CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5b. St.t.i. Bijlagen bij de toelichting Bijlage 8 Aanvullend ecologisch onderzoek

Commissie Ruimte en Wonen 7 juni 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan bedrijventerrein Elspeet.3.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek naar de dassenburcht aan de Bedrijvenstrip te Elspeet m.b.v. wildcamera’s

1

Colofon

Status:

Definitief

Project:

BE/2019/328/r

Datum:

10 april 2020, revisie 22-5-2020

Samensteller(s):

ing. G. Fairhurst

Collegiale toets:

ir. ing. K.J. Rebergen / ing. C.J. Blom

Revisie:

ing. G. Fairhurst

Opdrachtgever: Buro SRO B.V. Sweerts de Landasstraat 30 6814 DG Arnhem Contactpersoon:

dhr. E. Mekelenkamp dhr. M. Geerts

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V. / Buro SRO B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

2

Inhoud 1 Inleiding en methode..................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding

4

1.2 Planlocatie

4

1.3 Ecologie das

5

1.4 Onderzoeksdoelen

6

1.5 Methode

6

2 Resultaten......................................................................................................................... 9 2.1 Fase 1

9

2.2 Fase 2

10

2.3 Fase 3

10

2.4 Veldbezoeken

10

3 Conclusie en advies ...................................................................................................... 12 3.1 Interpretatie resultaten

12

3.2 Conclusie

14

3.3 Aanbevelingen

14

Bronnen…………………………………………………………………………………...16

3

1 Inleiding en methode 1.1

Aanleiding Aan de Uddelerweg te Elspeet zijn twee agrarische akkers, een aantal veestallen en een houtsingel gesitueerd. De Gemeente Nunspeet is voornemens op het perceel een aantal woningen en bedrijfslocaties te realiseren. De veestallen aan de noordoostzijde zullen hiervoor gesaneerd moeten worden. De bijbehorende woningen zullen behouden blijven. In de houtsingel is sinds 2013 het voorkomen van een dassenbucht bekend. Buro SRO B.V. begeleidt de ruimtelijke procedure. In 2019 heeft Buro SRO B.V. Blom Ecologie B.V. gevraagd het bestaande flora- en faunaonderzoek (Faunaconsult, 2013) te actualiseren (Rebergen, 2019). Daarnaast zijn in 2020 een extra onderzoek op de agrarische bedrijven terrein en een bomeninspectie uitgevoerd. Uit het oriënterend onderzoek bleek dat huidig gebruik van de dassenburcht en omliggend gebied door één of meerdere individuen niet uitgesloten kon worden. Buro SRO heeft derhalve Blom Ecologie B.V. gevraagd een aanvullend onderzoek t.a.v. deze dassenburcht uit te voeren.

1.2

Planlocatie De planlocatie betreft onder andere drie (mais)akkervelden en een aantal agrarische bedrijventerreinen ten zuiden van de bebouwde kom van Elspeet (figuur 1.1). Ten midden, noorden en aan de oostzijde van de planlocatie liggen houtsingels met ruwe berk, gewone braam, hulst en zomereik. In het midden van de planlocatie ligt een houtsingel bestaande uit zomereik, gewone vlier en gewone braamstruiken. Aan de westzijde is de Uddelerweg gesitueerd en aan de zuidzijde zijn een aantal vrijstaande woningen met bijbehorende tuinen gelegen. Om het plangebied heen liggen bosstroken afgewisseld met agrarische velden en heide velden welke verbonden zijn met het Elspeterbosch.

Figuur 1.1

4

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Uddelerweg te Elspeet (bron: arcgis.com).

1.3

Ecologie das De das is een sociaal dier dat vrijwel altijd in een dassenclan leeft (figuur 1.2). Zo’n clan bestaat meestal uit één dominante man en één dominante vrouw met jongen en jaarlingen (de jongen van het voorgaande jaar). De grootte van een clan is afhankelijk van de grootte van het leefgebied en het voedselaanbod (BIJ12 kennisdocument Das, 2017; Zoogdierenvereniging Das, 2020). Dassen leven in verschillende type burchten. Naast de hoofdburcht zijn er vaak ook (kleinere) bijburchten en vluchtpijpen, welke tijdelijk worden gebruikt en meestal op strategische plaatsen liggen, zoals dicht bij een voedselbron. Afhankelijk van de periode in het jaar wordt de hoofdburcht of een van de bijburchten bewoond. Dassen zijn schemer en nacht actieve dieren, waarbij ze de burcht vaak pas ’s avonds verlaten opzoek naar voedsel. Hierbij worden veelal wissels gebruikt om van de burcht naar het foerageergebied te komen en terug. De paring kan het hele jaar door plaatsvinden. Echter wordt er meestal een piek van paring gezien in februari1 direct nadat de jongen zijn geboren (BIJ12 kennisdocument Das, 2017). Na de bevruchting nestelt het embryo niet meteen in de baarmoederwand waardoor vaak de draagtijd pas een half jaar later begint. Hierdoor bedraagt de daadwerkelijke draagtijd enkel zeven weken en worden jonge dassen geboren in de periode januari - maart met een piek in februari.

Als de jongen circa 8 weken oud zijn komen deze voor het eerst uit de burcht. Vanaf juni-augustus2 worden de jongen zelfstandig. Indien de clan de maximale grootte heeft bereikt gaan de jongen migreren en opzoek naar een nieuwe clan en/of partner 3.

Figuur 1.2

De das (Meles meles) (bron: BIJ 12 kennisdocument Das, 2017).

Het onderzoek van Blom Ecologie B.V. is gebaseerd op deze verschillende fasen van de jaarcyclus van de das. Deze methode met bijbehorende data wordt toegelicht op pagina 3 onder paragraaf 1.5. 1

Fase 1

2

Fase 2

3

Fase 3

5

1.4

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen

en

nationaal

beschermde

soorten,

uiteen

in

drie

verschillende

beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de das valt onder de bescherming van de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3) kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wet nb, art 3.10 lid 1(b) en 2(art 3.5) (nationaal beschermde soorten) Lid 1 (b): Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen;

1.5

Onderzoeksdoelen Middels dit aanvullend onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: i.

Hoeveel dassen maken er gebruik van de dassenburchten?

ii.

Welke pijpen worden er frequent gebruikt door de das?

iii.

Is er sprake van een essentiële migratieroute of foerageergebied?

iv.

In welke jaargetijde maakt de das gebruik van de dassenburchten?

v.

Zal de eventuele functionaliteit van de dassenburcht(en) verloren gaan door de beoogde ontwikkelingen?

vi.

Zijn er maatregelen ter compensatie noodzakelijk indien de beoogde ontwikkelingen plaatsvinden?

1.6

Methode In dit onderzoek is de dassenactiviteit onderzocht verdeeld over 3 fases: Fase 1

Voortplanting (1)

Week 5 t/m 10 2020

Fase 2

Voortplanting (2) en migratie

Week 27 t/m 31 2019

Fase 3

Migratie/vorming clans

Week 39 t/m 44 2019

Eventuele aanwezigheid van dassen en de mate van activiteit rondom de dassenburcht is gemonitord door het plaatsen van 10 wildcamera’s in fase 2 en 3 en 12 wildcamera’s in fase 1 (Bushnell Trophy Cam Hd 20 MP met 64GB SD-kaarten). De wildcamera’s zijn op strategische locaties geplaatst, waardoor een groot gebied t.a.v. de das onderzocht is (figuur 1.3). De camera’s 11 en 12 zijn ten tijde van fase 1 bijgeplaatst doordat er nieuwe dassenpijpen zijn waargenomen in fase 3. De wildcamera’s met de nummers 1 t/m 5 en 7 en 12 zijn zo geplaatst, dat er ten minste één van de openingen van de dassenpijpen zichtbaar is. De wildcamera’s met de nummers 6 en 8 t/m 11 zijn geplaatst op mogelijke migratieroutes en deels mogelijk foerageergebied van de das. Vrijwel alle camera’s zijn in een metalen behuizing geplaats met camouflerende kleuren. Deze behuizingen zijn aan bomen of palen bevestigd (figuur 1.4).

6

Figuur 1.3

De geplaatste wildcamera’s t.a.v. de dassenburcht en eventuele migratieroutes van de das, de camera’s 11 en 12 zijn later geplaatst door de nieuw bijgekomen dassenpijpen (groen).

Figuur 1.4

De opstelling van een van de wildcamera’s. Vrijwel alle wildcamera’s werden in een metalen behuizing geplaatst.

De wildcamera’s waren ingesteld op hybride modus, wat inhoudt dat er zowel een foto als een korte film van 10 sec. wordt opgenomen. De wildcamera’s zijn verdeeld over de drie fases en hebben per fase een periode van vier weken beelden opgenomen, om een duidelijk beeld te krijgen hoeveel individuen, de frequentie en de tijdspanne van de aanwezigheid door dassen. Elke twee weken is er een veldbezoek uitgevoerd waarbij er gekeken is of de wildcamera’s nog werkzaam waren en zijn tevens de SD-kaarten en batterijen vervangen. Tijdens deze veldbezoeken is ook een sporenonderzoek verricht. 7

Het plaatsen, verwisselen van de SD-kaarten, het ophalen van de camera’s en het sporenonderzoek is verricht door medewerkers van Blom Ecologie B.V. verdeeld over tien veldbezoeken.

8

2 Resultaten Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat de tijdens de hele periode (week 27 2019 t/m week 10 2020), met een toename van activiteiten in de Fases 2 en 3, activiteit van de das aanwezig is op de planlocatie. Dit betreft zowel activiteit rondom de dassenpijpen als het gebruik van migratieroutes en de akkerlanden. In deze periode zijn in totaal 934 waarnemingen van de das(sen) waargenomen verdeeld over 12 camera’s. De meeste waarnemingen zijn afkomstig van de camera’s 1,3,7 en 10 (respectievelijk: 186, 202, 137 en 102 waarnemingen). De minst aantal waarnemingen zijn afkomstig van de camera’s 11 en 4 (respectievelijk 1 en 19). Op de beelden zijn verschillende gedragingen waargenomen als; markeren, voorbij lopen, burcht betreden, snuffelen(foerageren), eten, graven en paren. In fase 2 is op alle beelden 1 das tegelijk waargenomen. In de fase 1 en 3 zijn verschillende keren twee individuen tegelijk op camera waargenomen. Onderstaand wordt per fase de resultaten toegelicht:

2.1

Fase 1 Tijdens deze fase, in de periode begin februari-maart, vindt vaak de piek van de voortplanting plaats. Dit is meestal direct na de geboorte van de jongen. In deze fase zijn in totaal 402 waarnemingen van de das of dassen (2) waargenomen verdeeld over 12 camera’s. Daarnaast zijn er enkele waarnemingen van twee jaarlingen geregistreerd op camera 1 (figuur 2.1). De meeste waarnemingen zijn afkomstig van de camera’s die gericht zijn op de dassenpijpen. Op deze beelden zijn voornamelijk gedragingen te zien als het in- en uittreden van de burcht, markeren en snuffelen. Op camera 12, vlak voor de dassenpijp zijn gedragingen als de paring waargenomen (figuur 2.2).

Figuur 2.1

Links een jaarling en rechts een volwassen exemplaar (camera 1).

9

Figuur 2.2

2.2

Twee parende dassen (camera 12).

Fase 2 In deze periode (eind juni- t/m augustus) worden de jongen zelfstandig, begint de migratie en eventuele vorming van clans. In totaal zijn er 31 waarnemingen van de das gedaan gedurende de 4 weken verdeeld over 10 camera’s. In deze fase zijn het minst aantal waarnemingen gemaakt. Geen een keer zijn meerdere dassen tegelijkertijd door de wildcamera’s geregistreerd. Hierbij zijn enkel passerende dassen waargenomen, er zijn geen gedragingen als markeren en foerageren waargenomen. Tevens zijn er geen gedragingen als het in- en uittreden van de burcht geregistreerd door de camera’s.

2.3

Fase 3 Rond september zijn de jongen onafhankelijk en worden er nieuwe clans gevormd en/of partners gezocht. In deze periode vindt ook veel migratie plaats opzoek naar voedsel voor het aanmaken van een vetlaag om de winter door te komen. In totaal zijn in deze periode 501 waarnemingen van de das geregistreerd, verdeeld over 10 camera’s. Hierbij zijn ook waarnemingen gedaan op camera 8. De meeste gedragingen die vertoond zijn betreffen voornamelijk gedragingen als in- en uittreden van de burcht, graven, markeren, en snuffelen. Op de camera’s langs mogelijk migratieroutes is over de gehele periode meerdere malen een passerende das waargenomen vanuit beide richtingen. Ook zijn er verschillende gedragingen die wijzen op foerageergedrag waargenomen als graven, snuffelen en wroeten.

2.4

Veldbezoeken Bij het plaatsen, wisselen van de SD-kaartjes en het ophalen van de camera’s is gezocht naar (nieuwe) sporen van de das. In de eerste fase zijn voornamelijk sporen als neusputten, haren en (oude) afgekloven maïskolven waargenomen. In de tweede fase zijn graafsporen als vergraven grond voor openingen van dassenpijpen waargenomen, mestputten en uitwerpselen, neusputten en prenten (figuur 2.3). In fase 3 zijn voornamelijk sporen waargenomen als verbogen mais en afgekloven maiskolven (figuur 2.3), uitwerpselen,

10

graafsporen, prenten, haren en nieuwe dassenpijpen. Doordat tijdens dit veldbezoek nieuwe dassenpijpen zijn gevonden, zijn er twee extra camera’s bijgehangen (resp. 11 en 12). Eén van die camera’s is voor zo’n nieuwe dassenpijp gehangen en de tweede op een mogelijke migratieroute.

Figuur 2.3

Tijdens de veldbezoeken zijn onder andere sporen als omgebogen mais, maiskolven en uitwerpselen waargenomen.

11

3 Conclusie en vervolgstappen 3.1

Interpretatie resultaten De resultaten tonen aan dat delen van de planlocatie de gehele periode van juni t/m maart, met een piek tussen eind september-maart, gebruikt wordt door de das. Echter werden de burchten pas in fase 3 (week 39-44 2019) en fase 1 (week 5-10 2020) gebruikt door de soort. In deze periode zijn waarnemingen van het in- en uittreden van de das uit verschillende dassenpijpen geregistreerd. Daarnaast zijn in de gehele periode waarnemingen van passerende dassen geregistreerd. In totaal zijn er niet meer dan 2 dassen tegelijk waargenomen op de camera’s, waarvan in fase 3 twee jaarlingen zijn waargenomen. Hierdoor is het aannemelijk dat het geen grote clan betreft en er niet meer dan twee volwassen exemplaren en twee jaarlingen gebruik maken van de burcht. Aannemelijk zijn in februari jongen geboren en bevinden deze zich in de burcht. De frequent gebruikte dassenpijpen betreffen die waar de camera’s 1, 3, 5 en 12 op zijn gericht en worden weergegeven in figuur 3.1.

Figuur 3.1

De frequent gebruikte dassenpijpen betreffen die waar de camera’s 1,3,5 en 12 op zijn gericht.

Daarnaast is er veel activiteit waargenomen op de camera’s 9 en 10, waardoor deze route een belangrijke functie heeft als migratieroute (figuur 3.2). Hieruit blijkt tevens dat de faunapassage regelmatig wordt gebruikt om in het gebied ten westen van de planlocatie te komen. Uit de resultaten blijkt dat dit gebied tevens deel uitmaakt van het functioneel leefgebied van de das. De wroetsporen en de aanwezige wissel in dat betreffende gebied onderschrijft deze conclusie. De route naar het oosten van de planlocatie, via camera 8 en 11, wordt zeer weinig gebruikt doordat de das hier zelden werd waargenomen op de camera’s. Dit betekent echter niet dat de das niet in dit deel van de planlocatie voorkomt.

12

Naast de paardenweide zijn namelijk duidelijke wisselsporen waargenomen ten tijde van de veldbezoeken en er zijn een aantal waarnemingen van de das die richting de weide loopt geregistreerd. Hierdoor is het aannemelijk dat deze route wordt gebruikt om in andere delen van het gebied te komen. Op de camera’s 1, 2, 3, 6, 7 en 10 is frequent foerageergedrag waargenomen als graven/wroeten in de bodem. Daarnaast zijn op verschillende locaties sporen waargenomen als neusputjes en afgekloven maiskolven (figuur 3.3).

Figuur 3.2

De constant gebruikte migratieroutes van de das(sen).

Figuur 3.3

Sporen en waarnemingen die wijzen op foerageergedrag van de das.

13

3.2

Conclusie De resultaten van het onderzoeken laten zien dat de das de agrarische percelen (c.q. maisakkers) en de omliggende grasweides gebruikt als foerageergebied. Bij een dassenpijp is voortplanting waargenomen waaruit geconcludeerd kan worden dat de burcht momenteel gebruikt wordt als rust- en voortplantingsplaats. Daarnaast worden de weerzijden van de agrarische percelen gebruikt als migratieroute van de dassenburcht naar het bosgebied ten westen van de planlocatie. Een deel van de noordelijk gelegen maisakker zal in de beoogde ontwikkeling verloren gaan. Daarnaast worden delen van de migratieroutes (tijdelijk) aangetast. De beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot het wegnemen van de dassenburchten. Waardoor er geen sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming. Echter dient de functionaliteit van de burcht het functioneel leefgebied gewaarborgd te blijven. Dit houdt in dat de beoogde ontwikkeling en de effecten van de werkzaamheden geen negatief effect mag sorteren op de functionaliteit van de dassen burcht.

3.3

Vervolgstappen Om de functionaliteit van de dassenburcht te behouden dient er met het inrichten van de planlocatie rekening gehouden worden met de aanwezigheid van de das en dienen er maatregelen getroffen te worden om te waarborgen dat de dassenburcht in de toekomst zal blijven functioneren om zo de gunstige staat van instandhouding van de soort in het gebied (c.q. op lokaal niveau) te waarborgen. Derhalve dient er op basis van dit onderzoek en de effecten van de beoogde ontwikkeling t.a.v. de das een inrichtingsplan- en beheeradvies voor de das gemaakt te worden. Het waarborgen van voldoende rust,- dekking- en foerageermogelijkheden dienen leidend te zijn in het inrichtingsplan van de beoogde ontwikkeling. In het inrichtingsplan dienen tevens maatregelen tegenover de das uitgewerkt te worden om negatieve tijdelijke (verstorende effecten) te minimaliseren en calamiteiten te voorkomen. Daarnaast dienen maatregelen t.a.v. de Algemene zorgplicht in acht genomen te worden: ·

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht).

·

Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

·

Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.

·

Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.

·

De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).

14

·

De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (maart t/m september). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is, dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

15

Bronnen · · · · ·

BIJ12, 2017. Kennisdocument Das Meles meles, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Dinther, B., J. Hack, Visser, A. & P. Leendertse, 2010. De bodem uitgezocht. TAUW B.V., Eindhoven. Hovens, J.P.M. & G. Lenstra, 2013. Flora- en faunaonderzoek Bedrijvenstrip Elspeet. Faunaconsult, Belfeld. Rebergen, K., 2019. Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan de Bedrijvenstrip te Elspeet. Rijkswaterstaat, 2005. Leidraad faunavoorzieningen bij wegen. Ministerie van verkeer en waterstaat, Den Haag

Websites www.arcgis.com www.dasenboom.nl www.zoogdierenvereniging.nl

16

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10163747/1