AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 5 sept. 2024
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 5 september 2024. ☐3.
Rondvraag.
Er zijn geen schriftelijke vragen gesteld voor de rondvraag. ☐6a.
Stand van zaken Jeugdzorg.
Er zijn geen schriftelijke vragen gesteld over dit onderwerp. ☐6b.
Scenariokeuze Inclusief Groep.
R.A. de Bruin (SGP) We zouden graag nog een verdere onderbouwing van het financiële verhaal zien. Vraag 1: Wat dragen we momenteel bij aan de IG? Antwoord: bijdrage aan IG vanuit rijk via gemeente Rijksbijdrage Wsw integratie uitkering begeleiding beschut werk Loonkostensubsidie subtotaal bijdrage aan IG vanuit budget participatie re-integratie trajecten begeleiding intern traject entree job coaching Compensatievergoeding Particpatiewet Subtotaal Totaal bijdrage aan IG
€ € € €
3.434.061 147.398 280.584 3.862.043
€ € € € € € €
37.691 59.249 11.410 35.849 13.026 157.225 4.019.267
Opmerking: de bijdrage Wsw neemt ieder jaar af. Vraag 2: Kunt u ook aangeven wat we momenteel totaal uitgeven aan alle dienstverlening/hulp die straks de IG gaat doen? (dus ook wat we nu zelf doen) Antwoord: Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dienstverlening en de bijbehorende uitgaven aan derden die in scenario 2 onder de IG vallen. Dit is gebaseerd op 2023. Bijdrage aan derden vanuit budget participatie Bijdrage Loonkostensubsidie vanuit rijk via gemeente Totaal bijdrage aan derden
€ € €
161.841 432.274 594.116
Een onderdeel van de dienstverlening van IG in scenario 2 is de begeleiding van statushouders. De kosten daarvan zijn afhankelijk van de taakstelling en de routes die mensen volgen (B1 of Z route).
Dienstverlening door derden en overige kosten in scenario 2 zijn o.a. medische belastbaarheidsonderzoek, loonwaardenmetingen of reiskostenvergoeding. De verdere uitwerking van de kosten voor alle dienstverlening vanuit Participatiewet wordt na de scenariokeuze uitgewerkt in het businessplan. Vraag 3: Wat is de verwachting? Gaat dit straks meer of minder kost en kan er een raming zijn in welke bandbreedte dit gaat vallen? Antwoord: Voor de indicatieve totale kosten van scenario 2 verwijzen wij u naar het rapport van Berenschot, pagina 28. Zie ook onderstaande tabel. De werkelijke kosten worden uitgewerkt in het businessplan.
Toelichting tabel: tabel toont de totale aantallen kandidaten per deelnemende gemeente. Onder waarde staan de gemeentelijk bijdragen per gemeente. G. Pluim (ChristenUnie) Vraag 1: We lezen niets in de rapportage over het al dan niet behouden van werksoorten (zoals schoonmaak, groen etc.) en het effect hiervan op de financiën. Uitgangspunt bij het begin van de business case is al dat deze werksoorten behouden moeten blijven. Is er onderzocht wat het effect is van het al dan niet behouden van deze werksoorten op de scenario’s? En zo ja, wat was de uitkomst hiervan? Antwoord: In opdracht van de aandeelhouders heeft Berenschot de 4 mogelijke toekomst scenario’s uit het eerdere rapport toekomstbestendigheid IG uitgewerkt. De uitwerking heeft betrekking op de toekomstige inrichting van de IG die aansluit bij de visie, wensen en opgaven van de gemeenten. Dit rapport geeft op hoofdlijnen de consequenties, levensvatbaarheid van de IG, governance en financiën van de differentiatie mogelijkheden weer. Het businessplan wordt in de volgende fase uitgewerkt. Hierin wordt ingegaan op de taken die IG gaat uitvoeren, op welke wijze de IG dit gaat doen en de kosten. Vraag 2: Werkcentra/ werkgeversservicepunten zijn gepositioneerd in de arbeidsmarktregio’s.
In de nieuwe situatie zijn de gemeenten die Inclusief Groep moeten dragen (Nunspeet, Putten, Ermelo, Harderwijk, Zeewolde) allemaal verbonden aan de arbeidsmarktregio Stedendriehoek/ Noord Veluwe. Alleen Nunspeet zit in een andere arbeidsmarktregio. Kunnen we van Inclusief Groep verwachten dat ze alleen voor Nunspeet ook investeren in de relatie met de arbeidsmarktregio Zwolle? Welke afspraken worden hierover gemaakt? Antwoord: Het college is zich ervan bewust dat Nunspeet als enige van de gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk in een andere arbeidsmarktregio vallen. Bij de uitwerking van het gekozen scenario zal hier aandacht voor zijn. Afhankelijk van de uitwerking van het businessplan, zullen er afspraken gemaakt met
IG gemaakt worden over de relatie met de arbeidsmarktregio Zwolle. Overigens voert de IG in de huidige situatie taken uit voor gemeenten uit drie verschillende arbeidsmarktregio’s. Vraag 3: Elburg, Oldebroek en Nijkerk kiezen ervoor om hun taken op het gebied van de Participatiewet niet structureel bij Inclusief Groep te beleggen. Het is niet ondenkbaar dat zij op termijn ook afscheid nemen van hun rol als aandeelhouder. Welke risico’s ziet het college hier voor de toekomstbestendigheid van het voorgestelde scenario en voor de financiële bijdrage van de gemeente Nunspeet? Antwoord: In het rapport van Berenschot wordt aangegeven dat scenario 2 met de gemeenten EHZNP voldoende schaalniveau heeft voor het uitvoeren van de taken van de Participatiewet. Daarmee is het risico dat er onvoldoende aantallen zijn voor de levensvatbaarheid van de IG kleiner dan in bijvoorbeeld scenario 1 of 3. Het grootste risico dat door deze beweging ontstaat is, dat we in de toekomst met minder aandeelhouders, hogere financiële lasten van de IG moeten dragen. Het doel van deze scenariokeuze is o.a. het in stand houden van een gezond bedrijf. Vraag 4: In scenario 2AB kiest Nunspeet ervoor om samen met Inclusief Groep de screening van kandidaten te doen.
Hoe haalbaar is dit scenario, in relatie tot de wensen van andere gemeenten? Nunspeet wil deels zelf aan het stuur zitten en zo grip houden op de doorstroom naar Inclusief Groep. Hoe is dit voor gemeenten die deze keuze niet maken en wat is het effect op de toekomstbestendigheid van Inclusief Groep als gemeenten hierin verschillende keuzes maken? Antwoord: De scenariovoorkeuren van de verschillende gemeenten lopen uiteen. De haalbaarheid van een gezamenlijke intake hangt af van de onderliggende afspraken die Nunspeet kan maken met de IG. Afhankelijk van het aantal gemeenten die een vergelijkbare opdracht aan de IG geven, zullen de kosten lager uitvallen. ☐6c.
Uitvoeringsplan “Herzien mantelzorgwaardering”.
Over dit onderwerp zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6d.
Tweede kwartaalrapportage 2024.
G. Pluim (ChristenUnie) Vraag 1: Reserve beschermd wonen: we voegen opnieuw ruim € 271.000,- toe aan de reserve beschermd wonen. Hoe hoog is de reserve in totaal? En wat zijn de plannen om lokaal deze middelen in te zetten voor het doel beschermd wonen? Antwoord: De reserve beschermd wonen bedroeg per jaareinde 2023 € 4.117.000 bedroeg en na aanvulling van €271.000 komt deze uit op een bedrag van € 4.388.000. Achtergrond:
Deze middelen hebben wij ontvangen vanuit het overschot dat in de regio is ontstaan door het uitstellen (sinds 2019-2020) van de overheveling taken voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang van de centrumgemeente (Zwolle en plaatsvervangend Harderwijk) naar de lokale gemeenten. Bij het ontvangen van deze gelden is nadrukkelijk de opdracht meegegeven om ze in te zetten ten behoeve van kwetsbare inwoners in relatie tot beschermd wonen. Hier heeft uw raad mee ingestemd en heeft besloten om een reserve beschermd wonen in te stellen. Bij de aanstaande decentralisatie wordt een objectief verdeelmodel gehanteerd waarbij berekend is dat Nunspeet een forse nadeelgemeente is en er in de toekomst niet voldoende middelen zullen zijn om deze taak goed uit te kunnen voeren. Met de reserve beschermd wonen kunnen wij een deel van het nadeel dat onze kwetsbare inwoners ondervinden van de decentralisatie opvangen. Toename problematiek Landelijk zijn de gevolgen van het afbouwen van klinische bedden in de verslavingszorg en de ggz, de toename van vragen rondom verward en onbegrepen gedrag en het gebrek aan geschikte woonplekken voor mensen met meervoudige problematiek (verslaving in combinatie met ggz of licht verstandelijke beperking) toegenomen en steeds merkbaar geworden in de samenleving.
Er zijn diverse landelijke actieplannen ontwikkeld, waaronder het programma een Thuis voor Iedereen, die vragen om lokale inzet. Ook op de Noord-Veluwe en in de gemeente Nunspeet zien we deze ontwikkeling. De maatschappelijke opvang is vol en er is meer maatwerk nodig om kwetsbare mensen goed te kunnen ondersteunen. De reserve beschermd wonen biedt de mogelijkheid om dit te blijven doen wanneer de decentralisatie plaatsvindt en geeft ons de mogelijkheid om vooruitlopend op dit proces lokale antwoorden te zoeken voor onze kwetsbare inwoners. Maatwerkwonen (waar mensen met onbegrepen gedrag, veelal combinatie met verslaving een woonplek vinden met waar nodig intensieve begeleiding op maat) is hier een voorbeeld van. Vraag 2: Gezondheid: het lijkt er op dat verschillende indicatoren niet meer gemeten worden (sinds 2022 geen cijfers meer). Gezond gewicht, roken, beweegnorm etc. Hoe kunnen we dit volgen en hoe weten we of ons gezondheidsbeleid effectief is? Antwoord: Het lijkt wellicht dat bepaalde indicatoren niet meer gemeten worden sinds 2022, maar dat is niet correct. De metingen worden alleen niet jaarlijks herhaald, waardoor we dus niet elk jaar nieuwe cijfers kunnen rapporteren. We verwijzen hierbij graag naar het Uitvoeringsplan Gezondheid, waarin wij een stuk hebben opgenomen over de indicatoren van gezondheid (zie pagina 31 en 32 van het Uitvoeringsplan Gezondheid).
Daarin wordt beschreven hoe de evaluatie van gezondheid wordt vorm gegeven en daarbij is ook een tabel opgenomen waarin de frequenties staan met betrekking tot de indicatoren. Bijvoorbeeld: Percentage inwoners dat voldoende beweegt conform norm Gezond Bewegen (volgens inzicht uit “De Gezondheidsmonitor Jeugd, Volwassenen en Ouderen” in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder). Deze wordt vierjaarlijks door de GGD uitgevoerd. De cijfers zijn in dit geval dus per 4 jaar beschikbaar. Eén van de belangrijkste redenen om dit niet vaker te meten is omdat veranderingen in gezondheidsgedrag, die je verwacht aan de hand van preventieve interventies die worden ingezet, vaak pas zichtbaar zijn in metingen na 4-7 jaar. Bij een intensievere aanpak, zoals nu met OKO, hoop je sneller resultaten te zien in gedragsverandering, daarom is daar de meting tweejaarlijks.
Vraag 3: Mobiliteit/ lokale fietsagenda: citaat collegeprogramma: ‘we geven extra aandacht aan de lokale fietsagenda, zoals parkeren, fiets delen, oplaadpunten, veilige fietszones en brede fietspaden’. Is er een lokale fietsagenda vastgesteld en zo ja, hoe geven we hier uitvoering aan? Antwoord: In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan wordt aandacht besteed aan fietsen in Nunspeet. Vorig jaar is een participatietraject gestart inzake de beleving van de (toeristische) fietser in het centrum van Nunspeet. Op basis hiervan zijn diverse maatregelen getroffen in het centrum van Nunspeet. Zo zijn op strategische locaties extra fiets parkeerplekken rondom het centrum gecreëerd en wordt de mogelijkheid geboden om fietsen vast te zetten aan fietsbeugels. Ook wordt, waar nodig, ingespeeld op de vraag naar extra oplaadpunten voor elektrische fietsen, naast het gemeentehuis bevindt zich het eerste oplaadpunt. Bij (woningbouw)ontwikkelingen wordt expliciet rekenschap gehouden met fietsparkeren. Ook wordt ingezet op hoogwaardige fietsinfrastructuur, denk hierbij aan de ontwikkeling IKC-Oost en de daarbij behorende fietsinfra (fietsstraat). Vraag 4: Ongevallen (politiecijfers): het aantal ongevallen lijkt vanaf dit jaar enorm te zijn teruggelopen.
In hoeverre zijn deze cijfers bijgewerkt/realistisch? Antwoord: De cijfers zijn door de nieuwe systematiek omtrent KPI’s niet volledig bijgewerkt. Aan het eind van het derde kwartaal 2024 worden de verkeersongevallencijfers tot en met het tweede kwartaal bijgewerkt. Door de nieuwe systematiek lopen de verkeersongevallencijfers een kwartaal achter. Vraag 5: Bestuur en dienstverlening: citaat: ‘het onderzoek in H2ONE-verband naar samenwerking op het gebied van automatisering en informatisering loopt op dit moment en zal in 2023 - naar verwachting afgerond worden. Voornamelijk de aanpak van het proces en de communicatie daarover verlopen soms stroef waardoor het lastig inschatten is wat de uitkomst zal gaan worden’. Hoe staat het met dit onderzoek? Wat zijn de ambities? En wanneer worden we als raad geïnformeerd over dit traject? Antwoord: Het rapport is klaar, het advies hierover is voor de zomervakantie op 11 juli gepresenteerd in het gemeentesecretarissenoverleg van de 5 gemeenten door het externe bureau. Daar heeft de stuurgroep, namens de gemeente Nunspeet zit daar de teammanager Informatie in, de opdracht gekregen om het onderzoek uit te werken in een collegevoorstel (incl. eventuele aandachtspunten). Hiervoor zou in augustus/begin september een afspraak ingepland worden door Native (het externe bureau), dit is tot op heden niet gebeurd.
De planning was om tegelijkertijd alle portefeuillehouders afzonderlijk bij te praten, zodat er eind september een gezamenlijk portefeuillehouders overleg plaats kan vinden. In oktober zou dan de planning zijn voor besluitvorming college en vervolgens de raad. Zoals gezegd, is de eerste afspraak in september nog niet ingepland, waardoor afronding 3e kwartaal 2024 zal doorschuiven naar 4e kwartaal 2024/1e kwartaal 2025. K. Koers (Gemeentebelang) (De beantwoording van deze vraag volgt zo spoedig mogelijk op 5 september) Vraag 1: Programma 3:
De uitnutting begroting wordt vanaf 2024 per kwartaal weergegeven. De eerste twee kwartalen geven 38% van de benutting weer. Betekent dit dat we met activiteiten achterlopen in het eerste half jaar? Antwoord:
Vraag 2: Programma 4: Volgens de cijfers wijkt de uitnutting begroting in Q1 en Q2 meer dan 10% af tov 2023. Waarom ontbreekt dan de toelichting hierop? Antwoord: De uitnutting voor Q1 en Q2 2024, was 57%. In 2023 voor Q1 en Q2 was dit 68%. De fluctuaties wat betreft facturering vanuit derden verklaart deels het verschil. Daarnaast is het grootste verschil dit jaar, dat een aantal onderdelen direct door derden gefactureerd worden aan Elburg ten behoeve van SPUK-IZA. Hierbij valt te denken aan regionale projectkosten OKO, GezondVeluwe en OZOverbindzorg. In 2023 zijn deze kosten eerst uit de gemeentelijke middelen betaald en pas aan het eind van het jaar gedeclareerd bij gemeente Elburg ten behoeve van SPUK-IZA. Vraag 3: Programma 5: Het aantal ongevallen is in 2024 tot en met Q2 drastisch lager in verhouding tot voorgaande jaren, klopt dit? Antwoord: De systematiek voor het invullen van de KPI’s is gewijzigd. In het eerste kwartaal van 2024 zijn de cijfers over 2023 afgerond. Aan het eind van kwartaal 3 in 2024 worden de verkeersongevallencijfers tot en met het tweede kwartaal van 2024 aangevuld. Aan het eind van kwartaal 1 in 2025 worden de verkeersongevallencijfers over 2024 definitief aangevuld. Vraag 4: Programma 5: Ook hier wijken de cijfers meer dan 10% af bij uitnutting begroting, het blijft behoorlijk achter top van vorig jaar.
Kan hier een toelichting op worden gegeven? Antwoord: De asfalteringswerkzaamheden m.b.t. het groot onderhoud zijn in vergelijking met vorig jaar een paar maanden later gepland. Vraag 5: Programma 7: Het aantal aanslagen Forensenbelasting neemt sinds 2022 iets af terwijl het lijkt dat er toch steeds meer zomerhuisjes op de grote parken bijkomen; hebben jullie hier een verklaring voor? Antwoord: Naar aanleiding van de vraag zijn de aantallen aanslagen Forensenbelasting over de periode 2021 t/m 2023 vanuit het belastingpakket geanalyseerd, met name omdat er een aanzienlijke stijging te zien is voor de jaren 2021 en 2022. Bij de 4e kwartaalrapportage 2023 zijn de aantallen voor deze jaren naar boven bijgesteld. Uit de analyse uit het belastingpakket blijkt dat de definitieve opgelegde aantallen aanslagen voor de jaren 2021 en 2022 2.749 en 2.790 zijn en het voorlopige aantal aansla-
gen 2023 2.825 is. De aanslagen 2023 zijn in juni 2024 opgelegd, deze zijn nog niet definitief en kunnen dus nog wijzigen. Het is niet duidelijk waarom de aantallen voor de jaren 2021 en 2022 bij de 4ekwartaalrapportage 2023 zijn bijgesteld. Mogelijk zijn de voorlopige aantallen opgenomen. Bij het 3e kwartaalrapportage 2024 zullen de aantallen 2021 en 2022 worden aangepast. In de vraagstelling wordt verondersteld dat een toename van zomerhuisjes op de grote parken ‘automatisch’ een toename is van het aantal aanslagen Forensenbelasting. Dit is geen automatisme, het kan namelijk ook zijn dat een zomerhuisje onder de toeristenbelasting valt.