AP 5b. St.t.i. Bijlage 6 Stikstofdepositie berekening Laan 43a Nunspeet
Tekst van het document
10
grote boswachterijen op de zandgronden dan van bijvoorbeeld landgoederen in halfopen landschap. Afwisseling in bos is gunstig; wellicht is een combinatie van houtteelt met beperkte omlooptijd en oud bos het meest lucratief. Een individu verblijft het hele jaar in hetzelfde gebied en gebruikt daarbij veel ruimte (100.400 ha) en kent in de winter een groter leefgebied dan in de zomer. Op de Veluwe is de dichtheid aan broedparen ongeveer één paar per 200 ha. De meeste paren gebruiken enkele clusters van holen om in te overnachten en te broeden. Het volume aan dood hout (vooral staand dood hout en stobben) bepaalt mede de omvang van het territorium. Het N-gevoelige deel van het leefgebied van de zwarte specht bestaat uit een tweetal Ngevoelige habitattypen, namelijk H9190 en H9120, aangevuld met twee N-gevoelige leefgebiedtypen Lg13 en Lg14. De N-gevoeligheid van deze onderdelen is relevant voor het leefgebied van zwarte specht vanwege een afname van de prooibeschikbaarheid (vermindering aantal bosmieren door vergrassing). De omvang van het stikstofgevoelige leefgebied Lg13 Bos van arme zandgronden voor de zwarte specht bedraagt ca. 24.660 ha binnen het Natura 2000-gebied Veluwe. Dit leefgebied vormt samen met Lg14 Eikenen beukenbos van lemige zandgronden ca. 85% van het totale leefgebied van de zwarte specht in het Natura 2000-gebied Veluwe.
Als gevolg van het voorgenomen project vindt gedurende de ontwikkelfase tijdelijk een verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie plaats van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op slechts 13 hexagonen waarin bestaand leefgebied Lg13 ligt. Deze hexagonen liggen in een bosvak tussen de Eperweg en het spoor Amersfoort-Zwolle. Een tijdelijke verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op heel klein deel (ca. 8 ha) van het totaal aan leefgebied van de soort zal er niet toe leiden dat een zodanige extra vergrassing van de bodem optreedt, dat daardoor de voedselbeschikbaarheid van de zwarte specht in dit gebied in het geding komt. Er is bij een zodanig kleine toename aan stikstofdepositie geen sprake van een merkbare verandering van de bosbodemstructuur dat daardoor beïnvloeding van aanwezigheid van bosmieren kan optreden. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat het voorgenomen project niet leidt tot een afname van de omvang of een in ecologische zin merkbare verslechtering van het leefgebied van de zwarte specht in het Natura 2000-gebied Veluwe. Het voorgenomen project staat er niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen voor de zwarte specht kunnen worden gehaald.
Geconcludeerd wordt dat een beperkte tijdelijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op een klein deel van het totaal aan leefgebied van de zwarte specht met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen voor de betreffende soort. 5.3 Draaihals Voor de draaihals geldt dat de trend onbekend is, maar het huidige aantal broedpaar ligt ver boven het instandhoudingsdoel (hervestiging). De randzone van het bosgebied langs de weg vormt geen geschikt leefgebied voor de draaihals, die voornamelijk voorkomt in open gebieden en bosranden langs zandverstuivingen en heideterreinen. Voor de draaihals geldt een uitbreidingsopgave voor de omvang en een verbeteropgave voor de kwaliteit van het leefgebied, voor hervestiging van de soort. Hervestiging van de soort als broedvogel is inmiddels gelukt op de Veluwe, waar momenteel meer dan 40 broedparen voorkomen (SOVON.nl/gebieden). De stikstoftoename op Lg13 vindt alleen plaats op een klein deel (ca. 8 ha) van het totaal aan leefgebied voor de soort. Het betreffende bosvak vormt geen geschikt broedbiotoop voor de draaihals, die voorkomt in een halfopen landschap met een afwisseling van bos, heideterreinen en zandverstuivingen en aanwezigheid van berkenbomen als nestboom. Dit type landschap ontbreekt binnen het beïnvloedingsgebied.
Als gevolg van het voorgenomen project vindt gedurende de gebruiksfase een verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie plaats van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op slechts 13 hexagonen waarin bestaand leefgebied Lg13 ligt.
11
Een tijdelijke verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op heel klein deel (ca. 8 ha) van het totaal aan leefgebied van de soort zal er niet toe leiden dat een zodanige extra vergrassing van de bodem optreedt, dat daardoor de voedselbeschikbaarheid van de draaihals in dit gebied in het geding komt. Er is bij een zodanig kleine toename aan stikstofdepositie geen sprake van een merkbare verandering van de bosbodemstructuur dat daardoor beïnvloeding van aanwezigheid van bosmieren kan optreden. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat het voorgenomen project niet leidt tot een afname van de omvang of een in ecologische zin merkbare verslechtering van het leefgebied van de draaihals in het Natura 2000-gebied Veluwe. Het voorgenomen project staat er niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen voor de draaihals kunnen worden gehaald. Geconcludeerd wordt dat een beperkte tijdelijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op een klein deel van het totaal aan leefgebied van de draaihals met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen voor de betreffende soort.
5.4 Cumulatie Er zijn geen reeds vergunde maar nog niet uitgevoerde werkzaamheden bekend die gelijktijdig met het voorgenomen project worden uitgevoerd en die een overlap hebben qua beïnvloedingsgebied aan de uiterste rand van de Veluwe ter hoogte van Nunspeet. Het projecteffect is ook dermate beperkt (maximaal 0,01 mol N/ha/jr op slechts 8 ha aan bestaand leefgebied van voor stikstof gevoelige vogelsoorten), dat ook geen sprake is van een in ecologische zin merkbare verandering in de kwaliteit van de betreffende leefgebieden van zwarte specht en draaihals. Van een significant effect door cumulatie met eventuele andere projecten is dan ook geen sprake.
12
6 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied Veluwe of voor andere omliggende Natura 2000-gebieden i.r.t. het aspect stikstofdepositie. Tijdens de gebruiksfase is geen sprake van een toename aan stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Veluwe. Tijdens de ontwikkelfase vindt tijdelijk een verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie (maximaal 0,01 mol N/ha/jr) plaats op slechts 13 hexagonen (ca. 8 ha) aan leefgebied voor draaihals en zwarte specht. Uit de ecologische beoordeling blijkt dat bij een zodanig kleine toename aan stikstofdepositie geen sprake is van een zodanig merkbare verandering van de kwaliteit van de leefgebieden van deze soorten, dat dit van invloed kan zijn op de omvang en verspreiding van de populaties. Ook uitbreiding van leefgebieden van draaihals waarvoor een uitbreidingsopgave geldt blijft mogelijk in het Natura 2000-gebied Veluwe. Significante gevolgen voor de betreffende kwalificerende vogelsoorten kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten, ook in combinatie met eventuele andere projecten.
13
Literatuur ▪
BJZ 2023. Aerius Calculator stikstofberekening 4 woningen Laan 43A Nunspeet.
▪
Provincie Gelderland 2017. PAS-gebiedsanalyse Veluwe.
▪
Provincie Gelderland 2023. Natuurdoelanalyse Veluwe.
▪
https://www.calculator.aerius.nl/calculator
▪
https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland
▪
https://www.sovon.nl/nl/gebieden
14