AP 5b. Bijlage 9. Quickscan Flora en fauna Laan 43a Nunspeet
Tekst van het document
G&G-advies QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Laan 43A te Nunspeet
Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
J.R. Fokkens
2022
Opdrachtgever DNS Planvorming B.V.
G&G-advies QS2022-103
Datum Versie
16 mei 2022 V1
Gecontroleerd door: W. Peters De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Laan 43A te Nunspeet
3
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 6
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 6
1.4
Werkzaamheden...................................................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
Methode
8
2.1
Soorten .................................................................................................................... 8
2.2
Gebieden.................................................................................................................. 9
Beschermde soorten Wnb
10
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10
3.2
Beschermde soorten.............................................................................................. 12 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 12 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 12 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 12 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 13 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 15 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 16 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 18
3.3
4
5
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 19
Effectbeoordeling en maatregelen
20
4.1
Vogels..................................................................................................................... 20
4.2
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 21
4.3
Vleermuizen ........................................................................................................... 21
4.4
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 22
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
23
5.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 23
5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 24
5.3
Weidevogelgebieden ............................................................................................. 24
5.4
Houtopstanden ...................................................................................................... 24
5.5
Overige relevante wetgeving................................................................................. 24
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
4 5.6
6
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................25
Conclusies
26
6.1
Beschermde soorten Wnb .....................................................................................26
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................27
6.3
Zorgplicht ...............................................................................................................27
6.4
Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................28
7
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
29
8
Bijlagen
31
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie aan Laan 43A te Nunspeet her in te richten. Nunspeet ligt in de gelijknamige gemeente Nunspeet in de provincie Gelderland. De bebouwing in het plangebied wordt gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van DNS Planvorming B.V. heeft Ecologisch Onderzoeksen Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
6
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied bevindt zich in de dorpse omgeving van Nunspeet. Rondom het plangebied is veel groen aanwezig in de tuinen van de omliggende bebouwing en als bosplantsoen. Ten noordoosten ligt een stadspark genaamd ‘Park 40-45’. Ten zuiden van het plangebied ligt Natura 2000-gebied De Veluwe.
1.4
Werkzaamheden De aanwezige bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt. Op de locatie waar de huidige bebouwing staat, wordt nieuwbouw gerealiseerd. In het plangebied staan vier bomen die gekapt dienen te worden. Het overige groen (struiken) dient ook te worden gerooid. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van gebouwen met benodigd hak- breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en bomen of zware constructiewerkzaamheden. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
7 In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.
Bestaande situatie
Nieuwe situatie 6 grondgebonden woningen met 2 lagen en een kap
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
8
2
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2011-2021). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §3.2.4).
Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
9 Potentiebeoordeling Het plangebied is op 19 april 2022 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.
→https://www.nvwa.nl/
onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten
Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://gldanders.planoview.nl/planoview/conceptplannen Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
10
3
Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen Bebouwing In het plangebied staan twee gebouwen. Het grote gebouw is opgebouwd uit stenen muren en een plat dak bedekt met bitumen. Rondom de dakrand zit betimmering. De muur bevat een spouw, dit is te zien aan de aanwezigheid van spouwgaten. Het andere gebouw is klein en staat in de zuidwestelijke punt van het plangebied. Deze is ook opgebouwd met stenen, heeft een plat dak en een houten dakrand. Er zijn geen gaten of kieren aanwezig. Bosschages Rondom het grote gebouw staan diverse struiken en bomen zoals, Haagbeuk, Ruwe berk, Eenstijlige meidoorn, Broodboom en Cotoneaster. Er zijn geen opvallende holtes of spleten in de bomen aanwezig. Enkele bomen direct naast het plangebied zijn begroeid met klimop. Wel hangen er diverse vogelhuisjes in het plangebied aan bomen. Overig Binnen het plangebied ontbreken open oppervlaktewateren en bermen.
Impressie van de aanwezige bebouwing in het plangebied. Rechts het grote gebouw en links is het kleine gebouw.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
11
Impressie van de aanwezige biotopen binnen het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
12
3.2
Beschermde soorten
3.2.1
Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten.
3.2.2
Vissen Omdat in het plangebied zelf geen water aanwezig is, kunnen hier geen (beschermde) vissoorten voorkomen. Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20122022). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig.
3.2.3
Amfibieën Aangetroffen soorten De Rugstreeppad is bekend van de omgeving van het plangebied, de soort werd op 1,2 kilometer afstand van het plangebied vastgesteld in Natura-2000 gebied de Veluwe(NDFF 2012-2022). De Rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1).
→www.verspreidings
atlas.nl
In de omgeving van het plangebied is in het verleden ook de Alpenwatersalamander aangetroffen (NDFF 2012-2022). Ook deze soort werd in het Natura2000 gebied de Veluwe waargenomen op 1,1 kilometer afstand. Van beide soorten is maar één waarneming bekend. Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander en Bruine kikker. De dieren kunnen wegkruipen onder stronken en takken of in verlaten muizenholen en dergelijke. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Gelderland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
13 -Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. In het plangebied ligt geen water met lage omliggende vegetatie dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van geschikt voortplantingswater, ligt geïsoleerd door bebouwing er is geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het niet te verwachten dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. Het plangebied is te veel geïsoleerd door dichte bebouwing, bos, brede watergangen en wegen en de soort moet daarom te veel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken.
3.2.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Zwarte kraai (cat. 5), Merel, Kauw, Houtduif, Boomkruiper (cat. 5), Boomklever (cat. 5), Goudhaan, Zwartkop, Heggenmus, Grote bonte specht (cat. 5), Zwarte mees (cat. 5), Gaai, Roodborst, Vink, Koolmees (cat. 5) en Pimpelmees (cat. 5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Winterkoning, Zwartkop of Heggenmus. Het is mogelijk dat in de vogelkasten categorie 5-soorten broeden als Zwarte mees, Koolmees, Pimpelmees of Boomkruiper. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werd een overvliegende Sperwer (cat. 4) waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Huismus, Gierzwaluw en verschillende in bomen en bebouwing broedende roofvogels en uilen vastgesteld (NDFF 2012-2022).
Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen (geschikte) bebouwing en bomen aanwezig zijn en geen sporen of nesten werden waargenomen, wordt uitgesloten dat
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
14
vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Huismussen broeden in huizen met zadeldaken en dakpannen of in schuren, vaak aan de rand van (dorpse) bebouwing. Binnenstedelijke gebouwen met platte daken zijn niet geschikt. Deze soort stelt aan zijn leefgebied ook aanvullende eisen zoals de aanwezigheid van dekking biedende struiken in bijvoorbeeld tuinen, zandplekken en/of voederplaatsen. Bosplantsoen is minder geschikt als biotoop. Het plangebied biedt onder andere vanwege het ontbreken van deze elementen geen essentieel leefgebied voor de Huismus. Gierzwaluwen gebruiken vooral gebouwen in de binnenstad om in te nestelen. De Gierzwaluw nestelt graag onder dakpannen en dakranden, loodslabben of in houten daklijsten. Gebouwen met platte daken zonder speciale kasten zijn niet geschikt. Daarnaast biedt het bosplantsoen geen geschikt leefgebied voor deze soort. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer of Ransuil. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.
In het plangebied hangen diverse vogelhuisjes die in gebruik kunnen zijn bij catagorie 5 soorten zoals Kool en Pimpelmees.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
3.2.5
15
Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden Boommarter, Steenmarter, Eekhoorn en kleine marterachtigen (Bunzing en Wezel) waargenomen (NDFF 2012-2022). Alle bovengenoemde grondgebonden zoogdieren zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). De Boommarter werd met twee waarnemingen op 1,9 kilometer afstand ten zuidoosten van het plangebied vastgesteld. Het betroffen beide waarnemingen van een dood exemplaar langs de A28. De Steenmarter werd op 800 meter afstand ten zuiden van het plangebied vastgesteld, de Eekhoorn werd op 85 meter afstand ten noorden van het plangebied vastgesteld en de Bunzing werd op 110 meter afstand ten westen van het plangebied vastgesteld. Dit betrof één waarneming in een tuin. De Wezel werd op 1,1 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied vastgesteld in Natura2000 gebied de Veluwe. Van de meeste genoemde soorten zijn meerdere waarnemingen bekend. Hierboven worden de waarnemingen die het dichtst bij het plangebied werden gedaan genoemd. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel, Konijn en verschillende algemene soorten (spits)muizen.
Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Gelderland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het plangebied biedt slechts beperkt schuilmogelijkheden zoals dichte begroeiing en dekking waar Steenmarter en kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) gebruik van kunnen maken. Ook ontbreekt gunstig jachtgebied met veel prooidieren (muizen). Tevens zijn rond de bebouwing vaak mensen (en huisdieren) aanwezig zodat noodzakelijke rust voor de dieren ontbreekt. Het is mogelijk dat incidenteel Eekhoorns of Steenmarters die elders verblijven, in het plangebied voorkomen. Gezien de grootte en geschiktheid betreft het geen essentieel deel van hun leefgebied. In de omgeving van het plangebied is bovendien veel meer geschikt biotoop aanwezig.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
16
3.2.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn zes soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2012-2022). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis en Bosvleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Er zijn geen relevante waarnemingen (zoals bijvoorbeeld verblijven, kolonies, foerageergebieden of vliegroutes) bekend van vleermuizen in het plangebied zelf of in de directe omgeving ervan (NDFF 20122022). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken.
Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. De waargenomen spleten in de muren en onder de dakrand geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes. Te denken valt aan gebouwbewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Andere gebouwbewonende soorten zoals Kleine dwergvleermuis, Meervleermuis, Tweekleurige vleermuis (Gewone) grootoorvleermuis, etc. zijn zeldzaam en worden op voorhand niet verwacht in de onderzochte bebouwing. Deze soorten dienen tijdens vervolgonderzoek (zie §4.3) wel te worden onderzocht en als tijdens vleermuisonderzoek indicatieve waarnemingen worden gedaan van deze soorten, moeten bezoekrondes en bezoektijden worden aangepast conform het geldende onderzoeksprotocol, zodat het eventuele voorkomen van deze soorten volledig in beeld wordt gebracht. Gezien de aard van de bebouwing is tijdelijk verblijf in de zomer en in de paarperiode het meest waarschijnlijk. Er worden gezien de beperkte buffering van de aanwezige holtes geen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
17 (massa)winterverblijven verwacht. Laat in het najaar aanwezige vleermuisverblijven zouden in warme periodes in de winter wél gebruikt kunnen worden door actieve vleermuizen die nog niet in (diepe) winterrust zijn. De spleten en gaten bevinden zich in de spouwmuur, onder de dakrand en achter dakbetimmering. De potentie bevindt zich rondom de bebouwing. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De schaars aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.
Elke muurzijde van het grote gebouw heeft spouwgaten en een kier onder de rand. Deze zijn hier aangegeven met een rode pijl. Deze openingen geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte achterliggende ruimtes.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
18
3.2.7
Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn waarnemingen bekend van Levendbarende hagedis, Grote weerschijnvlinder, Sleedoornpage (dagvlinders) en Vliegend hert (kever) in de omgeving van het plangebied (NDFF 2012-2022). De Levendbarende hagedis werd éénmaal op 1,1 kilometer van het plangebied waargenomen in Natura2000 gebied de Veluwe, de Grote weerschijnvlinder werd éénmaal op 1 kilometer van het plangebied waargenomen, de Sleedoornpage werd op 350 meter van het plangebied waargenomen en het Vliegend hert werd op 200 meter van het plangebied waargenomen Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop. In het plangebied is geen geschikt biotoop aanwezig voor Levendbarende hagedis. Voor de soort ontbreken vochtige, halfopen terreinen met veel dekking. Daarnaast ontbreken grote graspollen, stronken, takken en verlaten muizenholen waar Levendbarende hagedis gebruik van maakt tijdens de overwinteringsperiode. Het plangebied is niet geschikt voor Iepenpage. Binnen het plangebied ontbreken bomenlanen of houtopstanden met iepen, de waardplant van deze soort. Het plangebied is ongeschikt voor Grote weerschijnvlinder. Binnen het plangebied ontbreken oudere, vochtige loofbossen met open plaatsen met opslag van wilg, de waardplant voor deze soort.
Het plangebied is niet geschikt voor Vliegend hert. Binnen het plangebied ontbreken wegrottend hout van oude eiken waar de larven in ontwikkelen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
3.3
19
Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.
Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied (kolom 4). *=alleen incidenteel voorkomend verwacht
Beschermde, niet vrijgestelde soorten
Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)
Mogelijk (incidenteel*) aanwezig in plangebied
Mogelijk essentieel leefgebied binnen het plangebied aanwezig
Planten
nee
nee
nee
Vissen
nee
nee
nee
Amfibieën
ja
nee
nee
Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten
ja
ja
ja
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten
ja
ja*
nee
Grondgebonden zoogdieren
ja
ja*
nee
Vleermuizen: verblijfplaats
nee
ja
ja
Vleermuizen: foerageergebied
ja
ja
nee
Vleermuizen: vliegroute
?
nee
nee
Overige beschermde fauna
ja
nee
nee
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
20
4
Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
4.1
Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, het slopen van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! ‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Zwarte mees, Koolmees, Pimpelmees of Boomkruiper), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen.
Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
21 Soorten met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Sperwer en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
4.2
Grondgebonden zoogdieren Voor incidenteel aanwezige Eekhoorns of Steenmarters wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de geringe grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Het plangebied biedt onder andere vanwege deze redenen geen essentieel leefgebied voor deze soorten en de dieren kunnen gemakkelijk tijdelijk uitwijken.
4.3
Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij de sloop van de gebouwen zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
22
4.4
Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soort(en) (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld.
Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied.
Soort/Soortgroep Vleermuizen
Optimale periode Gebiedsfunctie
Periode
Kraamkolonies en zomerverblijven (3 bezoeken)
Paarverblijven en zwermgedrag (2 bezoeken)
Gewone dwergvleermuis
half mei - half juli
augustus-oktober
Ruige dwergvleermuis
half mei - half juli
augustus - oktober
Laatvlieger
half mei - half juli
augustus – oktober
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Aantal bezoeken Aantal bezoeken 5
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
5
23
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.
5.1
Natura 2000 Het plangebied ligt op ongeveer 700 meter afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Veluwe (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand, afscherming (groengebied en stedelijk) en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000gebied de Veluwe.
Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.
Natura 2000-gebied de Veluwe
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
24
5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 3). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.
5.3
Weidevogelgebieden Het gebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied (zie Figuur 3). Er is geen negatief effect mogelijk op Weidevogelleefgebieden, een nadere toetsing is niet nodig.
5.4
Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt. Er is voor de kap van de bomen waarschijnlijk wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk.
5.5
Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van NNN, Ontwikkelingszones, Beschermingszones, Stiltegebied en Natura 2000-gebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
5.6
25
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
26
6
Conclusies 6.1
Beschermde soorten Wnb ♣ Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. ♣ Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën alleen ‘vrijgestelde’ soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. ♣ In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. ♣ Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Sperwer en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
♣ Voor incidenteel aanwezige Eekhoorns of Steenmarters wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten. ♣ In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of Kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. ♣ Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
27 groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken.
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ♣ Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is buiten indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen. ♣ Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.
6.3
Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: ♣ Ontzie groen en groenvoorzieningen zoveel als mogelijk tijdens de werkzaamheden en bij het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen. Gebruik zo klein mogelijke werkbreedtes en gebruik eventuele bouwwegen zowel voor aanvoer als afvoer. ♣ Verwijder groen en bomen buiten de broedtijd (februari-augustus) van vogels ♣ Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. ♣ Het verwijderen van groen kan zoveel mogelijk beperkt worden of na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houdt bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan. ♣ Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden, of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk worden gebruikt om insporing en potentiele verstoring te beperken. ♣ Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
28
6.4
→https://www.checklist
groenbouwen.nl/
Aanbevelingen ter bevordering van natuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Er zijn veel goede ←websites beschikbaar met tips en informatie over groen bouwen en het natuurlijk inrichten van tuinen. Als aanvulling worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: ♣ Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of openhouden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen. ♣ Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen, Spreeuwen en Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen. ♣ Het plaatsen van zogenaamde ‘insectenhotels’ aan de muren van de bebouwing, in tuinen of in bestaande of aan te planten groenstructuren. ♣ Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
7
29
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K.
MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist. UCHELEN, E. VAN, 2021. Bunzing, Hermelijn en Wezel – Kleine Roofdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
30
VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
31
8
Bijlagen
Bijlage 1
Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld.
DR
FL
FR
GL
GR
L
NB
NH
OV
UT
ZH
ZL
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + +3 + +4 + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
Van der Goes en Groot
+ +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
+ +
+
+ +
Laan 43A te Nunspeet
Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 1.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet. Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 1.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. ♣ in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ♣ ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. ♣ in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.
♣ ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 1.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie. *Geldt alleen in provincie Limburg en Overijssel Categorieën waarbinnen de soorten in deze provincies vallen zijn aangegeven voor Limburg, Overijssel.
**Geldt alleen in provincie Limburg.
***Geldt alleen in provincie Overijssel
Soort Bijeneter** Blauwe reiger** Boerenzwaluw* Boomvalk Bosuil* Buizerd Draaihals** Gierzwaluw Grauwe klauwier** Grote gele kwikstaart Grutto** Havik Huismus Huiszwaluw* IJsvogel** Kerkuil Kramsvogel** Kwartelkoning** Oehoe Ooievaar Paapje** Raaf* Ransuil Ringmus** Roek Roerdomp** Rode Wouw** Slechtvalk Sperwer Spotvogel** Steenuil Torenvalk* Visdief** Wespendief Wulp** Zeearend*** Zomertortel** Zwarte specht* Zwarte wouw
Categorie 4 4 2,3 4 2, 3 4 4 2 4 3 4 4 2 2 4 3 4 4 3 3 4 3, 4 4 4 2 4 3 3 4 4 1 3, 4 4 4 4 4 4 4, 3 4
Toelichting codes Vogelsoorten waarvan de nesten in principe jaarrond zijn beschermd met beschermingscategorie: 1 = soorten die ook buiten het broedseizoen het nest gebruiken als vaste rust- of verblijfplaats; 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop; 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing; 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in staat zijn een nest te maken.
De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). In de provincie Overijssel is de lijst in 2019 opnieuw aangepast (zie kader). In de provincie Limburg is de lijst in 2020 opnieuw aangepast (zie kader). In de provincie Limburg gelden nog enkele wijzigingen op de standaard, de volgende soorten vallen in deze provincie andere categorieën: Kerkuil (cat. 1), Oehoe (cat. 1), Roek (cat. 1), Grote gele kwikstaart (cat. 2), Ooievaar (cat. 2), Slechtvalk (cat. 2), Wespendief (cat. 3), Zwarte wouw (cat. 3), Zomertortel (cat. 4). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf kan het zijn dat zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan moet worden betrokken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-103
Laan 43A te Nunspeet
Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in categorie 5. *Andere beschermingsstatus in provincies Limburg en/of Overijssel. **Geldt alleen in provincies Limburg en/of Overijssel De Grutto en Ringmus behoren bij categorie 5 in Overijssel, maar horen bij categorie 4 in Limburg. zie ook kader op voorgaande pagina.
Blauwe reiger* Boerenzwaluw* Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil* Brilduiker Draaihals* Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto*/** Hop Huiszwaluw* IJsvogel* Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger
Koolmees Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht** Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf* Ringmus*/** Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk* Tureluur** Veldleeuwerik** Wulp** Zeearend* Zomertortel** Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht*
Voor soorten met jaarrond beschermde nesten kan soms, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, kan de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen. Categorie 5-soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook soorten met jaarrond beschermde nesten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’.