat een mogelijke invoering hiervan niet eerder zal plaatsvinden dan 1 januari 2027.
6.3 Aanbeveling Op basis van de huidige inzichten, het indicatieve draagvlak onder ondernemers en de wens om te komen tot een structurele en gedragen samenwerking, ligt het voor de hand om in te zetten op een BIZ. Dit instrument biedt meer structuur, betrokkenheid en transparantie. Wel is het noodzakelijk om het draagvlak verder te verkennen en een formele draagvlakmeting voor te bereiden. Indien blijkt dat het draagvlak onvoldoende is, zou overwogen kunnen worden om RB in te voeren als alternatief instrument.
15
Bijlage 1 Centrumscan Nunspeet, juli 2025
16