AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Ruimte en Wonen 8 december 2025
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen commissie Ruimte en Wonen 8 december 2025. ☐ 3.
Rondvraag.
S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) PvdA GroenLinks heeft inmiddels meermaals aangegeven dat het college niet aan de informatieplicht voldoet, door doelbewust geen of slechts deels antwoord te geven op kritische vragen. Onze fractie geeft daarom het college eenmalig de kans om de openstaande vragen en toezeggingen vóór aankomende commissievergadering aan onze fractie te doen toekomen. Dit betreft o.a.: Vraag 1: Een duidelijke uitleg over de situatie verkoop sociale huurwoning Kerkendriest, inclusief de door het college genomen stappen. Antwoord: Er is administratief onderzoek gedaan naar de situatie aan de Kerkendriest. Onderzocht is de anterieure overeenkomst, de verleende vergunning, bijbehorende wet- en regelgeving en de volledige historie van aankoop/overdracht van de appartementen. Vervolgens is ook onderzocht of de appartementen door eigenaren worden bewoond of dat er andere mensen staan ingeschreven op de genoemde adressen. Op basis hiervan is een vermoeden ontstaan dat er sprake is van een strijdige situatie. Wij hebben de vergunninghouder uitgenodigd voor een gesprek om een zienswijze te geven op de ontstane en huidige situatie. Op basis van de informatie die de vergunninghouder verstrekt zal een integrale afweging worden gemaakt in de na te streven belangen en daar een passend (handhaving)traject voor worden opgestart.
Vraag 2: Een volledig overzicht van de verkochte sociale huurwoningen in deze raadsperiode. Antwoord: Naast dat er afspraken worden gemaakt met de corporatie over de realisatie van sociale huurwoningen worden binnen de beleidsregel WOM ook afspraken gemaakt over deze categorie woningen. De instandhoudingstermijn voor deze woningen maakt dan onderdeel uit van de vergunningsvoorwaarden. In deze raadsperiode zijn op grond van de genoemde beleidsregel 57 sociale huurwoningen toegekend. Een klein deel (3) hiervan is gerealiseerd en ingezet als huurwoning. De overige woningen zitten nog in een procedure. De woning aan de Kerkendriest is voorover is nagegaan de enige sociale huurwoning die binnen deze raadsperiode en de instandhoudingstermijn is verkocht. Met de corporatie zijn de afspraken dat elke sociale huurwoning die wordt verkocht wordt gecompenseerd middels nieuwbouw. Als bijlage treft u een overzicht aan van het aantal toegekende sociale huurwoningen binnen WoM. Vraag 3: Uitleg naar aanleiding van onze vraag over het parapluplan.
Antwoord: Deze vraag maakt onderdeel uit van het bezwaar dat omwonenden hebben ingediend tegen de vergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten in hotel Veldenbos. De verwachting is dat ons college binnen twee weken een beslissing op deze bezwaren gaat nemen. Wij zullen uw commissie in kennis stellen van deze beslissing op bezwaar en daarmee is de vraag beantwoord. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1: Aan het begin van het jaar hebben wij gevraagd om bestrijding van het Jacobskruiskruid. Kan de wethouder aangeven hoe dit uitgevoerd is? En hoe dit verder meegenomen wordt om uitbreiding te voorkomen? Antwoord: Vanwege de hoge bijdrage aan de biodiversiteit bestrijdt de gemeente Nunspeet het Jacobskruiskruid niet actief in de natuurgebieden op gemeentelijk grondgebied. Wel wordt de plant bestreden door het maaien van de gemeentelijke wegbermen in de weidegebieden. Hierover is contact via schouw- en bouwoverleggen met de cultuurtechnische aannemer. Vraag 2: Tevens is er aangegeven dat er bij de Zandenplas grond opgebracht is die vervuild was met de Japanse Duizendknoop. Heeft er bestrijding plaatsgevonden en is uitbreiding voorkomen zodat deze exoot zich niet verder verspreid in onze bossen? Antwoord: De gemeente Nunspeet is geen eigenaar van recreatieobject de Zandenplas in Nunspeet. Dit gebied is in eigendom en beheer van Leisurelands.
Wij hebben in de afgelopen maanden wel mondeling contact gehad met Leisurelands over de advisering en aanpak van de Japanse Duizendknoop op dit object. Dit om geen verdere verspreiding van de Japanse Duizendknoop richting andere terreinbeherende organisaties te krijgen. Maar voor de actieve bestrijding en aanpak is deze organisatie zelf verantwoordelijk. Vraag 3: Laatst zagen wij grond opgebracht op het voetbalveld in Hulshorst waar nogal wat onkruid in zat. Kan de wethouder ons aangeven hoe dit in de toekomst voorkomen gaat worden? Antwoord: We proberen dit altijd te voorkomen. Maar in niet alle gevallen is het te voorkomen vanwege de herkomst van de grond en de aanwezigheid van onkruidzaden of andere materialen. Sommige onkruidzaden groeien harder dan graszaad. Dit onderwerp heeft zeker onze aandacht bij alle uitvoerende werkzaamheden in de toekomst en wij kijken ook naar alternatieven hierbij. Vraag 4: De Aziatische hoornaar:
Deze exoot verspreid zich steeds verder over Nederland en ook in onze gemeente. Eén nest vreet 12 kg insecten en is een bedreiging voor onze biodiversiteit. Wij weten dat de bijenvereniging actief nesten zoekt maar daar niet de juiste middelen, zoals de benodigde zendertjes, voor kan betalen. Gemeentebelang vindt het belangrijk dat deze hoornaar in een vroeg stadium bestreden blijft worden voordat de bedreiging te groot wordt. Kan de wethouder middelen ter beschikking stellen voor deze vrijwilligers zodat zij het opsporen van deze nesten optimaal kunnen doen? Dan hoeft de gemeente alleen maar de kosten voor het opruimen te betalen en niet voor het opsporen. Wil de wethouder daarvoor op korte termijn in gesprek gaan met de bijenvereniging? Antwoord: De gemeente is bereid specialistisch opsporingsmateriaal in de vorm van microzenders en een ontvanger aan te schaffen voor de opsporing van nesten van de Aziatische hoornaar. Het opsporingsmateriaal blijft in eigendom van de gemeente, maar kan in bruikleen worden gegeven aan de vrijwillige bestrijders. Vraag 5: Vanuit de fractie Gemeentebelang is de vraag gesteld hoe vaak wolven over het wildviaduct het bos uitkomen en in de weilanden ten noorden van onze gemeente, met name, in Hulshorst tussen de landbouwhuisdieren en woningen lopen.
Kan de wethouder ons al iets laten weten over de monitoring of hoe is de stand van zaken? Antwoord: Onder begeleiding van Natuurmonumenten en de WUR is afgelopen najaar gedurende drie maanden (sep-nov) onderzoek gedaan naar het migratiegedrag van edelherten tussen de Veluwemeerkust en het ecoduct Hulshorst. Hiervoor zijn op diverse locaties, waaronder op het ecoduct en Landgoed Hulshorst) wildcamera’s geplaatst. Het onderzoek wordt medio december afgerond. De beelden van passerende wolven op het wildviaduct zullen daarna met ons worden gedeeld. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Bij de behandeling van het principeverzoek Europarcs Bad Hoophuizen in de commissie Ruimte en Wonen van 8 september 2025 vroeg de fractie van PvdA/GroenLinks of de bestemming van de randen van het kampeerveld kan worden aangepast van “groen” naar “natuur-landschap”. Wethouder Groothuis zegde toe terug te komen op deze technische vraag. Wat is het antwoord? Antwoord: Tijdens de beoordeling van het principeverzoek is deze vraag niet aan bod gekomen. In de vervolgstap moet eerst een inrichtingsplan worden opgesteld. Tijdens dat proces wordt in overleg met de initiatiefnemer bekeken of de functie ‘Natuur – Landschap’ ook passend is voor de strook rondom het kampeerveld. De strook mag in ieder geval niet intensiever worden benut dan nu mogelijk is.
Vraag 2: Door een inwoner van Vierhouten is de fractie van PvdA/GroenLinks gewezen op een aantal verkeersonveilige situaties. Op de planning staat het verkeerplan Vierhouten fase 2. De voorbereiding in 2025, uitvoering in 2026. Wat is de stand van zaken? Antwoord: De planning van het verkeersplan Vierhouten is afhankelijk van het participatieproces Gortelseweg. Deze planning wordt hierop aangepast.
☐5a. Principeverzoek Functiewijziging Bospark Nuwenspete (Elspeterweg 34, Nunspeet). C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag: De fractie van Gemeentebelang wil graag weten wat er nodig is en wat de kosten zouden zijn om verkeer vanaf het recreatiepark veilig te laten aansluiten op de Elspeterweg mocht er een bestemmingsplan wijziging komen. Antwoord: De knelpunten rond de ontsluiting staan beschreven in het verkeerskundig advies bij het commissievoorstel. De mogelijke maatregelen vragen om ingrepen die mogelijk niet te realiseren zijn. Een kostenraming past op dit moment nog niet, omdat eerst duidelijk moet worden welke opties in de praktijk uitvoerbaar zijn.
☐5b. Afgifte Verklaring van geen bedenkingen Laan 43a in Nunspeet. Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld.
☐5c.
Hernieuwde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied 2023.
A. Harteveld (ChristenUnie) Inleiding: Op 21 maart 2024 is het bestemmingsplan buitengebied 2023 vastgesteld. Onderdeel daarvan was ook Veenweg 52. In deze zaak is beroep aangetekend. Vraag 1: Het raadsbesluit dat nu voorligt, wordt genoemd: Hernieuwde vaststelling bestemmingsplan buitengebied 2023 Is dit ook een herstelbesluit zoals we onlangs hadden t.a.v. Chw F.A. Molijnlaan? En zitten er nog juridische consequenties aan? Antwoord:
Nee, het betreft een ander soort herstel. Bij de F.A. Molijnlaan ging het om het herstellen van een bevoegdheidsgebrek door een aanvullend besluit. Het betrof een vergunning die door het college is verleend, waar in dit uitzonderlijke geval de raad daartoe bevoegd was. Bij het herstel heeft de raad alsnog de vergunning verleend. Voor de hernieuwde vaststelling geldt dat het hierbij gaat om een eerder rechtmatig door de gemeenteraad genomen besluit. Tijdens de lopende beroepsprocedure zijn gebreken in het bestemmingsplan aan het licht gekomen. Die worden met dit besluit hersteld. Het nu te nemen besluit komt in de plaats van het eerder genomen besluit. De tegen het eerder besluit ingediende beroepen zijn van rechtswege ook gericht tegen dit herstelbesluit. Dit is mogelijk op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Vraag 2: In deze casus is ook voorlopige voorziening getroffen en toegekend. Daarin wordt uitgesproken dat (citaat): De raad en Nijsink stellen zich op het standpunt dat op het perceel maximaal 20 caravans kunnen staan, omdat het voorste gedeelte van de bijgebouwen zodanig laag is dat het niet geschikt is voor caravanstalling. In het voorliggende plan wordt toch weer gesproken over 40 caravans. a. Wat is de reden voor die verdubbeling? b.
Ligt hier een behoefteonderzoek aan ten grondslag? Antwoorden: a.: In het oorspronkelijke bestemmingsplan Buitengebied 2023 was geen maximaal aantal caravans opgenomen. De hele bestaande bebouwing mocht worden volgezet met caravans, qua oppervlakte was dit ruimte voor meer dan 40 caravans. Omdat een deel van de bestaande bebouwing te laag was, was het in de praktijk niet mogelijk om meer dan 40 caravans te stallen. De reden van de toegestane 20 caravans in de voorlopige voorziening was omdat dit aantal op het moment van de voorlopige voorziening op het perceel gestald stond en er door het lage gedeelte van het gebouw niet meer konden staan. Dit was een tijdelijke maatregel om het voor beide buren werkbaar te houden tot de zitting. Onze intentie was dus nooit om er maar 20 toe te laten in de definitieve situatie, dit zou nadelig zijn voor de bedrijfsvoering en niet in verhouding tot de vorige locatie van Nijsink caravans. We zijn op 40 caravans gekomen omdat dit het minimale aantal is wat de bedrijfsvoering op deze locatie mogelijk maakt, daarbij zijn alle onderzoeken haalbaar bij dit aantal. Bij het aantal van 40 caravans wordt geen extra stikstofdepositie veroorzaakt, waardoor vergunningen hiervoor niet nodig zijn. b.: nee, dit is niet uitgevoerd omdat het een 2e locatie is van Nijsink caravans.
De 2e locatie van dit bedrijf moest verplaatsen en eigenaar heeft aangegeven dat er zeker vraag is naar meer stallingsplaatsen. Hiermee is voor ons al duidelijk dat er meer behoefte aan caravanstalling is dat dat nu geboden wordt. Vraag 3: In de ruimtelijke onderbouwing wordt gesproken over ondergeschikte verkoop. Dat is tamelijk vaag geformuleerd. a. Wat is ondergeschikte verkoop?
b. Op welke manier is het handhaafbaar? Antwoorden: a.: Antwoord op deze vraag uit het verweerschrift: Wat betreft de definitie van het begrip ‘ondergeschikte verkoop’ merken wij het volgende op. Dit begrip is niet opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2023. Om die reden wordt de begripsomschrijving gehanteerd die is vastgesteld door de VNG, namelijk: ‘detailhandel waarbij de detailhandelsactiviteit een directe relatie heeft met de hoofdactiviteit maar daaraan ondergeschikt is’. Per jaar worden gemiddeld minder dan 10 caravans verkocht. Daarbij komt dan ook nog dat het aantal verkochte caravans is verdeeld over de twee vestigingen waar in totaal tussen de 80 en 100 caravans opgeslagen/verhuurd worden. Om die reden wordt de verkoop gezien als ondergeschikt aan de hoofdactiviteit. b.: Als er eventueel zaken op het perceel plaatsvinden die niet in overeenstemming zijn met de toegestane en/of vergunde activiteiten, dan heeft de gemeente de mogelijkheid om handhavend op te treden. Vraag 4: Voor het eerste plan van maart 2023 is een beroepsprocedure gestart bij de RvS. Er is ook een voorlopige voorziening getroffen. Nu ligt er een hernieuwd plan voor. Bij ons roept dit een aantal vragen op: a. Vervalt met dit nieuwe plan het oude plan en hoe zit het met de beroepszaak? b.
Op welke manier kan tegen dit plan worden geprocedeerd? (Bezwaren indienen of rechtstreeks weer naar de RvS?) c. Blijft de voorlopige voorziening die getroffen is geldig, of moet indien gewenst ook een nieuwe voorziening worden aangevraagd? Antwoorden: a.: Ja dit plan vervangt het oude plan bij vaststelling. De Raad van State is op de hoogte van ons voornemen om deze procedure. De beroepen die zijn ingediend worden tijdens de zitting getoetst aan het nieuwe plan buitengebied. b.: Ja, dit kan mits het over de gewijzigde percelen gaat waar iemand nadeel van de gevolgen van de wijziging kan hebben, in dit geval enkel de Veenweg 52. Appelanten kunnen enkel opkomen voor zover dat besluit hen ten opzichte van het oorspronkelijke besluit in een nadeliger positie heeft gebracht of als hen door gewijzigde feiten of omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen beroep hebben ingesteld tegen het eerdere besluit. Artikel 6:19-besluiten en bestemmingsplannen: de ontknoping! - Pels Rijcken c.: Ja, deze blijft geldig. De voorlopige voorziening bepaalt dat tot aan de uitspraak tegen het vastgestelde bestemmingsplan maximaal 20 caravans tegelijk mogen worden gestald.
Vraag 5: In het commissievoorstel wordt in de inleiding gesproken over 3 beroepschriften die aanleiding geven tot de hernieuwde vaststelling en verder: twee van die beroepschriften hebben aanleiding gegeven tot aanpassing van het planologische regime voor het erf Veenweg 52.
Graag zouden wij deze beroepschriften willen ontvangen. Daarnaast speelt ook het verweerschrift van de gemeente een belangrijke rol. Die zouden wij ook graag ontvangen. Antwoord: Zolang er geen uitspraak is van de Raad van State delen we dit niet. Vraag 6: Legalisatie verharding Het plan legaliseert een eerder illegaal aangebrachte verharding. Kan het college toelichten of dit besluit precedentwerking creëert voor vergelijkbare situaties in de gemeente? Antwoord: Het plan legaliseert geen eerder illegaal aangebrachte verharding. Op ruimtelijke plannen is te zien dat het bestemmingsplan 2019 de verharding aan de westzijde van het gebouw toestaat. De terrassen aan de voorzijde van het perceel zijn in de oude en nieuwe situatie niet toegestaan. Van mogelijke precedentwerking is dus geen sprake.
Vraag 7: Herstel van fouten/hiaten In een herstelbesluit worden fouten in een eerder besluit gecorrigeerd zonder dat een volledig nieuw besluit nodig is. Kan het college concreet aangeven welke fouten of hiaten in het eerdere plan met dit herstelbesluit worden hersteld? Antwoord:
Wat betreft de Veenweg 52 was er bij twee buren onvrede over de uitwerking van het plan. Dit lag aan verschillende punten zoals een gebrek aan onderzoek. Het verduidelijken van de regels en aanpassen van het plan heeft niet alle onvrede opgelost maar maakt wel de grenzen en mogelijkheden van het plan duidelijk. Procesmatig hebben we het plan verbeterd door een omgevingsdialoog en verschillende onderzoeken aan het plan toe te voegen. Dit maakt de houdbaarheid en werkbaarheid van het plan beter. Het beroep van XXX ziet toe op het opnieuw vaststellen van de perceelsgrenzen van het plan buitengebied. De reden van aanpassen staat als volgt omschreven in het verweerschrift: Bij het bestemmingsplan Buitengebied 2023, door de gemeenteraad van Nunspeet vastgesteld d.d. 21 maart 2024, is er door een administratieve fout ten onrechte een overschrijving van een zevental percelen opgetreden. Voor deze percelen zijn aparte wijzigingsprocedures doorlopen en deze percelen/wijzigingsplannen maken dan ook geen deel uit van het bestemmingsplan Buitengebied 2023. Echter heeft er bij het uploaden van het vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied 2023 een overschrijving plaatsgevonden van de bovengenoemde percelen.
Onze gemeenteraad heeft bij vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied 2023 echter niet besloten om deze wijzigingsplannen op te nemen binnen de plangrenzen van bestemmingsplan Buitengebied 2023. Door deze omissie van het verkeerd uploaden te corrigeren is er getracht transparant te handelen en is het vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied 2023 met de juiste versie opnieuw geüpload en gepubliceerd. Enige aanpassing betreft dan ook de overschrijving van de zestal percelen te corrigeren. Er zijn geen verdere wijzigingen aangebracht in de verbeelding, toelichting en regels van de plannen. Vraag 8: Omissie in participatie Bij het eerste plan Veenweg 52 konden omwonenden geen zienswijze indienen, omdat het plan werd opgesteld nadat het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023 ter inzage lag. a. Waarom heeft het college deze omissie bij dit herstelbesluit niet hersteld? b. Waarom is er bij dit hernieuwde plan geen nieuwe zienswijzeprocedure gevolgd? c. Welke juridische consequenties voorziet het college van deze keuzes, in het bijzonder voor de rechtsgeldigheid van het plan? Antwoorden: Voor de hernieuwde vaststelling geldt dat het hierbij gaat om een eerder rechtmatig door de gemeenteraad genomen besluit. Tijdens de lopende beroepsprocedure zijn gebreken in het bestemmingsplan aan het licht gekomen. Die worden met dit besluit hersteld.
Het nu te nemen besluit komt in de plaats van het eerder genomen besluit. De tegen het eerder besluit ingediende beroepen zijn van rechtswege ook gericht tegen dit herstelbesluit. Dit is mogelijk op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Door extra onderzoek en uitwerking van het plan zijn de juridische risico’s verminderd. Bij het hernieuwde plan is geen zienswijzeprocedure gevolgd omdat het om een herstel van een bestaand bestemmingsplan gaat. Een nieuwe zienswijzeronde is geen onderdeel van de gekozen procedure. Omdat het om vrij kleine aanpassingen gaat van een bestaand bestemmingsplan is het niet nodig om opnieuw een ontwerp ter inzage te leggen.
Vraag 9: Relatie nieuw plan, voorlopige voorziening en RvS-zaak a. Heeft het college een risicoanalyse gemaakt over de verhouding van het hernieuwde plan met de bestaande voorlopige voorziening en de nog lopende beroepsprocedure bij de Raad van State? b. Waarom heeft het college ervoor gekozen de afloop van de beroepsprocedure niet af te wachten voordat het herstelbesluit wordt genomen? Antwoorden: a.: Ja, de juridische consequenties zijn bekeken. De voorlopige voorziening loopt door tot de uitspraak is geweest. Hierna wordt dit overgenomen door het vastgestelde plan. b.: De beoordeling van de beroepschriften heeft tot de conclusie geleid dat het plan op onderdelen verbeterd moet worden. In zijn huidige vorm zou de Afdeling de bestreden plandelen kunnen vernietigen of in een tussenuitspraak bepalen dat het besluit beter gemotiveerd moet worden, Door nu een nieuw besluit te nomen worden de juridische risico’s verkleind. Vraag 10: Afwijzing door RvS a. Stel dat de Raad van State dit herstelbesluit afwijst: wat zijn dan de juridische en praktische consequenties voor de eigenaar van Veenweg 52? b. Wie is dan verantwoordelijk voor de eventuele extra proceskosten, bestuurlijke kosten en vertraging — in het bijzonder voor de gemeente zelf? Antwoorden: a.: Mocht de Raad van State dit plan afwijzen vallen we terug op het bestemmingsplan 2019 en moet er een nieuw proces worden gevoerd.
De kans dat dit gebeurd is nog kleiner geworden door het verbeterde plan. De eigenaar kan hier dan geen caravans meer stallen. b.: Gedeeld. Vraag 11: Woon- versus bedrijfsbestemming Is het college het met ons eens dat een perceel waarvan bijna de helft wordt gebruikt voor stalling en manoeuvreren feitelijk geen woonbestemming meer heeft, maar eerder een bedrijfsbestemming zou behoeven? Antwoord: Nee, omdat het enkel opstal betreft met ondergeschikte verkoop en de hoofdvestiging waar veel meer bedrijfsmatige activiteiten gebeuren in het dorp zit. Daarbij is het zo dat met een bedrijfsbestemming ook andere activiteiten mogelijk worden gemaakt die niet gewenst zijn op deze locatie. De mogelijkheden voor nu en in de toekomst worden daarmee vermeerderd.
☐5d.
Ruimtelijke randvoorwaarden woningbouwlocatie Hulshorst West.
Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld.
☐5e.
Vaststelling Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2026.
Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld.