CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Ruimte en Wonen 7 april 2025

Commissie Ruimte en Wonen 7 april 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie3.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen commissie Ruimte en Wonen 7 april 2025. ☐ 3.

Rondvraag.

A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: Uit cijfers van het kadaster en klimaatsubsidieverstrekker RVO blijkt dat een op de drie huizen in Nunspeet slecht geïsoleerd is. Daarom is het goed dat de gemeente Nunspeet een subsidie beschikbaar heeft gesteld voor isolatiemaatregelen aan woningen met een laag energielabel. Kan het college al een indicatie geven in welke mate er gebruik gemaakt wordt van deze maatregel? Antwoord: Er zijn 127 van de 390 woningen geholpen met gericht advies van een energieadviseur, de collectieve inkoopactie (isolatieglas en / of isolatie), de tegoedbon (€ 750) of het declareren van eigen werkzaamheden. Afgelopen week is een tweede mailing uitgegaan, waarmee we de werving een extra impuls geven. Vraag 2: Principeverzoek Vreeweg 51 en 49a Nunspeet (st. t.k.n. nr. 1) We lezen in het advies o.a. dat een van de percelen wordt omgezet van Agrarisch-Agrarisch bedrijf naar Agrarisch. Wat betekent deze omzetting concreet? Antwoord: De bestemming agrarisch biedt geen ruimte voor bebouwing. Vraag 3: 7. Beleidsagenda commissie Ruimte en Wonen Kunnen we weer een overzicht krijgen over de stand van zaken van het programma Duurzaamheid? Antwoord: De afgelopen periode hebben we gewerkt aan de herijking van het programma Duurzaamheid (20202025). De verwachting is, dat we in de raadsvergadering van mei een vernieuwde uitvoeringsagenda Energietransitie kunnen aanbieden.

We verwachten dit voor het zomerreces te kunnen behandelen. ☐6a.

Verkeersplan IKC Nunspeet Oost.

S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Inleiding: Na een eerste en tweede mislukte poging om belanghebbenden te bereiken, lijkt ook nu niet iedere belanghebbende bereikt. Tijdens de inspraak waren er inwoners die binnen het plangebied woonden en net als diverse van hun straat- en buurtgenoten niet waren uitgenodigd. Zij ontvangen door de slechte distributie ook slechts sporadisch het lokale weekblad met gemeentemededelingen. Ook de Sionskerk is niet betrokken bij het proces. Vraag 1: Is het college bereid om alvorens de behandeling van dit stuk na te gaan of er daadwerkelijk wederom hiaten zijn in de uitnodigingen tot participatie?

Antwoord: Naar aanleiding van de aangenomen motie (opstellen verkeersplan) bij vaststelling van het bestemmingsplan is een separaat participatieproces voor het verkeersplan opgestart. De gemeenteraad heeft kennis kunnen nemen van het participatieplan voor het verkeersplan (ter kennisname aangeboden aan de commissie Ruimte en Wonen op 13 november 2023). Het college is bij het participatieproces voor het verkeersplan niet op de hoogte van ‘mislukte pogingen om belanghebbenden te bereiken’. Onder leiding van adviesbureau Sweco heeft een buurtschouw, een tweetal presentaties aan de buurt (fietsstraat Oosteinderweg en voorgestelde aanpassing Kuyperstraat) en een presentatie aan het college en de gemeenteraad plaatsgevonden. Voor de buurtschouw en de presentaties aan de buurt is een (ruime) selectie aan adressen gehanteerd. Hierbij is gekeken naar de mate waarin bewoners belanghebbende zijn. Als criterium voor het attenderen op de inspraakmogelijkheden is ‘aanwonend of aanpalend aan de Oosteinderweg of de plek aan de Kuyperstraat waar de maatregelen worden voorgesteld’ gehanteerd. Het college is van mening dat deze selectie voor het verkeersplan zorgvuldig heeft plaatsgevonden.

Vraag 2: Indien dit het geval, is het college bereid om dit agendapunt in te trekken en participatie voor de derde maal op te starten, en nu echt volledig? Antwoord: Zoals hierboven aangegeven is het college niet van mening dat er bij de participatie op het verkeersplan belanghebbende bewoners buiten het proces zijn gehouden. Vraag 3: Is het college bereid om het participatieproces tot nu toe te evalueren en de verslaglegging hier van voor te leggen aan onze commissie? Antwoord: U heeft kennis kunnen nemen van evaluatie van het participatieproces door middel van het participatieverslag dat als bijlage bij het commissievoorstel is gevoegd. Hierin in zijn de gemaakte opmerkingen tijdens de buurtschouw, de e-participatie en de inloopavond opgenomen inclusief een reactie van het betrokken adviesbureau. Zoals hierboven aangegeven heeft er volgens het college een transparant participatie plaatsgevonden. Onder leiding van adviesbureau Sweco heeft een buurtschouw, een tweetal presentaties aan de buurt (fietsstraat Oosteinderweg en voorgestelde aanpassing Kuyperstraat) en een presentatie aan het college en de gemeenteraad plaatsgevonden. Voor de uitnodigingen voor de buurtschouw en de presentaties aan de buurt is een (ruime) selectie aan adressen gehanteerd. Hierbij is gekeken naar de mate waarin bewoners belanghebbende zijn.

Als criterium voor de attenderingsbrief voor inspraakmogelijkheden is ‘aanwonend of grenzend aan de Oosteinderweg of de plek aan de Kuyperstraat waar de maatregelen worden voorgesteld’ gehanteerd. Vraag 4: Onder de bewoners van de Kuyperstraat leeft de angst dat de aan hun straat aangrenzende bossages, waar een diversiteit aan diersoorten voorkomt, zal moeten wijken voor een park (een grasveld met hier en daar een boom.) Kan het college deze zorgen wegnemen? Antwoord:

Zoals u in het advies kunt lezen, gaat het verkeersplan niet over het aanpassen van de groenstrook naast de wijk. Voor het realiseren van een goede fietsverbinding nabij de Kuyperstraat wordt een aanpassing van de inrichting van de parkeerplaatsen voorgesteld en geen aantasting van de groenstrook. A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: Het rapport Sweco bevat veel metingen en analyses rondom fietsverkeer. Zijn er t.a.v. het autoverkeer naast de meting van het huidige verkeer ook prognoses beschikbaar van het autoverkeer na realisatie van het IKC? Antwoord: Het rapport is qua cijfermateriaal gebaseerd op het verkeerskundig onderzoek dat ten behoeve van het bestemmingsplan is opgesteld. Dit onderzoek vormt een bijlage bij het bestemmingsplan. In dit onderzoek is een berekening gemaakt van het verwachte aantal verkeersbewegingen per werkdag van en naar het IKC. Het aantal verwachte verkeersbewegingen per werkdag is berekend op 508 bewegingen. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de output uit het verkeersmodel van de gemeente Nunspeet. Dit betreft prognosejaar 2030. Vraag 2: Heeft het college in beeld wat de (extra) te verwachten autoverkeersstromen zijn via de Oosteinderweg, voor/na de Piersonstraat van/naar het IKC? Antwoord: Na de Piersonstraat betreft het de, bij antwoord 1 genoemde, 508 autobewegingen per etmaal extra ten opzichte van de huidige situatie.

Er zijn een aantal verkeerstellingen uitgevoerd, met name op de Oosteinderweg ten oosten van de Piersonstraat. Deze etmaalwaarden kunnen bij elkaar opgeteld worden. Dit geeft een indicatie van de verkeersstromen en -bewegingen wanneer het IKC in gebruik is genomen. Vraag 3: De gekozen variant bevat een ontwerpaanpassing van het gedeelte Oosteinderweg tussen de Oenenburgweg en de Piersonstraat. Dat gedeelte is uit de fietsstraat gehaald. Op grond van welke overwegingen is die keuze gemaakt? Antwoord: De ontwerpaanpassing is een financiële overweging met inachtneming van de verkeersveiligheid. Zoals u in de bijlage Notitie kostenramingen en dekkingsvoorstellen verkeersplan IKC Nunspeet Oost kunt lezen, kost de uitgebreide variant van de fietsstraat volgens de berekening bijna 2 keer zoveel als de voorgestelde variant. Naar aanleiding van de eerste kostenberekening heeft het college laten kijken naar versoberingsmogelijkheden zonder de verkeersveiligheid in gevaar te brengen. Het college is van mening dat het handhaven van de huidige inrichting van de Oosteinderweg tussen Oenenburgweg en Piersonstraat geen extra gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. D. Koster (Gemeentebelang) Vraag 1: Op 16 september 2024 heeft er een informatieavond voor de direct omwonende van de Kuyperstraat plaatsgevonden.

Bewoners hebben toen grote zorgen uitgesproken over de voorgestelde rol en inrichting van de Kuyperstraat. Op welke wijze is omgegaan met deze zorgen en is na de informatieavond nog contact of overleg geweest met deze direct omwonenden?

Antwoord: Naar aanleiding van deze informatieavond heeft Sweco met de gemeentelijke verkeerskundige de situatie ter plekke opnieuw bekeken. Alle mogelijke alternatieven voor een fietsverbinding zijn nogmaals goed bekeken. Dit heeft geleid tot een uitgebreidere afweging voor de locatie Kuyperstraat als fietsroute naar het IKC. U kunt dit terugvinden op de pagina’s 19 tot en met 23 van het verkeersplan. Na de informatieavond is er geen contact meer geweest. Vraag 2: In het verkeersplan wordt als een van de uitgangspunten gesteld dat de loopafstand tussen wijk (Gebrandystraat, Kuyperstraat, niet vermeld maar wellicht ook Heemskerklaan) zo lang is dat afzetten van kinderen of parkeren in de wijk onwaarschijnlijk is. De loopafstand naar het IKC is ca 200 meter en kan via een goede veilige looproute plaatsvinden. Wanneer de reistijd via de fietsstraat (heen en terug) inclusief parkeren lang blijkt te zijn (dat is in drukke periodes te verwachten) kunnen ouders die hun kinderen willen afzetten kiezen om dat toch in de wijk te doen om hiermee (reis)tijd te sparen. Dit risico wordt in het verkeersplan niet verder onderzocht.

Kan aan de hand van de verwachte reistijden (via fietsstraat versus afzetten in de wijk) aangegeven worden of het afzetten van kinderen in de wijk is te verwachten en hoe dit risico beheerst kan worden? Is de gehanteerde CROW-richtlijn wel van toepassing aangezien het niet om parkerende voertuigen gaat maar om voertuigen waarmee leerlingen worden afgezet? Antwoord: Gezien de opzet van de wijk (veel straten waarvan er ook een aantal redelijk smal zijn) én door binnen het keuzescenario een centrale fietsverbinding te maken, wordt er een klimaat geschapen wat het gebruik van de fiets stimuleert. De verwachting is dat hierdoor vanuit bepaalde delen van de wijk er minder autobewegingen zullen ontstaan. Immers een route door de wijk is niet aantrekkelijk omdat er door veel onaantrekkelijke straten gereden moet worden. Ook gezien de herkomst van de leerlingen ligt hoger fietsgebruik voor de hand. De ouders die via de fietsstraat naar het IKC rijden komen naar verwachting voornamelijk van verdere afstand van het IKC en vanuit de wijk ten noorden en ten noordwesten van de Oosteinderweg. Reistijden zijn erg afhankelijk van omstandigheden als drukte, weeromstandigheden, afwikkeling op de Oenenburgweg etc. Om die reden kan er niet een realistische vergelijking worden gemaakt tussen reistijden.

Zoals aangegeven is het niet te voorkomen dat ouders kinderen in de genoemde straten gaan afzetten. Naar verwachting zal dit minimaal zijn. Vraag 3: In het verkeersplan is de te verwachten extra verkeersgeneratie voor het autoverkeer en fietsverkeer aangegeven. Tevens zijn aanvullende verkeerstellingen uitgevoerd en zijn er modelverwachtingen gemaakt. Een integraal beeld (autonome groei + extra verkeer door IKC) waarbij het inzichtelijker wordt wat op straatniveau de gevolgen zijn ontbreekt waardoor de impact voor de voorgestelde maatregelen zich lastig laten toetsen. Kan meer inzicht worden gegeven op de te verwachten intensiteiten voor fiets- en autoverkeer op straatniveau? Antwoord: Er zijn inderdaad een aantal tellingen uitgevoerd, met name op de Oosteinderweg ten oosten van de Piersonstraat. Dit is gedaan omdat met name dit deel van de Oosteinderweg de verzamelweg is voor een deel van het bestemmingsverkeer IKC. Het andere deel (richting de Oenenburgweg) maakt meer onderdeel uit van de verdeling van het verkeer vanuit het gekozen voorkeursscenario. Bij vraag 2 is uitgelegd dat er ingestoken wordt op het stimuleren van fietsverkeer en dat het autogebruik (mede door de opbouw van de wijk/straten) minder aantrekkelijk is. Het IKC trekt 508 bewegingen volgens het verkeersonderzoek bestemmingsplan.

De hoogste telwaarde van de Oosteinderweg was 448 motorvoertuigen (mvt) per etmaal. Afgerond is er sprake van ca 950 bewegingen per etmaal. Ook de

noordkant van de Piersonstraat is geteld, dit betrof 921 mvt/etmaal. Stel dat de helft van de 508 bewegingen via de Piersonstraat rijdt, dan zou dit een etmaalwaarde van totaal 1.170 (afgerond) bewegingen zijn. Procentueel betekent dit in beide gevallen een stijging maar anderzijds zijn dit waarden die heel normaal zijn voor wat betreft een woonstraat en vormen vanuit dit oogpunt geen probleem. Vraag 4: In het scenario ‘IKC volledig bereikbaar’ wordt gesproken over een nieuw fietspad door de groenverbinding. Wordt hiermee het noord-zuid fietspad (nu schelpenpad) bedoeld en hoe gaat de inrichting van dit fietspad eruit zien (b.v. breedte, verlichting, sociale veiligheid)? Antwoord: Hier wordt inderdaad het noord-zuid fietspad bedoeld. Vanuit het beeldkwaliteitsplan bij het bestemmingsplan is een aanpassing aan dit fietspad voorgesteld. De inrichting van dit fietspad valt buiten de scope van het verkeersplan. De benodigde inrichting van dit fietspad wordt op dit moment onderzocht en is op dit moment (nog) niet bekend.

Vraag 5: Waarom is er geen scenario bekeken waarbij meerdere verbindingen tussen wijk en noord-zuid fietspad wordt voorgesteld waardoor het voor meer fietsers aantrekkelijk wordt dit fietspad te gebruiken en er minder noord-zuid fietsverkeer in de wijk plaatsvindt? Antwoord: Alle mogelijke alternatieven voor een fietsverbinding tussen de wijk en de groenstrook zijn naar aanleiding van de informatieavond Kuyperstraat nogmaals goed bekeken. Dit heeft geleid tot een uitgebreidere afweging voor de locatie Kuyperstraat als fietsroute naar het IKC. U kunt dit terugvinden op de pagina’s 19 tot en met 23 van het verkeersplan. Bij de Kuyperstraat is er sprake van een huidige doorsteek die én centraal ten opzichte van de wijk ligt én relatief eenvoudig op te waarderen is. Op andere plekken bleek dit vanuit meerdere ooghoeken niet goed mogelijk. Aansluitingen ten zuiden van de Kuyperstraat zullen 1) naar verwachting weinig bijdragen, 2) aansluitingen ten noorden van de Kuyperstraat liggen minder centraal en 3) zijn ook lastiger te realiseren (en dan niet alleen door het groen maar ook vanuit de wijk richting de groenstrook). Vraag 6: In hoeverre zijn de genoemde argumenten (pagina 23 verkeersplan) voor de keuze van scenario ‘IKC volledig bereikbaar’ ook van toepassing op een scenario met meerdere doorsteken vanuit de wijk naar het fietspad.

Antwoord: Zie het antwoord op vraag 5 met daarbij aangevuld dat meer aansluitingen ten noorden van de Kuyperstraat het wellicht iets beter maken. De mogelijkheden tot realisatie zijn echter moeilijk(er). Vraag 7: In het verkeersplan is het advies opgenomen om een verkeerskundig onderzoek uit te voeren naar het afsluiten van de Jongkindhoek. Wat zijn de criteria om een dergelijk onderzoek uit te voeren? Antwoord:

Op pagina 33 van het plan kunt u de overwegingen voor dit advies lezen: Om de verkeerssituatie op de fietsstraat overzichtelijker te maken ter hoogte van de school, kan geopteerd worden om de Jongkindhoek af te sluiten voor het autoverkeer. Kruisend autoverkeer wordt hiermee gereduceerd en het verkeersbeeld wordt hierdoor rustiger. Met als uitgangspunt dat de Jongkindhoek vanaf de Oosteinderweg wel voor het langzaam verkeer toegankelijk blijft. Vanuit de buurtpresentatie is aangegeven dat een dergelijke afsluiting voor autoverkeer gevolgen kan hebben voor de bereikbaarheid van de wijk ten tijde van een calamiteit. Daarom vraagt dit advies een verkeerskundig onderzoek. Vraag 8: Kan de fietsstraat gerealiseerd worden zonder invloed op het aantal langsparkeerplaatsen t.b.v. de Sionskerk en als dat niet mogelijk is waar kunnen alternatieve parkeermogelijkheden gerealiseerd worden? Antwoord: Ja, dat kan. Vanuit de buurtschouw zijn meerdere opmerkingen vanuit de buurt gemaakt over het auto parkeren tijdens kerkdiensten. Daarom heeft Sweco aangegeven dat overwogen kan worden om ter hoogte van de Sionskerk langsparkeren langs de Oosteinderweg te realiseren. Dit moet dan gecombineerd worden met een parkeerverbod zodat de Oosteinderweg vrij blijft van geparkeerde auto’s. Alternatieve, aanvullende parkeermogelijkheden bij de Sionskerk zijn op dit moment niet bekend.

In de verdere uitwerking kan (in overleg met de kerk) gekeken worden naar alternatieven. ☐6b. Principeverzoek uitbreiding aantal graven op natuurbegraafplaats Elspeterbos en natuurcompensatie bosrandontwikkeling Elspeet. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag: Er worden gronden uit gebruik genomen waar pacht op rust. Worden deze door veehouders gepacht die een actief (grondgebonden) bedrijf hebben? Zo ja, is daar compensatie voor? Antwoord: De gronden worden niet verpacht aan veehouders die een actief (grondgebonden) bedrijf hebben. De initiatiefnemer heeft bovendien aangegeven dat de betreffende gronden in goed overleg met de pachter uit de pachtovereenkomst zullen worden gehaald. ☐6c.

Principeverzoek Groenelaantje 25 in Nunspeet.

A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Door Bospark De Vossenberg wordt op de website aangeboden om op de padelbaan te komen spelen en een training CrossFit te komen volgen. Er kan worden gereserveerd. Is dit aan de wethouder bekend? Zo ja, heeft de gemeente daar toestemming voor gegeven? Antwoord: Voor het bestaande gebruik is geen toestemming gegeven door de gemeente. Begin 2024 is dit ook door de gemeente aan de Vossenberg medegedeeld, waarna zij het advies hebben gekregen om onderhavig principeverzoek in te dienen.

Vraag 2: In het commissievoorstel wordt bij de overweging onder B. gewezen op het zogeheten bewonersprofijt. Wat is voor de buurtbewoners van Groenelaantje 25 het bewonersprofijt? Antwoord: Het formaliseren/legaliseren van de padelbanen/crossfitfunctie zou een aanvulling zijn op het bestaande toeristisch-recreatieve en sportieve aanbod in de gemeente Nunspeet. Dit heeft een economische impact, sociale impact en een impact op de leefomgeving, wat bijdraagt aan het zogeheten bewonersprofijt. Iets waar ook vanuit de Rijksoverheid nadrukkelijk op wordt ingezet. Het bewonersprofijt moet in deze context gemeentelijk breed worden gelezen en ziet op het algemene profijt voor inwoners van de gemeente Nunspeet dat ook zij kunnen profiteren van Toerisme en Recreatie. ☐6d. Vaststellen Gebiedsplan GEUS "Perspectief op een verweven en verbonden enclave" en Instemmen met de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) GEUS. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: Bij alternatieven, kanttekeningen en risico’s wordt rijksbeleid in beweging genoemd? Waarom wordt provinciaal beleid in beweging niet genoemd? Namelijk de plannen van de provincie Gelderland voor zonering rondom stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Antwoord: Uiteraard kunnen er op allerlei manieren onzekerheden zijn of ontstaan zoals bijvoorbeeld ook door gerechtelijke uitspraken.

Maar de sturing op het stikstofdossier vindt plaats onder regie van het Rijk. In het raadsvoorstel is dit risico daarom onder die noemer weergegeven. M. Klein (SGP) Vraag 1: In het raadsvoorstel onder 3. Argumentatie, staat in de derde alinea (slotzin): “Daarnaast hebben de beoogde ontwikkelingen voor Elspeet die zijn gesteld in de omgevingsvisie en in de woonvisie een plek gekregen in het gebiedsplan.” Kan dit concreet worden gemaakt? Om welke ontwikkelingen gaat het en betreft dat vooral dat het past in (of: ondanks de) provinciale doelstelling van stikstof reductie? Antwoord: In het Gebiedsplan (blz. 68) is verwoord dat er ruimte is voor kleinschalige plannen voor woningbouw te Elspeet. “In Elspeet gaat het om 250 woningen die in meerdere kleinere woongebieden rondom het dorp een plek kunnen krijgen.” De exacte locaties daarvoor moeten nog worden gezocht. Dit is in overeenstemming met de Woonvisie en met de Omgevingsvisie van de gemeente. Deze ontwikkelingen moeten passen binnen de provinciale doelstellingen en (nog vast te stellen, gewijzigde) beleidsregels. Vraag 2: In het ongunstigste geval kan de verlening van de VLGG geen doorgang vinden; kunnen wij hier invloed op uitoefenen of ligt dit volledig bij Rijk en Provincie? Antwoord:

In eerste instantie ligt de uitwerking van de VLGG op het bord van de provincie Gelderland. De gemeente zal in het bestuurlijk overleg met de provincie hier invloed op kunnen uitoefenen. Een belangrijke ingang is te vinden in het overleg dat tussen de vier deelnemende gemeenten (en het waterschap) met de provincie in het kader van het Gebiedsplan GEUS plaatsvindt en zal plaatsvinden. Vraag 3: Om de gebiedsontwikkeling op gang te brengen is er genoeg financiering nodig. Voor de komende drie jaar is dat in beeld gebracht. Voor de periode daarna is dat nog niet in beeld. Dat is een risico. Wat zijn sturingsinstrumenten voor onze gemeente (college en raad) in de komende 3 jaar wat betreft verlenging (of opnieuw beschikbaar stellen) van financiële middelen binnen deze samenwerking met meerdere ‘geldschieters’? Antwoord: Sturingsinstrumenten in de komende 3 jaar, voor wat betreft de verlenging van de financiële middelen voor de periode na de eerste drie jaar zullen met name te vinden zijn in het bestuurlijk overleg over het gebied GEUS dat periodiek zal (blijven) plaatsvinden tussen de vier gemeentes (en het waterschap) met de provincie Gelderland. Vraag 4: Wat betreft aansprakelijkheid in de samenwerking. In de SOK staat: “… worden verdeeld en gedragen door alle Partijen,”.

Betekent dat gemeente Nunspeet ook instaat voor acties van één van de participerende partijen in de samenwerking, waaruit eventuele juridische geschillen of claims voortvloeien? Antwoord: Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat de gastheergemeente er de dupe van wordt, mochten er financiële overschrijdingen zijn. Gezien de wijze waarop het proces is georganiseerd en de aard van de projecten is het niet waarschijnlijk dat dit voorkomt. Mocht het in een heel onvoorziene situatie toch aan de orde zijn en er na bestuurlijk overleggen toch overschrijdingen resteren dan is dat door opname van dit artikel een gezamenlijke verantwoordelijkheid en niet van de gastheergemeente alleen. ☐6e.

Onderhoudsscenario’s Beleids- en beheerplan Wegen 2024-2028.

D. Koster (Gemeentebelang) Inleiding: Op basis van het huidige kwaliteitsbeeld is geadviseerd om voor scenario 2 te kiezen. Voor 2026 wordt geadviseerd om eerst de kwaliteit van de wegen te meten, zodat er helder inzicht ontstaat in de effecten van de extra financiële middelen die in het areaal zijn geïnvesteerd. Vraag 1: Kunnen wij hieruit opmaken dat er geen inschatting gemaakt kan worden wat het effect zal zijn van de investeringen? Antwoord: Nee. Het effect van de investeringen zal zijn: een areaal beheerd op kwaliteitsniveau Basis conform de CROW-richtlijnen. Vraag 2: Hoe kan er een juiste keuze gemaakt worden voor een scenario als het nog onduidelijk is of het gaat om een juiste budgettering?

Antwoord: In 2026 zal de kwaliteit van de wegen worden gemeten, zodat er helder inzicht ontstaat in de effecten van de extra financiële middelen die in het areaal zijn geïnvesteerd in 2025. De budgettering is zorgvuldig en realistisch vastgesteld, gebaseerd op grondige analyses. De budgetten zijn specifiek gericht op het beheer van het wegenareaal van Nunspeet op kwaliteitsniveau Basis, conform de CROW 147 systematiek. Vraag 3: Als er gekozen wordt voor scenario 2, wat is de meerwaarde ten opzichte van scenario 1, en wat merkt onze inwoner hiervan op straatniveau? Antwoord: In scenario 2 is de kans op het vervallen van wegen naar een kwaliteitscategorie 'laag' kleiner dan in scenario 1, waarin het wegennet zich bevindt op de kritieke drempel van degradatie naar een kwalitatief inferieur niveau (wat leidt tot kapitaalvernietiging) en gebruikers als onprettig zullen ervaren. In Nederland is B5,5 het minimaal vereiste kwaliteitscijfer vanuit wetgeving. ☐6f.

Evaluatie Faunabeheer 2023-2024.

S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: In de lijst met schutters (d.d. 18-01-2024 en 05-02-2024) zien we twee namen die niet overeenkomen met de lijst van faunabeheerders en de vaste gast. Hoe verklaart het college dit? Antwoord: De faunabeheerders en vaste gast zijn in overeenstemming met de overeenkomst. Daarnaast is er de mogelijkheid om een gastjager uit te nodigen. Vraag 2: Is het volgens het college aannemelijk dat door te stoppen met faunabeheer, de wolf meer natuurlijke prooien kent en zodoende vee in de regio meer ongemoeid zal laten? Antwoord: Het college acht dit niet aannemelijk, omdat de wolf een opportunistische jager is en zich aanpast aan het beschikbare voedselaanbod, inclusief vee. Vraag 3: Is faunabeheer in onze gemeente puur ter voorkoming van landbouwschade? Antwoord: Nee, faunabeheer in onze gemeente is niet puur gericht op het voorkomen van landbouwschade. Het heeft ook als doel verkeersveiligheid te bevorderen en bosbouwschade te beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15388406/1