AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 4 december 2025 per agendapunt
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 4 december 2025 per agendapunt
☐ 3.
Rondvraag.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Fairtrade Vraag 1 Op 5 september 2024 heeft wethouder Stoffer toegezegd dat over een jaar opnieuw zal worden bekeken welke stappen kunnen worden gezet bij Fairtrade. Is dit gedaan? Zo ja, wat is het resultaat? Zo nee, waarom niet? Antwoord Dit is inderdaad gedaan. We hebben in juli bij elkaar gezeten om het proces te evalueren en om te bezien welke vervolgstappen genomen zouden kunnen worden. Met deze vervolgstappen zijn we aan de slag gegaan en dit heeft tot de volgende concrete afspraken geleid; - De overwegingen uit het collegevoorstel om geen Fairtrade gemeente te worden zijn wat ons betreft ongewijzigd. Die kant willen we nog steeds niet op, omdat het bedrijfsleven dan ook die stap moet zetten. Dat willen en kunnen we niet op gaan leggen. - We zijn aangemeld als Fairtrade Friend, maar we ontvangen geen communicatie vanuit Fairtrade Nederland. We gaan opnieuw contact te leggen met Fairtrade Nederland om zo aangehaakt te blijven. We kunnen dan namelijk ook gebruik maken kennisuitwisseling, communicatie support en deelname aan campagnes & events zoals de Fairtrade Weken. - Intern gaan we het meer uitdragen dat we Fairtrade Friend zijn, zodat zichtbaar is, zowel voor interne als voor externe mensen, dat we dit belangrijk vinden.
S.M. Kouwenberg( PvdA/GroenLinks) Stukken ter kennisname, Toezichtrapport informatiebeheer Vraag 1 Bij het migratietraject naar Djuma is een extern bedrijf ingehuurd en is de migratie deels mislukt, waardoor er gegevens verloren zijn gegaan. Om wat voor gegevens zou dit kunnen gaan? Is dit bedrijf aansprakelijk gesteld? Welke vervolgstappen heeft het college ondernomen? Antwoord Bij de migratie van CZA naar Djuma zijn voor sommige aanvragen die via de website zijn binnengekomen een aantal identificatienummers niet overgekomen. Dit heeft geen gevolgen gehad voor het archiefbeheer. Daarom is het externe bedrijf niet aansprakelijk gesteld en waren vervolgstappen niet nodig.
Vraag 2 Per wanneer verwacht het college dat de archiefbewaarplaats en de kluis bij Burgerzaken aan de wettelijke eisen gaan voldoen? Antwoord Het college wacht v.w.b. de archiefbewaarplaats de business case voor de centralisatie van de archiefdienst af om te voorkomen dat overbodige investeringen gedaan worden, dit in overleg met de archiefinspectie. Bij de kluis burgerzaken gaat het om het plaatsen van een klimaatkast waarbij constante temperatuur en luchtvochtigheid gewaarborgd worden. In 2026 wordt dit opgelost. Vraag 3 Over de situatie vermeldt onder 1.4. Welke stappen gaat het college nemen als het gaat om de dienstverleningsovereenkomst en het ter beschikking stellen archiefbescheiden? Antwoord Inmiddels is duidelijk geworden dat de gevraagde afspraken met de Omgevingsdienst Veluwe bestaan en ligt de vraag bij de archivaris of deze voldoen aan de vereisten. Vraag 4 Wanneer kunnen we een hotspotmonitor en een werkend emailselectiesysteem verwachten? Antwoord De hotspotmonitor wordt naar verwachting uiterlijk Q1 2026 opgeleverd. De selectielijst voor het archiveren van e-mail wacht op de evaluatie door VNG, waarna duidelijk zal worden wanneer Nunspeet daarop kan aansluiten. Vooruitlopend daarop heeft Nunspeet voor sleutelfunctionarissen al een begin gemaakt met de archivering van zowel e-mail- als whatsappverkeer.
☐5a.
Aanbesteding accountantsdiensten
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Voorgesteld wordt de bevoegdheid van de raad inzake de vaststelling van de aanbestedingsdocumenten en de selectie van de nieuwe accountant te mandateren aan de commissie Planning & Control. De fractie van PvdA/GroenLinks heeft twee vragen. Vraag 1
Waarom mandateren aan de commissie Planning & Control en niet aan de raadscommissie Maatschappij en Middelen? Antwoord Dit is zo opgenomen in de Verordening op de commissie Planning & Control gemeente Nunspeet 2022. Vraag 2 De raadscommissie Maatschappij en Middelen is in de Verordening op de raadscommissies gemeente Nunspeet 2025 ingesteld. De commissie Planning & Control niet. Kan de bevoegdheid van de raad inzake de vaststelling van de aanbestedingsdocumenten en de selectie van de nieuwe accountant dan wel aan de commissie Planning & Control worden gemandateerd?
Antwoord In de Verordening commissie Planning & Control gemeente Nunspeet 2022 is opgenomen dat de commissie P&C in overleg met het college en controller de aanbesteding van de accountantscontrole en selectieprocedure van de accountant voorbereid om daarna de raad te adviseren m.b.t. de te benoemen accountant. ☐5b.
Belastingverordeningen 2026
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 Bij de onroerende-zaakbelastingen wordt gemeld dat omdat diverse factoren onzeker zijn, er bepaalde aannames zijn gedaan. Welke aannames? Antwoord De geraamde opbrengst onroerende-zaakbelastingen is conform de vastgestelde Programmabegroting 2026-2029. Bij de tarieven voor de onroerende-zaakbelastingen wordt gerekend met een geraamde WOZ-waarde. Hierin zit ook de onzekere factoren en aannames. Bij de geraamde WOZ-waarde is rekening gehouden met de stijging van de markt, redelijke volumetoename, alsmede effecten van bezwaarschriften, vermoedelijke effect van jurisprudentie en wetgeving. Vraag 2 Bij de afvalstoffenheffing wordt gemeld dat de verwachting is dat het geringe bedrag van de voorziening egalisatie tarieven afvalstoffenheffing noodzakelijk is voor het tekort in 2025. Hoeveel bedraagt het geringe bedrag? Is dat bedrag voldoende voor het tekort in 2025? Antwoord In de voorziening egalisatie tarief afvalstoffenheffing zit € 136.608. Bij de derde kwartaalrapportage 2025 is bij het taakveld afval een overschrijding van € 170.000 weergegeven. Bij de jaarrekening 2025 zal het uiteindelijk resultaat duidelijk worden en zal (mogelijk) de onttrekking uit de voorziening plaatsvinden.
☐5c.
Beleidsplan sport en bewegen
S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag 1 In het beleidsplan staat dat de huidige exploitatiebijdrage aan Sportbedrijf Nunspeet is gebruikt, zonder indexering voor 2026. De herijking volgt in een separaat voorstel paralel aan dit proces, lezen we. Aangezien het Sportbedrijf een belangrijke rol speelt in dit beleidsplan, ontvangt PvdA GroenLinks dan ook graag parallel (gelijktijdig, in deze commissie) een voorstel tot herijking 2026. Gelieve deze toe te voegen aan de stukken. Een beleidsplan zonder concreet financieel kader onder deze uitvoeringsorganisatie is bestuurlijk onvolledig. Antwoord De insteek was om de begroting en de exploitatie(begroting) 2026 van het Sportbedrijf parallel en gelijktijdig voor te leggen. Omdat het college, in samenspraak met het Sportbedrijf, nog een verdiepingsslag maakt op de exploitatie(begroting) 2026 komt dit in januari naar uw Gemeenteraad.
Vraag 2 Kan het college daarnaast inzichtelijk maken of het Sportbedrijf de extra taken uit dit beleidsplan binnen een sluitende begroting kan uitvoeren? Antwoord Binnen de aangeleverde begroting voor 2026 kan het Sportbedrijf de (extra) taken uit dit beleidsplan uitvoeren. Afhankelijk van besluitvorming in uw raad (t.a.v. het beleidsplan of t.a.v. de exploitatie Sportbedrijf 2026) moet het Sportbedrijf mogelijk prioriteren. Dit zal niet ten koste gaan van de uitvoering van het beleidsplan. Vraag 3 Een toekomstprojectie ontbreekt als het gaat om extra sportzaal/veld capaciteit. Dit als gevolg van o.a. bevolkingsgroei. Gelieve deze toe te voegen. Antwoord In het beleidsplan is als doel opgenomen om een integraal huisvestingsplan sport op te stellen, en hiervoor middelen beschikbaar te stellen. Dit huisvestingsplan moet concreet antwoord geven op de toekomstige behoefte aan extra sportzaal- of veldcapaciteit. Vraag 4 Worden de bijdragen uit het jeugdfonds en het volwassenenfonds ook geïndexeerd, waardoor minima niet opdraaien of afhaken voor/door hogere tarieven? Antwoord Doordat er gewerkt wordt met richtlijnbedragen per aanvraag is er de mogelijkheid om in te spelen op stijgende contributies binnen de sport- en cultuuraanbieders.
De backoffice van het fonds heeft ook zicht op de marktconforme bedragen en kan hierdoor een goede inschatting maken of de stijgende contributies realistische bedragen zijn. Voor de zwemlessen wordt de prijs gebaseerd op de tarieven van Sportbedrijf Nunspeet. Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en aan het fonds doorgegeven. In alle gevallen geldt dat de gemeente en het fonds nauw overleg met elkaar hebben, ook met betrekking tot indexering.
Vraag 5 Waarom ontbreekt een risicoparagraaf? Antwoord Omdat het beleidsplan sport en bewegen voornamelijk richtinggevend en strategisch bedoeld is, is er geen risicoparagraaf opgenomen. Door middel van de uitvoeringsagenda en stoplichtrapportage wordt de voortgang bijgehouden. Bij het opstellen en uitvoeren van de uitvoeringsagenda kunnen eventuele risico’s aan het licht komen. Als deze risico’s impact hebben op de uitvoering van het beleid worden deze via de evaluatie aan de raad voorgelegd of eerder indien nodig.
A.Pluim (Gemeentebelang) Vraag 1 Hoe kunnen we ons voorbereiden op het mogelijk stoppen van de Brede Regeling Combinatiefuncties na 2026? Welke alternatieven zijn denkbaar als het rijk niet langer bijdraagt.
Antwoord Vanuit het ministerie van VWS is er nog geen definitieve berichtgeving over de continuering van de Brede Regeling Combinatiefuncties na 2026. De FAQ opgesteld door VNG, VSG en het ministerie van VWS geeft aan dat de regeling doorloopt maar dan buiten het AZWA: ‘’De BRC blijft tot en met 2026 onderdeel van de Brede SPUK en loopt door buiten het AZWA. De verantwoording maakt tot en met 2026 deel uit van de SiSa-verantwoording van de Brede SPUK’’. Ditzelfde signaal (continuering van de regeling) is ook gedeeld tijdens de regionale contactdagen van de Vereniging Sport en Gemeenten. Omdat alle gemeenten deelnemen aan de BRC is de verwachting dan ook niet dat er geen financiële middelen richting de gemeenten komen. Meer duidelijkheid over de continuering van de regeling wordt in de eerste helft van 2026 verwacht. Mede door deze berichtgeving zijn er nog geen alternatieven uitgedacht. Als het besluit toch anders is: geen continuering van de regeling of dat de verwachte middelen niet toereikend zijn, dan wordt de Gemeenteraad hierover geïnformeerd via een voorstel met een uitwerking van gevolgen en eventuele denkbare alternatieven.
☐5d. Verlengen integraal beleidsplan sociaal domein 2022-2025 R. de Bruin (SGP) Vraag 1 Aan dit plan zijn diverse uitvoerende plannen/notities gekoppeld. Het gaat in dit plan om visie op het sociale domein. In de argumentatie om dit nog twee jaar langer aan te houden lees ik alleen procesmatige afwegingen. Die snappen we, maar vinden we onvoldoende, wanneer er geen inhoudelijke argumenten zijn om te verlengen. We zouden graag ook een argumentatie op inhoud hebben. Antwoord Naast procesmatige argumenten zijn er ook inhoudelijke argumenten om het integraal beleidsplan sociaal domein met twee jaar te verlengen. De belangrijkste daarvan is dat Het beleidsplan opgesteld is op basis van een lange termijn visie met daarin gewenste maatschappelijke effecten die ook op langere termijn zichtbaar moeten worden. De doelen en subdoelen zijn daarom nog steeds van toepassing.
Vraag 2 Daarnaast worden er in de bijlage een aantal ontwikkelingen genoemd van de laatste jaren die niet in het plan zijn opgenomen, maar ons inziens wel vragen om opgenomen te worden in een nieuw plan. Waarom wordt er, ondanks deze noodzaak toch gekozen om het 2 jaar uit te stellen? Antwoord Wij zijn met u van mening dat een aantal ontwikkelingen die in de bijlage worden genoemd vragen om opname in het nieuwe integraal beleidsplan sociaal domein. Het is echter niet zo dat op deze ontwikkelingen geen beleid ontwikkeld is. Er zijn diverse regionale en lokale plannen waarin het beleid is opgenomen. Ook zijn er diverse startnotities en uitvoeringsplannen op het gebied van gezondheid, sociaal domein en bestaanszekerheid opgesteld. Zoals recent de startnotitie wonen, welzijn en zorg. Deze uitvoeringsplannen en startnotities zijn, ondanks dat deze niet expliciet zijn benoemd in het integraal beleidsplan, wel geënt op het integrale beleidsplan. Ze dragen bij aan dezelfde (sub)doelen en gewenste maatschappelijke effecten binnen de opgestelde visie op het sociaal domein.
Vraag 3 Wanneer er voldoende inhoudelijke argumenten zijn om dit plan langer aan te houden zijn, waarom kiezen we dan niet voor één jaar verlengen. Wanneer ik de procesmatige argumenten lees zou dit ook mogelijk moeten zijn. Antwoord Het advies om het integraal beleidsplan sociaal domein met twee jaar te verlengen hangt samen met de planning van het project monitoring en evaluatie sociaal domein. In 2026 worden de indicatoren opgeleverd waarmee de voortgang op doelstellingen structureel gemonitord en geëvalueerd kan worden. Eind 2026/begin 2027 is de evaluatie van het beleidsplan naar verwachting gereed. Dit betekent dat verlenging van het huidige beleidsplan met een jaar niet mogelijk is.
☐5e Noodpakketten voor minimahuishoudens R. de Bruin (SGP) Vraag 1 Ik lees dat er 20.000 euro uit de algemene reserve valt te halen. Wat zijn de gevolgen wanneer de raad voor duurdere opties kiest, moet er dan bezuinigd of gesneden worden in andere uitgaven? Antwoord Binnen reguliere budgetten is geen ruimte om de kosten te dekken. Vandaar dat er geopteerd wordt om incidenteel de algemene reserve aan te spreken. In het geval dat er een scenario met hogere kosten (scenario 2 of 3) wordt gekozen, dan zullen deze meerkosten ook ten laste komen van de algemene reserve. Vraag 2 Wat is de inhoud van het noodpakket van het Rode Kruis? Antwoord Het noodpakket is samengesteld om te kunnen voorzien in basisbehoeften op basis van vijf categorieën: EHBO & hygiëne, gereedschap, communicatie & licht en bescherming tegen warmte, kou en regen. Het pakket bevat: 1 veiligheidsvestje, 1 paar werkhandschoenen, 2 warmte poncho’s, 2 paar sokken, 2 st. break lights (25 cm lang), 2 st. hot/cold pack (10 x 15 cm), 1 noodtouw (5M lang), 1 multitool, 2 st. mondkapje FFP2, 10 st. mondkapje 2R, 1 rol ductape (10M), 1 fluitje, 1 kaars, 1 noodradio, 1 zaklamp, 1 doosje noodlucifers, 1 flesje handdesinfectant (100Ml), 1 zakje met 25 wetwipes, 1 microfiber doekje (40 x 60 cm), 1 EHBO setje, reddingsdeken (130 x 210 cm), 1 schaar, 1 pincet, 2 vingerbobs, 2 st. vinyl handschoenen, 4 st. reinigingsdoekje, 1 st.
hechtpleister op rol, 6 st. pleisters (72 x 19 mm), 2 st. elastisch fixatiewindsel, 1 st. wondsnelverband, 2 st. hydrofiel gaas (75 x 75 mm), 2 st. hydrofiel gaas (50 x 50 mm), 1 st. Niet verklevend kompres (75 x 75 mm), 2 st. wondhechtstrips, 1 EHBO handleiding, Informatie boekje Vraag 3 Is er ook gekeken naar ons motto ‘Lokaal doen wat lokaal kan?’ bijv. door zelf zaken in te kopen en via bijv. Inclusief Groep te laten inpakken?
Antwoord De raad heeft het college meegegeven de uitwerking pragmatisch te houden. De scenario’s zijn daarom ook uitgewerkt op basis van dat principe. Het zelf samenstellen van de pakketten past hier niet bij en zal daarbij ook leiden tot hogere uitvoeringskosten. Vraag 4 Wanneer nog niet naar de lokale betrokken partijen is gekeken? Is het college bereid dit alsnog te doen? Antwoord Het college kiest voor de pragmatische aanpak door een kant en klaar pakket aan te schaffen dat voldoet aan de adviezen van de Rijksoverheid bij een organisatie zonder winstoogmerk. A.M. van Maanen (CDA Lokaal) Vraag 1 Maatschappelijke partners Met welke maatschappelijke partners naast de Voedselhulp en SVAN heeft de gemeente gesproken over de noodpakketten? Is er bijvoorbeeld gesproken met de welzijnsorganisaties en de Inclusief Groep over hun eventuele rol? Antwoord Het college wil dat de noodpakketten terecht komen bij inwoners die zelf niet de financiële middelen hebben om de pakketten aan te kunnen schaffen. Om die reden zijn Voedselhulp en SVAN de meest logische partners, zij staan namelijk in direct contact met deze doelgroep. Andere partijen zijn wel overwogen (zoals Welzijn, IG en VluchtelingenWerk), maar inwoners in de doelgroep die bij deze partijen bekend zijn, zijn vaak ook bekend bij Voedselhulp of SVAN.
Vraag 2 Inhoud noodpakket Wat is de inhoud van het noodpakket van het Rode Kruis? Antwoord Zie beantwoording van vraag 2 van de SGP. Vraag 3 De consumentenbond adviseert om de kant-en-klare noodpakketten links te laten liggen, maar geeft aan dat het verstandiger is om zelf het noodpakket samen te stellen Waarom kiest het college voor een kant-en-klaar noodpakket? Antwoord De consumentenbond adviseert geen kant-en-klaar pakketten aan te schaffen, omdat er allerlei commerciële partijen zijn die inspringen op het advies van de Rijksoverheid. Het college wil de pakketten daarom aanschaffen via het Rode Kruis. Dit pakket voldoet aan de standaard van de Rijksoverheid, maar wordt niet door een commerciële partij aangeboden. Vraag 4 Met welke maatschappelijke partners is gesproken over de inhoud van het noodpakket? En wat waren de adviezen van deze maatschappelijke partners? Antwoord
Het college heeft met Voedselhulp en SVAN gesproken over de inhoud van het noodpakket. Zij adviseerden dat het pakket vooral moet bestaan uit hulpmiddelen (geen levensmiddelen). Het college volgt dit advies. Vraag 5 Doelgroep Het college stelt scenario 1 voor. Het aantal te verstrekken noodpakketten is ingeschat op 111. De doelgroep van bijstandsgerechtigden en mensen die gebruik maken van de minimaregelingen is veel groter. Heeft het college onderzocht of de grotere doelgroep op een andere manier dan via de voedselbank bereikt kan worden? Zo nee, waarom niet. Zo ja, wat was daarvan de uitkomst? Antwoord Het college kan er voor kiezen om alleen de doelgroep bijstandsgerechtigden en minimaregelingen een noodpakket te verstrekken. Dit past echter niet in de opdracht die de raad het college heeft meegegeven, namelijk om met maatschappelijke partners, waaronder Voedselhulp, tot een plan te komen om noodpakketten voor minima te verstrekken. Hierbij is er ook meerwaarde dat Voedselhulp en SVAN betrokken zijn, omdat zij inwoners in beeld hebben die niet per se bij de gemeente in beeld zijn. Dit zijn ook huishoudens die moeilijk kunnen rondkomen. Als scenario 2 of 3 worden gekozen, dan worden deze door het college persoonlijk aangeschreven, omdat deze doelgroep bekend is.
Vraag 6 Is er gekeken naar een mogelijkheid om de doelgroep bijstandsgerechtigden/minima die toestemming geven om hun gegevens met een maatschappelijke partner te delen, in aanmerking te laten komen voor een noodpakket? Zo ja, wat was de uitkomst? Zo nee, wat is daar de reden van? Antwoord Het college heeft gekeken naar de mogelijkheden van gegevensdeling. Zowel SVAN als Voedselhulp geven aan dat een deel van de inwoners die bij hen aankloppen, dit doen omdat ze zich niet bij de gemeente willen melden. De organisaties willen inwoners niet afschrikken om bij hen aan te kloppen en delen daarom onderling geen gegevens (niet met elkaar en niet met gemeente). Overigens worden inwoners bij een toekenning van de minimaregelingen ook gewezen op de mogelijkheden van SVAN. Vraag 7 Aanbesteding Het college geeft aan dat bij scenario 3 een onderhandse aanbesteding moet plaatsvinden en dat het mogelijk is dat een minder betrouwbare commerciële partij de inkoopopdracht gegund krijgt. Met een onderhandse aanbesteding is het mogelijk om zelf de partijen te kiezen die een offerte mogen uitbrengen. Dit proces kan redelijk snel plaatsvinden en de gemeente kan kiezen voor betrouwbare partijen.
Heeft het college contact gehad met mogelijke (commerciële) partijen in onze gemeente (of regio) die wellicht bereid zijn om op korte termijn de noodpakketten samen te stellen? Of kan de Inclusief Groep een rol spelen? Antwoord Het college heeft gekeken naar partijen zonder winstoogmerk en pragmatisme en is daarom uitgekomen bij het Rode Kruis. Als een meervoudige onderhandse aanbesteding nodig is, wordt op dat moment gekeken welke partijen hierbij aangehaakt kunnen worden.
Vraag 8 Andere gemeenten Zijn er andere gemeenten bekend bij wie het al dan niet verstrekken van een noodpakket voor minima aan de orde is (geweest)? Zo ja, kunt u dan aangeven wat er in die gemeenten is besloten over de inhoud van het noodpakket en de doelgroep? Antwoord Er zijn voor zover bekend geen andere gemeenten die een noodpakket voor minima verstrekken. Het betreft namelijk geen wettelijke taak en het college ontvangt hiervoor ook geen middelen van het Rijk. De meeste gemeenten houden het bij informatievoorziening over het samenstellen van een noodpakket.
☐5f. Stand van zaken jeugdzorg aan de hand van de mededelingenbrief portefeuillehouder R. de Bruin (SGP) Vraag 1 Wordt er bij elke aanmelding gestart met een verklarende analyse? Ik kan mij ook voorstellen dat dit niet altijd nodig is en dus extra kosten met zich meebrengt. Antwoord Uitgangspunt is dat bij elke aanvraag de verklarende analyse wordt opgesteld. Het aantal gesprekken kan verschillen. In situaties waarbij jeugdhulp in segment 1 of 2 wordt geleverd (hoog specialistisch en verblijfsvoorzieningen) wordt altijd een uitgebreide verklarende analyse opgesteld. Voordeel van deze werkwijze is dat ook de context en omgeving in beeld komt en niet alleen het individu. Een enkelvoudige vraag aan de voorkant kan toch complex blijken. We hechten er veel waarde aan dat in jeugdzorgtrajecten meteen de passende ondersteuning wordt ingezet. Onze jeugdhulpprofessionals maken bij de aanmelding een professionele inschatting voor wat betreft de noodzaak van een uitgebreide verklarende analyse. Vraag 2 Er staat verschillende keren wanneer men zich niet aan de afspraak houdt de gemeente een toelichting vraagt of het gesprek aangaat. Welke mogelijkheden zijn er nog meer? Wat ons betreft mag het wel wat steviger… Antwoord De wens om steviger op te treden wanneer zorgaanbieders zich niet aan afspraken houden leeft ook bij ons college.
Op dit moment doen we ervaring op met het project datasturing, met daarbij het uitwerken van het structureel monitoren van prestaties en afspraken. Dit traject vraagt om zorgvuldigheid en samenwerking met aanbieders en de toegang. Vanuit het regionale contractmanagement worden periodiek stevige gesprekken gevoerd met aanbieders over de contractafspraken. Indien nodig voeren we die gesprekken ook lokaal. Vraag 3 Kunnen met aanbieders die aan actieve acquisitie doen ook juridisch de contracten worden opgezegd? Zijn er nog andere maatregelen die ingezet kunnen worden?
Antwoord Op dit moment zijn er geen knock-outcriteria die direct leiden tot beëindiging van het contract. Juridisch is ontbinding wel mogelijk, maar dit vraagt om een zorgvuldig proces. Regionaal is vanuit contractmanagement gestart met gesprekken met de betreffende hoofdaanbieders en hun onderaannemers om de situatie te bespreken en afspraken te maken. Vraag 4 Wat is de echte reden dat de contracten weer verlengd gaan worden? Iedereen wist dat de contracten gingen aflopen. Er had toch al veel eerder gestart kunnen worden met visieontwikkeling en marktvoorbereiding? Dus dat kunnen ons inziens niet de inhoudelijke redenen zijn. Antwoord Bij de afwegingen is beoordeeld dat landelijke ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd en de Wet verbetering toegang jeugdhulp nieuwe kaders geven die nu beter meegenomen kunnen worden. Het is verstandig om daarop te wachten, zodat onze visie aansluit bij deze veranderingen. Uit onderzoek blijkt ook dat elke nieuwe aanbesteding hogere kosten met zich mee brengt, zowel voor gemeenten als voor aanbieders. Daarnaast is bij de start bewust gekozen voor een toekenning van drie jaar met tweemaal een verlenging van twee jaar omdat er gehecht wordt aan continuïteit.
De redenen hiervoor zijn onder andere omdat meerjarige ontwikkeldoelstellingen bereikt moeten worden, continuïteit in de dienstverlening tussen opdrachtnemer en cliënten gewenst is, transitiekosten, 'inregelkosten' en benodigde inkoopinspanning relatief hoog zijn en er vanuit de rijksoverheid gestimuleerd wordt om langjarige overeenkomsten te sluiten. Dit vraagt om een langere en duurzame samenwerking tussen opdrachtgever en gegadigde. Vraag 5 Bijlage1: Volgens de eerste tabel kent Nunspeet veruit de grootste stijging, terwijl andere gemeente juist een daling zien. Wat doen andere gemeentes beter dan wij? Is er een verklaring voor deze grote stijging? Antwoord Dit vraagt om een grondige analyse, en daar nemen we nu stappen in via ons project datasturing en regiovergelijking. Om een goed beeld te krijgen, zouden we met alle gemeenten én de toegang tot jeugdhulp gezamenlijk aan tafel moeten. Daarbij is het belangrijk om populaties te vergelijken, omdat verschillen in samenstelling – zoals het aantal asielzoekerskinderen – een rol kunnen spelen. Niet alle gemeenten hebben dezelfde context, wat de cijfers beïnvloedt. Kortom: het vraagt om een diepgaande analyse van zowel beleid, populatiekenmerken als uitvoeringspraktijk. Dit kost tijd. Meer gemeenten zijn gestart of willen starten met datasturing wat het makkelijker gaat maken om tot vergelijk te komen.
Vraag 6 Kunnen er ok afspraken gemaakt worden met aanbieders dat de gemeente eerst akkoord moet gaan, voordat bepaalde behandeltrajecten zonder toestemming al van start gaan? Ons inziens kan een traject niet met terugwerkende kracht worden goedgekeurd en betaald worden. Antwoord Sinds enkele maanden hanteren we de lijn dat behandeltrajecten alleen mogen starten na voorafgaande goedkeuring van de gemeente c.q. de toegang. Dit is ook gecommuniceerd met de zorgaanbieders. Trajecten kunnen niet met terugwerkende kracht worden goedgekeurd en betaald, tenzij er sprake is van een situatie waarin het niet in de macht van de aanbieder lag om vooraf toestemming te vragen (bijvoorbeeld acute noodsituaties).
Vraag 7 Er wordt geconcludeerd dat de gemiddelde casus zwaarder en duurder is. Wat is hiervan de oorzaak? Antwoord Dit is precies het onderwerp dat we in ons project Datasturing onderzoeken. Deels heeft dit te maken met de autonome stijging van de kosten i.v.m. indexatie en nu deze data helder in beeld is, is de volgende stap dat we een laag dieper gaan om gericht te verklaren waarom de gemiddelde kosten stijgen en waar de uitschieters vandaan komen. Dit vraagt om meer focus en trechtering in het onderzoek. Om dit kwalitatieve beeld te toetsen, organiseren we op korte termijn een aparte sessie met de toegang jeugdhulp en zal een vervolgrapportage opgesteld worden.