AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 7 oktober 2021
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 7 oktober 2021. ☐3.
Rondvraag.
R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Ik mis in de discussie rondom de GGD het punt overheadkosten. Alhoewel het over beleid gaat, vinden we dat dit ook op het netvlies moet blijven. Kan de wethouder hier iets over zeggen? Antwoord: De takendiscussie omtrent de GGD spitst zich op dit moment toe op benodigde robuustheid van de organisatie. Daar spelen overheadkosten een belangrijke rol in. Juist omdat de GGD een kleinere organisatie is (in vergelijking met andere GGD-en), maakt overhead op dit moment een relatief groter gedeelte van de kosten uit. Om de GGD daarin minder kwetsbaar te laten zijn (denk bijv. ook aan informatieveiligheid) wordt op dit moment gezocht naar samenwerkingsmogelijkheden met de Veiligheidsregio en ook andere GGD-en. De uitkomsten van deze verkenning maken deel uit van de besluitvorming die op 18 november zal volgen. Opmerking: Daarnaast zetten we een streep onder het document wat opgesteld is door Putten. Vooral onder: Vraaggestuurd werken. Vraag 2: Wanneer komt de evaluatie van het inkoopproces Wmo wat nu wordt overgedaan? Antwoord: In het Bestuursuur van 30 september 2021 hebben de wethouders het volgende afgesproken: De evaluatie van het inkoopproces Wmo wordt naar achteren geschoven, de huidige inkoopprocedure voor begeleiding groep mag de evaluatie niet in de weg zitten. De evaluatie van het inkoopproces Wmo en Jeugd wordt gezamenlijk opgepakt.
Focus vooral op de ‘lessons learned’/aandachtspunten. In de raden tweede of derde kwartaal 2022. ☐6a.
Technische behandeling Programmabegroting 2022-2025.
M.A. Mol (Gemeentebelang) Vraag 1: Wij hebben in de perspectievennota en in de commissie van september aangekaart dat Gemeentebelang een betere sturing op inhuur wenselijk vindt en graag daarover wil meedenken. Toegezegd is dat het college met een raadsdelegatie in gesprek gaat om dit onderwerp te bespreken. 1. Staat deze toezegging nog? 2. Op welke termijn zal deze worden ingevuld? 3. Kan deze toezegging opgenomen worden in de beleidsagenda M&M? Antwoord: 1. Ja. 2. Dit verzoek is naar aanleiding van de commissie vergadering in September in het college besproken en het college wil dit onderwerp koppelen aan de reeds eerder toegezegde presentie in de commissie AB over de organisatie ontwikkeling en dienstverlening, welke gepland is voor januari 2022. 3. Zie antwoord 2. Vraag 2: Wij hebben in de perspectievennota aangekaart dat Gemeentebelang een betere sturing op de reserves en voorzieningen wenselijk vindt en graag daarover wil meedenken. Toegezegd is dat het college met een raadsdelegatie in gesprek gaat om dit onderwerp te bespreken. 1. Staat deze toezegging nog? 2. Op welke termijn zal deze worden ingevuld?
3. Kan deze toezegging opgenomen worden in de beleidsagenda M&M? Antwoord: 1. Ja. 2. De afspraak is nog niet gepland, maar het voorstel om dat dit najaar te doen, staat nog steeds om de Reserves en Voorzieningen nogmaals door te nemen. Zoals ook aangegeven zullen eventuele aanpassingen pas geeffectueerd worden bij de eerstvolgende vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen en uiteraard bij voldoende draagvlak in de Raad. Via de griffie zal een uitnodiging voor deze bijeenkomst binnenkort verzonden worden. 3. Zie antwoord 2. Vraag 3: Er wordt gesproken van herschikken van de BOA-capaciteit. Wij gaan ervan uit dat dit ten goede gaat komen van de inzet in de wijk: 1. Is deze aanname terecht? 2. Kan het college aangeven hoe deze herschikking globaal vorm gaat krijgen? 3. Wat zullen concreet de kwantitatieve doelstellingen zijn? Antwoord: 1. Ja. 2. Door herverdeling van taken en uitbreiding van het aantal uren zal er tijd beschikbaar zijn voor extra inzet op straat. 3. De speerpunten het handhaving uitvoeringsprogramma zullen ter peiling aan de commissie algemeen bestuur worden voorgelegd. Vraag 4: Er wordt in de begroting geen aandacht meer besteed aan het toegezegde evenemententerrein. 1. Op welke wijze denkt het college deze toezegging aan Gemeentebelang alsnog in te gaan vullen? 2.
Waarom is ervoor gekozen nog geen reservering op te nemen in de begroting? Antwoord: 1. Volgtijdelijk aan het vast te stellen evenementenbeleid wordt een onderzoek opgestart naar een eventueel evenemententerrein. 2. De lijn binnen de gemeente is eerst een plan dan geld. Vraag 5: De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via dit fonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2023 anders verdeeld. We weten dus niet welke gevolgen dit gaat hebben op de begroting vanaf 2023. Is bekend welke effecten deze herijking gemeentefonds heeft voor Nunspeet? Antwoord: Afgelopen juli/augustus zijn de herverdeelsleutels berekend op basis van 2019. Deze waren tot dan toe gebaseerd op de uitgangspunten van 2017. Vooralsnog ziet het er met de nodige kanttekeningen en voorbehouden voor Nunspeet nog steeds licht positief uit. Vraag 6: In de begroting staat een onderzoek naar de realisering van de uitbreiding van de schaapskooi aangekondigd. Wat is de status ervan? Antwoord: Het onderzoek kan pas opgestart worden op het moment dat de gemeenteraad de begroting vaststelt en de middelen beschikbaar zijn gesteld. A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag: Hoe ziet het besluitvormingsproces voor de afvalinzameling er uit?
Antwoord: Deze vraag hoort eigenlijk thuis in de commissie R&W, maar na goedkeuring van de begroting 2022 zal dit opgepakt worden in de eerste helft van 2022. ☐6b. Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief wethouder). Er zijn over dit agendapunt geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6c.
Notitie overlastnetwerk jeugd.
J.M. Elskamp (ChristenUnie) Opmerking: Op pagina 2 staat dat Het Veiligheidsplan aangeeft dat er een ruimte moet zijn voor de jeugd om elkaar te ontmoeten. Op de informatieve raadsbijeenkomst over participatie werd een casus besproken over een plek voor de jongeren. Na een jaar van zoeken is er nog geen plek gevonden. Van straathoekwerk hebben we begrepen dat de vraag om een plek voor de jeugd al op 20 november 2020 is neergelegd bij de gemeente. Tot op heden is er geen plek gevonden. Voor processen rondom overlast duurt dat te lang. Vraag 1: Op welke termijn wordt dit probleem opgelost en wordt er een ruimte toegewezen aan de jongeren? Antwoord: College krijgt in oktober 2021 locatievoorstel met toelichting. Met in achtneming van termijnen voor procedures ten aanzien van omgeving en levertijd van materiaal, is de verwachting dat JOP 1e kwartaal van 2022 is gerealiseerd. Vraag 2: Wat zijn de redenen dat dit proces zo traag is verlopen? Antwoord: Meerdere redenen liggen hier aan ten grondslag: lastig om geschikte locaties te vinden op basis van “not in my backyard”; voortdurend wijzigende corona-maatregelen (avondklok) en bijbehorende inzet vanuit OOV op aanpak en beheersing coronacrisis; moeite om met jongeren hierover goed in contact te komen / blijven; er was geen budget voor een extra / nieuwe locatie van een JOP.
Vraag 3: Is het een optie om altijd 2/3 ruimtes (buiten) achter de hand te hebben, voor het geval ergens overlast ontstaat? Zodat snel geschakeld kan worden? Antwoord: Wenselijk, maar vergunningtechnisch en praktisch bijna onmogelijk. Eén vaste locatie op een plek met nauwelijks maatschappelijke onrust zou al een belangrijke vooruitgang betekenen. Vraag 4: Uit het jongerenonderzoek blijkt dat er ook behoefte is aan een toegankelijk inloopcentrum. Wordt er gezocht naar een geschikte locatie voor zo’n inloopcentrum? Antwoord: Met de bestaande locaties bij de welzijnsorganisaties zal hier het gesprek over worden gevoerd. Vraag 5: Is het college bekend met Talenthouse in Harderwijk? Zou zo’n inloopcentrum ook gerealiseerd kunnen worden in Nunspeet?
Antwoord: Ja, dat is bekend. Ook dat is onderwerp van gesprek met onze welzijnsorganisaties. Opmerking: Op pagina 9 staat dat JJW bij fase 3 niet aanwezig is i.v.m. de AVG. Onder JJW valt ook CJG en Jeugdzorg. Vraag 6: Is er geen mogelijkheid om het CJG toch te betrekken in het plan van aanpak? Het lijkt ons dat als ouders toestemming geven een brede aanpak meer resultaat zal opleveren. Antwoord: Er worden nadrukkelijk routes gezocht om CJG en ouders te betrekken. Soms lukt dat wel door integrale en gefaseerde aanpak, maar er blijven situaties waarin we op basis van vrijwilligheid niet met hen in contact of tot samenwerking komt. Dat is afgelopen jaren vanuit de praktijk gebleken. M.J. Juffer (Gemeentebelang) Opmerkingen: Vanuit de stukken kunnen wij opmaken dat er vanuit de gemeente een actief overlastnetwerk is. Diverse partijen nemen hier deel aan. Wat kan dan de verklaring zijn dat er in 2 jaar tijd sprake is van een vermeerdering van 40% overlast? Geen verwijt, gewoon nieuwsgierigheid. Vraag 1: Kan concreet aangegeven worden wat de inzet en interventies zijn vanuit Tactus verslavingszorg? Antwoord: Tactus heeft geen preventieve rol op straat tav het voorkomen van overlast. Tactus biedt advies en begeleiding rondom middelengebruik, wanneer de jongere dat zelf vraagt en volhoudt. Ook hebben ze een adviesfunctie (training) voor ouders.
In afstemming met straathoekwerk is er door Tactus voorlichting geweest aan enkele jongeren van een overlast gevende groep mbt de middelen, die op straat (hangplekken) gebruikt worden. Een gedwongen traject voor een jongere bij Tactus kan obv een strafbaar feit (HALT), maar dat valt buiten deze scoop. Dat gebeurt een aantal keren per jaar in Nunspeet. Vraag 2: Is inzichtelijk bij hoeveel % van de overlastgevers sprake is van middelengebruik? Antwoord: Dat hebben we niet exact in beeld. Vanuit de informatie die door samenwerkingspartners in het overlastnetwerk gedeeld worden, weten we dat er momenteel tientallen jongeren middelen gebruiken in Nunspeet, waaronder alcohol, lachgas, 3-MMC en 2C-B.
☐6d.
Rapportage Sociaal regisseur.
R.A. de Bruin (SGP) Vraag: Wanneer staat de invoering/implementatie van de sociaal regisseur gepland? Antwoord: 1e kwartaal 2022 A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: Binnen de jeugdhulp werken we al jaren vanuit het principe 1 gezin, 1 regisseur, 1 plan. Wat is het verschil tussen deze nieuwe functie ‘sociaal regisseur’ de regisseur(s) binnen het CJG?
Antwoord: De sociaal regisseur beperkt zich niet tot gezinnen en zal niet zélf aan de slag gaan met een hulp- of ondersteuningsvraag. De sociaal regisseur stimuleert en faciliteert betrokken zorgverleners om te komen tot een integrale aanpak bij meervoudige of complexe problematiek. Vraag 2: Bij het collegebesluit lezen we bij ‘beslissing college’: terugverdiencapaciteit. Moet deze sociaal regisseur zichzelf terugverdienen. Antwoord: Ja, gedeeltelijk. Aangenomen wordt dat de inzet van huidige zorg meer effectief zal kunnen worden en crisis (dure zorg) kan worden voorkomen. Vraag 3: In 2.2 lezen we dat de ‘sociaal regisseur’ procesgericht is met doorzettingsmacht. Waarin onderscheidt de sociaal regisseur zich dan van de proces regisseur sociaal domein in 2.4.3? Antwoord: De procesregisseur richt zich minder op casuïstiek, maar op de werkprocessen van professionals en een sluitende aanpak in het lokale en regionale netwerk. En dan niet alleen bij meervoudig/ complexe zorg, maar in de hele netwerkstructuur (ook preventief en enkelvoudige ondersteuning). Vraag 4: Hoe gaat de lerende organisatie (2.4.1) om de sociaal regisseur er uit zien? Antwoord: Aan de hand van actuele situaties worden betrokken professionals (bij voorkeur mét betrokken inwoner) in een multidisciplinair overleg (mdo) aan (keuken)tafel gezet om te komen tot integrale planvorming.
Het monitoren daarvan heeft de functie om met elkaar te kijken en evalueren wb de voorgenomen acties en resultaten. Dat gebeurt nu meestal niet in gezamenlijkheid. Vraag 5: Onder 3.2. lezen we dat de sociaal regisseur mogelijk wordt gepositioneerd binnen het straathoekwerk. Wat is daarvoor de onderbouwing? Antwoord: Straathoekwerk heeft een eigen positie binnen de gemeente, dichtbij en naast/ aanvullend op de andere velden van ondersteuning (wmo / pwet / jeugd), maatschappelijke zorg, onderwijs (leerplicht), welzijn en veiligheid. Door de sociaal regisseur binnen de gemeente te houden is gegevensdeling (AVG) beter mogelijk en zijn de lijnen met beoogde doelgroep korter. Een groot percentage van beoogde doelgroep is bij gemeente in meer of mindere mate bekend. De gemeente kan op deze manier meer invulling geven aan regie en realiseren van integrale aanpak. Vraag 6: Het gaat om 30-40 gezinnen. Kan 1 sociaal regisseur dit aan? Antwoord: Dat is wel de verwachting, aangezien niet alle gezinnen continue en tegelijkertijd problemen ervaren. Het gaat om een aanvulling op bestaande inzet van ondersteuning. M.J. Juffer (Gemeentebelang): Vraag 1: Kan de wethouder iets meer aangeven over het onderzoek wat is gehouden? Wie is de onderzoeker, Hoeveel respondenten, uit welke (doel)groep kwam de respons?
Antwoord: Het onderzoek is uitgevoerd door Mark Rouw, een ZZP-er die ook betrokken is geweest bij het proces rond de visie sociaal domein en de kostenbeheersing jeugdzorg. Om te bezien wat de inzet en taken moeten zijn van een Sociaal Regisseur is het van belang te weten waaraan de Sociaal Regisseur moet bijdragen. Het onderzoek voorziet hierin. Aan de hand van een analyse van documenten en gesprekken met interne stakeholders (zowel politiek/bestuurlijk als ambtelijk en in de uitvoering, 8 individuele respondenten, daarnaast beleidsgesprek en bespreking op managementniveau) is in het onderzoek in beeld gebracht waaraan de inzet van een Sociaal Regisseur kan bijdragen en in welke behoefte hij/zij voorziet. Vraag 2: Wat is het beeld als het gaat om het aantal FTE wat wellicht ingezet gaat worden? Hoe is dat beeld tot stand gekomen? Vanuit financiële overwegingen of vanuit de geschatte noodzaak van de werkelijkheid? Antwoord: Uit het gehouden onderzoek blijk dat er in Nunspeet 30-40 gezinnen zijn waarbij de inzet van de sociaal regisseur benodigd is. Als we uitgaan dat: - De Sociaal Regisseur wordt ingezet als er meerdere partijen bij de hulpverlening zijn betrokken en het complexe en meervoudige problematiek betreft. - De Sociaal Regisseur speelt dan ook vooral een rol in het goed laten verlopen van de samenwerking tussen de betrokken partijen.
De Sociaal Regisseur creëert hiermee duidelijkheid in de samenwerking zonder de verantwoordelijkheid over te nemen en de problematiek naar zich toe te trekken. De partijen blijven verantwoordelijkheid voor de hulpverlening die ze leveren. - De Sociaal Regisseur staat voor het belang van de cliënt. Hij is tevens een vast gezicht voor de cliënt en het aanspreekpunt voor de cliënt en partijen. Daar waar nodig ondersteunt hij de cliënt in het verduidelijken van de keuzes die er gemaakt moeten worden. Indien noodzakelijk maakt de Sociaal Regisseur met de betrokken partijen keuzes vóór de cliënt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de veiligheid van kinderen in het gedrang is. - De Sociaal Regisseur werkt domeinoverstijgend en integraal. Dat betekent dat hij met een brede blik naar de problematiek kijkt en van daaruit de verbindingen legt met relevante partijen. Dit kunnen zowel lokale partijen zijn (gemeente, welzijn, onderwijs) maar ook regionale partijen (GGZ, Veiligheidskamer, Veilig Thuis). Ook bij betrokkenheid van regionale partijen blijft de Sociaal Regisseur het aanspreekpunt in de casus en de regie voeren. - De Sociaal Regisseur is ook de persoon die een casus voor een langere periode blijft volgen.
- Aangevuld met de ervaringen van de procesregisseur (die nu vaak betrokken is bij complexe casussen) is de inschatting vanuit de inhoud dat een extra inzet van 3 dagen per week voldoende is om invulling te geven aan de taken en werkzaamheden van de sociaal regisseur. Opmerkingen: Tot slot nog 2 opmerkingen: Wij lezen in de stukken het woord ‘terugverdien capaciteit’. Deze opmerking kunnen wij niet plaatsen. Wellicht kan hier nog een toelichting op komen. Wij zijn, vanuit Gemeentebelang bezorgd over het gegeven dat de sociaal regisseur een rol krijgt toebedeeld in het inhoudelijke zorg proces. Wij zullen hier in onze Woordvoering nog op terugkomen. Antwoord: Aangenomen wordt dat de inzet van huidige zorg meer effectief zal kunnen worden en crisis (dure zorg) kan worden voorkomen. ☐6e.
Versterking kapitaalstructuur Alliander.
M.A. Mol (Gemeentebelang) Vraag 1: We verstrekken een achtergestelde lening die veel risicovoller is dan de langlopende lening de we mogelijk gaan aantrekken. Wat als de resultaten van Alliander tegenvallen of zelfs failliet gaat? Biedt de provincie of het Rijk dan een vangnet?
Antwoord: Het gaat hier inderdaad om een achtergestelde lening. Wij achten de kans (zeer) klein dat Alliander als netbeheerder failliet gaat. Mocht Alliander failliet gaan, dan hebben alle aandeelhouders ter grootte van hun aandeel in de lening een verlies te nemen. De provincie of het Rijk bieden geen vangnet. Er is verder onderzoek gedaan naar het risico niveau van deze lening en deze is bepaald op 20% en zal ook in de risico paragraaf van de jaarrekening opgenomen worden. Vraag 2: Provincie Gelderland is met bijna 45% de grootste aandeelhouder. Heeft de provincie de gemeenten vooraf meegenomen in deze afweging? Antwoord: In de aanloop naar de kapitaalversterking heeft Alliander gesprekken gevoerd met het Grootaandeelhoudersoverleg. Hierin zijn de diverse opties voor de kapitaalversterking besproken en is de voorliggende optie als beste aangemerkt. De afgelopen periode zijn alle aandeelhouders in diverse sessies op de hoogte gesteld van de wijze van kapitaalversterking. Verder heeft de provincie Gelderland al aangegeven dat zijn 125% van hun gevraagde bijdrage gaan verstrekken. Vraag 3: Wanneer onvoldoende wordt ingeschreven gaat Alliander de sporen wellicht heroverwegen. In dit geval willen wij provincie Gelderland vragen de gemeenten in Gelderland mee te nemen in de heroverweging. Antwoord: Gelderland is deelnemer aan het Grootaandeelhoudersoverleg.
Wij denken dat een alternatief op dezelfde wijze als het voorliggende verzoek zal worden onderzocht. Dit betekent eerst overleg van de Grootaandeelhouders en daarna het verzoek voorleggen bij de overige aandeelhouders. Wij vinden dit een efficiënte aanpak. Vraag 4: De opslag staat vast, is onderzocht of dit een marktconforme opslag is? Antwoord: Wij hebben geen afzonderlijk onderzoek gedaan naar de opslag. De opslag is wel in lijn met het jaarlijks dividend wat de gemeente van Alliander normaliter ontvangt. Vraag 5: Is deze financiële versterking genoeg of krijgen we volgend jaar of over 2/3 jaar weer een financieringsverzoek? Wat als gesprekken met ministeries over mogelijke oplossingen voor het bredere financieringsprobleem in de sector niets opleveren? Antwoord: Alliander geeft in de stukken aan dat zij uitgaan van een tijdspanne tot 2030. Deze termijn is gekoppeld aan het Klimaatakkoord waarin de afspraak is gemaakt dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Het lijkt ons niet logisch dat Alliander volgend jaar of over 2/3 jaar met een nieuw financieringsverzoek zal komen. Mochten gesprekken met ministeries niets opleveren, zal Alliander dit ongetwijfeld terugkoppelen naar de aandeelhouders. Vraag 6: Het besluit om een reverse te nemen (te converteren naar aandelen) hoort in onze optiek door de AVA genomen te worden en niet door de lening nemer.
Kan dit ingebracht worden in de discussie? Antwoord: Alliander geeft aan dat bij een conversie het volgende proces wordt doorlopen: In samenspraak met een Lenders Committee van de aandeelhouders wordt een onafhankelijke adviseur aangesteld (een Independent Valuation Service Provider). Deze onafhankelijke adviseur valideert de noodzaak voor conversie, het voorgestelde te converteren bedrag en bepaalt de conversieprijs waartegen leningdelen worden omgezet in aandelen Alliander. Het Lenders Commitee laat met een eigen adviseur een fairness opinion uitvoeren op het werk van de Independent Valuation Service provider. Indien overeenstemming op alle punten vindt conversie plaats.
☐f.
Exploitatie Kulturhus Elspeet.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Opmerking: Het plan van het College is om per 1 januari 2022 te starten met de nieuwe exploitatievorm waarbij de SDE exploitant wordt van het Kulturhus, dat de eerste drie jaar in eigendom is van de gemeente Nunspeet. Na de eerste drie exploitatiejaren vindt een evaluatie plaats. Twee vragen: Vraag 1: Betekent dit dat de evaluatie in 2025 zal worden uitgevoerd? Antwoord: Wij stellen voor de evaluatie van de eerste drie jaren te laten plaats vinden in het laatste kwartaal van 2024. De exploitatieberekeningen gaan uit van overdracht van het eigendom op 1 januari 2025. Vraag 2: Betekent dit dat het Kulturhus in ieder geval een deel van 2025 nog in eigendom zal zijn van de gemeente Nunspeet? Antwoord: Zie antwoord op vraag 1. Het voorstel is dat de gemeente Nunspeet voor maximaal 3 jaar eigenaar is van het Kulturhus, waarna het eventueel kan worden overgedragen aan de nieuwe exploitant.