AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 7 april 2022
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 7 april 2022. ☐3.
Rondvraag.
J. van den Hoorn (SGP) Stukken ter kennisname/ter inzage. Nr. 2. Managementletter interim controle 2021. Vraag: De accountant signaleert een risico m.b.t. de keuze voor de juiste aanbestedingsvorm. Hierover is een risicoanalyse uitgevoerd door de gemeente. Heeft dit risico impact gehad op de aanbestedingen en prestatieleveringen? Zo ja, in welke vorm en mate? Antwoord: Voor alle gemeenten in Nederland, zo ook bij gemeente Nunspeet vormt de keuze van de juiste aanbestedingsvorm een rechtmatigheidsrisico. Om dit risico te beperken is er door gemeente Nunspeet een risicoanalyse opgesteld. In deze analyse is onderzocht welke risico’s er worden gelopen, welke beheersmaatregelen er genomen moeten worden. Ook is er een prioritering aangebracht in de risico’s. Niet alle beheersmaatregelen zijn genomen. Dit is een afweging tussen het risico en de beschikbaarheid van de middelen. Voor de prestatieleveringen is nieuw beleid ontwikkeld. Er is functiescheiding ingevoerd tussen de prestatie-akkoord-verklaarder en de budgethouder bij de autorisatie van inkoopfacturen (vierogenprincipe). Daarnaast is er beleid gevormd op de benodigde prestatieonderbouwing.
☐6a.
Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief wethouder).
A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: Per 1 januari komt zorg ten koste van de gemeente waar de jeugdige woont, niet waar hij de zorg ontvangt. Zijn de financiële kosten voor de gemeente Nunspeet hiervan al inzichtelijk? Antwoord: De uitvoering project woonplaatsbeginsel loopt door in 2022. Er is een voorlopige financiële prognose op gemeenteniveau opgesteld op basis van de huidige migratiegegevens, maar daarbij moet nog deels gewerkt worden met aannames (nog niet van alle instroom is de zorgvraag goed in beeld) en het feit dat andere gemeenten de overdracht niet zomaar accepteren. Daarom is het noemen van cijfers nu (toch) nog te vroeg. Het tweede kwartaal 2022 staat in het teken van het verder goed inregelen van de administratieve en financiële afhandeling van (hoofdzakelijk) uitstromende jeugdigen waarvan de zorgkosten met terugwerkende kracht worden gefactureerd. In de mededelingenbrief van mei 2022 komen we hier veel uitgebreider op terug. Vraag 2: Wie pakt de her-indicering voor langdurige trajecten op van een aanbesteder die niet door de aanbesteding is gekomen? Is dat het CJG? En zo ja: heeft die daarvoor de capaciteit? Antwoord: Het CJG pakt de her-indicatie op. Deze her-indicaties zijn gespreid over de komende 12 maanden. De verwachting is dat de capaciteit hiervoor voldoende is. De SJNV heeft hiervoor extra subsidie ontvangen.
A.J. Timmerman (PvdA/Groen Links) Vraag 1: Aan het eind van de mededelingenbrief wordt gemeld: “Met elkaar is geconstateerd dat niet alles tegelijk opgepakt kan worden en daarom is een prioritering aangebracht.” Op basis van welke criteria is deze prioritering opgesteld en hoe ziet de prioritering er in grote lijnen uit? Antwoord: Als criterium is aangehouden dat de lopende zaken vooral de voortgang moeten houden en dat nieuwe taken gefaseerd worden ingevoerd. De prioritering is als volgt aangebracht: 1. Lopende trajecten 2. Casusregie op kinderen in Verblijf. 3. Her-indiceren bij een verlenging. 4. Gezamenlijke hulpbepaling met de voogd bij het uitspreken van een Ondertoezichtstelling (invoering 3e kwartaal). Vraag 2: De laatste zin van de mededelingenbrief luidt: “Dit alles vraagt een grotere inzet vanuit het CJG, die op dit moment niet beschikbaar is.” Is die inzet binnenkort wel beschikbaar? Antwoord: De eisen die de inkoop stelt aan de toegang vraagt om versterking van het CJG (extra formatie). Het CJG heeft hiertoe een berekening gemaakt. Dit uit zich in een hogere begroting. De verhoging wordt in 3 jaren doorgevoerd, namelijk in 2022, 2023 en 2024. Daarnaast is het CJG intern een vertaalslag aan het maken van de besteding directe en indirecte uren. De uitkomsten hiervan worden mede gebruikt om met elkaar te constateren of er extra capaciteit benodigd is. M.J.
Juffer (Gemeentebelang) Vraag 1: Wat is de reden van de overgang naar een ander dashboard en wat zijn de (financiële) consequenties hiervan? Antwoord: Omdat de termijn en de hoogte van het contract daartoe aanleiding gaven, was het noodzakelijk de dashboard ondersteuning meervoudig onderhands aan te besteden. Daarvoor is nu een andere leverancier gecontracteerd en heeft slechts een kleine financiële consequentie. Vraag 2: Op welke termijn denkt het college het project Toekomsttuin NOG gereed te hebben? Antwoord: In 2022 vindt er een uitgebreide verkenning plaats met alle partners. Vervolgens wordt het project in Q1 van 2023 opgestart en zal naar alle waarschijnlijkheid zijn einde hebben in Q2 van 2024. Vraag 3. Gemeentebelang heeft veel zorg om de, toch forse kostenoverschrijding ondanks alle inspanningen. 1,5 miljoen boven begroting roept toch vragen op. Zo hier en daar worden in de stukken wel wat verklaringen gegeven maar het blijft best zorg geven. Kan hier wat meer duiding komen?
Antwoord: Met u delen wij de zorg over het hogere kostenniveau zoals dat nu naar voren komt. Echter u kunt ervan overtuigd zijn dat dit met alle zorgvuldigheid en professie ingezet wordt om goede en noodzakelijke jeugdhulp te bieden. De oorzaken van met name meerdere jeugdhulp trajecten zijn ook in de mededelingenbrief benoemd, zoals de gestegen toename van hulp op het gebied van Veiligheid, GGZ ambulant en GGZ Verblijf, de meerkosten vanwege Corona en incidentele kosten (afboeking oude bedragen vanwege het woonplaatsbeginsel).
☐6b. Uitgangspunten Programmabegroting 2023-2026. J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1: Compensatie reserves en voorzieningen: de compensatie voor inflatie is gekoppeld aan de rente op langlopende leningen bij de BNG: o Is de gemeente in staat stijgende rentes op te vangen? o Is het percentage van 0,75% voldoende bij de huidige inflatieniveaus? Antwoord: Eventueel stijgende rentelasten worden meengenomen in de perspectievennota en vormen daarmee een onderdeel van de financiële verkenning. Eventuele overschrijdingen worden gemeld in de kwartaalrapportages. Volgens het BBV mag er geen rente meer toegevoegd worden aan de reserves wat in het verleden wel het geval was. Daarom is er voor gekozen een compensatie te doen t.b.v. de inflatie op basis van de rente langlopende geldleningen 25 jaar. Reserves zijn niet onderbouwd met een concreet plan maar vormen een dekking voor toekomstige uitgaven. Daarom is het niet noodzakelijk de reserves te compenseren op inflatieniveau. Vraag 2: Projecten: Projectenbegrotingen worden periodiek doorgerekend voor veranderende omstandigheden. Veranderingen m.b.t. tijdsduur, scope en kosten hebben effect op de doelmatigheid en rechtmatigheid van de bestede middelen.
Bij welke grenswaardes en met welke frequentie krijgt de raad een projectrapportage? Antwoord: Binnen de P&C cyclus zijn 4 momenten waarop de raad geïnformeerd wordt over de voortgang van de programmabegroting door middel van de zogenaamde kwartaalrapportages. De gemeentelijke projecten zijn hier een vast onderdeel van. Tevens zijn de projecten een vast onderdeel (in een niet verkiezingsjaar) van de perspectievennota. G. Pluim (ChristenUnie) Vraag: In de bijlage staan aanbevelingen van de provincie t.a.v. de programmabegroting 2022- 2025. Aandachtspunt is bijvoorbeeld de beheerplannen van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Wat gaat het college doen met de aanbevelingen van de provincie?
Antwoord: Het college is voornemens de te actualiseren plannen in de komende periode te herzien. Zie stukken ter kennisname nr. 3 van de agenda Commissie Maatschappij en Middelen. A.J. Timmerman (PvdA/Groen Links) Vraag: De provincie heeft geconstateerd dat de geldigheidsduur van het beleids- en beheersplan wegen en het afvalwaterketenplan Nunspeet-Elburg zijn verlopen. Waarom zijn deze plannen niet op tijd geactualiseerd? Antwoord: Afvalwaterketenplan De vacature water staat al ruim twee jaar open, deze krijgen we niet ingevuld, vanwege de krappe arbeidsmarkt. De uitwerking van het afvalwaterketenplan stond daardoor onder druk. Er zijn ook stakeholdersessies gehouden, deze zijn vanwege corona een aantal keren verzet, omdat het wenselijk was om dit live te doen. Op dit moment is het plan nagenoeg gereed, samen met het basis rioleringsplan zal dit de aankomende maanden ter vaststelling aangeboden worden aan het college en de raad. Wat betreft het beleidsplan wegen, hoewel deze verlopen is qua jaar, voldoet deze op dit moment nog. In 2022/2023 wordt gekeken naar een uitbreiding van dit plan, bijvoorbeeld met integrale wijkplannen. Er is de afgelopen periode voorrang gegeven aan het openbare verlichtingspalen, gelet op duurzame ontwikkelingen die we willen maken.
☐6c.
Preventie- en Handhavingsplan Alcohol en Drugs 2022-2025.
R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Goed dat het preventieplan breder wordt getrokken. Is er in dit plan ook voldoende ruimte om nieuwe ontwikkelingen mee te nemen, denk bijv. aan de nicotinezakjes snus. Antwoord: We doen ons best om nieuwe ontwikkelingen te betrekken in het Preventie- en Handhavingsplan. Vraag 2: Veel van de Elspeetse jongeren en een deel van de Nunspeetse jongeren gaat naar een school in Uddel. In hoeverre worden zij bij dit beleid betrokken? Zowel bij de totstandkoming als bij de uitvoering? Antwoord: Deze school is niet betrokken bij het PHP. Wel maken zij onderdeel uit van de regionale verkenning naar het OKO (Opgroeien in Kansrijke Omgeving) model. Het PHP richt zich overigens niet alleen op scholen, maar ook andere gebieden rondom jongeren zijn betrokken, zoals ouders, kerken en sportverenigingen).
Vraag 3: In het overzicht wordt o.a. ook de stichting Voorkom genoemd. Graag zouden we zien dat dit bij meerdere acties gebeurt. Bijv. voorlichting over alcohol aan scholen en met name bij het aanbod homeparty. Antwoord: Bij voorlichting betrekken we sleutelpartijen, waaronder Stichting Voorkom. J. van den Hoorn (SGP) Vraag: In de totstandkoming van het PHP is gesproken met meerdere partijen. Daarin worden het CJG, sportclubs en werkgevers (bijbaan) niet genoemd. Met name de eerste 2 zijn belangrijk, gezien de enquête. Daaruit blijkt dat ouders en sportverenigingen meetbare invloed hebben op de middelenconsumptie. Wordt er ook met deze partijen gesproken? Antwoord: Ja. S.M. Kouwenberg (PvdA/Groen Links) Vraag 1: In het handhavingsplan alcohol- en drugsgebruik worden kerken veelvuldig genoemd, maar ontbreekt de moskee. Waarom? Antwoord: In eerste aanzet heeft over dit onderwerp contact plaatsgevonden met kerken. In de uitvoering kan ook uitgebreid worden onder andere de moskee. Vraag 2: Is het College bereid ook de moskee te benoemen en mee te nemen in dit plan en de te nemen acties? Antwoord: Ja. Vraag 3: Op pagina 10 staat alcoholmatiging paracommercie, de verkrijgbaarheid van alcohol voor jongeren in (sport)kantines en dorpshuizen beperken. Welke leeftijdsdefinitie geldt in deze voor de term ‘jongeren’? Antwoord: Daarvoor geldt de definitie van 18 jaar en ouder.
Vraag 4: Eveneens op pagina 10, pijler 4, staat ‘Doorverwijzing naar Halt stimuleren.’ Gelieve de situaties waarin dit dient te worden gestimuleerd toe te lichten. Is dit in plaats van bijvoorbeeld een waarschuwing?
Antwoord: Nee, in de plaats van een proces-verbaal. Het proces-verbaal (een boete) vervalt wanneer de overtreder voldoet aan zijn/haar HALT ‘straf’. Wanneer men hier niet aan voldoet vindt het proces-verbaal alsnog doorgang. Vraag 5: Op pagina 11 staat onder Controle specifieke maatregelen APV en Alcoholwet, verbod op samenscholing. Hiervan is de uitleg en de specifieke gevallen opgenomen in de APV. Waar komt het ‘zonder redelijk doel aanwezig zijn in publieke ruimten’ vandaan? En wie bepaalt de definitie van een ‘redelijk doel’? Antwoord: De term is afkomstig uit de Algemene Plaatselijke Verordening Nunspeet 2022. Deze bepaling wordt ingeschat door handhavers. Het ‘zonder redelijk doel aanwezig zijn in publieke ruimten’ houdt altijd verband met hinderlijk aanwezig zijn (art 2:50 APV Nunspeet). Hinderlijk gedrag staat o.a. benoemd in art 2:47 APV Nunspeet Vraag 6: Op pagina 11 staat zonder enige toelichting ‘sluitingsuur voor horecabedrijven.’ Betreft dit inzet van boa’s rondom het sluitingsuur horeca of staat het sluitingsuur horeca ter discussie? Antwoord: Het gaat hier om de inzet van Boa’s rondom het sluitingsuur. G. Pluim (ChristenUnie) Vraag 1: In hoeverre is de voorgestelde communicatiestrategie effectief? Lijkt nu vooral voorlichting via de geijkte kanalen (straathoekwerk, voorlichting scholen, website).
Wat zijn de alternatieven, hoe bereik je meer jongeren en ouders? Ook jongeren die juist ‘buiten het zicht’ zijn? Welke alternatieven ziet het college om het bereik te vergroten / verbreden? Antwoord: Door de inzet van deze (geijkte) kanalen, waaronder Straathoekwerk, scholen, welzijnswerk hebben we de meeste jongeren in beeld. Wij zijn altijd op zoek naar mogelijkheden om (nog) meer jongeren te bereiken. Wij staan ook open voor suggesties vanuit uw raad. Vraag 2: Plan richt zich vooral op het tegengaan van middelengebruik. Dit terwijl er juist vaak onderliggende oorzaken zijn die leiden tot middelengebruik (eenzaamheid, verminderde mentale weerbaarheid, verveling). We zien graag meer aandacht voor het vergroten van mentale weerbaarheid onder jongeren, juist om de onderliggende oorzaken aan te pakken. Welke mogelijkheden ziet het college om bij de uitvoering van het plan de aandacht te verschuiven van het tegengaan van de gevolgen (middelengebruik) naar het aanpakken van de onderliggende oorzaken? Antwoord: Wij zien kansen in de implementatie van het Opgroeien in Kansrijke Omgeving (OKO) model, door in samenwerking met onder andere ouders, scholen, sportverenigingen hier aandacht aan te besteden.
M.J. Juffer (Gemeentebelang) Vraag 1: Op pagina 2 staat: voor de totstandkoming van dit PHP….. er worden een aantal partijen genoemd die geconsulteerd zijn. Wat is de reden dat de ‘gebruikers’ en Tactus verslavingszorg niet geconsulteerd zijn? Antwoord: Dit is een niet uitputtende lijst. Ook Tactus en gebruikers zijn geconsulteerd. Vraag 2: Wat maakt dat handhavingsmogelijkheden bij drugs beperkt zijn? Antwoord: Vanwege de beschikbare capaciteit en dat het gebruik veelal buiten zicht plaatsvindt. Vraag 3: In de geformuleerde doelstellingen zijn percentages beschreven. Waar zijn die percentages op gebaseerd. Hoe zijn die tot stand gekomen? Antwoord: Wij hebben ons daarbij laten inspireren door de percentage die in het landelijk preventieakkoord staan opgenomen. Vraag 4: In het beleidsplan wordt gesproken van een stagnering sinds 2015 van het aantal jongeren dat alcohol heeft gedronken en drugs heeft gebruikt (p.4). Hieruit kan worden opgemerkt dat de maatregelen van het vorige preventie-en handhavingsplan 2017-2021 niet voldoende zijn geweest om een daling te bewerkstelligen. De cijfers van de gezondheidsmonitor 2019 vergeleken met die van 2016 bevestigen dit beeld (er zijn slechts marginale verschillen te zien, enkele procentpunten). In het voorliggende beleidsplan 2022-2025 worden een aantal (zeer) ambitieuze doelstellingen benoemd.
Niet duidelijk uit dit beleidsplan is echter wat er dan precies éxtra wordt gedaan om deze doelstellingen te bereiken. Ons wordt niet duidelijk wat voor extra stappen worden gezet ten opzichte van voorgaande jaren die ervoor gaan zorgen dat de ambitieuze doelen behaald kunnen worden. Antwoord: In dit PHP wordt sterk ingezet op ouders en verzorgers. Dat is afwijkend ten opzicht van het voorgaande beleid, waarbij de aandacht meer uitging naar de jongeren zelf. Vraag 5: Bij dit commissiestuk is ook een evaluatie opgenomen van de aanpak van voorgaande jaren. Deze evaluatie kent een aantal aanbevelingen. In het voorliggende preventie-en handhavingsplan wordt echter niet gerefereerd aan deze aanbevelingen. Waarom niet? Wat is dan het nut van de aanbevelingen die worden gedaan? Antwoord: De aanbevelingen van ons beleid in de afgelopen jaren zijn betrokken in de totstandkoming van dit PHP en zijn hierin verwerkt.
☐6d.
Evaluatie Vroegsignalering 2021.
R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Graag zien we als fractie dat de twee effectiefste middelen gebruikt gaan worden bij de vroegsignalering, nl. het bezoek en het telefonisch contact. De brief en de email kan wat ons betreft geschrapt worden. Antwoord: Uit landelijk onderzoek blijkt dat een huisbezoek het meest effectief is. Echter, uit informatie van regiogemeenten zoals Elburg, Oldebroek en Zwolle blijkt dat de email ook een effectief communicatiemiddel is. Gekeken naar de beschikbare tijd en capaciteit voor de uitvoering van Vroegsignalering is het niet haalbaar om bij alle signalen een huisbezoek af te leggen of telefonisch contact op te nemen. In de gevallen dat er gekozen wordt voor een brief of email gaat het om een relatief kleine achterstand. Uit ervaring blijkt dat een dergelijke herinnering d.m.v. email of brief een voldoende is om deze betaling alsnog te voldoen. Vraag 2: In hoeverre zijn particuliere verhuurders aangesloten? In hoeverre heeft de gemeente met deze partijen contact om ook deel te nemen? Antwoord: Er zijn een aantal particuliere verhuurders aangesloten. Deze partijen zijn bij de start van de Vroegsignalering allen aangeschreven met het verzoek zich aan te sluiten bij de Vroegsignalering. Er worden nog gesprekken gevoerd met particuliere verhuurders om het convenant vroegsignalering te ondertekenen. J.M.
Elskamp (ChristenUnie) Opmerking: We zien dat er gewerkt wordt aan vergroting van het bereik door de brieven te vervangen door emails met ontvangstbevestiging en door meer huisbezoeken af te leggen. Vraag 1: Als corona geen rol had gespeeld, hoeveel huisbezoeken hadden dan (ongeveer) ingepland kunnen worden? Antwoord: In de periode vanaf juli tot en met december zijn er 17 huisbezoeken afgelegd. In de periode tussen januari tot en met juni waren er ongeveer 10 signalen die in aanmerking kwamen voor een huisbezoek. In deze periode is er n.a.v. deze meldingen een deurbezoek afgelegd (flyer door de brievenbus) of er werd telefonisch contact opgenomen. Vraag 2: We lezen dat Stimenz in 2021 5,2 uur per week heeft ingezet. Is het reëel om bij een toename van huisbezoeken vast te houden aan 6,0 uur per week?
Antwoord: Stimenz heeft in het jaar 2021 in plaats van de huisbezoeken, telefonisch contact opgenomen naar aanleiding van de signalen. Daarnaast zijn er deurbezoeken afgelegd waarbij er een flyer op het adres werd achtergelaten. In de evaluatie met Stimenz is besproken om het aantal gesubsidieerde uren voor de Vroegsignalering in eerste instantie op 6,0 uur per week te houden, in afwachting van het aantal meldingen en tijdsinvestering in 2022. In de evaluatie van 2022 wordt de tijdsinvestering vanuit Stimenz opnieuw besproken en bekeken of deze 6,0 toereikend is. Opmerking: Van de 392 signalen waren er 40 onterecht. De overige 352 signalen hebben geleid tot 5 hulpverleningstrajecten. Bij 170 meldingen werd geen contact gelegd. In 70 gevallen gaf de inwoner aan de schulden zelf op te lossen. Vraag 3: Is dat in die 70 gevallen ook gelukt? Zijn de schulden opgelost? Antwoord: Dit is voor ons onbekend, de gemeente krijgt geen terugkoppeling of de schulden daadwerkelijk zijn opgelost en de achterstallige rekening is betaald. Echter, wanneer de schulden niet zijn opgelost en de achterstallige betaling niet is voldaan, komt het desbetreffende adres de daaropvolgende maand wederom binnen als signaal. Vraag 4: Wilt u de berekening even toelichten: 352 terechte signalen, 170 meldingen zonder contact, contact met 83 inwoners.
Betekent dat dat er 352 signalen zijn binnengekomen over 253 huishoudens? Antwoord: Dat klopt. Op een aantal adressen zijn er meerdere signalen binnengekomen. Ook kan er sprake zijn van een zogenoemde ‘sleper’, dit betreft achterstallige betaling die meerdere maanden terugkomt, zonder dat er een betaling volgt. In de praktijk blijkt dat bij zogenoemde ‘sleper adressen’ het lastig is om contact te krijgen, zelfs wanneer er een huisbezoek wordt afgelegd. Vier adressen hadden diverse achterstallige betalingen, maar waren bekend bij het de gemeente en bevonden zich in de opstartfase van een schuldhulpverleningstraject. Zodra het schuldhulpverleningstraject van start is, komen er geen signalen meer binnen bij de Vroegsignalering.
☐6e.
Aanpassen Verordening Jeugdhulp 2019.
Er zijn geen schriftelijke vragen ingediend over dit agendapunt.