AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 9 maart 2023
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 9 maart 2023. ☐3.
Rondvraag.
J. van den Hoorn (SGP) Naar aanleiding van de mededelingenbrief van 10 februari 2023 van wethouder Van de Bunte over de gunning van het werk van de spoortunnels door ProRail hebben wij de volgende vragen: Vraag 1: Hoe verhoudt de aanbesteding zich tot het budget? Antwoord: Door de projectorganisatie van ProRail is vastgesteld dat er sprake is van een winnende aanbieding die valt binnen de voor het werk vooraf geraamde bandbreedte. Aangezien de financiële dekking van het project is afgestemd op deze bandbreedte valt de aanbesteding binnen de door de raad gestelde budget. Vraag 2: Is het college het eens dat bij een belangrijke stap als deze een actualisatie van de geraamde projectkosten verstandig is? Antwoord: Het college houdt vooralsnog de projectwaarde aan die we met elkaar hebben afgesproken en zullen dit gedurende het project waar nodig bijstellen. Vraag 3: Zijn uitvoeringsrisico's zoals toekomstige vertraging, bouwfouten etc. ook meegenomen in de geraamde projectkosten? Antwoord: De genoemde risico’s zijn meegenomen in de geraamde projectkosten. ☐6a.
Startnotitie Bestaanszekerheid en Schulden gemeente Nunspeet 2023.
P.A. van de Steeg (ChristenUnie) Vraag 1: Hoeveel inwoners zijn betrokken geweest bij de opstelling van de startnotitie? Antwoord: Inwoners zijn betrokken geweest via de cliëntervaringsonderzoeken schuldhulpverlening (15 respondenten, kwalitatief onderzoek) en minimaregelingen (143 respondenten, kwantitatief onderzoek) en via vertegenwoordiging door de adviesraad. Daarnaast zijn er enkele gesprekken geweest met verschillende inwoners: (ex-)ondernemers, statushouders, werkenden en bijstandsgerechtigden. De input uit deze gesprekken wordt meegenomen in het uitvoeringsplan. Vraag 2: Op alle onderdelen is een stijging in gebruik te zien, bij de collectieve zorgverzekering is echter sprake van een daling. Is hiervoor een verklaring te geven en zo ja, wat is deze verklaring?
Antwoord: Een aanvullende zorgverzekering is voor veel inwoners een relatief hoge kostenpost. Ondanks dat de collectieve zorgverzekering goedkoper is dan een reguliere zorgverzekering, is dit voor veel inwoners nog steeds een hoge kostenpost. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het gebruik van de collectieve zorgverzekering geen doel op zich is, omdat mensen met lage zorgkosten beter af zijn met alleen een basisverzekering. Omdat financiën geen reden mogen zijn om niet goed verzekerd te zijn, is reeds besloten per 1 januari 2023 de gemeentelijke maandelijkse bijdrage in de collectieve zorgverzekering te verhogen, waardoor deze betaalbaarder is geworden. Ook is er een ‘lichtere’ collectieve zorgpolis toegevoegd, waardoor inwoners makkelijker een zorgverzekering kunnen afsluiten die passend is bij hun zorgbehoefte en zich dus niet hoeven over te verzekeren. Er bestaat geen collectieve zorgverzekering voor alleen een basisverzekering. De collectieve verzekering heeft altijd een aanvullende en tandartsverzekering. Vraag 3: Cijfers zijn heel algemeen en afgeleid van landelijke cijfers. Het is mogelijk om bijvoorbeeld het NIBUD vragen om een specifieker beeld te krijgen van armoede in de gemeente, zodat we beleid nog gerichter kunnen inzetten. Hoe staat het college hier tegenover? Antwoord: Het NIBUD baseert zich doorgaans (o.a.) op cijfers van het CBS.
De kerncijfers in de startnotitie zijn gebaseerd op de meest recente beschikbare cijfers van het CBS. Daarbij gebruiken we lokale data over het gebruik van de inkomensondersteunende regelingen. Het college is van mening dat dit voldoende is om effectief beleid te kunnen voeren. Vraag 4: Er zijn in het plan in het geheel geen maatschappelijke effecten, doelen en resultaten benoemd. Hoe gaan we straks als raad sturen en monitoren en weten we in hoeverre de ingezette interventies al dan niet geslaagd zijn? In hoeverre komt dit aspect terug in het uitvoeringsplan? Antwoord: Op pagina 2 van de startnotitie zijn de doelstellingen beschreven. Deze sluiten aan bij de doelstellingen zoals deze zijn geformuleerd in het integrale Beleidsplan Sociaal Domein. Het beleid wordt gemonitord aan de hand van de door de raad vastgestelde KPI’s. De toepasselijke KPI’s worden meegenomen in het raadsvoorstel van het uitvoeringsplan. Vraag 5: Op welke manier krijgt ‘kortdurende bestaansonzekerheid’ een plek? Antwoord: We kiezen voor een integrale aanpak voor bestaanszekerheid. Ook inwoners die tijdelijk met financiele problemen of een tijdelijke inkomensterugval te maken krijgen moeten passende ondersteuning krijgen wanneer dit nodig is. Vraag 6: In hoeverre zijn er mogelijkheden om de lokale cijfers scherper te krijgen? Bijvoorbeeld voor de groep kleine ondernemers of inwoners in loondienst.
Antwoord: De gemeente beschikt niet over gegevens over welke huishoudens financieel kwetsbare ondernemers of werknemers betreffen. Deze gegevens zijn ook niet via andere kanalen te verkrijgen.
Vraag 7: In de raadsvergadering van januari 2023 hebben we het college vragen gesteld over kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dit thema hangt nauw samen met armoedebeleid en bestaanszekerheid. Het college heeft destijds toegezegd dit te agenderen in de commissie M&M. Wanneer kunnen we dit verwachten? Antwoord: Wethouder Stoffer is hier schriftelijk op teruggekomen in de mededelingenbrief aan de commissie Maatschappij en Middelen van maart 2023. Vraag 8: Op basis waarvan is gekozen voor samenwerking met de gemeente Zwolle voor uitvoering van trajecten voor schuldhulpverlening? Betekent dit dat inwoners met schulden naar Zwolle moeten reizen voor ondersteuning? Of komen de medewerkers van de gemeente Zwolle naar Nunspeet om passende ondersteuning te leveren? Antwoord: Er is gekozen voor een samenwerking met de gemeente Zwolle voor de schuldhulpverlening, omdat Zwolle de capaciteit en de expertise heeft om de trajecten uit te voeren. Nunspeet brengt de situatie van de inwoner in kaart om maatwerk te leveren en begeleidt de inwoners gedurende het traject om het persoonlijke contact te onderhouden. De inwoner reist een of twee keer tijdens het traject naar de gemeente Zwolle. De consulent schuldhulpverlening van Nunspeet is regievoerder en daarmee het aanspreekpunt voor de inwoner.
Vraag 9: Bij de landelijke ontwikkelingen wordt verwezen naar vroegsignalering en invoering van een ‘pauzeknop’ voor schulden. Wat doet onze gemeente met deze ontwikkelingen? Antwoord: De landelijke ontwikkelingen rondom de vroegsignalering en de ‘pauzeknop’ voor schulden worden in de gaten gehouden. Voor de uitbreiding van de signaalpartners binnen de vroegsignalering is een wettelijke grondslag nodig om de signalen met de gemeente te delen. Voor de ‘pauzeknop’ dient landelijk draagvlak gevonden te worden om effectief te werken. Om schuldenrust te creëren voor de inwoner door middel van de pauzeknop moet elke schuldeiser akkoord gaan. Daarnaast moet worden bepaald hoe lang de pauzeknop ingedrukt kan worden, omdat schuldeisers in deze periode wachten op hun inkomsten. Het thema schuldenrust zal in afwachting van de ‘pauzeknop’ opgenomen worden in het uitvoeringsplan. R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Kan het beleidsplan schuldhulpverlening 2019-2022 en de nota bestaanszekerheid 2019-2022 toegevoegd worden als bijlage, of naar de commissieleden worden gestuurd? Antwoord: (Griffie) Deze stukken zijn inmiddels toegevoegd aan de vergaderstukken. Vraag 2: Ik ga ervan uit dat zowel de nota als het beleidsplan is geëvalueerd. Ik lees op pag. 5 wel over de evaluatie van het minimabeleid van 2019. Maar niet van de andere beide stukken.
Zijn deze geëvalueerd en kan de evaluatie gedeeld worden met de commissie?
Antwoord: Het onderdeel van de evaluatie van het minimabeleid betreft de nota bestaanszekerheid. De ontwikkelingen uit het beleidsplan schuldhulpverlening (de integrale toegang schuldhulpverlening) zijn tussentijds (december 2021) geëvalueerd. Deze evaluatie is meegenomen bij de doorontwikkeling en het opstellen van de startnotitie en straks het uitvoeringsplan. Vraag 3: Ik lees over input van diverse stakeholders. Ik ga ervan uit dat hierbij zowel goede zaken als verbeterpunten uitgekomen zijn. Kan deze input met de commissie gedeeld worden? Antwoord: De input van de diverse stakeholders is gebundeld en is samengekomen in de startnotitie. Een deel wordt meegenomen en komt tot uiting in de actielijnen van het uitvoeringsplan. De startnotitie en het uitvoeringsplan worden aan de commissie en de raad voorgelegd. Vraag 4: Komt er bij de bespreking van het uitvoeringsplan op 11 mei ook een financiële onderbouwing? Antwoord: Ja. Vraag 5: Kerncijfers: Tabel 2: over hoeveel unieke gebruikers spreken we? Volgens landelijke cijfers zouden we op 760 huishoudens komen. In het overzicht is te zien dat we daar lang niet aan komen.
Hebben we alle huishoudens niet in beeld? Of zijn er in Nunspeet significant minder huishoudens die onder de armoedegrens zitten? Antwoord: Dit heeft verschillende redenen: in een aantal gevallen willen inwoners geen gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen, terwijl een ander deel onvoldoende op de hoogte is van de bestaande regelingen. Hier ligt dus een opdracht om ervoor te zorgen dat onbekendheid van de regelingen zoveel mogelijk wordt beperkt. Het aantal van 760 blijft een schatting op basis van landelijke cijfers. Het bereik van de regelingen wijkt niet significant af van vergelijkbare gemeenten. Wel zien we dat we met de energietoeslag een hoger bereik hebben dan de 760 geschatte huishoudens. We vermoeden dat dit ermee te maken heeft dat financiële ondersteuning door stijgende energielasten veel meer als maatschappelijk probleem wordt ervaren. Iedereen heeft er last van. Voor bijvoorbeeld een bijdrage sport en cultuur ligt dat anders, het is veel moeilijker om aan te geven dat je sport met behulp van een bijdrage uit de gemeente. Doordat de energietoeslag veel is gebruikt, biedt dit gemeente wel een kans om deze doelgroep verder te bereiken. Vraag 6: Van ons mag de verankering met OKO nog wel wat steviger in de uitvoering. Met name ook het betrekken van het maatschappelijk speelveld bij o.a. het signaleren.
Hierbij kunnen verenigingen, scholen en kerken en (nog) belangrijkere rol spelen. Antwoord: Het college onderschrijft het belang van de verankering met OKO. De ontwikkeling van OKO staat momenteel nog in de kinderschoenen, vandaar dat het nog lastig aan te geven is hoe de verankering exact uitgevoerd zal worden in de praktijk. Dit zal daarom worden uitgewerkt en geconcretiseerd in het projectplan OKO.
M.J. Juffer (Gemeentebelang) Vraag 1: Het is bekend dat ‘schuld als verdienmodel’ helaas nog steeds actueel is. Met Vroegsignalering is hier met een aantal grote, landelijke partijen al een grote stap in de goede richting gezet. Tegelijk is ook bekend dat de belastingdienst en de toeslagenaffaire nog steeds voor heel veel stress zorgt bij betrokkenen. Hoe kijkt de gemeente hier naar en welke invloed kan de gemeente hier op uitoefenen? Antwoord: De gemeente ondersteunt inwoners die zich als (mogelijk) gedupeerde hebben gemeld bij de Belastingdienst op de gebieden werk, wonen, zorg, gezin en financiën. Hierbij blijft de Belastingdienst wel verantwoordelijk voor de financiële afwikkeling van de problematiek. Bij de hulp die de gemeente biedt valt te denken aan financieren psychische hulp, gebruiksgoederen, opleidingen, of reiskostenvergoeding zodat kinderen hun ouders weer kunnen bezoeken om zo het gezinsleven te herstellen. De hulp is zeer breed en is afhankelijk van wat de inwoner nodig heeft. De schulden van inwoners die zich bij de gemeente hebben gemeld worden direct bevroren. Zodra iemand definitief door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde worden de gemeentelijke schulden volledig kwijtgescholden.
Door de gemeentelijke hulpverlening wordt geprobeerd stress te verminderen en wordt geprobeerd de inwoner zodanig te ondersteunen dat hij zijn leven weer op een goede manier kan oppakken. Vraag 2: Wordt echt alles op pauze gezet zodra op de pauzeknop gedrukt wordt? Het lanceren van een eenvoudige versie van de pauzeknop. Is dat een initiatief vanuit het Rijk of is dat gemeentelijk beleid? Antwoord: Wanneer er op de pauzeknop is gedrukt worden de schulden van de inwoner tijdelijk gepauzeerd. Schuldeisers krijgen door het indrukken van de knop het signaal dat er een hulpverleningstraject wordt gestart en stoppen vervolgens de invordering. De inwoner krijgt dan geen betalingsherinneringen meer, deurwaarders komen niet op bezoek en de schulden kunnen niet verder oplopen. Er wordt zo schuldenrust gecreëerd bij de inwoner. Het lanceren van een eenvoudige versie van de pauzeknop is een landelijk initiatief. Vraag 3: In het item KOTA (blz. 8) staat het woord Vrijblijvend. Vrijblijvend voor wie? Antwoord: De hulpverlening is vrijblijvend voor de inwoner. De inwoner hoeft de hulp van de gemeente dus niet te accepteren. Dit is een wettelijke bepaling. De gemeente benadert wel iedere inwoner die zich als mogelijke gedupeerde heeft gemeld bij de Belastingdienst met het hulpaanbod. ☐6b.
Afsprakenkader Kapitaalbehoefte Regionale Netwerkbedrijven.
J. van den Hoorn (SGP) Inleidende opmerking: In de brief aan aandeelhouders wordt het een reële mogelijkheid genoemd dat de staat ook in bijvoorbeeld Alliander een deelname doet. Het college zegt in haar evaluatie: Geen financieel effect: Het afsprakenkader heeft geen directe (financiële) consequenties voor de gemeente. Dit geldt pas bij toetreding door de staat.
Vraag 1: Is het college zich ervan bewust dat nú het moment van beïnvloeding van mogelijke financiële effecten is, aangezien het afsprakenkader nu wordt vastgesteld? Antwoord: Het college is zich bewust van het feit dat nu het moment is van beïnvloeding. De netwerkbedrijven zijn een essentieel onderdeel van de Nederlandse energie infrastructuur. De netwerkbedrijven dragen sinds lange tijd, ondersteund door hun aandeelhouders (provincies en gemeenten), zorg voor de realisatie van de publieke belangen van een veilig betrouwbaar toegankelijk en betaalbaar (regionaal) energienetwerk. Om die reden is bij wet vastgelegd dat de aandelen van netwerkbedrijven direct of indirect publiek worden gehouden. De netwerkbedrijven zijn op grond van wet- en regelgeving verplicht de energienetwerken te beheren en daarin te investeren. Op de lange termijn verdienen de netwerkbedrijven een rendement via de nettarieven. Op korte termijn moeten zij de investeringen voorfinancieren en hebben zij een financieringsbehoefte (mede naar aanleiding van de klimaatdoelstellingen). De Staat vindt dat de netwerkbedrijven zich moeten inspannen om de kapitaalbehoefte zoveel mogelijk te reduceren.
Als dit wordt gerealiseerd én de invulling van de kapitaalbehoefte door huidige en nieuwe aandeelhouders is gemaximaliseerd, wordt een kapitaalstorting door de staat gezien als een nader uit te werken onderdeel van een oplossing voor kapitaalbehoefte. Aandeelhouderschap van de staat wordt als uiterste middel gezien. Vraag 2: Met betrekking tot eventuele verwatering van het dividend: Hoe gaat de gemeente zekerstellen dat de staat een marktconforme prijs betaalt voor eventueel uit te geven aandelen? Antwoord: Het college is van mening dat zij als klein aandeelhouder moet aansluiten bij de inspanningen die grootaandeelhouders zullen doen om een marktconforme prijs te krijgen voor eventueel uit te geven aandelen. Daarnaast zijn in het afsprakenkader regels opgenomen over wat de voorwaarden zijn bij toetreding van de Staat (zie hoofdstuk 5 Voorwaarden voor toetreding). Vraag 3: Kan hierin worden opgetrokken met andere aandeelhouders en /of buurgemeenten? Antwoord: Er wordt opgetrokken met andere aandeelhouders. De gemeente Nunspeet is aangesloten bij het Nuval-platform. Dit platform behartigt de belangen van de aandeelhouders in Nuon/Alliander en Vitens. Meer dan dertig gemeenten zijn vertegenwoordigd in het platform. De aandeelhouders delen kennis met elkaar en kunnen hierdoor samen meer druk uitoefenen op de netwerkbedrijven.
Informeel is het beeld dat alle grootaandeelhouders de noodzaak van (toekomstige) participatie van de Staat onderschrijven. Het opgestelde Afsprakenkader wordt beschouwd als een noodzakelijke eerste stap en lijkt daarmee op breed draagvlak te kunnen rekenen. Er heeft over dit onderwerp geen afstemming plaatsgevonden met buurgemeenten Vraag 4: Het duurt zeker 3 kalenderjaren voordat een aanvraag van Alliander resulteert in een staatsdeelneming. Is de financieringsbehoefte van Alliander op middellange termijn (3-5 jaar) duidelijk, en zijn Nunspeetse investeringsbehoeften hierin meegenomen? Antwoord:
Op dit moment is bij de gemeente niet bekend wat de (aanvullende) financieringsbehoefte van Alliander is voor de korte en middellange termijn. Overigens participeert Nunspeet sinds 2021 in een obligatielening door aandeelhouders aan Alliander. Het gaat hierbij om een verstrekte lening van ca. € 1.488.000,-. Vraag 5: Wat is het effect op de gemeentebegroting in een realistisch deelnemingsscenario? Antwoord: Dit effect is op dit moment niet in te schatten. Door uitgifte van extra aandelen zal de uitkering per aandeel (zgn. ‘verwatering’) lager worden. Om dit in het Nunspeetse perspectief te plaatsen: Nunspeet heeft over boekjaar 2021 een dividend Alliander van € 212.000,- ontvangen. Bij verwatering zal deze uitkering naar beneden gaan. De uitkering is daarnaast afhankelijk van de gebruikelijke factoren (winst, uitkeringspercentage, etc.).