AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 9 nov. 2023
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 9 november 2023. ☐3.
Rondvraag.
G. Bronkhorst (SGP) Inleiding: De commissie ontvangt het plan van aanpak Spelen, Bewegen en Ontmoeten ter kennisname. Volgens de planning zou er in Fase A (september/oktober 2023) data worden opgehaald w.b.t. kaders en gegevens speelvoorzieningen. We leven nu volgens de planning in Fase B (november 2023) waarin participatieronde 1 draait. Volgens het plan worden er vijf participatietools ingezet. Omdat we van die participatietools nog niets in de praktijk terugzien bij deze de volgende vragen: Vraag 1: Klopt het dat de uitvoering van het plan Spelen, Bewegen en Ontmoeten nu al uit de planning loopt? Antwoord: Nee, de uitvoering loopt nog volgens planning. Voor een nadere toelichting en onderbouwing verwijzen naar de antwoorden bij vraag 3. Vraag 2: Zo ja, hoe gaat het college ervoor zorgen dat dit niet het participatietraject negatief gaat beïnvloeden? Antwoord: Wij werken volgens het vastgesteld participatieplan. Wij sturen op de voortgang van dit plan. Vraag 3: Kan het college van elk van de vijf participatietools aangeven wat daarvan de stand van zaken is? Antwoord: Dan gaat het om de volgende zaken: 1. Projectpagina op de gemeentelijke website De projectpagina komt volgende week (week 46) online. 2. Kinderrondgangen en jongerengesprekken Er heeft contact plaatsgevonden met alle basisscholen. Ze hebben positief gereageerd op dit initiatief.
De (eerste) kinderrondgangen zijn inmiddels in gepland. Met betrekking tot jongerengesprekken is met betrokken maatschappelijke partners afspraak hoe en wanneer de jongerengesprekken gaan plaatsvinden. 3. Enquête (fysiek en online) In aansluiting op de online projectpagina zal de speelruimte enquête vanaf dinsdag 14 november online zijn. Via meerdere communicatiekanalen gaan we (het belang van het invullen van) deze enquête zoveel als mogelijk onder de aandacht brengen. 4. Ouderengesprekken Voor inwoners die het lastig vinden om de speelruimte enquête online in te vullen worden er inloopmomenten gepland.
5. Ideeënbus bij de speelvoorzieningen In samenspraak met en op advies van onze externe adviseur (ontwerp- en adviesbureau OBB) is onze insteek om, naar aanleiding van de resultaten van de enquête, op specifieke plekken een ideeënbus te plaatsen om daarmee -op dat moment - aanvullende en gerichte informatie te kunnen verkrijgen. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag met betrekking tot de mededelingenbrief van wethouder W. Stoffer: Vanuit het voorgaande collegeprogramma is de opdracht gekomen om een onderzoek te doen naar (het heffen van) de toeristenbelasting en forensenbelasting. Vraag 1: Is het college met PvdA GroenLinks van mening dat wat nu voor ons ligt geen onderzoek is maar een schamel aantal alinea's in een mededelingenbrief waarin het college zelf vooral de conclusie trekt dat iedere verandering ongewenst is? Antwoord: Er is onderzoek gedaan naar alternatieven die door andere gemeenten worden gehanteerd. In de mededelingenbrief zijn de uitkomsten van dit onderzoek samengevat weergegeven. Uiteraard ligt er een uitgebreider advies met de nodige voorbeelden en berekeningen aan ten grondslag. Het college heeft daaruit geconcludeerd dat mogelijke voordelen van andere heffingsmethodieken niet opwegen tegen de nadelen. Vraag 2: We lezen in de brief nu vooral aannames zonder enige onderbouwing zoals hogere kosten, hoger tarief, formatieve gevolgen, digitale uitdagingen.
Wanneer kan de commissie een volwaardig onderzoek verwachten waarin de commissie ook daadwerkelijk wordt meegenomen in de mogelijkheden en voors en tegens worden onderbouwd met cijfers? Antwoord: Er liggen twee recente collegevoorstellen ten grondslag aan de conclusies die in de mededelingenbrief zijn verwoord. Daarin zijn de voor- en nadelen beschreven en wat betreft het college voldoende onderbouwd. ☐6a.
Financiële verantwoording Projectdeel Nieuwbouw sportief recreatiecentrum De Wiltsangh.
A.J. Timmermans (PvdA/GroenLinks) Vraag: In de financiële rapportage wordt bij energieambities gemeld: Omdat het zonneveld op de locatie Kijktuinen een zelfstandig exploitatie is opgenomen en de energieambities ook ondersteund zijn met andere onderdelen, is zowel de stelpost als ook de opbrengst weggevallen en wordt geen rekening (meer) gehouden met lasten en baten. De fractie van PvdA/GroenLinks heeft de volgende vraag: Met welke andere onderdelen zijn de energieambities ook ondersteund?
Antwoord: In de aanbesteding is een energieambitie vastgesteld. Deze ambities zijn bekostigd vanuit de opdracht aan de bouwkundige aannemer en de installateur. Gedurende de uitvoering van het project zijn een aantal aanvullende energieambities gefinancierd. Voorbeeld hiervan is de aanschaf van een ‘zwaardere capaciteit’ van ruim 1.000 zonnepanelen. G. Bronkhorst (SGP) Inleiding: Gaandeweg het project is er extra geld beschikbaar gesteld vanwege stijgende bouwkosten. Als raad hebben we meerdere keren benadrukt dat we graag zouden zien dat gebruik gemaakt wordt van lokale onderaannemers. Dat is gebeurd. We krijgen echter signalen dat zij als onderaannemer meerkosten niet evenredig vergoed hebben gekregen. Vraag 1: Herkent het college dit signaal? Antwoord: Het college heeft met onze gecontracteerde partijen (bouwkundig en installatie) en directieopdrachten gesproken over de prijsstijgingen. Deze gesprekken hebben wij enerzijds gevoerd om – ondanks overeengekomen (prijs)afspraken – onze verantwoordelijkheid te nemen in de bijzondere omstandigheden van (sterk) gestegen prijsstijgingen gedurende de uitvoering van het project, maar anderzijds ook vanuit het perspectief van redelijkheid en billijkheid. Deze gesprekken hebben geleid tot aanvullende (financiële) afspraken met deze gecontracteerde partijen.
Deze afspraken zijn gebaseerd op aangedragen informatie vanuit de gecontracteerde partijen. Op de mate waarop deze (financiële) afspraken vervolgens naar de onderaannemers is doorvertaald zien wij als een verantwoordelijkheid van gecontracteerde partijen. Vraag 2: Wordt er door het college toegezien op de verdeling van uitgekeerde meerkosten? Antwoord: Nee. De gemeente heeft met gecontracteerde partijen (financiële) afspraken gemaakt en verdere verdeling zien wij als een verantwoordelijkheid van deze partijen. ☐6b.
Vervolg Poort van de Veluwe Nunspeet.
G. Bronkhorst (SGP) Inleiding: Als de keuze wordt gemaakt voor scenario 3 (geen extra dekking) moet het totaalbedrag met 3,1 miljoen euro aangescherpt worden. Als we in het oorspronkelijke masterplan de posten opzoeken die genoemd worden als aanscherpingen in scenario 3 komen wij uit op ongeveer 8 ton. (speeltuin, rode loper, toiletvoorziening etc). Vraag 1: Kan het college een toelichting geven van de overige 2,3 miljoen euro die nu nog niet onderbouwd is?
Antwoord: Ja, er is een hele lijst met aanscherpingen en keuzes gemaakt. Naast de genoemde aanscherping is bijvoorbeeld De Plesmanlaan in het masterplan meegenomen om in klinkers te leggen. Ook een verfraaiing van de Transferiumtoren en een ‘mountainbikebrug’ behoren tot de aanscherpingen. Al met al is het een optelsom waar wij ook de subsidievoorwaarden mee raken, zoals laadpalen voor duurzame mobiliteit, bebording en het uitbreiden van de parkeercapaciteit. Vraag 2: Kan het college de extra kosten door prijsstijgingen in euro’s en percentages rapporteren zoals die zijn opgenomen in de kostenupdate? Antwoord: Op hoofdlijnen kunnen we uitleggen wat de verschillen tussen de kostenschatting en de kostenraming zijn. In de kostenschatting waren veel posten niet opgenomen. In de kostenraming zijn de oppervlaktes berekend de lengtes berekend en de aantallen geteld. Daarnaast zijn er eenheidsprijzen bepaald. Hierdoor benaderd de raming veel beter de werkelijkheid. Kostenstijgingen (inflatie) Niet opgenomen posten Posten onvoorzien en risico
☐6c.
20% 65 % 7%
560.000 2.175.000 347.500
Subsidieproces welzijn in de sociale basis 2024.
A.M. van Maanen(CDA Lokaal) Vraag 1: Kunt u aangeven wat de verschillen zijn tussen de oude deelverordening subsidie welzijn in de basis 2023 en nieuwe voor 2024? Graag een overzicht van de verschillen. Antwoord: De huidige deelverordening Welzijn voor alle leeftijden, wijkontmoetingscentra en cliëntondersteuning dateert van 2018. Omdat het welzijnswerk in de sociale basis wordt herzien, onder andere naar aanleiding van het Raadsakkoord 2022-2026 en het integraal beleidsplan sociaal domein 2022-2025 is de deelverordening Welzijn voor alle leeftijden geactualiseerd. In de gewijzigde deelverordening zijn de uitgangspunten van de Visie Sociaal Domein en het lntegraal beleidsplan sociaal domein opgenomen. 0ok zijn er nieuwe verantwoordings- en kwaliteitseisen opgenomen die bijdragen aan het beter in beeld krijgen van de sociale basis. Beoogd effect: Het doel is om de subsidiebudgetten die de gemeenteraad jaarlijks voor welzijn, de wijkontmoetingscentra en onafhankelijke cliëntondersteuning vaststelt, zo doelmatig en rechtmatig mogelijk in te zetten. Daarnaast is het beoogd effect om met deze subsidies bij te dragen aan het verwezenlijken van de visie en het beleidsplan sociaal domein. Vraag 2: De regietafel Welzijn is gestart.
Welke afspraken zijn gemaakt over de bevoegdheden van deze regietafel? Welke bevoegdheden heeft de gemeente en welke bevoegdheden hebben de deelnemender partijen? Hoe worden besluiten bij de regietafel Welzijn genomen als er geen overeenstemming is tussen de deelnemers aan de regietafel?
Antwoord: De Regietafel vervangt het huidige periodiek overleg tussen de welzijnsorganisaties en de gemeente. Om dit onderlinge overleg steviger neer te zetten heeft het de naam Regietafel gekregen. De Regietafel Welzijn bestaat uit de drie welzijnsorganisaties (Stichting Welzijn Nunspeet, Het Venster en Oranjehof) en de gemeente (ambtelijk) en heeft tot doel tot betere afstemming te laten komen en regie te houden over het welzijnswerk in de gemeente Nunspeet. De deelnemende partijen gaan aan de Regietafel met elkaar in gesprek over het welzijnsaanbod (subsidieaanvraag), de welzijnsbehoefte en monitoring lopende het jaar en de verantwoording/evaluatie na afloop van het jaar. We vragen de welzijnspartijen om welzijn in de sociale basis samen met de gemeente vorm te geven. De Regietafel werkt op basis van overeenstemming, de partijen nemen gezamenlijk besluiten. Indien er geen overeenstemming wordt bereikt, dan kan de kwestie aan de gemeente (bestuurlijk) worden voorgelegd. Ook kan de tafel advies geven aan het college over de ontwikkeling van welzijn in de sociale basis.
Vraag 3: Welke procedure wordt ‘verder gevolgd over de subsidiering 2024? Kunt u ons het bespreekstuk ‘Richting voor welzijn in de sociale basis’ toesturen? Bestaat er overeenstemming over de inhoud van dat stuk? En welke aanvullende afspraken zijn daarop bij de regietafel gemaakt? Antwoord: De ontvangen subsidieaanvragen worden beoordeeld en het college neemt een besluit tot subsidiering. Deze werkwijze is hetzelfde als voorgaande jaren. Het bespreekstuk ‘Richting voor welzijn in de sociale basis’ is een werkdocument en is als bijlage toegevoegd. De uitgangspunten van het document zijn door de partijen onderschreven, maar het is ook een startstuk. In de subsidieaanvraag 2024 en aan de Regietafel zullen we hier in co-creatie verder invulling aan geven. We zijn net gestart met de Regietafel, de afspraken waar we nu aan werken zijn: uniformiteit in de subsidieaanvraag en in de wijze van monitoren, spelregels Regietafel, het bespreken van de ontwikkelingen in de welzijnsbehoefte. Vraag 4: Kunnen alle vier de welzijnspartijen zich vinden in de afspraken over 2024? Kunnen alle vier partijen zich vinden in de door de gemeente gestuurde brief? Zo nee, over welke punten is er geen instemming? Antwoord: De vier partijen kunnen zich vinden in de geschetste lijnen voor 2024. De gemeente is met SPCJ Radix in gesprek om tot een zorgvuldige afronding te komen van hun welzijnswerk.
Ten aanzien van het vrijvallende subsidiebudget van SPCJ Radix voor 2024 is op de regietafel besproken hoe hier op basis van behoefte invulling aan gegeven kan worden. De drie welzijnsorganisaties komen hier niet samen uit en hebben de vraag bij het college teruggelegd om met een verdeling te komen. Vraag 5: U geeft aan dat de opzet is om de regietafel welzijn op termijn uit te breiden naar een Regietafel sociale basis. Op welke termijn denkt u aan uitbreiding en welke partijen worden daarbij betrokken? Antwoord: De gemeente wil dit in 2024 gaan uitbreiden, maar eerst willen we de Regietafel Welzijn goed opstarten. Hoe we gaan uitbreiden en welke partijen daar bij horen gaan we volgend jaar uitwerken.
Vraag 6: Welke afspraken zijn er bij de regietafel gemaakt over de samenwerking en overdracht van taken van SPCJ Radix naar Het Venster? Is daar tussen partijen overeenstemming over en welke rol speelt de gemeente daarbij? Antwoord: Zie antwoord vraag 4 en aanvullend op dit antwoord: SPCJ Radix is in gesprek met Het Venster om activiteiten en werkzaamheden over te laten nemen. Het gaat hierbij om een samenwerking tussen twee welzijnspartijen, waar de gemeente formeel geen rol heeft. Wel is de gemeente met beide partijen in gesprek vanuit onze rol en verantwoordelijkheid als subsidieverlener. Beide partijen hebben formeel nog niet aan de gemeente doorgegeven dat er taken worden overgedragen of dat er wordt samengewerkt. Vraag 7: U geeft aan dat de subsidiering op de inhoud volgt. Het CDA Lokaal kan zich daarin vinden. Het is van belang dat de welzijnsorganisaties het aanbod aan onze pluriforme samenleving zo goed mogelijk inrichten en daarin samenwerken. Onder inhoud verstaat u ‘behoefte aan welzijnswerk van onze (jeugdige) inwoner’. Op welke manier worden de ontwikkelingen binnen het CJG, de Hervormingsagenda Jeugd, normalisering, OKO en de gewenste rol van SWN en Het Venster/ SPCJ Radix bij de inhoud voor 2024 betrokken? Antwoord: Op de Regietafel zullen deze ontwikkelingen aan bod komen. Verder vindt op de werkvloer al intensieve samenwerking tussen de partijen plaats.
We zullen in 2024 nader met het CJG en ook het Straathoekwerk in gesprek gaan om de behoefte aan welzijnswerk te laten aansluiten bij het aanbod dat de welzijnsorganisaties leveren. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: In de deelverordening luidt artikel 5, eerste lid als volgt: Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de doelstelling zoals opgenomen in artikel 4 van deze deelverordening en waar nog niet op een andere wijze in wordt voorzien. De fractie van PvdA/GroenLinks heeft de volgende vraag: Is het voor de welzijnsorganisaties duidelijk wat wordt bedoeld met de woorden “waar nog niet op een andere wijze in wordt voorzien”? Antwoord: Ja, dat is duidelijk en ook besproken met de welzijnsinstellingen. Het gaat hier onder andere over ondersteuning en activiteiten die bijvoorbeeld vanuit de Wmo worden bekostigd. R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Ik lees ‘Keerzijde is dat dit ruime aanbod bij verschillende welzijnsorganisaties…’ Wordt hiermee bedoel dat de 3 welzijnspartijen een ruim en gevarieerd aanbod hebben aan welzijnsactiviteiten? Antwoord: Ja, dit sluit ook aan bij het Nunspeets verhaal dat er al een sterke sociale basis ligt in de gemeente.
Vraag 2: De regietafel vind ik nog wat vaag en lijkt voor meer bureaucratie te zorgen. Is het doel van de regietafel er om te kunnen inspelen op de actuele ontwikkelingen, of is er meer? Antwoord: De Regietafel is bedoeld om meer onderlinge afstemming te krijgen en beter te kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen. Zie ook antwoord vraag 2. Vraag 3: Ik lees ‘De gemeente wil (…) ondersteunen en flexibel zijn als de behoefte in de samenleving verandert. Wat voor gevolgen heeft dat voor de huidige werkwijze? Antwoord: We hebben geconstateerd dat er veel goed gaat in het Nunspeetse welzijnswerk. Om dit vast te houden zullen welzijnsorganisaties en de gemeente de ontwikkelingen goed moeten volgen en daarop inspelen als er een nieuwe behoefte ontstaat. Welke gevolgen dat zullen zijn is op voorhand niet te zeggen. Vraag 4: In hoeverre ziet het college voor zich dat de welzijnsorganisaties in basis een goed programma voor welzijnsactiviteiten organiseren, waarbij een klein gedeelte van het hele budget als flexibel (hand) geld op de regietafel ligt, waarbij dit stukje geld zorgt voor het inspelen op de actuele ontwikkelingen. Door structureel het welzijnswerk goed te ondersteunen kunnen zij ook een goede bedrijfsvoering voeren. Antwoord: Dat is ook de wijze hoe het college dit voor zich ziet.
Welzijnsorganisaties kunnen binnen het structurele welzijnsbudget hun medewerkers flexibel inzetten op om daarmee in te spelen op actuele ontwikkelingen. Daarnaast heeft de gemeente incidentele middelen beschikbaar gesteld, zoals de SPUKgelden van het GALA-programma, waarmee ook extra ingespeeld kan worden op actuele ontwikkelingen.
☐6d. Actualisatie inkoopbeleid. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: Besloten is om de voorgestelde drempelbedragen voor enkelvoudige onderhandse aanbestedingen met 10% te verhogen. Waarom is voor 10% gekozen? Antwoord: Mee is gewogen dat binnen alle verschillende categorieën de prijzen fors zijn gestegen. Er is ook gekeken naar de indexatie van de Europese drempelbedragen in de loop van de betreffende jaren. (Deze indexatie voor leveringen en diensten is gegaan van 200K naar nu 215K.) Tot slot is er ook rekening houdend met de (on)mogelijkheden die er zijn binnen de Aanbestedingswet. J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1: Social return: ik begrijp uit het inkoopbeleid dat social return wordt geactiveerd.
• •
Onder wel kopje staat dit op de balans? Maakt social return ook deel uit van de solvabiliteit en het weerstandsvermogen?
Antwoord: Social Return wordt niet geactiveerd. Het maakt dus ook geen deel uit van de solvabiliteit en het weerstandsvermogen. Vraag 2: Kunnen er enkele representatieve voorbeelden worden genoemd van social return, toegepast door de gemeente Nunspeet? Antwoord: - Onze groenaannemers zetten mensen in met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze zijn veelal PSOgecertificeerd (Prestatieladder Socialer Ondernemen). - De leverancier voor onze Wmo trapliften (Otolift) gaat vrijdag 17 november vanuit de SROI verplichting een traplift plaatsen bij een maatschappelijke instelling binnen de gemeente Nunspeet; het Dorpshuis Vierhouten; - Inzet van personeel op verschillende contracten, bijvoorbeeld; Vanuit de Participatie-wet > 2 jaar + statushouder (BAM Infra, stationsomgeving) BOL-stage (Antea, Wiltsangh) - De aannemer die door ProRail is gecontracteerd bij de stationsomgeving, Van Hattum en Blankevoort (VHB), is onlangs in het gemeentehuis op bezoek geweest om te bespreken op welke wijze SROI binnen dit contract vormgegeven kan worden. VHB gaat een plan van aanpak opstellen waarbij ze rekening willen houden met zoveel mogelijk meerwaarde voor de gemeente Nunspeet. Denk aan bezoek van scholen, maatschappelijke activiteiten en inzet van mensen voor bepaalde functies. - Daar waar mogelijk zet de gemeente Nunspeet opdrachten uit bij de Inclusief Groep.
Het is nog geen totaal overzicht, maar het zijn zoals gevraagd een aantal representatieve voorbeelden. Vraag 3: In 5.3 van het inkoopbeleid wordt geschreven over het doorleggen van verantwoording i.r.t inkoopen aanbestedingsbeleid. In wat voor gevallen is dit recentelijk gebeurd? Antwoord: Dit heeft recentelijk niet plaatsgevonden. K. Koers (Gemeentebelang) Vraag 1: Hoe gaat de gemeente de invulling van social return meten? Antwoord: Vanaf 2022 maakt de gemeente Nunspeet gebruik van het Expertisepunt Social Return (ESR) in Zwolle. Het ESR maakt onderdeel uit van het Werkbedrijf Regio Zwolle. Onze opdrachtnemers worden, nadat de overeenkomst is getekend, gekoppeld aan het ESR. Soms wordt tijdens de aanbesteding al exact afgesproken hoe SROI ingevuld gaat worden. In de andere gevallen wordt er tijdens de aanbesteding alleen een percentage overeengekomen. Dan wordt er met het ESR een definitief plan van aanpak gemaakt. De afspraken worden allemaal vastgelegd in een hiervoor bestemde applicatie, WIZZR. De invulling, dus de realisatie, van SROI wordt ook vastgelegd in deze WIZZR. Hiervoor zijn er
periodiek gesprekken tussen ESR en opdrachtnemers of, indien wenselijk, komt SROI ook ter sprake tijdens gesprekken tussen de contractmanagers bij de gemeente Nunspeet en de opdrachtnemers. Vraag 2: Is het met opstellen van dit nieuwe inkoop beleid ook gekeken in hoeverre dit proces efficiënter zou kunnen werken? Antwoord: Dit proces is, zoals u kunt lezen in de beantwoording van vraag 1, redelijk recent opnieuw ingericht. Vanuit de gemeente Nunspeet zitten de beleidsmedewerkers van team Samenleving en de inkoopcoordinatoren met grote regelmaat met het ESR om de tafel om dit proces te bespreken en te bewaken.
☐6e. Herijking verordeningen minima en individuele inkomenstoeslag (IIT) 2024. Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6f.
Derde kwartaalrapportage 2023.
J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1: De indicator Meldingen/klachten dienstverlening, tel 1186 "aantal" in Q3 2023. Zijn dit 1186 klachten/meldingen? Hoeveel hiervan zijn klachten en hoeveel meldingen? Antwoord: Dit zijn de meldingen/klachten die vanuit inwoners via de melddesk aangeleverd worden. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen een klacht of melding. Een losse stoeptegel kan zowel gezien worden als een melding als een klacht. Om die reden is het als meldingen/klachten in de KPI opgenomen. Vraag 2: Wat betreft de posten "uitkering wet inburgering" en "onderwijsroute asielhouders" word er minder uitgekeerd vanuit het rijk, en wordt er ook minder begroot aan lasten. Worden hier dan ook concreet minder dan wel goedkopere activieteiten voor uitgevoerd? Antwoord: De met onderwijsroute gemoeide gelden waren eind 2022 ontvangen. Hierop is niets uitgegeven, dus vandaar dat het ministerie deze terug vorderde. Dit geldt ook voor inburgering 2022 waarvoor meer was ontvangen als verantwoord in 2022 met daarbij ook een verrekening in 2023. Dit alles deels als gevolg van de achterstand in de taakstelling. De begeleiding rondom inburgering vindt nog wel plaats, maar op een later moment. Deze kosten worden dan ook met een latere SPUK (2023) verantwoord. Vraag 3: De posten BUIG budget, en WSS/ beschutwerk worden allebei verhoogd, gezamenlijk een half miljoen inkomsten.
Is dit beeld ook zo bij omliggende gemeenten, en wat betekent dit voor de situatie bij de inclusief groep?
Antwoord: De BUIG uitkering is geen onderdeel van de uitkering Gemeentefonds (Algemene uitkering). Ten opzichte van de voorlopige specifieke uitkering BUIG ( Algemene bijstand, IOAZ, IOAW en Bbz) 2023 en de definitieve uitkering is deze macro ruim 643 miljoen extra gestegen. Dit betekent dan ook dat omliggende gemeenten waarschijnlijk een hogere uitkering hebben ontvangen. Deze uitkering houdt geen verband met de Inclusiefgroep. Voor de WSW wordt via de uitkering Gemeentefonds een deel geoormerkt als integratie uitkering voor de uitvoering van de WSW en Beschut werken. Een verhoging van dit deel van de uitkering (a.g.v. loon-, prijsontwikkeling) zal ook bij de buurgemeenten van toepassing zijn. Overigens worden deze middelen al een op een doorbetaald aan de Inclusiefgroep. K. Koers (Gemeentebelang) Vraag: Hoe komt het dat de (structurele) kosten voor dierenopvang zo zijn gestegen? Antwoord: Dierenasiel De Ark in Harderwijk verzorgt al jarenlang voor de gemeente de opvang van zwerfdieren. De Ark heeft in augustus 2022 aangegeven dat het tarief per inwoner zoals opgenomen in de overeenkomst onvoldoende is om in 2023 dienstverlening voort te kunnen zetten. De Ark geeft aan dat het tarief € 1,40 per inwoner niet volstaat omdat hiermee de ambulancedienst niet kan worden uitgevoerd en de gestegen kosten door inflatie (12%). Met een tarief € 1,65 is dit wel mogelijk.
Als het tarief € 1,40 bleef zou het contract per 1 januari 2023 worden beëindigd door de Ark. De colleges van de deelnemende gemeenten hebben eind vorig jaar ingestemd met het toevoegen van een addendum aan de overeenkomst met de Ark.