CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5b. St.t.i. Geanon. Zienswijze 1

Commissie Ruimte en Wonen 7 juni 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan bedrijventerrein Elspeet.4.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cbq Koninklijke Nederlandse

5366

Natuurhistorische Vereniging Afdeting Noordwest Veluwe

Correspondentieadres: Fuikpad 3, 3844 KG Harderwijk

Gemeente Nunspeet College van Burgemeester & Wethouders

vereniging I voorveldbiologie GEMEENTE NUNSPEET INGEKOMEN

2 6 O KI. 2020

Postbus 79 8070 AB Nunspeet

Onderwerp; Zienswijze Ontwerp-Bestemmingsplan Bedrijventerrein 'De Heetkamp' te Elspeet

Harderwijk, 21 oktober2020 De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV, Vereniging voor Veldbiologie), afdeling Noordwest Veluwe, heeft kennis genomen van het Ontwerp-Bestemmingplan Bedrijventerrein 'De Heetkamp' te Elspeet (NL.IMR0.0302.BP01184-ow01) en ook van de bijiagen bij het plan. Dit geeft ons aanleiding tot de volgende reactie.

Wij hebben vastgesteld, onder verwijzing naar het bijgesioten rapport dat u als ingeiast dient te beschouwen in deze zienswijze, dat Bedrijventerrein 'De Heetkamp' gelegen zai zijn in essentieel leefgebied van dassen. Wij constateren dat het teloorgaande leefgebied niet gecompenseerd zaI worden en dat ook van een nader gespecificeerde mitigatie geen sprake zaI zijn. Dit geeft ons aanleiding tot de volgende vragen:

-Op basis van welk objectief en gedocumenteerd afwegingsproces zijn alternatieve vestigingslocaties voor een bedrijventerrein afgevallen en acht u de gekozen locatie daarmee de enig juiste?

-Waarom toetst u blijkens Bijiage 8 van het Ontwerp-Bestemmingsplan kennelijk alleen aan de effecten van d e ingreep op het Natura 2000 gebied Veluwe en niet aan de vereiste bescherming van soorten zoals die eveneens verlangd wordt ingevolge de Wet Natuurbescherming (waaronder artikelen 1.11 en 3.10)?

-Onderschrijft u de onder uw verantwoordelijkheid gerapporteerde conclusie (Verheij, 2016) dat er in gemeente Nunspeet (waaronder Elspeet), kwalitatief gezien, geen netto verlies van dassenleefgebied mag plaatsvinden?

-Zo ja, op grand waarvan acht u een inperking van het leefgebied van de dassen en hun jongen die al sinds jaren bivakkeren tussen de Uddelerweg en de Heetkamp desondanks geocrioofd?

In afwachting van uw antwoorden op bovengenoemde vragen achten wij het voorliggende plan onvoldoende gemotiveerd. Wij kunnen daarom niet instemmen met de door u beoogde beeindiging van het grotendeels agrarische gebruik in het piangebied. Wij vragen u het Onhwerp-Bestemmingsplan 'De Heetkamp' terug te trekken en af te zien van een aanvraag voor een Ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming.

Hoogachtend, het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, afdeling Noordwest Veluwe,

V. Bakker, voorzitter

J. van Oossanen, secretaris

Bijiage: Rapport 'Dassenleefgebied en -burcht tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet'

Dassenleefgebied en -burcht tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet

Dassenpaar in de eikensingel tussen Uddelerweg en Heetkamp op 14 Juni 2017 met op de ochtergrond de Plus Supermorkt te Elspeet

J.J. Schroder Harderwijk, oktober 2020

Inhoudsopgave Inleiding

1

Burcht binnen plangebied

1'

Ecologie van de Das

6

Waarnemingen

8

Wetgeving

17

Conclusie

19

Referenties

20

Bijlage 1

21

Inleiding Gemeente Nunspeet is voornemens een bedrijventerrein onder de naam 'De Heetkamp' aan te leggen tussen de Apeldoornseweg, Uddelerweg en Heetkamp in Elspeet. Het overgrote dee! van de' betreffende gronden hebben vooralsnog de bestemmingen 'agrarisch' en 'natuur/landschap'. Het bestaande Bestemmingsplan Buitengebied kent geen toepasbare wijzigingsbevoegdheid. Er dient daarom een nieuw bestemmingplan te worden vastgesteld. Vanwege de nabije aanwezigheid van een bewoonde dassenburcht moet ook een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming verkregen te worden. Dit rapport beziet hoe het beoogde bedrijventerrein zich verhoudt tot de aanwezigheid van de dassenburcht. Het rapport is opgesteld door een deskundige ten aanzien van de Das (zie Bijiage 1).

Burcht binnen plangebied Het beoogde bedrijventerrein meet circa 4,5 hectare met 2,5 hectare uitgeefbare bedrijfsopperviakte en is, met uitzondering van de delen waarop thans gebouwen staan, gesitueerd in het territorium" van een bewoonde dassenburcht tussen de Uddelerweg (N310) en de Heetkamp te Elspeet (Figuur 1). Die burcht is relatief groot, bestaat uit twee concentraties van, in totaal, minimaal 10-15 toegangen ('pijpen'). Daarvan z ijn in de noordelijke concentratie (Rd coord inaat 182,516-477,559) minimaal vier pijpen regelmatig in gebruik (Foto 1) en in de zuidelijke concentratie (Rd coordinaat 182,496-477,529) minimaal een zestal pijpen regelmatig in gebruik is (Foto 2). De zuidgrens van h et bedrijventerrein zai mi nder dan 30 meter van het meest noordelijke punt van dit burchtcomplex verwijderd zijn. Oostelijk van dit burchtcomplex en wel precies op de grens van het beoogde bedrijventerrein bevinden zich nog twee zogenaamde zomerburchten (Rd coordinaten 182,536477,577 en 182,629-477,553, Figuur 2), elk bestaande uit een pijp(Foto 3). Het huidige grondgebruik in het plangebied bestaat voor ruim tweederde deel uit agrarische gronden, hoofdzakelijk snijmaisland, en wordt doorsneden door een eikensingel met ondergroei. De. burcht ligt deels langs de singel in een weiland, deels in die singel verscholen (zie ook de foto op de titelpagina van dit rapport).

Dassen hebben een omvangrijk territorium rondom hun burcht. Aan de zuid- en oostgrens van het territorium bevinden zich enke le woningen met schuren en tuinen en vervolgens bos. Vermoedelijk strekt het feitelijke territorium van de dassen zich nie t verder uit die richting maar in noordelijke richting, links en rechts langs het perceel Apeldoornseweg 80. Uitstrekking van het territorium in die richting is aannemelijk vanwege de a fwezigheid van andere bewoonde burchten in die richting, de aard van de vegetatie (graslanden westelijk en oostelijk van de Apeldoornseweg en benoorden de Plus Superma rkt) en de waarschijniijke territoriumgrootte (zie

1

volgende paragraaf). De toegankelijkheid van dit deel van het territorium zai b ij aanleg van het bedoelde bedrijventerrein vervallen, in aanmerking genomen dat dassen zeer schuwe dieren zijn en niet over het bedrijventerrein zullen migrereren. leder bedrijventerrein wordt gekenmerkt door bebouwing, verharding, verkeer, verlichting, geluid en de regelmatige aanwezigheid van mensen en gemotoriseerde voertuigen, zulks in tegenstelling tot , landbouwgrond waarop slechts op een beperkt aantal dagen per jaar sprake is van menselijke activiteiten. Landbouwgrond is essentieel voor de rust en voedselvoorziening van dassen (zie volgende paragraaf). De in het Ontwerp-Bestemmingsplan we! genoemde maar ongespecificeerde omvang en aard van de voorziene groene aankleding van het bedrijventerrein doen deze verliezen niet teniet (zie ook daarvoor de volgende paragraaf). Van compensatie elders of op andere wijze is niet gebleken, laat staan dat dit soort compenserende maatregelen reeds aantoonbaar functioneel zijn bij aanvang van de ingreep. In aanvulling op het voorgaande wordt nog opgemerkt dat ook het foerageergebied van dassen va n een andere nabije bewoonde burcht, te weten de burcht aan de Oude Hof, kleiner zaI worden als gevolg van de omzetting van 1,5 hectare landbouwgrond ten behoeve van een uitbreiding van camping De Meulenbarg.

Figuur 1. Hoofdburchten van das [^) bij de Uddelerweg en de Oude Hof in Elspeet met denkbare ranges tussen 30 ha (^^) en 100 ha (^)), bijburchten bij begraafplaats en speelplaats ((^), contouren van voorzien bedrijventerrein

en countouren van uitbreiding camping Meulenbarg f 1

Figuur 2. Detaillocalisering van de burcht bij de Uddelerweg; zuidelijk deel van hoofdburcht (), noordelijk deel van hoofdburcht bedrijventerrein (^).

), zomerburchten ( "^ en de contouren van voorzien.

Foto 1. Pijp aan noordzijde van burchtcomplex tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet (September 2020)

Foto 2. Pijpen aan zuidzijde van burchtcomplex tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet (September 2020)

Foto 3. Pijpen van zomerburchten iangs grens van beoogd bedrijventerrein (September 2020)

Ecologie van de Das Dassen (Meles meles L) zijn zeer schuwe nachtdieren en gehecht aan rust. Zij slapen overdag in een zelf gegraven hoi met diverse toegangspijpen. Het provinciale Kennisdocument Das (A nonymus/ 2017) en de monografie De Das (Van Bommel et a!., 2015) gaan uitgebreid in op de ecologie van het dier. In dit rapport volstaan aspecten die relevant zijn voor de voorliggende casus. Op basis van onderzoek aan de inhoud van honderden dassenmagen (Van Bommel et al., 2015) blijkt het dieet van dassen in Nederland voor gemiddeld een derde deel uit regenwormen te bestaan. Weliswaar zijn dassen qua voedsel om nivore generalisten (Wansink et al., 1995; Van Bommel et al., 2015) maar regenwormen maken in Nederland, inclusief de Veluwe, een zeer belangrijk onderdeel uit van het menu (Mos et al., 2014). In de nazomer eten dassen ook maiskorrels (op stam en in de vorm van oogstverliezen), op Jaarbasis overeenkomend met nog eens ongeveer een derde deel van het dieet. Het resterende deel van het dieet bestaat uit insecten(larven), kleine zoogdieren, zaden en vruchten. Vanwege die sterke voorkeur voor regenwormen (Mos et a!., 2014) leve n dassen alt ijd in de nabijheid van landbouwgronden. Daartoe moet de bodem niet te droog of te nat zijn. Een hectare bemest bouwiand bevat gemiddeld circa 140 kg verse massa aan regenwormen.

Rondom het plangebied ligt veel bemest grasiand waar de regenwormendichtheid het vijfvoudige kan bedragen (Van Eekeren et al., 2014). In bossen lig t de regenwormendichtheid echter ruim 90% lager dan in grasiand, terwiji regenwormen in heidegebieden vrijwel geheel ontbreken. Droogte en zuurgraad spelen daarbij vermoedelijk een rol (Butter, 1990; Rutgers et al., 2008; Van Eekeren et al., 2008; Mos et al., 2014). Regenwormen gedijen het beste onder vochtiger omstandigheden (vandaar regenwormen) en bij regelmatige toevoegingen van gemakkelijk verteerbaar organisch materiaal in de vorm van oogstresten, plantenwortels en dierlijke mest (Blakemore, 2018). Bemeste landbouwgrond voldoet hieraan het beste. Gebruik van mest trekt bovendien kevers aan waarvan de larven ookgeliefd zijn bij dassen. Het voedselaanbod is bepalend voor het aantal dassen d at in een bepaald gebied kan leven. Dat betekent dat een das een groter territorium nodig heeft naarmate het voedselaanbod lager is. In Nederland varieert de territoriumgrootte van circa 30 hectare tot meer dan 200 hectare per bewoonde burcht (Van Bommel et a!., 2015; Anonymus, 2017).

Vanwege het hoge aandeel heide en bos en het relatief droge karakter van de landbouwgrond (grofzandige textuur, diepe grondwaterstand) ten zuiden van Elspeet en de, bijgevolg, relatief beperktere beschikbaarheid van regenwormen, zullen dassenterritoria op die locatie veel groter moeten zijn dan de genoemde ondergrens van 30 hectare (weike laatste bij een denkbeeldige cirkelvorm overeen zou komen met een doorsnede van 0,62 km, zie Figuur 1). Zo bedragen territoria langs de A27 in de Gooi- en Vechtstreek, een vochtiger gebied, gemiddeld toch ook 100 hectare, bij een denkbeeldige cirkelvorm overeenkomend met een doorsnede van 1,13 km (Van Bommel et al., 2015). Zo'n relatief groot

territorium zai zich ingeval van de dassen van de burcht tussen de Uddelerweg en de Heetkamp eerder noordelijk van de burcht bevinden dan zuidelijk omdat onmiddellijk bezuiden de Heetkamp bos en heide gelegen zijn waar het voedselaanbod, zoals beargumenteerd, zeer beperkt is. In het licht van het bovenstaande is het daarom niet correct om het negatieve effect van een ingreep op de voedselbeschikbaarheid te karakteriseren als niet meer dan het procentuele oppervlakteverlies van, zeg, 100 hectare: ook een klein procentueel verlies kan een negatief effect hebben op het voortbestaan van dassen om dat iedere hectare nu eenmaal hard nodig is met betrekking tot de zogenaamde draagkracht van een territorium. Bovendien is de energie die verloren gaat met zoeken naar voedsel kleiner naarmate het territorium compacter kan zijn. Een eventuele redenering dat de betreffende dieren 'maar wat moeten inschikken' of 'hun territorium maar wat moeten opschuiven' gaat dan ook niet op. Veelzeggend daarbij is dat dassen hun territoriumgrenzen zeer secuur bewaken door deze te markeren met uitwerpselen en daar het gevecht aangaan met dassen uit aangrenzende territoria (Van Bommel et a!., 2015; Anonymus, 2017). Dassen nemen dagelijks voedsel tot zich en voedselbronnen moeten dus gedurende het gehele jaar voldoende beschikbaar zijn.

Verlies van voedselbronnen die jaarrond beschikbaar zijn, zoals regenwormen en insectenlarven, kunnen daarom niet zonder meer gecompenseerd worden door de aanplant van zaad- en fruitdragende gewassen waarvan het aanbod zich immers beperkt tot slechts een specifieke periode van het jaar. Bovendien kunnen deze alternatieve voedselbronnen vanuit het oogpunt van de noodzakelijke eiwitvoorziening niet wedijveren met regenwormen en insectenlarven. Het eiwitgehalte van zaden en fruit bedraagt namelijk 1-15% op droge stof basis t erwiji dat in regenwormen en insecten circa 55% bedraagt. Dat het voedselaanbod nauw luistert blijkt overigens uit het felt dat burchten tijdens droge periodes soms tijdelijk verlaten worden omdat regenwormen en andere eiwitrijke prooien dan onbereikbaar zijn. Dat was bijvoorbeeld in 2018 en 2019 het geval toen het in de periode april-september, respectievelijk, 30% en 20% droger was dan normaal en in de periode juni-juli, respectievelijk, zelfs ruim 80% en 30%. Dassen trekken in dergelijke situaties soms voor enige weken of maanden naar relatief natte gebieden die door ontwatering juist tijdelijk in waarde kunnen zijn toegenomen als leveran cier van voedsel en leggen daar een zomerburcht aan. Hoofdburchten lijken dan verlaten maar dat heeft slechts een tijdelijk karakter.

In het droogste deel van de zomers van 20 18 en 2019 werd ook de onderhavige burcht mogelijk enige tijd verlaten. Dat doet niets af aan de jarenlange bewoning van de burcht zoals beschreven in de volgende paragraaf.

Waarnemingen Omdat de mate en aard van bewoning van een dassenburcht per jaar en binnen een jaar kan verschillen ten gevolge van, bijvoorbeeld, bet weer en eventuele verstoring, is het belangrijk burchten gedurende vele jaren te volgen. Voor de burcht tussen de Uddelerweg en de Heetkamp is dit gebeurd en dit bevestigt dat de aanwezigheid van dassen daar allesbehalve incidenteel is. De aanwezigheid van dassen kan worden vastgesteld aan de hand van verse sporen (graafwerk (Foto's 13), pootafdrukken ('prenten', Foto 3), haren en ontlasting ('latrines', Foto 4)) of in de vorm van gestorven en levende dieren, Sporen van de das zijn vanaf minimaal 2009 aangetroffen, gestorven dieren (skeletdelen) en levende dieren in 2011, 2013 en vervolgens jaarlijks vanaf 2015 tot op heden (label 1).

Foto 4. Latrine aan noordzijde van burchtcomplex tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet

Tabel 1. Waarnemingen van dassen bi j de burcht tussen Uddelerweg en Heetkamp in de vorm van sporen (graafwerk, prenten, haren, ontlasting) of als dier (levende lijve, beeld). Jaar Maand Rapporteur Aard: Sporen Dier 2009 Onbekend Walsma, X Das&Boom, Buurtbewoners 2011 Juni Buurtbewoners X X 2013 Onbekend Hovens & Lenstra X 2015-2016 Oktober-Mei Verheij X Augustus 2016 Schroder X X Juni 2017 Schroder X X 2018 November Schroder X X 2019 September-December Schroder X X 2019 Juli-Augustus Fairhurst X X September-November 2019 Fairhurst X X 2020 Januari-Maart Fairhurst X X 2020 Januari-Oktober Schroder X X

De aanwezigheid van de dassenburcht nabij bet plangebied is in elk geval bekend vanaf het jaar 2009 (persoonlijke mededeling van buurbewoners en dassenonderzoeker J. Walsma). Gemeente Nunspeet weet vanaf 2013 van de burcht en dit vormde toen aanleiding om af te zien van een omvangrijker bedrijventerrein (Hovens & Lenstra, 2013; Verheij, 2016). Tussen 2016 en 2019 is de bewoonde staat van de burcht ook door de opsteller van dit rapport jaarlijks bevestigd met foto- en fiimbeelden op basis van maximaal vie r cameravallen die steeds gedurende ongeveer een week in augustus (2016), juni (2017), november (2018) en September, november en december (2019) geplaatst geweest zijn (Foto 5a-5d). Vanaf 2020 is de staat van bewoning maandelijks gevolgd en bevestigd (Foto 6a-6i).

Foto 5.Jaarlijkse waarneming van das(sen) op de burcht tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet, in achtereenvolgens 2016, 2017, 2018 en 2019

•2019 _2:-Q_0JT

Foto 6. Maandelijkse waarneming van dassen o p de burcht tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet, tussen december 2019 en oktober 2020

DOERR SNAPSHOT

OB.12.2019 19:40:38

10

Ol3

003°C 037°P 009

40°F4X:(#

03-18-2020 04:52:49

11

12

08-06-2020 23:08:42

13

enstinell ©TROPHY CAM

53T11"C#

09-10-2020

71T21 -C#

21:49:05

iO-Od-2020 20:42:53

De vondst van een verse schedel van een jonge das in 2018 op 50 meter afstand van de burcht (Foto 7), bewees dat de burcht tussen de Uddelerweg en de Heetkamp in dat jaar opnieuw als

14

kraamburcht in gebruik was. Buurtbewoners hebben in de jaren daarvoor ook diverse maien jonge dassen gezien bij de burcht tussen de Uddelerweg en de Heetkamp. Daarvan ge tuigen in elk geval beelden van de eikensingel uit juni 2011 waarop een volwassen das met drie jongen in de avondschermer te zien is (Foto 8). Ook in 2020 werd een jonge das op foto vastgelegd (Foto 9). Het voorgaande is in lijn met hetgeen Hovens & Lenstra (2013) eerder in opdracht van gemeente Nunspeet vaststelden. ZiJ kwalificeerden de burcht als hoofdburcht en schatten het aantal volwassen bewoners op 3-7 dassen. Zeer recent kwam Fairhurst (2020), eveneens in opdracht van gemeente Nunspeet, tot vergelijkbare conclusies. ZiJ schat het aantal bewoners op 4 dassenen merkt de burcht op basis van waargenomen 'jaarlingen' en de vermoede aanwezigheid van Jongen (Fairhurst, 2020, p. 12) aan als kraamburcht in 2018 en 2019. Ondanks het voorgaande merkte VerheiJ (2016) de betreffende burcht in 2016 niet aan als hoofdburcht, laat staan als kraamburcht. Nog los van het feit dat een kraamburcht niet ieder Jaar als zodanig hoeft te functioneren (Anonymus, 2017), moet hierbij worden aangetekend dat VerheiJ (2016) in zijn rapport meldde dat de burcht op het moment van zijn bezoek aan recente moedwillige vernielingen had blootgestaan zodat de dassen de locat ie mogelijk tijdelijk verlieten.

Daaraan moet worden toegevoegd dat de door VerheiJ vermelde onderzoeksperiode (oktober 2015 - mei 2016), de onderzoeksduur (8 maanden) en onderzoeksmethode (geen g ebruik van cameravallen) ongeschikt waren om een eventuele functie als kraamburcht met zekerheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten.

Foto 7. Schedel van Jonge das, gevonden nabij de burcht tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet (zomer 2018)

15

Foto 8. 'Still' uit een film van een volwassen das met drie spelende jongen langs de eikensingel tussen Uddelerweg en Heetkamp te Elspeet (eind juni 2011)

Foto 9. Jonge das in 2020 bij burcht tussen Uddelerweg en Heetkamp in Elspeet (mei 2020)

Binnen een kilometer afstand van de hoofdburcht tussen de Uddelerweg en de Heetkamp bevinden zich twee kleinere burchten (bijburchten) bij de begraafplaats en bij de speelweide tegenover bet

16

sportpark van Elspeet (Figuur 1). Individuen van de clan (de gezamenlijke bewoners van een dassenterritorium) trekken zich van t ijd tot tijd op dat soort bijburchten terug (Van Bommel et a!., 2015). De bijburcht nabij de speelweide was iaatstelijk in november 2019 bewoond maar in oktober 2020 verlaten. De bewoonde staat van de burcht op de begraafpiaats werd Iaatstelijk in oktober 2020 vastgesteld met infrarood-camera's. Deze bijburcht ligt tussen de hoofdburcht tussen de Uddelerweg en de Heetkamp en die aan de Oude Hof. Van laatstgenoemde burcht is de bewoning Iaatstelijk in december 2019 eveneens met camera's vastgesteld en is nadien, anders dan het burchtcomplex aan de Heetkamp, niet nogmaals gecheckt. Tussen de territoria van de dassen van de hoofdburcht aan de Oude Hof en de burcht in het plangebied is vanuit Provincie Gelderland in 2017 een faunatunnel onder de Uddelerweg aangelegd. Het besluit daartoe bevestigt opnieuw de betekenis en het gebruik van de gronden als intensief gebruikt leefgebied van dassen. Ook Fairhurst (2020) stelde recent het voortdurende gebruik van deze faunatunnel vast. Op nog grotere afstand van de burcht tussen de Heetkamp en de Uddelerweg bevond zich in het Elspeter Bos (nabij het einde van De Bosrand) ooit een burcht (Figuur 1) waarvan in 2015 alleen nog ingestorte restanten te zien waren en in 2019 niets meer over was.

Laatstgenoemd verlies past in het algemene beeld van een teruglopende dassenstand in bos-gedomineerde biotopen in Gelderland. Onderzoekbureau Arcadis merkt hierover op (Logemann, 2017): 'De bosgebieden zelfhebben relatief weinig voedsel te bieden en midden op de Veluwe warden landbouwenclaves steeds zeldzamer. Dat zai near verwachting goon resulteren in een kleinere populatie met lagere dichtheden op de Veluwe zelf. In aanvulling hierop constateerden Vink & Schroder (2020) dat de gunstige staat van instandhouding van dassen op de Centrale Veluwe de afgelopen decennia ook om een aantal andere redenen onder druk staat. Daarbij moet gedacht worden aan een algemene afname van het areaal beweid grasland en het ontoegankelijk maken van percelen met zwartwild- en wolfkerend raster, verdroging, de toename van verkeer en het stoppen van het bijvoeren van wild waarvan ook dassen profiteerden.

Wetgeving in Nederland zijn dassen beschermde dieren, geplaatst in Onderdeel A van de bijiage bij artikel 3.10 van de Wet Natuurbescherming 2017. De Wet Natuurbescherming kent in dat geval een plicht om handelingen achterwege te laten of deze te beperken voor zover die nadelige gevolgen kunnen hebben voor gebieden, dieren en planten of om maatregelen ter compensatie te nemen (artikel 1.11). Deze we t verbiedt verder de opzettelijke beschadiging of vernietiging van voortplanting- en rustplaatsen (artikel 3.10). Ontheffingen van het bovenstaande zijn slechts mogelijk als tegelijkertijd voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a) er zijn geen alternatieven, b) de ingreep is nod ig

17

voor de ruimtelijke inrichting of het gebruik van een gebied en c) er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van een soort in zijn natuurlijke verspreidingsgebied. Essentieel hierbij is dat wat nodig is cm een (wettelijk beschermde) voortplanting- of rustplaats van het betreffende

beschermde

dier

blijvend

te

laten

functioneren.

Volgens

het

provinciale

Kennisdocument Das (Anonymus, 2017) bestaat de functionele leefomgeving van een dassenburcht uit de omgeving die nodig is om een burcht voor de functie waarvoor hij gebruikt wordt, i.e. kraamburcht, te laten functioneren. Een burcht kan alleen dan succesvol als rust- en voortplantingplaats functioneren als er voldoende habitat van voldoende kwaliteit (foerageergebied) aanwezig is om jongen groot te brengen, en als er voldoende rust is. Ook moet het foerageergebied vanuit de burcht goed en ongestoord bereikbaar zijn. Het gehele territorium van de clan kan worden beschouwd

als

functionele

leefomgeving.

De

functionele

leefomgeving

van

een

vaste

voortplantingplaats of rustplaats (burcht) moet volgens het Kennisdocument Das (Anonymus, 2017) daarom het volgende bieden:

• voldoende rust en dekking op de burcht, • Jaarrond een voldoende en een gevarieerd voedselaanbod op bereikbare afstand van de burcht, • orientatiemogelijkheden en schuilplekken, bijvoorbeeld in de vorm van houtsingels en hagen, • geen verstoring of versnippering van het territorium, • uitwisselingsmogelijkheden met nabijgelegen dassenpopulaties.

Met de aanleg van bedrijventerrein 'De Heetkamp' ten koste van een bestaande functionele leefomgeving wordt niet langer aan het bovenstaande voldaan. Verkleining van de functionele leefomgeving is bezwaarlijker naarmate die verkleining plaatsvindt in de nabijheid (<500 meter) van een kraamburcht (www.dasenboom.nl). Het staat vast d at de burcht tussen de Uddelerweg en de Heetkamp als kraamburcht fungeert (zie voorgaande paragraaf). Relevant in deze is ook een recente uitspraak van de Rechtbank Overijssel

(zaak: ak_18_576, uitspraak :2019:860). Daarin is overwogen

dat eerst dan Juridische be tekenis aan het begrip verkleining van 'functionele leefomgeving' kan worden toegekend als aantoonbaar geen

sprake is

van nabije onbenutte alternatieve

voedselgebieden. In aanmerking genomen dat territoria in dit deel van de (droge) Veluwe naar alle waarschijniijkheid minimaal het drievoudige bedragen van de 30 hectare waarvan sprake is in een optimaal leefgebied (Van Bommel et al., 2015; Anonymus, 2017), is i n de onderhavige situatie niet aannemelijk gemaakt dat de dassen in kwestie bij aanwezigheid van een bedrijventerrein kunnen beschikken over nabije alternatieve voedselgebieden.

18

In aanvulling op een eerder citaat merkt Arcadis (Logemann, 2017) hierover ook nog het volgende op: 'Op de centrale Veluwe zai daarentegen leefgebied voor de das verdwijnen, omdat veel landbouwenclaves verdwijnen ten gunste van natuurgebied. Natuurgebieden zijn voor dassen minder geschikte voedseigebieden, tenz ij ze worden begraasd door grote grazers. Hierdoor zai de populatie dassen daar naar verwachting licht gaan afnemen'. De implicatie hiervan is dat in het onderhavige geval, ondanks een mogelijk gunstige staat en ontwikkeling van de stand van de das in de Provincie Gelderland als geheel (maar recente cijfers wijzen op het tegendeel (Vink & Schroder, in voorbereiding)), bestaande burchten op de centrale Veluwe, zoals in Elspeet, een buitengewone bescherming verdienen.

Conclusie Te midden van landbouwgrond tussen de Uddelerweg en de Heetkamp te Elspeet bevindt zich vanaf op zijn minst 2009 een door dassen be woonde hoofdburcht met kraamburchtfunctie. De beoogde omzetting van landbouwgrond in een bedrijventerrein alsmede de barrierevorming door dit bedrijventerrein, leidt tot een significante verlaging van het voedselaanbod voor de aanwezige dassen. Daarmee wordt de gunstige staat van instandhouding van de das ro ndom Elspeet ve rder aangetast zoals die gunstige staat van instandhouding ook elders op de centrale Veluwe onder druk staat. Alternatieve voedselbronnen van voldoende omvang die gedurende het gehele jaar voedsel van voldoende kwaliteit leveren, zijn in de nabije omgeving niet aanwezig en worden volgens voorliggende besluiten ook niet gecreeerd. Van een gebrek aan alternatieve locaties voor een bedrijventerrein is anderzijds niet gebleken. Dat impliceert dat de betreffende dassenclan zonder verdere motivatie voor hun voortbestaan naar andere gebieden in Gelderland worden verdreven (terwiji die niet of nauwelijks bestaan want doorgaans al in gebruik bij andere dassenclans), maar bedrijventerreinen daar gevestigd lijken te worden waar de eerste beste voorkeur naar uitgaat.

Dit knelt des te meer omdat nog in 2016 onder directe verantwoordelijkheid van de Afdeling Openbare Ruimte van de Gemeente Nunspeet (waaronder Elspeet valt) het volgende is gesteld (Verheij, 2016, p. 13):

De dassenpopulatie staat gezien allerlei ruimtelijke ontwikkelingen in deze o mgeving onder druk waardoor er steeds weer een beslag wordt gelegd op de aanwezige groene ruimte. Tegen de achtergrond van deze geschetste problematiek wil de gemeente Nunspeet een passende bijdrage leveren am de dassenpopulatie rond Elspeet te behouden. Daarnaast wil zij de natuurcompensatie in goede banen leiden, zodanig dat er, kwalitatief gezien, geen netto verlies optreedt van het leefgebied van de das.

19

Referenties Anonymus, 2017. Kennisdocument Das. BIJ12 Samenwerkende Provincies, Utrecht, 43 pp. Blakemore, R.J., 2018. Critical decline of earthworms from organic origins under intensive, humic COM depleting agriculture. MDPI Soil Systems, 2-33. Butter, M., 1990. Dassen, verz uring en regenwormen. Rapport 28, Biologiewinkel Rijksuniversiteit Groningen, 43 pp. Fairhurst, G., 2020. Onderzoek naar de dassenburcht aan de Heetkamp. Blom Ecologie,16 pp. Hovens, J.P.M. & Lenstra, G., 2013. Flora- en faunaonderzoek Bedrijvenstrip Elspeet. Faunaconsult, Belfeld, 20 pp. Logemann, D., 2017. De staat van instandhouding. Factsheets voor 25 soorten in Gelderland. Arcadis, Arnhem, 250 pp. Mos, J., Fleitkonig, I.M.A. & Van Wieren, S.E., 2014. The spring diet of badgers in two contrasting habitats in the Netherlands. Lutra 57 (1), 17-24. Rutgers, M., Mulder, C., Schouten, A.J., Bloem, J., Bogte, J.J., Brussaard, L, De Goede, R.G.M., Faber, J.H., Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M., Keidel, Fi., Korthals, G.W., Smeding, F.W., Ter Berg, C., Van Eekeren, N., 2008. Soil ecosystems profiling in the Netherlands with ten references for biological soil quality. RIVM Report 6076040009/2008, Bilthoven, the Netherlands, 86 pp. Van Bommel, F, S. Vreugdenhil & M. La Haye, 2015. De Das. KNNV Uitgeverij, Zeist, 135 pp. Van Eekeren, N., L. Bommele, J. Bloem, T. Schouten, M. Rutgers, R. de Goede, D. Reheul, L.

Brussaard, 2008. Soil biological quality after 36 years o f ley-arable cropping, permanent grassland and permanent arable croppingApplied Soil Ecology 40, 432-446. Van Eekeren, N., J. Bokhorst, J. Deru & J. de Wit, 2014. Regenwormen op bet melkveebedrijf. Brochure Louis Bolk Instituut, Driebergen, 40 pp. Vink, H. & J.J. Schroder, 2020. De stand van de das op de Veluwe. Zoogdier (in voorbereiding) Verheij, D., 2016. Dassennotitie en ruimtelijke ingrepen voor het gebied ten zuiden van Elspeet. Afdeling Openbare Ruimte, Gemeente Nunspeet, 25 pp. Wansink, D., Lubbers, H. & Vink, H., 1995. Het voedsel van deGooise dassen. Zoogdier 6 (4), 3-10.

20

Bijlage 1. Deskundigheid Dit rapport is opgesteld door dr ir Jaap J. Schroder, tussen december 1983 en december 2019 werkzaam geweest als agro-ecoloog bij Wageningen Universiteit en Research waar hij zich gedurende zesendertig jaar bezig gehouden heeft met de raakvlakken tussen landbouw, milieu en natuur en daarover uitgebreid publiceerde. Schroder verricht jaarlijks inventarisaties van een twintigtai dassenburchten op de Noordwest-Veiuwe in samenwerking met de stichting Das & Boom. Hij maakt daarbij gebruik van infra-rood camera's. In het recente verleden publiceerde hij over de relaties tussen dassen en ru ndertuberculose (Tijdschrift voor Diergeneeskunde 2016 (1 0), 44-46) en bereidt samen met dassendeskundige Hans Vink op dit moment een publicatie voor over de populatieontwikkeling van dassen op De Veluwe. Als lid van de landelijke Zoogdiervereniging draagt hij bij aan veldonderzoek naar marterachtigen.

dr ir J.J. Schroder Mecklenburglaan 9 3843 BN Harderwijk email; schroder.zoomers@caiway.nl telefoon 06 386 155 32

21

p AANQETEKENDE BRIEF NL NLFtBnker1ngbetaald€8.8 167 gr.

176119

D PostNL

23-10-2020 10:31

NL

3SRPKS226423276

S'op /fs

8070AB 79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10163780/1