CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5a. Anonieme Concept-reactienota Langetermijnvisie (2025-2049) en beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet (2025-2034)

Commissie Ruimte en Wonen 9 februari 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Langetermijnvisie en Beheerplan heideterreinen gemeente Nunspeet928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Nunspeet (Inspraak)reactienota zienswijzen op het Heidebeheervisie (2025-2049) en beheerplan (2025-2034) 17 november 2025

Pagina 1 van 5

Reactienota Zienswijzen In het kader van de terinzagelegging van de “Concept-Langetermijnvisie heideterreinen Gemeente Nunspeet (2025-2049)”en “ConceptBeheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet (2025-2034)” (samengevat in de publieksversie, getiteld: “Samen op weg naar een duurzame heide”), zijn drie reacties ontvangen. De termijn van terinzagelegging was van 24 april 2025 t/m 15 mei 2025. Hieronder worden de ingediende zienswijzen eerst samengevat. Hierbij zijn de zienswijzen zoveel mogelijk onderverdeeld in (sub)punten. Daarna worden de zienswijzen – volgens deze (sub)punten – door de gemeente beantwoord (in de kolom ‘Overweging’). Indiener Indiener 1

Zienswijze (samengevat) 1a. Indiener bepleit alternatieven voor de voorgenomen toepassing van steenmeel als bodemverbeteraar. Waaronder stikstofloze kunstmestsoorten die volgens indiener niet alleen goedkoper zijn, maar ook beter, vanwege een snellere afgifte van mineralen. 1b. Indiener bepleit om te experimenteren door d.m.v. proefveldjes de effecten van steenmeel te vergelijken met die van goedkopere mestsoorten zoals Dolokal, Kal60 en Kieseriet en is bereid te adviseren over doseringen van de te vergelijken stoffen.

Indiener 2

2a. Een brief waarin de indiener stimuleringsbeleid van de Zwarte Bij bepleit. Na een samenvatting van zijn historie met de gemeente in dit streven, bevraagt hij de argumenten op basis waarvan de gemeente hierin terughoudendheid betracht en verwijst hierbij naar wetenschappelijk onderzoek.

Overweging 1a. De keuze van het type steenmeel en de wijze van toepassing wordt in later stadium en per locatie bepaald op basis van wat daar nodig is. De gemeente baseert zich hierbij o.a. op: - wetenschappelijk onderzoek (de afgelopen 10 jaar zijn er zijn op nationaal niveau vele experimenten verricht en zijn de opgedane inzichten opgetekend). - locatie-specifieke omstandigheden (op basis van metingen + expertise van hierbij te betrekken deskundigen onder wie evt. indiener). De ingediende reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van de langetermijnvisie en het beheerplan. 2a t/m 2f. Deze reacties horen bij het specifieke deelproject ‘Gehouden bijen vs Wilde bijen’ en zullen in de loop van 2026 in het kader van de participatie behorende bij dat deelproject worden behandeld.

Pagina 2 van 5

Indiener

Zienswijze (samengevat)

Overweging Vooruitlopend hierop dient te worden benadrukt dat de gemeente niet tot taak heeft de wetenschap zelf te wegen. De gemeente baseert zich bij de totstandkoming van het beleid op het onafhankelijke werk van de EIS (European Invertebrate Society) die qua deskundigheid op dit gebied brede erkenning geniet. Voorzover er sprake is van wetenschappelijke controverse, dient deze niet te worden beslecht via de (gemeentelijke) overheid, maar binnen de wetenschap zelf. Eventuele kritiek op EIS dient daarom rechtstreeks te worden voorgelegd aan EIS. Het gemeentelijk beleid is niet alleen gebaseerd op kennis, maar ook op beleidsdoelen. Zo heeft de gemeente de wettelijke taak om biodiversiteit te beschermen en soorten die onder druk staan te behouden. Zolang er serieuze aanwijzingen zijn dat gehouden bijen schade kunnen toebrengen aan wilde bijenpopulaties is het verantwoord om, uit voorzorg, maatregelen te nemen die dit risico beperken. De ingediende reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van de langetermijnvisie en het beheerplan.

Pagina 3 van 5

Indiener

Zienswijze (samengevat) 2b. Indiener presenteert een artikel van wetenschapper Jacques van Alphen in het nbv-tijdschrift over biodiversiteit en de rol van concurrentie tussen honingbijen en andere bestuivers. Hoofdpunten van het artikel: - Van concurrentie kan alleen sprake zijn bij een beperkt voedselaanbod hetgeen niet is aangetoond. - Concurrentie speelt tussen alle soorten bestuivers, daarom is het niet reëel om alleen de honingbij te isoleren. - Niet de honingbij vormt de vermeende bedreiging, maar imkers die de koloniedichtheid kunstmatig verhoogd hebben.

Overweging Zie boven

2c. Indiener presenteert een berekening van de totale beschikbare hoeveelheid stuifmeel en nectar op de Nunspeetse heideterreinen, alsmede van de totale behoefte en constateert een dusdanige overvloed dat er van voedselconcurrentie geen sprake kan zijn.

Zie boven

2d. Indiener presenteert een lijst van alle door EIS op Nunspeetse heidevelden waargenomen bijensoorten alsmede hun vliegtijden, relatieve zeldzaamheid en mate van specialisatie op struikheide en constateert onvoldoende overlap om concurrentie door honingbijen aannemelijk te maken.

Zie boven

2e. Indiener presenteert een onderzoek van WUR getiteld ‘Haalbaarheid van context-afhankelijke richtlijnen ter preventie van concurrentie tussen wilde en gehouden bijensoorten op basis van risicoschattingen’.

Zie boven

Pagina 4 van 5

Indiener

Indiener 3

Zienswijze (samengevat)

Overweging

2f. Indiener presenteert een slideshow van de EIS en vindt het ongepast dat de EIS in deze slideshow de milieuproblematiek verpakt in een metafoor (van een bed) waarbij honingbijen worden afgeschilderd als bedwantsen.

Zie boven

3. Open Brief getiteld “Hoe lang nog paarse heide?’ (gepubliceerd in diverse media) waarin indieners het behoud van de paarse heide bepleiten. Indieners vinden dat het heidebeheer gericht moet zijn op maximaal paars oppervlak in plaats van op variatie en biodiversiteit. Zij achten substantieel (grootschalig) plaggen en maaien absoluut noodzakelijk en wijzen op het bestaan van methoden die de natuur minimaal verstoren.

3a. Wij onderschrijven het belang van voldoende paars op de heide. De heidebeheervisie en Het heidebeheerplan zijn echter gebonden aan opgaven vanuit Natura 2000. Grootschalig plaggen van de heide is vanwege de schade aan het bodem wettelijk niet meer toegestaan. Zo is in de laatste versie van de gedragscode Natuurbeheer (feb.2025) het maximale te plaggen aaneengesloten oppervlak verder teruggebracht van 5000 naar 500 m2. Daarnaast is de afgelopen beheerperiode de stikstofdepositie niet gedaald, hetgeen zijn weerslag heeft gehad op de vergrassing. Binnen deze kaders zal gestreefd worden naar het maximaliseren van paarse heide op de belevingslocaties uit het project Paarse heide. De ingediende reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van de langetermijnvisie en het beheerplan.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16492356/1