AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen Ruimte en Wonen 12 januari 2026
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Ruimte en Wonen 12 januari 2026 per agendapunt
☐ 3.
Rondvraag.
Herijking omgevingsdialoog A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 In de handreiking staat dat in fase 1 de directe omgeving wordt geïnformeerd. Bij een omgevingsdialoog gaat het om informeren, luisteren en in gesprek gaan. Het is immers een dialoog en geen monoloog. Daarom het verzoek om expliciet in de handreiking op te nemen dat in fase 1 wordt geïnformeerd, geluisterd en het gesprek wordt aangegaan. Antwoord Fase 1 ziet toe op oriënteren en informeren op hoofdlijnen. Waarbij is gewaarborgd dat de inbreng van aanwezigen op hoofdlijnen dient te worden beschreven. Er is geen reden om de handreiking op dit punt aan te passen. Vraag 2 De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het maken van een verslag en het toesturen van het verslag aan de betrokkenen. Waarom is bij stap 4 niet opgenomen dat betrokkenen minimaal twee weken de tijd krijgen om te reageren op het concept verslag? Antwoord Er is bewust voor gekozen om hier geen termijn aan te koppelen om zo initiatiefnemers de ruimte te geven om een terugkoppeling te kunnen organiseren in welke vorm dan ook (schriftelijk, mondeling, etc.) Vraag 3 Bij de inhoud van het verslag wordt o.a. genoemd: wie was niet bereid om deel te nemen. Met name de reden waarom kan relevant zijn. Toevoegen: als de reden van niet deelname bekend is dit op te nemen in het verslag.
Antwoord Het college wil hier toch enige vrijheid laten aan de verslaglegger en dit niet dwingend voorschrijven. Vraag 4 Door de initiatiefnemer dient ervoor te worden gezorgd dat de dialoog actueel blijft. Toevoegen dat dit kan betekenen dat de omgevingsdialoog (deels) opnieuw zal moeten worden gevoerd.
Antwoord Deze voorgestelde aanpassing heeft geen toegevoegde waarde. Het is voldoende duidelijk beschreven wat er verwacht het wordt. A.Harteveld (Christenunie) Het is inhoudelijk een duidelijke verbetering ten opzichte van de eerdere praktijk: het professionaliseert participatie en maakt verwachtingen explicieter. Het biedt meer duidelijkheid en uniformiteit, geeft een heldere fasering van het participatietraject etc. Met name over de beoordeling hebben we nog een paar technische vragen: Vraag 1 Wie beoordeelt de omgevingsdialoog en hoe wordt uniforme, deskundige beoordeling geborgd? Antwoord De aangeleverde omgevingsdialoog wordt beoordeeld door de betrokken ambtenaar die het verzoek inhoudelijk behandelt. Door de betrokken collega’s is een intern beoordelingskader opgesteld waaraan gevoerde omgevingsdialogen moeten worden getoetst. Dit beoordelingskader is een doorvertaling van de handreiking en de template. Vraag 2 Wat gebeurt er concreet als een omgevingsdialoog onvoldoende is: wordt het traject opgeschort of niet? Antwoord Indien een omgevingsdialoog als onvoldoende wordt beoordeeld, wordt het initiatief on-hold gezet totdat er een nieuwe omgevingsdialoog is gevoerd of de als onvoldoende beoordeelde punten inhoudelijk zijn aangepast.
C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1 Wij lezen omwonenden informeren. Wie zijn dat? Wie bepaalt dat? Hoe wordt dit vastgesteld? Zijn dit omwonenden die op een kaart aangewezen worden of voor wie er impact is op hun leefomgeving? Antwoord Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de eigenaren van alle aangrenzende percelen/woningen waar het initiatief invloed op heeft, betrokken worden bij de omgevingsdialoog. De behandelend ambtenaar bespreekt dit aan de voorkant met een initiatiefnemer. Vraag 2 Wij zouden graag de opmerking zien dat een plan wel of niet bekend is bij de raad. Inwoners begrijpen vaak niet dat wij nog niets weten maar zij wel een plan onder ogen krijgen. Graag zien wij dat raadsleden of een afvaardiging uitgenodigd worden bij de presentatie van plannen. Verschillende initiatiefnemers hebben in het verleden aangegeven dit prettig te vinden. Dan is er 1 zelfde verhaal wat ook bij de raad bekend is.
Antwoord Om meer duidelijkheid te creëren omtrent de status van een plan is bij voorliggende herijking van de omgevingsdialoog gebruik gemaakt van verschillende fases. Onder fase 1 vallen alle procedures met een oriënterend karakter zoals een principeverzoek en een aanvraag in het kader van Woningbouw op Maat. Bij fase 1 gaat het om een voorlopige, informele stap in de te volgen ruimtelijke procedures. In fase 1 informeert de initiatiefnemer de directe omgeving over zijn voorgenomen plannen. Fase 2 van de omgevingsdialoog volgt bij de definitieve vergunningsaanvraag of omgevingsplanwijziging. Tijdens fase 2 doorloopt de initiatiefnemer de resterende stappen van de omgevingsdialoog en vraagt hij/zij de omgeving om een reactie op de plannen. Ook geeft de initiatiefnemer vervolgens aan wat hij/zij met deze opgehaalde informatie heeft gedaan.
A.Harteveld (ChristenUnie) Vermelding informatie beslistermijnen op de website In juni 2025 heeft het college, naar aanleiding van onze schriftelijke vragen over beslistermijnen, toegezegd dat per 1 januari 2026 op de gemeentelijke website de volgende informatie zou worden geplaatst: - Een overzicht van de rechten van inwoners bij het hanteren van beslistermijnen; -
Een korte uitleg van de mogelijkheden indien de gemeente niet voldoet aan de wettelijke termijnen;
-
Een webformulier waarmee inwoners digitaal een ingebrekestelling kunnen indienen.
Vraag 1 Is deze informatie inmiddels op de gemeentelijke website geplaatst? Zo nee, op welke datum wordt dit alsnog gerealiseerd? Antwoord De desbetreffende informatie is reeds geplaatst op de gemeentelijke website. Externe juridische kosten Onlangs ontvingen wij de beslissing op bezwaar inzake Veldenbos. Daaruit blijkt dat het college op het punt van de ‘ontwikkelingslocatie’ is afgeweken van het advies van de commissie bezwaarschriften, mede op basis van extern juridisch advies. Dit is niet de eerste keer dat het college in dossiers extern juridisch advies inwint; ook in andere zaken gebeurt dit met regelmaat. Dit roept bij onze fractie vragen op over de omvang en inzet van externe juridische ondersteuning. Wij hebben daarom de volgende vragen: Vraag 1 Kan het college een overzicht verstrekken van de totale kosten die in 2024 en 2025 zijn gemaakt voor extern juridisch advies (waaronder advocatenkantoren, de landsadvocaat en andere externe juridische adviseurs)? Antwoord Ja dat is mogelijk. Wij zullen u dat doen toekomen maar mede in verband met zorgvuldigheidsaspecten duurt dit wel enige tijd.
Vraag 2 Kan het college specifiek aangeven welke kosten gemoeid waren met de inzet van de landsadvocaat bij de afhandeling van de memo Veelhorsterweg? Onze fractie heeft deze vraag eerder gesteld; toen is toegezegd dat hierover na afronding van het dossier informatie aan de raad zou worden verstrekt. Antwoord De kosten voor de inzet van mevrouw E. Pietermaat, verbonden aan advocatenkantoor Pels Rijcken, met betrekking tot de memo Veelhorsterweg bedragen 19.143,91 euro. Deze kosten omvatten zowel de voorbereidende werkzaamheden als de inhoudelijke juridische ondersteuning die in het kader van dit dossier is verricht.
☐5a. Vaststelling TAM-omgevingsplan Schotkampweg 179, hoofdstuk 22n A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 De bestaande paardenhouderij wordt beëindigd. De bestaande paardenbak was zonder vergunning aangelegd en wordt gelegaliseerd. Het is ook een optie om de paardenbak niet te legaliseren, immers de paardenhouderij wordt beëindigd. Waarom is daar niet voor gekozen? Antwoord De paardenbak blijft toegestaan voor hobbymatig gebruik na beëindiging van de bedrijfsmatige paardenhouderij. Bij het opnemen van de paardenbak in de omgevingsplanwijziging is aangesloten bij de richtlijnen die het omgevingsplan kent voor het planologisch regelen van paardenbakken. Daarmee wordt de toekomstige situatie op een consistente en zorgvuldige wijze vastgelegd
☐5b. Vaststelling TAM-omgevingsplan Eperweg 110 Zandenplas A. Harteveld (ChristenUnie) Bevestiging door de provincie Vraag 1 Heeft de provincie de stikstofmelding voor dit plan schriftelijk goedgekeurd, of is er alleen sprake geweest van mondelinge of informele afstemming? Antwoord Ons is per email bevestigd dat de zienswijze is opgevolgd en afgedaan. Vraag 2 Is een mondelinge of informele bevestiging volgens het college voldoende om te kunnen stellen dat aan de stikstofregels is voldaan? Zo ja, op basis van welke juridische onderbouwing? Antwoord Wij hebben geen enkele reden om aan het oordeel van het bevoegd gezag, de provincie, te betwijfelen.
Stikstofberekening en voortoets Vraag 3 In het stikstofmemo wordt geconcludeerd dat een stikstofvergunning nodig is (0,22 mol/ha/jaar), terwijl in de voortoets staat dat geen passende beoordeling nodig is. Kan het college uitleggen waarom deze twee conclusies van elkaar verschillen, en waarom de stikstofdepositie in de bouwfase niet leidt tot een aanvullende beoordeling? Antwoord Het bevoegd gezag is van mening dat voldaan is aan de zienswijze. Daarmee is voldaan aan de uitvoerbaarheidstoets die binnen het bereik van de gemeente ligt. Het is vervolgens tussen bevoegd gezag en initiatiefnemer om afspraken te maken hoe hier opvolging aan wordt gegeven binnen het vergunningskader van Natura2000. Vraag 4 Kan het college toelichten of maatregelen zoals verkeersbeperkingen en ecologische voorzieningen (zoals nestkasten en takkenrillen) mogen worden meegewogen bij de stikstofbeoordeling, en of daarmee daadwerkelijk kan worden gekomen tot geen netto toename van stikstofdepositie? Antwoord Zie antwoord vraag 3.
☐5c. Subsidieaanvraag kostenbegeleiding graafwerkzaamheden Stationsgebied Over dit onderwerp zijn geen vragen gesteld.