AP 5. Bijlage 3 Invoergegevens AERIUS
Tekst van het document
Notitie:
Nadere toelichting invoergegevens Aerius
Locatie:
Bovenweg 87 Nunspeet
Kenmerk:
JR/21263.A006
Datum:
13-11-2024
De locatie Bovenweg 87 te Nunspeet wordt ontwikkeld naar een paardenhouderij met de nevenactiviteiten dagbesteding, bed and breakfast en de verkoop van streekproducten. Met deze notitie wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling niet zorgt voor een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de uitgangssituatie en overige aspecten. Deze notitie bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Uitgangssituatie ............................................................................................... 2 2. Beoogde bedrijfsopzet ..................................................................................... 3 3. Invoergegevens stikstofberekening AERIUS ................................................... 4 3.1.
Gebouwinvloed ................................................................................................ 4
3.2.
Invoergegevens uitgangssituatie: ...................................................................... 5
3.3.
Invoergegevens beoogde situatie: ..................................................................... 9
4. Toelichting aanleg/bouwfase ......................................................................... 13 4.1.
Verkeersbewegingen ....................................................................................... 13
4.2.
Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage .......................... 14
4.3.
Conclusie aanleg-/bouwfase............................................................................. 15
5. Overige hinderaspecten (anders dan stikstofdepositie) ................................ 16 6. Conclusie ........................................................................................................ 18 7. Overzicht bijlagen .......................................................................................... 19
19
1
van
1. Uitgangssituatie Voor het bedrijf is geen vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming verleend. Om deze reden dient nader onderzocht te worden wat de referentiesituatie is. Dit is afhankelijk van de aanwijsdatum van de verschillende Natura 2000-gebieden. Binnen 25 kilometer van de locatie zijn de volgende gebieden gelegen met verschillende referentiedata: ▪ 24-03-2000 (oa Veluwe) ▪ 24-03-2000 (oa Veluwerandmeren) ▪ 24-03-2000 (oa Rijntakken) Voor het bedrijf zijn verschillende milieutoestemmingen verleend/geaccepteerd sinds de betreffende referentiedata. In onderstaand overzicht zijn de emissies van alle toestemmingen weergegeven die mogelijk als referentiesituatie kunnen worden beschouwd. De diertabellen behorende bij deze vergunning zijn als bijlage toegevoegd. Tabel 1: Overzicht milieutoestemmingen Datum milieutoestemming Ammoniakemissie
Hinderwet 25-02-1986 Melding Activiteitenbesluit met OBM 16-04-2014
928 NH3 400,2 NH3
Toelichting
Zie dierentabel hoofdstuk 5 Zie dierentabel hoofdstuk 5
Op basis van bovenstaande kan de uitgangssituatie worden bepaald. Hieronder wordt de uitgangssituatie nader toegelicht per referentiedatum: Tabel 2: Overzicht referentiedata Referentiedatum Milieutoestemming Natura 2000-gebied als uitgangssituatie
Toelichting
Veluwe Veluwerandmeren Rijntakken
Referentie situatie Referentie situatie Referentie situatie
24-03-2000 24-03-2000 24-03-2000
De uitgangssituatie voor de Bovenweg 87 te Nunspeet is de melding Activiteitenbesluit d.d. 16-042014. Voor deze situatie is een verschilberekening gemaakt om in beeld te brengen wat de effecten zijn op de stikstofdepositie. De berekening is separaat toegevoegd.
2 van 19
2. Beoogde bedrijfsopzet De aanvraag heeft betrekking op de wijziging van het bedrijf. In onderstaande tabel zijn de beoogde dieraantallen en huisvestingssysteem weergegeven. Tabel 3: Diertabel beoogde bedrijfsopzet Stal nr.
Huisvestingssysteem Code 5 K 1.100 5 K 2.100 3 K 1.100 3 K 2.100 2 K 1.100
Houderij/hoktype overige huisvestingsystemen overige huisvestingsystemen overige huisvestingsystemen overige huisvestingsystemen overige huisvestingsystemen
Diercategorie Volwassen paarden (3 jaar en ouder) Paarden in opfok (jonger dan 3 jaar) Volwassen paarden (3 jaar en ouder) Paarden in opfok (jonger dan 3 jaar) Volwassen paarden (3 jaar en ouder)
Aantal dieren/ dierplaatsen
Ammoniak Totaal kg NH3 50,000
10
Kg NH3 per dier 5,000
13
2,100
27,300
8
5,000
40,000
6
2,100
12,600
14
5,000
70,000
totaal NH3
199,900
3 van 19
3. Invoergegevens stikstofberekening AERIUS Voor de berekening van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2024. De wijze van invoer hiervoor is opgenomen in de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024. Met behulp van deze gegevens worden in deze paragraaf de invoergegevens nader toegelicht. De volgende situaties zijn berekend: ▪ Uitgangssituatie: melding Activiteitenbesluit met OBM 16-04-2014 ▪ Beoogde situatie ▪ Aanleg- en bouwfase beoogde situatie 3.1. Gebouwinvloed In AERIUS calculator kan het effect van een gebouw op de depositie meegenomen worden. Wanneer een emissiebron op een gebouw staat, of dichtbij een gebouw ligt, kan dit gebouw de verspreiding van de emissies beïnvloeden. Er dient in concentratie- en depositieberekeningen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed wanneer aan alle onderstaande vier criteria wordt voldaan: 1. De bron is een stationaire puntbron. Emissiepunten van stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen voldoen aan dit criterium. Bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen wordt gebouwinvloed niet meegenomen. Ook bij oppervlaktebronnen (terreinen van waaruit diffuse emissies plaatsvinden, bijvoorbeeld bij bemesten en beweiden) wordt gebouwinvloed niet meegenomen in de berekeningen. 2.
De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij één of meerdere dominante gebouwen. Een dominant gebouw is een gebouw dat een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving. Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.1. 3. De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw. Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.2. 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer. Het gaat hier dus om de afstand tussen de bron met gebouwinvloed en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden (dit zijn de locaties waarop AERIUS de bijdrage aan de stikstofdepositie berekent). Na 3 km kan worden verwacht dat er geen, of slechts zeer beperkt, sprake is van gebouweffecten. Na 3 km mag gebouwinvloed voor aanvragen worden verwaarloosd. Wordt aan al deze criteria voldaan, dan moet gebouwinvloed meegenomen worden in de berekening. Wordt aan een of meerdere criteria niet voldaan dan hoeft geen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed. De bronnen zijn op een afstand van minder dan 3 kilometer van een stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten gelegen. Voor het berekenen van het gebouweffect is uitgegaan van een blokvormig gebouw, zoals aangegeven in de instructie gegevensinvoer van AERIUS Calculator 2022.
4 van 19
3.2. Invoergegevens uitgangssituatie: Bron 1: Stal 3 Emissiepunt: Natuurlijke ventilatie X-coördinaat: 183594 Y-coördinaat: 489881 Luchtstroming: Ongeforceerd: EP-hoogte: 1,1 meter (2,196+0/2) E-aanvraag: 201 kg NH3 (6 volwassen paarden x 5 + 200 schapen x 0,9 + 10 volwassen pony’s x 3,1) Lengte: 17,8 meter Breedte: 15,7 meter Hoogte: 4,8 meter (6,2+3,436/2) Oriëntatie-as: 107° Bron 2: Emissiepunt: X-coördinaat: Y-coördinaat: Luchtstroming: EP-hoogte: E-aanvraag: Lengte: Breedte: Hoogte: Oriëntatie-as:
Stal 1 Natuurlijke ventilatie 183612 489857 Ongeforceerd: 1,15 meter (2,295+0/2) 30,0kg NH3 (6 volwassen paarden x 5) 15,3 meter 7,7 meter 3,2 meter (4,155+2,295/2) 25°
Bron 3: Emissiepunt: X-coördinaat: Y-coördinaat: Luchtstroming: EP-hoogte: E-aanvraag: Lengte: Breedte: Hoogte: Oriëntatie-as:
Stal 2 Natuurlijke ventilatie 183570 489882 Ongeforceerd: 1,2 meter (2,3+0/2) 169,2 kg NH3 (24 volwassen paarden x 5 + 12 zoogkoeien x 4,1) 26,0 meter 14,1 meter 3,4 meter (4,5+2,3/2) 179°
Bron 4: Emissiepunt: Materiaal: Aantal: Bron 5: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Lijnbron wegverkeer (zuidelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 9.190 lichte en 90 zware voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 5 en onderstaande toelichting Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 1.021 lichte en 10 zware voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 5 en onderstaande toelichting
De bedrijfsvoering heeft ook tot gevolg dat er vrachtwagens en personenauto’s de locatie bezoeken. In de berekeningen dienen deze vervoersbewegingen te worden opgenomen totdat ze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. Een voertuig is opgenomen in het heersende verkeersbeeld indien het deze zich door de snelheid en rij-stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer. Hierbij dient ook de verkeersintensiteit van de weg te worden betrokken.
5 van 19
In de berekening van de vervoersbewegingen zijn alle tractoren en vrachtwagens als zware motorvoertuigen geclassificeerd. Het is immers op voorhand niet bekend of een ‘kleine’ of ‘grote’ vrachtwagen het bedrijf bezoekt. Ook is niet expliciet benoemd of tractoren middelzware of zware motorvoertuigen zijn. Om een worst-case-situatie te hanteren zijn al deze vervoersbewegingen als zware motorvoertuigen in de berekening opgenomen. De wegen in de directe omgeving van het bedrijf worden veelvuldig gebruikt door landbouwverkeer, agrarisch vrachtverkeer en bewoners en bezoekers van de woningen. Dit resulteert in enkele tientallen landbouwtractoren en vrachtwagens die per etmaal gebruikt maken van de weg. Voor de bedrijfsvoering zijn het aantal voertuigen op jaarbasis berekend. De verdeling van rijrichting bedraagt naar verwachting 10% in noordelijke richting en 90% in zuidelijke richting. Gelet op de verkeersintensiteit van de weg waaraan het bedrijf is gelegen is het aannemelijk dat deze bewegingen vanaf de kruising met de Noordelijke randweg zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Voor de volledigheid wordt de lijnbron voor de verkeersaantrekkende werking doorgetrokken tot de N310 zodat met zekerheid is te stellen dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Tabel 5: Overzichtstabel vervoersbewegingen uitgangssituatie
Onderstaand worden de gebruikte hoeveelheden nader toegelicht. ▪ Voertransport Op jaarbasis wordt het voer zoals opgenomen in onderstaande tabel aangevoerd naar het bedrijf. Deze hoeveelheid is opgenomen in tabel 5. Diercategorie
Aantal
Totaal
36 10 200
Kg voer per dierplaats per jaar 700 410 695
Volwassen paarden Volwassen pony’s Schapen ouder dan 1 jaar Zoogkoeien ouder dan 2 jaar Totaal
12
3650
43.800
25.200 4.100 139.000
212,1 ton
▪ Ophalen mest In de vergunde situatie wordt op het bedrijf vaste mest en drijfmest geproduceerd. De totale mestproductie van de uitgangssituatie is weergegeven in onderstaande tabel. Diercategorie
Aantal 36
Mestproductie per dier (in m³) 7,3
Volwassen paarden (vaste mest) Volwassen pony’s (vaste mest)
Totaal 262,8
10
4,4
44
6 van 19
Schapen ouder dan 1 jaar Zoogkoeien ouder dan 2 jaar Totaal
200
0,9
180
12
12,5
150 636,8 m3
▪ Aan- en afvoer dieren Aan- en afvoer van dieren vindt gemiddeld 1x per maand plaats. ▪ Diversen Naast de specifieke vervoersbewegingen zijn er ook verschillende diverse bewegingen die enkele keren per jaar plaatsvinden. Op het bedrijf is dit bijvoorbeeld het ophalen van afval, afleveren strooisel, ophalen kadavers. Aangenomen wordt dat 1x per week een vrachtwagen het bedrijf bezoekt voor een van bovenstaande handelingen. ▪ Bedrijfsbezoeken (adviseur, dierenarts etc.) Gemiddeld komen er twee erfbetreders per week naar het bedrijf (adviseur, dierenarts, vertegenwoordiger). Dit resulteert in 2 auto’s, 4 vervoersbewegingen. Ook komen er gemiddeld 32 erfbetreders langs voor het bezoek aan de paarden, dit zijn 64 verkeersbewegingen per week. ▪ Bezoek bedrijfswoning Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een woning in het buitengebied 8,6 voertuigen per dag. Op het bedrijf is één woning aanwezig. Bron 6: Emissiepunt:
Mobiele bronnen binnen inrichting
Op het bedrijf is 1 tractor aanwezig van 45 kW. Er is vanuit gegaan dat de tractor 2 draaiuren per dag, 260 dagen per jaar actief zijn (520 uren per jaar in gebruik). Tractoren: Maximaal vermogen: 45 kW Bouwjaar: 2010 Draaiuren: 520 uur (zie boven) Gemiddelde belasting: 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 2631,2 ltr/jaar (5,06 liter/uur volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) Vrachtwagens: Stageklasse: STAGE IV, vermogen 75-560 kW Draaiuren: 17 uur (zie onder) Gemiddelde belasting: 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 10,48 ltr/uur (ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) AdBlue-verbruik: 10,69 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V) Bij het transport van- en naar het agrarische bedrijf zijn er vrachtwagens die stilstaand binnen de inrichting draaien, zoals bij het lossen van voer en het laden van mest. Vrachtwagens die het bedrijf bezoeken hebben een stageklasse STAGE IV en vermogen variërend tussen 75-560 kW. Zoals eerder beschreven zijn er 8 bezoeken voor het lossen van voer (16 verkeersbewegingen) en 18 bezoeken (36 verkeersbewegingen) ten behoeve van het verladen van mest. Het lossen van voer duurt circa 1,0 uur per bezoek en het verladen van mest duurt circa 0,5 uur per bezoek.
De totale bedrijfstijd van aanwezige vrachtwagens bedraagt 17 uur per jaar.
7 van 19
Bron 7: Emissiepunt: Emissie:
Stookinstallatie woning Zie onderstaande toelichting
Het gasverbruik van de bedrijfswoning is meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018). Bron 8: Emissiepunt: Emissie:
Koude start Koude start koud vertrekkende motoren Zie onderstaande toelichting
Er komt relatief veel stikstof vrij als voertuigen met een koude motor starten (koude start). Omdat auto’s steeds schoner worden, wordt het aandeel van de koude start in de totale uitstoot van stikstof door verkeer steeds groter. Koude start en rijdend verkeer moeten daarom los worden ingevoerd, zodat de uitstoot van verkeer nauwkeuriger kan worden berekend. Op de locatie is er sprake van een koude start van de lichte motorvoertuigen (auto) als deze vertrekken vanaf het perceel. Tevens is er bij de mobiele bronnen sprake van een koude start wanneer deze koud starten op het bedrijf. Voor de vrachtwagens die naar het bedrijf komen is geen sprake van een koude start. Deze arriveren met een warme motor op het bedrijf. Het laden het lossen duurt korter dan 2 uur waardoor deze ook weer met een warme motor vertrekken. Voor het licht verkeer wordt vanuit gegaan dat dit vervoersbewegingen zijn van bijvoorbeeld de bouwvakkers. Deze zijn heel de dag op de bouwplaats aanwezig waardoor de motor koud is bij het vertrekken. Er wordt voor de koude start daarom uitgegaan van de helft van het aantal lichte voertuigbewegingen. Voor de mobiele bronnen wordt vanuit gegaan dat er enkel bij de mobiele bouwkraan en trilplaat sprake is van een koude start. De betonpomp komt met een warmte motor aan op het terrein.
In het kader van een worst-case scenario wordt vanuit gegaan dat de mobiele bronnen maximaal 4 uur achter elkaar draaien. Dit betekend dat er voor de tractoren sprake is van 130 koude starts.
8 van 19
3.3. Invoergegevens beoogde situatie: Bron 1: Emissiepunt: X-coördinaat: Y-coördinaat: Luchtstroming: EP-hoogte: E-aanvraag: Lengte: Breedte: Hoogte: Oriëntatie-as:
Stal 5 Natuurlijke ventilatie 183525 489886 Ongeforceerd: 2,25 meter (4,5+0/2) 77,3 kg NH3 (10 stuks volwassen paarden x 5 + 13 opfok paarden x 2,1) 37,8 meter 22,6 meter 6,8 meter (9,132+4,5/2) 167°
Bron 2: Emissiepunt: X-coördinaat: Y-coördinaat: Luchtstroming: EP-hoogte: E-aanvraag: Lengte: Breedte: Hoogte: Oriëntatie-as:
Stal 3 Natuurlijke ventilatie 183594 489880 Ongeforceerd: 1,1 meter (2,195+0/2) 52,6 kg NH3 (8 volwassen paarden x 5 + 6 opfok paarden x 2,1) 17,7 meter 14,7 meter 4,8 meter (6,204+3,334/2) 106°
Bron 3: Emissiepunt: X-coördinaat: Y-coördinaat: Luchtstroming: EP-hoogte: E-aanvraag: Lengte: Breedte: Hoogte: Oriëntatie-as:
Stal 2 Natuurlijke ventilatie 183570 489882 Ongeforceerd: 1,2 meter (2,3+0/2) 70,0 kg NH3 (14 volwassen paarden x 5) 26,0 meter 14,1 meter 3,4 meter (4,5+2,3/2) 179°
Bron 4: Emissiepunt: Materiaal: Aantal: Bron 5: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Lijnbron wegverkeer (westelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 15.407 lichte en 43 zware voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 6 en onderstaande toelichting Lijnbron wegverkeer (oostelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 1.712 lichte en 5 zware voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 6 en onderstaande toelichting
De bedrijfsvoering heeft ook tot gevolg dat er vrachtwagens en personenauto’s de locatie bezoeken. In de berekeningen dienen deze vervoersbewegingen te worden opgenomen totdat ze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. Een voertuig is opgenomen in het heersende verkeersbeeld indien het deze zich door de snelheid en rij-stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer. Hierbij dient ook de verkeersintensiteit van de weg te worden betrokken.
9 van 19
In de berekening van de vervoersbewegingen zijn alle tractoren en vrachtwagens als zware motorvoertuigen geclassificeerd. Het is immers op voorhand niet bekend of een ‘kleine’ of ‘grote’ vrachtwagen het bedrijf bezoekt. Ook is niet expliciet benoemd of tractoren middelzware of zware motorvoertuigen zijn. Om een worst-case-situatie te hanteren zijn al deze vervoersbewegingen als zware motorvoertuigen in de berekening opgenomen. De wegen in de directe omgeving van het bedrijf worden veelvuldig gebruikt door landbouwverkeer, agrarisch vrachtverkeer en bewoners en bezoekers van de woningen. Dit resulteert in enkele tientallen landbouwtractoren en vrachtwagens die per etmaal gebruikt maken van de weg. Voor de bedrijfsvoering zijn het aantal voertuigen op jaarbasis berekend. De verdeling van rijrichting bedraagt naar de realisatie van de beoogde nieuwe inrit waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd (zie plattegrondtekening) naar verwachting 10% in oostelijke richting en 90% in westelijke richting. Gelet op de verkeersintensiteit van de weg waaraan het bedrijf is gelegen is het aannemelijk dat deze bewegingen vanaf de kruising met de Noordelijke randweg zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Voor de volledigheid wordt de lijnbron voor de verkeersaantrekkende werking doorgetrokken tot de N310 zodat met zekerheid is te stellen dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Tabel 6: Overzichtstabel vervoersbewegingen beoogde situatie Vervoersbewegingen per jaar Auto 17119 Tractor 0 Vrachtwagen 48
Vrachtwagen Vrachtwagen Auto Auto Auto Auto Auto Vrachtwagen
Aanvoer voer Afvoer mest Verkoop streekproducten Dagbesteding Bezoekers bedrijf Bed and breakfast Privegebruik Afvoer diverse
30,19 338,1 8 12 60 6,27 1 1
Hoeveelheid ton/jaar m3/jaar bezoekers per dag auto per week auto per week auto per week aantal woningen per maand
Vervoersbewegingen per dag Auto Tractor Vrachtwagen
30 36 365 52 52 52 8,6 12
47 0 0,13
aantal Kengetal bewegingen ton/vracht 2 m3/ vracht 2 dagen per jaar 2 weken/jaar 2 weken/jaar 2 dagen per jaar 2 verkeersgeneratie per dag per woning1 maanden/jaar 2
aantal vervoersbewegingen per jaar 4 20 5840 1248 6240 652 3139 24
aantal vervoersbewegingen per dag 0,0 0,1 16 3,4 17,1 1,8 8,6 0,1
Onderstaand worden de gebruikte hoeveelheden nader toegelicht. ▪ Voertransport Op jaarbasis wordt het voer zoals opgenomen in onderstaande tabel aangevoerd naar het bedrijf. Deze hoeveelheid is opgenomen in tabel 6. Diercategorie
Aantal
Totaal
32
Kg voer per dierplaats per jaar 700
Volwassen paarden (K 1.100) Opfok paarden (K 2.100) Totaal
19
410
7.790
22.400
30,19 ton
▪ Ophalen mest In de vergunde situatie wordt op het bedrijf vaste mest en drijfmest geproduceerd. De totale mestproductie van de uitgangssituatie is weergegeven in onderstaande tabel. Diercategorie
Aantal 32
Mestproductie per dier (in m³) 7,3
Volwassen paarden (vaste mest) Opfok paarden (vaste mest) Totaal
Totaal 233,6
19
5,5
104,5 338,1 m3
10 van 19
▪ Verkoop streekproducten De verkeersbewegingen van en naar de nevenfunctie zal gaan via de beoogde inrit. De verkeersgeneratie voor de verkoop van streekeigen producten in het buitengebied is in de worst case scenario gemiddeld 16 verkeersbewegingen per dag (8 bezoekers), in de zomermaanden zullen dit net iets meer bezoekers zijn en in de winter maanden minder. Ook is het mogelijk dat een deel van de bezoekers op de fiets de projectlocatie bezoeken. De verkeersbewegingen zullen gaan via de beoogde inrit. ▪ Dagbesteding In de beoogde situatie vindt op de locatie 3 dagen per week dagbesteding plaats met 1 begeleider en 3 cliënten. Dit zijn 8 bewegingen per daag x 3 dagen per week is 24 verkeersbewegingen per week. ▪ Bedrijfsbezoeken (adviseur, dierenarts etc.) Gemiddeld komen er twee erfbetreders per week naar het bedrijf (adviseur, dierenarts, vertegenwoordiger). Dit resulteert in 2 auto’s, 4 vervoersbewegingen. Ook komen er gemiddeld 28 erfbetreders langs voor het bezoek aan de paarden, dit zijn 56 verkeersbewegingen per week. De paarden zijn namelijk vaak in eigendom van andere mensen en worden op de locatie aan de Bovenweg 87 te Nunspeet getraind en gehuisvest. ▪ Bed and breakfast Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een 3* hotel in het buitengebied 20,9 voertuigen per dag per 10 kamers.
In de beoogde situatie zijn er 3 kamers aanwezig dit zijn 6,27 verkeersbewegingen per dag. ▪ Diversen Naast de specifieke vervoersbewegingen zijn er ook verschillende diverse bewegingen die enkele keren per jaar plaatsvinden. Op het bedrijf is dit bijvoorbeeld het ophalen van afval, ophalen kadavers. Aangenomen wordt dat 1x per maand een vrachtwagen het bedrijf bezoekt voor een van bovenstaande handelingen. ▪ Bezoek bedrijfswoning Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een woning in het buitengebied 8,6 voertuigen per dag. Op het bedrijf is één woning aanwezig. Bron 6: Emissiepunt:
Mobiele bronnen binnen inrichting
Op het bedrijf zijn 1 tractor aanwezig van 45 kW. Er is vanuit gegaan dat de tractoren 2 draaiuren per dag, 260 dagen per jaar actief zijn (520 uren per jaar in gebruik). Tractoren: Maximaal vermogen: 45 kW Bouwjaar: 2010 Draaiuren: 520 uur (zie boven) Gemiddelde belasting: 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 2631,2 ltr/jaar (5,06 liter/uur volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) Vrachtwagens: Stageklasse: STAGE IV, vermogen 75-560 kW Draaiuren: 7 uur (zie onder) Gemiddelde belasting: 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 10,48 ltr/uur (ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) AdBlue-verbruik: 4,4 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
11 van 19
Bij het transport van- en naar het agrarische bedrijf zijn er vrachtwagens die stilstaand binnen de inrichting draaien, zoals bij het lossen van voer en het laden van mest. Vrachtwagens die het bedrijf bezoeken hebben een stageklasse STAGE IV en vermogen variërend tussen 75-560 kW. Zoals eerder beschreven zijn er 2 bezoeken voor het lossen van voer (4 verkeersbewegingen) en 10 bezoeken (20 verkeersbewegingen) ten behoeve van het verladen van mest. Het lossen van voer duurt circa 1,0 uur per bezoek en het verladen van mest duurt circa 0,5 uur per bezoek. De totale bedrijfstijd van aanwezige vrachtwagens bedraagt 7 uur per jaar. Bron 7: Emissiepunt: Emissie:
Stookinstallatie woning Zie onderstaande toelichting
Het gasverbruik van de bedrijfswoning is meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018). De bedrijfswoning wordt gesplitst in twee woningen dus is voor deze bron 3,59*2 = 7,18 NOx kg per jaar aangehouden. Bron 8: Emissiepunt: Emissie:
Koude start Koude start koud vertrekkende motoren Zie onderstaande toelichting
Er komt relatief veel stikstof vrij als voertuigen met een koude motor starten (koude start). Omdat auto’s steeds schoner worden, wordt het aandeel van de koude start in de totale uitstoot van stikstof door verkeer steeds groter. Koude start en rijdend verkeer moeten daarom los worden ingevoerd, zodat de uitstoot van verkeer nauwkeuriger kan worden berekend. Op de locatie is er sprake van een koude start van de lichte motorvoertuigen (auto) als deze vertrekken vanaf het perceel. Tevens is er bij de mobiele bronnen sprake van een koude start wanneer deze koud starten op het bedrijf. Voor de vrachtwagens die naar het bedrijf komen is geen sprake van een koude start. Deze arriveren met een warme motor op het bedrijf. Het laden het lossen duurt korter dan 2 uur waardoor deze ook weer met een warme motor vertrekken. Voor het licht verkeer wordt vanuit gegaan dat dit vervoersbewegingen zijn van bijvoorbeeld de bouwvakkers. Deze zijn heel de dag op de bouwplaats aanwezig waardoor de motor koud is bij het vertrekken. Er wordt voor de koude start daarom uitgegaan van de helft van het aantal lichte voertuigbewegingen. Voor de mobiele bronnen wordt vanuit gegaan dat er enkel bij de mobiele bouwkraan en trilplaat sprake is van een koude start. De betonpomp komt met een warmte motor aan op het terrein.
In het kader van een worst-case scenario wordt vanuit gegaan dat de mobiele bronnen maximaal 4 uur achter elkaar draaien. Dit betekend dat er voor de tractoren sprake is van 130 koude starts.
12 van 19
4. Toelichting aanleg/bouwfase
Om te bepalen of de beoogde situatie mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/ jaar is en de aanleg/bouwfase van de beoogde situatie daarom geen negatieve gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden heeft. De aanleg/bouwfase van de beoogde situatie genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De aanlegfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse van de nieuwbouw van de beoogde rijhal in combinatie met de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. In onderstaande tabel is een onderbouwing gemaakt met betrekking tot de verkeersbewegingen en mobiele werktuigen tijdens de bouwzaamheden t.b.v. de beoogde situatie aan de Bovenweg 87 te Nunspeet.
bouwtijd 230 dgn.
aantal
personen vervoer 4 personen per busje
460 bewegingen
inrichting bouwterrein bronnering draaiuren mobiele kraan + transport grondwerk / sloopwerk draaiuren mobiele kraan bouwwerkzaamheden betonpomp betonmixer
2 bewegingen 4 bewegingen 40 uur 580 uur 30 uur 200 bewegingen
aanvoer roosters aanvoer wapening aanvoer systeemvloeren aanvoer prefab betonpanelen aanvoer specie en metselstenen aanvoer houten gordingen en windregels
40 bewegingen 6 bewegingen 40 bewegingen 40 bewegingen 4 bewegingen 4 bewegingen
aanvoer sandwichpanelen (wanden) aanvoer sandwichpanelen (dak) aanvoer kozijnen ramen en deuren aanvoer lichtstraten aanvoer staalconstructie aanvoer klein materieel
4 bewegingen 10 bewegingen 4 bewegingen 6 bewegingen 10 bewegingen 12 bewegingen
totaal aantal draai uren totaal transport bewegingen personen vervoer totaal transport bewegingen vrachtvervoer
650 460 386
4.1. Verkeersbewegingen Bij de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd:
13 van 19
Lichtverkeer: 460 verkeersbewegingen tijdens bouw Middelzwaar verkeer: N.v.t. Zwaar verkeer: 386 verkeersbewegingen tijdens bouw De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft buitenwegen. Er is vanuit gegaan dat de verkeersbewegingen vanuit het oosten of westen van de Bovenweg zullen komen. De ontsluitingsroute is meegerekend tot het moment dat het verkeer kan worden geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld (zie eerdere toelichting). De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. 4.2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage Bij de aanleg en bouwfase van de beoogde situatie zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de nieuw te realiseren rijhal en omliggend terrein. De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘mobiele werktuigen’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is als worstcase scenario uitgegaan van mobiele werktuigen met het bouwjaar vanaf 2014 en een stage klasse van IV, 2014-2018, 75-560 kW, Disel, SCR ja.
Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 40 draaiuren bezig is voor het slopen van de bestaande bebouwing en het grondwerk van de nieuw te realiseren stal en loods. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kelders, kabels, leidingen etc. Stageklasse: STAGE IV, vermogen 75-560 kW Draaiuren: 40 uur (zie onder) Gemiddelde belasting: 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 10,48 ltr/uur (ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) AdBlue-verbruik: 25,15 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V) 2. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 30 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht.
Stageklasse: STAGE IV, vermogen 75-560 kW Draaiuren: 30 uur (zie onder) Gemiddelde belasting: 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 10,48 ltr/uur (ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) AdBlue-verbruik: 18,86 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V) 3. Huiskraan De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals sandwichpanelen, ramen, deuren, roosters, hekwerken etc. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 580 draaiuren in gebruik zal zijn.
14 van 19
Stageklasse: STAGE IV, vermogen 75-560 kW Draaiuren: 580 uur (zie onder) Gemiddelde belasting: 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) Brandstofverbruik: 10,48 ltr/uur (ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) AdBlue-verbruik: 364,7 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V) De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de nieuw te realiseren rijhal. De emissie wordt automatisch berekend in AERIUS Calculator 2022.
Koude start
Er komt relatief veel stikstof vrij als voertuigen met een koude motor starten (koude start). Omdat auto’s steeds schoner worden, wordt het aandeel van de koude start in de totale uitstoot van stikstof door verkeer steeds groter. Koude start en rijdend verkeer moeten daarom los worden ingevoerd, zodat de uitstoot van verkeer nauwkeuriger kan worden berekend. Op de locatie is er sprake van een koude start van de lichte motorvoertuigen (auto) als deze vertrekken vanaf het perceel. Tevens is er bij de mobiele bronnen sprake van een koude start wanneer deze koud starten op het bedrijf. Voor de vrachtwagens die naar het bedrijf komen is geen sprake van een koude start. Deze arriveren met een warme motor op het bedrijf. Het laden het lossen duurt korter dan 2 uur waardoor deze ook weer met een warme motor vertrekken. Voor het licht verkeer wordt vanuit gegaan dat dit vervoersbewegingen zijn van bijvoorbeeld de bouwvakkers. Deze zijn heel de dag op de bouwplaats aanwezig waardoor de motor koud is bij het vertrekken. Er wordt voor de koude start daarom uitgegaan van de helft van het aantal lichte voertuigbewegingen. Voor de mobiele bronnen wordt vanuit gegaan dat er enkel bij de mobiele bouwkraan en trilplaat sprake is van een koude start. De betonpomp komt met een warmte motor aan op het terrein.
In het kader van een worst-case scenario wordt vanuit gegaan dat de mobiele bronnen maximaal 4 uur achter elkaar draaien. Dit betekend dat er sprake is van 163 koude starts. 4.3. Conclusie aanleg-/bouwfase Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor dit initiatief geen belemmeringen in de aanleg/bouwfase en er zijn dan ook geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden te verwachten naar aanleiding van de aanleg en bouwfase van de beoogde situatie.
15 van 19
5. Overige hinderaspecten (anders dan stikstofdepositie) Niet alleen stikstofdepositie kan voor significante negatieve effecten leiden op de instandhoudingsdoelstellingen van de beschermde soorten en habitats binnen een Natura 2000-gebied. In deze paragraaf is een nadere toelichting opgenomen op mogelijke andere hinderaspecten die de instandhouding negatief kunnen beïnvloeden. ▪ Oppervlakteverlies: De paardenhouderij is gelegen op 875 meter van de rand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Doordat de paardenhouderij buiten het gebied is gelegen blijft de oppervlakte van het gebied gelijk en vindt er geen verslechtering plaats. ▪ Versnippering: Er vindt geen versnippering plaats doordat de paardenhouderij buiten de gebieden is gelegen. ▪ Verontreiniging: Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater, lucht. Verontreiniging vanuit het bedrijf naar de gebieden is uitgesloten. In het kader van de wet- en regelgeving ten aanzien van de bescherming voor het milieu heeft het bedrijf te maken met voorschriften (voorschriften uit Activiteitenbesluit).
Met het naleven van deze voorschriften worden risico’s voor verontreiniging van bodem, grondwater, lucht voorkomen dan wel beperkt tot een wettelijk minimum (kwaliteitsnormen). Significant nadelige effecten door verontreiniging zijn derhalve uitgesloten. ▪ Verdroging: Op het bedrijf is geen grondwaterbron aanwezig. Er wordt hierdoor dus geen grondwater onttrokken. Negatieve effecten ten aanzien van verdroging zijn dan ook uit te sluiten. ▪ Vermesting: Voor vermesting zijn dezelfde effecten van toepassing als bij het aspect verzuring. Bij een paardenhouderij heeft de uitstoot van ammoniak dezelfde gevolgen als bij het aspect verzuring. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de aanvraag niet zorgt voor een toename van depositie op de Natura 2000-gebieden. ▪ Verstoring door geluid: Op het bedrijf is er sprake van activiteiten die een geluidsuitstraling hebben naar de omgeving. De geluidsuitstraling vanuit het bedrijf wordt beperkt door zo veel mogelijk activiteiten inpandig uit te voeren. De geluidsuitstraling vanuit het bedrijf is beperkt tot enkele honderden meters buiten de inrichting. Het Natura 2000-gebied is gelegen op 875 meter van het bedrijf. Opgemerkt wordt dat het bedrijf in het kader van het Activiteitenbesluit een geluidplafond heeft waarmee het bedrijf niet onnodig veel geluid kan produceren.
Uit onderzoeken bij vergelijkbare bedrijven in een vergelijkbare omgeving blijkt dat kan worden voldaan aan de geluidsnormen. Gezien de grote afstand van het bedrijf tot de natuurgebieden zal er geen negatief effect zijn voor het aspect verstoring door geluid. ▪ Optische verstoring: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Effecten treden vaak samen op met verstoring door o.a. geluid of licht. Voor deze aspecten wordt afzonderlijk een nadere toelichting gegeven in deze aanvraag. Voor het overige zijn er geen effecten die kunnen leiden tot optische verstoring omdat het bedrijf buiten de gebieden is gelegen (de activiteiten op het bedrijf leiden niet tot aanwezigheid/bewegingen in het gebied zelf).
16 van 19
▪ Verstoring door mechanische effecten: Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Vanuit de paardenhouderij worden geen mechanische handelingen uitgevoerd die invloed hebben op de habitats binnen het Natura 2000-gebied. Significant nadelige effecten door mechanische effecten zijn derhalve uitgesloten. ▪ Bewuste verandering soortensamenstelling: De uitbreiding van de paardenhouderij heeft geen effect op soortensamenstelling, omdat het bedrijf buiten de gebieden is gelegen.
de
verandering
van
de
▪ Verstoring door licht: Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving door licht uit woonwijken, industrieterreinen, glastuinbouw, agrarische bedrijven, etc. kan tot verstoring leiden van het normale gedrag van soorten in Natura 2000-gebieden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van de risico’s. Met name schemer- en nacht-actieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven worden door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het gebied worden vermeden. De lichtuitstraling van de agrarische bedrijven wordt meestal beperkt door de ligging van de gebouwen en objecten die op het terrein aanwezig zijn. Tevens zijn er vaak gebouwen aanwezig die het licht maar beperkt naar buiten uitstralen (woning, stallen). Ook zijn er rond het agrarische bedrijf groenvoorzieningen aanwezig, zoals bomen, een houtwal, hagen, etc. Door al deze aspecten zal de lichtuitstoot van het agrarisch bedrijf niet meer in hinderlijke vorm waarneembaar zijn buiten de grens van de inrichting. Gezien de grote afstand van het bedrijf tot de natuurgebieden zal er geen negatief effect zijn voor het aspect verstoring door licht.
17 van 19
6. Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie tussen de referentiesituatie en beoogde situatie. Na aanleiding van de uitspraak in de zaak van de Logtsebaan, welke is gedaan op 20 januari 2021 door de Raad van State, is bij intern salderen geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming meer nodig. Derhalve is voor de verandering binnen de inrichting geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. In deze notitie wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling niet zorgt voor een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de uitgangssituatie.
18 van 19
7. Overzicht bijlagen Separaat toegevoegd: - AERIUS-verschilberekening uitgangssituatie – beoogde situatie - AERIUS - verschilberekening uitgangssituatie – aanleg- en bouwfase - Plattegrondtekening beoogde situatie - Alle milieutoestemmingen sinds referentiedata, incl. plattegrondtekeningen. Bijlage: Diertabellen milieutoestemmingen: Hinderwet 25-02-1986 Stal nr.
Huisvestingssysteem Code
Houderij/hoktype
1 A 3.100
overige huisvestingssystemen overige huisvestingssystemen overige huisvestingssystemen
2 A 1.100 2 A 1.100
Diercategorie Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
Aantal dieren/ dierplaatsen
Ammoniak Totaal kg NH3 44,000
10
Kg NH3 per dier 4,4
20
13
260,000
48
13
624,000
totaal NH3
928,000
Melding Activiteitenbesluit 16-04-2014 Stal nr.
Huisvestingssysteem Code
1 K 1.100 1 B 1.100
1 K 3.100 2 K 1.100 3 A 2.100 3 K 1.100
Houderij/hoktype overige huisvestingsystemen overige huisvestingsystemen overige huisvestingsystemen overige huisvestingsystemen overige huisvestingssystemen overige huisvestingsystemen
Diercategorie Volwassen paarden (3 jaar en ouder) Schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg Volwassen pony's (3 jaar en ouder) Volwassen paarden (3 jaar en ouder) Zoogkoeien ouder dan 2 jaar Volwassen paarden (3 jaar en ouder)
Aantal dieren/ dierplaatsen
Ammoniak Totaal kg NH3 30,000
6
Kg NH3 per dier 5
200
0,7
140,000
10
3,1
31,000
6
5
30,000
12
4,1
49,200
24
5
120,000
totaal NH3
400,200
19 van 19