CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5. Raadsvoorstel wijziging planregels bestemmingsplan Elspeet Noordwest

Raadsvergadering 28 oktober 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Wijziging planregels bestemmingsplan Elspeet-Noordwest (hamerstuk).916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel 3404 Agendapunt: Nummer: Datum college: Raadsvergadering: Commissie Datum commissie: Portefeuillehouder: Onderwerp:

5. 330 21 september 2021 28 oktober 2021 Ruimte en Wonen 11 oktober 2021 J. Groothuis Wijziging planregels bestemmingsplan "Elspeet-Noordwest" (fase 3)

Voorstel Instemmen met het wijzigen van artikel 6.4.1 van de planregels van het bestemmingsplan "Elspeet-Noordwest" (fase 3).

Geachte raad, Inleiding Op 29 april 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "Elspeet-Noordwest" (fase 3) vastgesteld. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan zijn twee beroepschriften ingediend. Ook is er een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Op 5 augustus 2021 heeft de zitting voorde behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State plaatsgevonden. Op 23 augustus 2021 heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het bestemmingsplan is daardoor in werking getreden en inmiddels zijn er omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen verleend. Uitspraak verzoek om voorlopige voorziening In de uitspraak maakt de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 6.3 ten aanzien van planregel 6.4.1 (voorwaardelijke verplichting waterberging) een opmerking. Artikel 6.4.1 van de planregels luidt: 6.4.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging a Voorwaarde waterberging Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient aangetoond te worden dat het hemelwater dat valt op het desbetreffende bouwperceel op datzelfde bouwperceel duurzaam wordt geïnfiltreerd danwel op het terrein van anderen waarbij, indien terrein van anderen gebruikt wordt, dient te worden aangetoond dat dit terrein daar duurzaam voor mag, kan en zal worden gebruikt.

Deze (civiele) voorzieningen dienen daarna in stand te worden gehouden. Deze voorwaardelijk verplichting vervalt na 4 jaar. b Afwijken waterberging Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.1 onder a voor een andere omgang met het regenwater."

-2-

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan artikel 6.4.1, onder a, zo worden begrepen dat alle in die bepaling neergelegde verplichtingen vier jaar na de inwerkingtreding van het bestemmingplan komen te vervallen. Verder is de afwijkingsbevoegdheid in artikel 6.4.1, onder b, ongeclausuleerd en niet beperkt tot gevallen waarin infiltratie technisch onmogelijk is. Gelet daarop is de voorzieningenrechter van oordeel dat de duurzame infiltratie van hemelwater niet voldoende in de planregels is geborgd. Ondanks deze omissie stelt de voorzieningenrechter dat dit niet leidt tot een schorsing van het besluit. In de uitspraak is tevens opgenomen dat de voorzieningenrechter het niet acht uitgesloten dat de raad het gebrek in deze planregel hangende de hoofdzaak uit eigen beweging zal herstellen. Overweging naar aanleiding van de uitspraak Zoals tijdens de zitting is aangegeven had de planregel duidelijker kunnen worden geformuleerd. Vervolg De gemeenteraad kan gedurende een beroepsprocedure tegen een bestemmingsplan aanleiding zien het bestemmingsplan te wijzigen. Artikel 6:19 Awb voorziet voor deze situatie in een procedurele regeling die onnodige vertraging in de procedure voorkomt. Op grond van dat artikel heeft het beroep gericht tegen het bestemmingsplan van rechtswege mede betrekking op het gewijzigde bestemmingsplan.

Artikel 6:19, lid 1 Awb bepaalt dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Voor de toepassing van deze bepaling is vereist dat het nadere besluit voldoende samenhang vertoont met het in beroep reeds aanhangige besluit.

-3-

In dit geval zijn wij van mening dat er voldoende samenhang is tussen het nieuwe besluit en het oorspronkelijke besluit en gaat het om het herstellen van een gebrek. Voorstel gewijzigde planregel artikel 6.4.1 Artikel 6.4.1 van de planregels: Voorwaardelijke verplichting waterberging Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient aangetoond te worden dat het hemelwater dat valt op het desbetreffende bouwperceel op datzelfde bouwperceel duurzaam wordt geïnfiltreerd danwel op het terrein van anderen waarbij, indien terrein van anderen gebruikt wordt, dient te worden aangetoond dat dit terrein daar duurzaam voor mag, kan en zal worden gebruikt. Deze (civiele) voorzieningen dienen daarna in stand te worden gehouden.

Procedure Een bestemmingsplan wordt met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3:4 Awb voorbereid (art. 3.8 ,lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)). Een besluit tot wijziging van een besluit dat is voorbereid conform afdeling 3.4 Awb, moet in beginsel ook met toepassing van afdeling 3:4 Awb worden voorbereid. Op deze hoofdregel zijn op basis van jurisprudentie twee uitzonderingen mogelijk: 1. De raad kan na vaststelling van het plan waarbij de zienswijze van een appellant niet (geheel) is gehonoreerd, alsnog besluiten dat deze zienswijze dient te leiden tot een aanpassing van het plan, mits deze aanpassingen naar aard en omvang niet zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld. 2. Het wijzigingsbesluit bevat wijzigingen van ondergeschikte aard die de raad zonder dat de tegen het ontwerpplan ingediende zienswijzen daartoe aanleiding gaven, in het plan wil doorvoeren. In dit geval gaat het om een verduidelijking van een planregel waarbij ook door een indiener van een zienswijze de vinger is bijgelegd (1e uitzondering) . Dit kan ook aangemerkt worden als een wijziging van ondergeschikte aard (2e uitzondering). Gelet hierop hoeft dan de zienswijzeprocedure volgens afdeling 3.4 Awb niet gevolgd te worden en kan de raad rechtstreeks zonder zienswijzeprocedure voorgesteld worden het betreffende artikel te wijzigen.

Standpunt commissie Dit onderwerp is in de commissie Ruimte en Wonen tijdens haar vergadering van 11 oktober 2021 aan de orde geweest. Stukken ter inzage Bijlage(n) Diverse AJVPU

Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp

B. van de Weerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10677843/1