CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Ruimte en Wonen 9 februari 2026

Commissie Ruimte en Wonen 9 februari 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie5.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Ruimte en Wonen 9 februari 2026 per agendapunt

3.Rondvraag. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag De fractie van Gemeentebelang vraagt het college of zij bekend zijn met leegstand in de Clockenslagh en of er bekend is wat de plannen richting de toekomst zijn. Dit ivm onrust bij inwoners en de nodige geruchten. Antwoord De verhuur van de appartementen in de Clockenslagh verloopt via makelaarskantoor Van de Linden te Lelystad. Via de website van deze makelaar worden er op dit moment 4 appartementen te huur aangeboden, waarvan er 1 direct beschikbaar is. Inmiddels is er contact gezochte met Habion om een gesprek te plannen over de verhuur van deze appartementen in relatie tot de nieuwe Huisvestingsverordening. Tijdens dit gesprek zullen ook de plannen die zij hebben met deze locatie worden besproken Vraag Ons bereiken de berichten dat bij de toekenning van de CPO groep in Hulshorst de lokale binding van de deelnemers er niet is geweest. Kan het college aangeven of dit klopt en hoe dit ondervangen kan worden richting de toekomst. Antwoord Eind 2025 is de inschrijving voor CPO Weversweg fase 2 opengesteld. Op deze inschrijving hebben 3 groepen gereageerd. Vervolgens zijn alle kandidaten uit deze groepen beoordeeld op basis van de selectiecriteria, zoals genoemd in de advertentie. Deze criteria betroffen 1. het zijn van een starter, 2. het hebben van een gezamenlijk bruto huishoudinkomen van maximaal €75.000 per jaar, 3.

het hebben van economische of maatschappelijke binding. Vervolgens is voor alle groepen beoordeelt in hoeverre de totale groep voldeed aan de gestelde vereisten (starter, inkomen en binding). Naar aanleiding hiervan is geconcludeerd dat bij één groep alle deelnemers aan al de gestelde vereisten voldeden en is het CPOproject aan deze groep gegund. Bij de andere groepen was deze binding niet bij alle kandidaten aanwezig of men voldeed niet aan de gestelde inkomenseis.

A.Timmerman (PvdA/Groenlinks) Vraag Door de Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe is aan de fractie van PvdA/GroenLinks gemeld dat de vogelkijkhut bij Polsmaten niet meer geschikt is om vogels te kijken, omdat begroeiing het uitzicht verhindert. De Vogelbeschermingswacht heeft contact gehad met Staatsbosbeheer over verplaatsing van de vogelkijkhut. Echter niet Staatsbosbeheer, maar de gemeente Nunspeet is eigenaar van de vogelkijkhut. Is het College bereid om met de Vogelbeschermingswacht in gesprek te gaan over verplaatsing van de vogelkijkhut? Zo nee, waarom niet?

Antwoord Het huidige vogelkijkscherm wordt vervangen door een vogelkijkhut, onder voorbehoud van vergunningverlening. Uitvoering vindt dan naar verwachting plaats in februari/maart 2026. 5a. Langetermijnvisie en Beheerplan heideterreinen gemeente Nunspeet Antwoorden op vragen gesteld tijdens de beeldvormende commissiebijeenkomst op maandag 2 februari 2026 voor zover deze niet reeds mondeling in de commissie zelf zijn beantwoord. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1 Naar welke periode in de geschiedenis van onze heidevelden wil men teruggaan met dit beheer? Ik lees historisch gebruikslandschap. Landschappen zo goed mogelijk behouden en verder ontwikkelen. Waarheen? Antwoord De heide is geen oorspronkelijk wilde natuur, maar een gevarieerd landschap, ontstaan door eeuwenlang menselijk gebruik. Historische referentiebeelden vormen geen vastomlijnd doel op zichzelf, maar dienen ter oriëntatie voor het huidige en toekomstige beheer. Aangevuld met voortschrijdende inzichten op het gebied van beleid, wetenschap en technologie. Gezien het tijdelijke karakter van het heidelandschap, zal actief beheer altijd nodig blijven. We streven hierbij naar een balans waarbij waarin maatschappelijke en ecologische doelstellingen optimaal tot hun recht komen.

Vraag 2 Waar is meer paarse heide te zien door inwoners en gasten? Antwoord Op de Grote Kolonie (vanaf de Hooiweg), op het Elspeterveld (langs de weg Elspeet-Uddel) en op de locaties uit het project Paarse Heide(Stakenbergweg, Schapendrift). Voor zover schapenbegrazing recentelijk lastiger is geworden vanwege de kuddebeschermingshonden in combinatie met nabijheid publiek, zullen op laatstgenoemde locaties andere beheermethoden moeten worden ingezet. Vraag 3 Wat zijn de successen n.a.v. het plan "Paarse heide" Antwoord Deze zijn in de presentatie getoond aan de hand van satellietbeelden. Het is mogelijk om (m.b.v. laagvliegende drones) tot een verfijnder monitoring te komen. Aan deze optie zijn wel extra kosten verbonden. Vraag 4 Hoeveel ha is er de laatste 5 jaar gemaaid, geplagd en of gebrand? Antwoord We streven ernaar om gefaseerd elke 25 jaar de heide te vernieuwen. Dit betekent dat er jaarlijks op de ruim 1000 ha heide die de gemeente in bezit en beheer heeft gemiddeld grofweg 40 ha actief onder handen wordt genomen.

Vraag 5 Dit jaar las ik waren de omstandigheden om te branden aanwezig, op meerdere gebieden is gebrand. Is dat ook op onze heidevelden gelukt? Antwoord Begin 2025 is er een kleine 5 hectare gebrand in de Elspeterstruiken. In 2024 was er geen vorst en was het ook te nat voor brandbeheer. Ook is maximaal te branden oppervlak sterk beperkt door bepalingen in de gedragscode Natuurbeheer. Vraag 6 Hoe zijn de verhoudingen onderhoudsbegrazing en drukbegrazing en wat zijn de resultaten? Antwoord In ons jaarlijkse opstartgesprek met de herders besluiten wij aan de hand van een kaart in welke gebieden drukbegrazing en onderhoudsbegrazing (hoeden) nodig zal zijn. Globaal is deze verhouding 20 % drukbegrazing en 80% onderhoudsbegrazing. Vraag 7 Hoeveel schapen zijn er nodig voor beheer en met hoeveel schapen doet men dit nu? Antwoord Ca 400 schapen zijn gemiddeld nodig voor het beheer. Het voedselaanbod is niet constant. Zo is er in sommige jaren meer invloed zichtbaar van pijpenstrootje of van heidehaantje. Als de capaciteit tekortschiet door omstandigheden vullen we aan met ingehuurde kuddes. Vraag 8 Wat is het verschil in kosten als er meer gemaaid wordt t.o.v. inhuur schapen? Antwoord Uiteraard is maaien goedkoper dan schapen inzetten. Alleen is het resultaat in het veld van de genomen maatregel anders. Maaien levert een eentoniger en onnatuurlijker beeld op.

Als je kleinschalig diversiteit nastreeft zijn schapen beter. Als je deze maatregelen combineert heb je een goede balans. Vraag 9 Hoeveel hectare is ontdaan van jonge dennenopslag? Antwoord Gemiddeld 80 tot 100 ha wordt jaarlijks geschoond van dennenopslag. Zo zijn momenteel de grote heide bij Vierhouten en het Elspeterveld grotendeels ‘bij’. Schonen betekent overigens niet dat álle dennetjes worden verwijderd. Hier en daar blijven wat jonge boompjes verspreid over het gebied staan om ecologische redenen (o.a. uitkijkpost/zangpost voor vogels en schaduwplek voor dieren tijdens perioden van hitte). Vraag 10 Als het hondenlosloopgebied bij Vierhouten verdwijnt (zone C) waarom moet dat en waar komt evt een nieuw gebied.

Antwoord In het beheerplan (p9) staat: Het waarborgen van voldoende rust voor verstoringsgevoelige soorten in drukbezocht gebied is een aandachtspunt. In het noordoosten van de Elspeetsche Heide, bevinden zich een ‘struinzone’ en een hondenlosloopgebied die niet passen binnen de bepalingen van zone C of C* van het recreatiezoneringsplan. Dit betekent dat hier mogelijk maatregelen nodig zijn om de recreatie te extensiveren en alleen toe te staan op enkele wandelpaden. Hier wordt slechts een knelpunt gesignaleerd en een mogelijke oplossingsrichting gesuggereerd. Besluitvorming hierover verdient zorg en aandacht. Daarom is dit een van de onderwerpen waar een deelproject aan wordt gewijd. Stakeholders en raad zullen hierbij worden betrokken. Vraag 11 Het eroderen van paden gebeurt al eeuwen, waarom is dat nu een probleem? Antwoord Omdat de schaal en frequentie van erosie (verstoring) heel anders is dan destijds. Zo is er nog maar 7,5 % heide over ten opzichte van 200 jaar geleden. Alle soorten die voor hun voortbestaan van dit landschapstype afhankelijk zijn, hebben meer dan 90 % van hun leefgebied verloren zien gaan en moeten hun toevlucht nemen tot de laatste heideterreinen. Terwijl hier tegelijkertijd de recreatiedruk er steeds verder toeneemt. Het vraagt beleid (recreatiezonering) om de schaars geworden rust en ruimte goed te verdelen tussen mens en natuur.

Voor zover deze vraag betrekking heeft op het onderdeel maaswijdte van de padenstructuur, willen we de nadere uitwerking laten plaatsvinden binnen de context van een apart deelproject, waarbij stakeholders en raad zullen worden betrokken. Vraag 12 Wat of waar is het alternatief voor de modelsport vliegen? Antwoord Modelvliegen is eveneens een deelproject. Binnen de modelsport wordt om verschillende redenen steeds vaker gevlogen in grote overdekte ruimtes, zoals ook in de Wiltsangh. Vraag 13 Gaan alle paden dicht in gebieden van 50 ha in zonering D. Antwoord De gemeente Nunspeet heeft geen zone D in beheer. Vraag 14 En voor 25 ha in zonering C? Was 200 x 200 mtr of niet? Antwoord Dit zijn kaders van de provincie Gelderland/EU. De uitwerking ernaartoe is in te vullen in een deelproject (zie boven). Vraag 15 Wij krijgen graag een overzicht van de paden die men zou willen afsluiten. Dit is er nog niet. Ook niet officiële paden die al lange tijd door inwoners gebruikt worden, niet alleen die in de wegenlegger staan. Antwoord Tijdens een deelproject zal dit ter tafel komen.

Vraag 16 Welk pad bij de Waschkolk wordt verlegd? Antwoord Het beheerplan bevat geen besluit over het verleggen van een pad bij de Waschkolk, maar signaleert een knelpunt met daaraan gekoppeld een suggestie (p13). Dit betreft het pad dat langs de noordzijde van het heideterrein loopt. Ook dit willen we graag betrekken bij het deelproject, omdat deze werkwijze o.i. het beste recht doet aan de gedetailleerdheid en de gevoeligheid van dit onderdeel. Vraag 17 Hoe meet je toename biodiversiteit en wat kost dat? Antwoord Dit wordt via de SNLmonitoring gemeten. Deels wordt dit door de gemeente Nunspeet betaald en deels wordt dit door de provincie betaald. Vraag 18 Wat als de doelen niet gehaald worden? Antwoord Dit is niet precies te zeggen, maar het valt de verwachten dat het financiële consequenties zal hebben. Vraag 19 Wat is het effect van de A28 op de N neerslag? Wat verandert er als de kdw uit de wet zou gaan? Zijn er ph metingen en mineralen metingen gedaan en hoe verhoudt zich door tot eerdere metingen? Antwoord Wij beschikken niet over de informatie om op deze vragen een afdoende antwoord te kunnen geven. Vraag 20 Waarom verschraling van de Kril? Antwoord De gemeente is gehouden aan het ontwikkelen van de Natura 2000-doelen en deze behelzen ‘Heischraal grasland’ voor het noordelijke en ‘Droge heide’ voor het zuidelijke deel van de Kril.

Voor beide habitattypen is verschraling nodig. Vraag 21 Wat is het nadeel voor de ssgn i.v.m. grasgebruik? Moeten zij nu meer ruwvoer aankopen? Antwoord De schapenbegrazing staat ten dienste van het natuurbeheer, inclusief de voor- en nadelen die het met zich meebrengt. Qua grasgebruik is er geen directe relatie omdat er ook grasland elders beschikbaar is. Vraag 22 Waarom is het ASK als enige groen gekleurd binnen het overzicht vd KDW. Wat is daar anders aan het beheer dat dit het resultaat is?

Antwoord Dit heeft te maken met meerdere factoren. Zo spelen o.a. de overheersende windrichting (zuidwest) een rol en de ligging ten opzichte van emissiebronnen. Vermoedelijk is veel depositie al neergeslagen voordat dit het oostelijk (op de KDW-kaart groene) deel van het ASK bereikt. Vraag 23 Er is n.a.v. onderzoek gebleken dat 80% van de Veluwe niet aan Stikstof lijdt. Hoeveel van die 20% ligt in onze gemeente en waar? Antwoord Op basis van deze informatie kunnen wij deze vraag niet afdoende beantwoorden.

Vraag 24 Welke mineralen zijn in welke hoeveelheid opgebracht en wat zijn de resultaten t.o.v. gebieden waar dit niet is gebeurd? Antwoord Steenmeel is bij wijze van proef al eens toegepast in het verleden, maar voor monitoring van resultaten blijkt een gestructureerde aanpak nodig, zoals in het beheerplan wordt geadviseerd.

Vraag 25 Maatregelen worden met belanghebbenden uitgewerkt maar wie zijn dat en op welke wijze? Antwoord Dit wordt naar deelprojecten uitgewerkt met het algemeen participatiebeleid als onderlegger. Vraag 26 Is er nog ruimte voor lokale inzichten en kennis van bewoners en hoe wordt dit praktisch vorm gegeven? Antwoord Dat komt bij de deelprojecten aan de orde. De aanpak is gericht op het vinden van mogelijkheden om met gebruikmaking van lokale inzichten en kennis te kunnen voldoen aan de kaders van de ons gestelde opgaven. Vraag 27 Hoe worden deelprojecten gedeeld met de raad en hebben wij daar invloed op? Antwoord Te zijner tijd wordt informatie over deelprojecten gedeeld met de raad en waar relevant voor aparte besluitvorming voorgedragen aan de raad. K. van Bronswijk (CDA lokaal) Vraag 1 Uit de presentatie blijkt dat er ook soorten in opmars zijn. Het lijkt erop dat er ook blokjes terugkomen in de toren. Als de natuur zichzelf kan herstellen, waarom gaan we dan zwaarder handhaven op heel veel dingen?

Antwoord Natuur zal altijd zijn weg vinden, maar als je een bepaalde type landschap met bijbehorende biodiversiteit en klimaatbestendigheid nastreeft, heeft dit proces een zetje in de juiste richting nodig. De Natura-2000-herstelprogramma’s, inclusief de recreatiezonering, hebben tot doel het ecosysteem (in dit geval de heide) te versterken. Dit kun je zien als het terugplaatsen van blokjes in de toren. Ruimte en rust zijn randvoorwaarden, zoals eerder aangegeven bij het antwoord op de vraag van Gemeentebelang over het eroderen van paden. G. Polinder (SGP) Vraag 1 Waarom is er niet ingegaan op het aanbod van de WBE om een bijdrage te leveren aan het dennetjes trekken? Antwoord Animo vanuit bewoners om structureel de handen uit de mouwen te steken juichen we toe en proberen we te bundelen tot zelfwerkzame vrijwilligersgroepen. Zo zijn we momenteel in gesprek met een bewonersinitiatief in Elspeet. We zijn met de WBE in gesprek, maar niet actief door de WBE benaderd over een dergelijk aanbod. Vraag 2 Is er mitigatie voor de uitstoot van mechanische voertuigen op de heide? Antwoord Dit is vanwege de kleinschaligheid niet aan de orde. Vraag 3 M.b.t. recreatiezonering: waar zit de lokale beleidsvrijheid? Antwoord Zie de informatie over deelprojecten in de antwoorden op eerdere vragen.

Vraag 4 Hoe verhoudt het een en ander zich tot het raadsakkoord? Antwoord In het raadsakkoord staat: “Als basisregel geldt dat de gemeente niet meewerkt aan plannen die de natuurtoegankelijkheid van de officiële padenstructuur onnodig beperkt.” De recreatiezonering is een opgave vanuit de provincie als bevoegde instantie voor toezicht op natuurbeheer. Sommige onderdelen daarvan staan op gespannen voet met de lokale basisregel. Daarnaast is er ook sprake van niet-officiële paden die in de loop der jaren zijn ontstaan. De uitdaging is om te onderzoeken hoe het één met het ander in overeenstemming kan worden gebracht. Het deelproject voor de padenstructuur is een goede manier om vorm te geven aan dit proces. Ook omdat daarmee het reguliere, beheerstechnische spoor van de N-2000-opgave voortgang kan vinden, terwijl we daarnaast in de deelprojecten de tijd kunnen nemen die nodig is om de zoneringsaspecten uit te werken. Ook hierbij zal de gemeenteraad te zijner tijd actief betrokken worden.

5b. Herijking Groenbeleids- en beheerplan 2019-2029 A.Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1 Omvang en urgentie tekort Kan het college aangeven hoe groot het actuele tekort voor groenbeheer is voor 2025 en 2026, en welke concrete gevolgen dit heeft als hiervoor geen structurele oplossing wordt gevonden (bijvoorbeeld achterstallig onderhoud, verlaging van beeldkwaliteit of risico’s bij contractverplichtingen)? Antwoord In 2025 is er via de derde kwartaalrapportage € 650.000,- aanvullend budget gevraagd om het tekort in het budget voor groenonderhoud te dekken. Dat komt overeen met het verwachtte tekort voor 2026. Als er geen structurele oplossing voor dit begrotingstekort komt, blijft het onderhoud jaarlijks achter de feiten aanlopen. Vanwege lopende contracten zal jaarlijks een tekort ontstaan dat vanuit reserves gedekt moet worden. Bij gelijkblijvend budget zullen op termijn maatregelen genomen moeten worden om binnen budget te komen. In het scenario 1 ‘versobering’ is gekeken welke maatregelen op korte termijn kunnen worden genomen om kosten te besparen. Dit levert een maximale besparing van € 110.000,- op. Vanwege het risico op schade aan beheergroepen, herstelkosten, en extra klachten & meldingen over de kwaliteit van de openbare ruimte, adviseren we dit scenario niet.

Vraag 2 Ambities versus middelen Welke doelstellingen uit het huidige groenbeleid (zoals basisplus-niveau, versterking van biodiversiteit, toeristische waarde en behoud van areaal) kunnen niet langer volledig worden gerealiseerd zonder extra middelen, en hoe verhoudt dit zich tot de ambities uit de Omgevingsvisie van Nunspeet? Antwoord Alle genoemde ambities komen hiermee onder druk te staan. Dat geldt ook voor ambities uit de omgevingsvisie zoals “thema 2: aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit”. Vraag 3 Structurele financiële dekking Is het college voornemens om bij of na de herijking de raad expliciet te vragen om een structurele ophoging van het groenbudget? Zo ja, via welke opties wordt dit overwogen (bijvoorbeeld OZB, herprioritering binnen de begroting)? Zo nee, waarom niet? Antwoord Het groenbudget is op basis van de huidige inzichten structureel te laag. Bij een gelijkblijvend onderhoudsniveau zal het groenbudget structureel verhoogd moeten worden. Daarom zal dit onderwerp expliciet bij de raadsonderhandelingen aan de orde moeten komen. Het is aan de gemeenteraad een besluit te nemen over de dekking van een structurele verhoging in relatie tot alle gemeentelijke ambities. Deze dekking kan plaatsvinden door een verhoging van de belastingen (bijvoorbeeld de OZB) of een structurele bezuiniging binnen de gemeentelijke begroting.

Voor 2026 wordt gevraagd om extra dekking vanuit de algemene reserve zodat het reguliere groenbeheer doorgang kan vinden. Vraag 4 Risico bij uitblijven middelen Wat is het scenario van het college als aanvullende structurele middelen (bijvoorbeeld via het gemeentefonds) uitblijven en het groenbudget niet wordt opgehoogd? Welke kwaliteit of ambities komen dan als eerste onder druk te staan?

Antwoord Als er geen structurele oplossing voor dit begrotingstekort komt, blijft het onderhoud jaarlijks achter de feiten aanlopen. Vanwege lopende contracten zal jaarlijks een tekort ontstaan dat vanuit reserves gedekt moet worden. Bij gelijkblijvend budget zullen op termijn maatregelen genomen moeten worden om binnen budget te komen. In het scenario 1 ‘versobering’ is gekeken welke maatregelen op korte termijn kunnen worden genomen om kosten te besparen. Ter indicatie: dit levert een maximale besparing van €110.000,- op. Bij gelijkblijvend budget zullen veel ingrijpender aanpassingen in groenbeheer moeten worden gedaan. Dat zal een flinke impact hebben op de kwaliteit en uitstraling van de openbare ruimte. Denk aan meer zwerfvuil, onkruid op en tussen verhardingen, overhangend groen, onkruid in groenvakken, ruig gras in plaats van gazons, en bijbehorende klachten en meldingen vanuit de samenleving. Daarmee komen alle bestuurlijke doelen uit het groenbeleidsplan onder druk te staan, en dan met name het realisteren van een basisplus niveau en de toeristische waarde. Deze bestekswijzigingen kunnen niet allemaal per direct worden doorgevoerd en opnieuw blijven we hier afhankelijk van inschrijfprijzen van aannemers.

Vraag 5 Participatie en invloed Op welke wijze worden inwoners, natuurorganisaties en andere belanghebbenden betrokken bij de herijking, en op welke onderdelen kunnen zij daadwerkelijk invloed uitoefenen, met name waar het gaat om mogelijke verlaging van onderhoudsniveaus of gewijzigde prioriteiten? Antwoord Deze beleidherijking is intern uitgevoerd, onder begeleiding van adviesbureau ANTEA Group. Verder zijn geen andere belangengroepen betrokken geweest. Vanwege de urgentie van het budgettekort is gekozen voor een ‘snelle route’. 5c. Beleidsnotitie Functieveranderingsbeleid 2026-2028 M. Klein (SGP) Vraag 1 De ‘kwekerij’-bestemming wordt toegevoegd als functie. Kwekerijen hebben ruimtelijk wel een eigenheid, qua bouwwerken etc. Bijvoorbeeld met een (tijdelijke) winterkas, die seizoensgebonden staat, telt dat mee als bouwwerk? Of containerteelt? Uiteraard geldt die eigenheid ook voor de bestemming paardenhouderij. Vergunde onderdelen hebben (doorgaans) geen dak hebben, dus geen bouwwerk. Kortom, waar wordt bij aangesloten qua concretisering van beleid. Antwoord Hierbij wordt aangesloten bij de uitgangspunten zoals deze in het verleden ook zijn gehanteerd voor bijvoorbeeld paardenhouderijen. Het moet gaan bouwwerken met een permanent karakter inclusief dak. Vraag 2 Hoe zijn de grenzen van de ontwikkelzones bepaald?

Antwoord Deze zijn tot stand gekomen op basis van eerder vastgestelde beleidsdocumenten zoals bijvoorbeeld de Omgevingsvisie. Daarnaast is gekeken naar de verschillende landschapstypes. Vraag 3 Zijn er bedrijven die direct grenzen aan de ontwikkelzone? Zijn er ‘letterlijke grensgevallen’? Antwoord Of er daadwerkelijk grensgevallen zijn moet nader worden uitgezocht. Indien dit het geval is en er sprake is van grensgevallen worden deze gevallen aan uw commissie middels maatwerk voorgelegd. Vraag 4 In het beleid staat in paragraaf 7.1, lid 3 (blz. 14) een lijst van voorwaarden (“indien”… a t/m d). Is dit richtinggevend? In vervolg op de voorgaande vraag: zijn deze voorwaarden een “en-en” voorwaarde? Dat aan alle voorwaarden moet worden voldaan? Antwoord Deze uitgangspunten zijn richtinggevend en betreffen “en-en” voorwaarden A.Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 Bij het functieveranderingsbeleid 2026-2028 mag bij sloop van minimaal 600 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen één woonhuis of één agrarische bedrijfswoning worden teruggebouwd. Bij functieveranderingsbeleid & subsidie gebiedsgerichte beëindiging veehouderijen mag bij sloop van minimaal 1000 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen één woonhuis of één agrarische bedrijfswoning worden teruggebouwd.

Waarom in het ene geval minimaal 600 m2 en in het andere geval minimaal 1000 m2? Antwoord Voor deze verdeling is gekozen om zo overcompensatie tegen te gaan. Vraag 2 Op pagina 14 van de beleidsnotitie staat op het kaartje de ontwikkelzone agrarisch aanverwante bedrijven ingetekend. Op pagina 14 gaat het ook over het door de gemeente Nunspeet aangewezen gebied ‘agrarisch ontwikkelgebied’. Is dit gebied hetzelfde gebied als de ontwikkelzone of gaat het over een ander gebied? Antwoord Dit betreft inderdaad hetzelfde gebied. A.Harteveld (ChristenUnie) In de zomer van 2022 (gepubliceerd op 13 september 2022) wijzigde het college geheel onverwacht de grens voor functieverandering. Tot die datum mocht in heel het gebied boven de Harderwijkerweg /

Elburgerweg bij functieverandering niet teruggebouwd worden op eigen terrein, na 5 juli mocht ineens ook boven deze grens worden teruggebouwd op eigen terrein met uitzondering van het waardevol open gebied. Dat had grote impact op dit gebied. Waar eerst niet teruggebouwd mocht worden op eigen terrein mocht dat na 5 juli 2022 ineens wel. Die beleidswijziging werd overigens niet met de raad gedeeld. Vraag 1 Is er een overzicht te krijgen van inwoners die voor 5 juli 2022 niet op eigen grond mochten terugbouwen terwijl het daarna op hun kavel ineens wel kon? Antwoord Dit betreffen de agrarische ondernemers gevestigd ten noorden van de Harderwijkerweg/Elburgerweg en gelegen buiten ‘waardevol open gebied’. Hiervan is op dit moment geen lijst aanwezig. Vraag 2 Hoeveel agrarische bedrijven bevinden zich in het ‘waardevol open gebied’ en hoeveel van deze bedrijven hebben momenteel potentieel voor functieverandering? Antwoord In de korte periode van beantwoording is getracht een zo volledig mogelijk beeld te geven van het aantal agrarische bedrijven dat gevestigd is binnen het ‘waardevol open gebied’. Hierbij is gekeken naar de bestemming van een perceel. Er zijn ongeveer 32 percelen binnen het ‘waardevol open gebied’ met de bestemming ‘Agrarisch-Agrarisch bedrijf, Agrarisch-Agrarisch bedrijf – intensieve veehouderij, Agrarisch-Paardenhouderij of Agrarisch-Kwekerij.

Hiervan zouden er in theorie 12 in aanmerking komen voor functieverandering indien deze bedrijven niet gelegen waren in het ‘waardevol open gebied’. Vraag 3 Kunt u toelichten welke afwegingen hebben geleid tot het verruimen van het functieveranderingsbeleid voor kwekerijen, Intensieve veehouderijen en paardenhouderijen, maar niet voor andere agrarische bedrijven. Antwoord Deze afweging komt voor uit de wens om ook ruimte te kunnen blijven bieden aan agrariërs die willen groeien of een nieuwe locatie zoeken. Door alle agrarische bedrijven in aanmerking te laten komen voor het functieveranderingsbeleid ontstaat mogelijk een ongewenst effect doordat te veel agrarische ondernemers kiezen voor het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten. Vraag 4 Welke waarborgen bestaan dat het omzetten van solitaire recreatiewoningen naar reguliere woningen niet leidt tot onevenredige verdichting of aantasting van het landschap?

Antwoord Dit wordt gewaarborgd door de punten 3 en 4 welke zijn vastgelegd in de beleidsregels aangaande het omzetten van een solitaire recreatiewoning naar een reguliere woning. 5d. Principeverzoek wijziging bestemmingsplan Bredeweg 110 Hulshorst Over dit onderwerp zijn geen vragen gesteld.

5e. Strategische aankoop pand Harderwijkerweg 545 in Hulshorst Over dit onderwerp zijn geen vragen gesteld. 5f. Strategische aankoop Oude Zeeweg 13,15,17,21 en 23 te Nunspeet en planologische maatregel camping Kostverloren A.Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 Het voorstel is om te onderzoeken of de 15 chalets, die door middel van een tijdelijke omgevingsvergunning voor 5 jaar tot uiterlijk 1 september 2027 op het perceel Harderwijkerweg 343 in Hulshorst staan, kunnen worden verplaatst naar Camping Kostverloren. Wordt er dan ook weer gekozen voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor 5 jaar? Antwoord Het voorstel is om wederom te kiezen voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor 5 jaar. Vraag 2 Valt het perceel aan de Oude Zeeweg waarop de 15 chalets zouden moeten worden geplaatst binnen de geurcirkel van het melkveebedrijf dat is gevestigd aan de Rietenweg 25? Antwoord Het grootste gedeelte van perceel aan de Oude Zeeweg valt buiten de 50 meter geurcirkel van het melkveebedrijf dat is gevestigd aan de Rietenweg 25. Bij de plaatsing van de chalets wordt zodanig rekening gehouden met het naastgelegen agrarisch bedrijf dat dit bedrijf niet beperkt wordt in de bedrijfsvoering.

A.Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1 Hoe waarborgt het college vroegtijdige en substantiële participatie van omwonenden en andere belanghebbenden bij de bedrijfswoning, de chaletverplaatsing en de toekomstige inrichting van Camping Kostverloren, vóórdat onomkeerbare besluiten worden genomen? Antwoord Na de strategische aankoop wordt het participatieproces voor de benodigde planologische maatregelen c.q. vergunningen doorlopen. Dit proces zal voldoen aan de uitgangspunten zoals vastgelegd in de handreiking omgevingsdialoog. Dit geldt ook voor eventuele vervolgprocedures. Vraag 2 Op welke onderdelen kunnen omwonenden inhoudelijk invloed uitoefenen, en op welke momenten staan bezwaar- en beroepsmogelijkheden open? Antwoord Zie het antwoord op vraag 1. Vraag 3 Op basis van welke onderdelen van de Omgevingsvisie, het omgevingsplan en de Nota Grondbeleid acht het college de planologische medewerking aan een bedrijfswoning op perceel sectie B nr. 9560 haalbaar vóór juli 2027?

Antwoord Om de bedrijfsvoering van de camperplaatsen te kunnen garanderen is de realisatie van een bedrijfswoning noodzakelijk. Als onderdeel van de strategische aankoop is het enkel een inspanningsverplichting voor de gemeente om dit planologisch te regelen. Vraag 4 Welke minimale randvoorwaarden ziet het college voor het vergunnen van de chalets (aantal, duur, doelgroep), en wat zijn de risico’s op nadeelcompensatie indien de planologische procedure geen doorgang vindt? Antwoord Dit betreffen dezelfde randvoorwaarden als welke zijn opgenomen in de vergunning voor de huidige locatie in Hulshorst waarop de chalets zich nu bevinden. Er is geen risico op nadeelcompensatie indien de planologische procedure geen doorgang vindt. Vraag 5 Waarom is gekozen voor een één-op-één aankoop zonder voorafgaande marktconsultatie, ondanks de koppeling van meerdere percelen, het overeengekomen voorkeursrecht en de relevante jurisprudentie (Didam II)? Antwoord Voorliggend voorstel betreft een strategische aankoop. De aanbieding van de gronden is gezien als een kans om de chalets te verplaatsen. Gezien de tijdsdruk op het aanbod was markconsultatie niet haalbaar. Didam is niet van toepassing op aankoop van gronden.

Vraag 6 Hoe schat het college het risico in op bezwaren, beroepsprocedures of schadeclaims bij zowel de aankoop als de daaropvolgende planologische procedures? Antwoord De aankoop van de gronden betreft een privaatrechtelijke handeling, hierop is geen bezwaar- of beroepsprocedure mogelijk. Voor de planologische procedure is er een risico op bezwaar of beroep. Hoe groot dit risico is, is aan de voorkant niet in te schatten. Vraag 7 Het voorstel lijkt af te wijken van de zienswijze van de gemeente (november 2025) tegen de bestemmingswijziging van Bospark Nuwenspete (Elspeterweg 23). Op welke gronden acht het college deze afwijking gerechtvaardigd en hoe wordt consequente toepassing van het beleid Vitale Vakantieparken bij vergelijkbare situaties geborgd? Antwoord Voorliggende casus betreft een strategische aankoop waarmee wordt ingespeeld op een urgente ontwikkeling qua huisvesting van de doelgroep. De gevraagde bestemmingswijziging van Bospark Nuwenspete betrof een aanvraag voor het omvormen van de bestemming ‘recreatie’ in ‘wonen’. Dit betreft twee verschillende vraagstukken. Vraag 8 Hoe weegt het college de investering in tijdelijke infrastructuur en exploitatie op Camping Kostverloren af tegen het gebruik voor naar verwachting circa vijf jaar, mede bezien vanuit het oogpunt van doelmatigheid van gemeenschapsgeld?

Antwoord De investeringen zullen worden gedekt vanuit door het Rijk beschikbaar gestelde gelden ‘incidentele rijksmiddelen opvang ontheemde Oekraïners en of vluchtelingen’. Vraag 9 Welke scenario’s heeft het college uitgewerkt voor het geval: - De verplaatsing van de chalets niet mogelijk blijkt, of - De behoefte aan opvang na 2027 structureel afneemt - en wat betekenen deze scenario’s voor de financiële en exploitatieplanning van de gemeente? Antwoord Voorliggend voorstel betreft een strategische aankoop. Indien verplaatsing niet mogelijk blijkt, kan ervoor worden gekozen de gronden te verkopen c.q. te bezien of de gronden voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. 5g. Herijking omgevingsdialoog C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1 Herkent de wethouder de onrust die ontstaat bij onduidelijkheden als het om de omgeving van inwoners gaat? Antwoord Een ruimtelijke ingreep binnen de directe invloedssfeer heeft altijd impact. De Omgevingsdialoog 2.0 draagt bij aan meer duidelijkheid omtrent het gehele participatieproces. Vraag 2 Hoe zijn inwoners gevraagd hoe zij de omgevingsdialoog ervaren hebben en waar is informatie vandaan gehaald m.b.t. diegene die niet benaderd waren maar wel in de invloedsfeer woonden.

Antwoord Deze informatie is gebaseerd op reeds gevoerde omgevingsdialogen en de ervaringen die zijn opgedaan door de verschillende behandelende ambtenaren en de gesprekken die zij met initiatiefnemers en omwonenden hebben gehad tijdens en na het voeren van omgevingsdialogen. Vraag 3 Het verslag is wat toegevoegd wordt aan het plan en gaat mee in de procedure. Wat weten inwoners, belanghebbenden op dat moment? In onze ogen blijven de zorgen en evt. onrust bestaan. Antwoord Het doel van de omgevingsdialoog is dat betrokkenen na een gevoerde omgevingsdialoog weten wat het plan inhoudt en op welke manier hun geleverde input bij de omgevingsdialoog wordt meegenomen. Ook als input niet wordt meegenomen dient aangegeven te worden waarom dit niet is meegenomen. Vraag 4 Wordt het digitaal platform van de gemeente ook gebruikt om breder info op te halen voor de beeldvorming?

Antwoord Het digitale platform van de gemeente is bedoeld voor de participatie bij grotere projecten. Voor dergelijke projecten wordt het platform breder ingezet. Vraag 5 Wie bepaald hoever de invloedsfeer gaat? Antwoord Op basis van het initiatief maakt de behandelend ambtenaar een inschatting hoever de invloedsfeer gaat. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de eigenaren van alle aangrenzende percelen/woningen waar het initiatief invloed op heeft, betrokken worden bij de omgevingsdialoog. De behandelend ambtenaar bespreekt dit aan de voorkant met een initiatiefnemer. Vraag 6 Bij een fase 2 zou het goed zijn als er raadsleden bij aanwezig kunnen zijn zoals door initiatiefnemers Antwoord Uiteraard staat het raadsleden vrij om aan te sluiten bij omgevingsdialogen. Gezien het aantal omgevingsdialogen dat jaarlijks wordt gevoerd, wordt om agenda technische redenen afgeraden om bij iedere te voeren omgevingsdialoog een afvaardiging van de raad uit te nodigen. Ook dient een onafhankelijke beoordeling van gevoerde omgevingsdialogen gewaarborgd te blijven. 5h. Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen Nunspeet Over dit onderwerp zijn geen vragen gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16579628/1