CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 3 okt. 2024

Commissie Maatschappij en Middelen 3 oktober 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester)college en commissie1.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden commissie Maatschappij en Middelen 3 oktober 2024. ☐3.

Rondvraag.

G. Bronkhorst (SGP) Inleiding: In juni 2024 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet integrale Suïcidepreventie waardoor gemeenten verplicht worden een lokaal beleid te ontwikkelen om suïcide te voorkomen. Een paar vragen hierover: Vraag 1: Op welke manier wil het college in onze gemeente concreet uitvoering gaan geven aan deze wet? Antwoord: Gemeente Nunspeet werkt al en een aantal jaar subregionaal (Noord-Veluwe en Zeewolde) samen met het Suïcidepreventiecentrum (SPC). In aanloop naar de inwerkingtreding van de Wet integrale Suïcidepreventie is er door de subregio besloten hier gezamenlijk met het SPC te onderzoeken wat er voor nodig is om de huidige aanpak te versterken om tot verdere lokale inbedding te komen. Tijdens een bestuurlijk overleg op 19 september is ingestemd met het tijdsschema wat is aangedragen door het SPC om voor de inwerkingtreding van de wet een uitgewerkt plan van aanpak te hebben liggen. Vraag 2: De gemeente Nunspeet staat aangemerkt als samenwerkingspartner van Het Suïcide Preventie Centrum (SPC). Wat houdt dit concreet in? Antwoord: Zoals in de beantwoording hierboven aangegeven werkt gemeente Nunspeet nauw samen met het SPC.

Naast het plan waar voor het vervolg aan gewerkt wordt zijn er ook voorbeelden van activiteiten die dit jaar gezamenlijk plaatsgevonden hebben: - een lokale netwerkbijeenkomst in mei rondom suïcidepreventie met lokale professionals die hier in hun werk mee te maken krijgen. - de training ‘Suïcide InZicht’ is gevolgd door 15 lokale professionals. In deze training leerde de professionals hoe je het gesprek aan kan gaan met iemand met suïcidale gedachten en hen op een juiste manier te begeleiden. Tevens was er aandacht voor wat het effect van deze gesprekken kan zijn op de professional zelf en hoe daar mee om te gaan. - een lokale routekaart wordt opgesteld, waarin stappen worden omschreven hoe iemand te helpen die aan zelfdoding denkt. Deze zal binnenkort gedeeld worden met partners in het netwerk. Naast deze gezamenlijke activiteiten heeft het SPC ook individuen en scholen bijgestaan/begeleid rondom (pogingen tot) zelfdoding. Vraag 3: Wanneer en op welke manier wordt de raadscommissie Maatschappij en Middelen op de hoogte gebracht van bovenstaande ontwikkelingen? Antwoord: Zodra het plan van aanpak, zoals bedoeld onder vraag 1 gereed is, zal uw raad hierover geïnformeerd worden via een mededeling.

☐6a. Technische behandeling Programmabegroting 2025-2028. Technische vragen van raadsleden over dit onderwerp kunnen gesteld worden via het mailadres begrotingsvragen@nunspeet.nl ☐6b.

Startnotitie sport en bewegen gemeente Nunspeet.

G. Bronkhorst (SGP) Vraag 1: Wat betreft de SPUK regelingen: SPUK’s Specifieke Uitkeringen worden door het nieuwe kabinet teruggedrongen. Vrijwel alle SPUK’s moeten worden overgeheveld naar het gemeente- en provinciefonds maar er gaat daarbij wel 10% van de SPUK gelden af van het totale budget. In hoeverre zijn deze voorgenomen bezuinigingen meegenomen in het overzicht van de beschikbare budgetten op bladzijde 28? Antwoord: Deze zijn nog niet meegenomen. De beschikbare budgetten zijn hoofdzakelijk de huidige budgetten die de gemeente beschikbaar heeft voor uitgaven aangaande sport. Aan de inkomstenkant gaan er inderdaad veranderingen plaatsvinden door de zogenaamde SPUK’s. We hopen deze gevolgen mee te kunnen nemen in het beleidsplan door een overzicht van kosten en baten. Vraag 2: Wat betreft participatie: In participatietraject wordt onderscheid gemaakt tussen Sportverenigingen (die mogen adviseren) en overige Sportorganisaties (die worden geraadpleegd). Op basis waarvan en waarom wordt dit onderscheid gemaakt? Antwoord: Sportverenigingen zijn veelal vrijwillig georganiseerde organisaties (SBBI – sociaal belang behartigende instellingen) waar de gemeente een samenwerking mee heeft, of die afhankelijk zijn van de gemeente op het gebied van verhuur van grond of van een sportaccommodatie. Ook dragen ze bij aan doelstellingen op het gebied van sportstimulering.

Overige sportorganisaties zijn organisaties met een winstoogmerk, zoals fitnesscholen en andere commerciële aanbieders. Met hen heeft gemeente niet per definitie een samenwerking, maar zij kunnen wel bijdragen aan doelstellingen op het gebied van sportstimulering. Vanwege vorengenoemde reden maken we onderscheid qua participatie. Vraag 3: Wat betreft de visie en de bijbehorende ambities missen we de koppeling met de evaluatie van het bestaande beleid. Daarom de volgende vragen per visie: a. Kunt u een SMARRT geformuleerde evaluatie geven van het bestaand beleid op basis waarvan de ambitie ‘een duurzame sportinfrastructuur in elke kern om sporten en bewegen te faciliteren’ als nieuw beleid is geformuleerd? Antwoord: Dat is niet in een paar zinnen te beantwoorden of te duiden. Graag geven we hier bij het beleidsplan nader invulling aan. Met o.a. deze ambitie hebben we een allesomvattend kader waarbinnen we met diverse activiteiten en onderwerpen kunnen bijdragen aan de algehele visie. De gekozen ambities zijn ook gebaseerd op de landelijke ontwikkelingen en thema’s die hierbij terug komen.

Zoals aangegeven in de startnotitie is het afhankelijk van de uitkomsten van het participatietraject en de verdere uitwerking van de nota of er onderdelen worden toegevoegd of komen te vervallen. Onderdeel van het participatietraject is een nadere verdieping en evaluatie van het huidige beleid (vanuit het perspectief van de betrokkenen). Mochten we op basis hiervan ook de ambities moeten aanscherpen of aanvullen dan is dat mogelijk. b. Kunt u een SMARRT geformuleerde evaluatie geven van het bestaand beleid op basis waarvan de ambitie ‘toekomstbestendige en vitale sportverenigingen’ als nieuw beleid is geformuleerd? Antwoord: Zie antwoord hierboven. c. Kunt u een SMARRT geformuleerde evaluatie geven van het bestaand beleid op basis waarvan de ambitie ‘een gezond en sportief leven voor alle inwoners in de gemeente Nunspeet’ als nieuw beleid is geformuleerd? Antwoord: Zie antwoord hierboven.

d. Kunt u een SMARRT geformuleerde evaluatie geven van het bestaand beleid op basis waarvan de ambitie ‘iedereen kan meedoen aan sport en bewegen’ als nieuw beleid is geformuleerd? Antwoord: Zie antwoord hierboven. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Het woord ‘vitale’ wordt in de startnotitie 11 keer genoemd. Het gaat over vitale sportaanbieders en vitale sportverenigingen. Hoe vitaal (organisatorisch, financieel) zijn de sportaanbieders en sportverenigingen in de gemeente Nunspeet? Antwoord: Het woord ‘vitale’ komt meerdere keren terug in de startnotitie. Dit komt ook met name terug in de evaluatie van het huidige beleid en de landelijke- en provinciale ontwikkelingen. Daarnaast wordt benoemd bij de visie dat we willen dat inwoners kunnen sporten bij vitale sportaanbieders. Hier worden zowel sportverenigingen als sportorganisaties mee bedoeld. In het beleidsplan wordt een nadere duiding gegeven aan het begrip vitale sportorganisaties en vitale sportverenigingen en welke rol de gemeente hierbij vervult. Een andere uitwerking van de huidige situatie: ‘’hoe vitaal zijn ze nu?’’ zal onderdeel uitmaken van het beleidsplan. Door de corona- en energiecrisis zien we dat diverse sportverenigingen – en aanbieders geconfronteerd zijn met een ledenafname of met hogere kosten.

Door diverse (landelijke en lokale) regelingen en creativiteit van verenigingen is de continuïteit in stand gehouden. Desondanks zien we ook nu weer een beweging met een ledentoename bij diverse verenigingen. Daarnaast is het voor diverse (buitensport)verenigingen een blijvende uitdaging om hun accommodatie in stand te houden. In het beleidsplan gaan we samen bekijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de sportverenigingen toekomstbestendig blijven.

Vraag 2: In de startnotitie luidt de laatste zin op pagina 9 als volgt: “Voor het nieuwe sport- en beweegbeleid is de centrale vraag in hoeverre en op welke manier men financieel wil (blijven) bijdragen aan sport en bewegen in de gemeente Nunspeet.” Op wie wordt met ‘men’ gedoeld? Antwoord: Een betere beschrijving was ‘wij’ geweest. Oftewel de gemeente(raad). Vraag 3: Bij de participatie wordt voor de mate van participeren een onderscheid gemaakt tussen sportverenigingen en overige sportorganisaties. Waarom dit onderscheid? Antwoord: Sportverenigingen zijn veelal vrijwillig georganiseerde organisaties (SBBI – sociaal belang behartigende instellingen) waar de gemeente een samenwerking mee heeft, of die afhankelijk zijn van de gemeente op het gebied van verhuur van grond of van een sportaccommodatie. Ook dragen ze bij aan doelstellingen op het gebied van sportstimulering. Overige sportorganisaties zijn organisaties met een winstoogmerk, zoals fitnesscholen of vechtscholen. Met hen heeft gemeente niet per definitie een samenwerking, maar zij kunnen wel bijdragen aan doelstellingen op het gebied van sportstimulering. Vanwege vorengenoemde reden maken we onderscheid qua participatie. A.

Pluim (Gemeentebelang) Vraag 1: Kan er een duidelijke opsomming worden gegeven van de punten die in het nieuwe beleid echt verschillen met het oude beleid? Antwoord: Het feitelijke nieuwe beleidsplan wordt pas opgesteld na het participatieproces. Dan moet blijken wat de verschillen zijn en worden met het oude beleid op het gebied van sportaccommodaties. De centrale vraag hierbij is hoe we samen met sportverenigingen sobere, doelmatige, toekomstbestendige en duurzame accommodaties in stand kunnen houden dan wel moeten realiseren. Het nieuwe beleidsplan geeft hier nadere invulling aan. Voor wat betreft sportstimulering is het doel om nieuwe kader op te stellen aan de hand van huidige thema’s. De nota 2013-2018 ‘versterken door verbinden’ richt zich primair op kinderen en minder op jongeren en 65-plussers. Daarnaast zijn er twee doelgroepen specifiek benoemd, namelijk: sporters met een beperking en sporters met een laag inkomen. In het nieuwe beleidsplan wordt de focus op meerdere doelgroepen gelegd. We willen namelijk een sportief en gezond leven voor alle inwoners in iedere levensfase. De speerpunten per levensfase willen we met elkaar bepalen. Daarnaast vindt er een verbreding plaats op meedoen. Er komt meer aandacht voor inclusie in de sport.

Regelingen om meedoen te stimuleren en aangepast sporten zijn hier onderdeel van maar er wordt ook gekeken naar nieuwe speerpunten op thema’s zoals sociaal veilige sport en inclusie. Vraag 2: Zijn er financiële consequenties voor de sportverenigingen, die nu onder de basissport vallen en in de toekomst misschien niet meer?

Antwoord: Mocht de rol van de gemeente veranderen t.a.v. één van de basissporten dan zal dit financiële consequenties kunnen hebben voor een sportvereniging. Daarom gaan we gezamenlijk bekijken wat (on)mogelijkheden zijn bij een wijziging van de bekostigingssystematiek. Vraag 3: Er wordt gekeken naar de huurtarieven. Klopt het dat de hoogte van de huur in de toekomst mede afhankelijk is van de zelfwerkzaamheid van een vereniging?. Zo ja wordt dit duidelijke gecommuniceerd met elke sportvereniging die eventueel daarvoor in aanmerking kan komen. Antwoord: Zelfwerkzaamheid is een belangrijk element en grondslag voor het bepalen van een huurtarief. Als een (buitensport)vereniging bijdraagt aan een investering, renovatie of aan het onderhoud, dan scheelt dit in de te bepalen huurtarief die bepaald wordt op basis van de kosten. Zelfwerkzaamheid wordt meegenomen in de herijking van het tarievenstelsel en het nieuwe beleidsplan. In het participatieproces zal dit duidelijk met de sportverenigingen worden besproken. ☐6c.

Pilot passende ondersteuning dichtbij.

Over dit onderwerp zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6d.

Notitie stand van zaken Jongerenparticipatie.

Over dit onderwerp zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6e.

Accountantsprotocol en normenkader 2024.

Over dit onderwerp zijn geen schriftelijke vragen gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14591312/1