CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen Ruimte en Wonen 18 mei 2026

Commissie Ruimte en Wonen 18 mei 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie3.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Ruimte en Wonen 18 mei 2026 per agendapunt 3.Rondvraag. R. Timmer (Gemeentebelang) Bij een rondje om de Zandenplas valt ook dit jaar opnieuw op dat de Japanse duizendknoop hier nog steeds weelderig groeit. In juni 2025 hebben wij hierover eveneens vragen gesteld. Zonder rigoureuze maatregelen breidt deze invasieve exoot zich snel verder uit. De gemeente bestrijdt de Japanse duizendknoop uitsluitend op eigen grondgebied. De Zandenplas is echter geen gemeentelijke eigendom; de bestrijding dient daarom te worden uitgevoerd door de eigenaar of exploitant. Gezien de vele jonge scheuten en de grote hoeveelheid verdorde groeiresten van afgelopen jaar, heeft Gemeentebelang de indruk dat de bestrijding tot nu toe onvoldoende effectief is geweest. Wij maken ons hierover zorgen, omdat te laat ingrijpen de bestrijding aanzienlijk bemoeilijkt en de verspreiding naar omliggende bossen en gemeentelijke gebieden kan versnellen. Wij hebben daarom de volgende vragen aan het college: Vraag 1 Is het college op de hoogte dat de Japanse duizendknoop rondom de Zandenplas (nog) niet is verwijderd? Antwoord Ja. Het college is bekend met de aanwezigheid van Japanse duizendknoop rondom de Zandenplas. Bestrijding van deze invasieve exoot is doorgaans een meerjarig traject en volledige verwijdering is niet op korte termijn haalbaar.

Vraag 2 Deelt het college onze zorg dat de huidige situatie een bedreiging vormt voor omliggende bossen, waaronder gemeentelijke natuurgebieden? Antwoord Ja. Het college erkent dat Japanse duizendknoop een risico vormt voor biodiversiteit en natuurwaarden, ook in omliggende gemeentelijke natuurterreinen. Daarom blijven monitoring en bestrijding noodzakelijk. Zo heeft ook de gemeente ook een eigen verantwoordelijkheid op gemeentelijke gronden en natuurterreinen om de Japanse duizendknoop te bestrijden. Daarnaast zijn wij in gesprek met de beheerder van Leisurelands om bestrijding op hun terrein te stimuleren. Vraag 3 Wie is verantwoordelijk voor de bestrijding van de Japanse duizendknoop rondom de Zandenplas? Antwoord De grondeigenaar is verantwoordelijk voor beheer en bestrijding op eigen terrein. Voor subsidiëring van bestrijding geldt dat de provincie prioriteit geeft aan locaties nabij kwetsbare natuurgebieden. Er bestaat momenteel geen wettelijke mogelijkheid voor gemeente of provincie om particuliere grondeigenaren tot

bestrijding te verplichten. Wel kan een eigenaar aansprakelijk worden gesteld voor schade als aantoonbaar sprake is van verspreiding vanaf diens terrein. Vraag 4 Welke acties kan het college ondernemen om ervoor te zorgen dat de Japanse duizendknoop rondom de Zandenplas daadwerkelijk wordt bestreden? Antwoord De gemeente kan grondeigenaren niet verplichten om bestrijdingsmaatregelen uit te voeren op nietgemeentelijke grond. Wel kan de gemeente de beheerders aanspreken op hun verantwoordelijkheid en blijft het belang van bestrijding onder de aandacht brengen. Recent heeft hierover overleg plaatsgevonden met Leisurelands. Daarbij is afgesproken gezamenlijk in het veld te kijken naar een effectieve aanpak. De gemeente heeft aangeboden om Leisurelands aan te laten sluiten bij de gemeentelijke bestrijdingsaanpak en aannemer, zodat uitvoering eenvoudiger en goedkoper wordt gemaakt. A.J. Timmerman (PRO Nunspeet) De Varelse Beek is een kwelbeek met beschermde status. De fractie van PRO Nunspeet heeft de volgende vragen: Vraag 1 Klopt het dat de Varelse Beek in 2025 is vervuild door een lozing van rioolwater? Zo ja, zijn/worden er maatregelen getroffen om dat in de toekomst te voorkomen? Antwoord Er is bij de gemeente niet bekend dat er in 2025 een rioolwater overstort is geweest in de Varelse beek.

Vraag 2 Hoeveel keer per jaar wordt de Varelse Beek onderhouden en wordt dan voor het waterleven essentieel sterrekroos verwijderd? Antwoord De betreffende watergang is niet van de gemeente maar van het waterschap. Het waterschap voert dan ook het onderhoud uit. J. Ruitenburg (ChristenUnie) Vraag 1 Bewoners aan de Oenenburgweg geven aan dat in het gebied van de 30 kilometer zone nog steeds te hard gereden wordt. Kinderen van basisscholen in deze buurt (Ds. De Ridderschool, Eerste Veluwse Montissorischool, De Morgenster) maken intensief gebruik van deze weg. Is de gemeente bekend met de feitelijke snelheid en intensiteit van het auto- en fietsverkeer over deze weg? Wat zijn de bevindingen met het snelheidsdisplay dat sinds kort staat opgesteld? Antwoord De gemeente Nunspeet beschikt over inzicht in de gereden snelheden op het gemeentelijke wegennet via de landelijk toegepaste online applicatie ViaStat. Deze applicatie maakt onder meer gebruik van GPSdata om de daadwerkelijk gereden snelheden inzichtelijk te maken. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de gereden snelheden op de Oenenburgweg binnen acceptabele marges vallen. De aanwezige

snelheidsdisplays zijn primair bedoeld om de attentiewaarde en snelheidsbewustwording van weggebruikers te vergroten. Deze displays worden nadrukkelijk niet ingezet voor het verzamelen of analyseren van verkeersdata. Vraag 2 Al enkele jaren is de Oenenburgweg gedeeltelijk als 30 kilometer zone ingericht. Zijn er extra mogelijkheden om deze 30 kilometer zone veiliger te maken voor fietsers, zoals markeren van fietspaden en het optisch verkleinen van het wegdek voor snelverkeer? Antwoord Nee, het treffen van aanvullende verkeersmaatregelen kan tevens ongewenste neveneffecten met zich meebrengen. Erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u worden conform de geldende richtlijnen niet ingericht met fietssuggestiestroken. Op het betreffende wegvak van de Oenenburgweg zijn reeds diverse inrichtingselementen toegepast die bijdragen aan een lagere rijsnelheid. Zo is het wegprofiel smaller uitgevoerd dan op het aansluitende 50 km/u-gedeelte, zijn aan weerszijden langsparkeervakken aanwezig en is de rijbaan uitgevoerd in klinkerverharding. Deze inrichting draagt bij aan een verkeersbeeld dat past bij een 30 km/u-erftoegangsweg.

5a. Vaststelling grondexploitatie Piersonstraat A.J. Timmerman (PRO Nunspeet) Gemeld wordt dat vooruitlopend op het vaststellen van de grondexploitatie het college akkoord is gegaan met de sloop van de gymzaal in april 2026 i.v.m. het broedseizoen en de maatschappelijke druk om sociale huurwoningen te realiseren. De gymzaal is inmiddels gesloopt. De fractie van PRO Nunspeet heeft de volgende vragen: Vraag 1 Het broedseizoen begon op 15 maart. Is er tijdens het broedseizoen gesloopt en zo ja, heeft dat voor verstoring gezorgd? Antwoord Op 9 maart jl. is door gemeente een ecologisch adviesbureau gevraagd om voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden en broedseizoen het pand Piersonstraat 48 te controleren of het pand vrij is van natuurwaarden. Tevens is gevraagd – nadat is geconstateerd dat pand natuurvrij is - maatregelen te treffen zodat zich geen nieuwe natuur in het pand kan vestigen. Er zijn op 9 maart jl. voorzieningen aangebracht en daarmee voorkomen dat nieuwe soorten toegang krijgen tot het pand na 15 maart. Vraag 2 Is het juridisch toegestaan om vooruitlopend op het vaststellen van de BOPA tot sloop van de gymzaal over te gaan? Antwoord Slopen van een gebouw staat op zichzelf. Een gebouw kan worden gesloopt zonder dat er een BOPA is vastgesteld.

J. Ruitenburg (ChristenUnie) Vraag 1 Op 15 september 2025 is door Omnia aan de omwonenden van het beoogde appartementengebouw aan de Piersonstraat een presentatie van deze plannen gegeven. Is er een verslag van deze avond gemaakt? Wat waren de reacties van de omwonenden op deze plannen? Antwoord Het is niet bekend of van deze avond een verslag is gemaakt. Vraag 2 Tijdens de inloopavond in 2024 vroegen de omwonenden aandacht voor de parkeerproblematiek in de wijk. Bij de nieuwe appartementen is een parkeernorm van 1,6 voorzien. Hoe verhoudt deze factor zich tot de gehanteerde (of feitelijke) parkeernorm in deze wijk? Wat is de verwachting voor de parkeerproblematiek in de wijk na realisatie van de voorgestelde 24 appartementen en ca. 38 extra parkeerplaatsen? Antwoord Het plan zal moeten worden uitgewerkt en worden voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. Op basis van deze onderbouwing zal het plan worden getoetst. Vraag 3 De CU vindt het belangrijk dat elke wijk een diverse bewoning en dus diverse bebouwing heeft. Hoe ziet dit plaatje er voor de omgeving van de Piersonstraat uit, en hoe verandert dit door het voorgestelde plan? Antwoord De kavels 1, 2 en 3 introduceren gezamenlijk een mix met woningen voor alle leeftijden, met behoud van de bestaande kwaliteiten en versterkte groene openbare ruimtes.

5b. Meerjarenperspectief Grondexploitaties R. Timmer (Gemeentebelang) Vraag 1. Strategische gronden en structurele last De boekwaarde van strategische gronden is fors toegenomen en de rentelasten drukken direct op de exploitatiebegroting. Hoe groot is die structurele last op dit moment, hoe ontwikkelt die zich bij verdere aankopen, en wat betekent dat binnen onze financiële kaders? Antwoord De strategische gronden die opgenomen zijn in het MPG betreffen gronden en panden die als doel hebben om op termijn ontwikkeld te worden of die ingezet kunnen worden als ruilgronden. Dat betekent dat deze gronden dus vaak slechts tijdelijk als strategische grond op de balans staan. Gedurende deze periode wordt op de boekwaarde van de grond niet afgeschreven, maar wel zijn er rentekosten. De boekwaarde van de strategische gronden per 1-1-2026 is €16,2 miljoen (zie pagina 38 MPG) en het huidige rentepercentage is 1,5%. Dat betekent een jaarlijkse rentelast van circa 250K. Een deel hiervan komt ten laste van de algemene exploitatie en een deel ten laste van de reserve grondexploitatie. Zie de

tabel op pagina 34 van het MPG voor de kapitaallasten die in 2026 gemaakt zijn en die gedekt worden uit de reserve grondexploitatie. De boekwaarde van de strategische gronden is het afgelopen jaar met name fors toegenomen vanwege de aankoop Industrieweg 20 (Shimano). Dit pand is aangekocht met het oog op de (nog vast te stellen) grondexploitatie Nieuw Feithenhof. Als deze grondexploitatie wordt vastgesteld zal de boekwaarde van de strategische gronden ook weer flink afnemen. Daarnaast staan voor de meeste gronden/panden ook inkomsten uit pacht of tijdelijke verhuur tegenover de rentekosten die gemaakt worden. De financiële impact van de toegenomen boekwaarde van de strategische aankopen is dus relatief beperkt. Vraag 2. Doorwerking naar de gewone begroting Wat betekent dat vervolgens concreet voor de gewone begroting? Welke beleidsvelden of investeringsruimte komen onder druk te staan als strategische aankopen verder toenemen? En wordt dat ook expliciet meegewogen bij besluitvorming? Antwoord Zie het antwoord onder vraag 1. De financiële impact is beperkt. Als er een strategische aankoop wordt gedaan dan is dit altijd op basis van een raadsbesluit.

In het raadsvoorstel wordt de noodzaak van de strategische aankoop onderbouwd en daarbij komen de volgende factoren altijd aan bod (zoals vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2024): -Duiding van het ruimtelijk initiatief -Noodzaak van een sterke gemeentelijke sturing in het gebied -Toegevoegde waarde en effect voor de gewenste ontwikkeling -Financiële dekking -Marktconformiteit -Risicoprofiel Vraag 3. Lange doorlooptijd van ’t Hul Noord Wat zijn de financiële gevolgen van de huidige lange doorlooptijd van ’t Hul Noord voor rente, beheerkosten en het beslag op de reserve grondexploitatie? En in hoeverre speelt daarbij ook de gevoeligheid voor verdere kostenstijgingen een rol? Antwoord Rente De resterende looptijd van ’t Hul Noord is nog 13 jaar. Het project heeft per 1-1-2026 een negatieve boekwaarde van €21,4 miljoen. Het project eindigt met een negatief eindsaldo van €3,4 miljoen (op 3112-2038) en de boekwaarde is gedurende de hele looptijd negatief. Dit betekent dat er enkel rentekosten zijn en geen renteopbrengsten. De totale rentekosten voor de duur van het project zijn in het MPG 2026 geraamd op €2,8 miljoen, uitgaande van het huidige rentepercentage van 1%. Beheerkosten Voor het tijdelijk beheer van de gronden is een post opgenomen in de grondexploitatie van circa 700K.

Beslag op de reserve grondexploitatie Vanuit de voorschriften in het BBV (voorzichtigheidsbeginsel) is het verwachte verlies op eindwaarde van €3,4 miljoen volledig afgedekt met een verliesvoorziening. Deze verliesvoorziening is gedekt vanuit de reserve grondexploitatie. Jaarlijks wordt de grondexploitatie ’t Hul Noord geactualiseerd en de hoogte van de verliesvoorziening wordt dus jaarlijks aangepast aan het actuele tekort. Als gevolg hiervan zullen er de komende jaren dus onttrekkingen uit en dotaties aan de reserve grondexploitatie plaatsvinden. Vanwege de lange looptijd van het project is er extra gevoeligheid voor wijzigingen in de parameters (o.a. verdere kostenstijgingen, maar ook opbrengstenstijgingen) en in deze fase van het project zullen er nog vrij grote schommelingen gaan voordoen in de uitkomst van dit project. Dit kan overigens twee kanten op werken, de uitkomst kan ook positiever worden dan dat nu is ingeschat (zoals ook bij Molenbeek het geval was). Hoe verder het project vordert, hoe nauwkeuriger het resultaat is in te schatten. Bij de vaststelling van de grondexploitatie in april 2024 was het tekort bijvoorbeeld €9,9 miljoen en werd voor dat bedrag een verliesvoorziening getroffen. De actuele grondexploitatie per 1-1-2026 laat een tekort zien van €3,4 miljoen.

Deze verbetering van het projectresultaat ten opzichte van de in 2024 vastgestelde grondexploitatie heeft een aantal oorzaken, waaronder gewijzigde parameters, maar de voornaamste oorzaak de toekenning is van een subsidie vanuit de landelijke regeling Woningbouwimpuls van (maximaal) €5,2 miljoen en daaraan gekoppeld cofinanciering van de provincie van €750.000. Vraag 4. Oplopend tekort en subsidieafhankelijkheid Het huidige tekort op ’t Hul Noord bedraagt ruim 3,36 miljoen euro, terwijl het project nog lang doorloopt. Welke risico’s kunnen ertoe leiden dat dit verder oploopt, in hoeverre zijn die risico’s op dit moment beheersbaar, en welke rol spelen subsidies in het huidige financiële beeld? Antwoord Er is een risicodossier voor ’t Hul Noord en de risico’s met de grootste financiële impact hebben betrekking op vertraging en stijgende kosten. Oorzaken voor vertraging zijn bijvoorbeeld de beperkte capaciteit op het stroomnet of gebrek aan ambtelijke capaciteit. Risico’s voor stijgende kosten zitten met name in de kosten voor het bouwrijp maken en de resterende grondaankopen. Daarnaast is het omgevingsplan nog niet onherroepelijk vastgesteld en het risico bestaat altijd nog dat het omgevingsplan niet wordt vastgesteld. In het benodigde bodembedrag van de reserve grondexploitatie wordt een bedrag van €2,1 miljoen gerekend om mogelijke risico’s in ’t Hul Noord op te vangen.

Een andere beheersmaatregel die is toegepast in de grondexploitatie is dat er geen opbrengstenstijging wordt gerekend over opbrengsten die na 10 jaar worden gerealiseerd. De opbrengstenstijging staat voor deze jaren staat op 0%. Subsidies Voor ’t Hul Noord is in 2024 een subsidie toegekend door het Rijk vanuit de regeling Woningbouwimpuls voor een bedrag van circa €5,2 miljoen. De hoogte van de subsidie is gerelateerd aan het tekort op het project. Op dit moment is het tekort op de grondexploitatie lager dan het tekort was op het moment van de subsidieaanvraag. Daarom wordt op dit moment rekening gehouden met een subsidie van circa €4,0 miljoen. Daarnaast ontvangt het project cofinanciering van de provincie ter hoogte van 750K.

Vraag 5. Effect van versnelling Wat gebeurt er financieel als de doorlooptijd van ’t Hul Noord bijvoorbeeld fors wordt verkort? Wat betekent dat dan voor het tekort, de rentelasten, de benodigde risico- en verliesvoorzieningen en de gevoeligheid voor verdere kostenstijgingen? Antwoord Een korte looptijd zal een positief effect hebben op de rentekosten en maakt het project minder gevoelig voor verdere kostenstijgingen. Er zijn geen scenarioberekeningen uitgevoerd als onderdeel van het MPG dus het exacte financiële effect is niet te zeggen. Vraag 6 Nieuw Feithenhof Wanneer ontvangt de raad een eerste financiële bandbreedte voor Nieuw Feithenhof, inclusief de consequenties voor reserve, risico’s en begroting? Antwoord Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van het omgevingsplan voor Nieuw Feithenhof en de financiële doorrekeningen hiervan. Op het moment dat het omgevingsplan ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden zal de raad ook gevraagd worden om de bijbehorende grondexploitatie voor Nieuw Feithenhof vast te stellen. Onderdeel van dit voorstel is de financiële dekking voor het project en de effecten op de reserves. Het streven is om dit in de tweede helft van dit jaar voor te leggen aan de raad. Vraag 7 Robuustheid van de parameters De gehanteerde parameters zijn bij dit soort bedragen heel bepalend voor het eindbeeld.

In het MPG lezen wij dat deze zijn gebaseerd op de Outlook Grondexploitaties 2026 van Metafoor. Kan het college toelichten hoe robuust die aannames op dit moment zijn, met name aan de opbrengstenkant en bij de kostenontwikkeling, als de markt of rente zich minder gunstig ontwikkelt dan nu wordt verondersteld? Antwoord De parameters zijn inderdaad grotendeels gebaseerd op het parameteradvies van Metafoor (landelijk planeconomisch adviesbureau). In de Outlook wordt op basis van een groot aantal externe bronnen/marktcijfers (CBS, BDB, bouwkostenkompas etc.) een beeld gegeven van de verwachte kostenen opbrengstenstijgingen die relevant zijn voor de grondexploitatie. Dit document wordt door het merendeel van de gemeenten gebruikt als onderbouwing voor de parameters in de grondexploitatie. Wij zien dit daarom als een goede onderbouwing voor de kosten- en opbrengstenstijgingen. Voor de lange termijn zijn de parameters lastiger te voorspellen. Daarom is het gangbaar om voor de parameters voor de lange termijn (2029 en verder) aan te sluiten bij het langjarig inflatiegemiddelde van de ECB, zijnde 2% per jaar.

Vraag 8 Opname in het MPG en integraal risicobeeld Kan het college toelichten op basis van welke criteria een ontwikkeling wel of nog niet in het MPG wordt opgenomen, en hoe risico’s zoals netcongestie, marktomstandigheden, procedures en subsidieafhankelijkheid portefeuillebreed worden gewogen? En zou dat in toekomstige MPG’s explicieter en meer samenhangend zichtbaar gemaakt kunnen worden? Antwoord Alle lopende grondexploitaties worden opgenomen in het MPG. De definitie van een grondexploitatie is een plan dat vastgesteld is door de raad waarbij de gemeente voor eigen rekening en risico gronden en panden ontwikkelt naar bouwrijpe grond.

Op de projectpagina’s in het MPG wordt tekstueel aangegeven wat de belangrijkste risico’s per project zijn onder het kopje ‘belangrijkste risico’s’. Voor de projecten met significante risico’s (>€1 miljoen) wordt een risicodossier opgesteld. Op dit moment geldt dat voor het project ’t Hul Noord. Op pagina 36 van het MPG staat de risico-inschatting voor alle projecten en hoe dit wordt meegenomen in de berekening van de noodzakelijke weerstandscapaciteit van de gemeente.

5c. Vaststellen TAM-omgevingsplan Elspeterbosweg 61 Over dit agendapunt zijn geen vragen gesteld.

5d. Realiseren acht appartementen perceel Oudeweg 2 Hulshorst Over dit agendapunt zijn geen vragen gesteld.

5e. TAM-IMRO plan transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg J. Ruitenburg (ChristenUnie) Vraag 1. Participatie-traject. In het bijgevoegde onderzoeksrapport wordt technisch ingegaan op de genoemde aandachtspunten van omwonenden: straling, geluid, landschappelijke inpassing. Toch geven de omwonenden aan dat het participatietraject als “eenrichtingsverkeer” en als “overdonderend” is ervaren. Hoe kijkt het college terug op het gelopen participatie-traject? Antwoord Het college kijkt terug op een zorgvuldig doorlopen participatietraject. Vanaf het raadsbesluit tot aankoop van de voormalige autosloperij tot aan het ontwerp TAM-plan zijn meerdere momenten georganiseerd om omwonenden te informeren en met hen in gesprek te gaan. In oktober 2024 vond een inloopavond plaats waarbij Liander, TenneT, een onafhankelijke geluidsexpert en de GGD aanwezig waren. Bezoekers konden direct vragen stellen en hun zorgen schriftelijk meegeven. Op verzoek van omwonenden is een bezoek aan een onderstation georganiseerd. Daarnaast zijn er diverse individuele gesprekken gevoerd met direct omwonenden om vragen en zorgen te bespreken. Ook zijn in goed overleg afspraken gemaakt over percelen waar afwijkingen tussen kadastrale en feitelijke grenzen waren geconstateerd.

Alle omwonenden zijn gedurende het proces per brief geïnformeerd over de voortgang, waaronder de saneringswerkzaamheden en de terinzagelegging van het ontwerp-TAM-plan. Vraag 2 Geluid. Is de gemeente bereid om omwonenden tegemoet te komen om geluidsreducerende maatregelen te nemen (casus van paardenhouder)? Waarmee kan de gemeente faciliteren? Antwoord De ontwikkeling bevat meerdere geluid reducerende maatregelen. Het terrein is zo ingericht dat de transformatoren op maximale afstand van de omliggende woningen worden geplaatst. Daarnaast wordt, op verzoek van omwonenden, aan de noordzijde een keerwand geplaatst. Deze voorziening zorgt voor zowel extra geluidswering als voor een visuele afscherming van de ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16945783/1