AP 5. Raadsvoorstel Aanwijzingsbesluit griffie
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL 0302115706
Agendapunt Nr. Datum college Raadsvergadering Datum commissie Commissie Portefeuillehouder Onderwerp
5. 281. 25 maart 2021 11 maart 2021 Algemeen Bestuur B. van de Weerd. Aanwijzingsbesluit griffie.
Voorstel - De heer J.L. van de Broek, met ingang van 25 april 2002 benoemd tot griffier, met ingang van 1 januari 2020 op grond van artikel 107 van de Gemeentewet aan te wijzen als raadsgriffier. - De heer P.N. Kokkes, met ingang van 27 maart 2018 benoemd tot raadsadviseur/plaatsvervangend raadsgriffier, met ingang van 1 januari 2020 op grond van artikel 107 Gemeentewet aan te wijzen als plaatsvervangend raadsgriffier.
Geachte raad, Inleiding Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Uitgangspunt van deze wet is dat de positie van ambtenaren zoveel mogelijk hetzelfde is als die van werknemers in het bedrijfsleven. De publiekrechtelijke rechtsverhouding (aanstellingsbesluit) wijzigt in een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst. Met de inwerkingtreding van de Wnra zijn ook enkele wijzigingen in de Gemeentewet doorgevoerd. De wijziging van deze wetgeving heeft gevolgen voor de werkgeverscommissie, de griffier en de overige medewerkers van de griffie. Bijvoorbeeld dat de arbeidsverhouding met de werkgever wijzigt. Aanwijzingsbesluit Een van de artikelen die wijzigt is artikel 107 van de Gemeentewet. Op grond van dit artikel wijst de raad de griffier aan en is de raad bevoegd tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met de griffier. Onder de “oude” wetgeving benoemt de raad de griffier. Het verschil zit tussen benoeming en het (tweezijdig) aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst. U heeft al eerder de heer J.L. van den Broek benoemd tot griffier (eenzijdige rechtshandeling) en de heer P.N. Kokkes benoemd tot raadsadviseur (plaatsvervangend raadsgriffier).
Met deze benoeming kwam de arbeidsrechtelijke relatie tot stand en werden tegelijk de bij de functie behorende publiekrechtelijk bevoegdheden aan hen overgedragen. Voor alle ambtenaren die publiekrechtelijke bevoegdheden hebben moet een aanwijzingsbesluit worden genomen door de raad of het college. De nieuwe privaatrechtelijke arbeidsovereenkomsten geven hen deze bevoegdheden namelijk niet. Voor een ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet 2017 die een functie bekleedt waaraan bij of krachtens de wet bevoegdheden worden geattribueerd, betekent dit dat hij naast zijn arbeidsovereenkomst ook een aanwijzingsbesluit in de functie moet krijgen. Het gaat hierbij alleen om een veranderende basis voor uitoefening van de bevoegdheden en niet om nieuwe bevoegdheden. Met de inwerkingtreding van de Wnra lijkt het, gelet op de informatie van de VNG hierover, wenselijk om hierover opnieuw een besluit te nemen. Namelijk dat deze aanwijzingsbesluiten van kracht blijven. De aanwijzing loopt af als de arbeidsovereenkomst eindigt of de griffier niet langer de functie uitoefent waarvoor de aanwijzing geldt of als de aanwijzing wordt ingetrokken.
-2-
Nr. 281
Argumenten/overwegingen Deskundigen zijn niet unaniem over de noodzaak van een aanwijzingsbesluit in bestaande gevallen omdat hiervoor een overgangsartikel in de Wnra is opgenomen. Het benoemingsbesluit is een besluit om de publiekrechtelijke functie te mogen uitoefenen van griffier. Een bij wet genoemde functie, een besluit dat voortvloeit uit de Gemeentewet. Naast dit benoemingsbesluit van de raad, heeft de griffier een aanstelling gekregen. De aanstelling vloeit voort uit het benoemingsbesluit. Deze eenzijdige aanstelling wordt van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst. Het benoemingsbesluit valt onder het overgangsrecht van Artikel 16, eerste lid Wnra. In dit artikel staat: Krachtens deze wet genomen besluiten die zijn genomen voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1 van de Wnra behouden hun geldigheid. Sommige deskundigen zijn van mening dat op grond van bovenstaand artikel er voor de al zittende griffier en locogriffier geen aanwijzingsbesluit genomen hoeft te worden. Alhoewel deskundigen niet unaniem zijn over de noodzaak van een aanwijzingsbesluit in bestaande gevallen stellen wij voor dat voor de griffier en de locogriffier een aanwijzingsbesluit wordt genomen. Voor de raad is het van belang dat de griffier en locogriffier op de juiste formele gronden hun werkzaamheden voor de raad kunnen verrichten.
Hiermee wordt in ieder geval voorkomen dat twijfel kan ontstaan over de rechtsgeldige ondertekening van raadsbesluiten. Standpunt commissie Dit onderwerp is in de commissie Algemeen Bestuur tijdens haar vergadering van 11 maart 2021 aan de orde geweest. AMHA. De werkgeverscommissie van de griffie,
R.A. de Bruin (voorzitter), M.A. Mol en J. Meijer