AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 13 januari 2022
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen Maatschappij en Middelen 13 januari 2022 per agendapunt. ☐3.
Rondvraag.
Er zijn geen schriftelijke vragen gesteld voor de rondvraag. ☐6a.
Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief wethouder).
R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Woonplaatsbeginsel: Hoeveel gemeenten hebben dit al op orde (procentueel)? Voor wanneer moeten alle gemeenten dit rond hebben (en weten wij dus wat de ‘eindscore’ is)? Antwoord: Het is nog niet duidelijk hoeveel gemeenten dit al op orde hebben. Gemeenten ontvangen informatie via een landelijke ‘transporttool’. Bekend is nu wat men wel al heeft ontvangen, maar nog niet bekend is wat men nog niet heeft ontvangen en wat nog in behandeling is. Vanuit de landelijke werkgroep wordt meegedeeld dat de transporttool, die gemeenten onderling gebruiken om informatie uit te wisselen, op 1 april 2022 uit de lucht gaat. We gaan ervan uit dat (ruim) voor die datum de overdracht van jeugdigen die op 1 januari vanwege het nieuwe woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van een andere gemeente vallen, is afgerond. Ook voor onze regio zijn de gevolgen van WPB 2022 nog niet allemaal verwerkt. De administratie heeft komende weken nodig voor de verwerking van de gegevens en het opstellen van nieuwe contracten. Wanneer er nieuwe gegevens komen geven we een update. Vraag 2: Prognose kosten: Zou er wat meer toelichting kunnen komen op het volgende: Voor het flexbudget en de regionale kosten wordt, mede vanwege het inkooptraject, meer uitgegeven dan de prognose. Antwoord: Dit antwoord vraagt inderdaad nadere detaillering. Wat betreft de regionale kosten is er t.o.v.
de oorspronkelijke begroting een indexering van 1,9% toegepast. In totaal bleek €40.000 extra t.o.v. de begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door € 25.000 voor hogere personele lasten (regisseur en ondersteuning), €10.000 voor inkoop en €7.000 als gevolg van 1,9% indexatie. Vanuit het flexbudget worden diverse kosten betaald die niet via het berichtenverkeer met aanbieders lopen. Dit betreft de kosten voor de inzet van de SOH GGZ jeugd (uitgebreid per 1 juni 2021) vervoerskosten jeugd via ViaVé, inzet van enkele uren per maand aan projectondersteuning voor de SOH GGZ, inzet van ondersteuning datasturing van het Dashboard, inzet door Bureau Clientondersteuning bij het aanvragen van WLZ, kosten week van de pleegzorg, inzet Eigen Kracht Centrale bij netwerkversterking complexe gezinssituaties en individuele maatwerkovereenkomsten. De kosten die voor overschrijding van de begrote kosten zorgen, zijn gerelateerd aan de inzet van de SOH GGZ (per maand € 6.000). ☐6b. Resultaten jongerenonderzoek naar vrije tijd en inclusie. J.M. Elskamp (ChristenUnie) Vraag 1: Pag 9: 28% van de jongeren verricht vrijwilligerswerk. Dat ligt onder het landelijk gemiddelde van 45%. De jongeren geven zelf goede aanbevelingen over het aantrekkelijker maken van vrijwilligerswerk.
Wat gebeurt er met deze aanbevelingen? Welke organisaties gaan dit oppakken? Antwoord: De resultaten zijn gedeeld met het Servicepunt Vrijwilligers. Concrete stappen volgen uit het op te stellen ‘Uitvoeringsplan vrijwilligersondersteuning’ als uitwerking van het integrale beleidsplan sociaal domein.
Vraag 2: Pag. 45: Jongeren geven heel duidelijk het belang aan van praten met jongeren in plaats van over jongeren. Op welke actieve manier zal dat vanuit het gemeentehuis gaan gebeuren bij onderwerpen m.b.t jongeren? Op pag. 90 wordt de suggestie gedaan dat te combineren met het organiseren van een leuke activiteit. Wordt die suggestie opgepakt? Antwoord: Het ligt erg aan het thema hoe dit opgepakt wordt. Zoals jongeren in de beantwoording zelf ook al aangegeven gaat het deels om meedenken bij beleidsvragen, maar voor een flink deel ook om betrokkenheid bij concrete vragen (denk bijvoorbeeld aan hangplekken) of meedoen aan activiteiten. Waar het gaat om ‘beleidsuitvoering’ en activiteitenaanbod vindt uitvoering bij voorkeur plaats via het jeugd- en jongerenwerk. Zo gaat het jeugd- en jongerenwerk bijvoorbeeld actief in gesprek met jongeren uit de buurt bij inrichting van een hangplek en probeert in het aanbod in te spelen op wensen van jongeren die naar het jeugd- en jongerenwerk toe komen. Waar het gaat om de beleidsmatige vraagstukken hebben we de afgelopen jaren meerdere jongerenparticipatietrajecten uitgevoerd, vaak samen met jeugd- en jongerenwerk en soms met school (Veluvine). Daarbij wordt gezocht naar een leuke werkvorm en/of wordt een zogenaamde pizza-bijeenkomst georganiseerd. Dit keer is gekozen voor het benaderen van alle jongeren.
Nu wij ook een aantal adressen hebben van jongeren die wij rechtstreeks kunnen benaderen zullen we ook via deze weg jongeren rechtstreeks benaderen m.b.t. thema’s waarvan zij hebben aangegeven dat zij willen meedenken. Dit biedt een kans om meer jongeren gericht te kunnen bereiken dan voorheen kon. Het actueel houden en aanvullen van dit adressenbestand is hierin voor ons ook een belangrijk aandachtspunt. Vraag 3: Op pag. 48 wordt gesproken over het percentage jongeren dat wil meepraten. In een commissievergadering hebben wij daar een rekensom op losgelaten die niet bleek te kloppen. 43% van de respondenten (1108) betekent 476 jongeren. Daar 70% van zou gaan om 333 jongeren die door de gemeente benaderd mogen worden. Uit het antwoord van de wethouder bleek dat dat significant minder jongeren zijn. Wilt u dit toelichten aan de hand van de genoemde percentages? Antwoord: Slechts 403 jongeren hebben deze vraag ingevuld (zie figuur 42 op p. 48). Van deze jongeren heeft 43% aangegeven te willen meepraten (= 173 jongeren). Van die 173 jongeren heeft 70% (= 121 jongeren) aangegeven door de gemeente benaderd te mogen worden voor één of meerdere thema’s. Wij hebben deze jongeren inmiddels een aantal keren aangeschreven. Jongeren kunnen zich ook nu nog aanmelden. Op dit moment bestaat het adressenbestand uit 274 jongeren die we voor één of meerdere thema’s mogen benaderen.
Vraag 4: Is de digitale flyer al verspreid onder jongeren en is er een mogelijkheid om die in te zien? Antwoord: Ja, de flyer is toegestuurd aan alle jongeren uit het adressenbestand en zijn actief verspreid via het jeugd- en jongerenwerk. De flyer is te vinden op onze website (Gemeente Nunspeet: Jongerenonderzoek) en is voor de volledigheid ook onderaan dit document toegevoegd. Vraag 5: Is het resultaat van dit onderzoek meegenomen in de nieuwe jaarplannen van de welzijnsorganisaties? In het collegevoorstel staat dat dat gaat gebeuren. Wie monitort dat? Antwoord: De resultaten zijn besproken met de welzijnsorganisaties. Zij zijn actief aan de slag gegaan met de resultaten, zowel wat betreft de waardering van de welzijnsactiviteiten als wat betreft meer algemene wensen vanuit jongeren. De Welzijnspartijen hebben de volgende zaken geconstateerd: - De onbekendheid van activiteiten viel hen op. Zij gaan hier via hun communicatiekanalen en persoonlijke contacten met jongeren nadrukkelijker aandacht aan geven. Ook wordt gekeken of er via een specifieke app gewerkt kan gaan worden (bijv. Kwikstart, een landelijke app, lokaal toepassen).
-
Ook viel de behoefte aan jongereninloop / hangplekken op en de behoefte aan juist kleinschaliger activiteiten. Welzijn is hiermee aan de slag en beziet welke aanpassingen in het aanbod gewenst zijn en hoe en op welke termijn deze gerealiseerd kunnen worden. De jongeren die via de enquête aangegeven hebben dat zij op een later moment mee willen denken zullen daarbij gevraagd worden om input. - Door een aantal jongeren wordt een drempel ervaren om deel te nemen aan activiteiten (zeker als ze alleen de eerste stap moeten zetten) of om een beroep te doen op overige instanties. De welzijnsorganisaties inventariseren hoe welzijn de laagdrempeligheid kan bevorderen. Dit wordt meegenomen in het jaarlijkse kennismakingsspel. En het hebben van een persoonlijk contact met een jongerenwerker blijkt bijvoorbeeld goed te werken (mogelijk door het hebben van een persoonlijke pagina). - Er is behoefte bij jongeren aan praktische informatie over wonen en financiën. Er zal met de gemeente samen gekeken worden of dat centraal op een website of app toegankelijk is te maken voor Nunspeetse jongeren. - De leerlingen van Oosterlicht, Veluvine, Nuborgh zijn in beeld. Men gaat onderzoeken hoe ook andere leerlingen die scholen buiten Nunspeet bezoeken beter bereikt kunnen worden. - Er zal nog meer ingezet moeten worden om jongeren in hun digitale omgeving op te zoeken.
Opgemerkt wordt dat dit meer tijd en investering vraagt dan de fysieke contacten. Tijdig en adequaat reageren is belangrijk, want anders haken jongeren weer af. - De wens van ouders om andere ouders te spreken geeft aanknopingspunten om bijeenkomsten te beleggen voor ouders. - Samen sporten bevordert het kunnen meedoen en de veerkracht. Daar kan meer op ingezet worden. De monitoring zal in de ambtelijke overleggen met Welzijnswerk plaatsvinden. Vraag 6: We lezen in het collegevoorstel dat er geen vervolg komt op het onderzoek. Kan dit onderzoek gezien worden als een brede nulmeting en in afgeslankte vorm regelmatig gedaan worden, zodat de effecten van de genomen maatregelen gemeten kan worden? Antwoord: Het jongerenonderzoek richtte zich primair op het evalueren van aanbod vanuit welzijn en om inbreng van jongeren te verzamelen voor de inclusie-agenda. Wij hebben bewust gekozen voor eenzelfde opzet als 8 jaar geleden om breed onder jongeren te inventariseren wat er leeft en niet alleen bij jongeren die actief zijn binnen het jeugd- en jongerenwerk. Wij zien dit onderzoek dan ook niet als nulmeting. Wel zien wij de meerwaarde om een dergelijk onderzoek periodiek uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan de looptijd van de meerjarenafspraken met welzijn, zoals ook dit keer beoogd was. M.J.
Juffer (Gemeentebelang) Vraag 1: Uit de resultaten van het jongerenonderzoek blijkt dat een groot deel van de respondenten zich vaker wil inzetten en betrokken wil blijven bij diverse onderwerpen. Hoe gaat de gemeente hier vorm aan geven en hoe gaat de gemeente dit borgen? Antwoord: Dit past bij de ambitie die wij eerder ook al uitgesproken hebben in het Beleidsplan preventief jeugdbeleid om uitvoering te geven aan jeugd- en ouderparticipatie en bij de ambitie om (inwoner)participatie breed binnen de gemeentelijke organisatie vorm te geven. Zoals ook al eerder in deze beantwoording is aangegeven was dit één van de jongerenparticipatietrajecten die wij vanuit de gemeente hebben uitgevoerd voor beleidsvoorbereiding. Daarnaast worden jongeren ook regelmatig via het jeugd- en jongerenwerk gevraagd om actief mee te denken. Wij zijn vooral ook erg blij dat wij, na dit jongerenonderzoek, een groot aantal jongeren nu ook rechtstreeks digitaal kunnen benaderen over thema’s waarvan zij hebben aangegeven dat deze hen interesseren.
Vraag 2: Van de Nunspeetse jongeren geeft slechts 28% aan vrijwilligerswerk te doen. Dit is relatief weinig in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Vrijwilligerswerk is belangrijk om bepaalde maatschappelijke inzichten te krijgen en een bepaald verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen. Kan de gemeente een rol spelen om het aantal jongeren die vrijwilligerswerk doen te verhogen? Antwoord: Vanuit het Servicepunt Vrijwilligers Nunspeet kan hierop worden ingezet. Dit punt wordt meegenomen bij het opstellen van het ‘Uitvoeringsplan vrijwilligersondersteuning’ als uitwerking van het integrale beleidsplan sociaal domein. Vraag 3: Mantelzorgers. Zo’n 5% van de jongeren gaf aan mantelzorger te zijn. Landelijk gezien is dit 6%. Dit is dus vrij gemiddeld. Wat wij, vanuit Gemeentebelang zorgelijk vinden is dat een jonge mantelzorger gemiddeld 15 uur (!) per week hieraan kwijt is. Dit vind ik erg veel en het lijkt mij dat dit een grote impact moet hebben op de jongeren.
Is er in onze gemeente genoeg hulpverlening voor deze jongeren en weten de jongeren deze hulp te vinden? Zijn ze er überhaupt bewust van dat ze een mantelzorger zijn en er hulp beschikbaar is? Zijn deze jongeren in zicht bij de gemeente? Is het Steunpunt Mantelzorg voldoende geëquipeerd om deze jonge mantelzorgers de juiste ondersteuning te bieden? Antwoord: De beantwoording van deze vraag geschiedt door de portefeuillehouder in de commissievergadering.
☐6c.
Regionale nota ‘Samen verder voor een gezond Noord Veluwe 2022-2025.
R.A. de Bruin (SGP) Opmerking: Genoemde aspect rondom eenzaamheid (aangedragen door adviesraad) onderstrepen wij. Mogelijk kan dit ook meegenomen worden in de lokale uitwerking. Vraag 1: Er wordt een oriëntatie gedaan over de inzet van het IJslandse model. In hoeverre blijven de raden hierbij betrokken en/of worden ze hierover geïnformeerd? Antwoord: De raad wordt via de mededelingen brief geïnformeerd over het proces. Als er een daadwerkelijke besluitvorming is over het toepassen van het IJslandsmodel op de Noord-Veluwe wordt de raad hierbij betrokken. Vraag 2: De sociale adviesraad heeft diverse opmerkingen gemaakt. Een aantal zal lokaal moeten worden uitgevoerd/uitgewerkt. Worden deze punten 1 op 1 overgenomen door onze gemeente? Antwoord: De adviesraad bevestigd ten eerste het belang van de relatie tussen gezondheid en de Sociaal Economische Status en armoede. We zullen hier ook bij de uitvoering aandacht aan besteden. Daarnaast pleit de adviesraad voor een inclusieagenda. In de gemeente Nunspeet wordt al gewerkt aan een lokale inclusieagenda. De raakvlakken tussen de verschillende beleidsvelden zoals gezondheid zijn hier al in uitgewerkt. Met de Lokale Adviesraad Sociaal Domein Nunspeet is afgesproken dat zij betrokken worden bij de uitwerking van het uitvoeringsplan. A.J.
Timmerman (PvdA/Groen/Links) Vraag 1: In het raadsvoorstel staat op pagina 3 dat inwoners bij de verdere uitwerking via directere vormen van participatie worden betrokken. Graag een toelichting wat voor vormen van participatie dat zullen zijn?
Antwoord: Het proces van regionota tot lokaal uitvoeringsplan wordt op dit moment nog ontwikkeld. De vorm(en) van participatie is daarom nog niet bekend. Op voorhand worden er geen vormen uitgesloten. Vraag 2: Door de adviesraden is opgemerkt dat voor de colleges de uitdaging er ligt om er in de uitwerking concrete doelen van te maken, met lokale plannen voor de uitvoering en met evaluatiemomenten. In het raadsvoorstel staat op pagina 3 dat in het lokale uitvoeringsplan een vertaalslag wordt gemaakt van de regionale doelstellingen naar lokale doelstellingen. Bevat het lokale uitvoeringsplan ook indicatoren zodat de raad de voortgang kan monitoren? Antwoord: Het lokale uitvoeringsplan valt onder het beleidsplan sociaal domein. De lokale doelstellingen van de regionale nota worden geformuleerd in lijn met de doelstellingen uit het beleidsplan sociaal domein. De doelstellingen uit het beleidsplan sociaal domein worden vertaald naar indicatoren, welke de raad kan monitoren. Vraag 3: In het raadsvoorstel staat op pagina 3 dat nadat het (jaarlijkse) lokale uitvoeringsplan is vastgesteld deze voor kennisgeving beschikbaar wordt gesteld door het college aan de raad. In het lokale uitvoeringsplan kunnen lokale accenten worden gelegd.
Waarom wordt het lokale uitvoeringsplan niet ter bespreking aan de raad voorgelegd? Antwoord: De regionale nota vormt het beleidsplan en wordt daarom voorgelegd aan de raad ter bespreking en vaststelling. De lokale vertaalslag is uitvoering en daarmee de bevoegdheid van het college. J.M. Elskamp (ChristenUnie) Opmerking: In de kadernota is de inbreng van inwoners geborgd via de adviesraden sociaal domein. Bij lokale programma’s zullen inwoners worden betrokken via directere vormen van participatie. Vraag 1: We hebben gezien dat er veel gedaan is met de adviezen van de adviesraden. Dit in tegenstelling tot de adviezen die gegeven zijn door de adviesraden m.b.t. de verordening bekostiging leerlingenvervoer. Kan toegelicht worden waarom dat zo is? Heeft dat te maken met het tijdspad? Antwoord: Voor de regionale nota volksgezondheid is zo goed mogelijk de inbreng van de adviesraad benut. Daar waar de inhoudelijke adviezen bijdragen aan de nota zijn deze overgenomen. Uw vraag met betrekking tot een vergelijk met het proces over het leerlingenvervoer is hier niet aan de orde. Vraag 2: Welke directere vormen van participatie zullen ingezet worden om inwoners te betrekken? Worden daarbij ook de aanbevelingen van de jongeren meegenomen uit het jongerenonderzoek? Antwoord: Het proces van regionota tot lokaal uitvoeringsplan wordt op dit moment nog ontwikkeld.
De vorm(en) van participatie is nog niet bekend. Op voorhand worden er geen vormen uitgesloten. De aanbevelingen uit het jongerenonderzoek worden meegenomen. Opmerking: We zien bij jongeren een verhoogd risico op psychosociale problemen. Uit recent onderzoek weten we dat de impact van een (echt)scheiding van ouders enorm is op het welbevinden van jongeren en dat vergeleken met jeugdigen uit intacte gezinnen jeugdigen die een scheiding meemaken tweemaal zoveel problemen hebben (bron: https://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2021/01/Richtlijn-Scheiding-en-problemen-van-jeugdigen-2020.pdf).
Vraag 3: Wat ons betreft zou in dit stuk ook aandacht mogen zijn voor preventie van (echt-)scheidingen en ondersteuning voor duurzame relaties. Graag een reactie hierop. Antwoord: In deze regionale nota is er voor gekozen om niet specifiek (echt-)scheidingen en duurzame relaties als speerpunt te benoemen. In de regionale nota wordt wel ingezet op het vergroten van de mentale veerkracht van jongeren. Het beleidsplan sociaal domein vult dit aan met de doelstelling dat kinderen en jongeren zich gezond en veilig ontwikkelen tot unieke volwassenen, mede dankzij een veilige thuissituatie. M.J. Juffer (Gemeentebelang) Opmerking: Gedegen en complete nota waar we de komende jaren weer goed mee vooruit kunnen. Compliment! Vraag: Wat moeten we ons voorstellen bij een haalbaarheidsonderzoek voor het IJslandse preventie model. Gemeentebelang is voorstander van dit model maar een haalbaarheidsonderzoek roept vragen op. In diverse landen, waaronder ook Nederland wordt al binnen verschillende gemeenten gewerkt met dit model. Waarom dan nog de haalbaarheid onderzoeken. Vorig jaar hebben 6 gemeenten, waaronder Amersfoort een pilot gedraaid met dit model. Zou het dan niet beter (lees slagvaardiger) zijn om deze pilot te volgen? Antwoord: Met het haalbaarheidsonderzoek wordt niet onderzocht wat de effectiviteit is van het IJslandse model op zichzelf, dat dit werkt is al succesvol gebleken.
Er wordt onder andere onderzocht welke onderdelen effectief kunnen zijn op de Noord-Veluwe, wat wel en niet werkt in andere gemeenten en welke kosten er verbonden zijn aan een eventuele implementatie van het IJslandse model. Daarnaast wordt ook vroegtijdig bekeken of lokale partners enthousiast en hiermee willen werken. Het haalbaarheidsonderzoek is een document meer gespecificeerd voor de Noord-Veluwe dat aan de raden wordt voorgelegd voor besluitvorming om al dan niet te gaan werken met het IJslandsmodel.