AP 5. Bijlage 11 Extern veiligheidsonderzoek
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Onderzoek externe veiligheid/ Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Project Datum
235483 17 oktober 2023
Onderzoek EV/ Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Project
235483
Datum
17 oktober 2023
Auteur Review
R.J.J. Fiering A.J.H. Schulenberg
Versie nr.
1
Opdrachtgever
Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Inhoudsopgave 1 Inleiding _____________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid __________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ___________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen __________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening ________________________________ 9 3.1 Ligging planlocatie en risicobron _______________________________ 9 3.2 Hogedruk aardgasleiding _____________________________________ 9 3.3 Aanwezigheid personen _____________________________________ 10 4 Resultaten ___________________________________________________ 11 4.1 Plaatsgebonden risico ______________________________________ 11 4.2 Groepsrisico ______________________________________________ 11 4.3 Belemmeringenstrook_______________________________________ 12 5 Beperkte verantwoording groepsrisico ___________________________ 13 6 Conclusie ___________________________________________________ 14 Referenties_____________________________________________________ 15 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ___________________________________ 16 Bijlage 2. Carola-rapportage ______________________________________ 19
3
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
1 Inleiding Men is voornemens om het terrein aan de Bovenweg 87 te Nunspeet te ontwikkelen tot een paardenhouderij met als nevenactiviteit de verkoop van streekproducten. De bestaande bedrijfswoning wordt gesplitst voor de realisatie van een Bed & Breakfast. Ook wordt een recreatiewoning gerealiseerd. De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding van Gasunie. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.
4
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. De volledige Bevi-lijst is opgenomen in bijlage 2 van dit rapport. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
2.2
Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht [2]. Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico geschetst.
2.2.1
Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook.
5
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing1 binnen de risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden. De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 2.2.2
Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.
Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording
1
Onder bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit
6
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging. Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan (gelegen binnen de 100%-letaliteitszone van de leiding), op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 104 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d.
andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval als bedoeld in art. 1 van de Wet rampen en zware ongevallen. g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat besluit bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.
7
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3): 1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10-8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. f. De bestrijdbaarheid. g. De zelfredzaamheid. Een nadere beschouwing van risico reducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.
8
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Ligging planlocatie en risicobron De planlocatie bevindt zich binnen het invloedsgebied van de nabij gelegen hogedruk aardgasleiding. Figuur 1 toont de ligging van de planlocatie ten opzichte van de buisleiding.
Figuur 1.
Planlocatie ten opzichte van buisleiding
3.2
Hogedruk aardgasleiding
3.2.1
Carola Het risico door een hogedruk aardgasleiding wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3 [3]. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens: • Het interessegebied. • Leidingdatabestand van de leidingeigenaar, in dit geval Nederlandse Gasunie. • Het aantal personen dat langs de leiding blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leiding.
9
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
3.2.2
Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.
3.2.3
Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de voor de planlocatie relevante aardgasleiding worden getoond in tabel 1.
Beheerder
Leidingnr.
Gasunie
A-570
Tabel 1.
3.3
Diameter [inch]
Druk [bar]
Afstand 100% letaliteit [m]
Afstand 1% letaliteit [m]
13
66.2
80
170
Kenmerken aardgasbuisleiding
Aanwezigheid personen De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-populatieservice [4]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.
10
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
4 Resultaten 4.1
Plaatsgebonden risico Figuur 2 toont de PR-contouren rondom aardgasleiding A-570. De berekeningen hebben niet geleid tot een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plan.
Figuur 2.
4.2
Plaatsgebonden risicocontouren aardgasbuisleiding A-570
Groepsrisico Tabel 2 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. In de tabel is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. De berekende factor betekent dat het groepsrisico meer dan 1000 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Figuur 3 toont de groepsrisicocurve.
11
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
< 0.001
Toekomstig
< 0.001
Tabel 2.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
Figuur 3.
Groepsrisico A-570, huidig (links) en toekomstig (rechts)
Uit tabel 2 en bovenstaande figuur blijkt dat het groepsrisico in zowel de huidige als de toekomstige situatie kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Bovendien neemt het groepsrisico door de voorgenomen ontwikkeling niet toe. Conform art. 12 van het Bevb kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico [2]. De onderdelen waar deze verantwoording uit bestaat, worden nader behandeld in hoofdstuk 5.
4.3
Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Voor buisleidingen met een druk van meer 40 bar, zoals hier het geval, geldt een belemmeringsstrook van 5 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding [2]. De planlocatie ligt op minstens 30 m van de leiding en daarmee buiten de belemmeringenstrook.
12
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
5 Beperkte verantwoording groepsrisico Uit de resultaten van de groepsrisicoberekeningen aan de hogedruk aardgasleiding is gebleken dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In een beperkte verantwoording komen vier zaken aan de orde, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. f. De bestrijdbaarheid. g. De zelfredzaamheid. In dit hoofdstuk worden per buisleiding de punten a en b nader beschouwd. De punten f en g bestaan uit het advies van de veiligheidsregio. a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleiding Het invloedsgebied rond het te beschouwen deel van de leiding heeft een oppervlakte van ca. 89.9 ha. Het hoogste aantal personen wordt overdag gevonden, te weten 263. Dat levert een gemiddelde personendichtheid van ca. 2.9 personen/ha. Conform de BAG-populatieservice zijn in de huidige situatie drie personen aanwezig in de planlocatie, waarvan 50% overdag en 100% ‘s nachts. De voorgenomen ontwikkeling betekent een toename van 19 personen overdag en 8 ’s nachts (zie bijlage 1). Deze toename resulteert in een gemiddelde personendichtheid van ca. 3.1 personen per hectare overdag in de toekomstige situatie. b. De hoogte van het groepsrisico De factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde is kleiner dan 0.001.
Het groepsrisico is daarmee kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde en wijzigt niet door de ontwikkeling (zie hoofdstuk 4.2).
13
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
6 Conclusie In verband met de ontwikkeling van een paardenhouderij met nevenfuncties in Nunspeet zijn de externe veiligheidsrisico’s van de nabij gelegen hogedruk aardgasleiding beschouwd. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de resultaten worden in dit hoofdstuk benoemd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van de planlocatie. Groepsrisico Het groepsrisico is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde en wijzigt niet door de planontwikkeling. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen a en b van deze verantwoording staan uitgewerkt in hoofdstuk 5. Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook legt geen beperkingen op aan de planlocatie.
14
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb 2004, 250
2.
Ministerie VROM
2010
Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686
3.
RIVM
2013
Carola versie 1.0.0.52
4.
IOV
2023
BAG-Populatieservice, versie 2023-07 https://populatieservice.ev-signaleringskaart.nl/#/
5.
Geonovum/ Kadaster
2023
Ruimtelijkeplannen.nl
6.
Van Dun Advies
2023
E-mail, d.d. 13-10-2023
15
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Bijlage 1. Gegevens bebouwing 1.1. Planlocatie De locatie van de planlocatie is weergegeven in figuur 4. In de huidige situatie is op basis van de BAG-populatieservice gerekend met drie aanwezigen, waarvan 50% overdag en 100% ’s nachts aanwezig zijn [4].
Figuur 4.
Planlocatie paardenhouderij met nevenfuncties
In de toekomstige situatie worden een paardenhouderij, een verkooppunt voor de verkoop van streekproducten, een recreatieverblijf en een Bed & Breakfast gerealiseerd. Voor de paardenhouderij is gerekend zonder de aanwezigheid van personen, aangezien de eigenaren sporadisch binnen de stallen aanwezig zullen zijn. Uit de ontvangen gegevens blijkt dat binnen het verkooppunt drie cliënten en een begeleider worden verondersteld [6]. Verder biedt de bed and breakfast plaats aan maximaal zes gasten [6]. De recreatiewoning biedt de mogelijkheid voor gasten en stagiaires voor verblijf [6]. Uitgegaan wordt van 4 aanwezigen binnen de recreatiewoning. De totale toekomstige aanwezigheid staan samengevat in tabel 3.
16
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Functie
Aanwezigen overdag
Aanwezigen ‘s nachts
Medewerkers verkooppunt
4
0
Klanten verkooppunt
4
0
Bedrijfswoning met Bed & Breakfast
8
9
Recreatiewoning
4
4
Totaal
20
13
Tabel 3.
Invulling plangebied
1.2. Omgeving Binnen het invloedsgebied van de risicobron is de aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [4]. Figuur 5 toont de bebouwing binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgasleidingen. Op basis van ruimtelijke plannen.nl zijn geen bevolkingsvlakken toegevoegd [5]. Voor de berekening met rekenprogramma Carola is een gridgrootte van 5 m gehanteerd. De onderstaande bestanden met aanwezigheidsgegevens zijn geleverd. Per bevolkingstype is in de bestandsnaam de dag- en nachtaanwezigheid gegeven, bijvoorbeeld voor wonend_vakantiehuis is de aanwezigheid overdag 50% en ’s nachts 100%. • industrie-dag100-nacht30 (totaal 130 personen). • kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100-nacht0 (totaal 80 personen) • wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100 (totaal 106 personen).
17
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Figuur 5.
Bebouwing binnen invloedsgebied aardgasleiding
18
Onderzoek externe veiligheid / Paardenhouderij met nevenfuncties te Nunspeet
Bijlage 2. Carola-rapportage
19
Inhoud 1 Inleiding ............................................................................................................... 2 2 Invoergegevens ..................................................................................................... 3 2.1 Interessegebied .............................................................................................. 3 2.2 Relevante leidingen ......................................................................................... 3 2.3 Populatie........................................................................................................ 4 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 6 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 9102_leiding-A-570-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie............................................................................................................... 6 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 7 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 9102_leiding-A-570-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie............................................................................................................... 7 5 FN curves ..............................................................................................................
8 5.1 Figuur 5.2 FN curve voor 9102_leiding-A-570-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3040.00 en stationing 4040.00 ............................. 8 6 Referenties ............................................................................................................ 9
1 Inleiding In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10-6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 2 van 9
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 12-10-2023. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Deelen. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek is alleen de gearceerd weergegeven leiding relevant. De overige leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse Gasunie
9102_leiding-A-510deel-1
914.00
66.20
12-10-2023
N.V. Nederlandse Gasunie
9102_leiding-A-570deel-1
323.90
66.20
12-10-2023
N.V. Nederlandse Gasunie
9102_leiding-N-57020-deel-1
318.00
40.00
12-10-2023
N.V. Nederlandse Gasunie
9102_leiding-N-57032-deel-1
114.30
40.00
12-10-2023
Pagina 3 van 9
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
9102_leiding-N570-20-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3789.840
3811.880
9102_leiding-N570-20-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3813.300
3820.310
2.3 Populatie De percentages in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de betekenis: • % aanwezig gedurende de dagperiode/ • % aanwezig gedurende de nachtperiode/ • % buiten gedurende de dagperiode/ • % buiten gedurende de nachtperiode/ • % overdag aanwezig gedurende het jaar/ • % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Percentage Personen
Bed and breakfast
Wonen
6
100/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
Overig
Werken
14
100/ 93/ 7/ 1/ 100/ 100 Pagina 4 van 9
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
industrie-dag100-nacht30.txt
Werken
130
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100nacht0.txt
Werken
80
100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100
wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Wonen
106
50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Pagina 5 van 9
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 9102_leiding-A-570-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-7 1E-8
Pagina 6 van 9
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 9102_leiding-A-570-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 23 slachtoffers en een frequentie van 1.24E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 6.551E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3040.00 en stationing 4040.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 9102_leiding-A-570-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 7 van 9
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. Figuur 5.1 FN curve voor 9102_leiding-A-570-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3040.00 en stationing 4040.00
Pagina 8 van 9
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.
[5]
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 9 van 9