CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Ruimte en Wonen 8 juni 2026

Commissie Ruimte en Wonen 8 juni 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie2.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Ruimte en Wonen 8 juni 2026 per agendapunt 3.Rondvraag. J. Ruitenburg (ChristenUnie) Bewoners aan de Oenenburgweg maken zich zorgen om de veiligheid van hun fietsende kinderen. Er is veel verkeer over de Oenenburgweg, waaronder kinderen die naar en van de nabijgelegen scholen fietsen. Hiervoor is een zone van 30 km ingevoerd. De gemeente geeft aan dat de verkeersstromen over deze weg via de online applicatie ViaStat worden gevolgd. Ter aanvulling op eerdere vragen en antwoorden leggen we onderstaande vragen aan de gemeente voor: Vraag 1 Hoeveel procent van de verkeersdeelnemers per auto aan de 30km zone verplaatsen zich met een bij deze zone passende snelheid? Antwoord Uit snelheidsmetingen op de Oenenburgweg, ter hoogte van de Ds. C. de Ridderschool, blijkt dat de gemiddelde V85-snelheid 36,3 km/u bedraagt. Dit betekent dat ongeveer 85% van de gemeten voertuigen 36,3 km/u of langzamer rijdt. Hoewel deze acceptabele waarde iets boven de gewenste 30 km/u ligt, is dit in lijn met wat landelijk gebruikelijk is op vergelijkbare 30 km/u-erftoegangswegen.

Vraag 2 Wat is het snelheidsprofiel van de automobilisten die harder rijden dan de toegestane 30 km/uur? Wat is de hoogste snelheid die vastgesteld is? Antwoord Het snelheidsprofiel laat zien dat 85% van de automobilisten binnen een acceptabel snelheidsniveau rijdt en dat de resterende 15% bestaat uit incidentele afwijkers. De hoogste gemeten snelheid wordt verkeerskundig niet als relevante indicator beschouwd, omdat deze geen representatief beeld geeft van het dagelijkse gebruik van de weg. Zolang de V85-snelheid acceptabel is, worden geen aanvullende maatregelen genomen, om onnodige negatieve effecten voor bewoners en weggebruikers te voorkomen. Vraag 3 In een eerder antwoord werd aangegeven dat het treffen van aanvullende verkeersmaatregelen ook ongewenste neveneffecten met zich kan meebrengen. Wat zijn deze eventuele aanvullende verkeersmaatregelen, en wat zijn de te verwachten ongewenste neveneffecten? Inzicht hierin kan mogelijk het draagvlak onder bewoners voor de huidige inrichting vergroten. Antwoord Hieronder enkele mogelijke verkeersmaatregelen inclusief bijbehorende negatieve neveneffecten. Extra snelheidsremmende drempels of plateaus Drempels kunnen effectief zijn, maar zijn niet altijd passend of wenselijk. Mogelijke neveneffecten:

• Toename van trillingshinder voor omwonenden, vooral bij vrachtverkeer, bussen maar ook regulier gemotoriseerd verkeer al dan niet met een aanhangwagen. • Geluidsoverlast door onder andere remmen en optrekken. • Negatieve effecten op doorstroming en comfort voor hulpdiensten en openbaar vervoer. Verdere versmalling van de rijbaan De Oenenburgweg is al smaller uitgevoerd dan het 50 km/u deel. De rijbaan verder versmallen brengt risico’s met zich mee. Mogelijke neveneffecten: • Onvoldoende passeerruimte voor grotere voertuigen (bussen, vuilniswagens etc.), met kans op uitwijkmanoeuvres richting tegengestelde rijrichting, trottoir of parkeervakken. • Onveilige situaties bij in- en uitparkeren. • Verminderde toegankelijkheid voor afvalinzameling, bezorgdiensten en hulpdiensten. Toevoegen van fysieke obstakels of chicanes Deze maatregelen kunnen de snelheid verlagen, maar zijn ingrijpend. Mogelijke neveneffecten: • Onvoorspelbare verkeersbewegingen, vooral bij uitwijkgedrag. • Hogere kans op schades en conflicten met fietsers in gemengd verkeer. • Minder overzichtelijkheid, wat juist onveiligheidsgevoelens kan vergroten.

5a. Lijst dynamisch programma woningbouw 2026/2027, woningbouw op maat J. Ruitenburg (ChristenUnie) Vraag 1 In het programma “Woningbouw op maat” worden de ingediende voorstellen beoordeeld op “ruimtelijke kwaliteit en stedebouwkundige inpassing”. Van de zes ingediende voorstellen scoren er 4 een onvoldoende op “ruimtelijke kwaliteit”. a. b. c. d.

Wie beoordelen de voorstellen op de “ruimtelijke kwaliteit”? Welke criteria worden hierbij gebruikt? Hoe wordt dit met de indieners besproken? Kan dit leiden tot aanpassingen zodat wel aan de gestelde criteria wordt voldaan?

Antwoord Zie voor de beantwoording van bovenstaande vragen de beleidsregel Woningbouw op Maat 2025. Vraag 2 Indien voorstellen vanuit het programma “Woningbouw op maat” worden toegekend, welk effect heeft dit dan op de vastgestelde plannen voor woningbouw in onze gemeente? a. Is er ruimte om deze extra woningen te realiseren? b. Indien er geen ruimte is, worden reeds vastgestelde plannen dan gedeeltelijk in de tijd opgeschoven of qua aantallen verminderd? c. Zijn deze extra woningen voldoende om te voorzien in de ook groeiende woningbehoefte in de gemeente Nunspeet? Antwoord Zie voor de beantwoording van bovenstaande vragen de beleidsregel Woningbouw op Maat 2025.

Vraag 3 In de beeldvormende vergadering werd genoemd dat voor de categorie “sociale koopwoningen” een prijspeil geldt van 292.000 voor 2026. a. Hoe wordt dit bedrag jaarlijks vastgesteld? b. Is er ook een bijbehorend aantal m2 woonruimte wat hiermee gerealiseerd moet worden? c. Ter indicatie: welk – gezamenlijk? – bruto inkomen is vereist om voor deze koopsom een hypotheek te kunnen krijgen? Antwoord a. Om te voorkomen dat bouwplannen financieel onuitvoerbaar worden door inflatie of stijgende bouwkosten, worden de prijscategorieën jaarlijks geïndexeerd. Het college van burgemeester en wethouders heeft het mandaat om de bedragen jaarlijks per 1 januari te verhogen met de consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. b. Nee, aan het prijspeil is geen aantal m2 gekoppeld c. Afhankelijk van de persoonlijke situatie ongeveer €60.000 – €75.000 bruto. Vraag 4 De behoefte aan sociale koopwoningen voor met name starters is groot. Hiervoor zijn 3 (Stationslaan, Dorpspad, Uddelerweg) voorstellen ingediend. Voor twee ervan is het voorstel om deze (nog) niet toe te kennen. a. Is concreet per afgewezen plan aan te geven op welke punten het ingediende plan niet voldoet? b. Acht het college het mogelijk dat de initiatiefnemers met aanpassingen alsnog tot een acceptabel voorstel kunnen komen? c.

Moet daarvoor gewacht worden tot de volgende jaarronde, of kunnen wijzigingen ook tussentijds beoordeeld worden? Antwoord a. In de bij het commissievoorstel gevoegde bijlagen is het document ‘Dynamisch programma woningbouw 2026-2027’opgenomen. Hierin is per initiatief een beoordeling opgenomen. Voor het plan aan het Dorpspad is de conclusie als volgt: - Hoewel met dit plan een bijdrage wordt geleverd aan de volkshuisvestingwenselijke doelen, is er een negatieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Voor het plan aan de Uddelerweg is de conclusie als volgt: - Hoewel met dit plan in beginsel een substantiële bijdrage wordt geleverd aan de volkshuisvestingwenselijke doelen, wordt op dit moment nog geen substantiële bijdrage geleverd aan het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit aan de omgeving. Daarnaast is de procedure met betrekking tot het naastgelegen bedrijventerrein Elspeet nog niet afgerond, waardoor woningbouw op dit moment (nog) niet wenselijk is op onderhavige locatie. Voor de volledigheid is hieronder per initiatief aangegeven op basis waarvan deze initiatieven een onvoldoende scoren: Dorpspad: - Het plan draagt niet bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. - De planvorming betekent verlies van een groene plek in een omgeving met relatief veel steen en asfalt.

Dit is ongunstig voor de biodiversiteit, waterinfiltratie en hittebeperking ter plaatse. De realisatie van de water passerende verharding, plantvakken en groene daken compenseert dit in onvoldoende mate.

-

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt levert dit plan geen positieve bijdrage aan de omgevingskwaliteit. Het initiatief sluit onvoldoende aan bij de uitgangspunten van Woningbouw op Maat.

Uddelerweg: - Het plan draagt niet bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. - Vanuit stedenbouwkundig oogpunt levert dit plan geen positieve bijdrage aan de omgevingskwaliteit. - In het plan is te weinig ruimte gereserveerd voor groen zoals bomen en heestersoorten die passend zijn in het landschap en een bijdrage leveren aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie. - Het initiatief sluit onvoldoende aan bij de uitgangspunten van Woningbouw op Maat. b. Ambtelijk is het advies om de locatie aan de Uddelerweg op dit moment niet nader te onderzoeken. Gezien de nog lopende ontwikkelingen rondom het bedrijventerrein Elspeet is het advies om voorlopig geen woningbouw toe te staan in de directe omgeving van het bedrijventerrein. Voor het initiatief aan de Dorpspad kan een aangepast ontwerp ruimtelijke bezwaren mogelijk wegenemen. Woningbouw op Maat is echter in beginsel niet sec bedoelt voor het slopen van een/meerdere woningen en het vervolgens terugbouwen van meerdere woningen. Zie hiervoor ook het kwalitatief afwegingskader nieuwe initiatieven woningbouw in de beleidsregel “Woningbouw op Maat 2025” c. Het uitgangspunt is dat een nieuw of aangepast initiatief opnieuw moet worden ingediend. Vervolgens wordt het initiatief besproken tijdens de eerstvolgende ronde van Woningbouw op Maat.

5b. Woningbouw op maat Tongerenseweg 1 Vierhouten Over dit agendapunt zijn geen vragen gesteld.

5c. Ontwerp Programmabegroting 2027 ODVeluwe en Jaarstukken 2025 ODVeluwe M. Klein (SGP) Vraag 1 Jaarstukken 2025: het positieve resultaat is voor een groot deel vanwege niet-geleverde uren op de ‘diensten’. Welke gevolgen heeft dit gehad voor de dienstverlening aan de gemeente Nunspeet en op welke taakvelden was dit merkbaar? Antwoord Het grootste deel van het positieve resultaat werd in 2025 veroorzaakt door: het uitvoeren van meer opdrachten buiten de begroting, extra subsidies, een bijdrage vanuit het ministerie van IenW en het niet kunnen invullen van 4 FTE’s (moeilijk te vinden medewerkers op de arbeidsmarkt). Op het programmaonderdeel diensten (w.o. informatieverstrekking, kennisthema’s en ontwikkeling) is inderdaad minder besteed. De gevraagde informatie aan de deelnemers, waaronder de gemeente Nunspeet, is verstrekt, echter met minder ureninzet dan voorzien in de begroting. Dit kon omdat er relatief eenvoudige vragen zijn gesteld.

Vraag 2 Jaarstukken 2025: er is een robuustheidssubsidie van 184.000 euro (als onderdeel van het voordelig resultaat van 778.769 euro) ontvangen. Welke voorwaarden of ‘etikettering’ waren aan deze subsidie verbonden en voor welke doelen mocht of moet deze subsidie worden ingezet? Antwoord De subsidie ziet op de ondersteuningsbehoefte van omgevingsdiensten gericht op het voldoen aan robuustheidscriteria (ministerie van I&W). Deze subsidie vanuit het ministerie moet ingezet worden ter ondersteuning van het proces ‘robuust worden of versterken van de Omgevingsdienst’. Daarbij wordt o.m. genoemd: opleiding & ontwikkeling, Kwaliteitscriteria 3.0, innovatie, aanhouden van buffers (weerstandsvermogen), wijzigen van de financieringssystematiek, informatie gestuurd werken en de regionale beleidscyclus. De middelen zijn door ODVeluwe ingezet op opleiding & ontwikkeling van onze medewerkers en informatie gestuurd werken. Vraag 3 Bij het persbericht (op de website van OD Veluwe) over de intentieovereenkomst die met Omgevingsdienst Achterhoek is gesloten, staat het volgende vermeld: “Deze intentieverklaring is de eerste stap in een zorgvuldig en transparant proces waarin de besturen, colleges, gemeenteraden en provinciale staten actief worden betrokken.

In de komende periode wordt gezamenlijk onderzocht wat de inhoudelijke, organisatorische en financiële gevolgen van verdere samenwerking of een fusie zijn. Dit proces start in 2026 met een nulmeting, waarna vervolgens een meerjarenplan wordt uitgewerkt. Uiteindelijk nemen de gemeenten en provincie hun eigen formele besluit over het al dan niet doorgaan van een fusie.” Wat is de actuele stand van zaken en op welke momenten worden de gemeenteraden betrokken? Antwoord Momenteel zijn we bezig met een nadere verkenning van de waarde van samenwerken/fuseren ODVeluwe en ODA. Hiervoor is inmiddels een begeleider aangetrokken om het proces, in afstemming met beide besturen, vorm te geven. Tijdens dat proces worden “go/no-go” momenten ingepland om te bekijken of de besturen van beide diensten, in samenspraak met de colleges, in kunnen stemmen met een volgende stap in de samenwerking, die mogelijk tot een fusie kan leiden. Voor de medewerkers van beide diensten is recent een eerste bijeenkomst georganiseerd, om nader met elkaar kennis te maken. Eerstvolgende stap in het proces is het uitvoeren van een gedegen nulmeting (due diligence accountantsonderzoek-, visitatie en medewerkersonderzoek). De uitkomsten hiervan worden gedeeld met beide besturen; waarbij voorgelegd zal worden wat een volgende stap kan zijn.

Uiteraard worden de deelnemers met enige regelmaat op de hoogte gehouden van de ontwikkeling, waarschijnlijk via informatiebrieven (dit moet nog vorm worden gegeven). Indien u dat op prijst stelt, is de ODVeluwe bereid om in uw raad te vertellen over deze ontwikkelingen. Vraag 4 Er vallen er een aantal punten op wat betreft de personeelszaken (jaarverslag 2025). Er zijn 12 medewerkers vertrokken; 30 nieuwe medewerkers aangenomen. Op een totaal van 127 medewerkers. Hoe duidt het college deze personeelsbewegingen? Antwoord Een gezonde organisatie kent een natuurlijk verloop van vertrekkende medewerkers. Daarnaast heeft de dienst stevig ingezet op het werven en opleiden van nieuwe medewerkers; dit gezien het streven van het

bestuur van de ODVeluwe om minstens 85% van het personeel in eigen dienst te hebben. Het is gelukt om deze norm te halen (80% is een robuustheidsvereiste) en daar mag de ODVeluwe trots op zijn. Vraag 5 In lijn met de getallen in de vorige vraag: 32 fte (tijdelijke) inhuur. a. Wat zijn de kosten van de inhuur ten opzichte van eigen personeel? b. Beschouwt het college de huidige omvang van de flexibele schil (inhuur) tijdelijk of als een structurele oplossing? c. Welke functies of taakvelden worden voornamelijk ingevuld door ingehuurde capaciteit? Antwoord De afgelopen jaren is stevig ingezet op het verminderen van inhuur en het in dienst nemen van medewerkers (zie vorige vraag). Het blijft echter van belang ook een (beperkte) flexibele schil te houden. Ad a) De kosten van het inhuren van personeel over 2025 bedragen € 4,4 mln. (29%). De kosten van het eigen personeel bedragen € 10,6 mln. (71%). De kosten van het inhuren van personeel zijn relatief duurder dan het in dienst nemen van personeel. ODVeluwe streeft een minimaal 85% in vaste dienst van medewerkers. Dit voor het borgen van kennis en een efficiënte organisatie Ad b) De ingehuurde capaciteit wordt voornamelijk ingezet op tijdelijke projecten en de tijdelijke inzet van specialistische kennis. Het is dus voornamelijk een incidentele oplossing, voor incidentele vraagstukken en projecten.

Structurele taken worden voornamelijk uitgevoerd door eigen medewerkers. Hiermee bouwt ODVeluwe lokale gebiedskennis op en borgen wij dit voor de toekomst. Ad c) De ingehuurde capaciteit wordt voornamelijk ingezet op projecten en de tijdelijke inzet van specialistische kennis. ODVeluwe houdt hier in haar beleid rekening mee om flexibel in te kunnen springen op fluctuaties in vraag en aanbod van werk, zoals bij vergunningverlening en innovatieve projecten. Hierbij kunt u denken aan: het uitbesteden van PIOFACH (administratieve dienstverlening door de gemeente Apeldoorn), het kennniscentrum ODNL en de inhuur van specialisten voor niet regulieren vraagstukken Vraag 6 Ontwerp Programmabegroting 2027, Bijlage 1, productie per partner voor 2027: voor Nunspeet is de OD meer een uitvoeringsorganisatie in Handhaving, gezien de verhouding Vergunning en Toezicht & Handhaving-uren en Advies-uren. Is de beschikbare capaciteit toereikend voor toekomstige ontwikkelingen waaronder de grote projecten (’t Hul Noord, Nieuw Feithenhof) om tijdig en adequaat te ondersteunen? Antwoord Ja, de verwachting is dat deze advisering via reguliere werkzaamheden kan worden opgepakt. Er is veelvuldig contact tussen de gemeentelijke opdrachtgever en de accountmanager van ODVeluwe. Indien nodig wordt in goed overleg bijgestuurd. Er kan daarnaast nog een aanvullende projectovereenkomst worden gesloten.

De verwachting is echter dat dit niet nodig zal zijn.

5d. TAM-omgevingsplan Kleine Kolonieweg 162 G. Pluim (ChristenUnie) Vraag 1 De agrarische activiteiten worden beëindigd, terwijl wordt aangegeven dat het perceel de functie ‘agrarisch’ behoud. Op basis waarvan blijft de bestemming ‘agrarisch’? Antwoord De bestemming kan vooralsnog niet gewijzigd worden in een woonbestemming in verband met een naastgelegen agrarisch bedrijf, vandaar de agrarische bestemming. Vraag 2 In het voorliggende plan zijn ambtshalve enkele wijzigingen doorgevoerd welke betrekking hebben op de bouwregels en enkele tekstuele aanpassingen. Kan het college (op hoofdlijnen) aangeven welke wijzigingen er zijn doorgevoerd en wat de impact hiervan is op het plan? Antwoord Zie hiervoor de bij het commissievoorstel gevoegde document “overzicht wijzigingen TAMOmgevingsplan Kleine Kolonieweg 162.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17045380/1