AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 4 dec. 2024
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 4 december 2024. ☐3.
Rondvraag.
K.M. van Bronswijk (CDA Lokaal) Naar aanleiding van de stukken ter kennisname: collegebesluit toekomst Kulturhus: Vraag: Bij de kanttekening staat benoemd dat een subsidieverzoek van SDE (Stichting Dorpshuis Elspeet) wordt verwacht. Door een te verwachten afname van het tekort wordt een dalende trend voor de benodigde subsidie verwacht. Welke subsidiebedragen met een stapsgewijze afname zijn de komende 5 jaren nodig om financiële tekorten voor SDE te voorkomen? Antwoord: SDE is in beginsel zelf verantwoordelijk om extra inkomsten te genereren om een eventueel tekort te dekken casu quo toe te werken naar een gezonde, toekomstbestendige exploitatie. Het college blijft vinger aan de pols houden in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen met SDE. Indien de (extra) inspanningen vanuit SDE niet toereikend zijn, kunnen wij aan een aantal knoppen draaien. Zoals de reservering voor het meerjarenonderhoud herzien bijvoorbeeld. Mocht in het uiterste geval een subsidie nodig zijn, dan zal deze naar verwachting in beginsel maximaal 20.000 euro per jaar bedragen en in vijf jaar afnemen naar 0. ☐6a.
Multifunctioneel sportpark Hulshorst fase 2 en 3.
G. Pluim (ChristenUnie) Fase 2: Vraag 1: Waarop is het aantal van 100 extra parkeerplekken gebaseerd? Antwoord: Er is gekozen voor een maximalisatie van parkeerplekken op basis van de beschikbare ruimte. Op zaterdagen komt het meermaals voor dat er circa 50 auto’s langs de Brandsweg geparkeerd staan. Tevens is gekeken naar een formele berekening van de parkeerbehoefte. Ook dan worden er minimaal 50 parkeerplekken voorzien. Op zaterdagen dat er gelijktijdig grote evenementen of wedstrijden zullen zijn bij de voetbal en/of de manege is de verwachting dat ruim 100 extra plekken van pas komen. Mocht ooit fase 3 ontwikkeld worden (of een alternatief) dan komt daar een extra parkeerbehoefte bij. Er is daarom voor gekozen om in het voorlopig ontwerp een maximale (aanvullende) parkeervoorziening te creëren. Vraag 2: Welke alternatieven zijn onderzocht, waarbij extra parkeerruimte wordt gecreëerd zonder dat verplaatsing van de paardenbak nodig is? Antwoord: Eind december is aan uw raad een schetsontwerp voorgelegd. Bij dit schetsontwerp zijn allerlei mogelijke varianten onderzocht. Het door uw vastgestelde schetsontwerp is de basis geweest voor het
voorlopig ontwerp. Bij de onderzochte varianten is ook gekeken naar alternatieve locaties voor de parkeervoorziening, zonder dat de paardenbak verplaatst hoeft te worden. Zonder de paardenbak te verplaatsen zijn er mogelijkheden om op de voormalige camping Landrust een parkeervoorziening te realiseren. Dit wordt niet als wenselijk gezien omdat: - Er dan twee separate parkeervoorzieningen en ingangen worden gecreëerd, met twee verschillende aanrijroutes. Daarbij worden er verkeersonveilige situaties gecreëerd als auto’s van de ene volle parkeerplaats naar de andere parkeerplaats moeten rijden via Brandsweg/Harderwijkerweg. Een weg ‘tussendoor’ (tussen huidige locatie buitenbak manege en hoofdveld vv Hulshorst) is niet mogelijk. - Er een nieuwe ontsluiting van het Sportpark en verkeerssituatie ontstaat op de Harderwijkerweg met stilstaand verkeer bij de afslag van de nieuwe parkeervoorziening (huidig camping Landrust). Qua verkeersveiligheid is dit absoluut niet wenselijk, temeer omdat de afslag bij de Brandsweg hierop is ingericht (met daarbij het onderzoek naar de rotonde).
Fase 3 Vraag 1: Wat is de invloed van fase 3 op fase 2? Met andere woorden: zou fase 2 er anders uitzien als er niet ruimtelijk voorgesorteerd zou worden op fase 3? Zijn er dan minder parkeerplekken nodig? Of zouden in dat geval andere ruimtelijke keuzes mogelijk zijn als de manegebak niet verplaatst hoeft te worden? Antwoord: Fase 3 heeft geen invloed op fase 2. Vanwege de huidige parkeerproblematiek gaan we voor een maximalisatie van de parkeerplekken en één centrale parkeervoorziening. Het is wel mogelijk om het vierde voetbalveld (fase 1) naar het noorden te verplaatsen als de gemeenteraad geen ruimtereservering wenst voor de combinatiebaan (fase 3). Vraag 2: De IJsclub gaat uit van een aantal aannames in toekomstige ledenaantallen voor de skeelervereniging en toevoeging van andere disciplines (hardlopen, wielrennen) op het binnenterrein. Stel dat dit anders uitvalt en de baan toch minder gebruikt wordt, wat zijn dan de risico’s en wie draagt hierin de risico’s? Antwoord: Het risico hiervan is dat het gebruik van de combinatiebaan lager ligt dan verwacht (bezettingsgraad). En dat daarmee de behoefte lager ligt en deze voorziening minder sport en bewegen stimuleert dan werd aangenomen. Desondanks zal ook met een lager ledenaantal de baan intensief gebruikt (kunnen) worden door een multifunctionele inzet. Hiervoor moet de businesscase ook verder ontwikkeld worden.
De drager van de risico’s is mede afhankelijk van welke (beheer-)constructie gekozen wordt. Desondanks dragen zowel de gemeente als de vereniging diverse risico’s. Mocht de ijsclub de combinatiebaan niet voldoende kunnen exploiteren, en/of de kosten niet kunnen betalen, dan komt dit risico bij de gemeente. Dit is het geval bij alle andere gemeentelijke binnen- en buitensportaccommodaties. Vraag 3: Welke businesscase ligt ten grondslag aan de investering in de skeelerbaan. Wat is er nodig om dit rendabel te krijgen? En hoe is hierin de verdeling van risico’s tussen de gemeente en de toekomstige Skeelervereniging?
Antwoord: De inhoudelijke businesscase is met name een inventarisatie die de ijsclub zelf heeft vormgegeven. Dit gaat globaal over de ervaringen met combinatiebanen elders in het land, specificaties, exploitatiemogelijkheden, bezettingsgraad jaarrond, etc. De financiële businesscase zit tot dusver in de demarcatie tussen de ijsclub en de gemeente. Daarbij heeft de ijsclub inzichtelijk gemaakt wat zij redelijkerwijs aan zelfwerkzaamheid en eigen middelen kunnen bijdragen. Dit is weergegeven in het commissievoorstel. Om een combinatiebaan (maar ook andere gemeentelijke sportaccommodaties) rendabel te krijgen is een complexe vraag en niet in een paar zinnen te vatten. Globaal geeft een hoge bezettingsgraad meer exploitatiemogelijkheden en inkomsten. Zowel bij een hoge als bij een lage bezettingsgraad is het belangrijk goede afspraken (huurovereenkomst en demarcatielijst) te maken om een sportaccommodatie en in dit geval een combinatiebaan zo rendabel mogelijk te laten zijn. Inleiding volgende vragen: Schaatsen en skeeleren zijn geen basissporten in het huidige beleid. In het plan staat: ‘conform andere verenigingen, en vooruitlopend op het nieuwe beleidsplan sport en bewegen, is het mogelijk om voor de ijsclub dezelfde kaders te hanteren voor basissporten’.
Het college loopt daarin vooruit op het nieuwe beleidsplan, waarbij nu nog niet vaststaat welke systematiek we gaan gebruiken, en als we dat wel doen, of skeeleren dan een basissport is. Vraag 4: Als we nu akkoord gaan met het ruimtelijk plan, inclusief ruimte voor een skeelerbaan, wat is dan het scenario als schaatsen en skeeleren binnen nieuw beleid niet als basissport worden aangemerkt? Of als we kiezen voor een heel andere financieringsbasis voor het nieuwe beleidsplan? Antwoord: Dat zou (kunnen) betekenen dat er vanuit de gemeente/raad geen draagvlak of commitment is om financieel of anderszins (grondverhuur?) bij te dragen aan de realisatie van deze combinatiebaan. Als dat het geval is, kan er met uw raad nagedacht worden over een alternatieve invulling, of dan kan bijvoorbeeld het vierde voetbalveld op de locatie van de combinatiebaan gerealiseerd worden. Vraag 5: Als we nu akkoord gaan met het ruimtelijk plan, inclusief ruimte voor een skeelerbaan, wat is dan het scenario als we bij de programmabegroting 2026 op financiële gronden niet akkoord kunnen gaan met fase 3? Er is dan ruimte ingetekend die niet benut kan worden. Wat is hiervan vervolgens de invloed op fase 2? Antwoord: Zie antwoord hierboven bij vraag 4. Er moet dan nagedacht over een alternatieve invulling (of braakliggend terrein).
Er is geen invloed op fase 2, wel eventueel op fase 1 waarbij het vierde voetbalveld op de locatie van de combinatiebaan gerealiseerd kan worden. A. Pluim (Gemeentebelang) Vraag: Er wordt gesproken over een nieuwe bodem in de buitenbak. In de bestaande bak ligt een Agterberg bodem, is het niet mogelijk deze bodem te verplaatsen? Of is deze bodem reeds afgeschreven?
Antwoord: De manege wil bezien of onderdelen van de Agterberg bodem gebruikt kunnen worden voor de binnenbak van de manege, met name de ‘toplaag’. De bodem is nog niet afgeschreven maar volledig verplaatsen is geen optie. Een aantal andere zaken moeten wel hergebruikt gaan worden voor de omgeving van de nieuwe buitenbak (bijvoorbeeld huidig hekwerk of trottoirbanden): de manege heeft aangegeven zoveel als mogelijk te willen hergebruiken in het kader van duurzaamheid. ☐6b.
Tweede prognose 2024 Meerinzicht Jeugd gemeente Nunspeet en prognose 2025.
Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6c.
Verwerking moties Programmabegroting 2025-2028.
Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6d.
Belastingverordeningen 2025.
G. Pluim (ChristenUnie) Vraag 1: Er is sprake van een forse stijging van de afvalstoffenheffing. Met ingang van boekjaar 2024 is de voorziening leeg. Bij een positief jaarrekeningsaldo 2024 zal worden bezien of deze voorziening wordt gevoed, zodat er middelen beschikbaar zijn voor egalisatie van de tarieven. Wat is plan B als er geen middelen beschikbaar zijn vanuit een positief jaarrekeningsaldo? Antwoord: Als geen middelen beschikbaar zijn vanuit een positief jaarrekeningsaldo kan bezien worden of door herschikking van de reserves en voorzieningen de voorziening wordt gevoed. Vraag 2: Als gevolg van onder andere hoger loonkosten personeel en hogere kosten derden als gevolg van het resultaat van nieuwe aanbestedingen zijn de raming inzameling- en verwerkingskosten aanzienlijk hoger. Wat verklaart de hogere kosten als gevolg van de nieuwe aanbesteding? En gaat het bij gestegen personeelskosten alleen om een CAO- verhoging of zijn er andere factoren die van invloed zijn op de personeelskosten? Antwoord: De nieuwe overeenkomst verwerking GFT geeft een hogere verwerkingsprijs (per ton). Daarnaast hogere op-overslagkosten voor zowel GFT als huishoudelijk afval. De verwerkingsprijs voor huishoudelijk afval (HHA) is ook gestegen. De stijging van de personeelskosten is het gevolg van hogere loonkosten (CAO-verhoging) en de toerekening van begrote inzet van medewerkers.
Vraag 3: Door een bewustwordingscampagne is de verwachting dat dit zal leiden tot minder te verwerken afval, maar zeker dat er betere scheiding tussen grijs en groen zal plaatsvinden. Dit zal leiden tot kostenbesparing. Waarom leidt dit tot een kostenbesparing, en in hoeverre is het zeker dat deze gerealiseerd gaat worden? Antwoord: Minder afval in de containers resulteert tot lagere verwerkingskosten (dus kostenbesparing). Nu verdwijnt nog relatief veel groen in de grijze container. Verwerkingskosten van het afval uit de grijze containers is hoger dan van de groene containers. Het geeft dus een kostenbesparing als meer groen vanuit de grijze in de groene container komt. Het is aan de voorkant moeilijk te zeggen of iets zeker te realiseren is. J. van den Hoorn (SGP) Vraag: Bij de toegevoegde stukken staat een onderbouwing voor de kosten van 2025. Graag ontvangen wij ook de onderbouwing van 2024, met een verklaring voor het verschil 2024/2025. Antwoord: Het overzicht 2024 is bijgevoegd. De stijging is circa 3,5 ton euro.
Verklaring in hoofdlijn: 0,7 ton euro (gewone)indexering externe kosten, 1,2 ton euro lagere opbrengst nascheiding kunststofafval, 0,75 ton euro hogere kosten personeel (inclusief overhead) als gevolg van hogere loonkosten (cao-verhoging) en de toerekening van begrote inzet van medewerkers en 0,85 ton euro hogere inzamelings- en verwerkingskosten als gevolg van nieuwe overeenkomst verwerking GFT, hogere op-overslagkosten voor zowel GFT als huishoudelijk afval, stijging verwerkingsprijs voor huishoudelijk afval (HHA). A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) De fractie van PvdA/GroenLinks heeft twee vragen met betrekking tot de toelichting over de afvalstoffenheffing: Vraag 1: Met ingang van boekjaar 2024 is de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing leeg. Bij een positief jaarrekeningsaldo 2024 zal worden bezien of deze voorziening wordt gevoed, zodat er middelen beschikbaar zijn voor de egalisatie van de tarieven. Gaat dit over de tarieven voor 2025 of van 2026 en verder? Antwoord: Nu worden de tarieven voor 2025 vastgesteld. Aangezien de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing nu leeg, was er geen mogelijke een onttrekking uit deze voorziening voor te stellen. Als deze voorziening weer gevoed wordt, kan dit worden betrokken bij de tariefberekening van 2026 en verder.
Vraag 2: Door een bewustwordingscampagne is de verwachting dat dit zal leiden tot minder te verwerken afval, maar zeker dat er betere scheiding tussen grijs en groen zal plaatsvinden. Dit zal leiden tot kostenbesparing. Zal dit al in 2025 leiden tot kostenbesparing? Immers pas in het tweede kwartaal 2025 wordt de visie op huishoudelijk afval- en grondstoffenbeheer aan de gemeenteraad voorgelegd.
Antwoord: In de berekening is rekening gehouden met een kostenbesparing in 2025 door een bewustwordingscampagne. Bij de jaarrekening 2025 zal blijken of dit is gerealiseerd. In de tussentijdse rapportages kan dit worden gemonitord. ☐6e.
Vaststelling Financiële Verordening gemeente Nunspeet 2025.
J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1: Wijzing artikel 5 lid 1: Hierbij wordt voorgesteld om de autorisatie van de begroting niet meer per taakveld, maar per programma te laten doen? Evenals voor de signalering van begrotingsoverschrijdingen? Graag hoor ik of ik dit goed interpreteer. Antwoord: Dat is inderdaad een goede interpretatie. Vraag 2: Wat is de gedachte/reden voor dit voorstel? Antwoord: De bestendige gedragslijn is dat de autorisatie van de begroting door de raad plaatsvindt per programma. In de verordening was echter opgenomen dat dit per taakveld plaatsvindt. Door de aanpassing is het nu weer in lijn met de bestendige gedragslijn. Vraag 3: Betekent het aannemen van dit voorstel dat de raad minder invloed heeft op de toewijzing van budgetten? Antwoord: Nee, de raad behoud haar invloed op de toewijzing van budgetten. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: In artikel 5, lid 6 van de Financiële verordening is de autorisatie over de grondexploitaties geregeld. De raad autoriseert per complex. In artikel 1 van de Financiële verordening (begripsbepaling) staat niet wat er onder per complex wordt begrepen. Dus de vraag is: Wat bedoelt het College met per complex? Antwoord: Een voorbeeld van een complex is de Molenbeek, Weversweg, De Kolk etc.