CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen Maatschappij en Middelen 9 oktober 2025

Commissie Maatschappij en Middelen 9 oktober 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie6.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen Maatschappij en Middelen 9 oktober 2025 per agendapunt

☐ 3.

Rondvraag.

G. Bronkhorst (SGP) Stukken ter kennisname: Evaluatie Swim2Play Vraag 1 In het stuk wordt verwezen naar de GGD Kindmonitor (2021 en 2025). Betekent dit dat we pas in 2026 beschikken over actuele cijfers over diploma’s? Hoe kan de raad intussen zicht houden op deze cruciale veiligheidsindicator? Antwoord De resultaten van de GGD Kindmonitor 2025 worden medio 2026 verwacht. GGD Noord- en OostGelderland voert het onderzoek eens per vier jaar uit. Er zijn geen andere onderzoekscijfers beschikbaar waarbij specifiek gevraagd wordt naar de zwemdiploma's onder kinderen. Vraag 2 Hoe wordt omgegaan met signalen van ouders die aangeven dat de financiële drempel voor reguliere zwemles te hoog is, ondanks het bestaan van het Jeugdfonds? Zijn er cijfers beschikbaar over gebruik van dit fonds in relatie tot zwemlessen? Antwoord Het Jeugdfonds vergoedt kosten voor het gehele zwemABC. Ouders/verzorgers die de zwemlessen niet kunnen bekostigen krijgen dus een volledige vergoeding via het Jeugdfonds. In 2024 hebben we voor 46 kinderen zwemlessen bekostigd vanuit het Jeugdfonds. Het jaarverslag van het Jeugdfonds Sport en Cultuur wordt ieder jaar ter kennisname met de gemeenteraad gedeeld (halverwege het lopende jaar, de cijfers van voorliggend jaar). Hier kan de raad de cijfers voor de zwemlessen via het JFSC in terugvinden.

Vraag 3 De SGP fractie heeft eerder aandacht gevraagd voor gezinnen (met name in Elspeet) die praktisch belemmerd worden om kinderen op jonge leeftijd op zwemles te doen. Hoe is dit punt in de evaluatie meegenomen? Antwoord De evaluatie heeft betrekking tot de ervaringen rondom het programma Swim2Play, de evaluatie ging niet over praktische belemmeringen met betrekking tot het volgen van reguliere zwemlessen voor jonge kinderen. Dit punt is daarom niet meegenomen. Vraag 4 Heeft het college concrete stappen gezet om samen met scholen zoals de Eben Haëzerschool tot oplossingen te komen, bijvoorbeeld in de vorm van vervoersfaciliteiten of maatwerk?

Antwoord Vervoer wordt voor iedere school gefaciliteerd. Het rooster van Swim2Play wordt opgesteld door Sportbedrijf Nunspeet waarbij het doorgeven van wensen voor maatwerk mogelijk is (zoals gescheiden kleedruimtes). Verder heeft de gemeente een voorstel gedaan voor een ouderavond bij de betreffende school. Tijdens deze avond zou doorgesproken worden over het programma Swim2Play, het verschil ten aanzien van reguliere zwemlessen en het belang van het volgen hiervan op jongere leeftijd, ook zou er ruimte zijn om praktische belemmeringen met elkaar te bespreken. De directie van de school heeft besloten om deze ouderavond niet aan te bieden. Vraag 5 De evaluatie noemt dat vijf weken per jaar door ouders en instructeurs als “kort” wordt ervaren. Heeft het college onderzocht welke minimale duur daadwerkelijk nodig is om vaardigheden te onderhouden? Antwoord Er is gekozen voor 5 weken omdat dit wordt geadviseerd door de organisatie ‘Swim2Play’. Zij hebben het concept ontwikkeld en bieden handvaten bij het opstarten en organiseren van schoolzwemmen volgens Swim2Play. Volgens hen is 5 weken de ideale lengte, zowel op inhoudelijk (jaarlijks herhalen om vaardigheden te onderhouden) als praktisch (beschikbaarheid bad en instructeurs, mogelijkheden van de scholen) gebied. Door de ervaringen met een jaar lang zwemmen betekent dit ook dat men moet 'wennen' aan deze periode van 5 weken.

Vraag 6 Is overwogen om het programma voor risicogroepen (bijvoorbeeld kinderen zonder diploma) te intensiveren? Antwoord Instructeurs geven aan dat kinderen zonder diploma goed mee kunnen doen met de lessen, door middel van zwemvestjes. Er is niet overwogen om het programma voor deze groep te intensiveren, omdat er vanuit leerkrachten, Sportbedrijf Nunspeet en ouders geen signalen komen dat dit nodig blijkt. Vraag 7 Uit de evaluatie blijkt dat met name groep 7/8 het programma minder uitdagend en soms “saai” vindt. Hoe wordt voorkomen dat deze leerlingen afhaken, juist terwijl zij veel zelfstandig met water in aanraking komen (strand, recreatieplassen)? Antwoord Door de bevindingen van deze evaluatie terug te koppelen aan Sportbedrijf Nunspeet. Zij hebben de professionele expertise om vervolgens te bepalen hoe ze de lessen aantrekkelijker en uitdagender kunnen maken. Vraag 8 Wordt er gedacht aan differentiatie in het programma (meer uitdaging, andere modules) voor deze leeftijdsgroep? Antwoord Het programma Swim2Play houdt er rekening mee dat niet ieder kind dezelfde activiteiten in het zwembad of buiten in/rondom het water doet. Uit de evaluatie blijkt nu dat de lessen soms voor de oudere kinderen saai zijn. Hier zien we dan ook ruimte voor verbetering. Deze bevindingen geven we door aan het Sportbedrijf zodat zij uiteindelijk het lesprogramma waar nodig kunnen aanpassen.

Vraag 9 De evaluatie steunt sterk op belevingsonderzoek (enquêtes en een interactieve methode met kinderen). Waarom is er niet gekozen voor een objectieve toets van zwemvaardigheid (bijvoorbeeld met meetbare vaardigheden)? Antwoord De criteria zoals opgesteld door Sportbedrijf Nunspeet lenen zich vooral voor een kwalitatief onderzoek. Cijfers van een objectieve toets zeggen niets over hoe een kind handelt in een bijzondere situatie of over hoe veel plezier een kind heeft tijdens de les. De objectieve zwemvaardigheid wordt getoetst bij het behalen van het zwemABC, dit staat los van Swim2Play. Met deze evaluatie hebben we juist geprobeerd om inzicht te krijgen in de ervaringen van de verschillende betrokken doelgroepen. Vraag 10 In de evaluatie staat dat de kosten vergelijkbaar zijn met het traditionele schoolzwemmen. Kan het college dit onderbouwen met cijfers? Hoe ziet de kostenverdeling er precies uit (uren, vervoer, instructeurs)? Antwoord Bij het traditionele schoolzwemmen zwommen leerlingen van groep 5 of 6 gedurende één schooljaar. Bij het invoeren van Swim2Play was de verwachting dat het aantal zwemuren ongeveer gelijk blijft aan het aantal zwemuren t.o.v. het traditionele schoolzwemmen. Deze verwachting klopt.

Ook blijft de inzet van instructeurs gelijk, alleen geven ze iedere 5 weken aan een andere groep les (er is geen specificatie van de kosten voor de instructeurs, dit valt binnen de huurprijs van het zwembad). Onderstaande tabel geeft de zwemuren met bijbehorende kosten weer: Aantal uren totale schooljaar Kosten* Schooljaar 2022-2023 420 uur € 160.169,10 (traditionele schoolzwemmen) Schooljaar 2023-2024 396 uur € 161.804,81 (Swim2Play) Schooljaar 2024-2025 403,50 uur € 175.607,23 (Swim2Play) *ten aanzien van de kosten geldt dat dit niet één op één vergeleken kan worden in verband met de jaarlijkse indexatie op de huurprijs (door Sportbedrijf Nunspeet) en de overgang van de Brake naar de Wiltsangh. Voor de kosten van vervoer geldt hetzelfde als het aantal zwemuren. Dit is ongeveer aan elkaar gelijk. De bus rijdt namelijk het gehele schooljaar, alleen wordt per 5 weken een andere groep vervoerd. De vervoerskosten kunnen niet uitgesplitst worden naar alleen zwemvervoer omdat het gym- en zwemvervoer in eén verzamelfactuur door het routebureau gefactureerd wordt.

☐5a.

Omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting maatschappelijke zorg hotel

G. Bronkhorst (SGP) Vraag 1 Hoeveel inwoners van de gemeente Nunspeet stonden op het moment van aanvraag concreet op de wachtlijst voor maatschappelijke opvang? Antwoord In maart 2025 stonden er drie mensen uit Nunspeet op de wachtlijst voor maatschappelijke opvang. De wachtlijst is echter geen statisch gegeven, maar een dynamisch document en wordt continue bijgewerkt. Op basis van de gegevens over het afgelopen jaar blijkt dat er doorlopend twee a drie mensen uit de gemeente Nunspeet op de wachtlijst stonden. Vraag 2 Hoeveel inwoners van Nunspeet hebben in de afgelopen twaalf maanden daadwerkelijk een beroep gedaan op maatschappelijke opvang, onderverdeeld naar de drie categorieën die nu worden voorgesteld? Antwoord In 2024 hebben er negen personen uit de gemeente Nunspeet gebruik gemaakt van verschillende vormen van opvang maatschappelijke zorg. Onderverdeeld naar genoemde categorieën is dit vijf opvang, twee jongeren, twee tijdelijk wonen (nu gebruik makend van tijdelijk wonen in een buurgemeente). In het eerste halfjaar van 2025 waren dit zes personen met onderverdeling vier opvang, twee tijdelijk wonen. De ervaring uit de praktijk leert dat het moeilijk is om zicht te krijgen op het aantal jongeren. Zij gaan vaak niet richting de 24-uurs opvang, maar zoeken andere plekken om tijdelijk te verblijven.

Dertien mensen maakten in 2024 gebruik van een briefadres in de gemeente Nunspeet. Dit zijn vaak (jong) volwassenen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. In 2025 zijn dit er nu al twaalf. Vraag 3 Is er een onderbouwing beschikbaar waarom juist twaalf opvangplekken nodig en passend zijn op deze locatie, gelet op het lokale aandeel in de wachtlijst? Antwoord Met twaalf plekken kunnen we deels aan de lokale en de regionale vraag naar opvang in de keten mz voldoen. Het gaat niet alleen om het oplossen van de wachtlijst en het lokale aandeel van de gemeente Nunspeet daarin, maar juist ook om het verlichten van de druk in de gehele keten. Het aantal van twaalf plekken is nog niet voldoende om alle lokale en regionale vragen op te lossen, maar is wel wat mogelijk is binnen de fysieke ruimte van hotel Veldenbos. Vraag 4 Op welke manier is onderbouwd dat de voorgestelde doelgroep verdeling (5 regionaal, 3 lokaal, 4 tijdelijk wonen) ook daadwerkelijk de lokale behoefte weerspiegelt? Antwoord Dit is ingegeven vanuit expertise in de praktijk en de gegevens over de afgelopen 1,5 jaar. De wens van de gemeente Harderwijk om vijf plekken opvang speelt daarin ook mee. De fysieke indeling van hotel Veldenbos maakt de voorgestelde verdeling van aantal plekken daarnaast mogelijk.

Vraag 5 Hoe wordt gegarandeerd dat deze twaalf plekken ook daadwerkelijk ten goede komen aan de genoemde doelgroepen, en niet op andere wijze worden ingevuld? Antwoord Voor maatschappelijke opvang en tijdelijk wonen is een indicatie nodig om toegang te krijgen tot de zorg en ondersteuning. Deze indicatie wordt afgegeven door de centrale toegang van de GGD-NOG. Voor de lokale opvang is een positieve beoordeling door Straathoekwerk een vereiste. Deze beoordeling wordt vastgelegd in het dossier. Hiermee wordt gegarandeerd dat de plekken daadwerkelijk ten goede komen aan de mensen met genoemde problematiek. Vraag 6 In de beeldvorming werd aangegeven dat er geen alternatieve locaties binnen de gemeente Nunspeet in beeld zijn geweest voor het realiseren van deze maatschappelijke opvangplekken. Kan het college dat toelichten? Antwoord De noodkreet die op 12 maart 2025 binnenkwam viel samen met het verzoek van de nieuwe eigenaar van hotel Veldenbos voor het huisvesten van werknemers. Dit maakte het mogelijk om snel te kunnen schakelen. Een locatie-onderzoek kost veel tijd en afstemming met alle mogelijke betrokkenen, zonder garantie dat die locatie geen bezwaren vanuit de omgeving oproept. Vandaar dat er is gekozen om nu de mogelijkheden met betrekking tot Hotel Veldenbos verder te gaan verkennen.

Vraag 7 Is onderzocht of bijvoorbeeld kleinschalige spreiding van deze opvang over meerdere locaties beter zou passen binnen het lokale draagvlak en bestaande zorgstructuren? Antwoord 24-uurs opvang is een duur product waarvoor, om nog hogere kosten te voorkomen, clustering nodig is. Spreiding over bestaande zorgstructuren is daarom niet wenselijk en qua zorginzet (hiervoor is specifieke expertise nodig) ook niet haalbaar. Dit maakt dat kleinschalige spreiding over meerdere locaties niet verder is onderzocht. Verder is de druk op de bestaande woonvoorzieningen (zoals Beschermd wonen) al dermate groot en is hier ook sprake van lange wachtlijsten voor in- en uitstroom dat toevoeging van opvangbedden niet mogelijk is. Vraag 8 Waarom is ervoor gekozen om opvangfuncties te combineren met het verblijf van arbeidsmigranten binnen één gebouw, terwijl daar volgens het college geen referentievoorbeelden van zijn? Antwoord Diverse experts uit het veld geven aan dat er geen belemmeringen zijn als het gaat om de combinatie van opvang en werknemers. De problematische situaties waarnaar werd verwezen zijn daarnaast ook niet vergelijkbaar met de situatie die in hotel Veldenbos van toepassing is. Vraag 9 Welke professionele zorg- en veiligheidspartijen zijn betrokken bij de ontwikkeling van het plan voor deze gecombineerde opvanglocatie?

Antwoord De lokaal- en regionaal werkende partijen uit het convenant maatschappelijke zorg. Dit zijn: - Ambulante Hulpverlening Midden Nederland - Bloezem Nunspeet (voorheen Woonzorgnet) - Careander - Eleos - GGD-NOG - GGz Centraal - ‘s-Heerenloo - Humanitas DMH - IrisZorg - MEE Samen’ - Philadelphia - Praktijkhuis IXTA NOA - Profila Zorggroep - Stichting Ontmoeting - Stimenz - Tactus Verslavingszorg - Woonsupport & ik Daarnaast Veluwse Security Services Vraag 10 Welke specifieke deskundigheid is vereist van het toezichtsteam ter plaatse, gelet op de combinatie van begeleiding, veiligheid en kwetsbare bewoners? Antwoord Er wordt op locatie Veldenbos gebruik gemaakt van (HBO) hulpverleners voor de individuele begeleiding en daarnaast van zorgbeveiliging. Hulpverleners zijn methodisch onderlegd en maken samen met de bewoner een zorgplan, actieplan en afspraken over het traject, met als doel herstel zo snel mogelijk te bevorderen. De zorgbeveiligers beschikken over competenties op het gebied van doortastendheid, gastvrijheid, geduld en begrip en hebben middels training én werk in o.a. jeugdinstellingen, ziekenhuizen en verpleeghuizen hun ervaring opgedaan. Ervaring die goed van pas komt. Verder hebben de zorgbeveiligers de opleiding “zorgbeveiliger” gevolgd die vanuit GGz wordt verzorgd.

Daarnaast werkt het team op locatie samen met de bestaande structuren voor veiligheid (politie/ boa’s). Vraag 11 Op welke wijze worden buurtbewoners betrokken bij de uitvoering en evaluatie van dit plan, en wordt hun stem ook bepalend in de besluitvorming over tussentijdse aanpassingen? Antwoord De buurt wordt actief betrokken bij de periodieke evaluatie van dit plan door onder andere: - Tussentijds in contact te zijn, onder andere door geplande ontmoetingsmomenten (bijvoorbeeld een maandelijkse inloop- met koffiemoment) voor het stellen van vragen en het uiten van zorgen - Hen expliciet uit te nodigen (voor nog op te richten klankbordgroep bestaande uit inwoners uit de buurt) voor de evaluatiemomenten. Zo wordt feedback opgehaald in de buurt, komen zorgen vragen uit de buurt bij de gemeente terecht en is de buurt echt gesprekspartner bij evaluaties. Daarnaast is er ook het vaste aanspreekpunt voor de buurt waar omwonenden ook tussentijds met vragen terecht kunnen.

Vraag 12 In de beeldvorming werd aangegeven dat er momenteel een wachtlijst is aan pauzewoningen. Die wachtlijst kunnen we niet ondervangen met maatschappelijke opvang. Moeten er dan geen pauzewoningen bij? Antwoord De regeling voor pauzewoningen is niet van toepassing voor mensen die (dreigend) dak- en thuisloos zijn. Dit zijn verschillende regelingen met verschillende doeleinden. Het is niet aan de orde om de wachtlijst voor pauzewoningen te ondervangen met maatschappelijke opvang. Er is immers naast een woonvraag ook een ondersteuningsvraag aanwezig. Daarnaast zijn de huur- en legekosten die betaald moeten worden voor een pauzewoning niet haalbaar voor mensen die (dreigend) dak- en thuisloos zijn en bezitten zij op dat moment (nog) niet altijd de gevraagde woonvaardigheden om volledig zelfstandig een huishouding te kunnen voeren. Vraag 13 In hoeverre heeft het college inzichtelijk gemaakt welke gevolgen een negatieve beslissing heeft voor Nunspeetse inwoners die nu op de wachtlijst staan? Antwoord Het is in de huidige situatie duidelijk merkbaar dat er niet voldoende opvangplekken zijn in de regio. Ook in Nunspeet is dit te zien. Bij een negatieve beslissing zullen er meer personen op straat terecht komen. Meer mensen zullen blijven bankhoppen en niet de mogelijkheid hebben om vanuit een stabiele woonsituatie verder te werken naar zelfstandigheid.

Vraag 14 Wordt bij een negatieve beslissing vanuit de raad direct ingezet op alternatieve oplossingen binnen of buiten de gemeente, en zo ja: welke? Antwoord Er zijn op dit moment geen pasklare oplossingen die direct ingezet kunnen worden. Vraag 15 Hebben de buurtbewoners mogelijkheden om in beroep te gaan tegen een eventueel afgegeven vergunning en wat zou dat betekenen voor de voortgang van de maatschappelijke opvang? Antwoord Wanneer de raad een positief advies afgeeft kan de vergunning verleend worden. Tegen dit besluit kan bezwaar worden gemaakt. Wanneer een belanghebbende wil dat er geen uitvoering wordt gegeven aan de vergunning kan hij de voorzieningenrechter vragen om de vergunning te schorsen. In het laatste geval stokt dan de voortgang.

A.van Maanen (CDA Lokaal) Vraag 1 De vraag naar plekken in Nunspeet is ontstaan vanuit de noodklok die de GGD NOG heeft geluid over de wachtlijst van de maatschappelijke opvang in de regio. In het voorstel van het college staan 3 doelgroepen genoemd. Welke (financiële) afspraken heeft u met centrumgemeente Harderwijk gemaakt in de situatie dat er geschoven wordt tussen lokale en regionale plekken.

Antwoord De afspraak met Harderwijk gaat over de vijf regionale plekken. Er wordt niet geschoven tussen de vijf regionale en de zeven overige plekken. Vraag 2 Welke afspraken heeft u met centrumgemeente Harderwijk gemaakt over de doelgroep die in Veldenbos zal verblijven? Antwoord Zoals aangegeven komen in Nunspeet de mensen met lichte problematiek terecht. Deze afweging wordt gemaakt aan de veldtafel waar de individuele aanvragen worden besproken en wordt bekeken welke plek het meest passend is. In Harderwijk is meer zorgexpertise aanwezig om de zwaardere problematiek op te kunnen vangen. Vraag 3 Welke screening doet de GGD NOG en welke overwegingen spelen een rol of de GGD een persoon geschikt vindt voor de locatie Veldenbos? Antwoord Als iemand opvangen wordt binnen de 24 uurs opvang in Harderwijk, wordt er een aanmelding gedaan bij de GGD. Mensen krijgen ook een intake gesprek met de GGD op locatie. Nav deze gesprekken en observaties van het team wordt iemand besproken op de veldtafel van de GGD en wordt de Zelfredzaamheidsmatrix ingevuld (ZRM). Deze veldtafel bestaat uit professionals van diverse organisaties, zoals MEE Veluwe, Tactus Verslavingszorg, GGz Centraal, Profila Zorggroep en Stichting Ontmoeting. In gezamenlijkheid wordt er een trajectbesluit genomen en (waar nodig) een beschikking afgegeven.

In het geval van de plekken in Nunspeet wordt naast het gesprek op de veldtafel ook gekeken naar score op de ZRM. Dit is een instrument dat gebruikt wordt om het functioneren van mensen op belangrijke domeinen van het leven in kaart te brengen. Dit functioneren wordt uitgedrukt in een zelfredzaamheidsscore. Deze score is de mate van zelfredzaamheid van de persoon op dat specifieke meetmoment. Er wordt uitvraag gedaan op 12 leefgebieden en mogelijk bepaald dat een plek in Nunspeet geschikt is; Vraag 4 Wat is in Nunspeet (schriftelijk) vastgelegd over de bestemming van de reserve beschermd wonen? Hoe hoog is deze reserve en zijn er naast de locatie Veldenbos andere (concrete) ideeën over de bestemming van deze reserve in de toekomst? Antwoord De reserve Beschermd wonen is opgebouwd vanaf 2019 vanuit het overschot dat in de regio is ontstaan door het uitstellen van de decentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang van de centrumgemeente (Zwolle en plaatsvervangend Harderwijk) naar de lokale gemeenten. Bij het ontvangen van deze gelden is nadrukkelijk de opdracht meegegeven om ze in te zetten ten behoeve van kwetsbare

inwoners in relatie tot beschermd wonen. Hier heeft uw raad mee ingestemd bij het vormen van deze reserve beschermd wonen. Bij de komende decentralisatie wordt een objectief verdeelmodel gehanteerd waarbij berekend is dat Nunspeet een forse nadeelgemeente is en er in de toekomst niet voldoende middelen zullen zijn om de taken voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang goed uit te kunnen voeren. Toename problematiek Landelijk zijn de gevolgen van het afbouwen van klinische bedden in de verslavingszorg en de ggz, de toename van vragen rondom verward en onbegrepen gedrag en het gebrek aan geschikte woonplekken voor mensen met meervoudige problematiek (verslaving in combinatie met ggz of licht verstandelijke beperking) toegenomen en steeds merkbaar geworden in de samenleving. Er zijn diverse landelijke actieplannen ontwikkeld, waaronder het programma een Thuis voor Iedereen, die vragen om lokale inzet. Ook op de Noord-Veluwe en in de gemeente Nunspeet zien we deze ontwikkeling. De maatschappelijke opvang is vol en er is meer maatwerk nodig om kwetsbare mensen goed te kunnen ondersteunen. De reserve beschermd wonen biedt de mogelijkheid om dit te blijven doen wanneer de decentralisatie plaatsvindt en geeft ons de mogelijkheid om vooruitlopend op dit proces lokale antwoorden te zoeken voor onze kwetsbare inwoners.

De benutting van de reserve beschermd wonen voor de opvang maatschappelijke zorg in hotel Veldenbos past dus goed bij het doel waar deze voor in is gesteld. Op dit moment zijn er wel ideeen, maar nog geen concrete plannen voor de verdere inzet van de reserve beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Na verwerking van de eerste kwartaalrapportage 2025 bedraagt de reserve € 5.255.000, Vraag 5 Uit de begroting blijkt dat de kosten voor verblijf € 350 per persoon per week zijn. Dat is ruim € 1.400 per kamer per maand. Op welke wijze zijn deze kosten bepaald en is deze huurprijs dezelfde als voor de werknemers? Antwoord De eigenaar van hotel Veldenbos rekent een huurprijs van € 50 per kamer per nacht. Voor zover bekend bij de gemeente Nunspeet is de kamerprijs voor de dak- en thuislozen vergelijkbaar met die van de werknemers die verblijven in hotel Veldenbos. De gemeente is hier echter niet exact van op de hoogte, omdat dit de overeenkomst tussen de werknemers en de eigenaar betreft en de gemeente hier geen partij in is. Vraag 6 Zijn er boeteclausules in de overeenkomst opgenomen in het geval de ondernemer de afspraken niet nakomt? Zo ja, hoe luiden deze? Zo nee, gaat u dat alsnog doen?

Antwoord Na een positief advies van de gemeenteraad wordt de huurovereenkomst verder opgesteld met de eigenaar. In de overeenkomst nemen we mee welke route er gevolgd zal worden bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken. Vraag 7 Zijn er afspraken vastgelegd in de situatie dat de ondernemer de locatie verkoopt en de koper heeft andere plannen? Zo ja, hoe luiden deze? Zo nee, gaat u dat alsnog doen? Antwoord Zoals hierboven aangegeven zijn de afspraken met de eigenaar van hotel Veldenbos nog niet vastgelegd in een ondertekende huurovereenkomst. Deze volgt na een positief van de gemeenteraad. We zullen daarin meenemen welke stappen er gezet worden bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken.

☐5b.

Verordening inkomensondersteuning gemeente Nunspeet 2026

R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1 Inleiding voorstel: Er staat dat er een wettelijke opdracht ligt voor IIT en niet voor regelingen als sport & cultuur. College geeft aan deze regelingen wel mee te nemen. Waarom kiest het college om dit via deze verordening toch te gaan regelen? Welke aanleiding of noodzaak is hiervoor? Antwoord Voor regelingen die geen wettelijke (landelijke) grondslag hebben, kan de gemeenteraad de grondslag creëren. Deze grondslag wordt door de raad vastgelegd in een verordening. Hierdoor kunnen de regelingen nader worden uitgewerkt door het college en zijn de regelingen ook juridisch goed geborgd. De verordening en de regelingen zijn een uitwerking van het Uitvoeringsplan Bestaanszekerheid en Schulden gemeente Nunspeet 2023 die in juni 2023 door de raad is vastgesteld. Vraag 2 Argument 1.1: Regelingen laagdrempeliger beschikbaar stellen. - In hoeverre is dat nu niet het geval? -

Waar gaat het door deze regeling beter worden?

-

Hoe ziet dat er dan in de praktijk uit?

Antwoord Vanaf 1 januari 2025 treedt de Participatiewet in Balans in werking. Hiermee wordt in de Participatiewet de grondslag gecreëerd om ambtshalve de individuele inkomenstoeslag (IIT) te verstrekken. Het college kan hierdoor dus makkelijker het niet-gebruik van de IIT tegengaan, doordat de inwoner, van wie bekend is dat deze in de doelgroep valt, niet zelf een aanvraag hoeft in te dienen. Dit is een kan-bepaling, daarom moet in een verordening worden vastgelegd dat het college ook daadwerkelijk gebruik maakt van deze bevoegdheid. Daarnaast wordt de IIT periodiek (jaarlijks) uitbetaald nadat er een eerste toekenning is geweest, zolang de inwoner in de doelgroep valt. Voorheen moest een inwoner jaarlijks zelfstandig een aanvraag indienen.

Vraag 3 Argument 1.4. Er staat dat aansluiten bij stichting Leergeld niet kan, maar dat de gemeente zelf wat kan doen. - Waarom kiest de gemeente er toch niet voor om in overleg met stichting Leergeld aan te sluiten bij een groter en bekender platform? Ook voor andere partijen is dat veel handiger. -

Er staat kan zelf wat doen. Is het college voornemens dus zelf hiermee aan de gang te gaan en dit voor alleen gemeente Nunspeet uit te werken?

Antwoord Zoals in het commissievoorstel aangegeven is een lokale samenwerking met Stichting Leergeld niet haalbaar. Het college gaat daarom een ondersteuningsregeling voor het ondersteunen van kinderen zelf uitvoeren. Vraag 4 Argument 1.5. De regeling geeft meer mensen toegang en biedt het college te mogelijkheid om nog breder bij te dragen. - Houdt het college met deze regeling wel de regie in eigen hand en kan er dus ook nog ergens ‘nee’ worden gezegd? -

Het bijdrage pallet wordt hiermee nog groter. Waar ziet het college de grens wat betreft het bijdragen in de kosten?

Antwoord Het college houdt de regie in eigen hand door de doelgroep duidelijk af te bakenen. De verordening en de bijbehorende regelingen zijn een uitwerking van het Uitvoeringsplan Bestaanszekerheid en Schulden gemeente Nunspeet 2023 die in juni 2023 door de raad is vastgesteld. Hierin is ook het financieel kader geschetst. Vraag 5 Terecht dat bij de kanttekening wordt verwezen naar de nieuwe participatiewet. In hoeverre is deze regeling al afgestemd op deze nieuwe wet? Antwoord Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met de Participatiewet in Balans. Zie bijvoorbeeld de ambtshalve toekenning van de IIT. Vraag 6 In artikel 8 worden percentages gehanteerd (voor gehuwden 40%, alleenstaande ouder 35%, alleenstaanden 30% van de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag). Dit is een andere benadering dan de meeste gemeenten die werken met absolute bedragen. Nadeel is dat dit kan leiden tot forse verschillen in uitkering bij verschillende bijstandsnormniveaus. Is het college zich bewust van dit risico? Antwoord De percentages hebben allemaal betrekking op dezelfde bijstandsnorm, namelijk de bijstandsnorm voor gehuwden (inclusief vakantietoeslag), er zijn dus geen forse verschillen. Het voordeel van het hanteren van percentages is dat deze automatisch meebewegen met de indexering van de bijstandsnorm (deze worden elk halfjaar bijgesteld).

Vraag 7 In deze regeling is niet opgenomen over beroep- of bezwaarmogelijkheden en binnen welke termijn verzoeken moeten worden behandeld. Op welke manier worden deze bovenstaande zaken geborgd? Is het niet makkelijker om dit ook in deze regeling op te nemen? Antwoord De Algemene wet bestuursrecht en de daarin opgenomen bepalingen over bezwaar en beroep zijn van toepassing op de Participatiewet en de daaruit volgende regelingen. Het is daarom niet nodig om deze in de verordening op te nemen.

A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 Voor inwoners waarvan bekend is dat zij in de doelgroep zitten, kent het college de individuele inkomstentoeslag ambtshalve toe. Bewaakt het college daarbij ook dat inwoners die niet meer in de doelgroep zitten geen toeslag meer krijgen, zodat zij achteraf niet terug hoeven te betalen? Antwoord Ja, het college bewaakt via het klantvolgsysteem. Vraag 2 De individuele inkomstentoeslag wordt per jaar op aanvraag toegekend voor niet-bijstandsgerechtigden tot de pensioengerechtigde leeftijd. Houdt het college daarbij in de gaten wat het wegvallen van de toeslag na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd betekent voor de financiële situatie van de inwoner? Antwoord De individuele inkomenstoeslag kent zijn grondslag in de Participatiewet. Hierin is opgenomen dat pensioengerechtigden niet in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag. Hierin heeft de raad geen beleidsvrijheid. Bij het beëindigen van de bijstand worden inwoners gewezen op de mogelijkheid voor de inkomenscheck bij sociaal raadslieden, zodat zij bijvoorbeeld direct hun toeslagen kunnen laten aanpassen op hun nieuwe leefsituatie. ☐5c.

Bestuurlijke fusie Aurora Onderwijsgroep 2025

Over dit onderwerp zijn geen schriftelijke vragen gesteld.

☐5d. Accountantsprotocol en normenkader 2025 A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 Fouten en onduidelijkheden worden bij elkaar opgeteld, dit is in afwijking van het boekjaar 2024 waarbij dit separaat geëvalueerd moest worden. Wat was daar de reden voor?

Antwoord De wijziging in de goedkeuringstolerantie voor de jaarrekening van gemeenten is ingevoerd om de controlepraktijk te vereenvoudigen, te uniformeren en beter aan te sluiten bij de nieuwe rolverdeling tussen het college van B&W en de accountant.

☐5e. Nota weerstandsvermogen en risicomanagement gemeente Nunspeet 2025 K.Koers (Gemeentebelang) Vraag 1 De nota benoemt dat sommige risico’s bewust geaccepteerd worden. Zou het college kunnen toelichten hoe deze afwegingen worden gemaakt en of de raad hierin vooraf betrokken wordt? Antwoord Binnen Gemeente Nunspeet worden de geïnventariseerde risico’s ingedeeld in een aantal categorieën. Deze categorieën, met de kans van optreden en het financiële gevolg worden tweemaal per jaar (begroting en jaarrekening) aan de commissie M&M en de raad voorgelegd. Daarnaast wordt in beleidsstukken een afzonderlijk onderdeel opgenomen waar wordt ingegaan op de risico’s. In de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement wordt terecht aandacht besteed aan informatieveiligheid. Toch valt op dat dit onderwerp, en met name de aankomende NIS2-verplichtingen, slechts heel kort wordt genoemd. Terwijl NIS2 straks een wettelijke verplichting is, met een meldplicht, toezicht en mogelijke sancties. Hierover heb ik volgende vragen: Vraag 2 Heeft het college in beeld wat de gevolgen van NIS2 zijn voor onze gemeente en hoe dit zich verhoudt tot de huidige BIO-normen? Antwoord Ja. In april van dit jaar is het nieuwe Strategisch beleid voor informatiebeveiliging en bedrijfscontinuïteit voor de gemeente vastgesteld. Dit beleid is in lijn met de relevante landelijke en Europese wet- en regelgeving.

Onlangs is de nieuwe Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2) bestuurlijk vastgesteld. Deze nieuwe versie van de BIO is onder meer gestroomlijnd met NIS2 (Network & Information Security). In Nederland wordt de NIS2-richtlijn geïmplementeerd in de vorm van de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Voor zover mogelijk is in het nieuwe strategische beleid al rekening gehouden met de eisen die gesteld gaan worden in de BIO2; die naar alle waarschijnlijkheid in het tweede kwartaal van 2026 van kracht wordt. Daarnaast heeft de gemeente Nunspeet ervoor gekozen, vooruitlopend op de invoering van de Cyberbeveiligingswet, om al vanaf begin 2025 te gaan werken met de strengere eisen (normen) uit de BIO2. Omdat de verantwoording voor de ENSIA-audit nog over de oude BIO zal zijn in 2025, wordt ook dat normenkader bijgehouden. Vraag 3 Is er een plan of roadmap opgesteld om tijdig te voldoen aan NIS2, inclusief benodigde capaciteit, budget en governance?

Antwoord Ja. Begin 2025 is ervoor gekozen om de BIO2 projectmatig te implementeren. De Chief Information Security Officer (CISO) en de Technische Information Security Officer (TISO) hebben gezamenlijk een nulmeting gedaan en vervolgens de normen die met prioriteit ingevoerd moeten worden, opgedeeld in kwartaalacties; waarbij de haalbaarheid niet uit het oog verloren werd. De projectgroep Informatiebeveiliging en Privacy komt tweewekelijks bijeen voor overleg over de implementatie van de wet. Na ieder kwartaal wordt er verantwoording afgelegd over de voortgang bij de directie en tweemaandelijks bij de Stuurgroep Informatiebeveiliging en Privacy. In het Jaarverslag Informatiebeveiliging 2023 en 2024 met doorkijk naar 2025 wordt er meer over deze nieuwe werkwijze verteld. Het verslag staat geagendeerd voor de vergadering van de commissie AB van 16 oktober aanstaande. Vraag 4 Zijn de risico’s van niet-naleving van NIS2 opgenomen in ons risicoregister en hoe worden deze gemonitord? Antwoord Deels. De belangrijkste onderdelen uit de Cyberbeveiligingswet (de eisen die vallen onder de zorgplicht en de meldplicht) zijn met voorrang geïmplementeerd. Toetsing op naleving vindt plaats door de CISO. Eventuele risico’s worden besproken in de Stuurgroep, vastgelegd in de risicomodule NIS2 van het Information Security Management Systeem en gemonitord door de CISO.

Door de projectmatige aanpak, een goede jaarplanning en door te werken met een Plan-Do-Check-Act cyclus, loopt de gemeente Nunspeet nog steeds volgens planning en zal de gemeente met ingang van de nieuwe Cyberbeveiligingswet in 2026, aantoonbaar aan de wet voldoen. Onderstaand overzicht geeft aan hoeveel normen al geïmplementeerd zijn (groen), hoeveel deels (geel) en hoeveel nog niet (rood). De grijze normen zijn niet van toepassing op onze gemeente.

Vraag 5 Hebben we processen ingericht om te voldoen aan de meldplicht van NIS2 (binnen 24 uur bij ernstige incidenten)? Antwoord Ja De incidentenprocedure is dit jaar geactualiseerd volgens de meldplicht eisen uit de BIO2 en getoetst door een externe, onafhankelijke auditor. Alle beveiligingsincidenten worden vastgelegd in een applicatie en beoordeeld door zowel de CISO als de TISO. Een calamiteit wordt gemeld bij de Informatiebeveiligingsdienst van de Gemeenten (IBD) en bij het National Cyber Security Centre (NCSC). Met ingang van de Cyberbeveiligingswet wordt melding gemaakt bij een centraal meldpunt op mijn.ncsc.nl: www.ncsc.nl/contact/wbni-melding-doen. Hier kan de gemeente Nunspeet dan in één keer melding maken bij het desbetreffende sectorale CSIRT en de bevoegde toezichthouder. Vraag 6 Hoe borgen we dat onze leveranciers en samenwerkingspartners voldoen aan de NIS2-eisen? Antwoord De gemeente is verantwoordelijk voor het waarborgen van de informatiebeveiliging van haar toeleveringsketen (directe toeleveranciers). Ze moet controleren en verifiëren dat leveranciers en dienstverleners adequate beveiligingsmaatregelen hebben geïmplementeerd om risico's te minimaliseren. Bij uitbesteding van IT worden contracten afgesloten waarin alle beveiligingsaspecten de nodige aandacht krijgen.

Te denken valt aan verantwoordelijkheden, eisen aan de beveiligingsmaatregelen en audits door onafhankelijke partijen. Leveranciers die namens de gemeente Nunspeet informatie verwerken, moeten in het bezit zijn van ISO 27001 certificering en de daarbij behorende Verklaring van Toepasselijkheid en een ondertekende verwerkersovereenkomst. In de Service Level Agreement (SLA) worden zaken opgenomen met betrekking tot de naleving van het

beveiligingsbeleid en het serviceniveau. Jaarlijks wordt er geëvalueerd met leveranciers van kernapplicaties. Risico’s worden besproken in de Stuurgroep en opgenomen in het risicoregister. Deze risico’s worden gemonitord door de CISO en TISO. Vanaf oktober kunnen we gebruik maken van de Module Leveranciersmanagement in het Information Security Management Systeem; waardoor het eenvoudiger wordt leveranciers te beoordelen, risico’s te monitoren en acties vast te leggen. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 De VNG heeft op 27 augustus 2025 aan gemeenten een oproep gedaan om mee te doen aan het gemeentelijk Risicobeheerfonds. Dit fonds heeft als doel het risicobeheer en de verzekering van gemeentelijk vastgoed structureel te verbeteren. Is het College voornemens om deel te gaan nemen aan het Risicobeheerfonds? Antwoord Er is onderzocht of deelname aan het gemeentelijk Risicobeheerfonds aantrekkelijk is voor de gemeente Nunspeet. Op basis van een financiële afweging blijkt dit vooralsnog niet gunstig. Vooral het hoge eigen risico vormt daarbij een belangrijke belemmering. De gemeente blijft de verdere ontwikkeling van het Risicobeheerfonds nauwlettend volgen.

☐5f. Technische behandeling programmabegroting 2026-2029 Dit gestelde vragen bij dit onderwerp zijn niet technische vragen. De technische vragen zijn gesteld via het mailadres begrotingsvragen@nunspeet.nl. J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1 In de begroting wordt gesproken over een compacte visie voor de duurzame instandhouding van Veluvine. Waaruit bestaat deze visie precies, wat is de aanleiding hiervan en hoe ziet dit proces eruit? Hoe is of wordt de raad hierbij betrokken? Antwoord Op 27 januari 2022 is de ‘Visie Veluvine’ vastgesteld door de gemeenteraad. De aanleiding was destijds: Veluvine heeft in 2009 haar deuren geopend en maakt sindsdien deel uit van het sociaalmaatschappelijke en culturele landschap van Nunspeet. In de afgelopen jaren is de exploitatie beïnvloed door verschillende ontwikkelingen. Eén daarvan was de vraag rondom de rol van Landstede als aandeelhouder. Daarover is in 2018 aan het college uitgebreid gerapporteerd. De afgelopen tijd kreeg ook Veluvine te maken met de effecten van corona op de exploitatie. Verder is er het wisselende landschap van gebruikers en de hieraan ten grondslag liggende veranderingen, deels ingegeven door gemeentelijke (beleids)aanpassingen (zoals het realiseren van het nieuwe Wiltsangh complex met sportzalen en het afstoten van oude sportzalen aan gebruikers).

In het overleg met de directie kwamen daarnaast zaken als bedrijfsvoering en uitdagingen in de contractuele sfeer regelmatig aan de orde. Als laatste ontwikkeling speelt ook de wens van het Juniorcollege om zich permanent te vestigen op het Veluvine-terrein. Oorspronkelijk was de insteek om nieuwbouw te plegen tegen het Nuborgh College aan. Vanwege het kostenaspect en de genoemde ontwikkelingen ten aanzien van de exploitatie binnen Veluvine is er een variantenstudie

gedaan waarin ook de inpassing in het Veluvine gebouw nader is onderzocht. Om als gemeente een meer richtinggevende en voorwaardenscheppende rol te kunnen innemen is er in eerste aanleg dringend behoefte aan een duidelijk gemeentestandpunt over de pijlers van het bestaansrecht van Veluvine en de rol die zij speelt in de samenleving. Van daaruit kan de discussie over rolneming, de consequenties hiervan voor de gemeente en de effecten daarvan op een duurzame en toekomstgerichte exploitatie van Veluvine plaats gaan vinden Vraag 2 Er wordt gesteld dat Veluvine nu aan zet is om de visie te realiseren. Kan het college toelichten welke concrete stappen Veluvine gaat zetten en hoe de gemeente dit gaat volgen en toetsen? Antwoord Het betreft een door de gemeenteraad vastgestelde visie. In overleg met Veluvine proberen we als gemeente samen op te trekken in het proces van (door) ontwikkeling. Vraag 3 Hoe verhoudt deze “compacte visie” zich tot de eerdere kunst- en cultuurnota, waarin al extra middelen voor Veluvine zijn opgenomen? Wordt er niet dubbel beleid gevoerd? Antwoord De ‘Visie Veluvine’ gaat op hoofdlijnen in op het (duurzame) gebruik van het gebouw Veluvine, de kunsten cultuurnota spitsen zich toe op de inhoud en uitvoering van de beleidsvelden Kunst en cultuur. Vraag 4 In de stukken wordt de nadruk gelegd op afstemming.

Hoe ziet het college deze rol concreet? Gaat het om regulier overleg, inhoudelijke toetsing of ook financiële betrokkenheid? Antwoord Er vindt ieder kwartaal een bestuurlijk overleg plaats tussen de gemeente Nunspeet en de directie van Veluvine. Vraag 5 Hoe is de huidige financiële en organisatorische positie van Veluvine? Kan het college aangeven hoe groot de risico’s zijn dat de instelling niet zelfstandig kan blijven voortbestaan? Antwoord De gemeente Nunspeet heeft een subsidierelatie met Veluvine, de Veluvine is echter een zelfstandige organisatie. Vraag 6 Welke toekomstscenario’s ziet het college voor Veluvine op de korte en middellange termijn? Worden daarin ook scenario’s meegenomen waarin de gemeente financieel moet bijspringen? Antwoord De gemeente Nunspeet heeft een subsidierelatie met Veluvine, de Veluvine is echter een zelfstandige organisatie. Vraag 7 Hoe zijn de risico’s rondom het voortbestaan van Veluvine meegenomen in de begroting en de risicoparagraaf?

Antwoord De gemeente Nunspeet heeft een subsidierelatie met Veluvine, de Veluvine is echter een zelfstandige organisatie. Vraag 8 Welke afspraken zijn er gemaakt over monitoring en verantwoording door Veluvine, zodat de raad tijdig inzicht krijgt in de voortgang en mogelijke problemen? Antwoord De gemeente Nunspeet heeft een subsidierelatie met Veluvine, de Veluvine is echter een zelfstandige organisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16070483/1